Overpeinzingen

Onbaatzuchtigheid ten top

Dochterlief belde. Onze tuinen worden door haar gemaaid. Vanuit haar kas is de oogst wonderschoon. Mooie bakken met tomaten en twee courgetten van de volle grond. Ze vroeg of we een mooie plek voor de bramen konden maken, want ze was er zo dol op. Nu staan ze verspreid door beide tuinen. Achter het atelier een husje, tussen onze tuinen in een husje en tussen de tuin van haar en haar buurman nog een. Soms is niet goed te zien waar en dan maait de maaier ze kort. Goed plan.

We moeten sowieso een plan de campagne maken voor meer bloei in beide tuinen. We raken aan de praat over de reis van zoonlief en ook hier volgt een geruststelling. Zij zijn er zelf ook geweest. Voor hem is het een mooie manier om jezelf te ontdekken in een onbekende wereld. Hij komt als een ander mens terug met een rugzak vol aan nieuwe ervaringen. Dat is het fijne van reizen en het zelf ervaren. Vanuit het vliegtuig maakte hij een film van onweer in de nachtelijke uren. Prachtig.

De oogst van dochterlief

Hier heeft Lief in de regen nog de grassen uit de bloementuin geschoffeld. Dan kunnen we er het wilde bloemenzaad zaaien en volgende lente opnieuw genieten van een tuin vol bloemen. Eerst moet het wel wat droger worden. Storm Boris is Centraal Europa onveilig aan het maken met een overvloed aan regen. In de landen om ons heen vinden aardverschuivingen, overstromingen en zelfs sneeuwval plaats. Rivieren treden buiten hun oevers.

Hier komen we er goed vanaf, hij schampt langs onze grenzen, maar brengt wel een koufront. Ineens is de temperatuur van 30 naar 11 graden gekelderd. Dus ging vanmorgen de warmteketel aan en zijn nu de kamers heerlijk warm. ‘Kou is armoe’ zei een goede vriend van Lief altijd. En zo is het. Sfeerverhogend is kou zeker niet.

Ik heb op de tv een filmverhuurder geïnstalleerd. Op deze manier kunnen we ter plekke bioscoopbezoeken organiseren met de te huren Arthouse-films. Met een lekkere snack erbij en een glaasje van het een of ander vieren we op die manier ‘Uit in eigen huis’. Zeker op regenachtige dagen een aanrader.

Gisteren heb ik een stukje van het programma ‘Waar doen ze het van’ bekeken. Er is een mooie sociale doorsnede gemaakt. Er zijn gezinnen uit alle lagen van de bevolking. Een gezin leeft onder bewind, wat een hele lastige is omdat alles wat je uitgeeft, gecontroleerd wordt en met het maandelijkse geld in je hand is het geen vetpot. Er zijn ook mensen met een wisselende inkomen, een alleenstaande met een inkomen van 3000 per maand en een gezin die een aantel horecabedrijven runt met 20.000 per maand.

Vooral de mensen onder bewind herken ik uit de tijd dat mijn kinderen nog klein waren en we een tijd van een uitkering moesten zien rond te komen. Hoe lastig het was, ondanks dat ik gewend was om elk dubbeltje om te draaien en de gave bezat om met nauwelijks iets een hele maaltijd in elkaar draaien. Dat is het voordeel van opgroeien in een groot gezin zoals ons ouderlijk huis. Aan het eind van iedere maand moest mijn moeder op de pof boodschappen doen bij de kruidenier en ik was zelf niet anders gewend dan altijd maar rood te staan.Van mijn bovenste beste schoonzoon leerde ik hoe je daar vanaf kon komen. Als je er dan eindelijk uit bent, leer je vanzelf geld te sparen en makkelijker te leven. Maar toen was ik al ruim de zestig gepasseerd. Inderdaad. Nooit te oud om te leren en te ontdekken dat voldoende geld vooral rust brengt.

