Overpeinzingen

We zullen zien

Worldpress vraagt waar mijn voorkeur naar uitgaat: Het strand of de bergen. Daar is maar een antwoord mogelijk. Beide natuurlijk. Als ik ga uitwaaieren op het strand dan is dat zeer van betekenis. Ik geniet van de weidsheid en de zilte lucht, de wind die de strijd aangaat met de wapperende haren, de wolkenluchten die elkaar in snel tempo opvolgen, het geknerp van de schelpen onder je voeten. Niets werkt beter, dan met muizenissen in je hoofd naar het strand te gaan en zelfs in de schamele meters die ik er nu langs kan lopen vliegen ze met de wind mee naar de verre oorden over het water. Met een frisse neus, een nieuwe energie en een schoon gemoed kom ik er vandaan.

In de reis naar ons huis in Hongarije, was ik verrukt van het beeld dat ik nog kende van vroeger. Bergen met besneeuwde toppen waar we dankzij het gemak van de nieuwe tunnels en wegen moeiteloos onderdoor reden. Wat een heerlijkheid was deze vernieuwde kennismaking, vooral omdat ik had gedacht ze nooit meer terug te zien. Maar het allergrootste ontzag kreeg ik voor de berg en haar eeuwenoud bestaan door de tocht naar de waterval in Kroatië afgelopen oktober. . Nooit, voor mijn gevoel, had ik zo oog in oog gestaan met de imposante en indrukwekkende reuzen. Ik voelde me nietig en klein. Alice in Wonderland en had er graag de klimpartij na de waterval voor over. We moesten natuurlijk ook weer omhoog.

Vannacht had ik nog meer last van de kaken, het hoesten had zich verergerd en ik had het beurtelings koud en warm. Ik kneep ‘m een beetje, want als het corona zou zijn, konden een heleboel activiteiten sowieso geen doorgang vinden. Daar zaten een paar hele leuke bij. Woensdag de bio club en de bespreking van het boek Rebelse Genieën van Andrea Wulf. Woensdagavond een tuinvergadering. Zaterdag een reünie annex lunch van onze opleidingsgroep tot verpleegkundige uit 1973. Te leuk om te moeten missen. En ik word ook nog heel luxe opgehaald en thuisgebracht. Dan moet ik eerst mezelf weer in elkaar knutselen. Zoonlief had een coronatest voor me. Lief was mijn assistent. Geen corona, tot mijn grote opluchting. Dan moest de grieperigheid in bedwang gehouden worden door heel koest te blijven. Misschien wat extra vitaminen en het geloof bewaren in mijn sterke gesternte. Een uitdaging al met al.

Vanmorgen keek ik de twee eerste afleveringen van Sterren op het Doek terug. Vooral om de technieken en de resultaten die de diverse schilders bereiken maar ook om Eus, die op een prettige manier vooral de diepte in weet te gaan. Robben bleef zelf een beetje op de vlakte, maar met Olcay Gulsen ging dat als vanouds vanzelf, niet in de laatste plaats door alles wat die kleine doorzetter allemaal had gedaan in haar leven. De kunstwerken waren weer zeer verschillend, maar door de bank genomen vond ik de olieverfschilderijen vooral goed eruit komen. De gelaagdheid van het schilderen op plexiglas was een interessante. Ergens heb ik nog een plexiglazen zijruit van mijn eerste kleine blauwe prins. Wie weet wat nieuwe ideeën opleveren. Vanavond komt Daan Schuurmans, een markant hoofd. Ben benieuwd welke kunstenaars zich daarop gaan botvieren. We zullen zien.

Overpeinzingen

Hulde aan moeder en zoon

Toch een tikkeltje geveld. Ik krijg namelijk een onbedwingbare zin in kippen-noedelsoep. Dat is al jaar en dag een veeg teken.

Mijn gedachten zijn nog steeds in het dorpje Jena, bij onze rebelse genieën. Wat een rijkdom als je deze erudiete gemeenschap vergelijkt met de afgelopen verkiezingen. Mensen die bezig zijn zich een weg door de schoonheid te banen, wetenschap poëtiseren, natuur poëtiseren. Een Schelling die zijn studenten niet leert over de dode grote mannen uit het verleden, maar ze een blik gunt op de toekomst. Alles staat in verbinding met elkaar, alles is een. Hoe romantisch als een hoogleraar zijn theorieën te berde brengt, staande aan een katheder verlicht door twee kaarsen en zijn studenten vanuit de donkere zaal zicht geeft op wat bijna als magie overkomt. Die sfeer dus.

Gisteren hebben we gezellig zitten keuvelen met de allerjongste aanwinst. Wat een heerlijk goedlachs en lief poppie is het toch. Haar tandjes komen door dus als er gevoed moet worden knarst ze het tandeloze bekkie meedogenloos heen en weer, drinkt niet of nauwelijks, maar laat zich wel heerlijk afleiden. De grote ogen met lange wimpers kijken pienter en alert de wereld in. Ook zo’n vredige kleine is een mooie tegenhang.

Zoonlief kwam thuis met de kleine krullebol, die bijna klein-af is en zich in het ziekenhuis zeer kranig had gedragen. Hij had er driekwart walnoot opgegeten en daarna mocht hij lekker spelen met een ander jongetje dat in hetzelfde schuitje zat. Al gauw was gebleken dat hij allergisch bleek voor walnoten en pecannoten, maar voor pepernoten gelukkig niet en dat was een hele geruststelling. Met histamine mee was het leed in de vroege middag alweer geleden. Zoonlief legde de benjamin op bed en ik putte uit het arsenaal aan Sintliedjes er enkele grappige op. ‘Sinterklaas is verdwenen’, ‘In Spanje daar zijn hoge bergen’ en natuurlijk de inmiddels klassieker: ‘Kleine Piet ging uit fietsen.’ Altijd handig zo’n onuitputtelijk arsenaal aan liedjes, voor elke situatie wel een.

Bij 2Doc.nl bevindt zich een documentaire van de VPRO van de filmmaker Gijs Wilber. Zijn moeder Lot heeft al enkele jaren last van ernstige vergeetachtigheid. Haar man heeft het over een enorme roze olifant in de kamer, de opkomende Alzheimer, en dat niemand, incluis hemzelf, dat bespreekbaar maakt met Lot zelf. Lot en haar man gaan door het verleden en zijn aan het inpakken omdat ze gaan verhuizen Aan het eind trekt zoonlief de stoute schoenen aan na een goed gesprek met zijn vader en gaat het gesprek met zijn moeder aan, omdat heel duidelijk te zien is dat ze er onder lijdt. Het wordt een zeer aangrijpend interview, waarin Lot aangeeft al heel lang te weten dat het niet goed gaat en ze veel te vergeetachtig is. Ze haalt aan dat ze haar eigen moeder ook zo heeft meegemaakt en ze weet dus precies wat haar te wachten staat. Met dit gesprek geeft zoonlief haar haar waardigheid terug. ‘Dit ben ik, dit mankeert mij en ikzelf en jullie moeten er mee dealen. Ik hoop wel nog op tien mooie jaren met je vader’, geeft ze hem als zalf op de wonde mee.

Soms zijn lastige vraagstukken openbreken heilzamer dan doen alsof er niets aan de hand is. Open kaart spelen is iets wat hoog in het vaandel staat. Om de hete brei heen draaien, kan achterdochtig maken en wekt irritatie op, ook al is de reden van het verzwijgen aan alle kanten te begrijpen. In het geval van Lot zal het voor een groot deel haar eenzaamheid weggenomen hebben. Hulde aan moeder en zoon.

Overpeinzingen

Een mooie tegenhanger voor de onrust in de buitenwereld

Tante Pollewop staat naast haar juf en houdt haar hand stevig vast. Tussen alle mensen door vangen we een glimp op van haar gezicht. Het licht op en ze zegt iets tegen juf. Die laat haar niet gaan. Als we bij hen aangekomen zijn, stelt ze zich netjes voor en ze vraagt of ik de moeder van dochterlief ben. Als ik instemmend knik, zegt ze zachtjes: ‘Zo’n heerlijk kind, deze dame‘. Ik beaam het. Lief krijgt ook een hand, daarna schuift de kleine haar hand in de mijne en we kunnen gaan. Ik krijg nog een losse capuchon mee, die van haar jasje is getrokken in de vuur van een spel. Rugzak op en on y va.

Schoonzoon werkt vandaag toch thuis. Dat betekent dat we thee krijgen en er liggen chocolade pepernoten in de la, die verlekkerd in ogenschouw worden genomen. Ze wil vijf witte en twee bruine. Ik maak een kleurplaat van sinterklaas, maar mis duidelijk de gebruikelijke routine. Toen ik de groep nog had, maakte ik alle kleurplaten eigenhandig, eenvoudigweg omdat ik ze niet zo statig maar speels wilde hebben. Soms zeiden de kinderen wat ze er dan bij wilden. Ze hadden gretig aftrek. Het stimuleerde ook tot het maken van eigen kleurplaten. Voor elk project een paar nieuwe, maatgesneden.

Natuurlijk vroeg ze naar de Ipad, maar eerst ging ze tekenen op papier, die we met moeite tussen al de volle en halfvolle blaadjes nog konden vinden. Tussen neus en lippen door vertelde ze dat een meisje op school had gezegd dat ze kraste. KInderen zijn in het oordeel meedogenloos. Toch reageerde ze er naar mij toe vrij laconiek op en haalde haar schouders op. ‘Zo is het schat, gooi maar in mijn petje’, dacht ik. Daar begint al de invloed. Dat merkte ik ook toen ze tussen de lijntjes wilde kleuren. Langzaamaan wordt de vrijheid ingekaderd, willekeurig of onwillekeurig.

