Overpeinzingen

Paris s’éveille

En toen was het eindelijk zover. Stevige omarming voor lief en de koffer in de auto naast degene die er al in lag, de drie andere leden van de groep opgehaald en richting Parijs. Verwonderlijk dat we onderweg nauwelijks file hadden en wel een zonovergoten ochtend. De gebruikelijke stops bij de wegrestaurants, een in België en een in Frankrijk.

Vlakbij Parijs op de periferique vroeg een van ons of we alsjeblieft door de stad konden rijden. Bewonderenswaardig van onze chauffeur, die de tom-tom niet had aangezet en eigenlijk ook van de bijrijder, die angstvallig google-maps in de gaten hield en de verantwoordelijkheid zwaar voelde drukken en zeker toen we ergens de fout ingingen. Maar het laconieke van de chauffeur en de scherpzinnige blik van een van ons dames hield eventuele fouten mooi in evenwicht. Het leidde naar een klaverblad dat we aan alle kanten gezien hadden, maar waardoor we toch weer op de juiste weg uitkwamen. De garage was niet zo vol en vrij makkelijk te vinden. De voorstadjes ontpopten zich al snel tot een stukje ‘vraiment Paris.’

We hadden alle vijf rolkoffertjes, maar al gauw bleek dat dat toch te veel van het goede was voor mij. Ik mocht roepen als het tempo te hoog was en de eerste gang was naar een soort Weinstube, maar dan Frans. Wat knus. De bestelling bestond uit wijn, bier of taart en thee. Kaasje erbij als borrelhap. De ober was vriendelijk en jong. Jeugd was hier überhaupt alom.

De Metrolijn reed niet, uitgerekend vandaag. Het werd ons voor de tocht sympathiek meegedeeld door een vriendelijke man. Dat betekende dan toch, koffers in de aanslag en op pad. Het had de voorkeur omdat lopend te doen. Wat ik misgerekend had, was de stijgende lijn van de straten. Ik en hoogtes. Het gaat gewoon niet samen. Maar door kalmpjes maar gestaag stug door te blijven lopen, de straat uit over de Seine…ahhhh…De Seine…kwamen we uiteindelijk na een stief half uur bij het appartement aan. Maar daar moesten we een aantal stappen volgen om binnen te komen. Het leek erg op het ontfutselen van de raadselen van een escaperoom. Met z’n vijven kwamen we eruit. Het appartement is groot, kan tien mensen herbergen en bijna ieder heeft een eigen kamer, twee van ons slapen samen.

De gebruikelijke zaken werden doorgenomen. Eerst boodschappen voor de volgende ochtend, dan een hapje eten in een klein restaurantje en dan nog een borrel voor thuis. Wat had ik in het eettentje graag in een hoekje gezeten met een schetsboek om die prachtige oude Franse exentrieke gezichten vast te leggen die ik daar zag. Ik dorst niet te vragen of ik een foto mocht maken, maar het waren vast vaste bezoekers. De bediening, twee jonge meisjes, waren erg vriendelijk en goedlachs. Dat is waar het om draait. Gezien worden, ook door het personeel, een goed gesprek, gasten die zich alom vermaken. Geen mobieltje gezien. Wat een heerlijk begin.

Toen we naar buiten kwamen zoefden er net honderden skaters langs. Sommige prachtig uitgedost. Juist omdat de weg wat omhoog liep was die afdaling in duizelingwekkende vaart mogelijk, wakende ogen langs de kant, de ambulance erachter. Heerlijke belevenis.

Bij de borrel bespraken we de plannen voor vandaag. Alle meest bekende rijenvormende bezienswaardigheden laten we links liggen. We gaan voor het intieme en voor het haalbare. Het plenst de hele dag dus het wordt veel binnenwerk. We gaan het zien en beleven.

Op de gang klinken voetstappen, deuren gaan open en dicht, Paris, s’éveille.

Overpeinzingen

Morgen is het vroeg dag

Er waren nog wat onontbeerlijke benodigdheden die ik moest aanschaffen voor de reis naar Parijs. Lekkere wollen kniekousen, henna, een paar warme truien, twee basis t-shirts in het favoriete zwart uiteraard, een paar nieuwe kloffen, want met het wandelen in Hongarije hield ik de voeten een keer echt niet droog en twee leesbrillen. Die zijn nu gereduceerd tot +1, waar eerst +4 noodzakelijk was. Kennelijk veranderen de ogen mee met de jaren. Dat winkel in, winkel uit is iets wat ik in Hongarije ten enenmale mis. Er langs slenteren, hier en daar naar binnen lopen om je vingers langs stoffen te laten glijden, schappen af te speuren naar koopwaar, met een volle tas de winkels weer uit lopen. Het kan wel daar, dan moeten we naar Pécs, het winkelcentrum in, maar dat is minder gemoedelijk dan hier voor mijn gevoel. Dat ligt aan mij, want in wezen zijn het ongeveer dezelfde winkels. Hier voelt het vertrouwder, nog wel.

Nu houden we kantoor op bed in afwachting van de storm en net zo lang tot de henna is ingetrokken. De filosoof is jarig en wordt alweer negen. De tijd vliegt. Gisteren was het een na jongste kleinkind met zijn zus en vader en moeder op bezoek. Zoonlief had nog wat andijviestamp, spaghetti en kip meegenomen en ik had nog voldoende soto en rijst van gisteren. Tenminste, voor de zekerheid maakte ik er nog wat rijst bij met het gevolg dat we nu voor een weeshuis over hebben. Kleindochter hielp met koken, theedoek voor als schortje, het vuur ver van het tulen rokje, dus op de achterste pit. De jongste zat in zijn kinderstoel te genieten. Wat een heerlijke kleine guit is het. Hij houdt heel veel van knuffels en aandacht, krijgt dat ook in overvloed. Zoonlief vertelde dat hij, bij klein verdriet, op slag stil werd bij het zingen van De Brievenbus, de klassieker van Annie M.G. Die heb ik er bij mijn kinderen met de paplepel ingegoten net als het overige repertoire en de geschiedenis herhaalt zich, want zij doen dat evenzo bij hun kroost.

En zo zaten we voor de tweede keer aan een nog vollere tafel gezellig te smullen. Eerlijk zullen we alles delen. Kleindochter wilde na het eten heel graag nog even schilderen. De twee zonen verdwenen in de keuken om de vaat te doen en lief en ik hadden de kleintjes om van te genieten. Lief hield het kleine lachebekje zoet en ik had de Ipad te voorschijn gehaald om in Procreate te werken met zijn zus. Even uitleggen hoe het werkte en met haar schrandere snoetje had ze het proces snel door. Eerst werd er keurig netjes getekend, daarna uit de losse pols een krabbel en dan verzinnen wat je er van kan maken en toen een kleurrijke hartjestekening. Ik vrees dat ik haar op een idee heb gebracht, want nu wil ze ook zo’n pen. De ipad heeft ze al. Ze is volgende week jarig dus een mooie gelegenheid om geld te vragen aan diegenen die nog geen cadeau hebben verzonnen.

Het werd een genoeglijke avond met thee, spekkoek en pandancake en eigenlijk ook al snel te laat. Dag lieverds, tot gauw, want ik heb beloofd een schilderworkshop op haar kinderfeest te geven, terwijl de andere oma een cake-bak-workshop geeft. Het is dubbel zo genieten van alle ontmoetingen na de luwte. Extra fijn dus.

Nu is het wachten op de storm die tot nu toe zachtjes gromt en bij vlagen de wind om het huis heen blaast. Als hij vanmiddag maar braaf gaat liggen want we moeten pannenkoeken eten met de filosoof en zijn familie. Daarvoor pak ik de koffer maar vast in, want morgen is het vroeg dag.

Overpeinzingen

De hele goegemeente staat op de wielen

Ruim een half uur van te voren staan we voor het schoolplein, waar een grote groep kinderen achter de hekken uitgelaten aan het spelen zijn. Ze hollen achter elkaar aan, duwen de grote speelkar voort, spelen met een denkbeeldig zwaard een imponerend gevecht met zichzelf. Tussen alle koppies zit er geen enkele blonde bij die we herkennen als de lieve kleindochter.

Af en toe gaat de deur van het grote hek open en tot mijn verbazing zie ik dat de drie volwassenen die een oogje in het zeil houden, een meester en twee juffen, niet reageren op het gapende gat. Een jongetje met een ernstige blik in de ogen heeft het wel in de gaten en sluit het hek, duwt de klink nog eens extra aan.

Als een van de juffen in de handen klapt stormt de boel naar de school toe. Het ‘zwaard’ belandt op de grond, dat wordt wel gezien en de kleine ridder wordt gesommeerd om het op te halen. Ook die moet in de schuur. Een meisje loopt onze richting uit. Ze heeft een emmertje in de hand, ze loopt achter een boom, zet daar het emmertje neer en huppelt achteloos opnieuw richting juffen. Het blauwe emmertje blijft verweesd achter.

