Overpeinzingen

Daar waar het nodig is

Gisteren was mijn vader zijn sterfdag. Op de kop af 27 jaar geleden. Mooi dat hij van de week nog in mijn geheugen langskwam bij de blog over het avontuur op de Wijnberg, waarin ik mijn vaders verbetenheid herkende in mezelf bij het zoeken naar een beetje begaanbare weg. Zo werkt het leven door na de dood. Een vleugje parfum, een karaktertrek, dezelfde handen, een oogopslag, mijn vaders neus, een gezegde, dezelfde glimlach.

Het huis is schoon, alle ramen zijn gezeemd, het gordijn hangt weer goed met de uitschuifbare ladder, een klus met gevaar voor eigen leven. Lief hield de leer vast en ik haakte de haken weer aan het gordijn. Ze zijn minstens twee meter hoog, dus dat is een aardig eind de hoogte in. We hadden toch de ladder nodig, want we moesten een van de luiken repareren. Het is een vernuftig systeem. Er is een katrol die verstopt zit achter een houten luikje waarbij je moet zorgen dat het band er soepeltjes overheen glijdt en het oprollen in het gareel blijft lopen. Op de een of andere merkwaardige wijze was ze uit de pas gegaan. Daar bemoeide lief zich mee. Op diezelfde leer. En ik hield hem tegen en liet het band vieren.

Bij het halen van de ladder had hij een dikke pad ontdekt. Elke avond horen we gekras. Een specht, een ekster, een gaai, ze dongen allemaal mee naar het geluid, maar uiteindelijk bleken het boomkikkers te zijn, jawel die gifgroene, die hier op de gekste tijden een concert in echo laten horen. De vogelapp wilde ons maar aan de reigers hebben met deze geluiden. Niet vreemd als er ook al padden in de buurt zijn, maar die zijn er toch echt niet. Er vliegt wel een koninginnenpage rond, maar ze is nogal rusteloos en laat zich niet fotograferen. Haar karakteristieke vleugels zijn al van ver te herkennen.

Van vriendin hadden we vier van haar leesboeken gekregen. Te zwaar om mee te sjouwen in de trein. Bovendien kunnen we ze later, als we in Nederland zijn, weer terugbrengen. Het zijn beste titels. ‘De acht bergen’, van Paolo Cognetti, ‘Onder buren’, van Juli Zeh, ‘De winter voorbij’, van Isabel Allende en ‘Zomerhuis met zwembad’, van Herman Koch. Genoeg avontuur om te beleven dunkt me, De film de acht bergen hebben we weliswaar gezien, maar vriendin vertelde dat het boek minstens zo goed en zo niet beter was. We gaan het proefondervindelijk meemaken. Juli Zeh vind ik een hele fijne schrijfster.

He boek van Isabel Allende heeft voorin een zin van Albert Camus meegekregen: Au milieu de L’hiver, j’apprenais enfin Qu’il y avait en moi en été invincible. (Uit retour á Tipasa) De vertaling luidt als volgt: ‘Midden in de winter, begreep ik eindelijk dat er in mij een onoverwinnelijke zomer huisde’. Wat een prachtige manier om uit te beelden dat je gelooft in jezelf en in je optimistische kijk op het leven. Die zomer is er altijd, geeft de passage mee en is sterker dan wat dan ook. Na de herfst en de winter zal het altijd opnieuw lente zijn. Het roept in mij een associatie op met het lied ‘Mooi’ van Maarten van Roozendaal: ‘Kan iets mooier dan het mooi is, kan het groter zijn dan groot. Het is zo mooi, om te janken zo mooi, mooi, om te janken zo mooi’.

‘En été invincible’, stop het lied en deze aanduiding achter een van de deurtjes in je hoofd om op gezette tijden eruit te halen. Daar waar het nodig is.

Overpeinzingen

Je kunt er alleen maar van groeien

Alle vragen zijn beantwoord. Nu maar afwachten wat zoonlief in petto heeft met die enorme uitgebreide antwoorden. De laatste vraag ging over de ideale dag. Hoe ziet dat eruit als je het zelf mag orkestreren en alles mogelijk is. Het enige dat in mij opkwam onder het juk van het wereldleed momenteel was een dag van vrede en liefde voor iedereen. Een utopie, maar ach, wat zou ik dat graag in vervulling zien gaan.

Nu al dat geschrijf over vroeger en gedachten en gevoelens is gestopt is het net of ik in een gat gevallen ben. Een hopeloos fluisterend betekenis-moment. De hele dag zijn mijn kinderen, hun gezinnen en ik met elkaar verbonden geweest. Terwijl er wezenlijk niets veranderde, voelde het wel zo.

De oven vertoont kuren. De deur sluit uit zichzelf niet helemaal goed en als je haar niet helpt, ontsnapt er warme lucht en bakt het minder goed. Met de pizza was dat goed te merken en met de stoofschotel courgette en aubergine. Gisteren had ik eindelijk door waar het aan lag, dus mijn bladerdeeg met feta en gemengde salade erin lukte uitstekend. Het aantal graden ietsje hoger en de deur aandrukken.

Lief is op weg naar de ketel. In huis is het koud en het is fijn om in de vroege ochtend even alles op te warmen. Koukleum als ik ben zit ik bij 19 graden op de thermostaat al te vernikkelen, terwijl hij smoort van de hitte. Zo bijzonder hoe dat werkt. Koudbloedig typje, altijd al geweest.

Het is aan het regenen op het ogenblik. Toch goed dat we even gewacht hebben met op pad gaan. We kunnen beter een van de volgende dagen nemen, het belooft nog minstens een week volop nazomerweer met zon en rond de 25 graden. Herfst komt op sluipersvoeten naderbij, de bomen gaan in ruststand en verkleuren langzaam maar zeker. De merels doen zich te goed aan de overgebleven druiven, die langzaam maar gewis indrogen. Bedrijvigheid genoeg om van te genieten hier voor het keukenraam. Vertrouwde stek.

We praten over geestelijk voedsel, waarbij je de inspiratie haalt uit een moment, uit andere mensen, uit boeken, uit de schoonheid van de natuur, uit elkaar als je het maar uitspreekt of uit een goede film. Nu vriendinlief vertrokken is, valt dat des te meer op. Op dergelijke momenten mis ik de reuring van de stad, de bioscoop, een theater en meer van dat soort dingen, die in Nederland zo gewoon voor ons zijn, en waar het hier nog altijd een beetje zoeken is. Het behelst met name de afwisseling ertussen. Natuurlijk is er hier ook veel van alles, maar zijn we veel meer op elkaar aangewezen. Dat geeft heel veel verdieping en soms, na het gegraaf in het verleden en het vertrek van vriendin in het heden, volgt er een sluimerend verlangen naar meer. We besluiten ons schema opnieuw op te pakken, een dag op de hof en een dag om de dorstige geest te lessen.

En daarnaast te blijven genieten van elkaar en van de rust en de stilte, het vredige samenzijn.

Fijn om samen tot dergelijke gesprekken te komen. Je kunt er alleen maar van groeien.

Overpeinzingen

Wat valt er nog meer te wensen

Zo alle ramen zijn in het sop geweest. Hier in huis zijn dat dertien dubbele ramen. Vooral de wantsen zoeken er een lievelingsplek, wat ze bij de kunststof kozijnen voor niet lukt, maar bij de oude houten achter natuurlijk wel. Spriritus-sopje doet wonderen en de wantsen eruit bonjouren, want binnen gaan de beestjes alleen maar dood door een gewisse uitdroging.

Vliegen zijn er ook. Zou de gespotte muis van een paar dagen geleden ergens zijn verscheiden en ligt die nu ook uit te drogen ergens in een donkere hoek? Muizenkeutels en knaagactiviteiten zijn er niet geweest. Even afwachten maar. De was zit in de machine. Ik had het duidelijk op de heupen vanmorgen en dan moet je er onmiddellijk gehoor aangeven voordat de bui weer overwaait. Gemiddeld met het vele schrijfwerk en het schilderen zit ik hier meer dan thuis. Dan moet de adrenaline op een andere manier gevoed worden. Met zoiets als het huishouden, bij gebrek aan beter.

Op het net speuren we naar de bezienswaardigheden van Pécs en warempel, ik vind eindelijk het poppentheater waar ik al zo lang naar op zoek ben. Ik wist dat ze hier in Hongarije prachtige kindertheaterstukken kunnen maken. In dit speciale poppentheater staat het bol van het edele schimmenspel. Het gezelschap heet Márkus Zinház en het theater bevindt zich in de oude binnenstad. Het ziet er prachtig uit en ik ben dan ook erg benieuwd.

Een van de geijkte bezigheden tijdens de verschillende projecten was het schimmenspel op school in de groep. Laken met een paar strengen wol aan twee punten ophangen in het systeemplafond, oude diaprojector erbij en spelen maar. Met eigenhandig getekende monsters, of spoken op stokjes kom je al een heel eind en wat te denken van een groter laken, zodat ze er zelf achter konden kruipen. Op die manier hebben we nog eens Opa Bakkebaard gespeeld en zijn huisje, met verschillende attributen, een bezem om schoon te vegen, een stofdoek om af te stoffen, een emmer om ramen te zemen en wat de beste man verder niet allemaal kan gebruiken om zijn huisje proper te maken. Het publiek zong natuurlijk uit volle borst mee. ‘Opa Bakkebaard, heeft een huisje en in dat huisje is het goed, opa Bakkebaard heeft een huisje en weet jij wel wat ie doet’. De mime-speler zong dan als antwoord wat hij uitbeeldde. En zo kwamen ze allemaal om de beurt aan bod. Zo simpel was het. KInderen zijn, wat dat betreft, oneindig dankbare ontvangers voor ons, om verwondering op te roepen en het optimale genieten.

Inmiddels staat het theater op nummer twee van de lijst ‘nog te bezoeken’. Op één staat de kwekerij die we pas ontdekt hebben en waar we nog wat planten en struiken zullen inslaan, voordat het kouder wordt, om volgend jaar de tuin weer vol prachtigs te hebben.