Op school was er een kind dat altijd direct naar de knutselhoek ging tijdens de inloop. Daar knipte en plakte, scheurde en tekende ze dat het een lieve lust was. Helaas was haar moeder er ook en die had nog al wat dwingende waarschuwingen voor haar. Pas op, denk aan je jurk, niet je handen vies maken, ga nou niet plakken, netjes kleuren hoor, nee, veel te veel lijm, we gaan nog niet verven, pas op je stapt erin, en dat twintig minuten lang. Na een aantal van dit soort sessies had ik een meisje dat niet meer wilde knutselen, haar jurk nuffig netjes wilde houden, haar lakschoentjes niet vies ging maken in de zandbak. Alle animo en zelfexpressie was er grondig uitgehaald.

Op ouderavonden vertelde ik altijd dat we een atelier waren. Dat kinderen zich soms te buiten gingen aan grote scheppingsdrang en dat dat alleen maar toe te juichen was. Advies: Oude kleren aan.

Tante Pollewop had er nog geen last van. Ze wachtte geduldig tot de tekenpen opgeladen was, iets wat ik expres wat langer liet duren en de middag vloog voorbij. Af en toe een sinterklaaslied er tussen door en verhalen te over. Op het laatst natuurlijk toch een paar tekeningen op het magische scherm. Alle lievelingskleuren kwamen langs.

Ze tekende vormen, een cirkel, rechthoek, driehoek, vierkant en natuurlijk een hart in mooie pastels met lollies ernaast. Daarna op een nieuw blad een Eenhoornlelie en een Zeemeerminlelie en schaterde het uit om de handen, die ze extra groot tekende en daarna natuurlijk ook nog ‘poepje’, een meisje met een roze hartje in haar hand en roze haren. De achtergrond was een vlag. Dat alles in de mooiste kleuren. Drie was genoeg en we wilden net aan de puzzel beginnen toen papa al weer naar beneden kwam en klaar was met werk.

Lief had de hele tijd gezellig aan tafel zitten lezen. Zo’n gemoedelijk huiselijk sfeertje. Een mooie tegenhanger voor de onrust in de buitenwereld.

Overpeinzingen

Tot gauw

Na de drukke zaterdag, was er zondag geen tijd om uit te slapen. Om 12.00 uur zouden we in Wijk aan Zee met de familie boodschappen schrijven in het zand om ze door de golven mee te laten nemen naar de vader van de kinderen, die op z’n wolkje zijn 67e verjaardag vierde.

Zee is een geliefde plek van ons, altijd al geweest. Het is heerlijk om, bij een overvolle agenda of een hoofd dat over loopt, langs het strand te wandelen en uit te waaien. De weg naar Wijk toe was goed te doen. Een zonnetje begeleidde ons. Hoe meer we het stadje naderden, des te drukker werd de weg er naar toe, niet in de laatste plaats door heel veel geparkeerde auto’s langs de kanten. Waarom was het zo druk. Al gauw merkte we dat het vooral watersporters waren, die zich achter de auto aan het omkleden waren, of hun boards en surfplanken te voorschijn haalden. Met de troosteloze opdoemende staalfabrieken en hoogovens aan de linkerkant kreeg het toch een zwaarmoedig tintje.Grote zwarte rookpluimen werden uitgebraakt door de hoge schoorstenen. Zon was weggekropen achter een steeds toenemende grijs. Af en toe waren er ragfijne druppels. Al met al verdiende de omgeving niet de schoonheidsprijs.

Als eerste zagen we de globetrotters, die uitkeken over het water. Toen we een plek gevonden hadden op de overvolle parkeerplaats en uitstapten, blies er een adembenemende harde wind. Mistroostig was de entourage. We moesten een meter naar het paviljoen lopen en de wind stond pal op ons, blies alles wat aan lucht kon helpen, in ons gezicht. Wind tegen.

Ik was in de ochtend al heel moe geworden van het hoesten en eerlijk gezegd zakte de moed me een beetje in de schoenen toen ik naast de lastige weg er naar toe ook een strand zag vol kite-surfers, en vliegeraars, die met verve hun zeilen lieten bollen door de harde wind. Bij ons restaurant waar zoonlief een tafel had gereserveerd, stonden houten terrasstoelen aan de zijkant. Daar gingen we zitten wachten tot de rest zou komen. Tante Pollewop genoot met volle teugen van het zand, de filosoof had meer dan genoeg van die striemende wind en bleef bij ons zitten. In het zand vonden ze lange penveren van de meeuwen. Goed om zo dadelijk de boodschappen te schrijven.

Dochterlief kwam aanlopen met de hele familie in het kielzog. Inmiddels verschoof de klok al richting enen en we spraken af dat lief en ik de tafel zouden bewaken en dat zij de boodschappen zouden gaan schrijven. Met dat hoesten van mij en die harde wind was het niet te doen om het strand op te gaan.

Wij gingen naar binnen om met z’n tweeën aan de hele lange gereserveerde tafel plaats te nemen. Onder het genot van een thee namen we de omgeving op. Een sfeervol restaurant met veel plantengroen en leuke prulletjes om te bekijken.We zaten er goed, maar toch sijpelde spijt of teleurstelling door mijn hoofd om het vege lijf, dat me belette er bij te zijn. Dat meest intieme moment was toch het schrijven in het zand en de groepsknuffel erna, als we elkaar stevig vasthielden om het gevoelde gemis, dat nu weer even gestalte had gekregen.

Toen ze weer terugkwamen, kon ook voor ons het feest van samenzijn beginnen. In eerste instantie kwamen de telefoons op tafel, maar dochterlief had een rugzak vol moeilijke spelletjes meegenomen, zodat al snel iedereen daarmee aan de slag ging. Aan het hoofd van de tafel zaten zoonlief en zijn neef de filosoof een serieus spelletje Mastermind te doen, terwijl wij de wederwaardigheden doornamen.

De kaart was er een met vegetarische gerechten en veganistische gerechten voor het grootste deel en wat vleesgerechten. Heerlijk die verschuiving. Het eten was smaakvol en heerlijk.

De middag vloog om. Gelaafd in hart en ziel namen we afscheid van elkaar. Dag lieverds, tot gauw.

Overpeinzingen

Zo is ware en oprechte liefde tastbaar

Dit was zo’n gevuld en rijk weekend, dat er geen gaatjes overbleven om te schrijven. Er is wel daardoor veel om over te schrijven. Op zaterdag was er eerst de verjaardag van schoonzus, waar zoals te doen gebruikelijk, een heerlijke ongedwongen sfeer heerste. Broerlief, die gek is op frituren en zijn gasten om de haverklap van hapjes voorzag, was behoorlijk op dreef. Ik had lief gewaarschuwd, want die avond hadden we een etentje met vier lieve vriendinnen en oud-collega’s van school en hun mannen.

Maar eerst de familie. Er was nog een stoel vrij tussen de oudste schoonzus en broerlief en lief kwam naast de jongste broer te zitten. Al gauw waren zij verwikkeld in de genealogie, die ze beiden als hobby beoefenden. Schoonzus was in haar element en helemaal jarig. Doorgaans werd er vrij luid en uitgebreid gesproken. Een gemoedelijke echte Utrechtse sfeer, niet in de laatste plaats door het dialect. Er kwamen wat ongemakken langs en wat wel en wee. Doorgaans zien we elkaar alleen op verjaardagen, dus valt er heel wat bij te kletsen. Tegen de tijd dat het tegen vijven liep gingen we weer, hartelijk uitgezwaaid.

Het oponthoud van de heenreis in gedachten, nam ik de sluiproute over de ringweg. Precies om half zes stapten we uit. Bij vriendinlief sloeg de warmte en de sfeer je al tegemoet. Heerlijk. De tafel was prachtig. Trots moest eerst het huis getoond worden, een bescheiden benedenflat, maar ruim ingedeeld. Ze liet trots haar atelier zien, waar ze, sinds alle kinderen uit huis waren, weer ruimte voor had. Ook was er een nieuwe keuken, van alle gemakken voorzien. Alle nieuwe snufjes zaten erin. Iets om van te dromen als je het vergelijkt met ons keukentje van de woningbouwvereniging. En voor het eerst in zijn leven had manlief, die zelf ook gouden handjes had, iemand laten komen om te stucen. Het resultaat was geweldig. Als kleur hadden ze gekozen voor zacht Turkoois, de lievelingskleur van vriendinlief. Al haar schilderijen waren ook in die kleuren. Zo vertrouwd.

De verhalen schoten over en weer samen met haar vertrouwde bulderende lach. Een voor een druppelden de anderen binnen en trots vertelden de lieverds bij een drankje, dat ze speciaal voor deze ontmoeting een kookcursus hadden gevolgd bij een zus van manlief. We zouden een Libanese avond hebben. De tafel kwam in een mum van tijd vol te staan met schalen en schaaltjes. Onze gastheer was sinds een paar maanden gepensioneerd en had er dankzij deze actie een nieuwe hobby bij, want het kokkerellen samen met zijn lief was hem goed bevallen. De verhalen en anekdotes vlogen over de tafel en de sfeer was warm en vertrouwd. Ook de mannen hadden het druk met elkaar. Gesprekken over Utrecht, over relaties, over het leven en de liefde, geen onderwerp werd geschuwd.

De gastvrouw had nog een verrassing voor ieder stel. Eerst droeg ze de mooie tekst voor van Bram Vermeulen, een van mijn lievelings-dichters/zangers: ‘De Steen’ een toepasselijke tekst over hoe ieder van ons van betekenis is voor anderen. Alleen al de wetenschap dat we allemaal, soms zonder het bewust te zijn, van belang zijn voor andere levens is cruciaal. Dat je een steen in de rivier bent, die er voor zorgt dat de stroming verandert is zo’n sterk en mooi idee. En wij, in het onderwijs, mogen schrijven op de aanvankelijk nog onbeschreven bladen van al die kinderlevens, die we onder onze hoede krijgen. Dat zorgt ervoor dat onderwijs een passie is.

Daarnaast had ze een flesje gevuld met liefde, in de lievelingskleuren voor ieder stel en een prachtig beschilderde gladde steen. Die van ons bijvoorbeeld was een dagpauwoog, gedetailleerd en precies, omdat ik er veelvuldig over geblogd had in Hongarije. Kijk met zo’n lieve geste kan de vriendschap natuurlijk nooit meer stuk. Wat voelden we ons met elkaar verbonden. Zo is ware en oprechte liefde tastbaar..

