Overpeinzingen

Wie eenmaal een zaadje plant…

Het is vandaag een van die bijzondere dagen. Ik zat op een zondag voor mijn ateliertje de portfolio’s van school bij te werken voor de allerlaatste keer dat jaar. Een titanenklus, want alle ingebrachte werkjes moesten er nog in. Daarvoor werden ze in tweeën, drieën of vieren gevouwen al naar gelang de grootte van het werk of over twee bladzijden verdeeld met een pakkende tekst erbij over de techniek die gebruikt was of de naam die de maker aan het kunstwerk gegeven had. We schrijven het jaar 2010.

Ik werd gebeld. Als een donderslag bij heldere hemel kantelde de wereld. Donderdag had ik afscheid genomen van mijn doodzieke vriendin en vroeg me de hele tijd af hoe lang ze het vol zou houden omdat ik niets had gehoord tot nu toe. Uit het telefoontje bleek dat ze al vrijdagmorgen overleden was en begraven in kleine familiekring.

Twee weken ervoor hadden we nog samen vanuit de achterkamer gekeken naar de gierzwaluwen, waar ze zo gek op was. Het was een wonderlijke boodschap die erg rauw op mijn dak viel. De tranen door het onverwachte van het moment bleven stromen terwijl ik werktuigelijk door bleef plakken. Daar in de tuin, de zon op mijn snoet, in mijn eentje, niemand anders dan de vogels om mijn gemoed tot bedaren te brengen.

Op school werd in allerijl een hoekje ingericht in de gemeenschapsruimte, zodat we afscheid konden nemen en met de andere lieve vriendinnen en collega’s hielden we een afscheid onder de grote boom achter de Nicolaasbasiliek. Daar met onze gedachten en herinneringen uitgesproken naar elkaar kreeg haar afscheid de plek die het had moeten hebben. Later bleek dat men helemaal niet had stil gestaan bij die volstrekt andere ‘werk’wereld en de mensen en kinderen die daarbij betrokken waren. Pas toen we op het schoolplein een Acer hadden geplant en met de hele school ballonnen met een boodschap hadden gestuurd, drong dat ten volle door. Ze was geliefd bij jong en oud.

Precies een jaar er voor was Michael Jackson overleden en had ze me op een bankje in het Wilhelminapark verteld hoe ze dat een gemis vond, zo’n muzikaal kind, zo’n genie. Geheel van mijn sokken door dat bericht bleek dat ze het jongetje van de Jackson Five nooit los had kunnen zien van de man met zijn wonderbaarlijke gewoonten. Kinderen…Ze vulden heel haar hart.

Terwijl ik dit schrijf cirkelen de gierzwaluwen alweer hoog in de lucht terwijl ze druk met hun vleugels wapperen, zo’n karakteristieke vlucht. De nagedachtenis aan haar is verbeeld door de komst van de gierzwaluwen, ze zijn er maar kort. Van begin mei tot eind juli. Dat hebben ze met elkaar gemeen. Zij was er ook veel te kort. Drie jaar ouder dan ik had ze in 2010 net de eenenzestig aangetikt.

Vandaag de dag zouden we de ballonnen achterwege hebben gelaten, de boom op het schoolplein bleef kwakkelen, maar een zwarte Els waarvan ze zelf het zaadje in de grond had gestopt, werd een prachtige boom. Ze wilde geen bordje met naam of gedachte erop. Opgaan in vergetelheid. Ze wist hoe het werkte in school. Kinderen komen en gaan, de ene lichting na de andere en straks, nu, later, kennen die nieuwe lichtingen geen mensen meer van ooit, van lang geleden. Tijd slijt maar in de harten van velen is haar betekenis verankerd, bij collega’s, vrienden, vriendinnen én bij de kinderen. Wie eenmaal een zaadje plant…

Overpeinzingen

Baas boven baas

Ach ach. Achterstallig onderhoud wegwerken valt niet mee. Bovendien zijn het de volle maansdagen, waar ik vooral van wakker lig. Wat wel een prettige bijkomstigheid is, is dat ik dan het licht aan kan knippen en even een stukje lees, of gedachtenloos een puzzeltje oplos tot de ogen dicht vallen.

Minder uitgeslapen op pad, maar wel in alle vroegte. In de middag had ik een afspraak staan om met zuslief en zwager een hapje te gaan eten. Het begon er al mee, dat ik de sleutel van het atelier en de schuur in de auto had laten liggen en die stond op het kleine parkeerterrein. Dat betekende een kilometer heen en terug en weer heen, tel uit je winst. Halverwege kwam ik de buuf tegen, die met haar goede hart het project begeleidde van een groep vrouwen uit Overvecht die een tuin mochten runnen waar ze konden verbouwen. Ze hadden een nieuwe tuin aangewezen gekregen, nu met een huisje erop, om beschut te zijn tegen regen en felle zon. Gezellig gekletst en uitgelegd hoe een en ander in elkaar stak met hier zijn en in Hongarije.

De brandnetels op de eigen tuin hadden hun vrijheid uitgebaat en stonden nu taillehoog door te schieten. Voordat ik kon gaan maaien moesten de meesten verwijderd zijn. Handschoenen aan, verstand op nul en gaan. Wel goed de floxen van leverkruid en brandnetel onderscheiden anders zou er straks helemaal niets meer bloeien. De fruitbomen waren door het natte weer allemaal aangedaan evenals de roosjes, die nog wel dappere doorbloei-pogingen deden. Met een stoel onder handbereik, waar ik even op adem kon komen, lukte het om drie bedden van brandnetels te klaren. Ziezo, de maaier in kleine stukken erover en het zag er in ieder geval wat begaanbaarder uit. Wat een werk. Mijn armen stonden in brand van die rakkers en de huid omarmde de verkoeling van mijn zijden jasje. Het was warm en vandaag belooft het nog heter te worden. Dus óf er volgt een rustdag óf ik zet er nog een dag flink de kuierlatten in.

Om half drie vond ik het welletjes. Tijd om een boodschap te doen, bloemen te kopen en me op te frissen voor het bezoek aan zuslief. Een warm welkom en een glas water op het prachtige balkon met een veelheid aan zomerse bloeiers. We reden samen even naar het bos in Soesterberg en kletsten honderduit want er viel aan drie maanden bij te praten. Met alle plannen in het verschiet, de ouderdomskwaaltjes die her en der opduiken want we schelen een jaar, met de grote familie, er is altijd een overvloed aan verhalen. We haalden zwager op en reden naar het oude dorp. Bij opoes bistro hadden we gereserveerd. Eten in jaren zeventig-stijl op een heerlijk terras aan de brink met een prettige bediening, een vriendelijke jongen die nog niet geheel en al gladjes het lekkers bracht en afruimde.

Het gesprek kon de diepte in en dat is veel waard. Het ging over gemis en verwerking, aard en karakter, over delen van gevoel en dat dat een zelfde waardevolle mededeelzaamheid oplevert, over dat te privé vinden of niet en meer van die belangrijke items. Het is fijn om zo met hen te kunnen sparren en gehoord te worden.

Thuis kreeg ik Lief niet meer via de app te pakken. Onwillekeurig maak ik me dan toch een tikje ongerust. Hij bleek te zijn ingedommeld en dat herken ik wel bij het alleen de avond in moeten vullen. Ook hij had een brandneteldag gehad, want in het bos achter de Datsja tiert alles ook welig, alleen daar bij een hitte van 36 graden. Er is altijd baas boven baas.

Overpeinzingen

Ik hou mijn hart vast

En wat ligt daar een beetje weggekropen te verstoffen. Het heen-en-weer-schriftje van de groep. Samen met vriendinlief opgezet, zodat we van elkaar weten wat er allemaal speelt. Voornamelijk kind-info en hier en daar aanvullingen op de projecten en op de observaties. Namen van de kinderen roepen veel beelden op. Dat kleine meisje, dat heel lang geen woord gezegd heeft en alleen maar met grote ogen aan het kijken was, of die twee jongens die elkaar konden stimuleren tot en met, maar dan wel in alle facetten, ook in het eigenwilletje. Kleine verdrietjes bij het weggaan. En ineens zie k de oude zwaaikist weer voor me, die er toe diende het leed te verzachten. Dan gingen we samen op de zwaaikist zitten en konden dan de ouders een rondje school zien maken omdat alle bouwen op de gemeenschapsruimte uitkwamen en maar zwaaien. Ergens staat dat Momfer aan het ramedammen is en daar moet ik heimelijk om gniffelen. Momfer(naar de fabeltjeskrant vernoemd)is een mol, onze handpop. We behandelden de moskee en de katholieke kerk. Gelukkig hadden we wat moskeegangers tussen de kinderen zitten, die ons er alles over konden vertellen. We zijn er ook op bezoek geweest. Alles met in het achterhoofd de gouden regel van vroeger: ’Onbekend maakt onbemind’. Ze is nog altijd van kracht.

De ideeën voor de weeksluiting staan er ook in. Een optreden met ‘A la Presi’ en een lied van Michael Jackson, waarbij de kinderen compleet met hoed en handschoenen los konden gaan in een kleine choreografie.

Dochterlief heeft er ook nog ingeschreven toen ze een dag had ingevallen, op een wendag nota bene. Dan had ze ook te zorgen voor de achtstejaars, die op die momenten naar de onderbouw gingen, zodat de rest door kon schuiven. Doorgaans een perfecte leeftijd, die groep acht, want ze ontfermen zich met ziel en zaligheid over de ‘kleintjes’. Verderop wordt er geschreven over het project met worm en het wormenhotel en de zee met tante kwal en haar vrienden en zie ik het hoekje onder de trap van het speelhuis, waar we met blauwe crêpe-papieren slingers een zee hebben geënsceneerd en de vissen ertussen opgehangen. Ik meen te weten dat het een project van Tralala-Tralali was, de paradijsvogel, die op zoek ging naar vriendjes omdat ze zo verschrikkelijk alleen was. Wat was dat toch ook heerlijk om te doen. En wat hebben we allemaal hard gewerkt in die dagen.