Lief neemt het houten Afrika-beeld mee, dat op de vensterbank stond. Het komt op de zuil te staan in een nisje van bomen. Terug naar de natuur. Als je over het terrein wandelt zie je overal van dat soort grappige ontdek-dingen. Tussen alle bedrijven door ga ik hem af en toe opzoeken, want hij kan zich totaal verliezen in deze hof met het ‘schilderen’ van mooie zichtlijnen en bij het aanleggen van paadjes.

Het zich op het huis wordt steeds prachtiger. Een echte hof is het zo langzamerhand aan het worden. Zo hebben we het ook genoemd. De hof van tijt en eeuwigheid. ( Tijt met een -t-, naar de achternaam van lief). Tijd te over om in alle rust dergelijke zaken aan te pakken, maar wel elke dag ervan genieten, rond borreltijd, Nu onder de hazelnoot-boom met het bamboe-windorgel en op de twee bamboe ligstoelen die we van vriendinlief hebben gekregen. Het kleine geluk. Wat valt er nog meer te wensen.

Overpeinzingen

En als je ouder wordt, is elk jaar er een

Lief was gisteren jarig en als cadeautje stond ik net zo vroeg op als hij om zijn ochtendwandeling mee te lopen. Verguld was hij ermee. Ik had mijn hoge kloffen aangedaan want na het bos achter de Datsja hebben we nog een aan de natuur gelaten stuk land met een klein bos erachter en dan de landweg. Over de landweg heen liepen we naar het uiteinde van het dorp. Zover als ik aankon. Dat viel in de frisse ochtendlucht niet tegen en dankzij de opkomende zon, glinsterde ons vanuit de berm extra schoonheid tegemoet in de vorm van leeuwebekken, gulden roede, wilde munt, cichorei en duizendknoop in volle bloei. De meegenomen koffiekoppen stalden we leeg aan het eind van ons stuk land om ze later weer te kunnen ophalen.

De oude maisplanten met hun diep okergele kleuren glansden in het zonlicht, het Mecsek-gebergte had die prachtige grijs-blauwe kleur van nevel. Als iets het perfecte plaatje moest zijn, dan was het dit wel.

Vriend kwam langs om naar de goot van de Datsja te kijken, die wat stormschade scheen te hebben. De bomen aan de achterkant hadden met hun takken waarschijnlijk de sintels opgeschoven. Het lekte nog niet, maar er moet wel snel wat aangedaan worden. Nu moet eerst de spaanplaat eronder weer drogen.

Koffie, ochtendrituelen en op pad binnendoor naar de wijnberg en het huisje van vriendinlief, die nog twee bamboestoelen voor ons heeft en de fiets. Om te weten hoe lief straks terug moet fietsen gingen we binnendoor de berg op. We waren al eens op de bonnefooi een poesta opgereden, maar dit sloeg alles. Over de meest onmogelijke paden en verstuivingen heen, door ruige bossen, langs stapels gekapte woudreuzen en zelfs dwars over de poesta heen zochten we ons een weg. Arme witte Truus zwoegde zich over de onverharde wegen, door het stof en over kuilen en keien heen, een dikke wolk stof achter zich aan sliertend. Saharazand was er niets bij. Ze kwam er heelhuids uit tot onze grote opluchting, maar ik moest wel een aantal aanzienlijke meters achteruit over een bonkige en gekuilde zandweg rijden, omdat er niet te draaien viel. Ook dat ging goed. Het onmetelijke uitzicht, de doodse stilte, de ongelooflijke leegheid van het bestaan met die strakblauwe lucht erboven was de beloning, maar het dorp bleef een brug te ver. Uiteindelijk reden we over de vertrouwde 6 naar haar huis toe en veegden Truus zo goed en zo kwaad als het kon, een beetje schoon. Ze was zo geel als haar eigen nummerborden. De overwinning was de verbetenheid waarmee ik alles op alles had gezet om weer op een geasfalteerde weg te komen. Daar vind ik mijn vader in mij terug. Niet de moed laten zakken maar ‘ik moet en ik zal’, kiezen op elkaar en gaan met die banaan.

Het huisje zag er nog verlatener uit, nu de ziel eruit was. De stoelen pasten in de achterbank-vrije laadbak en Lief reed de fiets naar de weg, om daar voorzichtig weg te fietsen, terwijl ik Truus terug reed naar onze veilige haven. Wat een avontuur hadden we achter de rug. Buiten wat roofvogels en een paar fazanten zagen we geen grotere dieren. Die bleven wijselijk verstopt, maar de immense natuur bleef imponerend.

Ik wilde net bij het hek gaan zitten om lief op te wachten, toen hij er aan kwam fietsen, stralend en wel. 74 jaar jong en blozend. Mijlpalen halen is zo mooi. En als je ouder wordt, is elk jaar er een.

Overpeinzingen

Zo kom je vanzelf bij de kern in jezelf uit

De een na laatste vraag mocht ik zelf verzinnen en ik schreef het volgende”

‘Ik vroeg me af of jullie er nieuwsgierig naar waren hoe ik tot het schrijven van de blog ben gekomen en waarom elke dag. Zo hebben jullie ook een inkijkje in de gedachtenwereld van mij.’

Omdat mijn moeder dagboeken had bijgehouden, in totaal vijf stuks, ben ik begonnen, zoals al eerder uitgelegd, met het schrijven van Mutsjesweer. Omdat ik altijd zo vroeg wakker was deed ik dat rond een uur of vijf. Toen de laatste bladzijde daarvan was geschreven werd het wel heel stil. Toen bedacht ik me dat ik er een stukje uit kon pakken en dan naar aanleiding van haar bevindingen mijn eigen wereld kon openen en mijn gedachten er op los kon laten, een soort dialoog in gedachten en over grenzen heen. Oma was al heel lang niet meer hier natuurlijk. (04/02/1919 – 17/ 04/1990).

Zo kwam het dat ik van alles ben gaan uitschrijven. De blogs schreef ik iedere ochtend en het is maar zelden dat ik een dag oversla. Wat ik merkte door het schrijven: Het bleek een goede manier om spanningen, moeilijke problemen of lastige knelpunten, maar ook fijne zaken als familie-uitjes, gedeelde momenten, ontroerende voorvallen, grappige dagen te verslaan en zo te verwerken. 

Bovendien veranderde mijn schrijfstijl gaande weg met vooral het idee ‘less is more’ en kon ik veel gevoelens beter onder woorden brengen. 

Wijzer wordt een mens er ook door, want je kijk op de wereld verandert. Door zo in de vroege ochtend even een moment bij de dag te blijven, wordt de beleving intenser. Begin de dag met ‘schrijf je wijzer’ of vind er een eigen weg in om even bewust te zijn van het leven.

Een mooi voorbeeld daarvan is het volgende: Twee van de mooiste lessen die ik op school in mijn aanbod had gebreid, waren de filosofie kringen en de reflectie kringen. De laatste vond elke dag plaats aan het einde van ons programma. Om stil te blijven staan met waarmee je bezig bent, bewust te kijken naar wat het je gebracht heeft en met aandacht alles te aanschouwen is zo waardevol. Dat zou ik wel iedereen mee willen geven, zoals ik het ook de kinderen op school heb geleerd. 

Een goede oefening is bijvoorbeeld om te kijken naar een voorwerp en er even helemaal niets bij te denken, maar alleen te bewonderen en te beschrijven, letterlijk, wat je ziet. Een appel bijvoorbeeld heet dan; Het is rond, het glimt aan een kant, er steekt iets uit, daar zit iets aan. 

In de tweede ronde mag je je zintuigen gebruiken: Het is glad, het ruikt fris, wat er uitsteekt is hout, wat er aan zit zijn twee groene blaadjes

In de derde ronde: Doorsnijden en benoemen wat je dan meemaakt: Sappig, pitjes, harde schilletjes in het midden en tenslotte mag er geproefd worden. 

En dan is het feest. Door te bedenken waar de appel vandaan komt en hoe de boom groeit enzovoort. Een lesje filosofie in een notendop, want buiten lekker kan ie bijvoorbeeld ook troostrijk en dorstlessend zijn. Door dergelijke gedachten uit te wisselen en een object bewust te beleven kom je steeds dichter en dieper bij de natuur en de samenhang der dingen en bij de kern in jezelf uit.

Overpeinzingen

Om vast te leggen

Gisteren begon de dag in alle rust en om kwart over elf waren we op weg naar de Wijnberg, om vriendinlief op te halen en weg te brengen naar haar advocaat in een voorstad van Pécs. Ze lag voorover op haar buik op een wit laken en voor haar stond een ijzeren luik waar ze net boven uitkwam. een koddig gezicht, maar toen we zagen waar ze mee bezig was was er alleen nog maar respect. Ze had een bakootje in haar hand en moest diep in de donkere put buiten tussen allerlei kruipend en spinragmakend gedierte door de waterkraan afsluiten. Er had ooit een kraantje gezeten, maar die was allang verdwenen, vandaar deze spartaanse methode.

Verder was alles aan kant. Het huisje keurig opgeruimd, dierbare spulletjes apart gelegd, die nog mee moesten en of hier op zolder een plekje kregen of die we later langs zouden brengen bij haar op haar eiland en ze had een mandje proviand, waaronder de enorme colafles rode wijn van de buurman en veel verschillende soorten kazen.

We kregen de sleutel en zouden later de fiets en de twee bamboe-ligstoelen ophalen. Zo konden we richting het adres van de advocaat, die zou helpen met de verkoop van het huisje en het grote stuk land dat er voor lag. De laatste foto’s voor het huis, dag land, dag tuin, dag opbergschuur en klaar voor vertrek. Een laatste blik, een laatste verstilde snik. Een gedeeld leven was nu voorgoed afgesloten. Moeilijk en dapper om verdriet dat zo aanwezig is, ook hier op deze geliefde plek een eigen ruimte te geven. Ze wist dat ze het alleen moest doen om de emoties te laten golven zo ze zich zouden aandienen. Nu was ze er klaar voor en mee.