Steeds meer ouders en grootouders komen nu het schoolplein opgelopen. Gelukkig hoef je hier niet achter de hekken te blijven, maar mag je doorlopen tot aan de deur. Een voor een komen de onderbouw-groepen naar buiten. De klein filosoof is er als eerste en wijst ons de groep van kleindochter. Daar komt ze al aanrennen. ‘Omaaaaa.’ Dikke knuffels voor ons alle twee. Helaas is Konijn in de modderplas gevallen. Het is het witte konijn van mijn dochterlief van vroeger, plat geknuffeld, maar nog steeds hagelwit. ‘Gelukkig kunnen knuffels in de wasmachine,’ zegt wijze kleindochter gedecideerd en zo is dat. Er is geen man overboord.

We rijden naar huis, terwijl ze honderduit kwebbelt over vriendinnen en jurken, die er allemaal zijn, over het ongelukje met konijn, over broerlief. Als we thuis zijn en uitgepeld geeft ze aan dat ze heel veel van bananen houdt. Hint, hint.

Om drie uur klinken er stemmen en staat de oudste met dribbel op de stoep. Ze kwam een kop thee drinken en bijkletsen. Te lang geleden, vond ze en er volgt ook hier een stevige omarming. Tja thee. Maar hoe werkt zo’n cooker eigenlijk. Het internet bood uitkomst. Dochter noemde op wat je moest doen en lief had zijn primeur. Er stroomde kokend water uit het zwarte geval. Hoera. Voor de kinderen water. Dribbel stortte zich op het speelgoed. Op een gegeven moment ontdekten ze de knikkerbaan, dat qua opbouw nog heus niet vanzelf ging. Er volgde een raadspelletje. Hoeveel knikkers heb ik in mijn hand. Hilariteit als je er helemaal naast zat, wat natuurlijk regelmatig gebeurde.

Na anderhalf uur vertrekken ze weer en doen we eerst een kwartetspel waarbij de kleine natuurlijk wint. Daarna mag de Barbapappa-puzzel in de herhaling en wordt een aantal keer achter elkaar gelegd, dankzij de heldere kleuren van de vormloze wezentjes is het namelijk kippie-eitje en wie gaat nou niet voor succes. Het liedje ‘Kom op bezoek bij Barbapapa’ luisteren we op de telefoon.

Een enkel keertje vraagt ze of het al bijna tijd is, maar de middag vliegt toch om en plots kijken de filosoof en haar vader olijk boven het rolgordijn uit. Bijkletsen en wachten op dochterlief, die ik extra lang vasthou, eenvoudigweg omdat het nodig is. Donderdag zijn we er al weer voor de verjaardag van de filosoof. ‘Komt goed lieverd, We zijn er weer heel lang’. Zwaaien bij de deur en de filedrukte van Utrecht in, want de hele goegemeente staat op de wielen.

Overpeinzingen

Voor haar en voor ons

Hoe snel een mens zich aan kan passen. Het voelt voor mij alweer heel gewoon. Lief moet hier en daar nog acclimatiseren, maar het gaat ook vast lukken. Leuke afspraken staan alweer op het program. Als ik naar Parijs ben met de boekenclub, gaat lief naar een hotel in Hoek van Holland. Daar wonen broer en schoonzus, neven en nichten.. Drie dagen lang om op bezoek te gaan hier en daar en broer te helpen met de dozen vol verleden uit te zoeken. Gisteren vond hij nog net een kamer voor aanstaand weekend.

De reis naar Parijs staat inmiddels al volledig in de schoenen. Na wikken en wegen hebben we toch besloten om met één auto te gaan, maar wel met een grotere dan aanvankelijk was voorgesteld. We hebben een goede en veilige parkeergarage gevonden en de auto is groot genoeg om vijf rolkoffertjes mee te kunnen nemen. Dat is fijner als je met de metro naar het appartement moet. We hebben er allemaal zin in. Het museum Louis Vuitton is nog een eindje rijden met het openbaar vervoer en je moest reserveren. Opties zaterdagmiddag, zondagmorgen. Er is een Rothko-tentoonstelling en daar houdt niet altijd onverwijld iedereen van. Maar zoals altijd in het leven: Niets hoeft en alles kan. Binnen de mogelijkheden dan natuurlijk.

Straks gaan we kleindochter ophalen die nog op de wachtlijst van de BSO staat. Bijna hadden we bij hun oude school gestaan, maar die wordt verbouwd en ze zitten tijdelijk in een school er vlakbij. Fijn om haar weer te zien en vooral, even te kunnen knuffelen. De filosoof zal op het plein zijn, want daar komt zijn BSO hem halen. Ook voor hem een dikke knuffel.

Het grote verschil met Hongarije is de reuring buiten. Er is hier van alles te zien. Kinderen die naar school toelopen met hun ouders, jongeren die met een zwaai op hun fiets de carport uitkomen, dikke boekentassen achterop, busjes die kinderen komen ophalen, pakketbezorgers en de ouders die terugrijden zonder de kinderen.

Genieten is het ook met die prachtige wisselende Hollandse luchten, van een schemerduister tot aan een stralend begin van de dag. Er sijpelen ondertussen berichten binnen van de kinderen van lief, schoonzoon vertelt in een appje dat alles is geregeld voor het ophalen vanmiddag en dat juf ervan afweet, zoonlief is alweer aan het werk en schoondochter neemt een douche.

Gisteren maakte ik rauwe andijviestamp voor vier en zaten we gezellig samen aan tafel. Lang geleden. Als vanouds een pan vol aardappelen en een grote zak andijvie en een preitje. Vega kaantjes en voor de kinderen een gehaktbal. Voor ons de jus. We zijn namelijk wel flextariër.

Twee nieuwe Zin-magazines om te lezen, ergo twee columns van Stef Bos. Dat is het eerste wat ik altijd opsla. En…Hij schrijft beide keren over Parijs. De eerste column gaat over hemzelf en zijn relatie tot Disney, ongeveer gelijk aan die van mij, namelijk ‘niet’ dus. Ik heb niets met dat theatergeklater van loze sprookjesbeloften, de lange rijen en alles dat met genoeg pecunia verkregen kan worden. De tweede column gaat over de eenzaamheid van de Mona Lisa. Waar je vroeger in volle verering lang met haar oog in oog kon staan is dat nu ten enenmale onmogelijk geworden omdat een massa toeristen spoorslags en blind de pijltjes volgen naar de Mona Lisa en voorbij lopen aan wat ware kunst vermag, snel een selfie schieten en geen contact maken met de vrouw op het doek zelf, haar ogen, haar lach. Ze hangt eenzaam achter glas alleen aan een wand zonder haar minrebroeders in de kunst om haar heen. Zijn opmerking: ‘Kunst is een spiegel. De Mona Lisa is weergaloos, maar het gedoe rond haar maakt haar onzichtbaar.’ Zo herkenbaar deze opmerking. De laatste keer dat ik de zaal inliep stond het vol mensen, allemaal met mobieltjes in de aanslag. Er viel nauwelijks een glimp te vangen. De verwording van het aanschouwen van de schoonheid. Spijtig vind ik dat, voor haar en voor ons.

Overpeinzingen

Meer dan dat

Na een heerlijk ontbijt aan een keurig voor twee gedekte tafel met de bestelde koffie en sterke thee, deed ik een leuke ontdekking. Voor het eerst in die 71 jaar besloot ik een scheutje melk aan de sterke thee toe te voegen. Britser dan Brits. En ziedaar. Ik vond het heerlijk. Minder ingrijpend dan sterke koffie op de nuchtere maag. Die houden we er voorlopig ook in. De rest van de reis ging al even voorspoedig als het eerste deel.

Als enig spannend moment was daar een stortvloed net voor Utrecht. Alsof mijn moeder al haar emmers in een ruk leeg gooide boven onze Truus. Ondanks de spanning, want we zagen geen hand voor ogen, glimlachte het innerlijk mee. Hét verhaal bij regen aan de kleinkinderen. ‘Oma van der Linden is aan de grote schoonmaak begonnen.’

Als mazzeltje bij deze weersomstandigheden hadden we wel de mooiste wisselende luchten, rolwolken, strakblauwe stukken, witte wattenwolken of een in-paars/blauw. Maarten van Roosendaal zong op een gegeven moment ‘Kan het mooier zijn dan mooi.’ En inderdaad, om te janken zo mooi.

In Beieren had de zon haar uiterste best gedaan om een voorbeeldig beeld van een Indian Summer af te geven en alle acers, essen, kastanjes en beuken volop te laten vlammen in de meest mooie kleurencombinaties. Wat een adembenemend stukje Duitsland is het toch. De Gasthof stond zo’n 30 kilometer van de snelweg af, dus een aardige impressie van de vriendelijke propere dorpen en de immense wouden er omheen.

We waren rond half tien vertrokken en kwamen rond 19.00 uur aan na de eerste boodschappen te hebben gedaan in de o zo vertrouwde buurtsupermarkt. Zoonlief had het huis spic en span gepoetst, wilde nog koken voor ons, maar we hadden onderweg een bezoek gebracht aan een burger-king langs de weg omdat we zin hadden in een patatje. Lief zijn vuurdoop, maar tot onze grote vreugde was er een uitgebreid vegetarisch menu te verkrijgen. Plant-based alom. Het smaakte ons wonderwel. Je moet alles een keer proberen in het leven per slot van rekening.

Op de vertrouwde bank, benen in de plaid en bijkomen van de reis met zoveel mooie herinneringen op het netvlies. Ook thuiskomen. Twee thuishavens is helemaal verwennerij.