Een interessante eigenschap van mezelf, ik merk dat ik steeds tussen de regels door schrijf, niet op de lijntjes dus, terwijl vriendinlief en dochter dat wel keurig doen. Een ongeleid projectiel die juf, dat is wel duidelijk, haha.

Gisteren heb ik een rustdag ingelast en ben alleen naar twee kringlopen gegaan, waar ik steeds meer klaar mee ben, omdat ik niets meer nodig heb. We hebben alles al en wat overtollig is gaat naar diezelfde kringloop. De stapel te lezen boeken aan het hoofdeinde van het bed zorgt ervoor dat ik zelfs de boeken links laat liggen. Bij een mooie beslagen kist heb ik nog even staan twijfelen, maar toch wijselijk besloten de schoonheid lekker te laten staan. Daar wordt vast een ander erg blij van.

Zoonlief heeft gisteren bij de Nedereindse plas een prachtige foto van een opstijgende lepelaar geschoten. Ik moet toch weer eens kijken of ik de fiets nog aan de praat krijg en dan weer eens de plas rond fietsen. Lang geleden dat ik daar ben geweest.

Nu eerst richting tuin, want de zon schijnt uitbundig en het wordt een mooie dag. Eens kijken wat ik aantref aan achterstallig onderhoud. Ik hou mijn hart vast.

Overpeinzingen

Ben benieuwd

Ziezo, aarde gekocht voor de nog te verpotten planten, dat is een leuke klus voor vandaag. Vanmorgen las ik over het vernieuwde filosofenpad in Leusden dat op het terrein van de internationale school voor de wijsbegeerte loopt. Het is anderhalve kilometer lang en ze voert langs een aantal filosofen, Aristoteles, Zhuang Zi en Arendt. Er worden op dergelijke punten prangende vragen gesteld, waar je vervolgens op kan doorborduren. Er is een mogelijkheid om de huisfilosofen te vragen om over de meer dan honderd-jarige geschiedenis te vertellen, waarin o.a. Clara Wichmann en Frederik van Eeden een rol speelden. Voorwaar iets waar ik naar toe zou gaan als Lief hier was, maar misschien is het ook een mooie mijmertocht in mijn eentje wat na de drukte van de afgelopen dagen geen gek idee is.

Gisteren gingen zoonlief, schone dochter en ik samen met kleindochter en de Benjamin uit eten. Het was geen lunch, geen diner, maar zat er precies tussen in. We besloten voldoende te eten voor én de middag én de avond. Het was gezellig en heel erg rustig door het ongewone tijdstip. Daardoor hadden we de leukste plek in het restaurant, namelijk in de serre aan de achterste ronde tafel met zicht op de groene tuin en het terras. Het regende, anders was het terras natuurlijk een optie geweest. Nu was het een aangename kalme sfeer met een ouderwetse lekkere maaltijd. We mochten brood in de jus soppen. Dat is iets wat nog maar sporadisch voorkomt en wat ik thuis nooit meer doe.

Fijn om met het jonge grut te spelen en te kletsen, kleindochter leerde me weer loomen, kennelijk de rage van dit moment. Ooit werd het bij mij in de groep om de haverklap gedaan en dat waren momenten van gezellig gekeuvel en vliegensvlugge vingertjes, muziekje erbij en gaan. Een perfecte oefening voor de fijne motoriek. In de jaren daarvoor was het vooral vingerhaken, waarbij er perioden waren dat er geen stoelpoot meer veilig was. Tussendoor was er tijd voor een uitwisseling over plannen voor vakanties, sparen en het reilen en zeilen in het algemeen. De bediening was heel prettig en persoonlijk, iets om te herhalen maar voor de vegetariër is de kaart vrij beperkt.

Kleindochter was net ziek geweest en miesmuisde zich door een halve hamburger heen, maar de benjamin had er zin in, dat was duidelijk te merken. Na het eten reden we naar huis, waar kleindochter en ik nog even konden tekenen samen. We maakten allebei een kleurplaat voor elkaar. Daarna werd er druk gekleurd met veel vragen over hoe je iets moest maken, over mislukken, wat in mijn ogen nooit kan want er valt altijd wat van te maken, over de betekenis van sommige begrippen, over steeds weer een nieuw blaadje willen of ook de andere kant gebruiken. Dat laatste was geen overbodige luxe met de productie die kleindochter te berde bracht. Zo’n keuveluur met thee erbij is een gemoedelijke afsluiting.

Rond zeven uur stapte ik op en thuis keek ik een droevig deel van de Koreaanse serie en daarna naar de wedstrijd. 0-0 met een afgekeurd doelpunt. Jammer, maar bevredigend voor het Frans-Nederlandse gezin van dochterlief. Of toch niet. Voor de hossende Oranjefans op de muziek van Snollebollekes kon het allemaal in ieder geval niet meer stuk, al blijken in de media de beste stuurlui altijd nog aan wal te staan.

Gisteren een uur lang met Lief gebabbeld via de video-chat. Fijn om elkaar te zien en te horen hoe het allemaal verloopt. De temperaturen lopen nog al uiteen. Daar is het momenteel 36 graden en hanteert Lief nog steeds een tropenrooster. Er zijn twee verrassingen voor mij in de maak, maar die zie ik pas weer als ik terug ben. Iets om naar uit te kijken. Ben benieuwd.

Overpeinzingen

Dat dan weer wel

Spoorslags, nou ja, wel met Truus natuurlijk, richting Amersfoort waar ik precies tegelijk met zoonlief aankwam, die inmiddels de oudste, de al wat grotere krullebol, uit school had gehaald. De voetbalplaatjes die ik in Nagypeterd bij alle boodschappen kreeg, werden in grote dankbaarheid aangenomen. Een kinderhand is gauw gevuld. Het waren er nog best veel.

Ik had nog overwogen om ze door te geven aan een volgende klant, maar ik was blij dat niet gedaan te hebben, want de plaatjes van voetballers waren internationaal. Het uitpakken was het leukst en leverde iedere keer een gejuich op. De volgende stap wordt natuurlijk dat ‘oma’ op zoek gaat naar een boek om ze in te plakken. Het leek me een toepasselijk cadeau want de kleine pork, vier jaar oud, had net zijn eerste training erop zitten. Zaterdag mag hij nog even ruiken aan een voetbalwedstrijd, maar daarna gaan ze toch een paar jaar wachten. Een onder-zeven elftal is voor een vierjarige net een brug te ver, een te groot verschil met al die lange lijven naast hem, die ook nog eens vinden dat hij dan een ‘sukkel’ is als hij een bal mist met zijn dribbelbenen. Niet bevorderlijk voor je eigenwaarde of zelfbeeld. Een wijs besluit.

De voetbal schoenen en de schattige ieniemienie scheenbeschermers komen op tafel en daarna wil hij in tenue laten zien wat hij kan, zonder de voetbalschoenen, die mogen binnen niet. Het zit in de genen van twee kanten, dus hij komt er wel. Nu kan hij zich uitleven op de voetbalplaatjes. Eerst even onderhandelen met kleine broer die net, als beloning voor de zindelijkheid, twee kleine speelgoedmotoren heeft gekregen, waarbij een gouden zit. Gewiekst vraagt hij of hij die laatste mag, als broerlief dan de voetbalplaatjes krijgt in de wetenschap dat de belangstelling voor de plaatjes niet verder zal gaan dan ‘eventjes’.

Kleindochter komt ook uit haar middagslaapje en kijkt me verwonderd aan in de veilige armen van papa. Wie is die mevrouw. Ze heeft me nauwelijks gezien in haar bijna eerste levensjaar. Vol trots laat ze, na het ijs gebroken is, zien hoeveel stappen er al achter elkaar gezet kunnen worden. Ik stel zoonlief voor dat ik voor hen ga koken. Gehaktballetjes in tomatensaus en spaghetti, spaghetti con polpette dus. Wel aangepast aan de kinderen, zonder zout maar mét Italiaanse kruiden erin en in de saus de uien en de verse basilicum.

Daarvoor moeten we een boodschap halen en dat werd een ‘terug in de tijd’ op hoog niveau. Met drie kleintjes, waarbij de jongens hun oren bij tijd en wijle op standje Oost-Indisch hebben, door de winkel is bijna een brug te ver. Achteraf was ik blij niet alleen met die schatjes op stap te zijn gegaan, zoals ik aanvankelijk van plan was. Af en toe volgt er een opvoedend gesprek van zoons kant, terwijl ik kalm de ingrediënten bij elkaar zoek en ze zo eerlijk mogelijk verdeel over de twee kleine karretjes. De jongste heeft binnen een seconde zijn vingertjes in het pakje bessen weten te wurmen en pulkt er slim telkens een uit. Het boeffie.

De krullebol wil geen gehaktbal maar een hamburger. Dat is een fluitje van een cent. Uitjes bakken, zelfgedraaide balletjes erin, frito erbij, de Italiaanse kruiden erdoor, basilicum toevoegen, twee balletjes plat maken en apart bakken, spaghetti er los bij en eventueel de saus, die op een vraag van zoonlief ze niet wilden. Inmiddels was mijn schone dochter thuisgekomen van het werk en zei terecht: ‘Geen keuze geven’.

