Overpeinzingen

Zij en ons nieuwe plan mogen samen stevig wortel schieten

Mensen van de provider te pakken krijgen is hier mijl op zeven. Lief had het lumineuze idee er naar toe te gaan. In Szigetvar zat een klein winkeltje. Twee mensen achter de desk. Lief deed het verhaal en we kregen het telefoonnummer mee, dat we eigenlijk al wisten. Thuis in alle rust het nummer gebeld. Een vrouw die in ratelend Hongaars haar verhaaltje afraffelde en daar werden we op generlei wijze wijzer van, want in feite zei ze niets. Vriendlief gebeld. De router had aan de onderkant nog een key op een sticker. Nooit aan gedacht. Computer opgestart, Key ingevoerd, nul op rekest. Vriend had het ook nog over bellen met een Nederlands nummer dat dan niet gaat en met de Hongaarse huistelefoon misschien weer wel. De Nogmaals een mevrouw met een verhaaltje en achteraan het relaas een zinnetje” If you speak english please deal blrlrl’. Dat laatste bleek niet te verstaan.

We besloten terug te gaan naar het winkeltje. Nu nam de man de tijd. Hij tikte wat gegevens in en gaf antwoorden in zijn beste steenkolenengels waar zijn collega steeds om moest grinniken. Het bleek dus na veel vijven en zessen dat het systeem zwaar verouderd was en we toe waren aan vernieuwing. Dat was het hele eieren eten. Man maakte de afspraak in orde en woensdagmorgen tussen tien en twee komt er een installateur aan huis. We konden opgelucht ademhalen. Een hele geruststelling waar we wel meer dan een halve dag zoet mee waren geweest. Internet vreet tijd.

Een lief schrijven van vriendinlief over de blog van gisteren en het verhaal van de groene glazen fles. Het bracht haar een herinnering aan vroeger, waar ze als klein kind was geobsedeerd door de grote blllllurp die een gistbel liet ontsnappen uit een rode dop, als de druiven in zo’n zelfde fles stonden te gisten. Ik kon dat kleine meisje op haar blote knietjes turend in de fles voor me zien om het moment te vangen dat het weer zou gebeuren. Ze bedankte me voor de herinneringen. En ik nu op mijn beurt haar voor het mooie beeld dat ik erbij kreeg.

Vanochtend hadden we een gesprek dat ons verblijf hier een stuk ruimer zal maken voor beiden. We hadden het er al eerder over gehad, maar steeds wogen de bezwaren om de zorg die het met zich mee zou brengen zwaarder. Bij drie maanden hier mis ik de kinderen erg. Afgelopen week had ik het uitgestelde verjaarsfeestje van de jongste kleinzoon en mijn schone dochter gemist. Omdat zij 35 werd en hij een werd het feest groter gevierd op een mooie locatie met familie, schoonfamilie en vrienden. Er was voldoende speelplek voor klein en groot en het zag er verleidelijk uit. Alle verjaarsfeesten zijn niet te doen, maar mijlpalen misschien wel. Het zou fijn zijn als ik dan wat meer heen en weer kan reizen. Lief is hier het meest op zijn plek. Zijn hele ziel en zaligheid woont in elke vezel.

Een en ander impliceert dat we elkaar daarin meer tegemoet kunnen komen door elkaar te durven loslaten.

Als symbool voor deze nieuwe fase in ons samenzijn plant Lief nu de wilde roos vlak onder de half dode wilg, zo dat ze bij hem weer nieuw leven kan inblazen. Zij en ons nieuwe plan mogen samen stevige wortel schieten.

Overpeinzingen

Ze krijgt een plek binnen de gemaakte compositie

Lief had mandflessen in de schuur staan. Wat staat daar nou niet. ‘Hij heeft alles’ is een gevleugelde uitspraak van mijn dochter en overgenomen door ons. Maar net als ik is hij druk aan het ruimen. Straks wordt het ‘Lief had alles, maar hij heeft het weggegeven’. Bij iedere grote opruimbeurt komt er ruimte in zijn hoofd en is er plaats voor nieuwe herinneringen. De mandflessen hebben we een plaatsje gegeven op de veranda van de Datsja. In het atelier stond nog een schattig plantentafeltje met twee verdiepingen, daar heb ik ze op en omheen geschikt. Alsof het zo hoort te zijn, vinden we beiden en mijmeren nog even door, als twee oude bessen, terwijl we luisteren naar de merel en helaas ook naar de 6, want de wind staat een tikkeltje verkeerd.

Omdat we zo vroeg bij het restaurant de lichte lunch hadden genomen, is er geen behoefte aan nog een maaltijd en langzaam vloeit de dag over in de avond. Hoe ouder je wordt, hoe minder behoefte aan copieuze maaltijden. Mijn vader at op het laatst ook maar heel weinig. Hij kon niet meer op. Lustte ook de helft niet meer van wat ooit niet te versmaden was. Met mijn gebrek aan smaak en reuk is de trek in iets hard achteruit gekelderd en draait het alleen nog maar op verlangen. Nog een keer de geur van een geurige soep, of nog een keer zo’n heerlijke aioli, brood met kruidenboter, pesto. ‘Het is er niet meer, dus wen er maar aan’, zou mijn moeder zeggen.

In het tekendagboek schrijf ik op het deeltje dat regels aangeeft de verrassende kleine voorvallen, een recept, een gedicht, de bloeiende bloemen, de rondzwervende vogels, de techniek van het papier scheppen, alles wat zoal bijzonder is in deze drie maanden. Het wordt een mooi geheel met tekeningetjes van dat wat het meeste in het oog sprong, die dag.

Vandaag gaan we achter de provider aan. Dat is hier minder makkelijk, want lief gaat liever persoonlijk langs, omdat de taal dan wel als een barrière dient. Ik geloof dat ik er te licht over denk. Iedereen en zeker een internetbedrijfje spreekt toch zeker Engels, vond ik. Bellen is zoveel handiger. Maar nu gaan we toch maar langs. Als iets het niet meer doet, voelt het altijd een beetje unheimisch. Of het nu de auto, een of ander noodzakelijk apparaat of het internet is. Het geeft onrust in mijn hoofd.

Gisteren bij de supermarkt zat een lieve jongen achter de kassa, die in het Hongaars vroeg of ik een klantenkaart had en daarna in het Engels uitlegde dat ik die online moest bestellen en dat het dan pas korting op bepaalde artikelen zou geven. Dat laatste weten we natuurlijk wel, maar het feit dat hij het in het Engels zei en zo vriendelijk, was een verademing.

De klaprozen, korenbloemen, kamille en margrieten vragen erom om aangepakt te worden. Ze bloeien nog volop, maar door hun lengte en de regen ziet het er allemaal een beetje verfomfaaid uit. De stokrozen naast het terras zijn helemaal aangedaan. Achter staan er een aantal waarvan er een al fraai in bloei. ‘Kill your darlings’, wordt het hier voor, vrees ik.

Lief had nog een groene glazen fles gevonden, de mooiste vond ik onmiddellijk. Het is zo bijzonder om op die manier schatten in de schoot geworpen te krijgen. Ze krijgt een plek binnen de gemaakte glazen compositie.

Overpeinzingen

Om met een goed gevoel verder te gaan

Nog steeds niet helemaal in het ritme van opstaan, schrijven en dan de rest. Toch van slag omdat we de hele morgen bezig zijn geweest om internet aan de praat te krijgen. Morgen eerst maar even langs of bellen met de provider die een winkel in het dorp schijnt te hebben. Vooralsnog zijn we afhankelijk van de telefoon.

Broerlief en schoonzus zijn gisteren in een keer van Linz naar huis gereden, omdat ze geen hotel naar het zin konden vinden. Voor iemand die tegen lang reizen op ziet, is dat een hele prestatie. Om acht uur weg en om kwart voor elf ‘s avonds thuis. Daar zullen ook niet al te veel stops tussen hebben gezeten.

Vandaag lieten we de boel de boel. Eerst de boodschappen, daarna het glas, karton en plastic wegbrengen naar het gemeentehuis waar containers staan voor de desbetreffende ballast. Met een beetje stouwen kon alles erin.

Daarna een ritje in de omgeving gaan maken en langs bij een ons geliefd restaurantje midden in de grote oerbossen. Over een smalle bosweg rij je erheen en dan kom je bij een soort educatiecentrum links en een restaurant aan de rechterkant. Het enige wat te horen valt zijn de vogels. We kiezen allebei een voorgerecht, omdat het meer dan genoeg is. We worden geholpen door een serveerster die direct in het Duits begon. Als Lief er Hongaars tussendoor gooit, raakt ze een beetje in de war. Het blijft bij Duits dan maar. Hoog boven ons cirkelen twee roofvogels zo groot als een visarend. Overal wippen kwikstaarten heen en weer en de stilte is zeer aangenaam. Geen zes, de doorgaande weg bij ons, die de rust kan verstoren als de wind verkeerd staat. Slechts de vogels en wat gepraat op het bijna lege terras.