Bij de advocaat werden we op het terras aan de tafel gestald. We waren veel te vroeg. Tussendoor kreeg ik een telefoontje van zoonlief, waarin de kleine krullenbol trots vertelde dat hij eindelijk naar school mocht.Hoera, daar was hij helemaal aan toe. Wat fijn voor hem. Terug naar de advocaat, die er nog niet was. Het bleek nog een tamelijk jong iemand te zijn, want we hoorden een kind protesteren, waarschijnlijk omdat het tijd was voor een middagslaapje.

Toen hij kwam was meteen het hele terras gevuld met zijn persoonlijkheid. Niet dat hij er op voorstond, maar tjonge jonge, wat een rappe associaties had hij voor ons in petto, met de bijbehorende verhalen van de familietakken op de eilanden en de verwevenheid daarvan met Hongarije, waar hij grotendeels de verkoop van huizen regelde. De regels zijn aanzienlijk lastiger dan bij ons, maar als je de weg in dit doolhof kende, dan kon je het met het grootste gemak afdoen. Wel zijn er dan ambtelijke aanpassingen die het nodige vergen.

Het was verbazingwekkend, die spraakwaterval, die we over ons heen gestort kregen. En passant was er aandacht voor de antieke suikerpot, een exemplaar uit onze jeugd, die we alledrie vanuit het ouderlijk huis nog kenden, het roemen van andere kwaliteiten dan alleen die van hemzelf en het koningshuis.

Eenmaal de formulieren ondertekend en ook Lief te hebben aangehoord over het op zijn naam zetten van ons huis, konden we afscheid nemen en kregen we ieder een prachtig fotoboek mee van een bevriend kunstenaarsechtpaar, die hier in Hongarije woonden en de bevolking in stemmig zwart/wit vroeger en nu hadden vastgelegd.

Een warm bad, daar waren we het allen over eens.

In Pécs was het hotelletje midden in de stad en wachten we in de grappige hal tot vriendin klaar was met het parkeren van de bagage op haar kamer en gingen op zoek naar een authentiek Hongaars restaurant. Van vier jaar geleden wist ze nog een adres. De inrichting was nog hetzelfde maar de kaart was volledig vernieuwd en rundvlees ontbrak nu op de kaart, maar er was wel de keuze uit vijf vegetarische gerechten met een hoog frituurgehalte. Wonderlijke gewaarwording.

We aten teveel, rebbelden aan een stuk en genoten. Afscheid zou voor korte duur zijn, beloofden wij en de foto’s die er gemaakt waren zouden we doorsturen. Zo’n mooie nieuwe vriendschap is er een om vast te leggen.

Overpeinzingen

Voor de broodnodige vitamientjes

De filosoof is een stamboom aan het maken en verzamelt foto’s van zijn voorouders en ouders in. We hangen allemaal in zijn boom. Een mooie stamboom met zichzelf aan de stam.

Stambomen kwamen vaak terug in het onderwijs en ik moet denken aan die keer toen we van oud hout er één levensecht getimmerd hadden. Met kinderen in de leeftijd van vier tot zes is dat dankbaar werk. Je neemt een oud vloerkleed, hamer en spijkers en wat afvalhout, wel splintervrij, en laat ze dan naar hartelust timmeren. Dat gaan ze absoluut doen en zo fanatiek, het is alsof hun leven ervan afhangt. Wel even wat voorinformatie verstrekken over op je vingers slaan en hoe pijnlijk dat kan zijn.

Toen ze een prachtig geval met veel staketsels in elkaar hadden gewrochten, sloegen ze aan het tekenen. Het werd een levensstamboom, dus wie allemaal belangrijk voor je waren op dat moment. Zo kon het gebeuren dat er huisdieren tussen hingen, eigenhandig getekende oma’s en opa’s, tantes of ooms en noem de hele handel maar op. Ze werden eveneens eigenhandig de boom in gespijkerd. Het werd een grandioos project en de boom mocht pronken in het halletje tegenover de groepen, zodat iedereen ze kon bewonderen.

Het leuke van onze school was dat ouders gewoon binnen konden lopen. Ze hoefden niet buiten bij het hek te wachten, maar stroomden de gangen in en als mijn deuren van de schuifwand open waren, mochten ze ook de groep in waardoor ze mee konden genieten van de eindkring. Zonder af te leiden of te storen natuurlijk. Alleen al die glunderende koppies als ze hun ouders of oppas zagen waren de moeite waard.

Daardoor kreeg het tentoonstellen ook veel meer functie, nu kon men de hele week ervan genieten. Helemaal op het laatst was dat een van de regels die teruggedraaid werd naar een reguliere. Netjes bij het hek wachten, ik heb er nooit aan kunnen wennen. Opvoeden doe je samen.

Lief is bezig met het snoeiwerk voordat we hier de winter ingaan. Vooral wilgen en breed uitwaaierende bomen zijn aan de beurt. Ik schilderde in de Datsja het portret van hem bij elkaar. Het was geploeter. Soms moet ik erg wennen aan deze verf en het gesso-bewerkte vel papier. Als je dan teveel water gebruikt, begint de gesso kuren te vertonen. Het lukte maar niet en ik dacht erover om de boel maar weer opnieuw te starten met een ander vel, maar nam eerst even afstand. De veranda is een van die bijzonder mooie plekken om op adem te komen of even los van alles wat je bezig houdt en reken maar, dat is erg veel, nu ik gravend door het verleden gaat. Bij terugkeer in het atelier zag ik ineens waar het aan lag. Met een paar vrij simpele aanpassingen kwam ik opnieuw op de juiste weg. Pauze om afstand te nemen als je er teveel met je hoofd inzit.

Bij het rustuurtje voor het eten belde ik onze globetrotters. Kleindochter had net het schoolbord tevoorschijn getrokken en maakte de ene na de andere tekening die met ahhhh’s en ohhhh’s bewonderd diende te worden. Tussendoor babbelden we de afgelopen dagen aan elkaar. Dochterlief had een heerlijk nieuwtje, maar dat is voor later want nog niet helemaal in kannen en kruiken. Het zorgde er wel voor dat het hart een sprongetje maakte. Roodborstje liet zich zien voor de eerste keer in deze herfst. En weer was ik te laat voor de foto.

Als maaltijd schoven we voor het gemak een pizza in de oven. Maar wel met een heerlijke salade Caprese erbij, voor de broodnodige vitamientjes.

Overpeinzingen

Hoe het balletje rollen kan

Het is vier oktober en dierendag. Dat hebben we hier gemerkt. Buiten grote getale mussen en koolmezen die er altijd al zijn, meer dan normaal, hadden we gisteren ineens een muisje in huis. Mijnheer of mevrouw Veldmuis trok parmantig van poot naar poot en schoot dan weer onder de verwarming of onder de boekenkast al naar gelang hij/zij er in de buurt was of niet. We hadden een doos meegenomen van vriendinlief die nog steeds afscheid aan het nemen is van haar kleine paradijsje en daar zat deze verstekeling vermoedelijk in. Tja, we hebben geen Snorrebaard (ken uw klassiekers) of Pluis hier rond lopen, dat wordt dus helaas het betere vallen-werk. Muis in huis tijdens afwezigheid wil een mens nou eenmaal niet. Bovendien kan het beter bij de sokkippen van de buurman een graantje meepikken.

Net vloog er een Vlaamse gaai laag over de grond, peuzelde merel in alle rust een druif weg en…Zag lief een eekhoorn omhoogklimmen naar dat zelfde lekkers boven op de pergola. Helaas te snel voor de foto. Voordat ik was ingesteld schoot hij de grote spar in aan de zijkant van het huis. Een week geleden was er al een grote egel voorbij gewaggeld. Heerlijk om de natuur om en rond het huis te hebben. Wat boffen we toch.

Gisteren bij vriendinlief op de wijnberg ontdekten zij en ik steeds meer overeenkomsten. We hebben dezelfde ideeën over opvoeden, over consumptie, over boeken, over eenvoudig en klein leven. Ze komt van Texel en straks gaan we haar natuurlijk opzoeken. Het is het enige eiland waar ik nog nooit ben geweest. Lief heeft een tijdje op Texel gewoond en kent haar al heel lang. Hier in Hongarije heeft hij haar man vaak geholpen met het opknappen van het Wijnhuisje. Hij hielp mee met het opkalefateren van het dak en allerlei kleine reparaties. Dergelijke huisjes staan op de ingang van een wijnkelder, de Hongaren hebben er vaak een perceel druivenranken voor staan. Ze zijn daar op de berg veelvuldig te vinden. Buurman Zoltan had een tweeliter fles cola met zelfgestookte rode wijn uit eigen voorraad aan haar gegeven, die we nu eens gingen keuren. In tegenstelling tot bij ons wordt ze koud gedronken.

Het wijnhuisje

Vriendinlief had binnen een driewielerfiets van haar man staan, die ze aangeschaft hadden toen gewoon fietsen niet meer ging. Daarmee kon hij nog wel naar het dorp. Ze heeft de fiets eigenhandig naar het verpleeghuis in het dorp gefietst en gaf aan dat ze nu nog eens extra begreep hoe veel kracht daar voor nodig was om hem over de berg te krijgen. Soms besef je achteraf pas wat een aandoening kan betekenen, als je zelf geconfronteerd wordt met wat het aan inspanning kost. Mooi om te bedenken. We babbelden over mantelzorg en hoeveel energie het kost om vooral de medici ervan te overtuigen dat iets bijna onhoudbaar is geworden in praktische zin. Ze heeft zich, net als mijn moeder, vaak niet gehoord gevoeld. Het verpleeghuis was een ander verhaal. Alsof je in de jaren vijftig stapt, zo voelde het. Na aangenaam kouten en borrelen met haar ieniemienieglaasjes reden we in de vroege avondzon naar huis met de verstekeling en de doos, maar niet voordat we beloofd hadden haar donderdag naar Pécs te brengen, vanwaar ze vrijdag naar Nederland zou vertrekken per trein.