Overpeinzingen

Verwonder je

Er staan voor vandaag twee bezoeken op het programma. De eerste is een bezoek aan de jarige schoonzus, waar we gelukkig ‘s middags al terecht kunnen en de tweede is een afspraak voor een etentje dat een half jaar geleden spontaan ontstond in een telefoongesprek. Ze staat al tijden in de agenda en we kijken er zeer naar uit. Hoe je je verheugen kan op iets.

De zonnige dag gisteren maakte veel goed. Alle regen verdween inderdaad als sneeuw voor de zon. Ik moest het linnen doek omwisselen, die ik de week ervoor gekocht had en die een missende hoek bleek te hebben, waardoor er niet op te schilderen viel omdat het niet meer te spannen was. Niets vervelender dan een slappe ondergrond. De vraag is hoe zo’n stukje hoek kan verdwijnen. Hadden de muizen er aan geknabbeld? Maar de sealing eromheen was nog intact. Raadselachtig.

Vannacht heb ik mijn trouwe rode Daf 33 in de verkoop gedaan in mijn droom, details ontbreken. Maar ik zag hem duidelijk. En er waren wel honderd manieren waarop ik me ging voorbereiden om de bloeddruk onder de meest gunstigste omstandigheden te meten. De hoge bloeddruk bij de assistente was toch een gevalletje ‘ witte-jassen-hoge-bloeddruk’. Want thuis laat het apparaatje een ideale bloeddruk zien en een kalme polsslag. Een geruststelling op zich, daar waren de voorzorgsmaatregelen uit de droom niet eens bij nodig

Met de boekenclub hebben we de keuze uit vier boeken, waarbij de Camino van Anya Niewierra en De `moeders van Mahipar van Foruch Karimi de hoogste ogen gooien. Beiden kennen boeiende recensies.

Ondertussen geniet ik dagelijks van een flinke portie Filosofen met het boek Rebelse Genieën van Andrea Wulf. Ze schrijft heerlijk en gebruikt bij tijd en wijle zulke beeldende zinnen dat het niet moeilijk is om je te verplaatsen in de hoofdpersonen uit de Jena-kring. Ook vrouwen krijgen hun nodige aandeel erin. Iets dat opmerkelijk is in een tijdgeest, waar vrouwen doorgaans onrechtvaardig werden behandeld, niet alleen in het dagelijkse leven maar ook in de literatuur en de poëzie. Friedrich Schlegel wordt bijvoorbeeld omschreven als: Met zijn ongepoederde donkerbruine haar, in verstelde kleren en een versleten rabarberkleurige jas stoof Friedrich in de lichte appartementen in de Pruisische hoofdstad door elegante kamers met hoge plafonds, sloeg champagne achterover uit kristallen glazen en at van fijne porseleinen borden.’ Daardoor is er totaal geen probleem om een beeld te vormen van deze persoonlijkheid die wars was van de gevestigde orde. Schrijven is een kunst.

Zo vlieg ik door de tijd op de vleugels van het woord. Aan de ene kant zou je kunnen verlangen naar die 18e eeuw, maar wie tussen de regels door blijft lezen ontdekt dat er net zo veel onrust was als heden ten dage. Oorlogen waren schering en inslag, waarbij niet zelden het spreekwoord ‘Zo gewonnen, zo geronnen’ van toepassing zou kunnen zijn. En toch…Het intellectuele milieu, de avonden vervuld van gesprekken over literatuur, poëzie, wetenschap, de manier waarop schoonheid en de kunst aandacht en vaak ook de voorrang kregen in belangrijkheid zorgt voor een lichte weemoed. Terwijl er aan de andere kant net zo goed veel tegenstellingen waren, onderling maar zeker tussen de gevestigde orde en de romantici die vol verve hun grenzen verschoven.

Als ik de Groene opsla van deze week met bijdragen over elke politicus die een rol zullen spelen in de komende verkiezingen, zie ik hetzelfde. Ik lees over het feit dat mensen struikelen over banale dingen, zoals bijvoorbeeld het postuur van Frans Timmermans. Soms begrijp ik het niet allemaal meer. Vroeger zeiden we dan ‘Gooi maar in mijn pet’. Maar niets doen wil je ook niet en je stem niet gebruiken al helemaal niet. Dan verlang ik naar een poëtische oplossing als van Novalis. ‘De wereld romantiseren is om ons de magie en het wonder van de wereld te laten zien. Het buitengewone in het gewone zien, ofwel met de woorden van mijn wijze vriendin voor ogen: ‘Verwonder je’.

Overpeinzingen

Naar huis

App van zus. ‘Gingen we mee naar kasteel de Haar’. Lief wilde, ondanks dat het een echt slot was, toch liever in zijn literaire middeleeuwen toeven, dus sprak ik met de zussen af en wachtte op half een, omdat ze me op zouden pikken. We hadden uitzonderlijk mazzel, want het was een keertje droog. Broerlief bleek ook in de auto te zitten.

Eigenlijk altijd weer een wonderbaarlijke ervaring. Zoveel schoonheid en interessante historische gebouwen om de hoek. Het kasteel kenmerkt zich door een weidse kasteeltuin compleet met rosarium en diverse waterpartijen en het is het grootste en meest luxe kasteel van Nederland compleet met een aantal bijgebouwen en een kerk.

Herfst kleurde het park in alle aardetinten die er maar zijn en ondanks de ietwat nevelige lichtval was het toch een oase aan kleur. Als bomenfluisteraar kom je bij al die enorme oude beuken en eiken wel aan je trekken. Ze delen eeuwen aan verhalen. Op het dode hout van sommige kale stammen zaten grote zwammen. We liepen het bos en het Engelse landschapspark rond, genietend van de grillige vormen, het zompige nat ontwijkend. Maar soms kwamen we er niet onderuit een nat voetje te halen of weg te zakken in het slik. Rietdekkers waren bij een tuinhuis het dak aan het vernieuwen, het oude riet ter zijde geschoven en de schoven nieuw riet op een slordige stapel klaar voor gebruik. De doolhof lieten we links liggen, maar het hertenkamp bezochten we, verbaasden ons over de zwarte edelherten met de enorme geweien, duidelijk afwijkend van de damherten en de reeën.

In de slotgracht lieten twee statige zwanen zich bewonderen en hier en daar zagen we een fuut en wat meerkoeten. In het rosarium waren nog de naweeën van een volop bloeiende zomer te zien. De weelderige beeldentuin vraagt om opnieuw een bezoek in de lente of zomer, als alles in bloei staat of in knop. Onze missie was niet het kasteel met haar imposante entree. We hadden heerlijk gewandeld en fijn bijgepraat. De gewoonlijke afsluiting bij ‘t Wapen van Haarzuylen bestond uit bitterballen en een drankje.

Met een binnenweg vermeden we de overvolle snelwegen en waren zo weer voor mijn deur. Dag lieve familie tot gauw. Lief had zich vermaakt met de robotstofzuiger die we van zoonlief hadden gekregen en waar de jongste zoon zijn technisch vernuft op had kunnen botvieren. Stoffie reed weer als een zonnetje en hapte moeiteloos stof. Gemak dient de mens.

De middeleeuwen waren nog alom in zijn hoofd aanwezig. Na de maaltijd ging ik op pad naar de leesclub, die bij een van ons thuis was. Warm onthaal. We hadden elkaar gemist. Allereerst ging het over de ondoorzichtige politiek en de keuze waar we straks voor stonden. Twijfel was er genoeg. Hoezo bestuurlijke veranderingen en waar zijn die dan te vinden. Moet je gaan voor een strategische keuze of voor waar je voor staat. Keuzes, keuzes.

Het boek Het Ongelukskind werd unaniem de hemel ingeprezen, helemaal omdat het een debuut was van deze Beatrice Salvioni en het al vertaald was in 28 talen en voor een tv-serie was uitverkoren. Filmrechten waren ook al gekocht. Het is haar heldere taal, de standvastigheid en eigenheid van een van de hoofdpersonen, de roerige tijden waar we ons in bevonden. Het Italië van 1936, met de opkomst van Mussolini en consorten, maar ook de sfeer die zo’n stadje opriep, de Leeuwenbrug over de rivier de Lambro in Monza die echt bleek te bestaan, de glooiende heuvels. Aan lyriek geen gebrek. Ook de rauwe kanten werden niet geschuwd. Zo dicht als men leefde bij het leven en de dood. Een boek dat lang blijft nazinderen.

De borrel daarna verdiepte zich in overpeinzingen over het middelbare onderwijs en de moeite die leerkrachten hadden met het enthousiasmeren van hun leerlingen. In mijn optiek streeft men teveel naar meetbare resultaten en is het vertrouwen weg in het lerend vermogen van de leerlingen zelf, die met schoonheid, kunst en cultuur, maar ook met ervaring en zelfondervinding veel sneller tot verwondering kunnen komen waarbij heel wat meer skills gemoeid zijn, dan men doorgaans aanneemt. Noem het geen leren meer maar ontwikkelen. Help kinderen bij hun eigen ontwikkelingen door te luisteren naar hun behoeften en maatstaven en niet volgens de opgelegde normen van ons, oudere generatie. Het is in mijn optiek het systeem dat de plank mis slaat en leerkrachten en leerlingen laat zwemmen.

Zo sparren en bomen met een fijne groep vrienden en vriendinnen is goud waard en vervult van die warmte rij ik in de donkere nacht naar huis.

Overpeinzingen

Broodnodig

Stef Bos schrijft in het nieuwe Zin-magazine dat kunst en schoonheid helend is en haalt het brieflezende meisje van Vermeer aan. Ik zoek het schilderij op en volg zijn beschrijving. Inderdaad, wat leest ze daar en wat valt er af te lezen van haar gezicht, van haar lichaamshouding en de hele entourage.