Ooit viel er een enveloppe met meer dan de uitkering door de brievenbus zonder afzender. Laatst hoorde ik wie deze weldoeners waren. Ze hebben nooit geweten hoe die gulle gift voor een enorme opluchting heeft gezorgd. Hoe lief ik het heb gevonden en iets om dankbaar voor te zijn. Onbaatzuchtigheid ten top.

Overpeinzingen

Kijk met liefde terug

We zitten binnen en houden kantoor aan de keukentafel. Buiten is de herfst plotseling binnen geslopen en plengt vele tranen om het verlies van de hele hete zomerdagen. Van het ene uiterste in het andere. ‘Het is hollen of stilstaan’, zou mijn moeder zeggen.

Gisteren keken we de historische documentaire van Inna Sahakyan ‘Aurora’s Sunrise’ over de Armeense genocide aan het begin van de vorige eeuw. Men volgt het verhaal van Aurora Mardiganian, een van de overlevenden. Zo oud als ze is, zo levendig weet ze er over te vertellen. Het is een animatie film waarin Aurora als jong meisje te zien is en hoe het gezin vanuit een harmonieus leven plots in de hel belandde door de inval van de Turken. De beelden zijn heftig en de oude filmfragmenten en archiefbeelden tussendoor gruwelijk. De film geeft een duidelijk beeld van dit stuk geschiedenis en roept bewondering op voor de vrouw die alle ellende aan den lijve heeft ondervonden en toch wist te ontkomen naar Amerika.

Met onze volksdansclub in de jaren negentig hadden we ook een Armeense choreografie. Een hele ingetogen dansvorm van verstilde muziek, weemoedige klanken en sierlijke bewegingen. We droegen lange gewaden en hadden fluwelen slofjes aan onze voeten, een soort ballerina’s. In de film was te zien dat alle vrouwen op dergelijke schoentjes liepen. Een Aha-Erlebnis dus, want ik had allang niet meer aan deze dansen gedacht.

We wilden gisterenmiddag gaan wandelen maar besloten op het laatste nippertje toch maar thuis te blijven in verband met de voorspelde regen. Een uitstekend moment om de Khoresh Bademjan te bereiden. Alle ingrediënten waren in huis. Volgens lief rook het heerlijk. De Perzische rijst met tahdig, waar ik bij gebrek aan beter een wrap voor gebruikte, was weliswaar goed gelukt maar de wrap was toch iets te bruin geworden en slap gebleven. Ik had beter de aardappels kunnen gebruiken. In ieder geval kunnen we de komende dagen vooruit, want het lukt me nog steeds niet om kleine hoeveelheden te koken. Ik denk in grote gezinnen.

Kleinzoon, die ooit ‘stiekem’ werd genoemd door zijn juf, is naar een andere school gegaan en is helemaal opgebloeid. Er is een leerkracht die zich verdiept in de kinderen zelf. Die eerst eens kijkt naar wat er achter bepaald gedrag zit zonder een oordeel te vellen. Ik ben heel blij dat ze tot die actie zijn overgegaan. Een jongetje dat veel meer in evenwicht is, is het resultaat.

Bij het speuren naar foto’s van dat Armeense kostuum kom ik veel foto’s van verkleedpartijen op school tegen. Het is een genot om te zien. Bovendien buitelen de verhalen die er achter schuilen over elkaar heen en stemmen vrolijk. Bij iedere verkleedpartij hoort het verhaal van het project van dat ogenblik. Ik heb heel wat rollen gespeeld. Hoogtepunten waren onder andere de tijden van het straattheater. Vriendinlief en ik vormden een gouden duo. We improviseerden er naar hartelust op los. Een foto trekt extra mijn aandacht. We zouden een bepaalde leermethode luister bij zetten op de een of andere informatiedag en ik moest verkleed als…Hond. Haha. De hele dag liep ik met mijn hondenkop praatjes te maken met allerlei leerkrachten. Het werd een succes, de methode minder geloof ik, en daarna was ik mijn stem kwijt. Het was erg leuk om te doen, maar dergelijke schmink-partijen waren uitzonderingen. Doorgaans was het wat make-up, een pruikje, passende lappen om het lijf en klaar waren we. Van juffrouwen van de retirade tot supporters van FC Utrecht. Ik heb er van genoten en kijk met liefde terug.