Wie er het meest zat te smikkelen? De allerkleinste, met ‘haar tien geboden’, zou mijn moeder zeggen en een verheerlijkte blik in de ogen. Tegen half zeven nam ik de kuierlatten, nog nagenietend van een enerverend middagje. Dat dan weer wel.

Overpeinzingen

Hoe vaag is de grens tussen zin en waan

Dinsdag ben ik, na de gekochte planten in en om het balkon te hebben geplant en de geraniums in de hangbakjes van de galerij te hebben gedaan, richting Utrecht getogen om onfortuinlijke kleinzoon en de rest van de familie te begroeten. Dochterlief kwam opendoen en die kon ik als eerste om de hals vallen. Fijn om even te kunnen knuffen. De oudste kwam met twee krukken naar boven gestrompeld en viel neer op de bank naast de Franse grandpère. De schoonouders waren in huis om hen als werkende ouders te ontlasten nu kleinzoon thuis moest blijven en hoog moest zitten en oefeningen moest doen met de knie. Opa kon hem dan ook naar de fysiotherapie brengen. Aan het eind van de week gaan ze weer terug, maar ze zullen hier vast wel met elkaar naar Frankrijk-Nederland kijken, lijkt me zo. Een uitgelezen kans.

Ze zijn beiden wat ouder dan ik en reizen per trein. De jongste van de drie jongens vloog onstuimig in mijn armen. Tijdens al het gebabbel met dochterlief, drie maanden in te halen, gingen de kwinkslagen met de kleine over en weer. De oudste viel midden in het geruis in slaap tijdens het Frans/Nederlandse koeterwaals, met dochter als vertaalexpert. Dribbel, die allang dribbel-af is, wilde een spelletje spelen waarbij konijnen plotsklaps in holletjes konden verdwijnen. Toen zijn konijn plotseling verdween en hij weer met een nieuw konijn moest beginnen, vond hij het niet leuk meer. Een puntje om aan te werken maar, zo vertelde hij trots, hij kon al wel een beetje lezen. Zijn onstuimige andere broer was naar de nieuwe school geweest, waar de hele middag leuke opdrachten gedaan moesten worden met de groep. Opgetogen vertelde hij al minstens vier vrienden en vriendinnen te hebben gemaakt. Niemand anders van de basisschool had deze school gekozen. Zijn portfolio was dik in orde met zijn olieverf-schilderij, de ets en een ontwerp voor een robot, maar op grond van loting was zijn komst uiteindelijk bezegeld.

Gisteren was het de beurt aan de andere dochterlief. Heerlijk theeën en kletsen terwijl er twee poolse werknemers over de trap heen banjerden om de inloopkast naast de badkamer nieuwe dubbele ramen te geven, opdat het niet meer zo vochtig zou zijn. Alle onderwerpen kwamen langs. Ik kreeg mijn geleende boeken terug met een dringende vraag om nieuwe en ik mocht twee kinderboeken van hen lenen. Daar zijn we beiden gek op.

Ze haalde de kinderen uit school. Tante Pollewop had een vriendin meegenomen. Ze gingen vrijwel direct aan de knutsel en de filosoof wilde de kamer, die hij van een doos had gemaakt, verder aanpakken. Een dekentje voor op het bed en een hoofdkussen. Ze kregen alledrie een ontbijt-cupcake, die wij al bij de lunch hadden genuttigd. Heerlijk trouwens.

Tegen een uur of drie ging ik huiswaarts. In de vroege ochtend had ik het hoofd al in de henna gezet, dus is alles prachtig bijgekleurd. Tikkeltje te rood naar mijn zin maar ik had de poeder auburn, bruin en zwart niet goed genoeg gemengd. Alles beter dan de uitgroei en eigenlijk een fluitje van een cent, waarmee ik iedere keer gemiddeld zo’n honderd euro uitspaar. Tel uit je winst.

Lief stuurde een foto van de nieuwste aanwinst in de Hoff, die spontaan aan is komen waaien. De Datura, de doornappel, bloeit. Ze behoort tot de nachtschadefamilie. Bedrieglijke schoonheid met haar witte kelken maar giftig tot in elke nerf. Als er verder niets mee gebeurt en ze een veilige plek heeft, is het wel een plant die bewonderd mag worden.

In de avond kijk ik naar een aandoenlijke Koreaanse serie die ‘Sunshine’ heet, en die over een psychiatrisch ziekenhuis gaat met een piepjonge onervaren verpleegkundige. Met vallen en opstaan begrijpt ze haar patiënten steeds beter. Haar sterke kant is de empathie en het luisterend oor, maar ook daar leert ze nog meer stappen in te zetten. Er speelt een ontluikende liefde doorheen. Mooie rollen zijn weggelegd voor de patiënten en evenzeer voor het andere personeel. Hiërarchie speelt eveneens een belangrijke rol en de positie van werkende moeders en diens obstakels die zich voor doen. De zangerige taal is een extra toegift. Een boodschap valt er zeker uit te filteren. Hoe vaag is de grens tussen zin en waan.

Overpeinzingen

Ze volgen een eigen pad

In een oude Groene lees ik in een overpeinzing van Rebekka de Wit een mooie zin waar ik op door kon mijmeren. Ze haalt de bomen aan die ze hier tegenkomt. Gedomesticeerde exemplaren, keurig en net, bijgesnoeid tot in het oneindige, de maakbare vorm van de boom en daarnaast beschrijft ze wilde bomen, ‘die in Nederland wel bestaan. In de bermen vaak of hangend over sloten. Je herkent ze niet als bomen, eerder als een veelheid van takken, ongericht.’ En dan volgt de zin: ‘Alsof het licht heel hun leven steeds van alle kanten is gekomen en ze zich niet hebben ingehouden.’

Die zin hield me bezig. Je laten gaan, je mee laten voeren op de stroom, pure vrijheid dus. Niet gehinderd door normen en regels. Er zijn mensen die dat willen én er zijn mensen die dat kunnen. De zogenaamde paradijsvogels, die wars zijn van wat mens en maatschappij van ze verwacht. Die hun eigen weg volgen, daar waar hun voorkeuren toe leiden. Het is knap als je dat kan. Boven de massa staan.

Ik vergelijk de bomen in de Hoff met elkaar. Daar wordt ook gesnoeid door Lief, maar die snoeit enkel als het strikt noodzakelijk is of als hij merkt dat bomen naar elkaar groeien en elkaar dan dreigen te overgroeien. Op de een of andere manier lijkt het een natuurlijk proces te zijn, maar echt wel met invloed van hogerhand. Niet de Datsja wordt afgebroken, maar de tak wordt gesnoeid die over het dak dreigt te gaan hangen. Weliswaar altijd met moed, beleid en trouw en met een grote passie voor al wat leeft, maar het gebeurt.

Rebekka maakt de vergelijking tussen een kind wat huilt en waarmee je op de arm rondloopt, die stopt met huilen als je voor het raam gaat staan en naar buiten kijkt. Het kind wordt op slag stil. Door het raam is er een ‘zoekboek’ zoals Charlotte Dematons ze maakt. Het klopt wel. Ik heb vaak met een huilend of pruilend kind door een venster staan kijken op een zelfde manier als waarmee je zoekboekenplaten bekijkt: Ongericht en geconcentreerd.

Ze haalt via Michael Puett de Chinese filosofen aan, die niet geloofden dat er een kern is van binnen die we moeten gaan zoeken. We zijn een ‘big bunch of messy stuff’ en komen met anderen met net zo’n inhoud in aanraking wat er voor zorgt dat emoties sporen gaan trekken in die brei, wat dan boosheid wordt of jaloersheid. Westerlingen verheffen die sporen tot karakter, maar Rebekka zoekt naar die sporen omdat ze wil weten wie men werkelijk is en om een antwoord te kunnen geven als zij niet meer weten wie ze zijn.

Rebekka is theatermaker en schrijver. Ik moest het even opzoeken, want ik dacht, waarom wil je dat antwoord kunnen geven. Nu snap ik dat. Als je betekenisvol voor anderen wil zijn, moet datgene wat je maakt wel degelijk betekenis hebben.

Zouden Chinese filosofen dan ook gedacht hebben dat de Chinezen zelf geen ‘big bunch of messy stuff’ zijn? Is iets dergelijks te doorgronden voor een buitenstaander of ga je af op de uiterlijkheden die je waarneemt. Voer voor een goed gesprek met mijn Lief die mijlen ver weg is en die alles bedachtzaam benadert. Ik stop het in mijn koker van te bespreken onderwerpen.

Voorlopig wappert de vlag van de vrijheid hier bij het zesde huis op rij in de straat. Dochter of zoon is geslaagd, want er bungelt een rugzak aan het uiterste puntje. Zij hebben de banden van het keurslijf ‘school’ doorgesneden en kunnen nu vrij ademhalen. Voor zo lang het duurt. Want er volgt altijd weer een andere beknotting op of je moet tot de Paradijsvogels behoren, los van alles en iedereen omdat ‘het licht steeds van alle kanten is gekomen en ze zich niet hebben ingehouden’. Ze volgen een eigen pad.

Overpeinzingen

Daar frist de boel van op

Gisteren een oude draad weer opgepakt. Vroeg in de ochtend al wakker. Twee koppen koffie gehaald. Veel te snel de trap opgelopen en buiten adem op de rand van het bed gaan zitten. Daarna het huiskantoor ingericht. Dat wil zeggen, hoog in de kussens, uitzicht over de daken en op de straat, laptop voor me, telefoon onder handbereik en de binnengekomen lectuur. Twee Zin-magazines en een Atelier, een stapeltje oude kranten vooral voor de op te lossen puzzels en het blaadje met de koffie op de plaats van Lief. Schrale troost.