We passeren op de heenweg imponerende rijen en rijen opgestapelde stammen. Ooit ben ik in de buurt van Kecskemét in de jaren ‘90 naar een enorme houtzagerij geweest. Met de hoeveelheden die we nu gezien hebben, moet die en nog velen er ter verwerking wel zijn. Lief heeft het strooien dak vervangen ondanks de mooie gelegenheid voor diverse zwaluwen om er een nestje te maken. Het was namelijk tevens een natuurlijke habitat voor allerlei kleiner grut, dat je graag buiten de deur wilt houden. De veranda is opgetrokken uit dergelijke houten stammen als balken met rechthoekige metalen platen met dakpannenmotief er aaneengesloten bovenop. Bij slagregens geeft het wel even een oorverdovend lawaai maar alles weegt op tegen wants, tor, kruisspinnen, langpoters en kevers. Het is een degelijke constructie geworden waar we graag en lang zitten.

Ik lees in een column over de schrijfster die in de wachtkamer een spontaan gesprek heeft met een andere bezoeker. Het blijkt dat de man een egelplaag in zijn tuintje heeft. Het wordt een geanimeerd verhaal over vangen en ergens elders onderbrengen. Ze concludeert dat zo’n spontaan gesprek zo mooi is mits je je er voor openstelt. Mijn gedachten gaan uit naar het ziekenhuis, waar ik als vrijwilliger op de oncologie werkte en waar deze ‘semi’ achteloze gesprekken zoveel nut bewezen en zoveel vreugde verschaften. De onderwerpen konden zeer uiteenlopend zijn. Van hoe je de koffie het liefst dronk tot gebreide sokken en alles wat daar tussen lag. Voor sommige was dat het meest noodzakelijk voor de verwerking als het maar niet over ziek zijn en doodgaan ging om makkelijker afstand te kunnen nemen. Anderen lieten heel duidelijk blijken wel de diepte in te willen en angst en onrust te willen delen, behoefte te hebben aan troost of opbeurende woorden.

Vanmiddag op het terras met de bescheiden serveerster hadden we ook heel even zo’n klein intermezzo. Over waar we woonden. En dat ze vlak bij ons, drie kilometer verderop, in een ‘Kindergarten’ had gewerkt. Zo’n kleine vertrouwelijkheid, maar ruim voldoende om met een goed gevoel verder te gaan.

Overpeinzingen

Zonder internet is dat een makkie

Vanaf gisterenavond tot nu toe is het hier een tranendal. Het is acht uur in de ochtend. Eindelijk hebben we een klein beetje meegekregen van wat bij jullie al zo lang gaande is. Als mijn moeder haar wolk schoon houdt, als het regent, dan heeft ze dat nu wel zeer grondig gedaan. De margrieten buigen zwaar voorover en ze slepen de gele kamille mee in hun val. Van de weeromstuit is door het vele onweer het internet ook uitgevallen.

Hoera post, een enveloppe met wat lieve fotoaandenkens tijdens ons verblijf in Texel met vriendinlief, die hier vorig jaar nog het wijnhuisje had. Als laatste zin schrijft ze: Het leek me toch leuk om af en toe wat post in H’rije te ontvangen’. Dat is het zeker. Dat ouderwetse gevoel van vroeger, even de verwachtingsvolle blik op de brievenbus als je de postbode aan hoort komen, zwemt door de beelden heen. Dat was het leuke van handpost. Hoeveel brieven er niet over en weer zijn gegaan tussen mij en mijn moeder, mij en mijn vriendinnen en vrienden, mij en mijn Lief. Hele epistels vol, elk stuk papier ten volle benut en zelfs in de kantlijn nog beschreven. De kaart die bij de foto’s was ingesloten is een foto van Dirk de Herder uit 1993 en heeft als titel:’Ga nooit op reis zonder een koffer met dromen’. Dankzij deze vrolijke verrassing op de vroege morgen kan de dag niet meer stuk.

Vannacht kwamen trouwens tot mijn grote verbazing hier drie broers met de schone zussen op bezoek en nog een lieve schoonzus. Totaal perplex was ik en zo werd ik ook wakker. Wat dat aan betekenissen geeft, weet ik nog niet. Maar de boodschap was duidelijk, ze waren er niet voor niets. In dat koffertje met dromen dan maar en later nog eens bepeinzen.

Tijdens de thee ontwaren we voor het eerst twee speelse puttertjes. Ze duiken in de vijg en van daaruit scheren ze naar de enorme es achter de stalletjes. We azen op nestbouw, maar dat weten we niet zeker. Wel herhalen ze hun vluchten en iedere keer is het tak-op-tak-af in de vijg, Guido Gezelle waardig. Ik krijg ze nog niet op de foto en vertel lief van het boek van Donna Tart, dat in de boekenkast ver weg staat en de bijzondere symbolen die voor het diertje staan. Vindingrijkheid en volharding. Aan de hand van het beroemde gelijknamige schilderij van Carel Fabricius in het Mauritshuis heb ik geleerd dat een puttertje vroeger een populair huisdier was en dat je hem kon leren zelf met een miniatuuremmertje water uit een bakje te putten. Vandaar de naam.

Het boek ‘Lessen’ van Ian Mc. Ewan laat zich moeilijker lezen met onderbrekingen en interrupties. Volgens de leden van de leesclub, die vorige week bij elkaar zijn gekomen, was het verhaal zeer de moeite waard, dus probeer ik alsnog er grip te krijgen. In het begin zitten we vooral vast in het hoofd van de hoofdpersoon, die zijn gedachten alle kanten op laat waaieren. Daar heeft hij volop tijd voor, want hij is alleen en zorgt voor zijn kind. Het huis is afgeplakt voor de mogelijke stralingsgevolgen in Tsernobyl, ook al woont hij in Engeland. Een zo’n luchtstroom hoeft maar verkeerd te waaien en je zit met de gebakken peren. Een andere gedachte betreft de ‘Weisse Rose’ een verzetsbeweging in Duitsland zelf die ageerde tegen de Hitlerbeweging, waarbij drie prominente en belangrijke figuren dat met de dood moesten bekopen. Zo wandel je in het hoofd van de man dwars door een stuk Europese geschiedenis en in die zin is het interessant en boeiend genoeg.

Er is opnieuw tijd genoeg om te lezen. Eerst het boek en dan de rest. Zonder internet is dat een makkie.

Overpeinzingen

Het mag en het kan allemaal

Het was gisteren de laatste dag met ons vieren. Nog eenmaal een heerlijke maaltijd maken voor broerlief, die een echte smulpaap is. Zelden heb ik iemand zo op zien gaan in zijn eten, er komt geen gesprek meer tussen. Dat was van de week al zo in het restaurant en nu weer. Dankbare afnemers voor de kok natuurlijk. Schoonzus en ik hebben beide een eigen stijl van koken. Zij volgt recepten tot op de letter nauwkeurig en weegt alles zorgvuldig per gram af. Ik zoek een recept bij wat ik wil maken, bijvoorbeeld aubergine, en vind ik er een, dan kijk ik welke kruiden erbij passen en of ik die heb. Zo niet dan zoek ik op waar ik ze mee kan vervangen. Hier kan je bij lange na niet de kruiden krijgen zoals we gewend zijn in Nederland. Dan volgt, na het lezen ervan, een eigen interpretatie en alles gaat vanuit de losse pols. Snufje hier, scheutje daar, wat extra knoflook etcetera. Schoonzus heeft er met verbazing naar gekeken maar vond het wel een leerzame week wat dat betreft. Voorschriften en regels zijn er om van afgeweken te worden.

Zij en lief liepen gisteren nog een laatste wandeling door de Hof en tot mijn verbazing kwamen ze met moerbeibessen terug. Nooit geweten dat we die hier ook hadden. Heerlijk zoet en sappig. Anders dan de moerbei op de tuin heeft deze een dunne stam en hangen de takken met vruchten hoog.

Eergisteren hadden we nog een soort bonte avond gevierd met gitaarmuziek en liedjes als Mij Sarie Marijs en Teran Bulan, vol nostalgie en sentiment, twee en driestemmig, net hoe het uitkwam. De laatste avond togen ze vroeg naar bed, om uitgerust te zijn voor de reis. Ze lieten doorschemeren er tegenop te zien. Broerlief zou het liefst hier blijven. Die zag er tegenop om naar zijn tuintje thuis te gaan terwijl hier de natuur alom vertegenwoordigd is. Waar vind je anders een bonte specht, zo’n nachtegaal, die geelgors.

Vanmorgen was het nog éen keer heel vroeg dag, zonder onze eigen rituelen en aangepast aan de wensen van de gasten. Het regende pijpenstelen. ‘De hemel huilt vruchtbaarheid‘ zei Lief ‘En om jullie vertrek’. Dat was mooi gezegd en werd in dankbaarheid ontvangen. Inpakken, mijn auto wegzetten, die op de oprit voor het huis stond, een broodje voor onderweg, een thee, nog een toiletbezoek en daarna konden we hen uitzwaaien. ‘Dag lieverds, goede reis, tot later’.

Truus weer terug op haar vertrouwde plekje, hek sluiten en even acclimatiseren, want er was een diepe stilte over het huis gedaald. We zaten in de bibliotheek, die als logeerkamer had gediend, de bedbank, een groot succes gebleken, was afgehaald, de te wassen lakens lagen ervoor, de glazen deuren stonden weer open en het huis ademde rust. ‘Ook heerlijk’, zeiden we tegen elkaar.

Het was een mooie tien dagen waar lang op te teren valt en nu is het des te meer genieten van de weldadige kalme sfeer. Zo kent alles voordelen. Ik kan als vanouds mijn verhalen in de ochtend schrijven op het tijdstip waarop er inspiratie is en wordt niet meer afgeleid door broer, die ‘s morgens meteen aan de babbel gaat. Zo heeft ieder mens eigen gewoonten en voorkeuren. De hele dag ‘aanstaan’ maakt dat het dubbel fijn is om terug in je schulp te kruipen . Alleen met je gedachten en een beetje kluizelen, mijmeren over de afgelopen week of zomaar, wat voor je uit zitten suffen. Het mag en het kan allemaal.