Zoonlief heeft achter elkaar twee vragen gestuurd. Wat herinner je je het meest van elke plek waar je hebt gewoond? Zijn er speciale herinneringen aan de steden is nummertje 27 en Wat zou je aan de toekomstige generaties over jouw leven en ervaringen willen doorgeven bijvoorbeeld voor de kleinkinderen in 2050/2060 is de volgende.

Daar gaan we maar weer eens uitgebreid voor zitten. Wat de laatste vraag betreft is het lichten van de volledige doopceel met het totaal pakket aan vragen meer dan genoeg, lijkt me. Maar toch. Met overpeinzingen weet je nooit hoe het balletje rollen kan.

Overpeinzingen

Soms is afwezig zijn ook van goud

Zoonlief moest gisteren naar een congres, dus de vraag kwam later dan anders. En wat voor een. Een zelfreflectie van het zuiverste soort, maar nauwelijks objectief te beantwoorden. Kort gezegd, want er stond heel veel liefs omheen: ‘Hoe zou je willen dat wij jou zien als mama en als oma.‘

Ieder vogeltje zingt zo hij/zij gebekt is. Als ik terugdenk aan mijn eigen moeder en de verhalen die ik over haar heb geschreven, weet ik dat mijn lieve zussen dat soms op een hele andere manier hebben ervaren. Natuurlijk heb je op de eerste plaats een persoonlijk geheugen, dat al naar gelang de gebeurtenis, wel of niet gekleurd weergegeven wordt. Bovendien heb je allemaal je eigen persoonlijkheid, die maakt dat je op geheel eigen wijze op je ouders reageert, Ieder ervaart voor zich een bepaalde relatie anders. Dat was de reden dat ik altijd schreef, dat we elf vaders en moeders hadden in ons gezin, dertien als je hun eigen gedachten er bij rekent. De oudste kinderen hebben een heel ander beeld van mijn vader dan de jongsten en zo idem waar het mijn moeder betreft.

Je schept een band met alle kinderen en kleinkinderen. Die ontstaat. Er zijn types ‘Oma’ die ik niet graag zou willen zijn. Ik zou geen suiker-oma of moeder-oma willen zijn. Maar dat zijn van die wensen die diep in het systeem geworteld liggen. Kinderen mogen vrij hun eigen opvoeding ter hand nemen. Daar moeten mijn regels niet doorheen fietsen. Persoonlijke vrijheid staat nu eenmaal hoog in het vaandel. Moeder en oma zijn is ruimte geven aan zo’n eigen opvoeding en leven.

Ik wil er zijn als ik nodig ben. Met een luisterend oor, met liefde, met empathie en goede raad, als dat in mijn macht ligt. Ik vertrouw er op dat ze als zij er behoefte toe voelen aan dat alles, aan de bel trekken. Ik was geen beltrekker en weet hoe moeilijk ik het mezelf heb gemaakt door heel veel niet te delen. Pratten, noemde mijn moeder dat vroeger. Mijn vertaling: In je eigen potje sores zitten roeren zonder het licht te zien. Dat is me vaak overkomen en dan is het lastiger om een uitweg te vinden die tot tevredenheid stemt. Ik vertrouw erop, dat jullie dat kunnen en begrijpen.

Uit de brand helpen daar waar nodig is, dat past me beter. Straks ga ik weer een aantal dinsdagen kleindochterlief uit school halen omdat de kinderopvang moeilijk zit in personeel. Prime-time om extra fijne dingen te doen met haar. Een ander voornemen is kleinzoon te helpen met zijn portfolio, die hij nodig heeft voor een toelating op een school. Pareltjes dus. Er zijn straks de nodige familiedagen, die we met elkaar delen. De verjaardag en de sterfdag van de vader van de kinderen, de feesten die er aankomen en die we graag delen. Iets om zelf een stimulans door te krijgen, want is niet elke wisselwerking met kind of kleinkind een nieuwe inspiratie. Vaak wel. Door de gesprekken die we voeren, door de reactie die ze geven, door de ideeën die ze te berde brengen.

De helft van de tijd ben ik hier. Maar op afstand kan je heel dicht bij je kinderen en kleinkinderen zijn, dat heeft deze reis me wel geleerd. Met al die schrijfuren is mijn hart en geest bij hen. Dat maakt de actie van zoonlief ook zo waardevol. Soms is afwezig zijn ook van goud.

Overpeinzingen

Voor al wat leeft

‘De zoete last van het ongeleefde leven’ lees ik in de column van Marja Pruis in de digitale Groene. De zin blijft hangen door de verfijning en daarmee de verfraaiing van het onderwerp. ‘Het ongeleefde leven’, is dat het oorspronkelijke leven dat je voor jezelf gewenst zou hebben toen je eraan begon of is het de gedachte aan wat het allemaal geweest had kunnen zijn terwijl het jouwe al grotendeels heeft plaats gevonden.

De dag is vroeg begonnen. Kwart voor vijf en klaar wakker, omdat ik eigenlijk iets te benauwd ben. Opstaan, koffie maken en langzaam de duisternis plaats zien maken voor het ontwaken van de dageraad, tot de buurman twee huizen verderop een grote bouwlamp aanklikt die daar een einde aanmaakt, maar wel weer sprookjesachtige taferelen op de muur van het terras tovert.

Ongeleefd, dat is dus het niet dag zien worden door een buurman die je dat pretje ontneemt. Ongeleefd is wat er nu gebeurd op andere plaatsen op de wereld, waar ik geen deel van uitmaak. Wacht even, dat is mijn ongeleefde leven, maar het is wel degelijk geleefd. O jeetje. Filosofisch denken en dat zo vroeg in de ochtend. Ongeleefd kan al niet, als ik mijn corrector moet geloven. Het zou ‘onbeleefd, ingeleefd of ongeliefd’ kunnen zijn, maar ongeleefd is het geen van drieën. Die drie begrippen kunnen zich wel voordoen in dat ongeleefde leven van mij, zou zelfs een thema kunnen zijn. Stel je voor dat ik ongeliefd was, of onbeleefd, hoe zou dan mijn ongeleefde leven eruit hebben gezien. Chaos in dat wakkere hoofd van mij.

Gisteren heb ik lief geschilderd. Dat wil zeggen, een jongere en vrouwelijke versie van hemzelf. Nu vind ik het wel een mooi portret, maar het is maar een zweempje hem. Natuurlijk zou ik het aan kunnen passen, maar ik geloof dat ik er voor kies het helemaal over te doen en dit portret te laten zijn zoals het is. Een vleug herkenning.

Lief was in de tuin aan het schilderen met zijn kleine zaag en zijn scherpe blik. Hij heeft al doende een Berceau of loofgang gecreëerd aan de linkerkant van de tuin. Deze zichtlijnen zijn er nu overal. Zo schep je diepte in een landgoed en schoonheid. Dat heet schilderen bij hem, alleen bij hem naar de werkelijkheid. Haha.

Er liep net een wonderlijk beestje in de slaapkamer. Bij nader bekijken met de zaklamp van de telefoon zag het eruit als een verzameling pootjes. Geen spin, maar bij nader onderzoek, lief had hem naar de vloer van de gang geloodst, bleek het toch uiteindelijk een prachtig krekeltje te zijn. Hij bleef tenslotte heel stil zitten op de hand van lief. Dat leverde een paar mooie plaatjes op. Ik zeg: ‘Krekelgeluk op de vroege morgen brengt vast een dag zonder zorgen’. Denk ook onmiddellijk aan de krekels van Vasalis, die in Afrika geconfronteerd wordt door een plotseling aanzwellend getjirp van krekels, waarmee ze zich bewust wordt van de tijd, een klok die tikt en die maar doorgaat.

‘Er is geen rust. Er is geen nacht/oneindig en geen stilte stil./Geen groot verlangen, geen enkele wil/kan maken, dat hij even wacht,/de eenmaal aangevangen tijd.’

De krekel zit nu veilig buiten, op de bladeren van de hosta en kan tjirpen tot in het oneindige. Fijner voor dat mooie beestje en beter voor ons. Een tjirpende krekel in je kamer brengt een enorm lawaai met zich mee. Ooit zat ik in Huize het Oosten en hield de wacht, toen krekels ook een concert aanhieven en ik bang was dat de hele ziekenboeg klaar wakker zou zijn als het lang zou duren. Maar even plotseling als dat het opgekomen was, ebde het ook weer weg.

Het is weer inktober en gisteren was het item: Dream en in mijn beleving kan er maar een droom bewaarheid worden. Een betere wereld voor al wat leeft.

Overpeinzingen

Uithijgen en erbij blijven

Er zijn nog zes vragen te gaan. Nummer 25 gaat over mijn COPD en hoe zeer zoonlief mijn positieve houding ten aanzien van deze aandoening respecteert. Hoe of ik het ervaren hebt en wat de tekortkomingen zijn die het me oplevert.

In het geval van aangedane longen voltrekt zich het proces geleidelijk. Het allereerste moment dat ik merkte dat er iets haperde was bij het instuderen van de nieuwste Hongaarse choreografie met onze volksdansgroep Cioful. Ik kon het tempo niet meer bijbenen en legde het halverwege af. Een en een is twee. Als iets met het vorderen van de leeftijd, ik was net vijftig geworden, niet meer gaat, worstel er dan niet mee door, maar zoek een nieuwe hobby. Intuïtief wist ik waarschijnlijk dat het alleen maar tot meer aftakeling zou leiden. Als je iets moet zien te voorkomen is het dat gevoel. Niets depressievers dan het niet mee kunnen komen.

Het volgende moment was ook zo’n cruciale en onverwachte actie. Tijdens het optreden in ons toneelstuk voor Nederlandse basisschoolkinderen in Parijs aan het NVTC ontdekte ik tijdens een rolwisseling en een nogal gehaast verkleden, dat er geen lucht genoeg was. Lichte paniek, een hervatten van de ademhaling en een sussende redevoering met mijzelf was het gevolg. ‘Kalm, kalm, kom tot rust, haal adem, armen boven je hoofd, neem een flinke teug, het komt goed’. Deze vorm van persoonlijke mindfulness zette zoden aan de dijk, zonder verdere gevolgen, maar de toon was gezet.