Iets verderop heeft Francine Oomen het erover dat we niet steeds moeten beschuldigen maar ontschuldigen. Ze praat over haar jeugd en het misbruik dat haar is overkomen. Ik filter eruit dat een kind vaak wordt misbruikt door een volwassen kind dat zelf misbruikt is en vraag me tegelijkertijd af waarom je dat zou doen als je de ellende die het veroorzaakt aan den lijve hebt ondervonden. Ze hanteert die lijn van ontschuldigen voor haarzelf. Daarnaast geeft ze aan dat haar grote innerlijke drang tot expressie uiteindelijk de remedie bleek tegen depressie.

Hanneke Groenteman verwoordt hoe ze dagelijks haar kop in het zand steekt omdat alle ellende er eenvoudigweg niet meer in kan. Dat ze meeleeft met álle slachtoffers ongeacht waar. Dat ze vlucht in het kaartspel met een paar goede vriendinnen en niet lastig gevallen wil worden door een man, die haar vraagt waarom ze niet mee demonstreert. Maar ze heeft geen fiducie in demonstreren, omdat het niet direct zoden aan de dijk zet.

Zo kabbelen de columns en de artikelen bij me naar binnen, waardoor ik voel dat de radars in mijn hoofd aan het werk zijn geslagen. Even goed op kauwen, deze kost.

In Rebelse Genieën laat de schrijfster Andrea Wulf ons kennis maken met Novalis, wiens grote geliefde en toekomstige vrouw na drie barbaarse zware operaties aan huis, is overleden. Hij is er van overtuigd dat we met wilskracht ons lichaam iets op kunnen leggen en op die manier wil hij de dood naar zich toe halen. Ik ben halverwege en hij is aardig hard op weg om zijn doel te bereiken. Dat verhaal speelt naast de anderen door.

Bij de assistente die met de dokter mijn bloed en urinewaardes heeft bestudeerd, bleek dat alles keurig in orde was en alleen de bovenwaarde van de bloeddruk (170/82) wat te hoog was. Voor de ouderdomskwaaltjes moest ik een afspraak met de dokter maken en Voor de bloeddruk vijf dagen lang drie keer per dag meten. Lief had er gelukkig een liggen. Vanmorgen was het 117/67 met een hartslag van 62, in alle rust. Vanmiddag in de herhaling.

Vanavond is er boekenclub en bespreken we het boek het Ongelukskind van Beatrice Salvioni. Naar aanleiding van de blog die ik er over geschreven had, vroegen de globetrotters of ik drie boeken mee wilde nemen en ondanks dat vanavond pas de boekbespreking is had ik toch al dat boek erbij gedaan, omdat het zo’n ademloos goed boek is. Dochterlief was zielsgelukkig, omdat de blog haar had geïnspireerd om het te lezen. Dat vind ik zo hartverwarmend om te horen. Mensen die zijn geraakt door de gedachten die we filteren. Mijn manier van ontsnappen is inspireren en geïnspireerd worden door het schrijven van anderen, inderdaad, naast de schoonheid van de kunst. Als de wereld woedt, is afleiding in die orde van grootte broodnodig

Overpeinzingen

Liefde dus

De zon en derhalve een glorieus begin van de dag. Het cadeau dat we hier in Holland krijgen zijn elke morgen de luchten, die aan ons oog voorbij trekken als we kantoor houden op bed. Wolkenpartijen, helder wit afgewisseld met grijstinten, perzikzachte verkleuringen, hemelsblauw of dreigend donkergrijs. Het kan allemaal. Het nachtelijke duister te zien verkleuren naar dageraad. Parels boven de daken en de bomenrij.

Tante Pollewop heet kleindochter, die zeer gedecideerd iets kan bedenken en meedelen. Ze nam ons mee naar haar kamer, waar de kast stond die de vader van de kinderen in de beginjaren tachtig van sloophout in elkaar getimmerd had. Bij mij boven op zolder viel ze nauwelijks meer op. Een stoffig geheel vol oude mappen en boeken, een verstild beeld uit het verleden. Maar dochterlief en haar eega staken de handen uit de mouwen, haalden eigenhandig het gevaarte op, pasten en meetten tot het geheel weer op haar plek stond, een deel daargelaten. Schuren en verven in de lievelingskleur van onze tante en ziedaar, een glanzend mooie robuuste kast, nu met een elegante uitstraling, voor al haar spulletjes.

Ik heb mateloze bewondering voor het geduld en het doorzettingsvermogen om dergelijke klussen tot een goed einde te brengen. Het zet voorwaar zoden aan de dijk. Tante Pollewop heeft nu een kast met betekenis, een aandenken aan opa op zijn wolk. Opa Sterretje.

We hadden weer voldoende werk om de middag door te komen. Er moesten enkele tekeningen op de Ipad gemaakt worden, een viertal puzzels, en daar tussendoor onderhoudend gebabbel over van alles en nog wat. Ik leerde haar hoe je een vogeltje kon tekenen en buiten de overbekende V-vorm wilde ze er eentje in een nest met eieren. Ze tekende een wonderschone herfstboom met bladeren in rood en oranje en hier en daar wat groen. Natuurlijk met een roze/bruine stam, dat kan niet anders als de wereld in je lievelingskleuren kleurt. De Ballarina’s zoals de vogel en het meisje heetten stonden er tenminste gekleurd op.

Lief zat aan de grote tafel erbij en las zijn boek of dook in de myheritage-perikelen. Kopje thee erbij en weg was de gutsende regen. Een warm samenzijn. De schoonzoon kwam af en toe beneden om thee uit te delen en begaf zich daarna weer naar de hogere regionen om verder te werken. Thuiswerken met dit weer kent z’n voordelen.

In de drukke avondspits reden we terug, dubbel zo alert, want in de haast doken fietsers naast, opzij en voor je op in donkere glimmende regenjassen. Ik had de sluiproute genomen, dwars door een oud gedeelte heen.

Vandaag ga ik voor een jaarlijkse check naar de huisartsenpraktijk, die onlangs is vernieuwd en veranderd in een gezondheidscentrum voor zorg en welzijn, compleet met een activiteitencentrum en een bibliotheek. Zorg is deel van het geheel. Een gezonde geest in een gezond lichaam, moeten ze gedacht hebben. Het heet nu De Componist. Wel een mooie gedachte, maar maakbaar zijn wij mensen helaas niet.

In het verhaal over de Rebelse Genieën komt Novalis binnen wandelen. Hij voegt aan Fichters leer over het Ik en het Niet-Ik de Liefde toe en omschrijft dat begrip als een eenmakende kracht, dat kan leiden tot een verenigbare wereld. Iets waar we op dit ogenblik niet genoeg van kunnen hebben. Liefde dus.

Overpeinzingen

Niets veranderlijker dan een mens

Kauw vliegt in de dakgoot en steekt zijn koppie over de rand om nieuwsgierig naar beneden te kijken. Een koddig gezicht. Met zijn schrandere kraalogen neemt hij alles in ogenschouw om daarna weer weg te vliegen. Er ligt geen voer op de voederplank, dus hier valt niets te halen. Gisteren kwam de witte poes van de buurvrouw een kijkje nemen op het balkon. Voorzichtig balancerend op de rand van het hek en met een elegante sprong er van af, om zich te nestelen onder de stoel, droger dan elders. Toch een beetje poes rond het huis.

Het regent erg veel en alles is doordrenkt. Op de tuin moet het nu een grote modderpoel zijn tussen de twee sloten in. Tussen de buien door spoedden we ons naar de auto om richting tandarts te gaan. Lief kon gelukkig ook bij haar terecht. Er hangen drie mooie doeken van Richard van Mensvoort in de wachtkamer, waarvan ik er een altijd stiekem een beetje op mij vind lijken. Lief zei tijdens het wachten precies hetzelfde. Alleen haar laarsjes met hakken kloppen niet. Hij vertelde het ook aan de tandarts, die extra kwam kijken en het beaamde. Op het schilderij was mijn haar nog kastanjerood. Grappig.

Allebei de gebitten zijn weer lekker fris en gepolijst. Ze hoeft nooit veel te doen. Hier en daar wat tandsteen in de verloren hoekjes en klaar zijn we weer voor een half jaar.

Vandaag is het tijd voor kleindochter. Helaas zijn er op dinsdag nooit theatervoorstellingen te vinden. Logisch natuurlijk, maar het had wel heel leuk geweest af en toe. Om naar een speeltuin te gaan met dit weer is niet te doen. Het zal opnieuw een middag knutselen worden.

In het boek ‘Rebelse genieën’ wordt een ritje met de postkoets beschreven aan het eind van de 18e eeuw. Dat was niet bepaald zoals ik me had voorgesteld. Ik wist al wel iets door de biografie van Erasmus, maar Andrea Wulf beschrijft een en ander nog beeldender. Ze zaten afgeladen vol, onderweg sliep men in herbergen op strozakken en daardoor zat men onder de wandluizen, in de koets zaten ze boven op elkaar en men hotste en botste tegen elkaar aan. Mensen boerden, lieten winden, rookten en aten. Op de koets lagen postzakken en valiezen hoog opgestapeld. Kostbaarheden hielden mensen angstvallig bij zich en juwelen werden in de kleding genaaid uit angst voor overvallers. Geen pretje dus. Dan hebben we het nu wel heel wat makkelijker. Al vond ik een zweem van het opgepakt zitten ook terug in de metro’s in Parijs, even als het hotsen en schudden, daarbij dan ook nog met een immens lawaai van staal op staal.

Ik kende alleen de beschaafde versie van een ritje met postkoetsen. Dames in prachtige jurken in schone koetsen met hooguit nog drie andere passagiers in een innemend gesprek gewikkeld. Glanzende zwarte paarden ervoor met veren in hun hoofdtooi. De koninklijke versie zal ik maar zeggen.

