Overpeinzingen

Een kalm gemoed voor de toekomst

Natuurlijk viel gisteren de zonnige dag niet in het water na de misgelopen afspraak van de dag ervoor door een griep die een streep door de rekening had gehaald. Deze zonnige zondag wilden we vieren met een heerlijke frisse winterwandeling. Mijn zwarte mantel is niet warm genoeg. Dus hees ik me in de dikke gevoerde parka van lief, dubbele warmte, en trok echte wollen sokken aan. Die met het ruitje, overgebleven van mijn act als Engelse tuindame. Ach, dat lijkt nu al een eeuwigheid geleden. De dikke das, van een oude wollen deken gemaakt, doet dienst als optimale buffer tegen de scherpe Noorderwind. Op naar hèt bos van Utrecht, Amelisweerd.

Dat hadden meer Utrechters bedacht. De parkeerplaats was overvol. Kennelijk verhitte het de gemoederen, want toen ik nietsvermoedend een van de laantjes inreed, zat een man in een enorme hummer die kennelijk aan het wachten was tot iemand uit zijn parkeerplaatsje draaide. Even daarvoor had hij ons in het eerste laantje gepasseerd. Hij zat driftig te gebaren naar ons, dat we achteruit moesten rijden en dat het eenrichtingsverkeer was, dat stond op de weg aangegeven. Verbaasd keken we elkaar aan. Hou je rustig beste man, we waren nog niets van plan hoor. We gebaarden hem dat hij kalm moest doen en vooral aan zijn hart moest denken. Al die opwinding is niet goed voor een mens en het hele euvel was de sop in de kool niet waard.

Maar hij bleef zich opwinden en zijn vrouw begon ook mee te gebaren. We reden achteruit en hoopten dat de beste man vooral tot rust zou komen in zijn eigen belang. In de middelste laan vonden we twee lege parkeerplekken. We waren hooglijk verbaasd over zijn woede. Je gaat naar een bos om tot rust te komen en te genieten van de natuur en dan maak je je zo vreselijk druk om je parkeerplaatsje en het vermeende idee dat iemand dat in wilde pikken. Hoe tegengesteld kan het zijn.

Enfin. ‘Adem in , adem uit’, zeiden we en begonnen aan onze wandeling. Het was zo druk als we hadden gedacht, maar Amelisweerd kent genoeg paden om rustig en in stilte te kunnen genieten van de zon die prachtige plaatjes toverde op deze winterdag. Een mooie boom in vol ornaat, de oude boomgaard, de Kromme Rijn glinsterend en slingerend door de weilanden, een zon achter de wolken naast de jeugdherberg en het klompenpad langs de bunkers. Af en toe liepen we in de ganzenpas omdat er andere mensen passeerden. In het weiland speurden mannen rond, sommige liepen meters te meten. Geheimzinnige handelingen. Zouden ze wichelroedes hebben. Met onze koude neuzen liepen we voort. Niet slecht, toch alweer 5600 stappen deze tocht.

Op de terugweg haalden we de boodschappen voor de hete bliksem. Er lagen nog net vier goudrenetten in de krat. Pfff, net op tijd. Een zak jonagold ernaast, de uien, de vega-little Willies, en de aardappelen, extra groot en kruimig. ‘Grote stappen, snel thuis’,hoorde ik mijn moeder zeggen. En zo is het. Sinds deze winter schil ik de aardappels niet meer en het is net zo lekker en waarschijnlijk voedzamer.

In mijn overpeinzingen van de dag bedacht ik me, dat we overdag twee hete bliksems hadden meegemaakt. Het was ons allang duidelijk aan welke we de voorkeur gaven. O ja, en mijnheer wensen we een kalm gemoed in de toekomst.

Overpeinzingen

Dat dan weer wel

Een belletje in de vroege ochtend. Het is nog voor negenen. ‘Lieverds, onze afspraak moeten we helaas afzeggen’. Als reden werd de vrouw des huizes genoemd, die opnieuw een aanval van lichte griep had, dat geresulteerd had in veel en zwaar hoesten en het ledigen van de maaginhoud. Hoe omschrijf je zulks minder drastisch. Dat is niet mogelijk, omdat het beeld als plastiek in je hoofd gegoten zit met de daarbij behorende gevoelens van onbehaaglijkheid en eenzaamheid. Je moet het toch alleen doen, per slot van rekening.

Het was wel een streep door de rekening, want we zouden met broerlief, diens vrouw en een bevriend echtpaar hier uit de stad in het hotel van broer, op loopafstand van ons, gaan dineren. Alles was in kannen en kruiken, de tafel besproken en iedereen had er heel veel zin in. De mens wikt maar…Precies, dat dus.

Dan maar focussen op de kerstboom, die terug moest naar het afhaalpunt. We hadden evenals het voorgaande jaar een duurzame kerstboom genomen. Ze worden na gebruik weer in het bos terug gezet, waarbij we vurig hopen dat die van ons het zou overleven omdat er nogal een betamelijke hoeveelheid naalden naar beneden kwam.. Keurig in haar netje en in een oude doek gewikkeld brachten we haar naar haar broers en zussen. Krabbeltje eronder, die garant stond voor het statiegeld dat we hadden betaald en door naar de supermarkt voor de boodschappen van vandaag, nu er een diner was uitgevallen.

Zoonlief had heerlijke Pides gehaald, vers uit de oven en ik had zin in feta, grote olijven en sla in de olijfolie erbij. Dat was alweer een tijd geleden, dat ik dat gegeten had. Morgen ga ik even langs de Turkse winkel in het winkelcentrum vlakbij om een blik feta te kopen. Lekkerder nog dan die uit de potjes. Smaken kunnen ook nostalgie oproepen en daardoor extra lekker smaken.

De kinderen hebben trouwens op het moment een absolute voorkeur voor stampot. Het maakt ze niet uit. Zuurkool, andijvie, hutspot, spinazie alles is wenselijk en daardoor kreeg ik ook onbedaarlijke trek in blote billetjes in het gras. Dat wonderlijke gerecht met witte boterbonen en snijbonen. De laatste heb ik al, nu nog een pot boterbonen of cannellinibonen op de kop zien te tikken. Even verderop lees ik over Hete Bliksem. Mijn moeder maakte dat vaak, omdat we van de groenteman, die Duikkie heette en altijd met zijn wagentje voorreed, een kist wormstekige rinse goudrenetten kochten voor weinig. Uitstekende appel voor dit gerecht met aanvullend nog wat zoete appelen. Een echt Utrechts recept, schijnt het. Straks bij ons in een Vega jasje. Vroeger vooral geliefd vanwege de kosten. Voedzaam en goedkoop, dat was het.

Schoondochter is glutenvrij, dus alles wat het eenvoudiger maakt is meegenomen. Om de een of andere manier zijn de basis-grondstoffen voor de glutenvrije gerechten behoorlijk aan de prijs. Vooral het meel is duur.

Vandaag begint de vorstweek als we de weerberichten moeten geloven. Ik geloof dat mijn mooie wijde winterjas nooit warm genoeg is en zal er dus dikke truien onder moeten dragen en dubbele broeken misschien. Ik bevries al bij de eerste graad onder nul.

Het doet me denken aan de handbalmiddagen in de Bernardhal in de koude winters van de jaren zestig. Je kreeg er nauwelijks de tijd om je warm te lopen voor het potje en na de wedstrijd moesten we poedelen bij de drinkfonteintjes, ronde bakken met zo’n zes kranen, waar omheen wij in die koude hal ons met nog veel kouder water moesten behelpen. Brrrr. Daarna was het dode vingers opwarmen bij de zwarte kolenkachel thuis. Dat hele proces leverde mij in ieder geval een stel wintervingers voor de rest van mijn leven op als ik geen maatregelen tref, de Bernhardhal wintertenen.

Deze winter belooft vooralsnog een week te duren. Dat is nog wel te overzien. Dan kunnen we eindelijk naar de tuin, waar al het water in de bodem bevroren zal zijn. Goed aangekleed, dat dan weer wel.

Overpeinzingen

Een leven als een luis op een zeer hoofd

Lieve Blogvriendin schrijft over een smakkert die ze maakt op het perron in de haast een op het punt van vertrekkende trein te halen. Een ongeluk zit in een klein hoekje. Het doet me denken aan de keer dat ik bijna van boven naar beneden was gekukeld op een trap van het museum Zsolnay in Pécs. Lief kon me nog net grijpen, anders was ik aan een vrije val begonnen.

Lang geleden, zeker 15 jaar misschien, zou ik in de eindkring van de groep, terwijl een aantal ouders ons wekelijkse slotfestijn meemaakten, gauw nog een muziekje opzetten. Ik bleef in de pijp van mijn wijde witte zomerbroek haken en klapte voorover de kring weer in. Daar lag ik. Bont en blauw en met een bult op mijn voorhoofd dat al gauw de contouren aannam van een groot ei. Quasimodo. Liefst had ik de grond open willen roetsen om te verdwijnen in het gat. Zo’n ervaring zou je verre van de kinderen willen houden. Maar het leed was al geschied. Dapper verbeet ik de pijn, bracht de kring tot een einde, deed mijn werk en ging naar huis. In de loop der nacht verstijfden en bevroren een aantal spieren en in de ochtend kon ik niet meer op of neer. Een klein hoekje, inderdaad.

Goed beschouwd zijn er niet veel van dit soort sterke verhalen te vertellen. Of het moest de eerste kennismaking met een Spartamatic zijn. Ik mocht een rondje rijden van vriendin, vergat te vragen waar de rem zat, en lag vervolgens een kwartier later in de greppel naast de Zuilense laan te spartelen met de brommer bovenop me.