Hoe het verder ging heb ik eigenlijk al beschreven. Wakker worden met een gevoel dat je het niet zou redden kwam mij op de diagnose hyperventilatie te staan. Diverse keren ging het mis met de ademhaling. Geen aanwijsbare oorzaak tot dan toe, tot op een keer een van de andere huisartsen in de praktijk bedacht dat het misschien raadzaam was om een spirometrie te doen, ofwel een longblaastest. De uitslag was alarmerend. Volgens de toen geldende meetnormen had ik Gold 3 en er waren maar vier stadia. Na verwijzing ging het in het ziekenhuis verder met het onderzoek en blaasfunctietesten en daarna keerde ik met een aantal richtlijnen naar huis.

De voornaamste oorzaak was het werken met de stoffige zakken kleding in de kringloop waar een ventilatiesysteem ten enenmale ontbrak. Alle stof van tafels vol kleding regelrecht in de longblaasjes. Ja ja. Nog steeds is het eerste wat ik doe bij het binnenlopen van een kringloop, stiekem een glimp opvangen van de sorteerkamer om veelal te ontdekken dat het nog steeds droevig is gesteld met het afvoeren van de vuile lucht.

Beperkingen kwamen op de gekste momenten. Iedere week gingen wij, drie van de vier zussen, vaak een wandeling maken, maar na verloop van tijd merkte ik dat ik merendeels achteraan liep te sloffen en alleen maar foto’s van de achterkant van de zussen kon maken. Bovendien traineerde ik de boel, vond ik zelf, ook al bezwoeren ze dat het geen belemmering was, maar dat ik het aan moest geven. Dan hielden ze natuurlijk pas op de plaats. Dat zou ik om de haverklap moeten doen. Het werd er niet gunstiger door. Ook hier was het beter om af en toe eens mee te gaan bij het bezichtigen van een stadje, waarbij je dan slenteren kon en sneller een plek vond om even op adem te komen, maar de wandelingen werden allengs minder. We gaan nog wel een week weg ieder jaar, maar ik kan niet verhelpen dat het soms voelt als het bekende blok aan het been, waarbij ik de rol van blok heb. Ze doen hun uiterste best hoor, daar ligt het niet aan, maar het is mijn gevoel van eigenwaarde dat het meest in de weg zit. Ook omdat ik soms nergens last van heb en dan soms weer, bij heuveltjes of stukjes lopen van niks, ongelofelijk moet bijhijgen om zuurstof te happen. Je kan er geen peil op trekken. Dat is het ongewisse in dit ziektebeeld.

De lucht in Nederland is erg verslechterd. In Hongarije merk ik dat nog het best. Hier is minder verkeer, veel meer natuur, veel minder vocht in de lucht. Het voelt beter. Alleen de obstakels, het hochie op of een flinke trap beklimmen gaat zoals altijd moeizaam. Met rust tussendoor kom ik een heel eind. We zijn nu bijna zover dat ik mijn draagstoeltje mee ga nemen om af en toe even te kunnen zitten en uithijgen.

Dat is het motto. Uithijgen en erbij blijven.

Overpeinzingen

Een reëel ongemak

Ik zit in de Datsja en ben toch even teruggelopen om een dikke trui en een warme sjaal over de zomeroutfit heen te gooien. Als de zon doorbreekt is het onmiddellijk 25 graden, maar zodra er wolken voorschuiven, keldert de temperatuur en met het windje erbij krijgt het een wat herfstig karakter. Wel had ik van de nood een deugd gemaakt om tegelijkertijd thee, chocola en voor mij een nog niet genuttigd crackertje met kaas mee te nemen. Vanmorgen was ik aanvankelijk druk met het schrijven op de lange vraag van gisteren en eergisteren over de goede eigenschappen, die ik ieder kind toe wilde dichten. een tijdrovende klus en de volgende vraag stond al klaar: ‘Hoe oud was je toen je in de overgang kwam en hoe heb je dat ervaren? Heb je ooit hulp gekregen van de dokter of andere (homeopathische)medicijnen?

In deze twee maanden ga ik een heel eind door dat verleden van mij en alles wat er gebeurd is. De kinderen spelen daar voortdurend een belangrijke rol in en ze zijn dichterbij dan ooit ook al hebben ze het zelf natuurlijk nog niet door. Oudste zoon wel, omdat die de vragen stelt.

Vanmorgen hadden we daar ook een gesprek over. Als je aanhoort, wat een ander vertelt of geschreven heeft en je geeft er geen mening over, omdat je vindt dat het de visie van de ander is, die je moet respecteren, dan kom je nooit tot een gesprek. Dan valt het klankbord weg. Waarom schrijf je een blog. Vaak om ook echt gehoord te worden. Opmerkingen over je gedachtengang kan dan alleen maar een aanvulling zijn, omdat je ermee kan lopen stoeien, maar ook omdat het de nodige verheldering kan brengen. Er moest even over nagedacht worden. De geest heeft voeding nodig en alleen de schoonheid van de omringende natuur is dan niet genoeg. We kijken elke avond een film, maar ik ben ze een beetje zat, omdat het niet de films zijn die we normaal gewend zijn te kijken in de filmtheaters en die we zorgvuldig hebben uitgezocht op een bepaalde diepgang, waar dan een eventuele gedachtewisseling uit voortvloeit.

We schudden de kaarten opnieuw en nemen ons voor om meer te lezen, af en toe een betere film te zoeken en het verhaal goed uit te pluizen alvorens te bekijken. Misschien zijn er ook betere documentaires te vinden bij NPO Plus. Goede voornemens zijn bij tijd en wijle nodig. Het lucht op, terwijl hier het luchtruim dichttrekt.

Die overgang bij mij begon met het wakker worden op een ochtend toen ik rond de vijftig was, in de stellige overtuiging dat ik dood zou gaan. Een raar gevoel rond mijn hart, hartkloppingen, benauwd en een wonderlijk naar binnen trekken van het bewustzijn. Toen ik de vervangend arts belde, het was natuurlijk in een weekend, kon ik komen en hij plaatste de diagnose ‘hyperventilatie’. Geen fijn stempel, kan ik jullie verzekeren. Vanaf toen werden al de klachten die ik daarna kreeg, waarbij regelmatig het hart een duit in het zakje deed, geschaard onder de kop ‘Hyperventilatie’. Drie keer op de cardio opgenomen geweest, wonderlijke ervaringen in een overvolle groep kinderen meegemaakt, soms weer op huis aan gemoeten. Ik was niet in orde maar het was gediagnosticeerd. Hyperventilatie, het zit tussen de oren. Geen medicijnen, geen nadere onderzoeken, de pimpelpaarse neus ten spijt en de absurd hoge bloeddruk waarmee ik op de eerste hulp terecht kwam. Ondertussen was de menstruatie aan het afbouwen. Aan de overgang begon ik pas te denken toen ik er opvliegers bij kreeg. Het hele gedoe had me vreselijk onzeker gemaakt over het lichamelijk functioneren. Toevallig kreeg ik een artikel onder ogen, dat nogmaals over vrouwencardiologie ging en waarin men bevestigde dat klachten van vrouwen vaak worden toegeschreven als iets wat tussen de oren zou zitten. Pas toen bekend werd dat COPD de grootste boosdoener was, begon ik me zelf ook weer wat te herpakken. Een bevestiging van wat ik eigenlijk allang wist. Het was een reëel ongemak.

Overpeinzingen

Alles wat roert en zich laat roeren

De herfstastertjes zijn onmiddellijk veroverd door talloze bijen. Ze zwermen er lustig omheen en doen zich te goed aan de zoete nectar. Het is vooral het kleine leven dat hier welig kan tieren. Alles wat vliegt heeft voedsel in overvloed. Een paradijs zoals je je ook voor jezelf zou wensen. Kleine Holle Bolle Gijsjes in luilekkerland. De vlinders zijn soms zo dronken, dat ze tollend moeten uitrusten op een van de houten pilaren van het terras. Druif, vijg, bloemen in overvloed.

Gisteren kwam vriendin vanaf de wijnberg per fiets naar ons. Stevig half uurtje fietsen, met een extra bandage om de knie, want het betere trapwerk en super banden om haar racefiets. Ze bewonderde het landgoed en de bedrijvigheid in de Datsja en daarna zaten we heerlijk onder de hazelaar en overbrugden opnieuw de jaren. Ze vertelde dat ze naar het thermaalbad in Szigetvar was geweest. Ze was er voor het laatst met haar, nu overleden, man. De herinnering aan alles en het goede gesprek dat ze daar nog hadden gevoerd had een kraantje opengezet en de zilte tranen stroomden haar over de wangen. Al het verdriet kwam eruit, misschien ook wel het schrijnen van het gemis, de zorg die er geweest was, en alles wat niet meer gedeeld kon worden. Dat was toch al steeds aan de hand. De emoties golfden hier op en neer. Logisch, als je bedenkt dat ze hier de laatste keer nog samen waren geweest.

In de Groene van deze week stond toevallig een artikel van de analyticus over ontroerd. Iemand omschreef zichzelf als een huiler, die om een ander huilt, niet zozeer om zichzelf en verklaarde dat voor zichzelf positief omdat er in contact gestaan werd met de emotie. De analyticus echter draaide het om. Durf jij wel met je eigen emoties te dealen of scherm je het af en kan je daarom zo snel om andere aandoenlijkheden huilen.

Natuurlijk betrek ik het op mezelf. Ontroerd kan ik raken van mooie dingen, van oude mensen, van een bevende hand. Ik kan in vervoering raken van mijn gedachten over opvoeden als ik aan anderen wil uitleggen, waar mijn passie precies inzit. Maar dat is een ander huilen, dat vind ik hooguit vervelend omdat ik dan niet goed uit mijn woorden kan komen.