Overpeinzingen

Zonder kan niet

De Dichter én de Denker des Vaderlands spreken hun ideeën uit over taal en ruimte in een interview met Djuna Spreksel in het filosofiemagazine. ‘Taal dwingt je een bepaalde richting uit’, is de openingsquote. Het opent met het refereren aan het gedicht ‘Eindelijk’ waarin de dichter Wislawa Szymborska haar ouders aan haar tafel uitnodigt en zo tot een gesprek met haar overleden ouders komt. Babs Gonst zegt verderop in het interview dat taal veel verder reikt dan woorden. Taal is ook stilte, intenties, gebaren, lichaamstaal, klanken. De hele omgeving doet mee om taal te verwoorden. Ik denk aan mijn befaamde witregels die soms zo veel meer zeggen dan alles wat er tussen ligt. Aan de brieven van mijn moeder die, aan mij gericht, een heel ander verhaal vertellen omdat ik haar en haar taal zo vaak heb leren lezen. Letterlijk en figuurlijk. Ze geeft aan dat ze als ‘spoken word performer’ steeds weer hetzelfde kan zeggen maar dat het evenzo vaak van betekenis kan wisselen, afhankelijk van intonatie en context. Het is mooie materie om over te mijmeren.

Ik heb ooit een tekening gemaakt van twee breipennen die een zin van woorden aan het breien waren. Op de een of andere manier was dat ook een mooie gedachte. Soms komen de gekste samenstellingen in me op, maar dan wil ik wél dat ze zo heten, omdat de vlag volledig de lading dekt. Lief zegt vaak, ‘Als jij het zo wilt zeggen, dan bestaat het woord al’. En daar is geen speld tussen te krijgen.

Ik probeer het gedicht van Szymborska te vinden op internet, maar vang bot. Het idee om met je overleden ouders in gesprek te komen is aantrekkelijk genoeg om eens uit te proberen. Stef Bosch had dat toch ook geprobeerd door zijn ouderlijk huis te bellen en een gesprekje te hebben met zijn vader. Verbeelding kan deuren openen, maar ook je taal. Juist door andere betekenissen te geven aan bepaalde woorden of door personificatie van de levenloze omgeving krijgt het zoveel meer. Als vriendin haar gierzwaluwen zendt om mij te troosten of mijn moeder een papaver neerzet in mijn tuin zodat ik haar aanwezigheid voel, zodra de vader van de kinderen de grote roofvogels aanstuurt om me zwijgzaam te groeten en vriendin langskomt in mijn dromen om het glas te heffen geven ze mij de taal om het te verwoorden.

Gedichten vangen veel: woorden, samenstellingen, de verbeelding, het symbool, de kern, de diepere betekenis. En vaker dan de meest hoogdravende taal vind het gewone woord de juiste weg. Eindelijk(inderdaad)vind ik het gedicht dat ik zocht. Vier eerste regels die zo raak treffen wat belangrijk was. ‘Moeder is terecht’, want ooit verloren gewaand, vader, eerst verdwenen, nu weer verschenen en dan:’ Weer waren ze van mij, weer leefden ze voor mij’.

‘Eindelijk’ Uit: Grote Pret 1969

Eindelijk heeft mijn geheugen gevonden wat het zocht./Moeder is terecht, vader is aan mij verschenen./Ik droomde een tafel en twee stoelen, en ze gingen zitten./Weer waren ze van mij, weer leefden ze voor mij.

Gedichten en taal en de kracht van het ongeschrevene, zonder kan ik niet.

Overpeinzingen

Als we dat laatste geluid horen, zijn we alert

De muziek van de straat klinkt hier anders. Je ziet niets van de weg aan de voorkant van het huis als je op het terras zit. Dus bedenk je de gebeurtenissen bij de geluiden die overwaaien. Ik dacht dat ik al de vuilniswagen hoorde, ze bonkt en baant grofweg haar pad langs de kuka’s die voor de huizen in het gelid staan. Af en toe fluit ze doordringend, hoger dan de hoge C. Van schrik duikt de zon achter een watten wolkendek. De klaprozen, korenbloemen, akkerkool en margrieten stellen het buffet onverstoorbaar open voor de zwermen gonzende bijen en hommels.

Eergisteren zag broerlief iets bewegen in het struweel. Het waren niet de mussen die zich opmerkelijk laag aan de stelen vastklauwden met hun pootjes, op vliegenjacht stelde ik me zo voor. Daardoor waren wij afgeleid, maar broer keek strak naar het bewegende blad aan de onderkant. Het bleek een kleine hagedis te zijn, groter dan de hagedisjes die daags uit de dakpannenstapel lopen op weg naar het muurtje achter de vijg. Hij was duidelijk op jacht, want ons gefotografeer en het filmen deerde hem niets. Soepel en behendig kronkelde hij zich in prachtige schutkleuren om stengels en stelen heen, bleef af en toe roerloos zitten en vervolgde daarna in alle rust zijn weg. Vervolgens zagen we hem even later opnieuw en liet hij zich nogmaals uitgebreid bewonderen in de wetenschap dat hij bij elke onverwachte beweging heel snel weg zou zijn. Hij had zo zijn eigen kruip-door-sluip-door-paadjes.

In goed gezelschap kom je niet gauw er toe om in het atelier te gaan schilderen, al hoewel we niet eens zoveel doen, gaat tijd vooral in de gesprekken zitten. Het is mooi om te zien hoe beide broers, die elkaar eigenlijk alleen nog van feesten en partijen kenden, weer nader tot elkaar komen omdat hier een gesprek al gauw de diepte in gaat. Broer had nooit begrepen waarom lief deze Hof maar aan bleef houden en er steeds weer opnieuw kleine of grotere aanpassingen aan liet doen. Eerlijkheid gebied me te zeggen, dat hij het huis voor het laatst 19 jaar geleden had gezien. De veranderingen die er zijn geweest waren vooral van invloed op de bewoonbaarheid van het pand. Je keek door het dak rechtstreeks naar de sterren en in de rotte houten kozijnen was het een walhalla voor kleine beestjes waar Godfried Bomans zijn Erik met gemak een tweede avontuur had kunnen laten beleven.

De entree kende zware houten deuren, maar ook die waren een tikkeltje aan het inleveren en vriendlief had er hele spiksplinternieuwe hardhouten deuren voorgezet en daardoor is het nu een sjieke entree met dubbele deuren. In de tuin ging het evenzo. In het begin werd de oude grote paardenstal afgebroken en het puin verwerkt in de grond. Dat je door de bomen het bos blijft zien en in dit geval dat je zelfs bij afwezigheid van het groen de waarde van de hof zelf blijft zien, is een gave. Daar beschikt Lief door zijn geduld en zijn doorzettingsvermogen meer dan voldoende over.

De specht heeft de oude wilg gevonden die drie kale stammetjes heeft en een pruik. Vorige maand daalde er zelfs een buizerd op neer maar dat was eenmalig. Sinds een week huist er een specht in de buurt die dankbaar gebruik maakt van het dorre hout en zich tegoed doet aan al het kleine grut dat dankbaar van de grillige bast gebruik maakt. Niets is rustgevender dan het gehamer van een specht en zijn geroep. Als we dat laatste geluid horen, zijn we alert.

Overpeinzingen

Een hang naar wat ooit was

Afgelopen zondag waren we dan toch zover, dat we naar het restaurantje zouden gaan, dat hier ongeveer vijf minuten vandaan is, maar waar we nog nooit zijn geweest. IN aanvang gingen we op het overdekte terras zitten, maar er was zoveel herrie van de zes en er brandde een onweersbui los, die met veel wind en gekletter gepaard ging.

Alles en iedereen toog naar binnen. Broerlief wilde aanvankelijk buiten blijven zitten, maar het werd eenvoudigweg te koud. De arme ober sprak mondjesmaat Duits en keek met regelmaat pijnlijk ongelovig naar ons om het koeterwaals van Engels, Duits en Hongaars en je hoorde hem denken: ‘Waar hebben ze het over’. Maar met behulp van Lief en zijn Hongaars, handen en voeten van broerlief kwam hij eruit.

Binnen zag het er goed uit en we hadden het hele deel van het restaurant voor ons alleen. De bestelling is goed doorgekomen en er werden vier afgeladen borden vol geserveerd. Altijd weer wennen aan de hoeveelheden, al mag je hier in Hongarije wel vragen om alles wat je over hebt, mee naar huis te geven. Ze raakten niet uitgepraat over de kwaliteit en de kookkunsten van de kok. Wat ik heel lekker vond waren de gefrituurde gezouten uien die bovenop de maaltijd van lief gestapeld waren. Vegetarische schotels waren er helaas niet. De berg sla onder onze kip met mozzarella was genoeg voor een weeshuis, maar teveel voor mij alleen en omdat iedereen worstelde met gelijke hoeveelheden, ging de helft ervan weer terug.

Het onweer was inmiddels over. De avond verder op het terras bij de lantaarn was genoeglijk en kalm.