Afspraken staan er nauwelijks. Dochterlief heeft afgebeld. Ze was de fysio van zoonlief vergeten en die moet gebracht worden. Morgen is er weer een dag. Dat betekent dat ik ‘s middags naar het tuincentrum kan. Dus eerst aan de slag op het balkon. Het slimme Robertskruid heeft zich overal tussen gewurmd en verstikt op die manier de groei van de planten die er eerst stonden. Dat wordt met name elimineren en alleen daar waar ze nog prachtig kleurt, zoals bij de mooi tere clematis en lavendel mag ze even blijven. De prunus van de buurvrouw top ik, anders ontneemt ze al het licht hierboven. Voor de vogels weer een handige plek om neer te strijken op de kale takken.

Dat is waar ook. De bezem ontbreekt. De halve bezem die er nog stond is in de vorige opruimwoede naar de vaalt gebracht. Het tuincentrum heeft vast een mooie nieuwe voor me.

In de middag tuf ik naar het tuincentrum. Eigenlijk zoek ik lobelia, zodat het aanzicht ervan aan de Hoff en Lief blijft denken. Verder is er ruimte voor salvia, lavendel, campanula en voor de voorkant in de bakken drie maal twee kleuren pelargonium, roze en wit. Daarna de boodschappen in de vertrouwde buurtsuper. Wat een overvloed is hier toch te verkrijgen vergeleken met de supers in Szigetvar. Alles wat ik daar zo mis ligt hier in veelvoud opgesteld. De prijzen zijn ook in veelvoud zie ik aan mijn bon. Het is maar goed dat zoonlief een tas vol plastic flessen had, dat statiegeld verzacht de rekening een beetje.

Potje koken, zoonlief en schone dochter maken hun eigen potje en rond zevenen komt de op een na jongste benjamin met zijn vader langs om een knuffie te geven aan jarige oom en broer en natuurlijk ook aan ons. Hij kijkt zeer verbaasd want heeft me eigenlijk het meest bewust via het scherm meegemaakt. Al gauw is het ijs gebroken en schaterlachten we om de spelletjes. ‘Er komt een muisje aangelopen’ is nog altijd een topper van de bovenste plank. Dan ontdekt die de auto’s, alleen loopt hij er niet naar toe, maar aan oma’s hand durft hij alles. Extra cadeautje.

Vandaag zijn de gordijnen van de slaapkamer aan de beurt en ga ik bij de net geopereerde oudste kleinzoon op bezoek. Dat had ik beloofd. De pijn op de schaal van 0 tot 10 is drie, geeft hij aan. Dan heb je nog aardig wat te verbijten, maar het is een dappere doorzetter, ondanks dat hij weet wat er allemaal nog komen moet, qua fysiotherapie en alles. In de avond ook nog een belletje van zoonlief uit Amersfoort en een afspraakje gemaakt voor donderdagmiddag.

Zo vult de agenda zich zoetjes aan. De tandarts is nog met vakantie en komt de 24e pas terug. Nu eerst een afspraak maken voor een onderhoudsbeurt aan Truus, die er al weer aardig wat nieuwe kilometers op heeft zitten.

Regen gooit roet in mijn plannen. Nog even wachten met de planten, die wel al buiten aan het acclimatiseren zijn en een malse bui over zich krijgen uitgestort. Daar frist de boel van op.

Overpeinzingen

Het verleden haalt het heden in

Haha. ‘Wat ga je doen nu je met pensioen bent’, vraagt Word Press, ‘Niets, vooral afwachten wat op je pad komt en als het te lang duurt iets zelf ondernemen’. Dat werkt, kan ik uit ervaring vertellen.

De weg van Regensburg naar Nederland ging ook weer voorspoedig. Wat waren die beren ook al weer. O ja, het inchecken, die ene gluurder naar een vrouw alleen, en het hotel an sich. Achteraf waren er geen obstakels die van belang waren, laat staan deze issues. Zo zie je maar weer. Gedachten zijn altijd groter. Vanmorgen om vijf uur gedouched, de zeep bleek een chocolaatje en de shampoo een paar wattenstaafjes en een oogwatje. Ze lagen boven op de handdoeken en omdat het een duurzaam hotel was dacht ik dat ze ook duurzame zeep en shampoo hadden neergelegd. De douchegel in de handzame zeepbus was er gelukkig ook.

Zes uur precies was de aftrap. Benzinestation al snel gevonden en met een volle tank de ochtendzon in. De 3 is een lange weg die ideaal is als je snel van A naar B wil of in mijn geval van Z naar N. Om ongeveer half twee was ik, eigenlijk vlak bij huis, nog een late brunch gaan halen omdat er onderweg van Arnhem naar Nederland langs de weg maar weinig te vinden was. Misschien gaf ik mezelf ook de tijd niet om te zoeken. Ik rook de stal. Zoonlief kwam het rolkoffertje en de tassen halen.

Het welkomstcomité, schone dochter en zoonlief, bleven nog even gezelschap houden en kregen de eerste verhalen over hen uitgestort. Een stapeltje post lag op me te wachten. Ik wilde gisteren al verder schrijven, maar Oranje begon en niets was verleidelijker dan met een bakje chips en een goed glas Balaton sauvignon naar een potje voetbal te kijken. Bij de nabesprekingen zakte ik weg in een diepe slaap en haalde in een klap alle verloren droomuren in. Om kwart over een schrok ik wakker en stommelde naar boven, naar dat bed, dat zo veel groter leek zonder mijn vertrouwde warme lief.

Vanmorgen gingen de luikjes al om half zes open en keek ik in het badende licht van de dag. Het wolkendek als een dikke grijzige deken boven de daken en het groen. Er scheerden gierzwaluwen voor de ramen. ‘Ze zijn weer terug in de dakgoot’ had zoonlief geschreven en jawel hoor, als vanouds. Zo heerlijk om de nijvere beestjes te zien. Het balkon moet wat geciviliseerd worden maar er staan wat planten uitbundig te bloeien. Daar ga ik vandaag eerst maar eens aan beginnen. Dankzij de vele regen heeft alles een groeispurt gemaakt. Het viel me bij het binnenrijden van de stad al op hoe groen het hier is, en hoe welig het tiert.

Vandaag is zoonlief jarig. Ik vond voor hem een prachtige T-shirt met een grafisch ontwerp van een origami vogel. Hij mocht zelf kleur, maat en ronde nek of V-hals kiezen, want op de bonnefooi iets aanschaffen doe ik bij geen van de schatjes meer als het om zo’n persoonlijk cadeau gaat. Facebook stuurt me een aandoenlijke kleine zoon die met behulp van mij de taart aansnijdt, ik denk op zijn zesde verjaardag. Nu geen beschuit, bloemetje en thee op bed voor hem. Dat is hij letterlijk ontgroeid. Hij kwam fluks naar beneden om koffie te halen toen hij mij hoorde scharrelen. De eerste knuffel heeft hij wel ontvangen, dat ontgroeien ze gelukkig nooit.

Vertrouwd beeld. De kinderen gaan naar school. Ze komen met tassen en honden, vaders, moeders, fietsen, zusjes en broers aangelopen. Het is 8.19 uur. Het zijn er in deze buurt heel wat.

Zoonlief heeft de badkamer schoongepoetst met baking soda en natuurazijn. Dat aloude middel doet het nog steeds fantastisch. Hij heeft er de voegen mee aangepakt en ineens weet ik weer, dat het een perfect middel is om ook de toiletten schoon te houden. Iets om te onthouden voor de Hoff, waar het water heel erg kalkrijk is. Ik was het vergeten. Zo zie je maar weer. Het verleden haalt het heden in.

Overpeinzingen

Morgen is er weer een

Vanmorgen om zes uur precies vertrok ik, na een uitgebreid afscheid van de liefste, richting Pécs. De zon scheen, de merel gaf een afscheidsconcert en alle buren waren nog in diepe rust. De reis ging voorspoedig, vlak voor de Hongaarse grens een tankstation en in Oostenrijk een korte pitstop om bij te tanken en uit te blazen. Daar stond kunst tot en met `Klimmt op het toilet. Het weer bleef me gunstig gezindt. Dat zorgde ervoor dat ik om drie uur precies aan kon meren bij het hotel vlak onder Regensburg.

Een moeilijke check-inn want geheel electronisch, alleen een telefonische Host, maar zoonlief stond me bij via de telefoon en gaf wat getallen door. De man voor me had er duidelijk meer moeite mee en had langer de tijd nodig naast vele zuchten, handen ten hemel en gedraai met zijn ogen. Een kat in het nauw neemt rare sprongen.

Een goede kamer, uitzicht op zo’n echt Bayerisch wald, een tv met Netflix, een broodje kaas, die ik in de ochtend zelf had afgebakken en een wijntje. Lief gebeld, kinderen geappt en een Koreaans filmpje in het Engels opgezet. Nu languit op bed, versnapering naast me en uitgeteld. Mijn dag kan niet meer stuk en morgen is er weer een.