We zitten op het kingsize bed en houden kantoor met koffie en een boek, de Ipad in de aanslag om te schrijven. Zon zet de skyline in een zilverkleurig licht. Voor vandaag is de agenda leeg, op een zoom-meeting vanavond met de boekenclub na, waarbij we zullen uitknobbelen wat we willen doen in het komende weekend naar Parijs. Iedereen heeft als het goed is opgeschreven wat ze willen zien. Van musea tot authentieke kroegen, van architectuur tot een goed restaurant. Daaruit kunnen we dan kiezen en duimen de rest van de week voor mooi droog herfstweer.

Hoog op de verlanglijst staat het museum van Louis Vutton, een hoogstandje aan architectuur gevuld met moderne kunst. Wie wil dat nou niet en een van ons, weet ik, is nog nooit in het Centre Pompidou geweest, vanwaar je in het restaurant op het dak een magnifiek uitzicht hebt over tout Paris. Niet te versmaden dus, als je de Eiffeltoren met zijn rijen links wil laten liggen. Maar toeval is ook heerlijk. Wat brengt ons het slenteren. Behalve versleten schoenzolen. Zeker altijd meer dan dat.

Overpeinzingen

A room with a view

De reis is voorspoedig gegaan. Alleen het laatste stuk met een bijna lege benzinetank door het Birgland in Beieren in het pikkedonker was even lastig. Maar wat een beloning. Een heerlijke gasthof op Popberg 3 in Birgland met hele vriendelijke en gemoedelijke beheerders en een room with a view plus een extra lange nacht, haha. Dankzij wintertijd met zonnegloed en een kudde reeën wakker worden.

A room with a view in Gasthof Zum Schloss
Overpeinzingen

Bedankt Antonius

Weemoed sijpelt door de handelingen heen. Voor de laatste keer voorlopig de luiken in de kamers optrekken. Vanaf morgen zullen ze een tijd gesloten blijven. De boeken bij elkaar zoeken en in de tas stoppen. Koffers inpakken met wikken en wegen. Wat mag mee en wat kan hier blijven. De yucca’s naar binnen die de hele zomer buiten hebben gestaan en de geredde agaves door lief, die ze geklieft heeft en in potten gedaan, ergens in de gang een plekje geven. De laatste was opvouwen. Alle etenswaar in de potten. Er blijft geen kruimeltje liggen voor een eventuele indringer. De kuka (de vuilnisbak) zit vol met het laatste afval, die zal vriendlief buiten zetten volgende week woensdag. Hij rijdt toch iedere dag langs het huis als hij op weg is naar zijn opdrachtgever. Vandaag ook de koelkast leegmaken.

Het weer helpt mee om het afscheid wat minder zwaar te maken. Herfst treedt binnen en blaast al het dorre blad van de takken. De lucht hangt in vele tinten grijs er laag boven. Lief kan nu niets doen op het land en heeft al het gereedschap opgeborgen. Ik maak straks het palet schoon en veeg het atelier uit. Dan kan de Datsja op slot net als de schuur. Er is drop voor onderweg. We hebben het angstvallig bewaard voor de reis. Er is een flesje wijn voor de aankomst bij het hotel. De jam mag mee, evenals het druivensap. Dag huis, dag tuin, dag opbergschuur. (Ken uw klassiekers)

Bij het nadenken over de laatste twee boeken voor de nominatie schiet me ineens het boek ‘Kathedraal van de Zee’ van Ildefonso Falcones te binnen. Zo genoten van al zijn boeken eigenlijk, ‘De hand van Fatima’ en ‘Koningin op blote voeten.’ Dus deze schrijver moest zeker op het lijstje. Er was nog even twijfel tussen hem en Carlos Ruiz Zafon met zijn vierluik ‘Het kerkhof der vergeten boeken.’ Maar daarvan ligt het vierde deel nog altijd op de stapel ‘Nog te lezen boeken’. Ik kom er nog niet doorheen. Het vierde deel herbergt zoveel herhalingen uit de vorige delen, dat ik iedere keer denk het al eens gelezen te hebben. En dat werkt minder goed, blijkt wel. Ooit werd ik verliefd op de term ‘Het kerkhof der vergeten boeken’ en zeker als je leest hoe mysterieus het beschreven werd om er doorheen te wandelen, al had ik ‘Doolhof der vergeten boeken’ misschien wel minstens zo mooi gevonden. In de beschrijving van Zafon zag het er ook bijna Potteriaans uit met trappen en gangen waarvan de wanden bekleed waren met onnoemelijk veel planken vol boeken.

Gisteren hadden wij eveneens een hele speurtocht door het huis en over het land. Lief was zijn sleutels kwijt. De hele bos met alles erop en eraan. Hij probeerde na te gaan waar we mee bezig waren geweest en ging al zijn gangen na. Dat betekende dat de vuilnisbak tot twee keer toe werd omgedraaid, het struweel rond de den waar hij takken had uitgezaagd werd grondig uitgekamd evenals d caravan met tuingereedschap dat hij die morgen netjes had opgeborgen, de laatste vesten in de was die hij tot die ochtend nog had aangehad, maar overal was er nul op rekest.

Uiteindelijk liep hij zelfs naar het achterland, waar de muis zijn vrijheid had gekregen. Ondertussen kamde ik de keuken nog eens uit. Daar stonden ook de twee tuinstoelen waar we de dag ervoor ‘sm middags nog een kop thee in hadden gedronken op het terras. Heilige Antonius beste vrind hadden we al een paar keer aangeroepen. Nog maar eens, bedacht ik me, het kan geen kwaad. De eerste stoel was helemaal leeg, maar in de achterste stoel stuitte ik in het gat waar je glas in past op iets hards. Warempel, de sleutels. Pfff. Inmiddels was het al half vier geworden en we misten de bos vanaf half één. Een ware queeste dus. De opluchting was groot. Bedankt Antonius.

Overpeinzingen

Wie wil dat nou niet

Waar een mens zijn gedachten zitten. Vannacht liep ik in een supermarkt en werd min of meer door een van de eigenaars van het bedrijf ingelijfd om haar uit de brand te helpen. Ze liep met een Chinees lantaarntje, dat frêle plantje, in haar handen rond en keek zoekend om zich heen. Ze wilde het laag hangen zodat kinderen er aan konden voelen. Kinderen en tere Chinese lantaarntjes is een combinatie die je kunt vergelijken met een olifant in een porseleinkast. Licht gaf het niet, want er ging geen lampje bij haar branden toen ik vertelde in de jaren zestig bij de concurrent te hebben gewerkt.

Het zijn een tikje weemoedige laatste dagen, ook door het grijze weer en de definitieve handelingen, die er voor zorgen dat er niets blijft liggen op een plek waar het niet hoort. Het tuingereedschap gaat weer naar de schuur, de schone was de kast in, de koffertjes komen te voorschijn en ik neem het besluit om de olieverf hier te laten en thuis een zelfde set voor het atelier op de tuin aan te schaffen met een paar synthetische penselen erbij. Er komen geen klassieke meer in, geen marterhaar of varkenshaar of anderszins. Het doet me meer deugd dan ik dacht, die beslissing.

Over dieren gesproken. Van de week zat er een bidsprinkhaan tussen mijn Ipad en het toetsenbord geplet. Hoe dat nou toch mogelijk was. Waarschijnlijk is ie er ingekropen toen het half openstond, lekker warm zal hij hebben gedacht, maar toen ik het oppakte, waardoor het dichtklapt, was ie mors-en-morsdood. Dan moet ik onmiddellijk aan Toon Tellegen denken met zijn ‘Krekel en de Mier’, of aan ‘De Spin Sebastiaan’ van Annie M.G.Schmidt. Eigengereide beestjes, die op eigen houtje naar binnen sluipen, misschien wel tegen beter weten in.

Lief heeft gisteren de muis gevangen. Omdat we de boel grondig hadden schoongemaakt moest hij op zoek naar een ander holletje en hoorde lief hem knagen in het tasje met papier en karton op het oude fornuis in de keuken, vermoedelijk zocht hij daar een heenkomen of materiaal voor een nieuw holletje. Bliksemsnel, maar behoedzaam, trok hij een plastic zak over het geheel en knoopte het dicht. Daarna heeft hij hem in het gemaaide maisveld vrij gelaten. Dat moest verder zijn dan 100 meter van het huis vandaan, anders komen ze weer terug. Nu heeft ie mais in overvloed, want er is altijd wel wat blijven liggen. Muis blij, wij blij.

Het boek dat ik vandaag heb uitgekozen is Lampje van Annet Schaap. Als je ouderwets op avontuur wil, dan is dit een van die mooie gelegenheden. Verwondering ten top, vooral bij de laatste hoofdstukken, als er een ouderwets circus met wonderlijke figuren voorbij komt. Romantiek, spanning, ontroering en geluk komt allemaal aan bod.

In een recensie van Bas Maliepaard kom ik eindelijk de verklaring tegen, waarom het boek van Ted van Lieshout ‘Rozen voor de Zwijnen’ heet in plaats van ‘Paarlen voor de Zwijnen’, zoals ik dat ken uit mijn jeugd. Ted geeft zelf de volgende verklaring voor de titel van zijn boek:

Bijbelvertalers zagen in een uitspraak van Jezus het Griekse woord voor parel, margaritári, aan voor het Franse woord marguerites, oftewel margrieten. Men vond rozen mooier, dus werd het: rozen voor de zwijnen. En zo kon het dat Bruegel een man schilderde die rozen aan de zwijnen voert en Van Lieshout zijn boek ernaar vernoemde’.