Als ik had willen reizen in die tijd had ik dan zo’n postkoets als eerst beschreven staat, genomen? Het klinkt allesbehalve aantrekkelijk. Zou ik in de gelegenheid zijn geweest om een paard te berijden. Dat heeft me nooit heel erg getrokken. Ze zijn groot met een enorme mond met sterke tanden, maar ook met de liefste ogen die er zijn. Ooit kwam er een kleine jongen binnen op de IC van neurochirurgie, die een trap van een paard had gehad. Misschien is dat beeld me altijd bij gebleven. Sommige gebeurtenissen vergeet je nooit of gaan zelfs een eigen leven leiden, waardoor de angst alleen maar groter wordt. We werden vroeger veelvuldig gewaarschuwd voor een trap met de achterbenen. Dat speelt natuurlijk een grote rol. Mijn vader had wel een paardrijbroek liggen thuis. Daarin speelde ik bij de gidsen in de jaren zestig de rol van Sultan. Zo kwam die nog goed van pas. Verder dan dat ben ik qua paard nooit meer gekomen. Nu omarm ik het liefst alle dieren. Er is niets veranderlijker dan een mens.

Overpeinzingen

Als wensen in vervulling gaan, is het kleinste groot genoeg

In mijn hoofd buitelen Kant, Goethe, Fichte en Schiller over elkaar heen, tezamen met hun ideeën. Het boek van Andrea Wulf: ‘Rebelse Genieën’ is kloek geschreven en zeer leesbaar. Iedere keer als ik de geschiedenis induik, zorgt de roerigheid van het wereldtoneel voor verbazing. We leven nu in een wereld van verandering, maar eigenlijk zijn er te allen tijde perioden van onrust en het schudden op de grondvesten van gevestigde ordes te ontdekken. De tegenstelling met de relatief kalme periode waarin we opgevoed zijn, is enorm.

Gisteren vierden we de verjaardag van kleindochter. Alle kleinkinderen bij elkaar. Tegelijkertijd was er, helaas zonder ons, een mars van ruim 85000 mensen, die hun verontrusting lieten horen over de toekomst van de aarde, ergo de toekomst van die lieve telgen. Vriendinlief was er met haar gezin en een grote groep Texelaars. Ze stuurde een foto. ‘Volgende keer zijn we erbij’, schreef ik terug. Aan het begin van de week had ze een pakje opgestuurd met een boek van Nico Drost over de mysterieuze Madoc. Hij heeft er een roman van gemaakt. Naast dat kloeke formaat ontdekte ik nog een klein pakje. Toen ik het openmaakte bleek er een gebroken geweertje in te zitten.. In Hongarije ontdekten wij samen, onder het genot van een kopje thee, dat we allebei PSP-ers waren geweest in de jaren zeventig. Het was al een feest van herkenning om deze oude vriendin van Lief te ontmoeten, maar nu helemaal. Er was een band gesmeed met deze overeenkomst. Ze had er nog een paar liggen, omdat ze aan de wieg had gestaan van de PSP in Texel en had beloofd er een te schenken. Met het pakje kwam het sneller dan verwacht en het werd in liefde ontvangen. Een symbool dat in deze tijden hard nodig is.

Het feest van kleindochter was aangenaam en druk met heel veel jong grut. Ik schoof aan in de keuken om te helpen een huzarensalade te maken en gleed even terug in de tijd naar de keuken in de Amandelstraat, waar broerlief de aardappelen, uitgelekte mais uit blik, en de doperwtjes door elkaar aan het mengen was en wij de augurken, de tomaat en komkommer samen met de worst uit het blik smac in stukjes sneden om er een mooie en voedzame salade van te maken. Het geheel werd smeuïg gemaakt met tomatenketchup en mayonaise en kwam op de slabladen te liggen in een mooie ovale vorm, versierd met ei, augurk, zilverui en tomaat als garnering.

In de kamer zaten alle zussen en broers van vaderskant en de broer van moederskant, oma en opa. Wij, de vijf kleintjes, waren de jongste generatie. Op dit feest waren de rollen omgedraaid. Nu waren wij de oudste generatie. Niet langer stond de kamer blauw van de rook en de jenever en de advocaat met slagroom waren ver te zoeken. De kleintjes voetbalden in de achtertuin beneden en kwamen bij tijd en wijle even wat lekkers snaaien. Er was kippensoep en pompoensoep, kipkluifjes en vers Turks brood.

Ouders liepen met baby’s op de arm rond om ze te wiegen en kleine peuters rommelden er tussendoor. Halverwege kreeg iemand de geest en zette een muziekje op, waarop de hele meute spontaan begon te dansen of te klappen. Heerlijk en ongedwongen was de sfeer. Iedereen kon zichzelf zijn. De jarige werd verwend met twee familiecadeaus, een step en een tekenpen voor de Ipad. Het grote voordeel van hutje bij mutje leggen is dat je daardoor het nuttige met het aangename kan verenigen. Ze voelde zich de koningin te rijk. Net als ik met mijn gebroken geweertje. Als wensen in vervulling gaan, is het kleinste al groot genoeg.

Overpeinzingen

Even herfst te snuiven

We hadden met de kinderen van lief afgesproken bij De Groene Afslag. Buiten dat het heerlijk en bijzonder was om hen weer te zien en de lieve kleinzoon, was de locatie op zich al een hele beleving,

We vroegen naar de herkomst van het gebouw aan een van de piepjonge bedienden, die er rondliepen, omdat het veel weg had van een oud schoolgebouw. Het bleek vroeger een brandweerkazerne te zijn geweest en daarna werd het gebouw in gebruik genomen als asielzoekerscentrum. Intussen waren de muren van de diverse kamertjes eruit gesloopt en bleef er beneden een grote ruimte over, die volstond met de meest grappige bezienswaardigheden, veel groen en een heerlijke vegetarische kaart. De ruimte was zo duurzaam mogelijk in gebruik. Naar het toilet gaan was op zich al een must, om daar de boel te aanschouwen. Wasbakken vol planten, een wc-pot aan de muur. Beneden in de hal stond de grote Nessie van spijkerbroekenrestjes gestikt, die tot aan de eerste verdieping kwam en met zijn hoofd nieuwsgierig daar op de vide, een rondgang, keek.

Je kon er allerlei grappige kleine vergaderkamers in en ergens werd er een bijeenkomst over diabetes gehouden. Op de paarse klapdeuren naar de wc toe stond ‘Hé, niet zo duwen’, omdat je ze open moest trekken. Dat soort grapjes zaten overal verstopt, in de namen van de kamertjes, of in de aankleding ervan. Beneden was er een hele grote Chinese zaal, waarbij de ingang er uitzag als een Chinese pagode. Ik probeerde de vegetarische Soto uit, dat in een enorme soepterrine werd opgediend, zo een waar de lepel in kopje onder ging als je het los liet.

We hadden het boek ‘De Gorgels’ meegenomen voor kleinzoon. Een van de jongens die de bestelling op kwam nemen jubelde spontaan: ‘Dat was mijn lievelingsboek vroeger’. Een betere aanbeveling kan je je niet wensen.. Ze kenden het niet en hadden het nog niet. Kleinzoon is een pienter ventje van vier, die inmiddels drie talen sprak, want zijn moeder is een Braziliaanse, die een ijzersterk geheugen had, waar het zijn hotwheels betrof. Van wie hij ze gekregen had en wanneer en zodra er een miste, wist hij dat ook.

We moesten weer een half jaar bijkletsen en de gesprekken gingen over studie, opleidingen, herinneringen en op het persoonlijke vlak. Buiten scheen de zon uitbundig en liet de bomen schitteren in hun prachtige herfstkleuren, uitnodigend, alsof ze wilden zeggen:’Maak een lekker wandelingetje’. Regendruppels glinsterden aan de bladeren en gaven ze extra glans. Er bleken twee hangbuikzwijntjes in een buitenverblijf met een klein kot. Dochterlief kon er geen genoeg van krijgen, bleef aaien en schuieren. Schoondochter keek er met terughoudendheid naar en zoonlief trok twee vochtdoekjes te voorschijn voor de handen.

Voor dochterlief had ik wat boeken meegenomen, die hier nog lagen van school. Ze zit in het laatste jaar van de Zij-instroom Pabo en is muziekdocente. Een mooie gelegenheid om alles wat te verstoffen lag op een plankje, door te kunnen geven en ruimte te scheppen in de werkkamer.

Veel te vlug waren de drie uurtjes omgevlogen. Als er zoveel te vertellen valt, spat de tijd al rap uiteen. Warme knuffels voor iedereen. Dag lieverds, tot de volgende keer en dan misschien met alle kinderen, zowel die van lief als van mij. Dan mogen we wel een zaaltje afhuren, alhoewel er buiten enorme tafels stonden op het terras en de kinderen er vrolijk zouden kunnen spelen in de kleine ieniemienie speeltuin erachter. Heerlijk om elkaar te zien en tegelijkertijd even herfst te snuiven.

Overpeinzingen

Genietende koppies

In de ochtend hielden we ons gedeisd. Kantoor op bed, lezen, schrijven en kletsen over alles wat langs komt via kranten en media. Tussen alle bedrijven door de geestelijke voorbereiding op het atelier van die middag. Bij aankomst hadden ze beneden in de tuinkamer een gezellige aankleding gemaakt in roze met ezeltjes en verf die voor het grootste deel nog verpakt zat. De boodschappen waren gedaan bij de winkel waar je alleen moest zijn voor dit soort feestjes, omdat het dan zeer betaalbaar bleek. Alles verpakt in een stevig plastic met karton. Dat is alleen maar bedoeld om mensen zonder nagels te pesten. Gruwelijk veel plastic, dat dan jammer genoeg weer wel. 12 Paneeltjes voor op de ezels en de meute kon komen.

Boven mompelde oma: Ik dacht dat meisjes altijd zo rustig waren. Maar dit stel uitgelaten hondjes kraaiden en gilden, waren op slag Oost-Indisch doof geworden en renden heen en weer, doken onder de lange tafel, en deden precies wat hun hart hen ingaf. Alles wat net niet de bedoeling was. Ik keek het geheel aan en gaf ondertussen de kleine een bananenprutje, tot hij bij het omdraaien van zijn stoel in een onbewaakt ogenblik het bakje te pakken kreeg en de inhoud over zijn tafelblad verspreidde. Zoonlief kwam helpen en nam hem mee voor de fles. Met al dat gekrijs was zijn concentratie ver te zoeken, logisch natuurlijk.