Wat is huilen vanuit je diepste emotie. Dat is wat er nu met vriendinlief gebeurde. Dat voelde ik mee en begreep het onmiddellijk. Te vaak heb ik aan die kant van de lijn gestaan. Dat diepste verdriet, omdat iets voorgoed veranderd zal zijn.

De analyticus geeft een goede raad. Schaam je niet voor je verdriet, voor de tranen die het oproept. Laat niemand je ontroering afpakken. Er was een tijd, dat geroerd worden voor en door anderen als een groot talent werd beschouwd. Misschien zou je toen wel als professionele rouwer worden ingehuurd. Niet omdat je verdriet had, maar om de ontroering in het algemeen te vieren. Om te vieren dat alles altijd en overal in beweging is.

Vriendin schaamde zich zeker niet. Bovendien was er al water genoeg aanwezig. Een waterval verdriet kon ernog wel bij. We hebben langzamerhand door het leven wel geleerd dat je verdriet er mag zijn. Tegenwoordig schrijf ik het op en geef dat aan een ander om mijn passie of mijn ontroering voor te laten lezen door hen. Ik weet dat ik er niet uitkom. waarom pijnigen als alles op te lossen valt. Nu hoef ik alleen maar te knikken, met die brok in mijn keel. Bij verdriet, bij vreugde, bij passie, bij schoonheid. Inderdaad, om alles wat roert en zich laat roeren.

Overpeinzingen

Zo werkt dat

Er bleek toch een groot tuincentrum te zijn in Pécs. Niet, zoals over het algemeen het geval is, toegevoegd aan een bouwmarkt, maar een op zichzelf staand bedrijf met kassen rondom. Eindelijk gevonden waar ik al zo lang naar op zoek ben. Op de kale plek in het tuintje waar de Bijvoet had gewoekerd wilde ik heel graag herfstasters hebben. Een sterke vaste plant, die het wat langer uit kon houden dan de gemiddelde bloemensoort. We moesten er een stukje de berg voor op. Het gaat me steeds makkelijker af om de weg te vinden in deze stad, waarvan de infrastructuur allengs duidelijker wordt. Aan het aantal kerken in iedere wijk is duidelijk te zien, dat een aantal dorpen zijn toegevoegd aan de stad zelf. Zo werd het groter en groter. Die kerken staan er allemaal nog. Sommige goed onderhouden, anderen totaal in verval. Bijzonder vind ik dat.

We reden de kleine straat de eerste keer voorbij, omdat het eerder een steeg leek. Toen we het eenmaal hadden ontdekt, moesten we verder naar boven rijden. Daar kwamen we op de plaats van bestemming aan. We zagen een lieflijk huis met een groen houten balkon over de hele breedte en een mooie bloementuin ervoor. Dat kon ook haast niet anders.

Bescheiden hadden we de auto op een klein parkeerhaventje aan de zijkant van het huis geparkeerd en we liepen naar achteren. Daar bleek een walhalla aan planten, bomen en struiken verscholen te liggen, tegen de berg op. Goed onderhouden met uitgebreide drainage-systemen . Trapsgewijze terrassen met hun koopwaar. Je kon het zo gek niet bedenken of het was er. Niet langer hoefden we te verzinnen hoe we wat bloeiend goed vanuit Nederland naar hier konden krijgen. Dat zou een totaal overbodige missie zijn, want de prijzen lagen gemiddeld lager dan in Nederland.

Asters in diverse kleuren, winterviolen te over in de grote kassen, bloeiende Oleanders, grote pollen Begonia’s en Petunia’s, maar ook clematissen en rozen in alle maten en soorten. Klein grut, groot grut en voor lief, heideplanten en muurbloemen in grote getale. Kruiderijen te kust en te keur met vooral een uitgebreide salieverzameling.

We hebben in de tuin een rotsachtige heuvel, waar die heideplanten echt goed zouden staan. We besloten ons te beperken tot de asters en pas als de grond was voorbereid tot de koop van de bloeiende heide over te gaan. Het personeel was vriendelijk en er heerste een kalme sfeer. Opgetogen over de gedane ontdekking reden we weer naar huis.

Dat zijn allemaal kleine veroveringen, die ervoor zorgen dat je je nog meer thuis gaat voelen.

De buurman was met hele andere zaken bezig. Terwijl lief de vlier achter de Datsja aan het snoeien was, zag hij hoe twee tuinen verder de nieuwe bewoners een groep witte ganzen had lopen. Buurman was er in gedoken en had er een uitgehaald, die hij kennelijk voor de slacht wilde gebruiken. Niet zachtzinnig ging hij te werk en uiteindelijk kwam er een knuppel aan te pas om het dier af te maken. Er stond een dochter bij, die toch maar even het hoofd afwendde.

Ik dacht aan de achtertuin in de Amandelstraat en opa Driehuis die een kip onder handen nam, maar ook Flappie, het lied van Youp van ‘t Hek kwam naar boven. Eigenlijk weet ik het wel. Het is geen barbarij, maar een duidelijke andere inslag, typisch voor het platteland én een cultuurbepaalde handeling. Je houdt dieren voor het vlees of de eieren. Alleen zijn wij er verder van af gaan staan. Bewust door veranderende inzichten. Zo werkt dat.

Overpeinzingen

Joost mag het weten

WordPress vraagt welke merken er onlosmakelijk verbonden zijn met mij. Haha, geen een. Want een Secondhand-Rose is nooit merkenvast. Wat consumpties betrof: Mijn vader wilde altijd alleen maar dat ene Utrechtse koffiemerk, had een vast merk zware shag en een voorliefde voor de enige echte Ossenworst en mijn schoonvader wilde niets anders dan de, in zijn ogen, enige echte sinaasappellimonade.

Maar van eten en drinken zijn wij, zeker hier, totaal niet gebonden aan een bepaald merk. Als enige andere restrictie hebben we zonder vlees en zo gezond mogelijk, met weinig of liefst geen kleurstoffen, e-nummers en andere toevoegingen. Toen we vroeger op vakantie gingen naar het buitenland was de auto extra zwaar beladen onder de levensmiddelen, tot aan aardappelen toe, die allemaal mee moesten. Dat alles in het kader: ‘Wat de boer niet kent, vreet hij niet’. Dat laatste is niet helemaal juist. Dankzij mijn vader, die wel van lekker hield, leerden we in de jaren zestig de oosterse keuken kennen.

Mooie vraag voor vandaag, over waar je van droomt en waar je dan niet aan toekomt om dat te verwezenlijken.

Ik schrijf er een paar uit en besluit als volgt:

Dromen zijn wensen en wensen zijn gekoesterde verlangens. Je bent nooit te oud om te dromen en weet je wat zo leuk is, dat je dat altijd en overal kan doen. Zo droom ik ook wel eens van een tuin vol bloemen, waar je nauwelijks iets aan hoef te doen, omdat het zo goed is aangelegd met de juiste grond eronder. Haha. Dromen zijn ook vaak utopiën. Zorg dat je altijd wat te dromen hebt.

Gisteren had het snoertje van de Ipad het spontaan begeven. Het ene deel stak er nog in en de draad kwam er met een paar missende tandjes uit. Lief dacht dat ik er onder leed omdat er nog te schrijven viel, maar niets was minder waar. Er bleek gewoon in Szigetvar een Eurotechnics te zitten, die wel dat merk snoer had, over merken gesproken.

Dus na het ochtendritueel op pad. De jonge verkoper hielp ons vriendelijk en efficiënt. Met een nieuw snoer in de tas besloten we het stadje eens goed van binnenuit te bekijken, want we waren wat vroeg voor het bezoek aan een vriendin van Lief, die op de Wijnberg een huisje had en gisteren uit Holland was aangekomen. Ze wilde nog een keer afscheid nemen van de plek waar zij ooit met haar man vol idealen begonnen was om er een fijne vakantieplek van te maken tot manlief een ernstige spieraandoening kreeg. Ze was er al vier jaar niet geweest en kwam nu omdat haar man dit jaar overleden was en ze haar gemis en grote liefde nog een keer daar wilde voelen en meemaken. Afscheid nemen is vooral het gemis een plek geven in je geest en in je hart.

Het deerniswekkende bosje bloemen dat we bij ons hadden, kochten we van een vrouwtje die aan het bedelen was in de kerk, waar lief net 1000 forinten in een offerblok had gefrommeld. Dan kan je bijna niet weigeren. Bovendien hadden we een lieve en aandoenlijke welkomstgroet. Zij was ongelooflijk blij met, nog een keer, 1000 forinten, omgerekend ongeveer 2,58. De kerk was prachtig en door het hek heen konden we ons vergapen aan een rijke keur van ornamenten.

Bloemetjes voor vriendin, die zich inmiddels door het spinrag heen had gebaand en haar huisje weer betamelijk op orde had. Wat een uitzicht vanuit hier. We genoten alle drie van de vele verhalen en verslagen en van alle punten van overeenkomst. ‘Alsof ik je al jaren ken’, zei ze bij het afscheid. Dat was geheel wederzijds. We gaan elkaar nog vaak ontmoeten. Zo dapper daar op die eenzame plek met een wat wonderlijke Hollander aan de voet van haar landje en tussen alleen maar afwezige Hongaren in. Het was er dood-en doodstil. Dan hou ik toch wel van de reuring hier in het dorp.

Het is dagpauwogen-tijd en een gekartelde aurelia fladderde lustig er tussendoor. Waar nu de Atalanta’s gebleven zijn? Joost mag het weten.