Overpeinzingen

Als een warme deken

Ziezo, hotel is betaald, de laatste was gedraaid, de koffer gepakt op wat klein spul na en het vignet voor Oostenrijk online besteld en toegestuurd. Voor Hongarije heb ik een jaarvignet. De stortregens van gisteren hebben plaats gemaakt voor een heerlijk zonnetje die er de hele dag beloofd te zijn en nu is het genieten van het korenbloemenblauw, dat zich weelderig laat bewonderen. De knoppen van de gedroogde klaprozen mogen in een pot. Vanmorgen vroeg zag ik de eerste bloem in de pompoen. Dankzij de regen waren de miezerige courgettes helemaal bijgetrokken en hadden ook een flinke groeispurt laten zien. Een bloemensteel van de aangevreten stokrozen heeft het overleeft. Er zitten witte bloemen in tot onze verbazing. Ik kan me niet eens herinneren of dat vorig jaar ook zo was. Je zou denken van wel.

Als er iemand achter blijft dan hoef je niet het hele huis te poetsen, dus het wordt een relaxte laatste dag. Straks gaan we tanken en benzine halen voor de grote maaier. Er moeten nog wat spullen uit het atelier komen. De etspers laat ik hier staan, dan koop ik er een in Nederland bij. Maar het geschepte papier mag mee evenals de etspen en het overgebleven tetrakarton. Lief inspecteert de bomen in de hof. De walnoot overstijgt de rode prunus, die moet een behoorlijk eind teruggesnoeid. Al een week is hij zo bezig kleine klussen in zijn hoofd te verzamelen voor de komende weken en voor mij maakt hij nog op het nippertje de paden naar de Datsja extra vrij van onkruid, dat qua groei dankzij de regen ineens ook pompoensnelheid heeft gekregen.

Gisteren op televisie zag ik een stukje Oerol. Cornal Maas presenteert het deze hele week En heeft elke dag andere gasten waarmee hij de voorstellingen bespreekt. Gisteren waren dat Monique van der Ven en Edwin de Vries die drie voorstellingen hadden gezien. We hoorden een prachtig meerstemmig a capella groep van de voorstelling De Dansers met de titel ‘Een dansconcert op de rand van de toekomst’. Daarna was Bart Eysink-Smeets in zijn keukentje bezig een gebakken ei en een kop koffie te maken voor zijn bezoek, Carolien Borgers. Het kunstwerk staat midden op het wad en heeft de toepasselijke naam: ‘Wat ben ik aan het negeren wat mij tot aan de lippen staat’. Ongeacht eb of vloed blijft hij onverdroten doorgaan tot ze bij stijgend water na de maaltijd met een fles wijn bovenop de kastjes moeten zitten. Iets om lang en goed over na te denken. Dat is kunst met een grote -K-. Kabbelende Keukens, Kranige houding en een krachtig statement.

Het was weer even genieten. Van het eerste toneel ‘Leef’, zagen we alleen wat flarden maar Monique en Edwin waren er zeer van onder de indruk. Cultuur in haar grootste bron, de natuur. Niets werkt zo aanvullend. Het ontroert, juist omdat de hele entourage er om vraagt om stil te zijn en te kijken, om elk onderdeel in je op te nemen en te ervaren dat de schoonheid van beiden elkaar omarmt als een warme deken.

Overpeinzingen

Wat is ouderdom dan rijk

In een van de laatjes van het kastje waar de nieuwe router op staat, vond ik zomaar een oude vierkleuren balpen. Zo’n echte zilveren, waarvan je de juiste kleur naar beneden kon schuiven. Blauw, zwart, rood of groen. Een regelrecht magisch wonder was het destijds toen we het voor het eerst in handen kregen. De verbazing over het vernuft, hoe verzinnen ze het, staat me nog helder voor de geest. Van dit oude exemplaar doet alleen de groene het nog, dun en beverig, maar het mechaniek werkt perfect. Bestaan ze nu nog of zijn ze langzaam maar zeker in de vergetelheid geraakt. Iets om over te mijmeren. Wat er allemaal niet stilletjes verdwenen is. Het blijkt trouwens een Hongaar, László Biró, te zijn die in 1931 het eerste exemplaar van een balpen op een internationale tentoonstelling in Boedapest presenteerde. Weliswaar vlekkend en wel, maar toch. Wanneer de vierkleuren balpen er gekomen is, weet ik niet precies. Ik herinner me alleen de verbazing.

Stef Bos schrijft in een oude Zin-magazine dat sommige woorden de glans hebben verloren door het veelvuldige gebruik ervan. Spiritualiteit is er een, daar werd hij een beetje zenuwachtig van, terwijl hij toch ervan overtuigd is ‘dat wij zonder het idee van een grotere dimensie ons menszijn in de kern voorbij lopen’. Verbinding is een ander woord waarmee we tegenwoordig om de oren worden geslagen. Het is volgens Bos ‘gekaapt door marketingstrategen en copywriters die ons iets willen verkopen’.

Lief voelt zich geestelijk verbonden met de omgeving hier en is zich bij elke stap bewust van die hogere dimensie. Hij dicht plant en dier dan ook de waarde toe die ervoor zorgt dat er bewust en met respect wordt omgegaan met alles wat hier leeft. Soms is er maar een klein voorval nodig om dat bewustzijn te prikkelen. Gisteren na het eten lag er nog een broodkruimel op de tafel. De irritante vlieg die me al de hele tijd tijdens het schrijven aan het plagen was, werd ineens een zorgzaam wezentje dat met zijn twee voorpootjes probeerde de broodkruimel soldaat te maken of in ieder geval te verschuiven. Dan bezie je zo’n beestje toch weer anders.

Op de veranda van de Datsja wonen hele grote mieren, type bosmier maar dan zwart. Ze hebben een route lopen over de uiterste richel, doen geen vlieg kwaad en sjouwen de hele dag die weg af, op en neer en op en neer. Het is fascinerend om te zien hoe handig ze elkaar weten te ontwijken op dat richeltje. Ook die diertjes krijgen zo een andere betekenis. Het zijn geen vervelende mieren, maar levende wezentjes met een doel.

Juist omdat je hier omringd ben met de natuur in al haar facetten zijn verbondenheid en spiritualiteit geen modewoorden meer maar mooie begrippen die aangeven waar het in het leven om draait, waardoor je gaat beseffen hoe nietig het onderdeel mens is in dat geheel. Stef Bos had het woord verbinding wel uit de klauwen van de berekening willen redden als hij jonger was geweest, zo schreef hij. Maar misschien is dat wel een van de belangrijke onderdelen van het ouder worden. Het steeds meer mogen beseffen wat het leven in het bijzonder en de mensheid in het algemeen betekent in de samenleving. Een optelsom van opgedane ervaring en levenslessen door de jaren heen. We hebben de rust ervoor en de tijd, alle tijd van de wereld. Wat is ouderdom dan rijk.

Overpeinzingen

Dat is ook heel wat waard

De leesclub heeft het nieuwe boek van Murat Isik uitverkoren. ‘In de Mist van Golden Gate Park’ is de titel. Het komt goed uit want met moederdag kreeg ik het boek samen met die prachtige foto’s van de kinderen opgestuurd. Dat scheelt weer.

Lief begint steeds meer ervan overtuigd te raken dat het een goede keuze is om een paar weken alleen te zijn. Er is zoveel te doen in de hof. Hij heeft de schuur geordend en was van allerlei gereedschap tegengekomen die zijn radertjes aardig in beweging hadden gezet. Er is zelfs een zaagbank. Ooit wilde hij aan de slag met oud hout om te zien of hij er een sculptuur uit kon halen. Daar is nu alle rust en gelegenheid voor en wat niet geheel onbelangrijk is, vooral de lust om dat soort bezigheden op te pakken groeit met verve.

Stoofpotjes

Ondertussen maak ik een kookboek voor hem met makkelijke vegetarische stoofpotten en de basisbereiding van rijst, pasta, en couscous en aardappelen met rozemarijn uit de oven. Hij heeft zich vast voor genomen om vers aan het werk te gaan en steeds voor twee dagen te koken.

Deze week duurt langer dan ik had gedacht. Intussen hebben bijna alle kinderen al een telefoontje gepleegd, heeft kleinzoon via de mobiel dikke zoenen lopen uitdelen en is iedereen blij dat ik zaterdag afreis naar Duitsland. Ik realiseerde me dat zoonlief maandag jarig is en dan ben ik precies op tijd. Dat is een leuke bijkomstigheid. Hij zal het niet vieren maar dan ben ik het hoogstpersoonlijke feestelijke presentje.

Als je uitkijkt naar een heuglijk feit duurt het wachten langer. Aan de andere kant gaat het wat het samenzijn betreft weer veel te snel. ‘Het is ook nooit goed of het deugd niet’, mompelt het verleden.

In een van de shortreads van Filosofiemagazine las ik dat de Hongaarse schrijver György Konrád mensen die te laat waren op een afspraak bedankte voor het wachten wat dat veroorzaakt had. Het bracht hem juist de nodige nieuwe gedachten. In de shortread worden de tussentijden geroemd bij het schrijven die je eigenlijk niet zou moeten invullen met van alles en nog wat. Bij mij blijft het eerder leeg daarboven en dan mag ik graag gebruik maken van wat ik hier geleerd heb, namelijk niets doen door alleen in de waarneming te blijven hangen. Of er tuimelt van alles door elkaar heen en dan krijg ik de neiging om de tijd te versnellen door iets te gaan doen, opruimen bijvoorbeeld of iets nieuws creëren.

Sommige ‘tussentijden’ ken ik wel, zoals die van het ongeschrevene, de witregels tussen de zinnen, of de onverwachte gedachte, die op komt poppen dwars door iets anders heen. In die zin is een droom ook een tussentijd, want daar gebeurt wat ik allang had willen doen en het geeft daardoor extra druk om het daadwerkelijk uit te voeren of ze laat me een totaal nieuw onderwerp denken. Inspiratie genoeg na het dromen op zich.