Als je naar het schilderij van Pieter Bruegel kijkt, zie je inderdaad zwijnen met rozen afgebeeld. De hoogste tijd dus om in dit laatste boek voor de recensies te duiken. Net als bij het boek over kunst, volgen we hem eveneens in een dialoogvorm. Er blijken wel degelijk spreekwoorden te zijn, die zijn verdwenene of vervangen door minder scabreuze. De uitvoering van het geheel is prachtig. Bruegel in detail, wie wil dat nou niet.

Overpeinzingen

Een prestatie van formaat

Het druilt vandaag een beetje. Binnen is het lekker warm. We gaan in de weer om het huis spic en span achter te laten. Straks stofzuigt Lief alle kamers en onder alle kasten. Ik draai twee wassen en zoek wat niet te vergeten zaken bij elkaar. We stellen ons in op afscheid nemen van dit dierbare onderkomen met de belofte dat we er over vier maanden weer terug zullen komen. ‘Bij leven en welzijn’, mompelt mijn moeder in mijn oor. Natuurlijk en inderdaad.

De boekenclub stelt zich al een beetje in op de reis naar Parijs, dus buitelen allerlei gedachten over hier, over Nederland en over Parijs over elkaar heen. Volgende week vrijdag gaan we op pad met z’n vijven. We zoeken al mooie plekken op, waar we graag naar toe willen. Via dochterlief krijg ik een paar minder voor de hand liggende plekken. Fijn als je, zoals zij, zo bekent bent met die metropool.

Onder een van de kasten in de bibliotheek ontdekten we het huis van muis. Ze had zich verschanst achter een van de plankjes onderin. Snorrebaard en de muizen, Knabbeltje, Zwartsnoetje, Grijshuidje, Kraaloogje en Langstaartje, dwarrelen door mijn hoofd. En Pinkeltje zelf natuurlijk, die net tevreden zat te schommelen voor zijn muizenholletje. Sorry muis, denk ik, maar Pluis is er niet om je te vangen en je bent een lieverd, maar je kan beter verdwijnen. Lief denkt dat hij nu aan stress of een depressie lijdt. In ieder geval het eerste. Wijzelf niet hoor. We houden van muis en omdat ze af en toe ook insecten eten als er niets te vinden is, hopen we dat ze zich tegoed gaat doen aan die overvloed van wantsen. De notoire brompotten zoeken in de herfst vooral de warmte binnen op waarbij ze binnen een dag of twee het loodje leggen. Ze zijn overal te vinden.

Gisteren bij een wandelingetje op het land vonden we een ander kabouterhuis, een mooie witte inktzwam. ‘Eetbaar’, oreert lief. ‘We hebben nog een hele doos champignons’ werp ik in de strijd. Later leer ik van wiki dat de zwam dan wel helemaal wit moet zijn en de hoed gesloten. Ik heb de film ‘Into the wild’ gezien en ben toch altijd nog huiverig om zomaar op de bonnefooi in het wild te eten.

Als genomineerde boeken koos ik achter elkaar De Tao van Poeh, Nachttrein naar Lissabon en Het Zoutpad. Die van morgen weet ik ook al, maar dat hou ik nog even geheim. Veel leuker. Nu moet ik op zoek naar een volgende lezer om de cirkel niet te doorbreken. Dat moet in vrijheid en met blijheid, dus mensen mogen altijd nee zeggen, natuurlijk. In het kader van ‘Geef de schoonheid van het leven door’ vond ik het belangrijk om mee te doen. Zoals tips voor kunst en cultuur evenzo broodnodig zijn.

Inmiddels is de zon gaan schijnen. Ze zet het bos met haar herfstkleuren aan. De wintersering heeft haar mooiste rode jas aangetrokken en speelt ton-sur-ton met de rode kardinaalsmutsen, zagen we gisteren. Nu zit ik op mijn lievelingsplek bij het raam in de keuken en heb zicht op de oude druif. Er vliegen nog steeds vlinders rond de druivenrozijntjes. Eind oktober en nog even dartel, een prestatie van formaat.

Overpeinzingen

Een ‘uitgelezen’ moment

In de atelier van oktober staat een interview met beeldend kunstenaar PJ Roggeband. Ik had nog nooit van hem gehoord, maar dankzij dit artikel van Moniek Spaans maken we uitgebreid kennis met deze verbeelder.

Zijn opleiding performance art en schrijven ging vooral langs de beeldende en geletterde weg en dankzij zijn groot associatief vermogen is het een echte woordkunstmaker geworden. Met een fascinatie voor het elfletterige woord richtte hij zijn ‘Weblogement van het elfletterig genootschap’ op. Een, zoals hij het zelf noemt ‘herberg voor bijzondere elfletterige woorden’, Onmiddellijk dien ik het begrip bij te zetten in het mausoleum in mijn hoofd, daar waar de mooie vondsten en de kostbare parels zich bevinden, die in geval van mismoedigheid en andere onberekenbare ogenblikken te allen tijde te voorschijn gehaald kunnen worden.

Zijn tuinen schijnen vermaard te zijn. Hij heeft een uitlaattuin, een uitleentuin en een uithuiltuin. Die uithuiltuin bevat onder andere Troostgroen(kamille), waterlanders, en een huilebalkje(een houtsoort) schreef hij in Boomschrift erbij met een tekening van de kamille, die hete tranen schreidt. De uitlaattuin ontstond toen hij als artist in residence in het museum van Uden kennismaakte met de de omsloten tuin van het nabijgelegen klooster, dat vol stond met medicinale planten en kruiden. Hij maakte er een draagbare versie van, zodat je altijd je eigen medicinale oplossing bij de hand had. Geniaal. De uitleentuin ontstond toen een kantoorpand nog erg kaal was met haar flexwerkers. Er werden draagbare tuinen door hem gemaakt die je mee kon nemen naar zo’n kale werkplek. En ziedaar, een mooiere uitleen is welhaast niet mogelijk.

Er zijn nog veel meer woordspelingen. Zo vindt hij dat hij af en toe wel een ‘boominee’ lijkt en dat hij ‘enorm last heeft van vertakkingen’. Als je los wil komen van de werkelijkheid maak dan kennis met het werk van deze meester in het vinden van nieuwe woorden en nieuwe acties die hij ons gebracht heeft.

Gisteren was het heerlijk schilderen in het atelier. In de rubriek Hongaarse vrouwen hebben ze er nu weer een vriendin bijgekregen die wonderwel lukte. Alles was perfect, de verf, het oude doekje, ooit gekregen van dochterlief en die ze al eens beschilderd had, de lichtinval, het weer, de rustige omgeving, het kon niet mooier. In zo’n sfeer kan het alleen nog maar van een leien dakje gaan. Het verwondert me altijd weer dat de snelheid waarmee ik opzet soms zo raak kan zijn. Het is daarna een kwestie van zeer gedoseerd werken of gewoon stoppen en besluiten dat het goed is wat daar op het doek staat. Op mijn handen gaan zitten dus.

Het artikel van net nodigt uit om verder te gaan met lezen. Woorden en zinnen proeven in een totaal ander verband. Nog steeds ligt ‘Het ongelukskind” van Beatrice Salvioni te wachten tot ik haar weer opensla. Het begin was al best boeiend, maar er zijn zoveel leuke bezigheden hier en dan kan het gebeuren dat zo’n plan op het lijstje van vermaak naar onderen schuift. De tijd dringt ook nog niet echt geloof ik. Zo’n grens helpt altijd om er versneld aan te beginnen. Vooruit met de geit. Het is een grijze dag, de atmosfeer is zwaar van het vocht dat in de lucht hangt. Uitstekend geschikt om verder te gaan met het boek. Wat je zegt. Een ‘uitgelezen’ moment.

.

Overpeinzingen

De ruimte oneindig

Een mooie wolkenlucht, zon er tussendoor. Vanmorgen dauw op het veld of had het geregend? Algemene feestdag hier, de bevrijding van de Russen in 1956. Alles is gesloten. Een soort zondagse rust als extraatje. De mussen vliegen heen en weer en vermaken zich opperbest.

Gisteren een goed bericht. Dochterlief en haar gezin hebben de tuin naast de onze gekregen en hun tuin overgedaan aan nieuwe mensen. Dat was een grote wens, al vele jaren gekoesterd en nu is het dan eindelijk zover. Nooit meer verwacht en toch gekomen. Soms mag je blijven hopen. We gaan er natuurlijk een gezamenlijke stek van maken met bij afwezigheid de zorg voor elkaars grondje. Lief kan snoeien naar hartelust en ik zal enkele hekwerken van wilgenhout weer slechten, zodat de doorgang toegankelijker wordt. Ik kan er van dromen. Zo fijn. Er staat een klein huisje en een glazen kweekkastje. Allemaal niet groot maar voldoende met het vruchtgebruik van het atelier erbij. Heerlijk.