In de Groene van vorige week stond, bij een gedicht van Kira Wuck over zwemmende Finse meisjes, een mooie mijmering van Rebekka de Wit. Het gedicht deed haar terug denken aan haar moeder en diens zus die als ‘twee zalmkleurige olievlekken’ lagen te dobberen in zee. Ze bleven te allen tijde drijven. Ze haalde herinneringen op aan haar moeder, diens begrafenis, de veranderde relatie van de zus met haar dode moeder en even later aan het moment waarop zijzelf alleen beneden was en zat te wachten tot het stil werd op de slaapkamers boven. Vroeger was dat omgekeerd. Toen sliep ze op de bovenverdieping en luisterde stil naar het rumoer beneden. Ze gaf aan haar partner te kennen dat ze de benedenverdieping mistte en die antwoordde:’Maar jij bent de benedenverdieping nu.’ Dat moest ze beamen.

Er volgde een verhaal over David Greybeard, een van de chimpansees van Jane Goodall die bij zijn omgekomen moeder bleef treuren en daarna ontroostbaar bleef. Goodall concludeerd dat hij ontroostbaar was en zijn moeder niet kon vergeten, want hij wilde niet meer gevlooid worden en vlooide zelf ook niet meer. De moeder en de zus van Rebekka hadden ook een verstandhouding van ‘elkaar vlooien’ in de meest overdrachtelijke zin van het woord. Troosten, genegenheid geven, meeleven, empathie. Toen de chimpansee zijn moeder er was was er een benedenverdieping om op in slaap te vallen. Die veilige zekerheid kan je maar net ontberen. Er gaat niets boven een benedenverdieping zodat je weet dat je boven veilig in dromenland kan wegzakken. Dat is het. Een stukje jeugd, kind mogen zijn zonder de grote verantwoordelijkheden, een nostalgie, een hang naar wat ooit was.

Overpeinzingen

Dan je aanvankelijk zou denken

‘Herinner je je de wereld nog voordat het internet was uitgevonden’, vraagt WordPress. Dat is een mooie vraag. Ik stel me voor dat ik hier ben en internet er niet is en ook geen schotel en geen telefoon. Puur natuur en weinig buitenwereld is ideaal, als je geen connecties hebt, waar contact mee gehouden moet worden. Lief vertelde dat er niets was toen hij pas het huis had gekocht. Het huis een bouwval, geen telefoon, geen krant, geen tv. Hoe begin je dan, vraag ik me af. Geen contact met de buitenwereld betekent vooral afwachten, tijd beiden, en afhankelijk zijn van wat zich aandient, wie er langs komt, stelde ik me voor.

Als ik Lief er naar vraag, blijkt het iets anders in elkaar te steken. De Nederlandse makelaar die hier in Hongarije gevestigd is en nog steeds degene is die de belangrijke juridische zaken regelt, had bij de verkoop van het huis aangeraden om de ingenieur uit Szigetvar in de arm te nemen. Zijn baas was een Hongaar die de bouw van de huizen van haver tot gort kende. Zo maakte de ingenieur de tekeningen, zodat de aanpassingen en verbouwingen goedgekeurd zouden worden en de Hongaar voerde het tot in de puntjes uit. Via dat contact en via terrasjes en cafeetjes kwamen er nieuwe contacten zodat een klein netwerk kon worden opgebouwd. Veel minder had hij met het aantal Nederlanders die in die jaren hier naar toe waren gekomen en die vooral van elkaar wilden profiteren. Dergelijke kringen opbouwen was niet zijn bedoeling, eigenlijk liever met de Hongaren zelf. Het nadeel was natuurlijk dat ze de eerste jaren vooral alleen in de vakanties hier waren. De kinderen, die met de andere kinderen uit het dorp speelden, waren ook een gezonde manier om aan kennissen te komen.

Een avontuurlijk bestaan en in mijn ogen aantrekkelijk, maar zelf heb ik nooit overwogen om weg te gaan. Er waren de kinderen en clubjes en scholen en werk en vrienden en vriendinnen en familie. Zo kunnen twee mensen volkomen verschillende paden bewandelen in het leven. Mooi en bijzonder dat die wegen weer naar hetzelfde kruispunt hebben geleid.

Mijn eerste aanraking met internet was natuurlijk via het werk op school. Langzamerhand werd er van alles noodzakelijk om op de computer te doen. De leerlingvolgsystemen, een eigen leerplanontwikkeling dat ik samen met een collega had opgezet en met behulp van een stagiaire, die eerder haar wortels in de ICT had, verder uitgediept en het schrijven van projecten.

Het mobiel wilde ik aanvankelijk niet. De kinderen drongen er op aan want als ik op de tuin was bij het volkstuinencomplex wilden ze me toch graag kunnen bereiken. Op een gegeven moment, de wereld op z’n kop, bezweek ik voor hun smeekbeden en kreeg de oude mobiel van zoonlief mee. ‘Enkel om te ontvangen’ zei ik erbij, want ik kom voor mijn rust op de tuin. Al gauw was ook de mobiele telefoon volledig ingeburgerd en met behulp van internet zelfs niet meer weg te denken.

Nu zou ik me totaal om ‘t hand voelen als ik geen internetverbinding had, omdat het een balans brengt tussen mijn belangrijke en liefdevolle thuisfront in Nederland en het thuis hier. Het houdt alles en mij persoonlijk in evenwicht. Dat is een toegevoegde waarde, die meer brengt dan je aanvankelijk zou denken.

Overpeinzingen

Een verademing

De familie ging een ommetje maken en ik kon heerlijk aan mijn doek werken. Het weer was nog steeds een constante. Zon en in de nacht regen, soms nog een druppie, maar altijd 24/25 graden. Het was stil op de Datsja, zelfs de vogels hielden Siësta.

Na een tijdje lekker doorwerken kwam schoonzus met twee grote glazen thee en daarna volgde lief met opnieuw een groot pak in zijn handen dat door de posterijen bezorgd was. Voor mij, van de familie, een tweede moederdagcadeau. Smelt, smelt. Het was net zo stevig ingepakt als het eerste pak. Er rolde een allerliefst briefje uit van dochterlief en Co, lach en traan, het nieuwste boek van Murat Isik, dat schone zoon heel rap uit heeft moeten lezen, zodat ze het mee konden sturen. Daaronder zaten, goed in het bobbeltjesplastic verpakt, drie foto’s van de fotoshoot van vorig jaar zodat alle kinderen met twee losse foto’s van de allerjongsten, die toen nog niet geboren waren, nu in de slaapkamer aanwezig zouden zijn en wij er iedere avond van konden genieten vlak voor het tijd werd om de lichten uit te doen.

Hier stopte het verhaal omdat broer de radio aan had gezet. Het is vreemd, maar met geroezemoes en lawaai om me heen kan ik moeiteloos in mijn schrijfsels verdwijnen, maar bij zoiets dwingends als een radiostem is het gedaan met de concentratie.

We hadden afgesproken naar Zsolnay te gaan, omdat schoonzus gek is van Jugendstil en we daar een permanente tentoonstelling van Art Nouveau wisten. Het leuke was dat we nu aan de andere kant van dit cultuurcentrum zaten, omdat ik het adres van de parkeergarage had ingevuld en die zat aan die kant. Vervolgens moesten we de prachtige metalen brug over de weg over om pal voor het conservatorium uit te komen. De koppen van Liszt en Brahms en andere componisten aan de muur en hun beeltenissen in de beeldentuin erboven. Het is fijn als je al bekend bent op een terrein. Nu wisten we waar we de kaartjes moesten kopen en ook dat de permanente porselein-en-Art-Nouveau tentoonstelling in het gebouw er tegenover zat. De enorme Ginkgo Biloba ervoor herbergde een aantal merels die vrijwillig dwars door de klanken uit de open ramen van de muziekschool een luid concert ten beste gaven. De boom bleek al 150 jaar oud te zijn.

De man die ons ontving was volgens lief en mij dezelfde als degene die de verzameling bij elkaar heeft gebracht. Het prachtige porseleinwerk van boven en het, soms ragfijne, soms wat protserige, Art Nouveau zat beneden, alles iets om van onder de indruk te raken. We kenden de tentoonstelling al, maar nu lag de focus op de verschillende samenstellingen van kleur. Inspiratie te over. Er kwam een groep binnen die achter een vlaggetje van een Schel Duits sprekende dame aan liep. We probeerden de hele bubs voor te blijven, maar in de Art Nouveau-zaal haalden ze ons in en schuifelden langs de vitrinekasten met nauwelijks tijd om al het moois te bestuderen. Het sjokte voort.

Bij de bakkerij haalden we koffie en thee en Lief en schoonzus namen een ‘Rétes’ erbij, een staafje van amandel, walnoot, honing, zure room en appel verpakt in filodeeg, een Hongaarse lekkernij.

In het winkeltje dat iets verder in het kunstminnende straatje zat vond ik een mooie kleurenets die onhandig was ingelijst en tevergeefs op een passe partout had gewacht. Voor nog geen 15 euro had ik een mooi aandenken, zo zie je maar hoe een koe een haas vangt.

Op de terugweg wilden we langs een restaurant, maar bij twee pogingen langs de weg vingen we bot omdat ze of gesloten waren of bezig te sluiten en bij de derde was er een familiefeest aan de gang. Vanmiddag kunnen we een nieuwe poging wagen ter ere van de bruiloftsdag van broer en schoonzus, die precies een jaar getrouwd waren.

Buurman is druk met zijn bosmaaier in de weer ondanks het buitje en een slag onweer. Dwars daar doorheen luidt de kerkklok voor het lof en zodra de buurman stopt, daalt er een zondagse rust neer. Een verademing.