Overpeinzingen

En de vrede voelen

Jongste zoonlief belde vanmorgen dat hij morgen een reisje gaat maken naar een ver land. Moederhart moet even slikken en ziet natuurlijk duizend valkuilen in een notendop terwijl ik mezelf streng toespreek. De jongen is een man, oud en wijs genoeg om op zichzelf te passen. Laat het los en wens hem een heel fijn verblijf toe. Hij neemt zijn camera mee, is verzekerd en vindt daar vast de internetwereld waarin hij zich als een vis in het water voelt. Wijs hoofd, warm hart voor ons achterblijvers. Om me op te fleuren wipt de kleine zwarte roodstaart over de patio en pikt hier en daar iets weg. Troostrijke natuur. Lief gaat nog een boompje zagen.

Ik ben dankzij mijn boek in het Turkije van de vorige eeuw met haar eenvoudige leefwijze en soms barbaarse geneeskunst. Het zorgt voor een gevoel van spijt, omdat de zaken die zo een onverkwikkelijke wending nemen, nu anders zouden gaan. De onbereikbaarheid van de dorpen in die tijd zorgde voor vroegtijdige sterfte en veel verdriet. Het is geen wonder dat die mensen het lot maar in Allah’s handen legden. Veel meer dan afwachten hoe het ziek-zijn zou uitpakken, viel er niet te doen.

Het boekje van Tonke Dragt en Annemarie van Haeringen heet ‘Wat niemand weet’ en het verhaalt over de ark waar alle dieren in tweetallen worden ingeladen en twee eigenzinnige eenhoorns die dat weigeren. Uiteindelijk gaan ze voor de ark uitzwemmen, maar worden toch ten leste verzwolgen. Ze besluiten naar de diepste diepten te zwemmen, daar waar het water zouter en kouder is en te veranderen in waterdieren. Ze werden Zee-eenhoorns in de ijszeeën van het noorden. De Vikingen gaven het dier een andere naam: De Narwal. En wie weet, misschien veranderen ze ooit wel weer in land-eenhoorns. Het is een mooi voorbeeld hoe je je door de fantasie kan laten leiden.

In Pécs hebben we trouwens een hele grote snoepwinkel in kunstenaarsbenodigdheden ontdekt. Die gaan we een dezer dagen opzoeken. Daar zijn vast betere ezels te koop dan het wat wankele opklapbare ezeltje dat in de Datsja staat. Nieuwe penselen, staan ook op de lijst, want die liggen nog in Nederland. Keurig netjes opgerold in hun rieten matje, klaar om te reizen. In de hectiek van het inpakken vergeten. Zo gaat dat. Wellicht hebben ze ook de water-vermengbare olieverf, die eerst niet te krijgen was.

Gisteren was het een rustdag met veel lezen en peinzen op de veranda van de Datsja. De lichtval in ons bos zorgt voor een aangename vredige sfeer. Vogels laten zich niet zien, maar vlinders dartelen hier en daar door de bomen heen. Het kleine standbeeld vangt af en toe een glimp zonlicht.

Daar, op de veranda met het turen in mezelf, zwerft de tekst van Stef Bos regelmatig door mijn gedachten. Dat komt door Tijd die zich hier uitspint tot een overdaad. Het feit dat je minutenlang kijkt zonder te zien en droomt met open ogen over heel het leven. Stef zingt zo prachtig. ‘Mijn geluk heeft geen agenda/liever alles op zijn tijd/het ijzer smeden als het heet is/ daarin ben ik nooit geslaagd/ik liet altijd het toeval toe/het toeval zag mij graag/Alles op zijn tijd/Ik wil alles op zijn tijd’.Genieten van zo’n prachtige eerste zin: ‘Mijn geluk heeft geen agenda’. én ‘Het toeval zag mij graag’. Daar kan ik lang op teren.