Gedwongen wachten wordt soms lastig omdat er bijvoorbeeld een maaltijd staat te verpieteren. Is het dan handiger om geen tijd te noemen? Misschien zit ik dan een hele middag te wachten. Of is het noemen van een tijd juist goed om het geforceerde stilvallen en zo nieuwe ruimte voor gedachten te scheppen. Degenen die me tegenwoordig het langs laten wachten zijn de pakjesbezorgers, die als regel een ruime marge hebben ingebouwd. Omdat ik de bel boven niet hoor, zorgen zij ervoor dat beneden het huis een extra stofbeurt krijgt of de keuken flink in het sop wordt gezet. Gedachten op nul en gaan. Dat brengt geen verheven zienswijze te berde maar wel een schone kamer of keuken en dat is ook heel wat waard.

Overpeinzingen

Meer te zien dan je denkt

We zitten samen onder het afdak op het terras met name om de onberekenbare buien die inmiddels wel aan het wegebben zijn. Vanmorgen lag er een verrassing in de brievenbus voor ons samen. Een mooie grote enveloppe met de plakstrips van Magyaer posta Budapést erop. Een prachtige adressticker achterop geplakt met een klein vosje. Vriendinlief las over mijn vorige post uit Texel en bedacht zich ineens dat dat natuurlijk altijd kon. Ze is al elke dag blij met de blog, maar er was ook nog zoiets als die ouwe gouwe correspondentie. Warm en handgeschreven komt elk woord dubbel tot leven. Er rolden twee prachtige boekenleggers uit en een zelfbedrukte linoleumsnede van eigen creatie als briefpapier met daarbij de opdracht: ‘Wie leest, die leeft’. En zo is het maar net. De aanhef van de brief begint met ‘Dag lieve Hongaars-Nederlandse boekenwurmen, hoftuinder & kunstenares’ Zo lief. Heel verrassend begin van de dag. De brievenbus zat trouwens vol want de Groene was ook gearriveerd.

De boekenleggers zijn prachtig en Lief kiest Kees van Dongen, ‘Dame in een zwarte hoed’, het deed hem aan mijn doeken denken, zei hij. Haha. Dat vond ik wel heel erg flatteus van hem, maar stiekem streelt het toch. Af en toe je ego opgepoetst krijgen, is natuurlijk nooit verkeerd. Voor mij bleef Jan Wiegers over en dat was ook al een schot in de roos. Ken uw pappenheimers en vriendinlief kent me bijna van haver tot gort.

De dag kon helemaal niet meer stuk toen we binnen een half uur de Veldwesp en haar solitaire raat(nest) hadden ontdek in een oude urn, daarna de Cetonia aurata(de gouden tor) zagen en heel duidelijk de felgele wielewaal konden zien vliegen van de es naar de berk. Ajeto. Meestal hoor je hem wel met zijn eigenzinnige geluid, maar zien doe je hem zelden. Gisteren kreeg ik op de datsja al bezoek van een kleine harige gifgele rups, dankbaar object voor het tekendagboek even als de linoleumsnede van vriendinlief.

Er stromen uitnodigingen binnen voor leuke feesten in de loop van het jaar, waar we vermoedelijk helaas niet bij zullen zijn. Dat zijn de keuzes, die we maken, moeten kiezen is altijd moeilijk. Het is ook afhankelijk van het weer. In de winter is rijden misschien wel een brug te ver. We zullen zien.

Marja Pruis haar nieuwe column begint opgewekt. ‘Het wordt weer tijd voor mooie dingen’ had ze in haar eigen agenda geschreven. Daarbij kwam een lijstje met Een mooi parfum, een film, een glas wijn, een restaurant, muziek, de poes die een poot op je schoot legt en om een aai vraagt, een fietstocht naar een verre vriend. Ze deelt wat van haar eigen mooie pas beleefde momenten. Eigenlijk is het iedere dag tijd voor mooie dingen en het wonderlijke is, dat die er ook bijna altijd zijn, maar zich vermommen als routine, of gewoontjes, of huis-tuin-en-keuken-momenten en die allemaal schitteren in hun eigen grootheid. De tor van net was kunstig en prachtig van kleur. De raat van de veldwesp was ook al zo’n schoonheid van heel doorzichtig weefsel. De hagedis die zich hier vaker laat zien heeft met haar groen/turquoise hoofdje allang de show gestolen. De grappige sokkippen van de buurman toveren iedere dag een nieuw vers à la Annie in mijn hoofd, de merel heft om mij een plezier te doen een half uur lang de mooiste trillers aan samen met haar kroost. Binnen de kortste keren klinkt er een concert, het concertgebouw waardig. Zo gaat het de hele dag. Overal waar je kijkt, gebeurt iets. Mijn ogen staan tegenwoordig op steeltjes en dat heeft alles te maken met de tijd die er is, om dat te doen. Had ik er bij stil gestaan dan had ik vaker tijd vrij gemaakt om te zitten en te kijken, want op de keper beschouwd is er altijd meer te zien dan je denkt.

Overpeinzingen

Redden wat er te redden valt

De dag begon met een staaltje grilligheid. Grijze lucht, waar bij tijd en wijle geheel onverwacht dikke druppels uitvielen, een plaatselijke stortbui, fel en intens, om even plotseling weer op te houden. Merel, lijster, mussen en hun jongen en zelfs de wielewaal en de appelvink laten zich horen en zien. Vooral de lijster orakelt wat af in de grote es achter de stalletjes. Voor het groen is. het heerlijk, al dat vocht wat naar beneden komt en aanzienlijk beter gedoseerd dan in Nederland. De klaprozen zijn aan hun eindje en gisteren heb ik er een aantal met wortel en al uitgetrokken om ze te drogen. ‘Lief heeft alles’ is hier een gevleugelde uitspraak en warempel. Een lange stok, sisal en bindtouw is gauw gevonden. De stok maak ik met de sisal vast aan de balken en daar hang ik de meeste klaprozen aan hun worteltronken omheen, de losse gebonden met het binddraad. Nu kunnen ze drogen en daarna kan ik het zaad verzamelen. Oneindig blij ben ik met het hele balkenstelsel van het terras. Daar kan je alles aan ophangen. De korenbloemen grijpen hun kans nu er meer ruimte is en tieren welig. De grote kamille moet gestut, die missen het steuntje.

Het valt me op dat de schoonheid van bloem en plant pas echt goed tot hun recht komt als ze hun eigen weg mogen volgen. Normaal trekken we aardig wat akkerkool weg hier en daar. Maar aan de zijkant van de Hof hebben we een rand ongeremd. Daar bloeit ze op als nergens anders en zorgt voor een kleine waterval van geel gespikkeld tussen het groen. Hetzelfde geldt voor de fijnstralen. Bij het beeld van de vrouw met de kruik staan er heel veel, eigenlijk is ze omzoomd door de fijne witte bloemetjes. Bij een bric à brac in Friesland zag ik zo’n zelfde beeld omringd door witte petunia’s en ik had hetzelfde voor ogen met onze dame, maar dit is minstens net zo prachtig en dat heeft de natuur zelf verzonnen. Om in ere te houden natuurlijk.

Gisteren keek ik de film terug van Lucia de B, de verpleegkundige die onschuldig een aantal jaren heeft vast gezeten, beschuldigt van moord op oude van dagen en baby’s. Ik besprak het met Lief, die net als ik de wereld van het ziekenhuis ook intern kent. We kwamen tot de conclusie dat er, als je iemand verdacht wil maken, mogelijkheden te over zijn in een ziekenhuis, omdat veel handelingen nog altijd één op één gebeuren en dat het evengoed onmogelijk is om te beweren dat er kwaad in het spel is, omdat er om de haverklap iets mis kan gaan met de patiënt zelf of met de apparatuur. Ik vraag me af hoe iemand daarmee om kan gaan met de wetenschap dat je onschuldig bent en toch moet vechten tegen de bierkaai. Dat moet toch cynisme en verbittering opleveren, om maar niet te spreken van het verlies van vertrouwen in de mensheid. De euforie toen ze vrij kwam had twee kanten. Natuurlijk ben je blij als je je vrijheid hebt terug gekregen, maar wat te doen met dat vreselijke hiaat, het gat in de tijd, het buitengesloten zijn voor een aantal jaar en in de wetenschap dat het iets is waar je geen schuld aan hebt. Dat moet vreten. Een intrigerende film.

Hagedis liet zich gisteren weer uitgebreid bewonderen. Zo in het zonnetje kwamen vooral de prachtige kleuren goed uit. Hij was overduidelijk op jacht en zocht de grote vliegende mieren. Er friemelden er een aantal op het terras, die ik er van afveegde. Ze kwamen regelrecht voor zijn kleine vraatzuchtige bekkie terecht. Met een onmiskenbaar genoegen snoepte hij het lekkers naar binnen terwijl de rest van de mierenfamilie zich de pootjes onder het lijf vandaan rende. Redden wat er te redden valt.

Overpeinzingen

Dat zou een brug te ver zijn

Pittige overstromingen in Oostenrijk. Zoals het zich laat aanzien voorlopig niet richting Wenen, maar met zekerheid valt dat niet te zeggen. De gevallen regen per uur kent een schrikbarende hoeveelheid.

Vannacht heeft het geonweerd en gebliksemd. Aardig fors zagen we vanmorgen. In de tuin van de buurman lagen veel afgebroken takken. De veldbloemen staan hier nog recht overeind, maar de klaprozen mogen er zo langzamerhand wel uit. Voor de komende jaren zijn we in ieder geval verzekerd van die uitbundige bloeier.