Wat een kommer en kwel, maar op een mensenleven viel alles reuze mee. Veel ellende heb ik fysiek niet eens zo meegemaakt. Kort samengevat nog een keer een rondtollende kever op gladde beijzelde weg, een duikel over de kop met de renault 6 in den Haag door een botsing tussen mij en een meneer in een dikke Triumh, een muskietenaanval naast een riviertje aan de rand van Kopenhagen, enkele nervous breakdowns tijdens de overgang, wat hyperventilatie, achteraf gediagnosticeerd als COPD en verder nauwelijks fysiek leed.

Tel uw zegeningen. Als je bedenkt dat mijn ouders beiden de oorlog hebben doorstaan en de armoe in de jaren vijftig. Wij dat laatste ook natuurlijk, maar in het nostalgische terugdenken zien we enkel nog de fijne herinneringen, die alles wat moeilijk was overschaduwen. Deze generatie heeft vooral gemazzeld.

Utrechts Archief: De Amandelstraat

Er waren minder media dan nu. Terloops kwamen boodschappen binnen via de buizenradio, later de kleine zwart/witte televisie met één net, uitgebreid naar drie op een gegeven moment, Er was geen reclame. Alles kabbelde kalm de huiskamer in. We speelden op straat en we keken soms televisie. Nieuws op de radio werd summier afgespeeld. Kleine potjes hebben grote oren. Het behoeden voor de boze buitenwereld was de algehele tendens. Pais en vrêe stond hoog in het vaandel. Bovendien waren er genoeg kleine problemen. Er moest brood op de plank, er moesten elf monden gevoed, het kleine leven bedde zich in de basale behoeften van het moment. Iedere week weer de was, altijd stoffen en strijken en koken, opruimen en naar de kerk gaan. Clubjes, bezoek ontvangen, verjaardagen vieren in bescheiden mate en voor ons kinderen veel buiten spelen..

Daar was onze eigen wereld, naast die van de boeken die ik las, avonturen in je luie stoel of nog liever, in je bed met een zaklampje. En de verhalen in je hoofd, niet te stuiten maar altijd goed voor wat klein drama met zus tussen de stapelbedden in, evenals de films die mijn vader in het clubhuis draaide. Goed beschouwd: Een leven als een luis op een zeer hoofd.

Overpeinzingen

Met beide voeten op de grond

Weer een interessante vraag van WordPress. Of je meer aan het verleden dan aan de toekomst denkt. Onmiddellijk schiet me te binnen: Het Verleden en het Heden ben je, de toekomst word je. Als een rode draad loopt het verleden door het heden heen. Het heeft ons gevormd tot waar we nu zijn. Het brengt herinneringen, belangrijke lessen en soms verlangen naar de nostalgie van weleer. Om te koesteren, niet om in te blijven hangen. Dat is een groot verschil. Helemaal los van elkaar denken is niet mogelijk. Daar waren teveel personen die een belangrijke rol hebben gespeeld of spelen in mijn leven. Ze hoeven niet op een voetstuk gehesen, maar ze hebben van nature al een flinke lading, waar ik me regelmatig aan kan schurken.

In de huidige wereld denk ik liever niet na over de toekomst. Dat vind ik een mistig begrip. Al gauw zijn het wensen en verlangens, die met één ingreep van de een of ander teniet gedaan kunnen worden. Het allerliefst neem ik alles zoals het komt. Go with the flow. Geen staaltje van berekeningen, maar op de golven van het leven. Kan het in deze tijd anders. Zo heb je alles en zo heb je niks.

De agenda vult zich deze eerste maand van het jaar alweer snel. Aan alle kanten vliegen de afspraken binnen. Goed de agenda bijhouden en tijdig op de rem trappen is dan een goed voornemen.

Naast me ligt de biografie van Theo Thijssen geschreven door Peter-Paul de Baar. Eindelijk ben ik er in begonnen. Biografieën, heb ik geleerd, kiezen zelf het geschikte moment uit. Tenminste, ze doen dat bij mij. Ineens kan ik in een opwelling zo’n lijvig boekwerk oppakken en beginnen, om volledig er door ingepakt te worden en door te lezen. Maar misschien ben ik van te voren onbewust moed aan het verzamelen, omdat je weet, dat het veel tijd zal kosten. Ik vind het nu al een aanrader. Het is fijn geschreven, stukjes dagboek, anekdotes, de geschiedenis van Amsterdam aaneengeregen tot een makkelijk en vermakelijk leeswerk.

Even daarvoor had ik de discussie op Tzum over de biografie van Ischa Meijer gezien. Connie Palmen versus Annet Mooij. Wonderlijk dat iemand zo’n ongenuanceerde mening kan spuien, terwijl iedereen weet dat daar een eigenwaarde aan ten grondslag ligt. Palmen laat zich erg in de kaart kijken, waardoor ik een onbedwingbaar verlangen krijg om het boek met eigen ogen te aanschouwen en er mijn eigen mening over te vormen. Iets te berde brengen zou moeten gaan zonder vuilspuiterij en beledigingen. Mensonwaardig en het sop in de kool niet waard.

Gisteren was de trompettist Ibrahim Maalouf bij Janine Abbring op bezoek tijdens Wintergasten van de VPRO. Lief en ik hadden precies op dat moment veel bij te praten over onze wederzijdse daginvulling. Lief was met vriendlief op stap geweest, hadden een filmpje gekeken en lekker gegeten en ik was weggezakt in het zalige nietsdoen, dat we bij tijd en wijle dienen te beoefenen als tegenhang voor de drukte. Genoeg te vertellen dus.

Heerlijk, die terugkijk-functie bij NPO Plus. Zeer de moeite waard als we onze diverse vrienden mogen geloven en het voorstukje beloofd al een boeiend geheel. Deze Wintergasten was sowieso behoorlijk boeiend en ingrijpend. Ideaal voor regenachtige grijze ochtenden waar we er nog steeds genoeg van hebben. Volgende week zal het afgelopen zijn. Dan kunnen de schaatsen weer uit het vet. Niet die van mij hoor. Ik denk dat ik een potentiële bottenbreker ben als ik op de schaats sta. Zeker nu de routine het af laat weten met die zachtere herfstige winters van ons, de laatste tijd. Ik blijf liever met beide voeten op de grond.

Overpeinzingen

Het was een waar genoegen

Een wat versneld ochtendritueel gisteren, want zuslief zou me op komen halen voor de zussendag. Haar gebruikelijke route is van huis naar zus 2, dan naar mij, dan naar zus vier en daar is vaak een kleine pitstop, koffie of plaspauze, om vervolgens door te stomen naar het doel van die dag. In dit geval de gemeente Soest met als kernen Soestduinen, Soesterberg en Soest.

Er was een grote outlet en een kringloopje in het binnenstadje zelf en een grotere kringloop op het industrieterrein, dus we zouden echt wel aan onze trekken komen. Ik had buiten de sale gerekend, die een onbedwingbare aantrekkingskracht op onze jongste zus had.

Het was gemoedelijk, passen, dubben, wel of niet, nee toch maar niet, of toch wel. Zuslief kocht een mooie zwarte broek en een prachtig zwart bloesje. De beide verkoopsters moesten gniffelen om onze grote verscheidenheid. Niet zo moeilijk op te merken als je ons uiterlijk bestudeerde. Doorgaans waren het de wat duurdere deftige zaken die we aandeden. De sale-prijs kwam overeen met de normale prijs voor een gemiddeld doorsnee stuk. Lol hadden we zoals gewoonlijk, een kinderhand is gauw gevuld. En wat altijd heerlijk is, om langs al die verfijnde stoffen te strijken, angorawol, fijn linnen, zacht teddybont en prachtige katoen. Maar er kwam ook steeds meer duurzame op plantaardige leest geschoeide lyocell en Tencelkleding, die je in je koffertje kon gooien en er net zo makkelijk weer kreukvrij uit kon toveren.

We hopten tussen de buien door van winkel naar winkel en besloten te lunchen in een restaurant in dezelfde straat waar een vriendelijke bediening aan onze wensen voldeed. Ik heb afgeleerd om teveel te eten, omdat de benauwdheid dan dubbel toeslaat, dus een aangepaste schotel voor mij zonder brood eronder en voor zuslief één garnalenkroketje in plaats van de op de kaart aangekondigde twee stuks. Elke wens kon moeiteloos worden vervuld. Voor de gezelligheid een potje thee erbij met een ouderwets wijd kopje.

Het kleine kringloopje bood geen soelaas maar in de grote op het industrieterrein was het heerlijk snuffelen. Zuslief ging op zoek naar ‘Beatrix’-porselein. Je weet maar nooit hoe een koe een haas vangt. Ieder stuk keramiek werd ook op de merkjes aan de onderkant bekeken. Eigenlijk had ik niets nodig. Naast de paskamers stond een stoel, en daat streek ik neer, toen zuslief aan het passen was. Voor mijn oog bungelde een paar wollen huissloffen met zooltjes. Dat moest zo zijn. Voor de somma van 1 euro kon ik ze soldaat maken. Een van de vrijwilligsters kwam ons verschrikt, echt, zo keek ze, melden dat het over vijf minuten sluitingstijd was. We hadden allemaal alleen wat klein grut, een speelgoedkist, een boek, een grappig schattendoosje, een paar playmobil poppetjes en dan mijn soksloffen.

Het was geslaagd. Tegen vieren reden we naar een bekend wegrestaurant om op een vroeg tijdstip de maaltijd te gebruiken aan het tafeltje bij het raam. De heerlijke rust, het zicht op de weilanden en het genoeglijke gebabbel werkte rustgevend. Rond zes uur, terwijl het voor je gevoel al laat in de avond was, zette zuslief mij weer keurig voor de deur af. Dag lieve zussen, tot gauw weerziens. Het was een waar genoegen..