Het leven nemen zoals het komt. De drukte en de kalmte in balans. Het denken richten op elkaar, op de omgeving en de natuur om ons heen. En de vrede voelen.

Overpeinzingen

Een kalme gang terug

Het is heerlijk buiten. Een zwoel windje en volop zon. Op het terras is het goed te doen. Als ik het paadje langs de vijg afloop, hoor ik een specht. De app zegt dat het de grote bonte is. Ik herken moeiteloos zijn korte schelle roep, het geklotter tegen de stam van de boom. Als mijn ogen speurend langs de stam van de acer omhoog gaan, zie ik hoger een grote roofvogel cirkelen. De vleugels lijken me groter dan die van de buizerd. De slimme specht had het op de Datsja voorzien en was al begonnen met het begin van een holletje. Lief heeft er, letterlijk, een stokje voorgestoken. De zwaluwen vliegen hoog dus met het weer zit het wel snor.

Gisteren reden we rond een uur richting Pécs. Het is een bruisende stad en doet heel mediterraan aan met haar grote pleinen en majestueuze oude kleurrijke gebouwen. Winkeltjes in de kleine straten van de stad kennen geen schreeuwende etalages, maar zijn doorgaans te herkennen aan de uitgestalde waar buiten. Studenten en leerlingen lopen overal in groepen en groepjes met grote rugzakken op, druk delibererend met grote gebaren of gehaast met de telefoon aan hun oor. We zijgen neer op een muurtje aan de zijkant van het grote Széchenyiplein om de sfeer in te ademen en uit te rusten van de wandeling door de kleine straatjes langs het postkantoor. Alle straten lopen in stijgende lijn. De stad ligt in de beschutting van het Mecsekgebergte.

Vlakbij ons zien we de elektrische steps voor algemeen gebruik. Voor mij zou het de oplossing kunnen betekenen bij het klimmen en dalen. We hebben al eens er aan gedacht om elektrische vouwfietsen te kopen die makkelijk mee te nemen zijn. Op onze Truus mogen we geen fietsendragers plaatsen en dan zou dat een uitkomst zijn. De mensen die we op de steps zien, hanteren ze met souplesse en laveren onwaarschijnlijk zoevend en snel door de mensenmenigte heen. Dat vergt de nodige oefening.

Uitgerust wandelen we verder en bezoeken de Sint Sebastian kerk, met ervoor de fontein met de glanzende groen/gouden Zsolnay vissenkoppen die water spuiten. Het is een mooie kerk, een oase van rust in de bruisende stad. In het midden van de linkerbeuk zit een vrouw achter een tafeltje in gebed. Ze heeft de handen devoot tegen elkaar gelegd en prevelt boven haar vingertoppen en met gesloten ogen achter elkaar door ongetwijfeld een gebed. We duiken op de achterste bank om de mooie fresco’s in ons op te kunnen nemen. Af en toe komen er mensen binnen gelopen, dopen hun hand in het wijwaterbakje aan de muur en slaan een kruis om daarna plaats te nemen bij het beeld van Maria of in een van de banken. Als we alles hebben bewonderd staan we op om een kaars aan te steken maar het blijken alleen elektronische kaarsjes te zijn. We gaan er weer uit en zwaaien nog naar de naamgenoot van Lief, die daar star staat te staan met zijn kind op zijn arm.