In een interview met Stef Bos en Liddie Austin kom ik zijn mooie levensmotto weer tegen. ‘De ruimte is oneindig zolang je maar je grens verlegt’En dat in overdrachtelijke zin, want anders weten we tegenwoordig maar al te goed hoe het dan kan uitpakken. En toch vind ik het zo’n mooi beeld. Inderdaad, zolang je niet vastgeroest zit in gewoonten en gebruiken is er ruimte voor nieuwe ontdekkingen,, nieuwe omstandigheden, een nieuwe twist aan het leven.

Toen ik lief weer had omarmd en zijn hele ziel en zaligheid erbij, kwam de keuze, wat te doen met twee huizen in verschillende landen. Er werden keuzes gemaakt en een balans gezocht tussen hier en daar. Daarvoor moest ik veren laten, kinderen minder zien, zussen, vriendinnen, oude gewoonten en gebruiken afzweren of ermee schipperen tot ook hier een evenwicht in gevonden werd. Dat was soms slikken, maar toch. Als ik kijk wat het ons gebracht heeft, heb ik er geen spijt van. De rijkdom van daar, de ingetogenheid en de rust van hier zijn een goede aanvulling op elkaar. Het is zo’n fantastische plek. Ongekend mooi, vind ik. Maar ik ben natuurlijk wel partijdig.

Er waren wel wat heuvels te slechten. Voeg twee levens samen met ieder een flinke rugzak, et voilà. Er deed zich van alles voor om aan te wennen, ook al kenden we elkaar ooit in het grijze verleden als elkaars broekzak. Het tempo was voor mij een van de grootste verschillen. Lag het in de aard van dit beestje om alles snel, sneller, snelst te doen en alleen in de ochtend de rust om te mijmeren te pakken, bleek er ineens een wederhelft te zijn, die bedachtzaam en peinzend mijn leven binnen stapte. Zelfs het strikken van zijn veters was een Zen-aangelegenheid. Kalm neerzijgend op een knie volgde de handeling, waar ik al bij de deur stond, ‘Tasje, sleutels en gaan’.

In feite merk je dan ook, dat je als volleerd ‘alleengaander’ volkomen op jezelf ben afgesteld en als er ergens een goede leerschool is geweest om bij het tempo van een ander te blijven en niet vooraan of vooruit te lopen op bepaalde zaken, dan was het deze periode wel. En wat nog belangrijker is. Het werkt verrijkend, verruimend en het vervult.

Zijn bewuste bedachtzame tred, mijn spontane enthousiaste stap waren uiteindelijk heel goed verenigbaar en inderdaad, bleek de ruimte oneindig.

Overpeinzingen

Broodnodig in deze dagen

Er daalt een schip zure appelen neer op onze hoofden en zo te zien gaat dat vandaag de hele dag zo door. We zitten binnen en het is behaaglijk met de verwarming aan. De gebruikelijke bezigheden, Hongaarse les, schrijven, puzzelen, lezen en af en toe een beetje mijmeren en luisteren naar het geroffel op het dak van het overdekte terras. Niets geen ‘Zachtjes tikt de regen op het zolderraam’. De boomkikkers schetteren er opgewekt en schel bovenuit. Ze zijn in hun element met al die nattigheid. De Cosmea houdt dapper stand.

Boodschappen hebben we gisteren al gedaan, dus we hoeven er niet op uit. Maandag is het hier nationale feestdag en is alles gesloten. Morgen dus proviand aanvullen of maandag op een houtje bijten.

Het boek van vandaag was een exemplaar van alleen op de wereld. Dat kon niet anders. Daarmee werd al vroeg het geschreven woord ontsloten en ontdekte ik de magie van het reizen terwijl ik lees. In documenten die ik af en toe aan het afstruinen ben kwam ik de volgende notitie tegen over lezen en met name over de klassiekers.

Zo zag mijn ‘Alleen op de wereld’ eruit.

Stel je eens voor: ‘Je gaat slapen en na een verkwikkende nachtrust wordt je wakker in een totaal vervreemdende wereld, waar alles anders blijkt te zijn met nieuwe normen en regels. De oude gewoonten zijn verdwenen. In een klap mag je niet met je vrienden en vriendinnen spelen, niet meer naar de voetbalclub, niet naar school, mag je oma en opa niet bezoeken en een oude tante blijft ook ver uit je buurt. Om te ontsnappen aan eventuele dreigingen zijn er meesterlijke ontwijkers. Televisie, computerspellen en het boek. De laatste is het hulpmiddel bij uitstek, geholpen door de zeeën van tijd. De grote klassiekers voorop. Remy’s ‘Alleen op de wereld’ van Hector Malot. De boeken van Thea Beckman zoals ‘Kruistocht in Spijkerbroek’, want wie wil nou niet tijdreizen en ‘Kinderen van Moeder aarde’ dé trilogie over een mogelijke toekomst van de aarde, ‘Het Oneindige Verhaal’ van Michael van der Ende en ‘Meester van de zwarte molen’ van Otto Preussler.

Andere boeken zijn de betoverende geheime tuin van Frances Hodgson Burnett en Lampjes verbeeldingsvolle paradijs van Annet Schaap, om er maar een paar te noemen. De kinderen op school gaf ik, buiten de wereld van de Sprookjes van Grimm en Andersen, die van Pluk van de Petteflet en De Gorgels van Jochem Myjer mee. De maakbare wereld van ‘Paultje en het paarse krijtje’ van Crockett Johnson deed ook zeker mee. Niets gaat er boven dat magische paarse krijtje als Paultje zijn eigen wereld er mee schept en voor elk probleem een oplossing vindt. Je zou iedereen zo’n uitweg willen bieden. Een wereld waar je, net als Paultje, onbevangen in kan stappen en het mag ervaren in het moment. Niet weglopen voor de obstakels op je pad, maar ter plekke oplossingen bedenken om er een andere wending aan te geven. Koester het paarse krijtje in jezelf.

Een taboe doorbreken is zo eenvoudig nog niet. Taboes worden gevoed door de angst en zijn daarmee lastig te bestrijden. Als we het hebben over taboes doorbreken in de kinderliteratuur dan komen we uit bij de grootmeester van de absurditeit: Roald Dahl. Hij was een meester in het onderuit halen van de gevestigde orde. Hij overdreef, dikte aan en blies zijn karakters op. Volwassenen die je altijd netjes hoorde te behandelen maar die nooit de juiste keuzes maakten, meisjes die te bedeesd werden afgeschilderd, jongetjes die vooral stoerder dan stoer waren, pijn en verdriet dat omfloerst en met zachte handschoentjes werd beschreven. Roald pakte deze normen en waarden uit en gaf er een meer dan realistische twist aan. Als een juffrouw een kreng was, dan werd ze buiten proporties erg, niet alleen qua karakter maar ook in omvang en de ruimte die ze innam. Denk aan juffrouw Bulstronk. Een meisje, klein en frêle kreeg de beschikking over intrigerende eigenschappen, een echtpaar krabde elkaar de ogen welhaast uit en verzonnen talrijke gruwelijke listen om het leven voor elkaar zo onaangenaam mogelijk te maken. Heksen, en reuzen heersten, kinderen waren om op te eten en zelfs de zwaartekracht moest eraan geloven. Het is wat ieder mens in zijn hoofd zou willen doen als een verhitte boosheid op komt zetten. Heel even maar tot de ratio het over neemt.

Naast al die prachtige oude klassiekers ben ik een fervent voorstander van alle nieuwe auteurs en hun boeken, die net zo snel op hun beurt klassiekers zullen zijn zolang wij maar blijven lezen en voorlezen. Wegdromen is het hoogste goed voor onze kinderen en kleinkinderen om voor een moment te ontsnappen aan de werkelijkheid. Broodnodig in deze dagen.

Overpeinzingen

Beetje voor beetje dus

Vroeg uit de veren, want lief moest naar zijn advocaat voor een nog af te handelen handtekening. Dat betekent een spraakwaterval van minstens een uur. Daarna zijn we eigenlijk te moe, maar duiken toch Pécs in om de bestelde porseleinen bloemetjes voor dochterlief te halen. Elf kleintjes en twee madeliefjes. Komt goed lieverd. Er lopen hele hordes middelbare scholieren door de stad, in uniform. Dat wil zeggen aan de bovenkant uniform gekleed aangevuld met om het even wat. Leren broeken, lange rokken, korte rokjes, alles is mogelijk. Doorgaans is het een witte bloes, maar er lopen ook matrozenkragen rond. De jongens een zwarte jas met wit overhemd.

De stad ademde vooral weekendverlof. Ze sjouwden rugzakken mee of plunjezakken en liepen richting het busstation vanwaar ze uit zouden waaieren naar de talloze dorpen en dorpjes in de omgeving. Het was er druk en drukkend benauwd. Geen ideale situatie, dus tijd om te verkassen na wat mooie kleine juweeltjes te hebben bewonderd. Een prachtige kerk, een stenen indiaan boven een apotheker, een dikke duim en wijsvinger, de fontein met de platelen dierenkoppen, de luxueuze mediterrane pleinen, de allerarmsten onder ons, die al scharrelend rondlopen en natuurlijk het contrast oude stad en heel veel jeugdig jongs, druk babbelend, hangend, sjouwend, zoenend. Zo hoort de stad te bruisen.