Het scherm is bezaaid met olieverfvingers, kennelijk heb ik behoorlijk zitten turen op de foto. Hoe zit het in elkaar, wat brouw ik ervan. ‘Niet die ogen aanpassen aan de foto, laat ze, ze zijn prachtig’. Lief geeft me die goede raad en inderdaad. Ze zijn vorsend en derhalve intrigerend. Waarom kijkt die beste man zo, wat is er gebeurd. Er gaat een wereld achter schuil. Ik besluit het te laten. Vriendinlief vraagt of ze de opzetjes van de laatste twee portretten mag zien. Ze heeft een zenuwachtig handje bij het scheppend bezig zijn vond haar leermeester , omdat ze veel te gedetailleerd aan de slag gaat. Denk in vlakken adviseert hij haar. De opzet kan juist fijn los zijn. Er valt nog genoeg aan te boetseren en te trekken en daar is ruimte genoeg voor.

In een shortread van Femke van Hout in het Filosofiemagazine vertelt ze dat ze als kind niet wist wat tranen van geluk waren, tot ze op een dag haar vader zag huilen, hem wilde troosten en bleek dat dat niet nodig was. Het waren tranen van geluk.

Mijn vader huilde toen hij ouder werd en na zijn hersenbloedingen om de haverklap. Ik dacht vooral uit verlangen naar de tijd dat het anders was, misschien ook wel spijt om hoe die verleden tijd was gelopen. Dat had ik er van gemaakt. Ik heb het hem niet gevraagd. Ik huil vooral van ontroering. Als de kinderen een cadeau hebben bedacht, als er een sinterklaasgedicht wordt voorgelezen dat op mijn persoontje slaat, als ik de oude liedjes hoor van vroeger, zoals het karretje, dat heel vaak nog op die zandweg mag rijden, ook al ligt de voerman te slapen of het Groene dal, het Stille dal, waar die waterval klettert. Ik heb een keer op een weekend heel hard gehuild waarbij ik niet meer kon stoppen, het bleef maar komen en dat ging volledig onaangekondigd en onverwachts geheel buiten mij om. Er was kennelijk iets wat mijn onderbewustzijn had getriggerd.

Vorig jaar toen ik de vragen van zoonlief beantwoordde, waren de tranen soms ook niet te bedwingen. Door een herinnering, door hoe het pad liep en of ik niet de zijwegen had moeten bewandelen, al wist ik heel stellig van niet. Onmacht laat me ook soms huilen, misschien wel alles waar -on- voor staat. Ontroering, onmacht, onmogelijkheid, onvermogen, onzin, ongeval, onnut en die ene die we allemaal proberen te mijden, ongelukkig.

Femke dacht als 8-jarige toen ze van die gelukstranen hoorde, dat ze later, als ze volwassen was, tranen van geluk kon huilen. Hoe ouder ik word, hoe sneller de ontroering toeslaat, dat komt vooral door schoonheid. De schoonheid van de natuur, van een gebaar, van een gedachte, van een boek, van een film, van een kunstwerk om bij neer te zijgen en je leeg te huilen. Van huilen krijg je mooie ogen.

Het kan stikvervelend zijn, als je een lezing moet houden, bijvoorbeeld over je passie, en daar zo ontroerd van raakt dat je begint te snikken. Dat gebeurde mij meer dan eens tot ik de ingeving kreeg om gewoon te blijven huilen en wat ik wilde zeggen op te schrijven zodat een ander dat luid en duidelijk voor kon lezen. Schot in de roos en een juiste, haalbare, beslissing, want om die ander nou te vragen om het huilen over te nemen…Dat zou een brug te ver zijn.

Overpeinzingen

We zullen zien

Gisterenavond keek ik naar een uitzending van de Vara over Sonja Barend. Zij werd destijds in 2020 80 jaar en werd geroemd en genoemd door andere Vara-Coryfeeën. Veelvuldige stukjes van haar reilen en zeilen gedurende de jaren dat ze als talkshowhost werkte en niet terug deinsde om ongezouten haar mening te geven als ze een andere mening had dan de geïnterviewde gast. Sommige gasten voelden zich bedrogen als ze daar zaten, omdat ze dachten dat ze er zaten om over een heel ander onderwerp te praten. Het was een spraakmakend en kritisch, fel maar tegelijk ook humoristisch programma.

Bij het zien van de rij gasten uit het verleden die allemaal langs kwamen was er een vleugje weemoed. Zoveel mensen die er nu niet meer zijn, te vroeg vaak een grens zijn overgegaan. De tijd gevangen in het hoofd van Sonja zelf en in het programma over haar. Ze heeft geschiedenis geschreven en niet altijd vlekkeloos, maar als vrouw kon ze voor mij niet stuk in dat bolwerk van mannen, waar ze met al haar charme en vrouwelijkheid, maar ook met scherp en kritisch vermogen weerstand kon bieden. Blauwe plekken, butsen op de ziel, schaafwonden met venijn aangebracht door derden, ze leek er boven te staan en ging onverdroten voort. Dat doorzettingsvermogen en het zich niet laten voegen tot wat het gros wilde, maakte haar trotser, sterker, gedurfder en soms gewaagder. Respect voor die vrouw.

Appje van schone zoon, die een heerlijk kampeerweekend met het hele gezin aan het houden zijn in hun handzame caravan. In de herfst gaan ze met z’n vieren naar Wenen met de trein. Na een paar dagen huren ze daar een auto en komen naar hier. Wat een heerlijk vooruitzicht. Iets om naar uit te kijken.

Lief had gisteren van de zolder twee oude volle tassen naar beneden gehaald om te kijken welke geheimen die aan het herbergen waren. Ik schilderde mijn doek af in de Datsja en hij zat op een stoel ervoor. Af en toe ging ik kijken naar de vondst. Het bleek een goede werphengel te zijn die nog helemaal intact was en in de andere tas zat zijn vondst die hij had gedaan, tijdens het uitlaten van de roedel honden die ze destijds hadden, rond de oefenterreinen van het leger. Lading losse flodders, zo’n prachtige ketting die hij om zijn hals legde, een oude buitenhelm, die hij op zijn hoofd prikte en een oude doorlader. Ik kwam niet meer bij van het lachen. Zo potsierlijk en dat bij hem, pacifist van het eerste uur. Hijs de banieren, zwaai de vaandels, sla de pauken aan. Alors, on y va!

Het hotel is geboekt dankzij zoonlief die me een luxere uitvoering dan gewoonlijk had toegewenst. Nu de vignetten nog regelen en bedenken dat ik de herfst tegemoet ga, als ik de berichten van Nederland moet geloven. Hier is het inmiddels rond de dertig graden, volop zon en een luchtige bries, die de temperatuur zeer draaglijk maakt.

De pompoenen krijgen al bloemen, ben benieuwd naar de oogst. De kleine klavers zijn ook aan het bloeien, prachtige kleine bloemetjes. Er zijn mensen die van de herfst willen helpen inmaken, maar dat moet in ieder geval wel heel zen gebeuren, met voldoende overblijvers voor de vogels. Bovendien heb ik maar een pan en vind ik het heerlijk om kalmpjes een paar potjes en flessen te maken, maar niet gelijk voor een weeshuis. We zullen zien.

Overpeinzingen

Schoonheid binnen bereik

Er komt me een recensie van Ted van Lieshout onder ogen en daarop blijf ik hangen. Het brengt zoveel mooie zinnen, het zijn citaten uit zijn nieuwste gedichtenbundel ‘Ommouw me’. Daarna ga ik op zoek naar het boek en nog meer recensies. Ted van Lieshout kent prachtige taal, dat heeft hij meer dan eens laten zien. De titel doet al vermoeden dat het over kleding gaat. Gedichten over kleding, door kleding moet ik eigenlijk zeggen. Hij personifieert ze, dicht ze extra betekenis toe. Het is de kleding van hemzelf, lelijke die je nooit aan wilde of juist mooie waar je spijtig genoeg uitgegroeid bent, één gebreide sok, omdat oma door haar reuma nooit meer toegekomen is aan de tweede, de kleren van zijn overleden broer van jaren her, die van zijn dode vader. Allemaal hengelen ze ernaar om leven ingeblazen te worden of om weer aan levende lijven te worden gedragen. Weemoed klinkt er door, een diep verlangen. Hij heeft het boek zelf prachtig vormgegeven. Zoals we gewend zijn van Ted van Lieshout, die van mening is dat elk boek een kunstobject in taal en beeld zou moeten zijn in achtneming van het materiaal. Een bezielde uiting en dat raakt. Het boek is besteld. Want hoe kan je zoiets nou laten lopen.

Zwarte jasje en de vleermuizenbroek

Het geeft gehoor aan mijn eigen gewoonte, om kleding, vooral de lievelingen, te bewaren en te koesteren. De wikkelrokken uit de jaren ‘70, dat ene zwarte fluwelen jasje, die ene goudkleurige ook en dan dat zwarte Crêpe de Chine jasje dat meeging naar Washington en New York, mijn kekke leren zwarte minirok met de paarse top, aandenken aan de vele optredens met de band, mijn zouavenbroek, waarin de snelste Bulgaarse danspassen moeiteloos konden worden uitgevoerd, de mooie brede riem om de wespentaille van weleer te accentueren, die fluwelen alpino, mijn lieveling uit diezelfde jaren ‘70, mijn vleermuizenbroek uit de jaren ‘80

Hoe prachtig van een dichter om ze tot leven te wekken, er een ziel in te laten sluimeren, die mijmert en hoopt op ooit weer. Een wikkelrok ligt hier, de andere twee gaf ik dochterlief. Een heeft ze bewaard en ook aangetrokken. De andere mochten verwerkt worden tot een lange slinger van vrolijke feestvlaggen, een memorabel aandenken. Sommigen lijsten de kledingstukken in. Het eerste setje van baby bijvoorbeeld. Ook dat had ik allemaal bewaard, maar eigenlijk bleek dat alleen voor mezelf te zijn. Van de vader van de kinderen werd een paars geblokte trui bewaard en een zogenaamde manchester werkmansjas. Daar kon je hem in uittekenen. Toch hebben ze het niet overleefd, of misschien zwerven ze nog ergens bij de kinderen rond.