Overpeinzingen

Broodnodig in deze drukke tijden

Terwijl Storm Henkie om het huis heen raasde, sliepen wij de slaap der onschuld, dicht tegen elkaar aan, knus en warm. In die zin hebben we geen knuffelcoach nodig, een verschijnsel wat steeds vaker schijnt voor te komen. Bij sommigen heerst nog steeds de angst voor besmetting met het een en ander, niet in de laatste plaats corona. Maar ik ben nu al vanaf oktober aan het hoestenproesten en het maakt me niets meer uit. Vannacht leek het voor het eerst weer wat minder. Met het lengen van de dagen verdwijnen bacteriën als sneeuw voor de zon. Ik gooi hem er maar even in. Dan kun je jezelf overtuigen van dat feit. Licht doet wonderen. Veel van wat er gebeurt, wordt toch ook ingegeven door de somberte en huilerigheid van het weer. Een beetje zonlicht zou heerlijk zijn. Het is geen wet van Meden en Perzen hoor, maar het schenkt mij en de burger moed. We gaan weer naar het licht toe zoals planten hun bladeren keren naar het raam.

Gisteren was er in de ochtend een langzaam-aan-actie na alle drukte van de feestdagen. Een heerlijk bijkomen. Daarna gingen we op pad om mijn bestelde schoenen op te halen bij het afhaalpunt en om voor schoonzoonlief een cadeautje te kopen. We bleven hangen op een grappig houten kistje met drie biertjes. Toen lief het ding uit het schap trok bleef de bodem achter en kletterde een flesje kapot op de grond en een tweede ook, maar die bleef heel. Speuren naar een van de vakkenvullende mensen. Daar kwam ze al aangelopen. Kon gebeuren, geen probleem. Dank voor het begrip. Nieuwe met de hand eronder uit het schap gehaald, een ezel stoot zich niet tweemaal aan dezelfde steen, en op pad naar het feestvarken.

Het viel ons in het centrum vooral op dat iedereen nog zoveel aan het snacken was. Je zou zeggen, men heeft zich met de feestdagen aardig tegoed gedaan, het mag een onsje minder, maar nee hoor. Hele kippenpoten en saucijzenbroodjes werden naar binnen geschoven. Wonderlijk hoe mensen daarin kunnen verschillen. Misschien hebben we dat wel heel erg van huis meegekregen. Mijn moeder nam graag bij een verjaardag, als ze over waren, een tweede gebakje, maar liet dan een boterham staan. Nou waren dat de overheerlijke sneeuwballen van bakker Boonzaaijer. Die waren inderdaad niet te versmaden. Bij iedere verjaardag stond mijn moeder ‘s morgens heel vroeg al in de winkel om met een behoorlijke buit weer thuis te komen.

Bij schoonzoon waren er chocolaatjes in goudpapier. Glad strijken en bewaren om mee te knutselen, adviseerde ik Tante Pollewop. Iets wat ze prompt deed. Op een gegeven moment hadden we het over zwemmen, waarschijnlijk in verband met de hoeveelheid regen die gevallen was, en binnen no time had tante haar zwempakje met de vleugeltjes aan, haha. Ze is heel associatief. Dat blijkt wel.

Vandaag is het zussen-vieren-het-nieuwe=jaar-dag. Dat gebeurt met een lunch en een kringloopje. Gezellig, want het is alweer een tijdje geleden. Om kwart voor twaalf wordt ik gehaald. Ik had beloofd naar een nieuwe puzzel van vijftig stukjes voor kleindochter te zoeken. Want de Barbapappa-puzzel die ze heeft, kunnen we beiden bijna blind leggen. ‘Wel een leuke hoor’, had dochterlief gewaarschuwd. Natuurlijk lieverd, ik moet hemzelf ook een aanzienlijke maal leggen. Dit is een uitstekende gelegenheid om te zoeken. En ook dé kans om even bij te praten. Broodnodig in deze drukke tijden.

Overpeinzingen

Zo moeilijk zou het niet moeten zijn

Zoonlief zei dat hij zich niet kon heugen dat boerenkool op Nieuwjaarsdag de traditie was. Toch heb ik dat echt een aantal jaren gedaan. Simpele voedzame maaltijd, waar je veel of weinig van op kan, maar dat opweegt tegen al de liflafjes van kerstdagen en oudjaars-avond. Natuurlijk afhankelijk van de hoeveelheid personen meer of minder werk. In alle rust had ik op de dag wat voorbereidingen getroffen. Twee zakken boerenkool gewokt met uien, knoflook en paprikapoeder. De aardappelen, in totaal drie kilo, gesneden en met schil en al in de pan gedaan. Lief had gestampt en ik roerde de boerenkool er doorheen. Met vereende krachten is het goed werken. Boter erbij en kooknat. Yummie.

De lekkerste boerenkool in de pannen op tafel, twee verschillende versies, een met worst en de ander met kaas, met eigenhandig bereide vegetarische jus van dochterlief, boter met bouillon, peper en zout voor een hemels kleurtje bruin. Dat van de bouillon was mij nog niet ter ore gekomen. We zijn nooit te oud om te leren.

Een tafel vol gezelligheid. Dochterlief bakte de kaasschnitzeltjes, de anderen dekten de tafel. Stoelen werden her en der uit het huis gesleept. Vier van de zes gezinnen bij elkaar. Heerlijk. Smikkelen en smullen geblazen.

Om half acht, na de vaat, door de kinderen gedaan, en thee met de resterende appelflappen en oliebollen toe, werd er uitgezwaaid en geknuffeld en viel de stilte opnieuw in. Dag schatjes, het was gezellig.

Vandaag is schoonzoonlief jarig, hij schiet alweer een jaar boven de veertig uit. Dat gaat snel. Vanmiddag wippen we even aan, want verder viert hij het niet. Zoonlief herinnerde me aan het feit dat ik vandaag mee zou gaan naar het spoorwegmuseum, maar dat was compleet door mijn hoofd geschoten. Niet in de laatste plaats door al het hoesten en het lucht tekort. In het vervolg niet vergeten het in de agenda te zetten, altijd met een reminder erbij.

In de dikke Winter-Groene staat een heel verhaal over Ruigoord, een kunstenaarsenclave in het havengebied van Amsterdam. Ooit trad mijn Djembé-leraar daar op met zijn band en toen zijn Zus en ik er naar toe geweest. Nog nooit had ik die plek bezocht, waar nog altijd het leven, de verbeelding en de vrijheid gevierd werden en worden. Ik was er minder bewust aanwezig dan dat ik nu zou zijn, opgeslokt door de perikelen van alle dag, die ergens nog in het achterhoofd speelden. Maar de sfeer was ongedwongen en warm, een conclaaf van saamhorigheid in de hectische wereld waarin we toen leefden. Alsof de tijd had stil gestaan.

Aan het eind van de jaren zestig en het begin van de jaren zeventig hadden we diezelfde warmte gevoeld in de wetenschap als volstrekt verschillende individuen bij elkaar te horen, pacifist, marxist, communist, socialist we konden allen door een deur. Heerlijke en heftige discussies op feestjes te midden van de luide muziek, maar altijd met de milde gedachte in het achterhoofd, dat het goed was zoals het was.

Al trommelend op de Djembé tijdens een workshop kwamen deze beelden weer omhoog. Een soort spijtige blik achterom, naar wat ooit was en waarvan we automatisch wisten dat dat nooit meer zo zou terugkomen.

Voor dit nieuwe jaar zou ik die verdraagzaamheid graag weer oproepen. Elkaar tolereren, de ruimte geven, heftige discussies mogen maar dan tegelijk met het respect dat elk mens verdient in zijn eigen waardigheid. En die ook te laten. Zo moeilijk zou het niet moeten zijn.

Overpeinzingen

En daarmee alle rijkdom

De andijviestamp ging nog net, maar daarna was het einde verhaal met de lucht en de longen. Ze wilden niet meer doen wat ik deed. Namelijk gewoon ademhalen. Dat doel smoorde in gesnotter, genies en geblaf. Mijn feestversieringen waren de papieren snotlapjes. Bij wijze van besparing heb ik de keukenrol maar ingezet.

Lief moest me wakker maken om twaalf uur. Wertheim hadden we al niet gehaald, te weinig vermogen tot concentratie, wat je toch nodig hebt voor een goed verhaal en het wattenhoofd had zich uitgebreid tot een dommeltje eerste klas. Geen puf om ook maar een greintje van het vuurwerk mee te nemen. Verwensingen aan het adres van het vele stikstof dat vrij zou komen en opstandig naar de overstemming van het programma door de bommen en granatendecibellen. Alsof er nog geen oorlog genoeg was in de wereld.

Beetje bitter, geloof ik. Niet om het nieuwe jaar mee in te stappen. Wacht, ik slaap er een paar uur over en dan kan ik fris en fruitig opnieuw beginnen. Het lijf had echter andere ideeën. ‘Wat een benauwenis’, zou oma roepen en mijn vader zou een koele hand op mijn hete voorhoofd hebben gelegd. Ziekies. Je bent pas ziek als je geen aardappelen meer kan schillen. Oké, dat was me gisteren nog wel gelukt. Nou, niet schillen hoor, maar in stukken snijden. Schillen is van ooit en lang geleden.

Dun, dunner, dunst. Mijn moeder keek er persoonlijk op toe of de dunschiller inderdaad deed naar waar ze vernoemd was. Alle goede stoffen zitten vlak onder de schil. Ja moe. Stampot voor dertien personen is geen sinecure. Nu gaat er rauwe andijvie in. Met die vitaminen en mineralen zit het wel goed. De andijvie werd door moeders gekookt tot er geen greintje leven meer in zat. Dat was toen. Nu krijg ik er onmogelijk de hoeveelheid uit de hele zak in verwerkt. Dat wordt nog drie keer andijvie eten van de week.