Overpeinzingen

Een gelukkig mens

De dag van mijn leven. Nou ja. Het begon wat bewolkt maar allengs brak de zon toch door het grijze dek heen. De dag was kalm aan het verlopen. Beetje rommelen, beetje lezen, beetje puzzelen en in de ochtend had ik zoals gewoonlijk geschreven. De vraag van zoonlief voor gisteren luidde: ‘Welk advies zou je aan je jongere zelf willen geven met alle kennis en ervaring die je nu hebt opgedaan in je leven’. Naar aanleiding van mijn blog van gisteren gaf ik ze het advies van Lao Tse mee met de volgende toevoeging:

De rode draad, die door de blog van gisteren heen liep, had alles te maken met het zoeken naar je eigen pad. (…) Je wordt opgeslokt door drukke bezigheden, beslommeringen van alledag, nieuwe ontwikkelingen op je werk en thuis en soms ben je dan in je hoofd zo hard aan het rennen dat het de hoogste tijd is voor een pas op de plaats. Dat advies zou ik mezelf mee hebben willen geven. Vergeet niet tussen alle bedrijven door geregeld een pas op de plaats te maken, even los te komen van al wat belangrijk schijnt maar het in wezen niet is. Samen met je partner en met je kinderen. Leef bewust met elkaar, leer van elkaar, hou van elkaar en vertel het elkaar. Ga regelmatig er even tussenuit, zodat je tot jezelf kan komen. Omarm je, haal diep adem, wees je bewust, voel de natuur en maak je klaar om een volgende carrousel mee te draaien. En dan weer een pauze in te lassen. Een pas op de plaats. Geef het handen en voeten want wie het gevoel door kan geven aan iets wat rechtstreeks vanuit je gedachten daardoor vorm krijgt, zal de druk van de wereld beter aankunnen, daarvan ben ik overtuigd.

Soms voel ik me een opvoedend vingertje en vraag me dan af of het goed is het zo op te schrijven. De bedoeling is, dat ze zelf blijven denken en het niet klakkeloos overnemen. Maar als ik naar mijn schatjes kijk, weet ik eigenlijk zeker dat ze dat ook altijd zullen blijven doen en dat ze me niet als belerend zullen ervaren. Ik heb net zoveel gestruikeld als zij in hun leven zullen doen. We leren ervan.

Na het boodschappen doen en een kloddertje hier en daar, mijn moeder en haar vriendin (neem ik aan), zal ik ze in sepia of grijstinten vereeuwigen. Dat laatste is misschien zelfs het mooist. Voor mezelf heb ik al bedacht dat het niet hoeft te lijken, omdat het om de impressie gaat. We zullen zien hoe dat uitpakt. Maar waarom was het de dag van mijn leven.

Simpel. Toen ik Lief had gewaarschuwd dat we op de veranda even lekker konden borrelen bij zicht op de zon die het bos achter de datsja had ‘aangezet’ en naar het huis liep om wat lekkers te halen, bekeek ik de paar schamele bloemen nog even in het kleine tuintje naast het terras. Opeens zag ik hem met mijn kippige ogen vlak voor mijn neus bij de kleine gele bloem: De kolibrie-vlinder. Veel over gehoord en nog nooit zelf aanschouwd, en nu begreep ik waarom niet. Als je het diertje niet kent, kijk je over de wat mottige uitstraling heen, mottig in de letterlijke zin van het woord. Als een hele grote mot. Niet heel uitbundig van kleur, een zacht oranje met fluwelig bruin. Waanzinnig dat het zo maar voor mijn ogen bleef fladderen en met zijn lange tong met gezwinde snelheid nectar opzoog. Ik kreeg weliswaar de kans niet om het vast te leggen, maar mijn dag kon niet meer stuk. Dat zijn ook momenten voor een pas op de plaats. Er even in blijven hangen in dat klein geluk.

Hier zit een gelukkig mens.

Overpeinzingen

Alleen al de gedachte eraan.

Op Instagram kwam ik een mooie uitspraak van Lao Tse tegen, de Chinese wijsgeer, die eigenlijk onmiddellijk vervulde. Het is als volgt:

Let op je gedachten, ze worden woorden.

Let op je woorden, ze worden daden.

Let op je daden, ze worden gewoonten.

Let op je gewoonten, ze worden karakter.

Let op je karakter, het wordt je bestemming.”

Lao Tse

Hij is de auteur van de Tao te Ching, het boek van de weg en de deugd, de grondlegger van het filosofische Taoïsme.

Toen lief en ik in de jaren zeventig onze levensweg probeerden vorm te geven, kwam daar een hoge dosis belangstelling voor de Oostere wijsgeren bij kijken. We lazen de I Ching, het boek der veranderingen en zochten naar meer verdieping. Geen dogmatisch geloof maar meer een beleving die ruimte zou laten voor de eigen gedachten en ervaringen. Blind achter het Zen Boeddhisme aan leek ons niet de juiste manier, maar de wijsheden die er voor ons al door een ander waren uitgefilterd, bleven om te koesteren. In vrijheid, dus niet gebonden aan één bepaalde richting.

Citaten eruit lazen we ook. De uitdaging was vooral het bekijken in hoeverre dat toe te passen was op de dagelijkse praktijk. Het principe van het Yin en Yang was er daar ook een van. Het zoeken naar een evenwicht was de vorming voor later. Wat kon je laten, wat was goed om te doen, hoe kon je in je gedrag de beheersing breien die soms zo broodnodig was in een maatschappij vol mensen. Het laten leiden door emoties bleek vaak averechts te werken, door pauzes in te lassen en er over na te denken, werd het allemaal liefdevoller, vrediger zo je wilt.

Misschien klinkt het allemaal wat gedragen, maar dat was het niet. Het was een waarachtig zoeken naar een weg, die we samen naar voldoening konden bewandelen, waarbij ieder van ons dezelfde vrijheid zou hebben. Gezien de tijd waarin we leefden, was dat geen doorsnee ontwikkeling.

Dat maakt dit citaat los, nu ik het zomaar vanmorgen voorbij zag komen.

Later toen lief en ik een eigen weg waren ingeslagen en ik getrouwd was en kinderen had, teerde ik op de geestelijke voeding van toen, maar de tijd deed haar gebruikelijke duit in het zakje. Tao van Poeh kwam toch wel, met een heimelijk verlangen, in de kast en werd gekoesterd. Er waren meer van dergelijke boeken. De boeken van Arnold Lobel bijvoorbeeld ‘Van muizensoep tot tranenthee’ of ‘Kikker en Pad’ en wat te denken van de filosofische dierenverhalen van Toon van Tellegen. Of de capriolen van de kleine ‘Alice in Wonderland’ van Lewis Carrol. Stuk voor stuk boeken om wijsheden uit te filteren, die ruim toepasbaar zijn in je eigen denken en waar je niet vroeg genoeg mee kan beginnen. ‘De Tao van Poeh en de Teh van Knorretje’ is daar ook niet bij te versmaden. Al mag Iejoor ook een flink aandeel krijgen in de kracht van het Taoïstische denken. Hij zorgt ervoor dat anderen het tot het uiterste op hem kunnen toepassen. Hij is bij uitstek altijd somber, zijn zelfbeeld is abominabel slecht en hij is daardoor doorgaans wat narrig. Die kracht zit in de wisselwerking die zijn vrienden met hem hebben en die hem hebben geaccepteerd en in hun hart gesloten, zoals hij is. Iejoor is Iejoor. Hoeveel kracht gaat uit van de houding van zijn vrienden. .

Laten we in deze wereld wat Tao doorschemeren in wat we doen, ook al vergissen we ons vaak genoeg en handelen we in tegenstrijd met wat onze wensen en verlangens zijn. Het is de bewustwording die voldoet en die de onvolkomenheid erkent en omarmt.

Een mooie balans of alleen al de gedachte eraan.

Overpeinzingen

Nog elf vragen te gaan

Door het plotselinge temperatuurverschil kreeg ik al rond een uur of vier verschrikkelijk trek in een zelfgebrouwen heldere soep. We hadden de dag ervoor Japanse champignonnen op de kop getikt, dus met uien, veel knoflook, paprika au julienne, de champignonnetjes in de olie gesmoord, afgeblust met een bouillon en een vierkantje Chinese noedels erin, zaten we om vier uur al aan een heerlijke opkikker, gegarneerd met een lente-uitje. Altijd als ik te koud voel of rillerig is dit de remedie om je aan te laven. Snel klaar en voedend.

Daarna keken we de film over Breivik zijn gruwelijke acties op het eiland, waar de socialistische jongeren bij elkaar waren gekomen voor een zomerkamp. Het volgde een groot deel een van de nabestaanden en het proces tegen de ultra rechtse nationalist. Niet een film om vlak voor het slapen tot je te nemen, trouwens. Er volgde nog veel denkwerk voor ik de slaap kon vatten en natuurlijk leverde het weer wonderlijke dromen op. In de ene werd onze Truus door een of andere onverlaat in de Laryxstraat op een trailer gereden en moesten we hemel en aarde bewegen, ik, mijn vader en mijn broer, om de man ervan te overtuigen dat hij de auto weer netjes terug diende te zetten. In de tweede droom was ik druk aan het werk op school, maar verder herinner ik me daar niets meer van.

De ochtend begon voornamelijk met lezen in Piet van Eeghens biografie, waarin nu eindelijk het Vondelpark aan bod kwam en ook het Sarphatipark wordt genoemd. Lief inspecteerde ondertussen de zolder en kwam met een verdroogde mus naar beneden. Alles was droog gebleven na alle stortbuien van gisteren en vannacht, waarin het weer behoorlijk te keer was gegaan met onweer en veel nattigheid.

Zo kabbelen de dagen van binnen zitten aan ons voorbij en doen we kleine klussen in en om het huis. De scheefgroeiende Yucca’s zijn verpot en indien dat wenselijk was, gekortwiekt, alles is gestoft en gestofzuigd en het schrijven gaat tussen de bedrijven ook gewoon door.

De vraag van vandaag kwam van de andere dochterlief: ‘Hoe of ik hun vader heb leren kennen en wat me was bijgebleven van de eerste periode samen. En wat ik leuk aan hem vond en hij aan mij.’