Overpeinzingen

Iets wat met liefde door mij onderschreven wordt

Om half zeven lekker aan de tafel en in de vroege morgen, terwijl er volop nijverheid is rond de veldbloemen, puzzel ik een kruiswoordraadseltje bij elkaar. Zo heerlijk wakker worden. De gasten liggen nog in Morpheus armen. Lief was aan zijn dagelijkse ochtendwandeling bezig maar kwam er aangeslagen van terug. Er was, in zijn optiek iets heel ergs gebeurd. Daarvoor moet ik eerst uitleggen dat hij jarenlang een roedel van vier honden heeft gehad en zich zo verweven voelde en voelt met de natuur en de dieren dat hij met ze kan lezen en schrijven. Of het nu grote of kleine hondjes waren, hij wist waar ze behoefte aan hadden. Zo bijzonder. Nu had hij even daarvoor op het achterland een loslopende hond gezien, een zwerfhond dacht hij en moest een keuze maken. De hond vrat iets wat hij had gevonden en liep door naar ons toegangspoortje tot de Hof. Nu voelde lief zich genoodzaakt hem een halt toe te roepen en weg te jagen. En daar was hij ondersteboven van omdat hij wist dat de hond lieve aandacht wilde ontvangen, maar hij dat niet kon geven, omdat het niet mogelijk was de hond onderdak te bieden. Als troost opperde ik dat het misschien een ontsnapte hond was. Dat zalfde het gemoed. Aandoenlijk hoe diep die verwevenheid gevoeld wordt.

Gisteren wilde het gezelschap boodschappen doen, grote boodschappen die zij wilden betalen om tegemoet te komen in de kosten. Het werd de Lidl. Broer beschouwde het als een uitje, ik had meer iets van snel snel de benodigdheden bij elkaar zoeken. Dat werd aftasten en schipperen. Hij had het karretje vast en stapte met de snelheid van een slak langs alle vakken, draaide elk product een paar keer om, wikte en woog en viel van de ene in de andere verbazing, terwijl ik vond dat het eigenlijk toch bijna hetzelfde was als in Nederland. Er zijn wel verschillen, maar in mijn optiek miniem. Toen we door de kassa heen waren zuchtte broerlief dat hij nog veel langzamer er doorheen had willen lopen en toen we bijna het dorp uit waren, dat hij de andere supermarkt ook wel had willen zien. Haha. Ik was toch stiekem blij dat we daar niet aan toegekomen waren en raadde hen aan om samen nog eens terug te gaan. Als je zoals wij één keer in de drie dagen door de zaak gaat en dat een aantal jaren achter elkaar dan is het meer een must dan een uitje.

Schoonzus heeft een oude Zin gevonden in de boekenkast. Het is een kerstnummer en gaat vooral over feestelijke gelegenheden. Een van de koppen in de rubriek van Liddie Austin heet ‘feestelijk met comfort’. Het ging over de film Corsage, die ze een tijdje ervoor had gezien en waarbij Keizerin Sissie, die helaas ook anorexia had, zich steeds smaller liet insnoeren in haar leren corsetten, waardoor ze bij de gelegenheden die ze bezocht ook regelmatig flauw viel, simpelweg omdat ze niet genoeg lucht kreeg.

Natuurlijk glij je dan af in je herinnering en zie ik mijn moeder en mij in de lingeriewinkel op de Amsterdamse straatweg staan. Ik was 14 jaar en een tikje onwillig. Moeder vond dat het tijd werd voor een step-in en een beha. Vooral de eerste was alles behalve vrijheid. Strak gordde de verkoopster mij in de step-in, een stretchgeval waar je in moest stappen en die over je ondergoed werd getrokken met lusjes voor de jarretellen of met vaste jarretellen. Zo werd het bollende buikje in bedwang gehouden. Het zat zoals het er uit zag. Als een harnas. Dankzij dat geval had ik een broertje dood aan dat soort voorgeschreven regels.

Met de aangedane longen kan ik geen strakke beugels of knellend elastiek meer verdragen. Het maakt benauwder dan nodig. De tweede kop van het artikel luidt: Alles wat knelt of schuurt of je de adem beneemt-daar hebben we geen zin meer in’. Iets wat met liefde door mij onderschreven wordt.

Overpeinzingen

Momenten van geluk die ons niet meer konden worden afgenomen

Er zit regen in de lucht en de vliegen varen er wel bij. Ze brommen en zoemen dat het een lieve lust is. Terwijl de rest een wandelingetje in de Hof ging maken, bleef ik achter om eventueel de mannen op te vangen die de bedbank zouden brengen. Om half een belde een van hen op naar Lief en zei dat ze er binnen tien minuten zouden zijn en warempel, er stopte een busje naast het huis. Ze hadden de bank als bouwpakketje bij zich en we dankten God op onze blote knieën om het inzicht dat wij zelf niet die bank in elkaar moesten zetten. Vakkundig gingen ze aan de slag met de boormachine. Ze spraken Duits, of in ieder geval een van hen, wat een verademing. Ze vroegen ons hoe lang de levertijd was geweest. Zes weken welhaast. Hoofdschuddend keek hij me aan en mompelde iets aan het adres van de winkel. Ach ja. Nu was al het leed geleden, al verzekerden broer en schoonzus dat het heerlijk slapen was op de zolderkamer. Toch vond ik het fijn, dat broer niet meer de trap af hoefde. De mannen kregen een fooitje voor hun snelle, vakkundige en vriendelijke aanpak toen ze klaar waren. Ziezo. De inrichting kon beginnen.

Even was er een angstig moment toen bij het draaien van het bed schoonzus op het stroeve kleed bleef haken en langszij rolde. Zitten, zuchten, bijkomen en weer door. Ze waren jubelend over de ruimte, over het bed, en over de sjieke uitstraling van het geheel. Ziezo, ook weer geregeld.

De beide broertjes hebben het fijn samen. Ze zitten in de luie stoelen en lepelen verleden en heden, anekdotes en wat mijmeringen op. Lief is drie jaar jonger dan broer, maar allebei, de een wat ruimer dan de ander, over de zeventig, dat zorgt voor gesprekken over de zin van het leven, de invulling ervan, te bespreken kwaaltjes, het leven van dag tot dag. Het is een mooi beeld zo.

Met gasten schuift het eten een plaats op in prioriteit. De zinnen stonden op pasta met groene kruiden, uien, knoflook en champignons, omdat dat ruimschoots aanwezig was, dus stuurde ik schoonzus met een mandje de tuin in en ze kwam terug met roosmarijn, oregano, basilicum, bieslook, tijm. Haar ui-snipperkunsten zijn ook te roemen. Als basis hadden we suco alla Melanzane en extra passata. Zowaar had ik eindelijk de hoeveelheden op vier personen aangepast. Normaal gesproken zou een heel weeshuis mee kunnen schranzen. Het was heerlijk.

De avond werd een gezellig samenzijn, vooral toen de gitaar ontdekt werd en broerlief er op bleek te kunnen spelen, zij het nog wat onwennig, want ze had metalen snaren, maar allengs ging het soepeler en konden we een paar deuntjes meezingen. De volle maan was net aan het rijzen, wij zaten bij flikkerend kaarslicht met een biertje en een wijntje en er was die goede oude kampvuur-sfeer, die we allemaal zo vaak hadden meegemaakt lang geleden en heel vertrouwd tot de vermoeidheid kwam bovendrijven. Fijn dat de bedden nu beneden in gebruik konden worden genomen.

Ik sudderde nog wat na in de tijd en dwaalde af naar Homburg, waar we met een grote groepe vrienden ieder jaar een week naar toe gingen en alles gezamenlijk deden. Daar laaiden de kampvuren bijna elke avond hoog op en hadden we een heel arsenaal aan liedjes, van Jaap Fischer, van Jasperina de Jong, Adèle Bloemendaal, Annie M.G. Schmidt en de geijkte scoutingliedjes, die driestemmig over de heuvels vloeiden. Momenten van geluk, die ons niet meer konden worden afgenomen.

Overpeinzingen

Zolang we er allen voor open staan

De eerste dag was er vooral voor het ontdekken en het bewonderen. Broerlief die er zo ongeveer 15 jaar geleden voor het laatst geweest was, kende het huis alleen in de oude staat en raakte niet uitgepraat over de vernieuwingen die gemaakt waren om het huis zijn vitaliteit te laten behouden. Daarna zaten we op het terras en genoten van de ruimte en het groen, de bloemen, de vogels en insecten.

Als je voor de eerste keer hier komt raak je ontroerd door de degelijke aanpassingen die Lief heeft laten doen en het puinruimen wat hij in zijn eentje heeft gedaan om het huis in haar kracht te zetten. Dat kan je je niet indenken als je het niet hebt gezien. Elk woord, elk voorstellingsvermogen schiet tekort. Je voelt wel de liefde voor het geheel dat tot in de kleinste details er doorheen zweeft. Ook bij het ‘etsen en schilderen’ in de Hof is dat duidelijk. Met gevoel wordt er voorzichtig gesnoeid, soms wat rigoureuzer, worden vormen gewijzigd, doorkijkjes gecreëerd en paden en paadjes bevrijd. Het is een oase aan natuur, vrijheid en ruimte.