Gedichten zijn bij uitstek geschikt om te herdenken, maar bewaarde kleding ook. Om je neus erin weg te duwen als het gemis te hevig wordt, om een herinnering levend te houden bij het zien van een lievelingstrui, om dicht tegen je aan te houden. Een en een is twee heeft van Lieshout vast gedacht. Niet alleen wij missen de doden, of het jongetje of meisje dat je ooit was, de grote broer of juist de kleine zus. De gedragen kleding mist ons ook. Twee armen in de mouwen, een warm kloppend hart onder een borstrok, twee knieën in een versleten broek.

Hij schreef het op en liet vooral de weemoed spreken. Met inzicht, met verlangen, met humor, met zijn hele gemoed. Wat een geluk. Schoonheid binnen bereik.

Overpeinzingen

Vice versa

Zoonlief belde vanmorgen. De kleine wilde oma even vasthouden, dus kwam de mobiel in zijn kleine knuistjes terecht en duizelde de omgeving om hem heen want hij zat op de schommel. In het weekend dat ik wil reizen begint het EK in Duitsland, wist zoonlief. Extra drukte dus. Lieve vriendinnen gaven me de raad met het vliegtuig te gaan als ik tegen het alleen reizen op zag, maar het rijden is het probleem niet. Ik rij altijd alleen en ik rij graag. Duidelijk een dochter van mijn vader. Zoonlief prikte onmiddellijk met zijn vinger in mijn zwakste plek. Hij kent zijn moeder. Hij zoekt nu mee naar een rustig onderkomen, waar ik kan overnachten.

Lief is al aan het maaien geweest en kreeg bezoek van de oude man, niet ouder dan ons trouwens, die soms om wat spulletjes vraagt. We hadden een zak met een oude geluidsinstallatie en wat boxjes. Hij was de koning te rijk en stond erop dat Lief een glaasje wijn met hem dronk. Hij had de fles net open. Dat was dus om negen uur ‘s ochtends. De arme man hult zich de hele dag in nevelen. De overbuurvrouw kwam Lief waarschuwen. Als je daar mee begint, dan wil hij in huis komen en daarna halen ze je boeltje leeg. Lieve buurtcontrole, die hier toch wel fijn is, extra fijn dat we nu ook niet meer zo’n lange periode weg zullen zijn.

Gisteren weer lekker aan het schilderen gegaan. De achtergrond moet nog, maar de dame vordert goed. Rond een uur of vier zaten we op de veranda van de datsja en keken het bos in. We zagen een lichtere vogel dan normaal vliegen en even later nog een. Het bleek al gauw, dat we twee appelvinken in de bomen hadden, buiten alle merels met hun jongen en de lijsters. Ze deden zich druk tegoed aan de vele wilde kersen en pruimen die op de grond waren gevallen.

De rust en de stilte hebben om te observeren. Dat had je me een paar jaar geleden niet moeten voorstellen. Toen was ik altijd in de weer, met maaien, met snoeien, met onkruid wieden maar zelden met zitten om te zitten en kijken om te zien. Nu kan ik dat als de beste. Steeds duidelijker wordt het me, dat het zo spijtig is dat veel van de levende have hier in Nederland sporadischer wordt. Als we in de namiddag onder de hazelnoot zitten en richting het huis kijken, valt vooral de hoeveelheid insecten op die als kleine stofjes of pluisjes in de laatste zon dwarrelen, zoemen en dansen. De dikke zwarte houtbij is terug. Hij zoekt een plekje in de dikke balken. Het zou beter zijn als hij in de houtstapel van de buitenoven zou gaan zitten. Het terras moet echt langer mee en stiekem ondermijnt hij het behoorlijk door het van binnenuit uit te hollen.

De grote kamille tiert welig en waar de klaprozen het bijna af laten weten geeft ze een mooi contrast met de nog immer bloeiende margrieten en korenbloemen. Baby Hagedis kwam ook even aangewandeld en dook daarna fluks het struweel in. De temperaturen lopen weer behoorlijk op, dan wordt het tijd voor een uitgebreid zonnebad. Van de stokrozen hier heb ik er één kunnen redden, die komt wel in bloei. Drie zijn er teveel aangevreten door wants en luis. Achter doen ze het als een tierelier. De cactus, de Opuntia Imbricata, heeft een prachtige felgekleurde bloem. Deze grillige plant staat in het tuintje om de patio heen en is heel bijzonder. In de winter is ze niet om aan te zien maar met frisse scheuten en bloemen is ze prachtig.

Het beddengoed van de logees is gewassen. Dat kan in de plastic hoezen in de kast. Wachten op de volgende lichting. Ik mijmer over wel en geen bezoek. Een ding is duidelijk. Met een groot contrast is het sneller genieten. Wie de drukte heeft ervaren, geniet dubbel van de heerlijke stilte en vice versa.

Overpeinzingen

En dus genieten

Vanmorgen om tien voor tien was de installateur van de nieuwe router er al. Dat bleek iets meer in te houden dan het aansluiten van het kastje alleen. De kabels waren verouderd en die moesten vernieuwd worden. Tot mijn grote verbazing, ik had het nog niet eerder gezien, pakte de bedaarde man een lange ladder uit zijn auto, zette hem tegen de grote mast met kabels aan de overkant en sleutelde aan het kastje dat beneden de elektriciteitskabels zat en dat kennelijk bij de telefoon hoorde. Doodgemoedereerd, af en toe opkijkend en inschattend wat de afstand tot het huis zou zijn, bevestigde hij een deel van de kabel aan de draad en prutste iets in het kastje, vervolgens liet hij de draad vallen, om hem beneden weer op te rapen en de ladder tegen ons huis te plaatsen. Zo gaat dat dus. Alle kabels vervangen, de router omgewisseld, en de zaken keurig geïnstalleerd met een kalmte die geprezen mag worden. Zijn blik monsterde tussendoor telkens vol verbazing het huis.

O, de zaligheid van gewoon weer het internet op te kunnen, dingen op te kunnen zoeken, te schrijven zonder capriolen, te facetimen. Zelfs buiten op het terras is er weer snel en goed bereik. Een zegen.

In een oude Zin lees ik een artikel over het ‘Lege-Nest-syndroom’. Haha, daar heb ik vroeger nooit last van gehad. Misschien ook omdat de overgangen vrij geleidelijk en soms zelfs laat op gang kwamen. De dochters waren er veel eerder aan toe dan de jongens en de laatsten kwamen soms zelfs een of meerdere keren weer even een jaartje ‘logeren.’ Terwijl Lief moed verzamelt om het omhoog geschoten gras te maaien, wik en weeg ik mijn gedachten. Het is ook zo dat het ‘Nest’ nooit helemaal leeg is geweest. Immers zoonlief huist nog steeds met schone dochter bij ons. Stiekem vond ik het heerlijk als ze weer eens een jaartje kwamen overbruggen, dat weer wel. Ben nou eenmaal de drukte altijd gewend geweest. Waar dat eventuele syndroom wel heerst, is hier. Maar dat zijn ook de omstandigheden. Het aantal kennissen is zeer beperkt, het contact met de overburen is van ‘Jo napot’ en ‘Viszlat’. De stad is een half uur rijden, de winkels zijn beperkt, supermarktcontacten zijn er nauwelijks. De kinderen appen en face-timen en toch is dat niet hetzelfde als even lekker warm knuffelen, zoals wij als familie zo gewend zijn te doen.

Gisteren heb ik al uitgelegd dat we elkaar de vrijheid gunnen om vaker alleen naar Nederland te gaan. We laten elkaar niet los, want we vinden elkaar nog steeds veel te lief, maar het jasje waarin we onszelf hadden gegoten, mag wat ruimer. Hier doe je bijna alles samen. Straks zal het weerzien na een korte pauze alleen maar veel fijner zijn. Alléén reizen is een dingetje, maar ik hou de wijze woorden van mijn vader maar indachtig, die vroeger vond dat ik mijn rijbewijs zo snel als mogelijk moest halen. ‘Dan ben je onafhankelijk’, zei hij en daarmee liet hij de politieman, die alle gevaren van de wereld kende, in zichzelf los. Zo is het. Dat heet een wijs besluit. Alléén in een hotel is een ander obstakel. Daarbij moet ik maar aan jongste zuslief denken, die door het land reist en heel vaak ergens een nachtje moet doorbrengen. Ze heeft al aardig wat ho-en-motels bezocht. Ze doet het toch maar. Dappere Henkie. Nu ik nog.

Ik hoor de maaier maaien, dus Lief heeft zich vermand. Het maakt een doffig lawaai. Heel anders dan de bosmaaiers die je in iedere tuin te pas en te onpas hoort om hele velden weg te maaien. Geloof me, daar ga je een aversie tegen ontwikkelen. Ik reken ze tot ‘een nadelig dingetje’, want ze scheuren de stilte onherroepelijk aan gort en er is geen kruid tegen gewassen. Maar tegen al die kleine bezwaren weegt veel op, vooralsnog is het nog steeds een ‘Hoff van Tijt en Eeuwigheid’ en dus genieten.