Beneden heerste nog een meditatieve stilte. Zoonlief had het programma ‘Art’ gestart, waarbij vier uur lang allerlei soorten schilderijen werden getoond op het grote televisiescherm en ook zochten we nog een klein filmpje op over kinderen die á la Miro aan de gang gingen op enorme vellen papier. Het programma was als volgt. Eerst dit inleidende filmpje, dan een korte uitleg over kwasten en verfeigenschappen, de regeltjes als blijven zitten of voor je doek staan. Als je iets nodig hebt, geef ik het aan, als de verf op is, vul ik het bij, als je klaar bent, maakt schoondochterlief de handen schoon.

Ik in mijn element en de kunstenaars als was in mijn handen. Het was een groep zes-jarigen, dus kaasje voor deze oude rot in het vak. ‘Wat een overwicht heb jij’ zei zoonlief met bewondering. ‘Ja maar lieverd, dat is ook mijn vak’ zei ik hem. Kinderen houden van begrenzing. Op een gezellige en leuke manier maar zo, dat ze goed weten tot hoe ver ze kunnen gaan. Daar voelt iedereen zich wel bij. Er werd hard gewerkt en veel gebabbeld en in een spontane opwelling begonnen ze te zingen in koeterwalen-Engels en later alles van de nieuwste kinderen voor kinderen. Ik zong mee als ik de melodie herkende en reikte hier een kwast en daar wat verf aan en prees ze allemaal gemeend de hemel in. Er kwamen prachtige werkstukken uit. Vijf regenbogen, omdat ze allemaal naast elkaar hadden gezeten, maar ook naar aanleiding van het inleidende praatje, de individuele eigen werken als prachtige lievelingsdieren. Een poes die niet te versmaden was en een vos, een prachtig kattenhoofd in allerlei kleuren. Als ze klaar waren wilden ze door op een ander velletje en dat kon. Ik beloofde er een tentoonstelling voor de ouders van te maken. ‘Net als in het museum’, vroeg iemand. Natuurlijk was het antwoord. Waarop weer een enthousiast gejuich.

De middag vloog om. Wat was het leuk. De voldoening was groot. Niet alleen bij mij, maar bij iedereen.

De pandancakes mochten daarna versierd worden en terwijl ze smikkelden en smulden met nog een film er achteraan Nadat we de namen achterop de schilderijen hadden geschreven, keerde ik moe maar vol energie huiswaarts. Niets vervuld meer dan die trotse en genietende koppies.

Overpeinzingen

Werk aan de winkel

Gisteren was kleindochter jarig, maar vandaag viert ze het kinderfeestje en zondag het echte feest. Ze zal ongetwijfeld ook nog een feest krijgen bij haar vader. Jarig in alle facetten. Vanmiddag ga ik een atelier geven en de andere oma een workshop cake bakken. Altijd leuk om te doen.

Rond twee uur reden we spoorslags naar Amersfoort, waar zoonlief met de drie kleine porken ons al verwachtte. Een tas vol boeken voor de schatjes. De evergreen voor de jongste telg: Raad eens hoeveel ik van je hou, voor de benjamin, die nu benjamin af is het boek: Mijn moeder zegt dat monsters niet bestaan en voor de kleine krullebol: De boom met het oor en dan voor alle drie een verzamel gedichtenboek, waar ik nu de titel al weer van ben vergeten.

De oudsten waren alle twee in september en oktober jarig geweest en toen schitterden wij in afwezigheid. Dus stond er een compensatie tegenover. Het werd een genoeglijk middagje. Ze waren uitgelaten druk, de twee broers, omdat er bezoek was. Ze speelden met grote ballonnen, die in oranje en blauw door de lucht schoten. De oudste probeerde nog de rust te pakken met zijn autootjes, maar zijn maatje kwam hem steeds storen. De kleine na-aper wil alles doen wat grote broer ook doet. Het eeuwige spel en dan in de orde van grootte: Alles wat jij kan, kan ik lekker ook of beter.

Tussen alle bedrijven door ontspon zich een gesprek over het, min of meer flexibele, werk van fysiotherapie van beiden, de problemen met de opvang, de school. Om drie uur kwam schoondochterlief naar huis om de kleine de borst te geven en hoefde ze niet meer terug naar het werk. Fijn als dat zo geregeld kan worden, al lijkt het idealer dan het is. Ze vinden er vast een oplossing voor.

Op de terugweg had heel de provincie Utrecht zich op weg begeven en kwamen we, ondanks de kruip-door-sluip-door-weggetjes toch nog vast te staan. De rit duurde een uurtje langer dan normaal, maar het was lekker warm in de auto, de radio stond aan en we hadden het boek om over te kletsen, want lief was inmiddels ook helemaal in de ban van Het Ongelukskind.

Ik ben ondertussen in Rebelse Genieën van Andrea Wulf begonnen, een dikke pil, maar gelukkig tellen de voetnoten en het dankwoord al 163 bladzijden. Ze volgt in het boek een groep ‘briljante geesten’ die zich rond 1800 in Jena hadden gevestigd, een Duits Universiteitsstadje. De kritieken zijn lovend, dus ik ben zeer benieuwd.

Appje van zoonlief. Had ik gerekend op 6 kinderen, blijken er straks 12 feestgangers te zijn. Haha. Dat wordt een lekker druk atelier. Ze hebben voor alle materialen gezorgd en ik kan zonder meer aan de slag. Geen probleem. Ik ben er natuurlijk 15 tot 33 gewend. Of ik ook nog een ezel en een doek nodig had, vroeg zoon. Maar dat wil ik niet, want als ik iets op het doek zet dan gaan ze het al gauw precies nadoen. Alle ruimte voor de vrije expressie. Daar hou ik van.

In januari hebben we een tentoonstelling van de etsen die we door de loop der jaren bij de graficus Han van Hagen hebben gemaakt. Ik dacht dat het om de verkoop ging en schreef hem gisteren dat er niemand op mijn krabbeltjes zat te wachten. Door één van de leden was ik op het verkeerde been gezet. Die had al keurig alles ingelijst en er een prijs bij gezet, alles op een keurige lijst met naam en toenaam en met een hele doopceel van de maker. Daar voelde ik me absoluut niet toe geroepen. Maar Han overtuigde me dat het ging om het plezier dat we tijdens de grafiek-weekenden altijd hadden en dat hij daarom deze tentoonstelling had georganiseerd. Dat is wat anders. De aangename bijeenkomsten een keer per jaar dienen zeker gevierd te worden, nu het afgelopen is. Dus moet ik gaan uitzoeken, welke etsen in aanmerking komen. Werk aan de winkel.

Overpeinzingen

De mijne

We ontbijten voor de laatste keer waarschijnlijk buiten op het terras, nu de zon minder extreem is en de temperatuur aangenaam, rond de twintig graden. Een zwoele nazomerse bries houdt het in balans. Lief is bezig met de laatste noodzakelijkheden om het land winterklaar achter te laten. Hij snoeit alles nog met de hand en doet dat uit eerbied voor het leven van de boom. Alles wat gesnoeid is wordt ook teruggebracht tot de natuur, als haag of afscheiding waar straks weer tientallen beestjes hun weg in kunnen vinden, de eekhoorn, de egel, de marter, de heggenmussen, tor en kevers. Het krioelt van leven in dat hout, dat op die manier een tweede leven krijgt. Voor hemzelf is het ook goed. Hier kan hij uit de voeten en is in zijn element. Hij loopt tak voor tak op zoek naar een vreedzame plek. Dood doet leven.

In de Groene van twee maanden geleden staat een artikel over films over parallelle werkelijkheden. Het is maar spel zegt een actrice op de bühne tegen haar publiek, vergeet het niet. Vaak willen we dat niet weten en willen we juist wel verdwijnen in wat die alternatieve werkelijkheid is, die we ons zelf aanmeten. Via boeken, via gedachten, via films en tv-series. Er zijn films die er mee aan de haal gaan en het Droste effect hanteren,een realiteit, in een realiteit in opnieuw een werkelijkheid, als een matroesjkapop bijvoorbeeld, in Asteroid city van Wes Anderson., een film over een tv-film, over een toneelstuk. Verhalen verstopt in verhalen die weer verstopt zitten in verhalen, schrijft Basje Boer in zijn artikel’

Iets om over te mijmeren. In hoeverre laten we ons meeslepen of welke waarde hechten we aan het ontsnappen aan de realiteit van het moment, een wereld die gebukt gaat onder het teveel aan leed. Hoe fijn is het om een af te stappen van die immer aanwezige onderliggende gedachten van wat/als. Ik heb het nodig. Hier in Hongarije valt de wereld stil. Er is alleen maar dit. Het land dat winterklaar gemaakt wordt, de vraag wat we zullen eten vandaag, het vormgeven van de gedachten die spinnen in mijn hoofd. De stilte, de vrede.

Gisteren zag ik één journaal en dat was al weer bijna een teveel aan het gevoel van onmacht, aan het hart dat huilt om het ondraaglijke leed, aan de angst die het oproept als ik aan de toekomst denk en aan ieder die daar straks in voort zal moeten leven. Ik mag graag ontsnappen en hier kost dat geen moeite. Het is ons persoonlijke konijnenhol en het is goed. Straks zal er voldoende bewustzijn worden aangewakkerd als we terugkeren naar dat andere volle leven.

Vannacht droomde ik een volstrekt andere parallelle werkelijkheid. De Oude Gracht was bedekt met sneeuw, in de gracht stonden vier van die enorme Hannibal-olifanten, aan de zijkant stond een prachtige wolf en aan het eind van de werf, die daar ophield te bestaan, dobberde een ree met vredige blik in de ogen. Ik maakte me ondertussen druk over de parkeergarage en het bedrag dat ik onvoorzien, zou moeten dokken omdat het feest waar ik was de hele in plaats van de halve avond duurde.