Zoonlief zei dat het zout was, maar alles zit dicht, dus dat beetje aan smaakpapil bij mij wat nog in leven is, werkt voor geen meter meer. Uien en knoflook proef ik zelfs niet. Wat een malaise.

Maar niet getreurd. Zo zittend in de kussens voel ik me een hele piet. Straks een verfrissende douche en de voorbereidingen voor een middagje boerenkool met twee van de vijf gezinnen. Schoonzoonlief heeft dezelfde verschijnselen als ik en dat houdt de boel in evenwicht. Tussen het grijze grauw is een lapje blauw te bespeuren met een oplichtende witte wolk ervoor, waar de zon zich achter ophoudt. Daar putten we moed uit. Wordt winter in januari wat winter belooft in de komende weken. Vrieskou, droog weer, tuinweer vooral. Dat hopen we maar. En straks, ergens in deze maanden, helder zicht. Op de sterren, op de vogels, op de gezichten, op de borden langs de weg. Dat is pas een goed begin.

‘Zie je er tegen op’, vroeg iemand mij. Tegen die staaroperatie niet, voor geen meter. In dit geval is de kwaal erger dan het middel. Ik wens iedereen trouwens een helder zicht in 2024. Zo het kan op alle fronten en veel liefde en warmte en daarmee alle rijkdom.

Overpeinzingen

Fijne jaarwisseling

Wat geeft je een nostalgisch gevoel”, vraagt WordPress aan de lezer en gebruiker. Oud jaar, de laatste dag. Een betere omschrijving voor nostalgie is er niet. We trekken langzaam de jas van 2023 uit om precies om middernacht, als de klok twaalf heeft geslagen, in de nieuwe jas van 2024 te schieten. Alleen al die handeling zet de hele dag in het teken van de nostalgie.

De oude jas vol van leed en klein geluk. Het jaar van de tegenstellingen, van een onrustige buitenwereld en een kabbelende binnenwereld. Een jas waarin ik de kleine momenten heb gekoesterd als de allerbelangrijkste in het leven, momenten om diep in te duiken en de kraag tot over de oren omhoog te trekken. Een jas om in weg te dromen en al dat vreselijke andere buiten te sluiten. Zo’n jas dus.

Gisteren stuurde de posterijen mijn nieuwe regenponcho op. Over iets om in weg te duiken gesproken. Lief en ik kunnen er met gemak samen in. Een bruine Sherlock Holmes, versterkt door het ruitjesmotief natuurlijk. Associaties komen altijd door de kleinste dingen. Toch bewaar ik ‘m, want het zal me heerlijk droog en warm houden tijdens de winterwandelingen die we willen gaan maken in het nieuwe jaar. Een dikke trui eronder en klaar. Kom maar op regen, hagel en gure wind.

Dat laatste trekt nog even woedend aan die laatste dag van het jaar, alsof ze zeggen wil, hou op met al dat gedonder met je vuurwerk. Ik blaas alles schoon. Hoei. Niet alleen de straten maar ook je geweten.

Gisteren kwamen zoonlief en zijn gezin vervroegd het oude jaar uitluiden met de krullebol, de kleine spring-in-het-veld en hun jongste babyzus. De mand met autootjes kwam te voorschijn en het kleine koffertje met de mini-dierentuinbeestjes. Maar de feestvreugde werd verhoogd toen de oudste twee mochten helpen met dino-pannenkoeken bakken. Dat is topvreugde nummero een.

De jongste stond op een stoel verder af van het fornuis en had inmiddels de kraan ontdekt. Groot vermaak met klein middelen. De oudste roerde in het beslag en mocht dat ook in de hete pan doen, die ik zo ver als mogelijk voor hem vasthield. We maakten de gekste vormen. Er werd een dino met de huid van een giraf geboren, de afdruk van de poot van een brontosaurus en er kwam zowaar een echte stegosaurus uit de pan. Het stapeltje werd allengs groter en het enthousiasme doofde geen moment. Bij de allerlaatste druppel werd het dino-dinnertime, natuurlijk. Waar gezaaid wordt, moet men oogsten.

Een pannenkoek is geen pannenkoek als er geen stroop of poedersuiker op zit. Oprollen met de handjes, hier en daar geholpen door mama of papa en genieten met hapjes. Dat was het concept. Het ging erin als koek. Klein geluk is snel gevonden. Toen we als toetje sneeuwmannen smikkelen en smullen hadden was het feestje compleet. Het oude jaar kon niet meer stuk. Daarna volgde nog een pinkeltjesverhaal in aangepaste versie. De boeken zijn toch allemaal een tikje achterhaald. We herschrijven geschiedenis terwijl U wacht. Er was appelsap uit een groot pak, gekozen door mij omdat me dat een groter stuk tetri-verpakking op zou leveren. Het mes snijdt op die manier aan twee kanten. Letterlijk en figuurlijk. Daarna kusjes, kruisjes en kushandjes op de galerij.

Vanmorgen belde de jongste zoon om negen uur of hij wat mee moest nemen uit de winkel en de oudste zoon om te vragen of we ook oliebollen van de kraam wilden hebben. Lief hè.

Morgen komen dochterlief met aanhang en zoonlief met gezin stampot boerenkool eten, vega en voor de liefhebber met worst en spekkies, volgens de traditie en vandaag eten we stampot andijvie met vega spekkies. Gemak dient de mens. De regen huilt tegen het raam, troosteloos, maar binnen schijnt de zon in de herinneringen aan de leuke dingen en de verkneukelingen op de toekomst en dat wat straks komen gaat. Vader Tijd krijgt alle kans om er waardig uit te stappen en zijn jonge evenknie binnen te halen. Fijne jaarwisseling.

Overpeinzingen

Fijne jaarwisseling

Wat geeft je een nostalgisch gevoel”, vraagt WordPress aan de lezer en gebruiker. Oud jaar, de laatste dag. Een betere omschrijving voor nostalgie is er niet. We trekken langzaam de jas van 2023 uit om precies om middernacht, als de klok twaalf heeft geslagen, in de nieuwe jas van 2024 te schieten. Alleen al die handeling zet de hele dag in het teken van de nostalgie.

De oude jas vol van leed en klein geluk. Het jaar van de tegenstellingen, van een onrustige buitenwereld en een kabbelende binnenwereld. Een jas waarin ik de kleine momenten heb gekoesterd als de allerbelangrijkste in het leven, momenten om diep in te duiken en de kraag tot over de oren omhoog te trekken. Een jas om in weg te dromen en al dat vreselijke andere buiten te sluiten. Zo’n jas dus.

Gisteren stuurde de posterijen mijn nieuwe regenponcho op. Over iets om in weg te duiken gesproken. Lief en ik kunnen er met gemak samen in. Een bruine Sherlock Holmes, versterkt door het ruitjesmotief natuurlijk. Associaties komen altijd door de kleinste dingen. Toch bewaar ik ‘m, want het zal me heerlijk droog en warm houden tijdens de winterwandelingen die we willen gaan maken in het nieuwe jaar. Een dikke trui eronder en klaar. Kom maar op regen, hagel en gure wind. De laatste trekt nog even woedend aan die laatste dag van het jaar, alsof ze zeggen wil, hou op met al dat gedonder met je vuurwerk. Ik blaas alles schoon. Hoei. Niet alleen de straten maar ook je geweten.

Gisteren kwamen zoonlief en zijn gezin vervroegd het oude jaar uitluiden met de krullebol, de kleine spring-in-het-veld en hun jongste babyzus. De mand met autootjes kwam te voorschijn en het kleine koffertje met de mini-dierentuinbeestjes. Maar de feestvreugde werd verhoogd toen de oudste twee mochten helpen met dino-pannenkoeken bakken. Dat is topvreugde nummero een.

De jongste stond op een stoel verder af van het fornuis en had inmiddels de kraan ontdekt. Groot vermaak met klein middelen. De oudste roerde in het beslag en mocht het ook in de hete pan doen, die ik zo ver als mogelijk voor hem vasthield. We maakten de gekste vormen. Er werd een dino met de huid van een giraf geboren, de afdruk van de poot van een brontosaurus en er kwam zowaar een echte stegosaurus uit de pan. Het stapeltje werd allengs groter en het enthousiasme doofde geen moment. Bij de allerlaatste druppel werd het dino-dinnertime, natuurlijk. Waar gezaaid wordt, moet men oogsten.

Een pannenkoek is geen pannenkoek als er geen stroop of poedersuiker op zit. Oprollen met de handjes, hier en daar geholpen door mama of papa en genieten met hapjes. Dat was het concept. Het ging erin als koek. Klein geluk is snel gevonden. Toen we als toetje sneeuwmannen smikkelen en smullen hadden was het feestje compleet. Het oude jaar kon niet meer stuk. Daarna volgde nog een pinkeltjesverhaal in aangepaste versie. De boeken zijn toch allemaal een tikje achterhaald. We herschrijven geschiedenis terwijl U wacht. Er was appelsap uit een groot pak, gekozen door mij omdat me dat een groter stuk tetri-verpakking op zou leveren. Het mes snijdt op die manier aan twee kanten. Letterlijk en figuurlijk. Daarna kusjes, kruisjes en kushandjes op de galerij.

Vanmorgen belde de jongste zoon om negen uur of hij wat mee moest nemen uit de winkel en de oudste zoon om te vragen of we ook oliebollen van de kraam wilden hebben. Lief hè.