Vriendinlief nomineert me voor het tien dagen plaatsen van boeken die mij geïnspireerd hebben. Heb er even over nagedacht en ben toch met haar in zee gegaan, omdat ik vind dat we in deze barre tijden de leuke, mooie, verheffende zaken vooral in het voetlicht moeten plaatsen. Iets waar we allemaal ons voordeel uit kunnen halen. Titels delen, mooie plekken delen, gedachten delen, gedichten delen. Daar hebben we meer aan dat wat er voor waars en onwaars al dan niet emotioneel te berde wordt gebracht. De Kleine Prins dus, omdat er alleen al uit het verhaal van de Kleine Prins en de Vos een wereld van gedachten kan worden meegenomen. Ik heb het boek vandaag gepost en voor morgen is de volgende me al duidelijk.

Een app van de dochters. Ze zijn met hun jongsten naar de ‘De grote hier-heb-ik-geen-zin-in-show’. Ik bekijk de trailer en zou wel even over willen vliegen. Heb ik er goed aangedaan om de klankbordgroep op te geven, vraag ik me af. Nu mis ik al die kersen op heel veel taarten.

Lief is het achterbos aan het inspecteren en de fazanten aan het tellen. Ik ben te moe van alles. Slechts 2.1 km gelopen en nu al aan het eind. Moet gezegd dat het in Pécs 28 graden en drukkend was, tel daar de advocaat bij op en je kan me opvegen.

Een van mijn liefste vriendinnen blijkt prachtige gedichten te schrijven en ik wist het niet eens. Jaren hebben we samen gewerkt, dicht verstrengeld, maar nu, omdat ze ze tegenwoordig met foto op facebook plaatst, zijn ze wereldkundig gemaakt. Iets in de trant van ‘De schoonheid delen’, komt het daar vandaan? Het is de juiste weg. Ik heb ook boekjes met gedichten, een WordPress-site met gedichten, privé, lastig om te delen. Zo persoonlijk vaak. Of toch niet en ben ik dan bang voor het oordeel? Net als bij de doeken die ik maak? Misschien wel. Daar los van te komen is een van mijn grootste wensen, geloof ik. Ondanks de kritiek gewoon doorgaan met waar je plezier uit haalt en vooral niet kijken naar hoe het ontvangen wordt. Moeilijk, heel moeilijk.

Een hobbel om te nemen en daar zijn we tot op de dag van vandaag mee bezig. Je bent nooit te oud om jezelf te laten zien. Gedoceerd, zoals het betaamt…Steeds een tip van de sluier. Zo blijft het wel boeiend. Beetje voor beetje dus.

Overpeinzingen

Opdat wij het nog mogen meemaken

Gisterenavond keken we de film Paddleton, een drama van Alex Lehmann uit 2019. Twee schuchtere mannen vinden elkaar als buurman in een wat schimmig appartementencomplex en worden vrienden. Ze spelen Paddleton tegen een verweesde muur van een buitenbioscoop, eten pizza, leggen een puzzeltje en kijken naar Kungfufilms. Als een van beiden te horen krijgt dat hij niet meer beter wordt, neemt een en ander een wending, want ze moeten op pad. Juist omdat al het overbodige is weg gelaten en de onopvallende gewoonten wel genoemd worden, boeit deze ingetogen film tot op het laatste moment. Het slot is ontroerend mooi. Fijn om weer eens een film te zien waar lang over na te bomen valt.

Het brieven schrijven aan Vincent moet wachten tot ik mijn boek weer heb, want de brieven op internet zijn in het Engels. Ik wil de taal van Vincent proeven, juist dat maakt zijn brieven zo bijzonder. Vriendinlief vroeg me gisteren aan welke, al dan niet, fictieve persoon ik zou willen schrijven. Dat ze dat ook vroeger vaker deed en dan zelf tevens het antwoord schreef. Dat lijkt me heel bijzonder om te doen. Een briefwisseling met jezelf, terwijl je je voorstelt dat je een ander bent. Dat kan mooie dingen opleveren, lijkt me. Zeker als je blanco gaat schrijven. Daar bedoel ik mee, alles wat in je opkomt direct neerpennen en zien wat het wordt. Het zijn oefeningen die ik tijdens een moeilijke tijd door het boek ‘The Artist Way’ van Julia Cameron me had aangeleerd te doen. Iedere ochtend beginnen met te schrijven wat er in het moment gebeurt. Verbazingwekkend op welke details je dan uitkomt. Iets dergelijks gebeurt er ook als je met jezelf in gesprek gaat en de bevindingen opschrijft. Heel boeiend lijkt me.

Ik zou wel willen corresponderen met een van mijn liefste vriendinnen, die de wereld al 12 jaar heeft verlaten en nu ergens op een wolk zit. Dat wens ik mezelf, geloof ik, toe. Dat ze daar zit en ons volgt in al wat we doen. Wat ze zou aanmoedigen of waar ze verwondert over zou zijn. Er is veel in deze wereld waar je je over kan blijven verwonderen sinds die twaalf jaar. We schreven elkaar praktisch dagelijks een email. Ook die heb ik bewaard, maar ze staan in Nederland op mijn computer. Die brieven ga ik gebruiken als we terugkomen van de reis en dan ga ik haar antwoorden met de kennis die ik nu heb. Ik ben benieuwd wat dat brengen zal.

Vandaag ga ik naar het atelier. Het weer is wisselvallig, wel droog, maar de zon verdwijnt steeds achter het wolkendek. Lief heeft er de elektrische kachel aangezet. Die gaat straks uit, want anders is het te benauwd, vermengd met de verflucht, maar het blijft zeker drie uur war,

Ik wil glaceren en ga met deze wateroplosbare olieverf eerst oefenen op een van de oude portretten. Kijken of ik er diepte in krijg. Houdt het ook op bewerkt papier, heb ik wel de juiste transparanten, heb ik glaceer-medium? Allemaal vragen die uitgezocht dienen te worden. Iets dergelijks schrijft Vincent in zijn brieven ook voortdurend aan broer Theo. Als hij een nieuwe manier van werken heeft gevonden, als hij schetsen maakt, als hij onzeker is over zijn kunnen. Onzekerheid roept twijfel wakker en dat brengt nieuwe vragen met zich mee.

De kardinaalsmuts bloeit. Nu maar hopen dat ze zich binnen een week ontvouwt opdat wij het nog mogen meemaken.

Overpeinzingen

Vriendinnen, zusters, zielszusters

Op zoek naar de brieven van mijn moeder, kom ik uit bij iets dat ik eigenlijk al weer verder naar achteren had geschoven. In documenten bevindt zich een schrijven over hoe ik in mijn beleving mijn moeder heb ervaren.

Ik lees het over en bedenk dat het een prachtige aanvulling op de vragen van zoonlief zal zijn. Wat wonderlijk dat iets zo ver weg kan glijden als andere gebeurtenissen aan de poort staan te kloppen om binnengelaten te worden. De aanleiding voor dat schrijven was een bekende van me, die vroeg of ik zin had om bij haar te komen op vrijdagochtend en dan samen te doen wat we graag wilden doen. Dat had ze altijd met een goede vriendin van haar gedaan, tot de vriendin verhuisde.

In de voetsporen treden van iets wat al is geweest is niet altijd een goed idee. Het liep fout, op verschillende verwachtingen en veronderstellingen, vermoed ik. Waarschijnlijk omdat ik op een andere manier aan het zoeken was naar die vervulling, dan zij gewend was om te doen. Het was een teleurstelling en tegelijkertijd een nuchter constateren van een feit. Probeer niet in herhalingen te vallen, als de situatie totaal veranderd is. Uit die tijd stamt dit schrijven en daar ben ik achteraf gezien heel erg blij mee. Wat nu volgt is de inleiding, de rest bewaar ik nog even voor de kinderen.

_

Het is waar. Je hebt gelijk. Ik dans al jaren om mijn moeder heen, eerst met de dagboeken en nu met de brieven. Het wordt tijd dat ik daar chocola van ga maken. Weet nog niet hoe, waar te beginnen, welk verhaal het worden zal. Mijn concept van een stukje dagboek, een stuk van mezelf en de herinneringen kunnen een begin zijn. Weer een start maken met de dagboeken over te lezen en wat raakt, eruit te filteren.

Zo…al mijmerend, denk ik, dat dat een start zal zijn.

Zuslief en ik zitten op de bank. We hebben het over onze ouders. Onze benen opgetrokken, een kop thee onder handbereik, vertellen we elkaar de intiemste verhalen van nu, van vroeger, over de opvoeding. Woorden stromen en krijgen betekenis, die de prietpraat van even daarvoor overhevelt naar een diepere laag. Haar moeder en mijn moeder lijken niet op elkaar. Ze vertonen raakvlakken, maar de verschillen zijn groot. Ik bedenk dat dat voor ieder van ons geldt. Een gezin met elf moeders.

Ik wil er wat mee, het verhaal vertellen vanuit mijn beleving.

Is het zo dat we in relatie tot elkaar bestaan uit verschillende karaktereigenschappen, die bij ieder gezinslid een nieuw verhaal vormen en zo een nieuwe persoonlijkheid. Als moeder ben je medeverantwoordelijk voor de kinderen en volg je hun ontwikkeling op de voet. Als dochter van dat gezin onderga je de opvoeding als een gevoelsbeleving, geschoeid op eigen leest en vervat in de samenstelling van de omgeving. Ik wil het verhaal vertellen hoe het voelt om deze dochter van die moeder te zijn, van mijn moeder temidden van dat grote gezin van elf kinderen met hun ouders. En dan vooral als oudste dochter net als mijn moeder was. De oudste dochter.