Toch ontwaakte ik met een voldaan gevoel door de droom. Dat gelukzalige eruit te kunnen filteren, al is het maar spel, een nep realiteit, dan is het alles waard om er bij tijd en wijle in te verdwijnen.

Het boek van vandaag is een verzamelbundel van Vasalis, waar haar drie eerste boeken in zijn opgenomen. De oude kustlijn kwam pas later uit. Oorwurm komt me afleiden. Lang niet meer gezien. Ze zaten in de dahlia-tuin van mijn oma veel. Hier zijn ze af en toe. Hij kwam omlaag gevallen. Uit mijn haar of van de balken van het terras, wie zal het zeggen. Mijn oor heeft hij gelukkig met rust gelaten. Bij lange na was ik daar vroeger niet zeker van. Ook een werkelijkheid destijds. De mijne.

Overpeinzingen

Letterlijk en figuurlijk

Volgende week donderdag moeten z-we het boek Het Ongelukskind door Beatrice Salvioni uitgelezen hebben. Ik was er al in Hongarije aan begonnen, maar de concentratie was er niet. Gisteren maar opnieuw een poging gewaagd en warempel…Zoals het een goed boek betaamt, greep het me bij de lurven en sleepte me mee. Tenminste vooral vannacht toen ik om vier uur klaar wakker was en ik nog eens het boek opensloeg. Hoe zeer ik ook wist dat het wijzer was om nog even te slapen, lukte me het niet meer om het boek weg te leggen. Ik las het in drie uur en in één adem uit. Wat een verhaal.

Ik ga natuurlijk niets weggeven van de inhoud, want het is de moeite waard om het zelf te ontdekken. Het toeven in het Italie van 1936, de gebruiken en gewoonten uit die tijd, deden vooral beseffen van de grote veranderlijkheid in tijd aan normen en waarden en tegelijkertijd de emoties die mensen eigen zijn, die door de tijd heen gelijk zijn gebleven.

Het voelt alsof ik op reis ben geweest dwars door het verleden heen. Alsof ik over de schouder van mijn ouders heb mee kunnen kijken in de wending die hun levens genomen moeten hebben, in die roerige jaren vlak voor de tweede wereldoorlog. Hoe er vaststaande gewoonten op de schop gingen omdat er eenvoudigweg geen ruimte meer voor was.

Ook ging ik dwars door mijn eigen verleden van onwillige puber heen, die haar eigen regels wilde maken en daar natuurlijk nog te groen voor was, eenvoudigweg omdat ik het leed dat sommige handelingen zouden veroorzaken bij lange na niet kon overzien. Dat besef werd nu bij het lezen van dit verhaal opgeroepen en maakt sentimenteel, maar ook brengt het de wens met zich mee, dat wij het misschien wel anders gedaan zullen hebben. ‘Beter’ kan je niet zeggen, omdat we allemaal kinderen zijn van de tijd waarin we opgroeiden. Hoe vlecht een kind ervaringen tot volwassenheid. Een ander gegeven is de plek waar je wieg staat en hoezeer dat je gedrag kan bepalen buiten je eigen persoonlijkheid om.

De meerwaarde van goede literatuur ten voeten uit als het je geest deze weg op laat wandelen.

Gisterenmiddag ontdekte ik de kleine crea-winkel in IJsselstein dat, net als de dikte van het boek, een veel grotere inhoud had dan het onooglijke pand deed beloven. Er zat een enorm magazijn achter dat tot de nok toe gevuld was met van alles en nog wat om je uit te kunnen leven in allerhande technieken. Ze hadden de wateroplosbare olieverf voor me klaargelegd en daarnaast schafte ik nog twee doeken aan en wat synthetische kattetongen. Een kinderhand is gauw gevuld. In de kringloop vond ik zowaar een schilderskist, dit keer met vakjes. Fantastisch. Net wat ik nodig had.

Lief was ondertussen naar de kapper geweest en had er een wandelingetje langs de Utrechtse singel aan vast geknoopt een uitgelezen moment voor mij om verder te gaan in het voornoemde boek, letterlijk en figuurlijk.

Overpeinzingen

Een ezel stoot zich geen twee keer aan dezelfde steen

Het had nog heel wat voeten in de aarde voor ik mijn pakketje te onderzoeken materiaal kwijt kon bij de laborante. De urine zat in het verkeerde potje. Het moest een pipet zijn dat je met een wit potje bij de huisarts kon krijgen. Nee, ze had toevallig net de laatste twee weggegeven. Op naar de dokterspost. Nieuw potje en alles overgegooid. Pipetje in de dop, pipetje vulde zich en weer terug naar de laborante. Zo ben je tenminste even van de straat.

Truus rijdt weer als een zonnetje. Fijn. We hadden nog even tijd vlak voor ik de kleine kunstenaar op moest halen en in dat loze uurtje vond ik zowaar een goedkopere versie van de Cobraverf in, notabene, een winkel in IJsselstein op tien minuten rijden. Hoe kwam ik aan die mazzel. Gauw besteld, want dan kan ik hier ook aan het werk.

Om bijna twee uur stond ik voor de school. Het was een beetje koud. De allereerste vraag was weer of ik de tablet bij me had. De filosoof was met zin vrienden druk aan het voetballen en had nog net tijd voor een knuffeltje. Hij ging mee met de BSO. Wij reden n aar huis, waarbij kleindochter steevast opmerkte als we in de buurt van de kerk kwamen, ‘Hé, die ken ik’.

Schoonzoonlief was thuis aan het werk en bezorgde ons de eerste lafenis. Een kop thee voor mij en een banaan voor de kunstenaar. Met grote gretigheid hoorde ze mijn beknopte uitleg aan en ging aan de slag met bibberige lijntjes. Het werden monsters, twee stuks, kleuren monsters met dat prachtige roze, dat ook in het wiel zat, haar lievelingskleur. Ze woonden in een hol in de boom, dat versiert was met kleurrijke vlaggetjes. De eerste heette Abalini en de tweede Embekkia. Natuurlijk.

Toen ze een Engels liedje begon te zingen, begreep ik waar die vreemde namen vandaan kwamen. Een verbastering van de Engelse tekst onthulde een klein stukje van haar denkwijze. Grappig hoe dat werkt als kind. Zo heb ik zelf ook hele verhalen verzonnen bij de grootspraak van ooms en tantes op de verjaardagsfeesten bij mijn ouders thuis. Verbasteringen zijn goud waard voor het voeden van een creatieve geest.

We dronken thee en water, zongen liedjes, maakten opnieuw de Barbapappa-puzzel, die we nu welhaast met de ogen dicht konden leggen, knutselden en tekenden wat en toen was de middag alweer om. Haarvader vond het knus, die geluiden van beneden en dat was het juiste woord voor de sfeer.

Het was op de weg niet zo druk als de vorige week en na het boodschappen doen reed ik op huis aan. Toen ik het woonerf op hobbelde zag ik achter me een auto met rood oplichtende letters ‘Stop’. Huh, politie. Ik zette de auto aan de kant en er verscheen een streng hoofd voor het raampje. Waarom ik zonder licht reed. Ik wist me van de prins geen kwaad. Het bleek dat ze bij de onderhoudsbeurt het licht weer van de automaat hadden afgehaald. Bij de winkel had ik daar niets van gemerkt omdat die verlicht was. Wat suf. Rijbewijs tonen. De man vroeg nieuwsgierig naar de onderhoudsbeurt, ‘Nu al?’ Verbazing in zijn ogen, ‘Dan rijdt u veel’. ‘Inderdaad, 18.000 km mijnheer’. ‘Niet meer zonder licht rijden hoor, zonde van zo’n mooie auto als daar iets mee zou gebeuren’. ‘Jawel mijnheer de agent’. En weg reden ze weer.

Intussen staat Truus haar licht weer op de automatische stand. Een ezel stoot zich geen twee keer aan de zelfde steen.

Overpeinzingen

De dag roept

Na een heel weekend Parijs kan maandagmorgen acht uur een domper zijn, maar de natuur beloonde dat vroege opstaan met een heerlijk zonnetje. Truus moest naar de garage voor een onderhoudsbeurt. De vriendelijke man achter de balie nam alle maandagmorgenperikelen, zoals een langzaam opstartende computer en het systeem dat niet werkte, voor lief en trok bedaard een ouderwets kladblok en een pen te voorschijn. Schrijven kan altijd.

Twee oudere mensen, die achter ons stonden hadden een gezicht dat stond op zwaar onweer. Omdat het een en ander wat langer duurde dan normaal merkte de vrouw vinnig op dat ze dan wel een half uur langer had kunnen doorslapen. De baliemedewerker ging stoïcijns en oost-Indisch doof door met zijn intake van onze auto. Maandagmorgen-blues kan je beter maar laten voor wat het is. Een wijze man.

We kregen een felle rode Lupo, licht wendbaar en compact, een echte stadsauto ter vervanging. Even wennen. Bij de supermarkt moest ie in zijn achteruit. Hoe ging dat nou ook al weer. De pook indrukken en naar achter trekken. Met vereende krachten kwamen we daar na enkele pogingen achter. Bij het terugbrengen aftanken. Wat een luxe. Truus werd gewassen en schoon opgeleverd met de boodschap over 15.000 km of over een jaar terug te komen. Superfijn en Truus weer in haar element.

We haalden bij de huisarts een formulier voor bloedonderzoek en een leeg plastic potje op en ik maakte een afspraak met de Saltro voor deze dag. Volgende week was de jaarlijkse controle, die ik weliswaar nog nooit had gehad, maar die klaarblijkelijk nu inging. Fijn. Net als Truus in de revisie om de zoveel tijd. Lief kan zich ook aanmelden bij mijn dokter, vertelde de vrouw en gaf hem de benodigde papieren mee. Zo geregeld dus.