Morgen komen dochterlief met aanhang en zoonlief met gezin stampot boerenkool eten, vega en voor de liefhebber met worst en spekkies, volgens de traditie en vandaag eten we stampot andijvie met vega spekkies. Gemak dient de mens. De regen huilt tegen het raam, troosteloos, maar binnen schijnt de zon in de herinneringen aan de leuke dingen en de verkneukelingen op de toekomst en dat wat straks komen gaat. Vader Tijd krijgt alle kans om er waardig uit te stappen en zijn jonge evenknie binnen te halen. Fijne jaarwisseling.

Overpeinzingen

Naar een kortstondige witte wereld

Gisteren om zeven uur al in de weer. Ochtendrituelen. Daarna koffie en kwark met de medicijnen en op pad. Verbazingwekkend rustig op de weg. Truus zingt zoevend voort en ik zing mee richting dochterlief, waar thee wacht en extra heerlijke knuffeltjes van de filosoof en tante Pollewop, omdat ze knispervers zijn op dit vroege uur.

Met mijn etsje onder de arm weer voort. Naar vriendinlief. Welk nummer was het ook alweer. Ik nader het huis altijd aan de andere kant van de straat en dan kan ik het blind vinden. Nu moet ik nadenken. We laden alles in en rijden in een rustig tempo de lange weg af richting Almelo. Er vallen een aantal maanden te over bruggen dus we hebben gespreksstof voor tien. Voordat we het weten zijn we er al. Toch hebben we bijna twee uur gereden. Het was even zoeken tussen al die kavels met nieuwe huizen hoe het mooie paradijsje van vriendinlief en haar man eigenlijk te bereiken was. Dat kostte een rondje, maar was niet erg, nu hadden we een goed beeld van de omgeving. Veel weiland, veel ruime nieuwbouw, veel wandelruimte.

Enthousiaste begroeting door vriendinlief en haar man. Trots werden we rondgeleid. Extra leuk omdat het ontwerp van alles voor het grootste gedeelte van de hand van haarzelf was en beiden hadden nagedacht en goed overlegd over elke keuze er werd gemaakt. Tuin, ruimte, indeling, lichtval. Alles was uitvoerig wel overwogen en in balans. Een heerlijk atelier, een mooie werkkamer voor manlief, een prachtige vijver voor de kikkers en drie deuren, waar de twee oude poesjes veelvuldig kunnen bedelen om binnen gelaten te worden.

Als het eenmaal droger wordt en het voorjaar binnentreedt, zal de nu nog jonge aanplant in de tuin heel veel bloeiend schoon brengen. De kas staat er fier aan de rand en er is volop ruimte voor een moes-en-een-pluktuin. Daar gaan straks de Dahlia’s in.

Na de koffie gaan we aan de slag. We gaan etsen en ik wil de ets van dochterlief en kleindochter nogmaals afslaan. Er moet een klein foutje weggewerkt worden. Hopelijk lukt dat. Over het inlijsten buigt ze zich morgen, daar komt teveel denkwerk bij kijken. Een tijd lang klinkt er het gekras van de pennetjes, terwijl vriendin hier en daar de nodige aanwijzingen geeft of op een andere manier ons met raad en daad bij staat.

Altijd spannend als een eerste druk van haar mooie pers afrolt. De eerste is bijna goed, de tweede ook, maar ik had al besloten dat ik het voor de expositie een beetje bijwerk met een pennetje. Deze ets is absoluut niet voor de verkoop. Vriendinlief maakt haar eerste ets. Een kleine eekhoorn, ingekrast op een zinken plaatje. Het blijkt een eekhoorn in een gestreepte vacht te zijn. Ergens is een foutje geslopen. Er volgen nog vijf afdrukken en de laatste beschouwen we unaniem als de beste.

Na het restauratiewerk volgt een voor mij nieuwe techniek. Het etsen in een tetri-verpakking van een oud kokosmelk-pak. Je kan er een lijnets van maken, maar wil je donkere vlakken erin, dan kan je ook de bovenlaag van de verpakking er voorzichtig afscheuren. Tekening maken, in-inkten, afslaan, afdruk maken op vochtig papier. Gelukt. Wat onderdelen weg halen, iets verkeerd ingeschat, voor een deel gelukt. Haha, zo experimenteren we voort. Vriendin maakt een mooie zonnehoed. Nog niet helemaal naar wens, maar nu weten we beiden hoe het materiaal zich verhoudt en kunnen we straks voort.

Na een heerlijke Indische maaltijd, door manlief bereid en uiterst tevreden met het resultaat van ons harde werken gaan we door de stikdonkere nacht op huis aan. Kalm gangetje en opnieuw gespreksstof te over. Vriendinlief omarmen, beloven gauw elkaar weer te zien en door onweer en hagel begeleid naar een kortstondige witte wereld.

Overpeinzingen

Stap voor stap

Volle maan, een harde wind en de zandmannetjes die glijbaantje spelen op de manestralen. Ze waren in ieder geval in geen velden of wegen te bekennen vannacht. Dus streken de uren traag, trager, het traagst voorbij aan mijn wakkere ogen. Het geheugen was ook al aan het graven in de handelingen van weleer. Waar had ik de etsplaat van mijn dochter en haar dochter gelaten. Hij zat niet in de etsmap. Hoe borg je etsplaten eigenlijk fatsoenlijk op met de minste kans op beschadigingen en welke mappen zijn er speciaal voor. Telefoontje pakken, google aan het werk zetten en nog geen goede antwoorden krijgen. De manier om nog langer muizennesten te blijven kweken.

Gisteren had ik een goede modieuze maar stevige regenjas-poncho besteld. Als die er al was geweest dan hadden we vanmiddag langs de onder water gelopen uiterwaarden de boel daarboven eens flink laten uitwaaien. Hoog en droog op de dijk natuurlijk. Maar het pakje was er nog niet. Misschien straks een extra tukkie doen. Dat zou wel eens beter uit kunnen pakken.

Gisteren gingen we naar de Duitse bouwmarkt waarvan de verkopers in hun reclames zich voordoen als de Texas Ranchers, Aya-yippie roepen en met hun indrukwekkende spierballen rollen, een hagelwitte glimlach erboven. Jaja. Maar er was ook een lijstenmakerij en daar verkochten ze nu net wat ik nodig had om morgen de etsen in te kunnen lijsten en de passepartouts te leren snijden. We kozen voor lijsten in de maat van een A4-tje en de beste man, helemaal geen Texas rancher, meer een niet al te grote man met een vriendelijk gezicht, die meer dan behulpzaam bleek en vast de passe partouts in ieder geval op de juiste maat voor in de lijsten sneed en ruim advies gaf bij de keuze van het karton. Voor net nog geen honderd pecunia waren we klaar. Volgende keren niet moeilijk doen en minstens een aantal etsen in gaan lijsten natuurlijk.

OP dit ogenblik klinkt er ergens boven de wind een zware beat uit met een schelle stem, bijna Afrikaanse klanken zou ik zeggen. Een versterkt geluid, of was het een passerende auto. Ze hielden in ieder geval van een stevig stukje muziek.

Kleinzoon van 12 vroeg nog afgelopen kerst, ‘Oma, maak jij wel eens iets niet af?’. Ach lieverdje, zo vaak niet, schoot het door me heen. Hoeveel schilderijen wachten nog op de finishing touch of op z’n minst op een baklijst of een handtekening, een vernislaag of een glaslijst. Dat antwoordde ik hem ook. Hij slaakte een zucht van verlichting. Volwassenen, zelfs als ze oud en wat wijzer zijn, waren ook niet volmaakt. Dat gaf deze burger van de toekomst moed. Gisteren is het hele stel weer naar Frankrijk getrokken om daar een Après-Noël te vieren. Zo werd het wel een hele lange feestelijkheid van onze Pré-kerst tot vandaag.

Vandaag ga ik achter nieuwe opbergmappen aan en wil den in iedere plastic hoes de etsplaat en de gemaakte etsen stoppen, zodat het mooi overzichtelijk wordt. Een beetje orde scheppen in de chaos. Morgen gaan we vroeg op pad, om elf uur willen we in Almelo aankomen dan hebben we de hele dag de tijd. Heerlijk. Drie kunstminnende vriendinnen bij elkaar. En maar uitwisselen en maar delen en maar genieten van alles wat nieuwe schoonheid oplevert. De etsen laat ik daar. Zij neemt ze mee voor de expositie van 13 januari-28 januari. Dat wil zeggen in de drie weekenden. Want de twaalfde gaan ze met drie man/vrouw sterk alles inrichten. Die dag heb ik de lensmeting voor de staaroperatie. Zo loopt alles vloeiend in elkaar over, stap voor stap.

Overpeinzingen

Toch een verademing

Rotterdam. Al jaren niet meer geweest. Ooit met de tweeling, twee jongens van een jaar of veertien destijds, naar het Feyenoord stadion. Dat was misschien wel de laatste keer. De een was groot fan van Feyenoord en de ander van Ajax, maar ze vonden het beiden geweldig. Dat grote stadion, met al die beroemde gezichten, de drukte er omheen, de parafernalia aan vlaggetjes, buttons, dassen, shirts en ballen. Noem het, het was er allemaal en tegen pittige prijzen. Later dat jaar zouden we ook bij die andere Godentempel op bezoek gaan in Amsterdam. Dat was toen, die trip naar Rotterdam en de jongens zijn nu 38. Reken maar uit.

Maar nu reden we opnieuw de nog immer bekende weg langs de drukte heen om bij het Feyenoordstadion een stukje verder te rijden en tussen al dat klatergoud, de reclameborden, de grote gebouwen met de enorme etalages te speuren naar iets wat het ‘Hollywood-Event’ heette. Daar zou het achternichtje van lief haar 21e verjaardag groots vieren. We vonden het in eerste instantie niet, reden door, keerden om en toen zagen we onmiddellijk de enorme gevel, van iets wat een grote moderne speelhal was op digitale leest geschoeid.