Vrouwen zijn mijn hele leven lang met rechte rug blijven staan bij alles wat er op mijn pad is gekomen. De verbondenheid is groot. Het zijn de herkenbare overeenkomsten en derhalve ook de verschillen. Een oogopslag, een woord, een kwinkslag is genoeg om de warme onderstroom te voelen die langs mijn ziel strijkt. Het kost geen moeite om die te omarmen. Vrouwen worden vriendinnen, zusters, zielszusters.

_

Overpeinzingen

Lanterfanterende momenten

Ik zat gisteren binnen te lanterfanten. Nou ja, ik beantwoorde vragen die binnenkwamen op de blog. Die nopen dat ik op zoek ga naar de militante vrouwen uit de oudheid. Kom bij de nauwelijks bekende, want niet genoemde strijdsters, contouren, weggevaagd door ze in het ongekende te schuiven. Het roept nieuwe vragen op. Samen met een lieve andere blogger komen we bij de oorsprong van de man/vrouw uit, bij Adam en Eva. Daar is het waarschijnlijk al fout gegaan. Vanaf het begin een ongelijke strijd, door keuzes die toen gemaakt zijn?

Omdat lanterfanten best fijn is en een pas op de plaats even nodig vanwege een toename van de benauwdheid, zoals altijd bij een wisseling van weer, kijk ik de eerste aflevering van de zevendelige docu van Dokter Ruben, waarbij Ruben Terlou, die ik zeer bewonder, gevolgd wordt als hij in een Amerikaanse gevangenis op zoek gaat naar de mens achter de crimineel. Hij wil er achterkomen en doorgronden, hoe ze tot hun daden gekomen zijn. Valt crimineel gedraf te voorkomen. Hij draait mee in een zelfhulpgroep van langgestraften. Bij iedere documentaire die ik van hem gezien heb, krijg ik meer bewondering voor deze man, die zijn eigen angsten onder ogen durft zien en ook niet schroomt dat in een cirkel van deze mannen toe te geven, vertrouwen te winnen.

Op een gegeven moment willen ze hem beter leren kennen en vragen of hij niet iedere vraag met een wedervraag wil beantwoorden, maar zichzelf durft te laten zien en dan doet iemand het voorstel om elkaar in de ogen te kijken. Ruben moet één voor één voor de mannen gaan staan en hen aankijken tot hij zichzelf aan de ander durft geven en de ander voelt dat zijn hart openstaat om hen te ontvangen. Als dat gevoel er is, kunnen ze door naar de volgende in de cirkel. Het is zo’n spannend ritueel, dat ik er benauwd van wordt en even weg moet kijken. Iets luchtigs wil zien. Wat een ervaring. Hoe verrijkend zal het voor hem zijn en is het ongetwijfeld ook voor ons, als toeschouwers.

De druilerige grijze lucht heeft vandaag plaats gemaakt voor een uitbundig zonnetje, met 14 graden is het prachtig en fris herfstweer. De cosmea bloeit uit alle macht en laat trots zien, wat ze in petto heeft nu ze niet meer overwoekerd wordt.

Er is een docu op NPO Plus, die ‘Brieven aan Vincent’ heet en dat vrouwen laat zien, die opgenomen zijn in St. Remy de Provence, net als Vincent van Gogh destijds en die brieven schrijven aan de schilder. Het zijn ingrijpende verhalen, ook al worden ze in een notendop vertelt. Als ik denk aan het boekwerk in Nederland met de verzamelde brieven van hem, had ik het graag hier gehad. Hoe mooi zou het zijn om daar brieven uit te halen en je gedachten er over te laten gaan, zodat je hem terug kon schrijven, zoals de vrouwen daar in de kliniek, doen over hun eigen ervaringen. Hoeveel stof tot schrijven is er dan.

Ik struin de bibliotheek af en kom geen brieven van van Gogh tegen. Dan bedenk ik dat ik ze natuurlijk digitaal kan ophengelen. Dan blijkt dat er een van Gogh Gallery bestaat, waarin vrij uitvoerig praktisch alle brieven te vinden zijn.( http://www.vggallery.com ).

Het borrelt van binnen, allerlei mogelijkheden en ideeën buitelen over elkaar heen. Wat een mooi idee. Zo zou je dat met andere brieven van je geliefde schrijvers kunnen doen, maar ik zou bijvoorbeeld de brieven van mijn moeder kunnen beantwoorden in het nu. Wat voor een tijdsprongen maak je dan. In wezen heb ik dat met haar dagboeken ook gedaan, maar dan met korte strofen. Nieuwe uitdagingen, die zeer welkom zijn in lanterfanterende momenten.

Overpeinzingen

Er is genoeg voor iedereen

Wat kan het weer toch volkomen onberekenbaar uit de hoek komen. Gisteren was het ineens herfst. Regen, temperaturen die gemiddeld dertien graden lager waren dan de afgelopen weken van dagen met gemiddeld 26 graden en volop zon. Een soort ingebouwde overgang om vooral bijtijds te wennen aan wat straks nog komen zal. Alhoewel, voor het eind van de week belooft het opnieuw tegen de 20 graden op te lopen. We zullen zien. Vooralsnog schijnt de zon en zet al wat glinstert door de regendruppels in een parelend licht.

Derhalve was het gisteren een dag van lezen en puzzelen, wasje draaien, schrijven en koken. In de avond kijken we naar de film Geisha en genieten van de verstilde beelden van dat oude Japan, zien ook de kommer en kwel van de meisjes, die opgeleid worden tot Geisha. Natuurlijk eerst bij een slechte ‘moeder’ en daarna bij een goede, een geisha die kunst en cultuur, dans en bevalligheid, maar vooral het bewaken van haar vrouwelijkheid hoog in het vaandel heeft. Prachtige beeldspraak en symboliek komt voorbij. Zo’n enkele zin is voor mij al voldoende om volop te genieten. Haar eigen moeder had haar getypeerd als vloeiend water, dat meanderend haar weg wel zal weten te vinden, hoe moeilijk het leven ook verlopen zal. Hoe mooi is dat.

Gisteren hadden we een gesprek over mannen en vrouwen en het feit dat het in de sport veeltijds nog gescheiden wordt gehouden, al zijn er steeds meer jeugdvoetballers die samen in een team spelen. Juist omdat we een geschiedenis kennen, die er van uitgaat dat de vrouw minder sterk zou zijn, maar ook vanuit een pittige preutsheid ten aan zien van het aanraken, wordt het een en ander gekunsteld in stand gehouden. Hoe zou het zijn als de vrouwen zich zouden mengen in alle sporten, zou dat verschil dan niet versneld kleiner worden. Oefening baart kunst.

Op school hadden we een stamgroep, bewust gekozen voor drie verschillende leeftijden bij elkaar. De jonkies leren van de ouderen en omgekeerd, de ouderen leren zorgdragen voor de jonkies. Zo werkte het principe en doorgaans naar volle tevredenheid. Het feit dat je in een groep een keer jongste, middelste en oudste mocht zijn zorgde ervoor dat het inzicht in elkaar kon groeien. Je had immers allemaal zo’n zelfde ontwikkeling doorgemaakt. Kinderen leren sneller van elkaar. Hetzelfde voordeel ontstond ook door verschillende niveaus in een groep. Als je van jongs af aan meekrijgt, dat het fijn is om je kennis te delen omdat een ander van jouw vaardigheden kan leren, kweek je de hechte groepsmentaliteit.

Stel dat vrouwen net als mannen van het begin af aan op een gelijke manier waren behandeld, opdat men van elkaar hadden kunnen leren, met elkaar op een respectvolle manier hadden leren omgaan, hadden we dan nu een andere wereld gehad? Het is fijn om er zo over te filosoferen. De middag verstreek in een aangename sfeer in de warme bibliotheek. Het mes sneed aan twee kanten, want met de vermoeidheid nog in de benen, konden we de stijve beenspieren door het geklauter van de dag ervoor, wat rust te gunnen.

Af en toe strijkt er een vlucht spreeuwen neer op de pergola en snoept van de inmiddels tot rozijntjes verworden druiven. Het is rijkdom als je een deel kan bestemmen voor de natuur. Na de spreeuwen komen de koolmeesjes. Het ritselt en ruist daar in het struweel, het is er vol leven. Een sociaal gebeuren, want iedereen mag mee snoepen. En waarom ook niet. Er is genoeg voor iedereen.

Overpeinzingen

Duik in het verleden

De vrijdag hadden we wat kalm aangedaan en voor de zaterdag een reisje gepland naar de burcht van Siklós. Een mooie balans tussen de stilte en de drukte. Daarvoor leidde Truus ons over een van haar befaamde binnendoor-wegen, met wat wonderlijk grillige haarspeldbochten omdat we door het Villánygebergte reden. Over het asfalt dat scheelde weer en niet, zoals een week geleden, dwars door de bush. Zaterdag betekende extra veel Hongaren op pad, die allen de burcht in wilden.