Broerlief had last van zijn hiel. Lief masseerde en het been werd hoog gelegd. Het maakte wel dat er minder te wandelen viel, al waagden schoonzus en Lief het erop. Niet al te ver, tot aan de Datsja. De hele middag had het er dreigend uitgezien en tijdens de borrel konden we de kist zure appelen al zien hangen. Opeens braken de zware wolkenpartijen open om met harde regenstralen het land onder te dompelen in flinke regenplassen, hagelstenen, en een gigantisch onweer barste los. De beide broers zaten op het terras in de luie stoelen en genoten zichtbaar van het natuurgeweld. Wij bleven in de keuken én om het eten op te warmen én om tot leuke en geanimeerde gesprekken te komen. Bij al die keren dat ik schoonzus gezien had, was er nauwelijks plaats voor vertrouwelijkheid geweest. We lagen elkaar goed en hadden met regelmaat maar een half woord nodig. Beide broers vertoonden soms dezelfde karaktereigenschappen en dat was een feest van herkenning.

We aten voor het eerst aan de grote eettafel in de werkkamer en dat maakte de sfeer zo bijzonder. Het huis leeft weer. Toen het ergste onweer achter de rug was, konden we opnieuw op het terras gaan zitten en ontspon zich een aangenaam gesprek. Door de regen was het frisser geworden en al gauw kwamen er vesten en truien te voorschijn.Lief en ik haalden lantaarns uit alle hoeken en gaten. ‘s Middags had Lief de olielampjes gevuld. Die konden met al die regen niet gebruikt worden maar met een kaars in de lantaarn en een in een blaker was er voldoende sfeervolle verlichting om het gesprek te ondersteunen. Het bezoek was nog een beetje moe van de reis en gingen vroeger dan de avond ervoor naar boven.

Het wonderlijke van het weer hier is dat het van het ene op het andere moment om kan slaan. Zo zijn er zware buien, zo schijnt de zon opnieuw uitbundig. In de ochtend waren de uitgevallen klaprozen weer prachtig opgebloeid en stond alles er fris bij. Vandaag zou de bedbank komen. Bij de koffie ontspon zich een zwaar gesprek over toekomstmogelijkheden, keuzes maken en liefde voor alles wat ons omgaf. Het was niet makkelijk omdat ik vaker toch een beetje de tweespalt voel tussen mijn twee grote liefdes. De kinderen en Lief zelf. Om dat te begrijpen moet je de verbondenheid van ons gezin kennen, de bijzondere band en hoe die gegroeid is. Het blijft schipperen tot we de juiste weg gevonden hebben. Er is altijd een weg tussen hier en daar en dat zal zich vanzelf wijzen, zolang we er allen voor openstaan.

Overpeinzingen

Tijd voor een nachtuiltje

Tegen zevenen ‘s avonds, na diverse appjes, was ons hoog geëerd bezoek in de straat, maar ze waren over de weg heen aan de andere kant en konden het nummer niet vinden. Broerlief had gebeld en we loodsten hem over de weg naar ons huis. Doodmoe van de reis kwamen ze uit de auto gerold. Om negen uur ‘s morgens vertrokken en nu pas op de plek van bestemming. Als je het niet gewend bent is het inderdaad mijl op zeven. Vooral het laatste stuk weg, van Pécs naar ons huis, was hen een beetje opgebroken. Een van de befaamde lappendekens van Orban. Ik verzekerde ze dat het nog veel erger kon.

De dag was kabbelend verlopen. Alle puntjes op de i gezet en daarna was er tijd voor wat rust. Lief in zijn favoriete leunstoel en ik aan de tafel met mijn Ipad en het tekendagboek. Het was zo’n heerlijke lome warme middag. Zoemende bijen en brommende vliegen, fladderende vlinders, buitelende kleine vogels. Mussen, mezen, de gekraagde roodstaart, vinken en zwaluwen. Merels, lijsters en de nachtegaal en wielewaal zijn niet te zien, maar wel te horen. Tussendoor het gekoer van de duiven. Tweede pinksterdag is ook een feestdag hier en de zes had zich aangepast aan de rust van de dag. Geen geruis en geraas van het verkeer. Stilte.

Eigenlijk de ideale middag om naar de datsja te gaan. Ik had zo’n mooi portret gevonden als uitgangspunt. Dat wordt dan van lieverlee altijd een naar eigen hand gezet persoon, dat maakt het juist zo boeiend. Raam open, vogeltjes erbij, zachtjes op de achtergrond Lady Smith Black Mombasa en maar duwen en trekken, net zo lang tot de eerste opzet is geslaagd. Afstand nemen, kritisch kijken, aanpassen, nog eens naar achteren lopen en weer kijken. Hoe dan met die verhoudingen. Kloddertje hier, kloddertje daar. Heerlijke sfeer. Lief kwam met de lafenis van warme rooibos. Het is zo vredig, zo kalm.

Rond drieën wilde ik aan het eten beginnen. Ajam Semur is een stoofpotje. We hadden door gekregen dat ze er zeker niet voor half zes zouden zijn. Tijd genoeg. De tjobek stond klaar om mijn, bij elkaar gefabriekte, boemboe te maken. Daar moest eerst wel aan jaren vanaf geschuurd worden, want ze had al die tijd alleen voor decoratie gediend. Toen ik de uien had gesneden bleek de tjobek te klein om de boemboe in een keer te maken en toen bedacht ik me ineens dat we de staafmixer om papierpulp hadden aangeschaft en dat daar absoluut een kleine hakmachine bij zat. Een moderne vijzel, haha. Het werkte natuurlijk als een tierelier. Boemboe klaar terwijl U wacht.

Sajoer boontjes was zo klaar en de ketimoen kreeg ook een licht geimproviseerde jas, In plaats van pepers dan maar paprika voor de kleur. Rijst aan de kook en dan maar wachten. Een belletje. Het zou zeven uur worden. Vuur uit. Deksels erop en een twee drie in Godsnaam. En warempel. Daar reed de auto over de zes de straat in. Hartelijk weerzien en broers die elkaar in de armen vielen. Bijkomen van de lange reis, al dan niet eten en heerlijk borrelen met kleine hapjes op de veranda, verhalen over en weer, kwinkslagen, vragen over het land en de Hof, slaapgelegenheid besproken, uitleg over de nog altijd niet geleverde bedbank, tot het hoofd zwaar en de ogen moe werden. Er was maar een conclusie te trekken. Het werd tijd voor een nachtuiltje.

Overpeinzingen

Waar je uitgebreid van mag smullen

Annie M.G. Schmidt blaast verjaarskaarsjes uit op haar wolk. Misschien deelt ze als cadeautjes nog wel een paar nieuwe gedichten met de een of ander. Inspiratie ten top, zoiets.

De badkamer en de beide wc’s zijn gepoetst en blinken. De kippendijtjes voor de ajam semur staan in de marinade. Lief legt de laatste hand aan de oprit, om die een tikkie groenvrij te maken en dan is echt alles gedaan wat tot de mogelijkheden behoorden. Het verwachte onweer en de hagel blijft vooralsnog uit. Ze beloven toch weer de hele dag zon en 25 graden. De appjes van de logees naar ons vliegen over en weer, de route, de afslagen, het adres nog maar een keer voor de zekerheid. Met in mijn achterhoofd de gevleugelde uitspraak ‘Kalmte zal U redden’ brief ik de antwoorden geduldig door. Duimpjes en een breed lachende avatar. Komt goed.

Gisteren namen we de stofzuiger mee naar de Datsja. Het was heel fijn om daar al het overtollige spinrag en het kleine spul weg te zuigen. In de winter was er een hele familie wants verscheiden en die lagen nu allemaal met de pootjes omhoog dood te zijn. Weg ermee. Schoon schip. Het Rien Poortvliet schilderij mag mee naar het trappegat, dat scheelt ruimte, omdat het hele grote witte doek dat nog op zolder stond, daar kan worden opgehangen. Spinnen en spinnetjes vluchten ijlings uit hun veilig gewaande spinnenwebben, allemaal kleine Sebastiaans, eigenzinnig en niet bang, maar wijzer door de loop der jaren. Hoe oud kunnen ze eigenlijk worden als ze niet opgeveegd of opgezogen worden? De gemiddelde leeftijd ligt tussen de een en vijf jaar. Best lang. Helaas moet één keer in de zoveel tijd de bezem erdoor. Wantsen leven gemiddeld een half jaar, maar maken dan toch al heel wat mee.

Het doet me denken aan een kindertheaterstuk van de Eendagsvlieg, die op zoek ging naar het allermooiste uit zijn hele(!)leven. Dat vind hij als de zon weer opkomt om de nieuwe dag bij te lichten. Het is natuurlijk een verhaal van Toon van Tellegen. Een ander verhaal uit de bundel ‘Waar gaan we eigenlijk heen’ van dezelfde schrijver gaat eveneens over de eendagsvlieg. Krekel vindt dat iedereen altijd wel een keer jarig is, maar de eendagsvlieg geeft stilletjes aan dat hij nooit jarig is. Alle dieren in het bos zwijgen, maar mier heeft de oplossing. ‘Dan ben je urig. Dan vier je je veruurdag’. Een meesterlijke vondst en eendagsvlieg heeft de mooiste veruurdag van zijn hele daglange leven.

De verhalen van Toon Tellegen zijn ons een spiegel. Hij laat zien hoe tevredenheid werkt en bescheidenheid, hoe keuzes maken van alles in werking zet, hoe liefde kan dragen, hoe belangrijk de gunfactor is maar ook het mededeelzaam zijn, want als niemand weet hoe jij je voelt, hoe moet men dan helpen. Subtiel en fijntjes legt Toon Tellegen de vinger op nietigheid, kleine radartjes in het geheel.