Een entree met kletsnatte rode loper en twee wat treurige metalen ‘ballontorens’ en een verstopte balie met twee heel jeugdige medewerksters. Ze wezen ons de weg en legden uit dat de personen in de groep die er al was, druk bezig waren met het ontsnappen uit de escaperooms, allemaal digitaal natuurlijk en als ze zich bevrijd zouden hebben dan boven gingen midgetgolven, met digitale stand.

Eerst maar eens een rustig plekje zoeken om te acclimatiseren. Dat was onder een kartonnen uitvoering van Max Verstappen als een reddende engel en zijn ‘echte’ race-auto. Hét podium voor formule-1 fanaten, die het bewijs in hun zak wilden hebben, dat ze de auto hadden aangeraakt en hele gezelschappen die aan mij steeds vroegen of ik hun foto’s wilden schieten. Dat zorgde voor wat afleiding voor die kakofonie van geluiden, in de heen en weer flitsende lichten, getik van de stokken tegen de golfballen, de machines met hun eigen grondtonen en daarnaast ook nog de schreeuwerige kerstverlichting. Hoe chaotisch wil je de tijd tot je nemen.

Lief liep rondjes om een glimp van de familie op te vangen en toen die kwamen en alle tassen bij ons dumpten om te gaan golven kwam de moeder van het gezelschap bij mij zitten en diende het volgende probleem zich aan. Het gehoor had grote moeite met het onderscheiden van klanken in die ruis om ons heen. Ze vertelde een heel verhaal, voer voor psychologen en het grappige was dat ik al verhalend, de zachtaardige jonge vrouw van de jaren zeventig in mijn hoofd zag verschijnen in haar gelaat. Inmiddels was ze de 82 al gepasseerd.

Een rondje langs de golfers leerde dat de jongeren reuze lol hadden, het feestvarken aan de winnende hand was en de ouderen op allerlei manieren probeerden te ontsnappen aan hun rol in het geheel of zich doof te houden voor de herrie. Broer van lief was naar beneden gesneakt naar een niet in gebruik zijnde deel van de hal waar hij een rode pluche bank had gevonden om in alle stilte bij te komen van het lawaai. Lief golfde een paar rondjes mee en oma en ik kregen thee met een koekje in onze rustige hoek.

Na dat alles was de maaltijd aan de beurt. Dat was beneden in het restaurant, waar een lange tafel was gedekt en het diner bestond uit een soort Hollandse tapas, broodtafeltje, vleesschotels en toetjesparade. Een overvloed aan alles. Indrukken, mensen, eten en geluid. De Christmas-Carrols schalden op volle sterkte door de ruimte, maar het gezelschap was aangenaam en de sfeer was ondanks alles reuze gezellig. De jarige zat als een prinses te glunderen. En daar deden we het allemaal voor. Zouden we er nog eens heen gaan. Ik denk het niet, maar lief wil het nog wel eens proberen. Buiten stond Truus en ademde de rust van een lege coupé. Goed gestemd waren we, maar dit was toch een verademing.

Overpeinzingen

Fijne dagen nog

De spontane wandeling op het landgoed Beerschoten was een groot succes. De parkeerplaats was vol maar geregeld ging er iemand weg. Beetje geduld graag. We waren er beiden precies om twee uur. Achter een bruine beukenhaag was een speeltuintje met houten klim en klautergedeelte en een pomp. Daar konden de jongens eerst hun grootste energie kwijt. Schoonzoon die aan het genezen was van een pittige longontsteking en mij niet wilde aansteken bleef voor of achter me lopen. Dochterlief en ik hadden heel wat bij te kletsen en lief en schoonzoon met gepaste afstand er tussen, ook. De jongens renden voor en achter ons uit. Achter het speelterreintje was een Berceaux gemaakt. Prachtig laantje, waar het niet moeilijk was om je verliefd te voelen. Aan het eind stond een van de vrouwenbeelden van Jits Bakker, een Utrechtse beeldhouwer. We naderden zijn beeldentuin.

De jongens renden van beeld naar beeld. Sommige sokkels waren leeg. Ze keken dan wat er op het bijbehorende plaatje stond en gaven een imitatie, bijvoorbeeld een paard, of een standbeeld tot grote hilariteit van Dribbel, die dat onmiddellijk imiteerde. Trouwens, dat deed hij bij alles wat zijn twee grote broers aan hun fantasie lieten ontspruiten.

Tussen alles door was het stap-hink-sprong met de wat drassige grond en de plassen hier en daar. Het water in de gracht of de vijver, wat is het eigenlijk, stond hoog. Beerschoten ligt midden in de Stichtse Lustwarande en over het bruggetje lagen de prachtige bossen en weilanden strekten zich uit tot aan de bossen van landgoed Houdringe.

We kozen een niet al te grote route, ditmaal aan de rand van het bos. Dribbel liep met takken en takjes te sjouwen en had er een in de vorm van een wichelroede. Ik liet hem zien wat dat betekende. Toen wilde hij natuurlijk op het pad in het zand een beetje peuren op zoek naar de een of andere vermeende schat, maar op een gegeven moment kreeg hij gelukkig de ingeving om zijn letter te schrijven met een scherp takje en maakte een keurige M.

Er waren overal bankjes waar schoonzoonlief en ik om de beurt op uit konden rusten, ieder op een eigen bank. We waren opgesplitst in een vrouwengroepje en een mannengroepje, waarbij de middelste zoon bij ons liep en dat zo benoemde. Hij hoorde bij de vrouwengroep, want creatief en kunstminnend, had hij als argument. De onderwerpen waren uiteenlopend. Worteltrekken uit het basiswiskunde naar aanleiding van de zandwortels die Dribbel omhoog wipte, Lief kon het uitleggen, maar moest even graven in zijn geheugen. Over het ouder worden, en hoe oud alle opa’s en oma’s dan wel waren en hoe oud de wereld dan was. Daarna wilde hij weten wat de hoogste toren was in de wereld. Niet de dom maar ergens iets in Dubai of daaromtrent, bedachten we. Kleine hersenkrakertjes dus tussendoor. Het was ook heerlijk om gearmd met dochter wat zaken door te kunnen nemen. Kerstvreugde, vrouweigen akkevietjes en de schoonheid van de natuur. De middelste bleef tussendoor honderduit kletsen en had hele grappige intervallen waar we erg om moesten lachen. Hij is de man van de originele ideeën.

Als uitlaadklep voor de energie was het een wandeling bij uitstek. Net lang genoeg om moe maar voldaan neer te strijken op een bankje voor het, helaas, dichte koetshuis. De warme chocolademelk moesten we mislopen evenals de levende kerststal. Maar toen we weer op de parkeerplaats waren, zagen we bij de hooiberg van de boerderij vooraan het oprijlaantje een rookpluim. Vermoedelijk was de kerststal daar gesitueerd en inderdaad voor mij sowieso een brug te ver met al die rook.

Dikke zoenen, voor schoonzoon een kushand, knuffels voor de kinderen en een kusje-plusje op mijn voorhoofd van de middelste spring-in-‘t-veld(algeleid van mijn kusje-kruisje, zoals mijn vader altijd bij ons deed)en de belofte elkaar gauw weer te zien. Het was een goed begin, lieverds, fijne dagen nog.

Overpeinzingen

Die bezinning mag er voor iedereen vaker zijn

Met mijn neus in de boter op kerstavond in de namiddag. Na het doen van boodschappen door de regen de film Hugo van Martin Scorcese, een meesterlijke reis door een verleden waarin de film nog in de kinderschoenen stond en het leven vol magische momenten werd getoond. Een jongen die in de klok woonde in het centraal station van Parijs in 1930. Mooie beelden van de mechanische wereld, een gedesillusioneerde filmmaker en de magie van het maken van een stomme film, die de acteurs en de actrices zelf hadden ingekleurd. Wonderlijke sprookjesachtige figuren en de kracht van de verbeelding. Een robot, die geactiveerd kon worden met een hartjessleutel, een doodgewaande vader, die toch nog bleek te bestaan in de gedaante van de filmmaker zelf. Het was precies de goede film op het juiste tijdstip, in mijn droom van vannacht nog eens luchtigjes doorgenomen, maar dan met mijn zussen in Parijs. Hoe leuk en spannend kan een dubbele beleving zijn.

Het weer is de uitnodiging om vanmiddag te gaan kijken op landgoed Beerschoten in de Bilt, waar een levende kerststal te bewonderen is, maar waar we ook een frisse kerstwandeling kunnen maken. Dat lijkt ons wel wat. Een ode aan de natuur met deze kerstdagen in eenvoud en in een vredige sfeer. Er staat ons morgen nog een feestelijkheid te wachten maar voor de rest blijft het rustig. Jongste zoon heeft geen zin in kerst en vindt het vooral poespas en wij zijn eigenlijk het uitgebreide ontbijt, een overdadige lunch of het enorme gevulde diner ontwend. Een beetje beweging zal het blauwe stuitje trouwens goed doen.

O, dochterlief appte. Ze wilde even langs komen met de jongens, manlief was nog steeds ziek, anders hadden ze allang in Frankrijk gezeten. Nu konden we de unieke kans pakken om samen te zijn met kerst, hoe leuk is dat. Dat laten we ons niet ontglippen. De levende kerststal lokt en de wandeling met drie van die roerige gastjes ook. Laarzen aan en voor twee uur spoorslags naar het landgoed. Het leven hangt van toevalligheden aan elkaar. Dan zegt lief altijd: ‘Het is geen toeval, het valt je toe’. Zo is het.