Het was een imposante burcht. Een van de oudste en best bewaarde in Hongarije. De slotgracht was vervangen door een groot park, waar voor de gelegenheid een of ander festival in een grote tent bezig was. Dat verklaarde de drukte op zich. Voor Truus vonden we zo’n beetje de enige parkeerplaats die nog voor handen was, vlakbij de opgang naar de binnenplaats toe. We werden er door een vriendelijke Hongaar naar verwezen. Mooi werk. Er ging net weer een buslading toeristen weg, dus even vielen we in de luwte, maar al spoedig werd dit gelukzalige moment alweer ingehaald door een nieuwe bus.

Lief was zijn Lakcim-kaart vergeten met zijn paspoort erbij. Dat zou ons ons zo’n 2200 forinten, zeg 6 euro, gescheeld hebben. We blijven natuurlijk Hollanders. Ik vond het steeds oké, dat kleine beetje extra. Goed voor het object of het museum, maar tja, kleine beetjes helpen en je wilt geen dief zijn van je eigen portemonnee herinner ik me van lang geleden.

De eerste de beste kamer waar we naar binnen gingen was de martelkamer met zeer beeldende prenten die er boven hingen. Daar hadden we allbei op dit moment niet echt zin in. Mensen hebben elkaar eeuwenlang de meest vreselijke dingen aangedaan. We zijn al dat geweld totaal ontgroeid. Het leven kende op de burcht ook een zekere beschaving toen het in de Habsburgse periode in persoonlijk bezit kwam en daar waren er op de eerste verdieping aangeklede poppen van te zien, met de gangbare kleding al naar gelang de plaats in de rangorde. Een van de mannen had een kostuum aan, die onze dansers in de Hongaarse choreografie ook hadden gebruikt.

Er was ook een tentoonstelling over de filmheld Kapytán Tenkes Csarda met stripboeken en een echte zwartwit serie op een ouderwetse televisietje en een eenvoudige bank ervoor. Daar konden we even uitrusten en tegelijk genieten in een sfeer zoals je die bij ons aantrof tijdens Ivanhoe in de jaren zestig.

Er was een ruimte te vinden waar mensen een maliënkolder aan konden trekken en diverse soorten helmen op hun hoofd konden zetten. Er werd grif gebruik van gemaakt, al moest men regelmatig met behulp van meerdere mensen, letterlijk, bevrijd worden uit het benauwende harnas.

In de gang naar de trans toe was een tentoonstellinkje van twee schilders, waarbij de portretten van Istókóvts Kálmán kleine juweeltjes bleken. Nooit van gehoord, maar prachtig. Schoonheid waar je het niet zou verwachten.

Er was ook een wijnmuseum. Alle wijsoorten uit de streek van Villány waren voorhanden en werden te koop aangeboden. Beneden waren een aantal souvenirs-winkels, maar het meest imposante was de grote torentrans, waar we een prachtig zicht hadden op de omgeving. Zeker de moeite van een bezoek waard. Toen er ook nog Hongaarse klanken uit de tent beneden in het park opstegen, was het plaatje compleet.

De drukte rondom de burcht lieten we voor wat het was. Benden in het park stonden rondom bankjes in de schaduw, een uitgelezen plek om nog even na te genieten van de eeuwenoude bomen en de duik in het verleden.

Overpeinzingen

En kon het met een sisser aflopen

Bij het lezen van een van de blogs van Wouter van Heiningen komt me een gedicht van Merel Morre onder ogen, dat in zijn eenvoud raak neergeschreven is en moeiteloos te plakken valt op de huidige wereldsituatie.

Een ijsje

_

oorlog neemt geen vakantie

conflicten recreëren niet

de hang naar macht

stopt niet met een ijsje

de zon schijnt nooit overal

_

maar waar leer je begrijpen

uit welk boek

in welke les

dat mensen kunnen juichen

als een bom

hun buren treft

_

mag de haat iets zachter

of helemaal uit

alsjeblieft

Vooral die laatste drie zinnen verwoorden mijn gevoelens van dit ogenblik. Haat in de kou gezet, macht en politiek op een laag pitje, recht mag zegevieren, en welk recht dat is? Een leven in vrede voor ieder mens, zonder stigma’s, zonder restricties. Was de eenvoud maar overal te vinden. In dit soort tijden verlang je naar liefde, naar veilige geborgenheid, naar het kleinste geluk en dat de dreiging, het zwaard van Damocles voor iedereen ‘Verre van’ blijft.

Hoe ongelijk verdelen zaaiers van de angst de wereld, vermeende machthebbers maken de schoonheid stuk. Hoe kan ik schrijven over een bloeiende hortensia op dit kleine stuk grond met het bezwaard gemoed dat mijn hart omsluit, als het denkt aan kinderen, kleinkinderen, de jeugd, de toekomst.

Natuurlijk, het rad ratelt door, maar tussen al het kleine geluk even stil staan bij al die plaatsen waar de wereld brandt.

Was het maar te blussen met de tranen van het verdriet en kon het met een sisser aflopen.

Het gedicht ‘Een ijsje’ komt uit de bundel ‘Dons op mijn tanden’ van Merel Morre uit 2015

Overpeinzingen

Weer een jaartje ouder geworden

Lief haalt van zolder een spiksplinternieuw wafelijzer. Jammer dat die er niet was met de globetrotters, want er hangt een heel fluïdum van nostalgie om het apparaat heen. Onze kinderen waren altijd gek op de wafels die opa steevast bakte als ze op visite kwamen en het tijd was voor een feestje. Of waren de wafels op zich al voldoende voor een feest. En een beetje ouder geeft die feestelijke herinnering natuurlijk in volle glorie door aan de kinderen. Warme gevoelens bewaren, dat is zo waardevol. Er schijnen nog heel wat dozen te staan in het ketelhok. Misschien moet ik nog eens voor Alice in Wonderland spelen en op onderzoek uitgaan. Je weet nooit hoe een klein meisje een wit konijn kan vangen of een koe een haas.

Na de kou van eergisteren en de winderige wisselvallige temperatuur van gisteren werd het vandaag weer ruim 26 graden. Bij het tuincentrum, dat op de berg ligt, schroeide ik weg in mijn zwarte kloffen en mijn lange mouwen. Laagjes, laagjes…Ja mam. En veel meer in een goede nazomer denken.

Asters waren tanend, die lieten we verder staan, maar de Hortensia mocht mee, altijd handig bij afwezigheid en niet alle dagen zorg. Dan zijn het dankbare struiken en ze houden het onkruid in bedwang. Een eikebladhydrangea erbij omdat hij prachtig zal staan het schip onder de bomen. Die heet zo omdat de afscheiding van het bed echt op een schip lijkt met de afgezaagde boomstammen. Heide voor in de droge tuin tegenover de hazelaar en geraniums voor naast de aster, ook als onkruidverdringers. Zo krijgt alles een functie.

Bij de Aldi hadden ze weer Hollandse stroopwafels in een Duits jasje en dan heten ze karamellwaffels. Maar er staan wel leuke Hollandse delftsblauwe huisjes op de verpakking en daarboven wappert fier een driekleur. Het sentiment kruipt in mijn nekharen.

Gisteren zagen we de middelste bonte specht. Natuurlijk kroop ie gezwind aan de achterkant van de boom. Hij had ons allang opgemerkt. We zaten onder de hazelnoot in een windje de laatste middagzon binnen te halen onder het genot van een wijntje en een bier. Gelukzalig plekje met de klanken van de geruststellende bamboegong boven ons hoofd. Was het maar overal zo vredig.

De krullebol is vandaag jarig en hij had de afgelopen week al zoveel keer zijn verjaarsfeest gevierd, dat hij er uitgeput van was. Gisteren had hij vliegende dino’s uitgedeeld op het dagverblijf, maar voor vandaag had zijn nieuwe juf geadviseerd hem dat niet aan te doen met alle spanningen die een nieuwe school en al die feesten al met zich meebracht. Een wijs besluit. Dus kon hij in alle vrijheid hun huis tekenen en bracht het trots mee naar huis. Kleine kunstenaar in de dop.

Ik mis soms echt de viering die we van de verjaardagen maakten op school. Het was altijd dolle pret en het hele eerste uur ging er mee heen. Een eigenhandig door mij gemaakte kroon naar keuze, de Pürtaart waar kleine cadeautjes in zaten, de waxinelichtjes er boven op al naar gelang van de leeftijd. Vijf liedjes naar keuze en springen van de verjaarsstoel tot aan het lied: ‘Het is feest in de apen/later de eekhoorns’. Met flink veel kabaal, want je mocht zo hard zingen dat opa, oma of cavia, in Middelharnis, Groningen of tot zelfs op een wolkje het konden horen. Dikke pret natuurlijk. Dan Droef en Drabbel die op bezoek kwamen, de twee apen, of oma met slissende muis, of twee blauwe monsters met het accent van Ed en Willem Bever, waarna ook steevast het lied ‘Hup daar is Willem met de waterpomptang’ volgde en de inmiddels verstopte jarige gezocht moest worden onder aanwijzingen van koud tot gloeiend heet. Daarna werd er uitgedeeld, werd het cadeautje gekozen en gingen we buiten spelen.

Aandacht, daar groeien kinderen van en nog meer als ze weer een jaartje ouder zijn geworden.