Annie doet dat ook, maar op een volkomen andere manier. Ze drijft de spot, ze ageert, ze koketteert lieflijk met een dosis fijnzinnig venijn en soms net iets minder bedekt. Van beiden hou ik. Het houdt hoogmoed buiten de deur en plaatst een en ander in het juiste perspectief. Vanuit haar verhalen kwam vaak meesterlijke rollenspel los. Alle kinderen uit mijn groepen zijn opgegroeid met Annie M.G.Schmidt en Toon Tellegen en niet te vergeten Arnold Lobel en zijn verhalen. Filosofie van de bovenste plank. Zoete verrassingen, waar je uitgebreid van mag smullen.

Overpeinzingen

Zonder je ooit één minuut te vervelen

In het Joods museum is een tentoonstelling van Charlotte Salomon in close-up, zie ik tot mijn spijt, maar die tranen zijn te vroeg gespuid. Het blijkt dat de tentoonstelling loopt tot 19 september. Ziezo dat staat in de agenda voor juli.

Charlotte Salomon groeide op in Berlijn in de jaren dertig. Ze studeerde aan de kunstacademie en vlucht in 1939 naar haar grootouders in Zuid-Frankrijk. Daar maakt ze een multi mediaal kunstwerk bestaande uit bijna 800 gouaches. Ze wordt in 1943 op 26-jarige leeftijd in Auschwitz vermoord. Haar ouders vinden het kunstwerk Leven? Of Theater? In 1947 en publiceren het. Het geeft een krachtig beeld uit die jaren dertig waarbij de ontwikkelingen van de film een belangrijke rol spelen. Diep onder de indruk ben ik van haar werk. Dit is een fijn vooruitzicht.

De groene flessen hebben een nachtje staan weken en zijn redelijk schoon geworden. Een compositie voor op het vorig jaar gemozaiekte tafeltje was de gedachte, en daar stonden ze wel mooi te zijn maar toch een tikje doelloos. In de grootste fles had ik de rietpluimen van het pampasgras gezet. Als het een compositie in het groen is, dan mag er voorwaar ook nog groen bij, dus ging ik op grassenjacht. De aren van de tarwe, wat haver, de klimop, de rozemarijn en twee margrieten en ziedaar. Het werkte.

Het is eerste pinksterdag, de dag dat mijn tweede dochter geboren werd. Niet op deze datum trouwens. Uitgerekend op deze dag heeft de papaver een van haar knoppen geopend en pronkt met een prachtige sterke bloem. Mijn moeder en papavers en uitgerekend op Pinksteren. Ze had haar tuin er vol mee. Dankbaar keek ze ze elk jaar de grond uit, net als de bloemen aan de forsythia en de bloesem aan de oude peer. Postzegeltuintje met persoonlijke juwelen. Schoonheid weerkaatst als ze haar onderzoekende blik er op werpt.

Mijn Pinksterkind is hard aan het werk in haar tuin die naast de mijne ligt, gisteren ook al. Ze stuurde foto’s van onze tuin, vol brandnetels, vingerhoedskruid, geraniums en roosjes. Ze had gemaaid en alles oogde zo heerlijk behapbaar, sinds we weten wat er allemaal in de Hof is gebeurd. Haar kas ziet er geweldig uit, vol tomatenplantjes, de bedbakken zitten vol moestuinplanten. Ook de selderie van eigen kweek. Bij ons gaat de babypaksoi als een speer en alle kruiden evenzeer, de courgette blijft wat traag, maar de pompoenen gaan ook heel hard. De hop is ondeugend en probeert overal doorheen te woekeren, maar we houden ‘m kort.

Gisteren zat de kolibrivlinder aan de salie te lurken, zo’n geweldig gezicht. Snel een foto gemaakt en daarna een filmpje want ze beweegt zo snel dat je haar nauwelijks vast kan leggen. Het filmpje heb ik op insta en facebook gezet, de foto zal ik hier laten zien. Het blijft elke dag genieten van al wat groeit en bloeit en iedere keer ontdekken we zowel in het huis als in de Hof iets nieuws. Eigenlijk kan je hier met gemak maanden doorbrengen zonder je ooit één minuut te vervelen.

Overpeinzingen

En zo is het maar net

Ziezo, broer van Lief en schoonzus zijn onderweg. Maandagmiddag zijn ze hier. Zoon-en-dochterlief met de hele aanhang zitten in Parijs op een terras nog een taartje te eten voor de verjaardag. Hier vliegen twee wielewalen met hun aandoenlijke keelgeluid van tak naar tak, te veel verstopt tussen het struweel en af en toe maar zichtbaar, te snel voor de foto. Het is allemaal op hetzelfde moment. Lief sluit het hek. De laatste boodschappen zijn gedaan. We hoeven er niet meer uit en met de Pinksteren zijn twee dagen lang de winkels allemaal gesloten. Wel zo kalm. Dan hoef je ook nooit meer gauw nog even…

De klaprozen, korenbloemen en margrieten hebben de regen van eergisteren overleefd al moesten we wel wat stutstokjes zoeken voor de korenbloemen die slagzij hadden gemaakt.

Ook voor de dakramen boven hadden we stokjes nodig om de lap uit de mooie lappenverzameling en het gordijn op te kunnen hangen. Terwijl ik beneden de cd-speler aan het installeren was, schoten mijn flansmethodes door het hoofd. Natuurlijk, tonkinstokjes. Die konden in de haken die er hingen. Middellijn meten en inprenten. Na de boodschappen dus naar het tuincentrum. Die hadden ze wl maar verweerd en te dik. Gelukkig verkochten ze ook kleine hekwerkjes van Bamboe en die stokken zouden precies goed zijn. Op de bonnefooi gekocht en oneindig gemazzeld, toen het precies pas bleek.

We hadden een Jysk ontdekt in Szigetvar. Dat was boffen. Konden we daar al het beddengoed aanschaffen. De winkel zat in een gloednieuw pand even buiten de stad. Dekbedden, kussens, onderlakens, slopen, moltons, beddensprei, handdoeken en een kledingrek. Het karretje was te klein, maar met moed, beleid en trouw en een beetje duwen, ging het goed. Ziezo, stap een gezet. Aanvullend de boodschappen. In het voren denken, want de winkels dicht. Ajam Smoor met rijst had ik voor de gasten bedacht, mits ik de meeste ingredienten kon opduikelen. De Tesco wilde nog wel eens op Japanse en Thaise leest geschoeide artikelen verkopen. Daar zou vast wel iets bijzitten. Indische producten kennen ze hier nauwelijks.

Met Truus volgeladen op huis aan. De bedbankman had die ochtend gebeld en zo als verwacht zullen ze de bank op woensdagmiddag komen brengen en in elkaar zetten. Dat was de reden dat we erop uit konden om alle benodigdheden te halen en toch de logeerkamer boven helemaal af te stylen. Dus toch nog meer stofzuigen, het overtollige spul opruimen in de kleine hok naast de verwarmingsketel en zorgen dat het beddengoed in de twee kisten konden worden opgeborgen. Een van de doeken op het kastje, de sprei ter bescherming over de bedden, de handdoeken gewassen en wel opgevouwen op de bedden en dan maar hopen dat schoonzus nog lenig genoeg is om dubbelgevouwen het achterste bed in te kruipen, mij lukt het. Gordijntjes ervoor, ventilator, schoongemaakt en nagekeken, in stelling. Ziezo. Laat het bezoek maar komen.

Lief had in de caravan mooie oude flessen gevonden en spoelde ze bij de buitenkraan schoon. Vooral de groene flessen wil ik herschikken en een mooie plek geven. Helemaal schoon worden ze niet, daar zal warm water en soda voor nodig zijn, schat ik in.

Een fragmentje op facebook. Stef Bosch die op een nostalgische telefoon het telefoonnummer van zijn ouders belt. Hij krijgt zijn vader aan de lijn en moeder is niet thuis. Ondanks het feit dat hij zijn verbeelding heeft laten spreken ontroert het zogenaamde gesprek hem tot in iedere vezel. ‘Er is niets op tegen om de verbeelding je dromen waar te laten maken’ is de strekking van zijn verhaal terwijl hij zijn tranen droogt. En zo is dat maar net.

Overpeinzingen

De essentie van een wonder

Tjonge jonge, soms loop je ongewild toch achter jezelf aan. Het begon al om vijf uur. Geen slaap meer, klaar wakker, gisteren toch te vroeg naar bed gegaan. Ik wilde veel, schrijven, lezen, tekenen, Hongaars lesje doen en op het te-doen-lijstje stonden de gordijntjes voor de logeerkamer boven, de installatie van de cd-speler, die ik de dag ervoor zowaar boven op zolder vond, het uittesten van de ventilator, eveneens voor boven, hier en daar hoekjes zuigen en zeker het kleed beneden nog een keer grondig, de handdoeken voor de gasten wassen, de bedden boven aankleden of bedekken met de nieuwe sprei. Maar waarom was ik toch zo vroeg wakker. O ja…17 mei. De dag waarop ik voor het eerst moeder werd. Mijn dochterlief kwam ‘s nachts rond half één of daaromtrent op de wereld.