Verder breien we de dag rond met ruimte geven aan gedachten. Een wijle stilstaan in deze roerige tijden. Vriendinlief heeft van de week bericht dat ze naar binnen treedt. Dat doet ze elk jaar. Dan gaat ze in haar cocon en is even buiten bereik voor de buitenwereld. Haar eigen Wintering of Winteren in de vertaling, naar het boek van Katharina May. De schrijfster roept hier in op om de winter uit te nodigen in ons leven en verkent op een prachtige poëtische en troostrijke wijze de donkere dagen en het vooruitzicht op het licht in het voorjaar. Een tijd om je terug te trekken, je zelf te koesteren en te kunnen overpeinzen, om daarna gelouterd aan een nieuwe periode te beginnen. Daar is soms een verarming aan prikkels voor nodig. Als die laatsten dubbel zo indringend binnenkomen bijvoorbeeld. Ook een pas op de plaats, maar dan broodnodig. Die bezinning mag er voor iedereen vaker zijn.

Overpeinzingen

Een mooiere boodschap is er niet

Hoera, de pancakes met bietentzaziki waren een succes, net als al het andere wat door elk gezin was gemaakt. Een heerlijke vegetarische stoof met puree, een champagnemix vooraf, de tzaziki, vernuftige Verrines met ernaast een amuse speciaal voor de kinderen met komkommerslierten op een prikker ingenieus tot kerstboom gekruld met een snoeptomaat boven op, en een heerlijke bavarois met chocolademousse toe. Het ging er in als koek. Naast de puree de frietjes voor de kinderen. Een topfeest. Iedereen had er mooi werk van gemaakt. Er zaten zes kinderen onder de zeven jaar aan. Dat gaf natuurlijk een drukte van jewelste. De grote ruimte nodigt uit to stoeien en te dollen tussen de verschillende gangen door. De gangmakers waren de oudere kinderen, die van alles verzonnen om het grut bezig te houden. De lieve gastvrouw was ziekies en het kleine mannetje had heel slecht geslapen en wilde alleen bij paps of mams, al mocht ik uiteindelijk toch nog wel de pompoenpap geven. Het ouderwetse ‘Eentje voor…Hap’ deed het nog steeds geweldig, omdat we op hetzelfde moment de mond wijd open sperden. Die trucjes van vroeger waren zo gek nog niet.

Ik voelde me ook niet zo senang. Een beetje misselijk, wat hoofdpijn en die vermaledijde pijn in mijn stuitje bij het zitten en opstaan. Maar de outfit was een succes. Minder kerstig maar wel kleurrijk. Het thema en de daarbij behorende dresscode was eigenlijk goud, maar dat waren we bijna allemaal vergeten, alleen de kerstboom had zich er aan gehouden en er waren twee gouden strikjes.

IN de avond was er volmaakte stilte. Twee fijne programma’s, ‘Sterren op het doek’ met Tyfoon, met zijn aanstekelijke kop en brede glimlach, maar ook zijn persoonlijke verhalen en de ractie van een van de kunstenaars daarop en ‘Even tot hier’, voor de broodnodige verluchtiging van alle ellende die er is, met waarheden als een koe. Eindelijk eens een weerwoord voor de argumenten die mensen tegen asielzoekers hebben. Historisch was WUDZ-beleid, wat staat voor ‘Wind uit de zeilen nemen’. Dat laatste houdt in dat je alvast mensen benadeeld opdat ultrarechts niet meer stemmen krijgt dan rechts-midden of links. Dus schroef je het beleid om asielzoekers te weren op tot ultra-rechts niveau onder het kopje ‘Wij kunnen ook hard zijn’.

Een kabbelend dagje met dit druilerige weer. Het mottert nu, maar soms komt het met bakken uit de hemel zetten en de wind is pittig. Er moeten nog wat kleine boodschappen worden gedaan. Het is misschien wel een uitgelezen moment om aan Theo Thijssen te beginnen of natuurlijk om op de bank te kruipen samen en een van de onvolprezen films te kijken Voor de echte kerstfilm ben ik een beetje allergisch, maar een licht sentimentele film gaat er vast wel in.

In ieder geval staan de onbetaalbare snoetjes van de kinderen weer uitgebreid op het netvlies. Wat kan ik vooral trots en blijdschap voelen bij het kroost en natuurlijk ook bij de redderende kinderen. Zoonlief die voor alles tegelijk zorgt, de dochters, zonen, schoonzonen en schoondochters die de wind uit mijn zeilen houden, maar dan op een positieve manier en ons een mooi samenzijn bezorgen en lief die glundert bij alles wat er over hem heen spoelt, met kleine lieve attenties om het mij zo aangenaam mogelijk te maken. Van dochterlief kregen we allemaal een mooie zelfgemaakte kerstster in een papieren zakje, fijntjes geponst, waar een (nep)waxine lichtje in kan en voorzien van een lieve tekst. Schijn een lichtje bij, een mooiere boodschap is er niet.

Overpeinzingen

We kunnen met aanzienlijk minder toe

Een lieve afscheidsgroet van mijn hoofdredacteur waarin het gemak waarmee ik recensies voor kinderboeken schrijf en er in hoog tempo projecten aan verbind, compleet met allerhande hulpmiddelen, volop geprezen wordt. Ik bedank hem er hartelijk voor en voor het vertrouwen wat hij zomaar in mij gesteld heeft. Ook ten tijde van de problemen met de rikketik kwam juist hij met een voorstel om thuis te werken en recensies te gaan schrijven. Dat was precies wat ik nodig had. Eerst nog samen een verslag van een gesprek over Lampje van Annet Schaap en daarna kon ik helemaal los in de rubriek Berna’s boeken. Hoe fijn was het om uit te vinden wat eigenlijk op mijn lijf geschreven is.

Toen ik besloot om het stokje door te geven, wist ik al precies aan wie ik dat zou geven. We hebben al eerder ontdekt dat we aardig wat paralellen hebben en ze houdt bijzonder veel van lezen en met name ook jeugdliteratuur. Zelf heeft ze, om dat werk te kunnen gaan doen, ook het stokje door moeten geven. Ze hanteerde daarbij de stelregel: ‘Verandering is onlosmakelijk verbonden met ons leven. Verandering is goed maar kan tevens moeilijk, verrassend, wonderlijk en zeer zeker een tikkeltje eng zijn’. Dat kan ik volmondig beamen en ik zou er aan toe willen voegen. ‘Maar ook zeer zeker vernieuwend.’ Een nieuwe kijk op de soorten boeken, een andere aanpak, een andere schrijfstijl. Ze schrijft roerend mooi, mijn opvolgster en ik heb er alle vertrouwen in.

Van de week kregen we de laatste papieren versie van Mensenkinderen in de bus met mijn laatste recensies, die ik eigenlijk al vorig jaar rond de boekenweek geschreven had. Wat me bijblijft van het teruglezen van mijn schrijfsels is dat het is alsof een ander de woorden heeft neergepend en toch is het mijn verhaal. Waarschijnlijk roept de interactie met het boek dat op. Ik zal die uitdaging dan ook node gaan missen, net als de gratis recensie-exemplaren die ik natuurlijk wijd en zijd om me heen heb uitgedeeld.

De reden dat ik juist nu wil stoppen met de taak die ik zolang met liefde heb vervuld is de overgang van papier naar digitaal. Dat zou ik ook prima kunnen, dat is het niet, maar er wordt een mooie periode afgesloten. Fijn dat er zo’n leeswonder is die deze versie met verfrissende aanpak in zal koppen. Een mooie gelegenheid om er in te groeien en het helemaal eigen te maken. Maar mijn lieve andere redactieleden en mijn boeken zal ik erg missen.

Ik denk maar steeds aan het gezegde: Waar een deur gesloten wordt, gaat een andere deur open. Ik ben ervan overtuigd dat dat gebeuren gaat.

Zoonlief komt zo mijn servieskast plunderen voor de grote schare, die vanmiddag op zal draven bij het pré-kerst feestje. Hij heeft wel de ruimte, maar ik beschik nog steeds over de grote aantallen schalen en borden die er vroeger in ons gezin nodig waren. Vooral kommetjes, de Chinese, die lief en ik al in de jaren zeventig hebben aangeschaft en de oude schalen hier en daar nog uit de erfenis van oma’s, moeders of de tweedehands kringloop waar ik werkte.

Dat zal aardig wat ruimte opleveren. Eens zien of ik het allemaal terug wil, we kunnen met aanzienlijk minder toe.

Overpeinzingen

Het helpt

Meer bewegen. Dat was mijn eigen devies aan dat vege lijf van mij. Een beetje ingedut door de kwaaltjes, het slechte weer als excuus. Dochterlief zei, ‘Heel vaak valt het weer reuze mee, ook al ziet het er gribus uit’ of in dergelijke taal. Natuurlijk zette dat de radartjes in gang. Dus gisteren met storm Pia in de rug togen we op weg naar het centrum met de gedachte aan een feestelijke kerstbloes of iets dergelijks en twee pakjes henna. De laatste bleek twee voor de prijs van een, dat scheelde weer en de bloes, een kimono-achtig kleurrijk geval, bleek in de outlet te hangen. Van 164,00 voor 45,00. Duurzaam en al. Ook mooi meegenomen, letterlijk en figuurlijk. Daarna een loopje naar de apotheek om een van de medicijnen op te halen en via de supermarkt weer op huis aan. De tocht was goed voor 9584 stappen ofwel 6,2 kilometer. Regen en wind getrotseerd, doodmoe, maar zeer voldaan. Gelukkig kwamen we hier en daar een bankje of iets dergelijks tegen om heel even te rusten.

Lief slenterde dapper in mijn tempo mee. In de supermarkt hadden ze eindelijk de Amerikaanse pannenkoekjes te koop. Net op tijd. Die kunnen dienen ter vervanging van de onverkrijgbare Blini’s onder de bieten/linzensalade voor de amuse. Mooi werk. Van de week heb ik het recept eerst uitgeprobeerd op de poffertjes en dat is voor de kinderen een mooi alternatief.