De tablet-tekeningen van juni door kleindochter(4 jaar)

Kleindochter meldde zich vanmorgen per spraakapp en vroeg met haar liefste stemmetje of ik de tablet mee wilde nemen. Daar had ze in Hongarije ook mee geoefend. Natuurlijk lieverd. Dat komt helemaal goed. Vanmiddag hebben we alle tijd om opnieuw mooie wezentjes te creëren. Wie weet maken we een digitaal prentenboek. Altijd leuk. Ook niet vergeten met dit mooie weer naar buiten te gaan. Het ziet er nog heerlijk uit, al wordt er ook regen op komst beloofd.

Vanaf vandaag is de malle molen van het lezen en bewerken van de kinderboeken weer gestart en moet ik nog twee boeken voor de deadline uitlezen voor de bio-club en de boekenbabbel. Zo vult de tijd zich vanzelf en eigenlijk en komen we toch ongemerkt tijd te kort.

Schoondochter had nog nooit spruitjes gegeten, want haar moeder lustte ze niet. En wat had ik in mijn boodschappentas…toevallig spruitjes. Dat werd een uitdaging. Spruiten zo klaar maken dat zij ze ook echt lekker zou vinden. Kort koken, vervolgens in de olijfolie bakken met ras el hanout en ui en met de aardappelen uit de oven en de Italiaanse kruiden werd het een heerlijk geheel, dankbaar ontvangen door zoonlief, schone dochter en lief. Het was een tikkie spannend omdat ik niet wist of het zou smaken met de ras el hanout, omdat ik het niet kon proeven en die keuze vanuit mijn ervaring gemaakt werd. Maar het viel in goede aarde. Weer eens wat anders. Er ligt nog een zak spruiten die ik met ketjap wil bereiden, misschien met bami of rijst erbij. Dat wordt het volgende experiment. We zullen zien. Nu eerst maar in de benen. De dag roept.

Overpeinzingen

Waardevol en onmisbaar in dit leven

Na het verliefde stel in het barretje gingen we op weg naar de Libanees. We hadden allen eerder op de dag de gerechten bestudeerd van een andere Libanees restaurant die verleidelijk uitgestald lagen voor de winkelruit. Die hadden er uitnodigend en smakelijk uitgezien. Een van ons slaakte een zucht van verlangen, dus was de keuze vrij snel gemaakt. Voor het avondeten zochten we een goed Libanees restaurant niet te ver bij ons appartement uit de buurt. Hoe wonderbaarlijk was het toen we de route naar het pantheon zochten en al pardoes ons uitverkoren restaurant zagen, waar we om half acht een tafel hadden gereserveerd. Dat laatste is iets wat, denk ik, trouwens een echte Hollandse gewoonte is. De meesten komen hier binnen lopen om een hapje te eten. Tijd geen bezwaar, al wilde je ‘s avonds om tien uur of ‘s middags om drie uur beginnen. Dat kwam regelmatig voor, getuige de afgeladen restaurants op elk uur van de dag.

Rond half acht stapten we de kleine gemoedelijke ruimte binnen en mochten plaats nemen aan de enige ronde tafel. Als advies kregen we een heerlijk menu bestaande uit verschillende kleine hapjes en een grote schaal in het midden met warme vleesgerechten. Libanees brood om mee te dopen en veel vegetarische aanvulling als mezze, houmous, labneh en meer van die lekkernijen. We hebben gesmuld. Mooi half flesje wit en rood erbij of een verse muntthee en we konden er weer even tegen. De allervriendelijkste bediening had ons van het huis vooraf wat tapas en na de koffie wat klaargemaakt fruit met sharonfruit, ananas en druiven op een schaal ‘van het huis’ gegeven. Als een warm bad voelde dat.

De weg naar de metro voerde ons langs zoveel trappen naar beneden, dat ik ‘m stilletjes kneep voor de eindhalte, waar we weer omhoog zouden moeten. Heel kalm, stap voor stap behaalde ik ook hier de zege. Pffff. De schatten wilden al een draagstoel voor me maken. Haha. Ben je mal. Kalm aan dan breekt het lijntje niet.

De volgende dag na het verse Franse ontbijt, croissants en vers brood met een gekookt eitje, roomboter en jam bleef ik bij de koffers en ging de rest van de goegemeente de auto halen, die in de parkeergarage een arrondisement verder stond. Daardoor lukte het me nog even de blog van gisteren te schrijven en net toen ik daar bijna mee klaar was, werd er op de deur geklopt. Het bleek de schoonmaakploeg van het appartement te zijn. De man beduidde dat ik gerust mocht blijven wachten, maar dat zij vast zouden beginnen met de was en de slaapkamers. Geen punt. Toch wat ongemakkelijk met al die arbeid om me heen, besloot ik in de hal te wachten met alle koffers, die ik met de lift naar beneden kon brengen.. Daar stond ik eventjes toen er gemorrel aan de deur was en ik bij het openen in de vertrouwde gezichten keek. Nog even de sleutel in de brievenbus met een aparte code en klaar. Koffers in de auto ‘en route et on y va’.

We zaten al snel op de periferie en dan laat het zich vanzelf wijzen hoe op de juiste route te komen. In België vond onze ‘reisleidster’ het allerleukste etablissement dat er was voor een afsluitende late lunch in de Wastobbe in Laarne. Het was de moeite waard om even van de snelweg af te gaan. Het mooie van onze vriendschap is dat we met z’n vijven honderduit kunnen babbelen en ook met het grootste gemak de diepte in kunnen gaan om daarna weer een luchtiger toon te pakken. We zijn een bijzonder stel samen en na dit weekend is het gevoel van verbondenheid alleen maar toegenomen. Waardevol en onmisbaar in dit leven.

Overpeinzingen

Ach ja, de jeugd

Geluk heeft een verschillend tempo. De een beleeft het voortvarend, heeft in een oogopslag de schoonheid te pakken, een ander staat er bij stil, verwonderd, bewondert. De weergoden hadden er gisteren zin in. Ze geselden het imposante Parijs en de voorbijgangers zaten diep weggedoken in hun kragen en dassen, terwijl de druppels aan hun ontsnapte haar bleven hangen.

We gingen met de Metro. Waar ik niet op gerekend had, maar op mijn vingers had kunnen natellen, waren de eindeloze trappen die ons tot onder de grond moesten voeren. Adem in, adem uit. Voetje voor voetje omhoog en de grote opluchting als we boven waren. Zuurstof, al dan niet vervuild, maar hé, alles beter dan beneden.

Alle vijf kregen we van elkaar de ruimte om onze eigen invulling aan het geheel te geven. Bovendien hadden we allemaal zo onze stiel. Er waren routetijgers en metrospecialisten, en de rest liet het zich heerlijk aanleunen. Dus kwamen we pardoes langs het Samaritain, dat tot onze grote vreugde helemaal verbouwd was en in oude glorie hersteld. Prachtig Jugendstil, al voor een deel in kerstsfeer en tot verdriet van de Parijzenaars, niet langer een groot warenhuis, maar een oord voor de modefanaten die de kunstwerkjes van Dior, Gucci en Givenchy zochten, onbetaalbaar voor het gros van het volk, maar wel een trekpleister voor toeristen.

We besloten richting Pantheon te gaan en dan zouden we ook de Sorbonne nog even meepikken. Voor zover we wisten, had niemand van ons dat eerder gezien. Onderweg waren er de nodige drankjes, koffie tegen een godsvermogen in een ieniemienie restaurant, lunch ergens onderweg in een van die leuke Parijse straten en daar was het huis waar dertig kunstenaars hun atelier hielden en waar een stroom aan bezoekers de diverse schilderijen kon bekijken. Het was er behoorlijk druk in deze wereld vervuld van kunst en nijvere kunstenaars. En er waren weer meer dan een aantal trappen, maar dan wel allemaal rijkelijk versierd met geschilderd behang. Duizend ogen keken ons aan, psychedelische vormen of pop-art. In sommige ateliers waren de kunstenaars aan het werk. Ieder in hun eigen dynamiek. De een ingetogen, de ander keurend en weer een ander die alleen maar mediterend de mensenmassa aan zich voorbij liet gaan.

Bij de drie bovenste verdiepingen waar het warm en benauwd was door de hoeveelheid bezoekers, haakte ik af en liep met een van ons naar beneden. Ziezo. Genoeg beelden op het netvlies om over na te peinzen. Een van ons wilde een echte Franse thee met taart en natuurlijk waren er genoeg gelegenheden, maar een was wel heel verleidelijk met een lokkende hoeveelheid heerlijkheden en ze liet het zich goed smaken. Daarna konden we voort.

Het pantheon had eerst nog een vrij hoge trap in petto. Maar wie wat moois wil zien moet veren laten. Voetje voor voetje aan de arm omhoog om in een straatje te komen waar de reuring van het verkeer volkomen was stilgevallen. Het begon al licht te schemeren en toen we eindelijk het pantheon in het vizier hadden, schitterde de groene koepel tegen een prachtige zachte schemertint blauw. Een moment van sprankelende schoonheid. Wat een gebouw. We kwamen bij de achterkant aan en natuurlijk was het plein, waar ook de Sorbonne-bibliotheek aan lag, een vergaarbak van studenten en toeristen, die het geheel een levendige en bruisende aanblik gaven. Overal waren stegen en steegjes met kroegen en barretjes, eettentjes en omdat het zaterdag was zat alles vol met jonge blije mensen, druk pratend, drinkend, lachend. Een stad op haar best.

De Libanees, waar we een tafel hadden gereserveerd, was vlakbij. Om half acht konden we daar terecht. Dat betekende dat we nog ergens een wijntje konden gaan drinken bij een vriendelijke jongen die ons lachend bediende en een klein schaaltje tapas voorzette. Er zat een stelletje in de hoek die overduidelijk elkaar aan het aftasten waren en tijdens de klanken van Sarah Vaughn elkaar de liefde verklaarden. Geen betere gelegenheid zou ik zeggen. Ach ja, de jeugd.