Dat ging niet helemaal vanzelf. Ik had een lange dag in de tuin gewerkt en dat was echt het betere tuinen. Spitten, poten, schoffelen, harken. Het was een wonderschone maar bloedhete dag in mei. Manlief en ik woonden in een woongemeenschapje van vier personen. Dat noemde men destijds een commune, maar volgens geldende maatstaven viel dat reuze mee. Wel deelden we de maaltijden met elkaar. Die dag was het mijn beurt om te koken. De hele dag door was er dat zeurende gevoel geweest. Beetje trekken, beetje schuren, beetje dreinen. Dus pakte ik er een kruk bij en kookte voor vier personen. Jammer dat ik nergens heb genoteerd welke fabuleuse maaltijd ik er nog uit had weten te wurmen. Ik weet alleen dat we door een van de bewoners in allerijl naar het oude Antonius in Utrecht zijn gebracht en dat ik daar met mijn arme zwarte tuinpootjes in de stoel van de gynaecoloog terecht kwam. Een wat barse man, die manlief met zijn lange haar en zwarte baard, de ringen in zijn oren, bekeek of hij net van Mars was komen wandelen. En dan moest hij het ook nog stellen met mij, pikzwarte voeten, India teenslippers, Indiajurk. Hij bekeek mij en dochterlief(dat wist ik toen nog niet) bruusk, zag geen vooruitgang in de ontsluiting en besloot tegen tienen maar eens op te stappen.

De verpleegkundige die mij wel allerliefst hielp, gaf zó aarzelend een bevestiging op mijn vraag of ze wel eens meer bij een eerste stuitbevalling had geassisteerd, dat alle voelsprieten direct overeind stonden. Tot overmaat van ramp, nadat de dokter was vertrokken, begonnen de weeën in een stormvloed elkaar op te volgen. Na een paar angstige uurtjes was dokter weer terug in huis, nog chagrijniger, want gestoord in zijn vrije avond.

Enfin toen mijn lieverd was geboren, natuurlijk het mooiste meisje van de hele wereld, bezat ik een flinke knip, overspannen beenspieren en een rillend zenuwstelsel, maar we kregen beschuit met muisjes en daarna moest manlief weg.

Moeder worden brengt enorme veranderingen met zich mee maar vooral ontroering en toen mijn moeder gehaast me de volgende ochtend op kwam zoeken, huilden we om dat perpetuum mobile, die niet aflatende voortgang van het leven en voelden vooral verbondenheid omdat we beiden de geheimen hadden leren kennen van de essentie van een wonder.

Overpeinzingen

Zo zie je maar

Als het huis op z’n kop gezet wordt voor het bezoek, moet natuurlijk elke steen boven. We zetten ons beste beentje voor en vinden nogal wat. De slaapbankbezorging gaat volgens ‘lands wijs, lands eer’ en dat houdt in dat ze nu wel in het magazijn van de winkel is gebracht vanuit Boedapest, maar het betekent heus niet dat het vandaag of morgen nog wordt geleverd. Met de vooruitziende blik en de ervaringen is het een geluk dat de logeerkamer boven bijna klaar is.

De kast in de bibliotheek, waar het archief jaren heeft huisgehouden en de allergrootste boeken in stonden, moest leeg. Dat betekende stoffen en verplaatsen, stoffen en verplaatsen en nog meer stoffen. Maar dan vind een mens ook wat. Bijvoorbeeld een doos met de oude, welhaast antieke, doktersuitrusting van Lief, compleet met oogspiegels, allerlei tangen en kochers, stethoscopen, ampullen, hechtmateriaal en spanbanden.

Het volgende koffertje wat ik opende, bleek alle cd’s te bevatten van de cursus Hongaars van het LOI. Ook uit de grijze oudheid, maar wel compleet. De cd-speler die er stond gaf weinig sjoege. Een zoektocht op internet had ook geen effect. Even parkeren dan maar. Ziezo, de kast is leeg. Daar kunnen de gasten hun spullen kwijt en daar kunnen we ook het beddengoed in opbergen. De drie siervazen gaan boven op de schoongemaakte rugkachel, die door ons nauwelijks gebruikt wordt. Het einde van de hele actie is in zicht. Alhoewel, als je het ene verplaatst komt er iets anders weer te voorschijn ‘als duveltjes uit een doosje’, hoor ik mijn moeder lachend zeggen.

Lief was nog steeds in de weer bij de oude caravan, waar muizennesten moesten worden ontmanteld en vieze gelige gordijntjes konden worden weggeknipt. Hij wilde in de bovennissen de stofzuigerslang er opzetten en dacht een stuk tuinslang terug te hebben gevonden. Gelukkig voor hem keek hij eerst nog even goed en tot zijn verbazing bleek het een echte slang te zijn, die bijna roerloos naar hem gluurde. Daar kwam hij me toch wel even voor roepen omdat het een levend bewijs was van de slangen die hij vooral vroeger veel in de tuin gezien had. Hij tilde behoedzaam het gordijntje op waar hij snaky achter wist en daar lag de slang, in volle glorie op mij te wachten zodat ik een foto kon nemen. Zonder een vin te verroeren en met starende open ogen. Pas op de foto zag ik dat hij net kennelijk een flinke muis had verorberd. Dat was de reden van zijn roerloosheid. Het nest wat Lief ernaast had ontdekt bleek een muizennest te zijn. Snaky had net, voor de nieuwe lichting muis, toegeslagen. Daar waren we hem dankbaar voor. Verder mocht hij zolang hij wilde blijven. We lieten hem met rust.

Het bleek een esculaapslang te zijn. Hij is vernoemd naar de staf van Asklepios. Had hij ons uitgekozen omdat Lief een artsenopleiding had gedaan? Als je me vroeger verteld zou hebben dat ik ooit de esculaap van de dokter in levende lijve zou treffen, dan had ik je vierkant uitgelachen. Zo zie je maar.

Overpeinzingen

Om nooit meer te vergeten

Wat kan een menselijke geest toch met wonderlijke zaken bezig zijn. Vannacht zwierf ik over de uiterwaarden van de Lek, samen met een vriendin. Het was ongelooflijk winderig en zonnig tegelijk. Het waaide woest en de wind trok slierten uit opgestoken haren. Het water klotste het strandje op en tegen de zijkanten van de inham. Als er schepen langskwamen ontwaarden we de schuimkoppen op de golven.

We deden onze schoenen uit en baadden pootje terwijl we op zoek gingen naar verse rivierklei. Dat was vrij makkelijk te vinden, het lag letterlijk voor het oprapen. De donkere slib was het meest vettig en zwaar. Terwijl we tot de knieën in het water stonden, de wind aan onze haren trok, het water schuimend opspatte, kleiden we uit alle macht met het hele lijf een paar koppen bij elkaar. Daarna zaten we met de schetsboeken op schoot, keken naar de witte wolkenlucht en vriendinlief die tevens mijn schilderjuf was, leerde me goed te kijken naar de tinten blauw, die van een hemelsblauw tot een heel lichtblauw vloeiden, hoe verder weg, hoe lichter. Zo verbonden voelen met lucht en aarde, het tintelde door het hele lijf.

Ik wist wel waarom ik daarvan droomde. Er was nog een andere flard. Een kamer met een lange tafel, een aantal gasten erom heen. Ik had zus beloofd om de begeleiders van een kinderdagverblijf te leren losser, zeg maar reggio/jenaplansgewijs, te werken. Daarvoor had ik klei gekozen en een vouwles, om het verschil te leren tussen een ‘opdracht’ en een eigen ‘scheppen’ en zo te ervaren hoe bevrijdend dat voor jezelf en het materiaal kan zijn. Het is een les geworden, waar ik me nog altijd heel ongemakkelijk over voel en waarvan ik nu weet hoe ik het aan had moeten pakken. Ten eerste had ik de krat met bij elkaar gezocht knutselmateriaal links moeten laten liggen, vervolgens had ik bij aankomst hun buitenplaats moeten verkennen. En na de vouwles hadden ze blind kennis mogen maken met de klei. Voelen, ruiken, aaien, knijpen alles was mogelijk. Daarna hadden ze naar buiten mogen gaan om te zoeken naar iets wat hen trof of beroerde, omdat ze het vreemd vonden of mooi. En daar omheen hadden ze met de klei kunnen gaan werken. Met mijn onderbouwers kon ik lezen en schrijven wat dat betreft, ik kende mijn groep, de inhoud van de kasten en het buitenterrein. Dit waren volwassenen met opvattingen over van alles en nog wat. Ik had het totaal verkeerd ingeschat. Nooit had ik me meer buiten mezelf gevoeld.

Met dezelfde vriendin had ik een vierdaagse cursus langs de Lek gedaan. Op dezelfde leest geschoeid. We zochten houtskool op het strandje waar wat mensen ooit een fikkie hadden gestookt en daarmee tekenden we de omgeving, de oude boogbrug, de rivier, het dorp aan de overkant en schilderden met de klei, het natte zand en alles wat kleur afstond. Daarna gingen we strandjutten en vonden touw, roestig ijzer, brokken hout. Met verse rivierklei en de aangespoelde spullen maakten we beelden. Het scheppend vermogen werd tot in de diepste wortel aangesproken. Vergankelijke rivierkunst, klaar om weer teruggegeven te worden aan de rivier als de tijd rijp is. Een cirkel die zich sluit geeft alleen maar voldoening. Het was heerlijk. Alle dagen langs die zilveren rivier en nu blijkt wel hoe lang je kan teren op zo’n ervaring in je ransel. Een belevenis om nooit meer te vergeten.