Onderweg kwamen we een moeder van school tegen die me stralend omhelsde. Nou dat is toevallig’, zei ze ‘We hadden het gisteren nog over je’. Ze was met een klein Oekraïens jongetje en ze hadden een grote puntzak friet in de handen, waar de kleine van smulde. Troostvoer zonder grenzen in deze hoedanigheid.

De orchidee van zuslief staat volop in knop en bloem op de werkkamer. Wat kan je daar toch geluk uit halen. Kleine pareltjes.

Gisteren werd ik gebeld door mijn Etsleraar. De expositie van hem, zijn vrouw en wij, negen leerlingen, begint vorm te krijgen. Drie weekenden lang zijn ze te bewonderen in januari. Op de dag van de aankleding van de ruimte zit ik in het ziekenhuis. Ik sprak af om mijn zes etsen bij vriendinlief achter te laten, die kon ze dan meenemen. Direct een afspraak gemaakt om samen met mijn andere lieve kunstminnende vriendin een dagje bij haar te komen etsen of linosnedes te maken in haar nieuwe atelier en tegelijkertijd zou ze me leren hoe je handig kan framen. Ze is heel secuur, wat een groot voordeel is bij dergelijke werkjes. Vandaag maar eens op lijsten-tocht uit.

Eerst gaat het hoofd weer in de henna. Ben aan het dubben of ik het haar lang zal laten of toch weer op schouderlengte af zal knippen. Lang bevalt want er valt zo’n heerlijke warrige knot mee te maken. Iets wat ik graag mag doen bij het werken aan een doek. Ook het schilderen moet ik weer eens van stal halen. Al te lang en te passief, weliswaar ook door de benauwende herfst/winterperiode natuurlijk, maar toch.

Vandaag ligt de nadruk op het bereiden van het pré-kerstmaal. En ik wil nog iets feestelijks zwart voor onder de kleurrijke kimono-bloes. Dat zal een kringloopje worden denk ik. Maar ook in de kast kijken wat er weer uit kan. Alles volgens het ontspullen-principe. Komt er iets nieuws in, dan gaat er iets ouds uit. Het helpt.

Overpeinzingen

Zo knus en gezellig was het

Enerverend ochtendje. Om zeven uur op om om tien voor half negen bij de oogarts te zijn. Koude gangen, tussen de eerste oogdruppels en het vervolgonderzoek lange wachttijd in de te koude ruimte. Uiteindelijk was de boodschap duidelijk. Beide ogen vragen om een staaroperatie. Opgelucht dat het dat is en geen andere moeilijkere aandoeningen zoals een glaucoom of een loslaten van de retina, het netvlies. Nee hoor gewoon ouderdomskwaal nummero een: de lens. Hij mompelde nog wel wat over een klein randje alligatorhuid. Misschien ben ik langzaam aan het transformeren. In ieder geval wel van jonge blom tot een tikje mens in verval. Ik brokkel af, deelde ik lief mee. Nu kan ik nog niet helemaal alles goed zien, dus als er fouten sluipen in het relaas kennen jullie de oorzaak.

Zoonlief bracht ons en dochterlief kwam ons halen. Daarbij kon ze meteen wat leesvoer meenemen voor de filosoof en voor zichzelf. Handig hoor, onze thuisbibliotheek.

Gisteren gezellig met tante Pollewop op stap. Eerst naar de Napolitaanse kerststal. Waar we vroeger nog alles op grote tafels en op ooghoogte konden aanschouwen, zaten nu de kwetsbare honderden-jarige beelden veilig opgeborgen achter glas. Maar de hele tentoonstelling was wel heel speels opgezet, met kartonnen afdrukken van de beelden levensgroot in de hof waar de te volgen rode loper doorheen ging, die ons wees naar de uiteindelijke voorstelling. De elfjes vond ze het mooist en moest lachen om de kleine babyelfen(cherubijntjes) Ik legde uit dat het engelen waren. De hele weg er naar toe had ze in de auto een koeterwaals Jingle Bell gezongen, aangemoedigd door onze bewondering voor het feit dat ze al Engels sprak. Nu bleef ze sprakeloos alles bewonderen en kwam ogen tekort. Als laatste staken we nog kaarsjes op. Drie stuks, voor opa, voor een baby-vriendinnetje en voor oma-oma. Van de weeromstuit hadden we de prijs verhoogd en besloten toen dat niet meer omlaag te krijgen was, dan maar een donatie te doen aan de kerk. ‘Die ouwe katholieken zijn nog niets veranderd’, merkte lief op. Haha.

Daarna reden we door naar Steck, het duurzame en sociale tuincentrum waar vooral streekartikelen te koop zijn en waar makers, denkers en doeners verenigd zijn in hun uitgebreid aanbod. Lokale kweek, een vegetarisch tuincafé, zomers een pluktuin en veel workshops. De website staat boordevol tips.

We schoven aan een tafeltje met warme chocomel en appeltaart voor kleindochter en een thee en een kaasbroodje voor ons. De lieve schat taalde niet naar de speelhoek, maar dook gelijk de boekenhoek in om telkens een nieuw veroverde schat aan tafel te lezen. Een boekje ging over een opa en zijn kleinzoon met vragen over de dood. Maar ze verblikte of verbloosde niet bij de vragen die het jongetje allemaal te stellen had over doodgaan en waar je dan bleef en wie of er dan het eerst zou gaan.

Natuurlijk moest de enorme kerstuitstalling nauwkeurig bekeken worden en hier en daar op het aaibaarheidsgehalte getest. Zo huppelde ze vrolijk door de feestelijkheden heen. Er mochten verse oliebollen mee voor de thuisblijvers,die al dat fraais gemist hadden. Uiteindelijk waren we een paar minuten voor schoonzoon en de filosoof thuis. De tijd was omgevlogen, zo knus en gezellig was het.

Overpeinzingen

Een warme herinnering

Ik las ergens iets over strijkijzers en toen moest ik direct aan mijn oma denken. In de jaren vijftig was mijn moeder een keertje ziek en dat was eigenlijk een onmogelijkheid in een gezin met elf kinderen. Oma kwam, bij hoge uitzondering, aangehobbeld door de Lariksstraat, leunend op haar zwarte stok, terwijl de inspanning in straaltjes van haar gezicht afliep. Bij de voordeur depte ze haar voorhoofd met een katoenen zakdoek, stroopte, bij wijze van spreken, haar mouwen op en zou dat varkentje wel even wassen. Oma hield niet van grote gezinnen. Veel kinderen betekende in haar ogen maar armoe. Ze hield wel van een adequate aanpak en zoete broodjes werden zelden gebakken.

Als een witte tornado ging ze door het huis. Binnen de kortste keren waren de spullen van de jongens, die rondslingerden op hun kamer van zeven, verdwenen, de bedden recht getrokken en het zeil gestoft. Evenzo op de andere twee kamertjes. Wij waren ondertussen bezig in de keuken, die moest blinken en werd geschuierd met de zand, zeep en soda-bakjes. Het was verbazingwekkend met welke snelheid ze werkte. Als het huis toonbaar was, de aardappelen stonden te pruttelen en mijn vader het koken overnam, ging ze weer op huis aan. Daarna barste steevast de paniek uit. De meeste jongens moesten naar de voetbaltraining en waren alles kwijt. Sokken, schoenen, tenue, niets was meer terug te vinden tot een van hen ontdekte dat de matras toch wel hobbelig lag. Het mysterie werd gauw opgelost, want eronder lagen de vermiste zaken, al dan niet netjes opgevouwen.

Hetzelfde gebeurde met de droge was. Oma vouwde het keurig op tot ze een middelgroot stapeltje had en ging erop zitten. Ziezo, de was gestreken terwijl je een ander werkje door je handen liet gaan. Zo kon het ook en hoogst effectief was het wel.

Nog steeds vouw ik de natte was keurig netjes op en laat het even liggen. Tweederde van de kreukels zijn er dan al uit. Nee, daar ga ik niet boven op zitten. Maar het scheelt wel. Strijken is trouwens iets, wat hier zelden gebeurt.

Mijn moeder had er ook een broertje aan dood. Er kwam één keer per week een meisje uit de buurt. Ze was anders dan iedereen die we kenden en had een bulderend stemgeluid. Ze kwam mijn moeder helpen met strijken. Dat ging bijna nooit goed. Veel valse vouwen in de overhemden. In de lakens was dat niet zo’n punt, maar als ze weg was, streek mijn moeder de overhemden over. Mijn moeder had een groot hart. Dat dagje strijken was goed voor het kind en het scheelde allicht iets in de berg werk.

Toen we groot genoeg waren om de taken waar te nemen, hoefde oma tot haar eigen opluchting nooit meer te zorgen, wel kwamen ze soms een middagje op visite samen. Mijn lange lieve opa met de rimpelhanden en mijn kleine, gekrompen, heftig zwetende oma. Opa neuriede steevast een denkbeeldig liedje en trommelde met zijn vingers een ritme mee op de keukentafel als de radio aanstond. Stokkedoof als hij was, was het voornamelijk zijn eigen invulling. Oma bracht veelal ongevraagd advies uit over het bestieren van het huishouden. Na een kopje thee en de froufrou, of daaromtrent, gingen ze weer op huis aan, wandelend door de Lariksstraat. De lange rijzige man met zijn hoed en de kleine hompelende vrouw, zwaar leunend op haar zwarte stok.

Is het naar de realiteit weergegeven. Het was mijn werkelijkheid, een herinnering die in het hoofd uitgroeit tot een anekdote. Misschien aangedikt, overdreven of mooier gemaakt, maar volkomen mijn eigen beleving. Een rijke gedachte en een warme herinnering.