Ik had dat al wel aangehaald, maar nu draai ik dus de film terug naar het allerprilste begin van de ontmoeting. Deze schrijfperiode zet mijn tijdsbegrip soms op een andere voet. Met een been in het verleden en een been in het heden is niet altijd even makkelijk. Daar had ik ook last van toen ik mijn moeders dagboeken uitschreef en ineens weer in de jaren zeventig vertoefde. Bij het uitwerken van de brieven aan Lief en mij was dat weer erg fijn, dat hinkepinken op twee benen, omdat we toen net weer met elkaar omgingen en niet alleen het nieuwe samenzijn gestalte kreeg. maar ook de herinneringen aan het allerprilste begin weer tot leven kwamen. Dubbel verliefd zeg maar. Hoe het leven toch lopen kan.

Ik bedacht me vannacht wel, dat de antwoorden natuurlijk ook vanuit het moment geschreven zijn en in de rust en stilte die me nu toekomt. Dat zorgt er voor dat ik alles goed kan overdenken. Toch blijven het te allen tijde momentopnames. Voor de grap zou ik, om een vergelijk te hebben, volgende maand of over een half jaar, dezelfde vragen nog eens moeten beantwoorden. Zijn de antwoorden dan nog even identiek? Dat is de vraag. In hoeverre tellen omstandigheden mee, ook al teer je op naar waarheid beantwoorde herinneringen. Interessante materie. Iets om aan een nader onderzoek te onderwerpen. Bovendien gaat het om een gekleurde waarneming. Het is hoe ik het ervaren en beleefd heb. Zoonlief had heel fijntjes geschreven dat ik hen niet hoefde te sparen in mijn antwoorden. Lief hoor. Dat is waarom ik zo veel van ze hou. Hij kent dat moederhart van buiten en straks ook helemaal van binnen. Nog elf vragen te gaan.

Overpeinzingen

Kalm bewegen

Het is twee uur en nu ben ik pas aan het dagelijkse schrijven toe. Alles had te maken met de zeventiende vraag inmiddels van zoonlief. ‘Hoe ervaar jij het nu, het zijn van mama van ons? En hoe was dat voor jou toen wij jonger waren. Baby, pubers, het huis uitgaan, vriendjes, vriendinnetjes, etc?’ Goed voor een doorleven en een weerspiegeling van mijn moederschap. Het is wat hoor, deze actie van zoonlief. Het lijkt wel ‘Een reis om het leven in dertig vragen’, in variatie op het thema van Gulliver: ‘Reis om de wereld in 80 dagen.’ Maar ik ben hem er dankbaar voor. Ik had het zelf ook voor geen goud willen missen, die duik in het verleden.

De nieuwe vraag is interessant en komt van een andere vragensteller, namelijk dochterlief: Is er een moment of gebeurtenis, die de manier waarop jij de wereld ziet radicaal heeft veranderd?

Daar moest ik eveneens flink over peinzen. Er zijn momenten van grote veranderingen geweest in mijn leven, maar dat was de vraag niet. Het gaat om mijn kijk op de wereld. Ik ben een pacifist, altijd geweest zolang ik me kan heugen. Alles heeft waarschijnlijk te maken gehad met een keer dat ik door wat meiden van school achterna ben gezeten en in het poortje door hen werd gemolesteerd met trappen en slaan. Dat leverde heel wat blauwe plekken op. Huilend klopte ik bij mijn moeder aan. Ze ging niet mee in het verhaal en vond dat ik het zelf op kon lossen. ‘Ga maar met ze praten’. Haar manier van het vergroten van de zelfstandigheid. Maar een vriendin van mijn moeder die op visite was, vond het onzin en is op hoge poten naar de moeder van de grootste ka gelopen. Het hielp zowaar, die ordinaire scheldpartij waar mijn moeder zo’n vreselijke hekel aan had. Wonder boven wonder. Waar ik en misschien mijn moeder met mij, bang was dat ik dan van Kaatje nog een keer een rekening gepresenteerd zou krijgen, gebeurde niet. Zo zie je maar, er is niet onvoorspelbaarder dan de mens.

In mijn ogen is elke vorm van geweld zinloos. Dat gevoel heb ik ook sterk bij straf. Er zijn andere vormen te vinden voor het bewust worden van je handelen. Mensen vonden PSP-ers over het algemeen maar softies en het strookte niet met de werkelijkheid. Een vredige wereld is een utopie. dat hoorde ik vaak. Natuurlijk. Maar het kan maar niet uit mijn hoofd, dat goed voorbeeld goed doet volgen, al is het op kleine schaal en alleen in je omgeving. Is mijn kijk daarop veranderd. Dat geloof ik niet. Wel mijn visie op de wereld en de problemen waar moeder aarde op het ogenblik mee aan het worstelen is en waar ik me niet bewust genoeg mee heb bezig gehouden. Ze smijt het ongenoegen met handen vol tegelijk de wereld in. Geen makkelijk onderwerp dus. De moeite waard om er zorgvuldig mee om te gaan.

Gisteren was het broeierig warm, een voorteken voor het weer van vandaag. De atalanta’s waren dronken van de vijgen en dartelden om elkaar heen om maar zo veel mogelijk te snoepen. Keuze genoeg, er waren er nog een heleboel. Ineens ontwaarden we eindelijk een dagpauwoog ertussen. De kartelige aurelia die ik daarvoor had gespot was te rusteloos om vast te leggen. Vannacht brak er een flink onweer los, een zegen voor de natuur, want alles was kurkdroog.

Nu het regende was het hét moment om de kaart die bij aankomst in de brievenbus hier lag, met lieve groetjes en verjaarswensen van de globetrotters, in de grond te stoppen. Er zaten namelijk vergeet-me-niet-zaadjes in het papier. Nu met regen voor vandaag en morgen, zou de grond goed nat worden, zonder dat ze weg zouden spoelen. Twee vliegen in een klap, zo’n kaart. En de liefde natuurlijk die het ons gratis bezorgt. Je moet het ijzer smeden als het heet is, per slot van rekening.

Het bezoek aan Szigetvar ging niet door. Het werd al veel te vroeg veel te heet. ‘Kalm bewegen,’ zegt Lief dan, en dat is wat het wordt op dergelijke dagen. Kalm bewegen.

Overpeinzingen

Dubbele pret

Vannacht schoof ineens een passend cadeau voor lief tussen alle overpeinzingen. Niet dat ik het nu al vertel. Wat een wonderlijke gedachten kunnen je bezighouden. Soms volkomen uit het niets. Zijn verjaardag is nog minstens twee weken weg. Je kunt nooit te vroeg jezelf met goede ideeën belasten. De keuze wordt dan makkelijker.

Een kennis van lief appte plotseling. Ze zou haar wijnhuisje in een dorp verderop vanuit Nederland bezoeken en vroeg zich af of het leuk was om elkaar te ontmoeten. Altijd leuk. Het duurt nog even voor ze aankomt, want ze reist per trein. Dat doet ze al een aantal jaar zo schijnt het. Nieuwe mensen ontmoeten is altijd leuk.

Wijnhuisjes tegen de helling

Vandaag, op deze uitdag, blijven we dichter bij huis. We gaan Szigetvar wat beter verkennen. Er is een pracht theater, een plein waar in de vakantie vaak rockconcerten worden gegeven. De burcht hebben we met de kleinkinderen bezocht toen ze hier waren. Het park is altijd de moeite waard om door te wandelen, alleen wordt het tegen de middag 30 graden. Een temperatuurtje om rekening mee te houden.

Gisteren liet de wateroplosbare olieverf zich zonder water en met een medium prima uitsmeren over het al bestaande doek met authentieke olieverf van de vier zussen. Nog altijd een hele klus. Wel leuk om te doen natuurlijk. Inspiratie was het mooie kunstencentrum in Pécs. Er schijnt zelfs een museumstraat te zijn. Zou het te vergelijken zijn met de mall in Washington. Dat uitstapje bewaren we voor volgende week. Lief dacht dat Bobeta pop betekende en dus namen we aan dat er een poppenmuseum was in het Zsolnay cultuurcentrum. Maar dat bleek niet zo te zijn. Het woord bestaat zelfs niet in het Hongaars, maar het is vermoedelijk een samentrekking van de beginletters. Pop komt er niet in voor. Pop is Bab.

In de biografie van Piet van Eeghen wordt de armoede duidelijk die er twee eeuwen geleden heerste in Amsterdam en andere steden. Als je meeloopt in het Amsterdam van nu, kom je op plekken waarvan je je afvraagt hoe het in godsnaam mogelijk was, dat mensen zo dicht op elkaar leefden zonder de in onze ogen normaalste voorzieningen als licht, water en wc. Men gebruikte toen vaak nog een schijtton en de kamertjes waren vaak nog zonder ramen. Denk de lucht erbij die in het bedompte hok moet hangen en je weet al wat er aan ziektes en ongein heerste. Te bedenken dat de allerrijksten in panden woonden van 800 vierkante meter of nog meer. Dankzij die allerrijksten ging het bestuur van de stad en de ovverheid eindelijk wel overstag om mee te gaan in de vaart der volkeren en een eigen woningbouwvereniging op te richten.

Straks stort hij zich op de aanleg van het Vondelpark. In Utrecht was er de familie van Kol, die het Julianapark door Copijn, de park en landschapsarchitect, liet aan leggen, met de vraag of de gemeente het onderhoud zou willen bekostigen. Het zou nog uitgebreid worden met het gebied van het werkspoor. Maar men verweet hem onder de kosten van het onderhoud uit te willen komen en trok dat laatste aanbod in. In 1928 werd het door de erfgenamen aan de gemeente Utrecht verkocht en in 1935 werd het park uitgebreid en kreeg het zijn huidige naam. Dat het een gouden plek was voor de arbeidersgezinnen rondom het park wist mijn moeder aardig te benutten. Er werden er heel wat uurtjes doorgebracht, hetzij met de oppas, hetzij met mijn moeder zelf. En altijd mochten we even op het hobbelpaard, vlak bij de ingang en altijd als het goed weer was en warm genoeg pootje baden in het pierenbadje bij Beer, die dankbaar om de aandacht het water uit zijn bek spoot. Dubbele pret.