Op de terugweg naar de auto zien we een schattig houten boekenstalletje. We glijden met onze vingers langs de ruggen van de boeken en pikken er bij de buitenlandse rij een boekje uit van Tonke Dragt en Annemarie van Haeringen, het heet ‘Wat niemand weet’ en verhaalt over de ark van Noah. Toepasselijk in deze tijden. Ik koop het voor 80 eurocent als eerbetoon aan de dit jaar overleden Tonke, en we vragen de vriendelijke, nog jonge, verkoopster of ze ook geïnteresseerd is in het krijgen van Nederlandstalige boeken. Ze knikt bevestigend. Hoera. Zo hebben we een adres voor onze overtollige boeken. Dat is een extra stimulans om de kasten op te schonen.

We lopen door de grote Arkad naar Truus, een overdekt winkelcentrum, en met de enorme drukte daar en de eenheidsworst aan winkels, tot aan een C&A en een Douglas toe, nemen we ons voor om die in het vervolg links te laten liggen. We rijden langs de Tesco voor een paar nachtlampjes en naar de Aldi voor de echte volkoren crackers, om dan weer voldaan op huis aan te gaan. Er zijn veel landbouwwerktuigen op de weg. Het zorgt voor een kalme gang terug.

Overpeinzingen

Wat in het vat zit, verzuurt niet

Eerst een tropenzomer en nu een hele dag regen, bij tijd en wijle in flinke hoeveelheden. De malve ging er van hangen. De Herfstasters veerden op. Onder het watergeweld heeft de notenboom nog een tak in herfsttooi gekleurd. En omdat de enorme acer er tegenover door de droogte verdord is, is het net of de herfst al vervroegd aan het intreden is.

Lief had wat oude cd’s en videobanden van boven gehaald. Omdat ik door het lome sfeertje van binnen blijven en lezen in slaap dreigde te vallen ben ik ze uit gaan zoeken. De oude radio/cdspeler gaf aan welke cd’s nog in tact waren. Een bijzondere keuze, deze verzameling. Heel veel Mexicaans, wat Afrikaans, Zuid-Amerikaans, slavisch en klassiek. Een cd van Tina Turner en een jazzie exemplaar. ‘Laat mij uw muziek zien en ik zal zeggen wie u bent’ dacht ik. Maar ik weet dat de verzameling is aangelegd door vier verschillende mensen. De helft kon direct de prullenbak in door beschadigingen. Overslaande cd’s zijn niet om aan te horen. Ziezo dat ruimt op.

De cursus Hongaars op CD leek compleet. Dat is voor later, als ik klaar ben met Duolingo. Ben je daar ooit klaar mee? Het kost aardig wat moeite omdat het Hongaars bestaat uit woorden die nieuwe woorden vormen als ze aan elkaar geplakt worden, waardoor ze soms ellenlang en onuitspreekbaar lijken. Plaatsbepalingen gaan in de orde van belangrijkheid, er zijn meerdere woorden voor hetzelfde begrip afhankelijk van de formele of informele vorm. Dat maakt het lastig. Ook draaien ze de persoonsvorm om en komt het werkwoord soms helemaal aan het einde van de zin. Ik ga stug door, maar pffff, die hersencelletjes zijn er maar druk mee.

‘Verloren grond’ van Murat Isik is ontroerend. Het is ook zijn taal, de eenvoud van de dingen op dat platteland en de poezie die overal in doorklinkt. De vader van de hoofdpersoon is een verhalenverteller en vertelt verhalen waarin de geschiedenis van het land, de zeden en gewoonten uit de verschillende tijden, doorklinken zoals ook in de roman zelf.

Gisterenavond zochten we een film. Het werd Znachor, een Poolse film. We werden meegevoerd naar het Polen in de 19e eeuw. Kleine dorpen, paard en wagens, rijkdom naast diepe armoede. Een chirurg wordt overvallen, lijdt daarna aan geheugenverlies en trekt rond in de omgeving. Er werd vermeld dat het een fantastische aangrijpende en originele film zou zijn. De beelden zijn prachtig, maar wij vonden het verhaal behoorlijk sentimenteel. De opnamen in het oude ziekenhuis deden ons allebei denken aan het oude AZL in de beginjaren ‘70. Ze riep al met al even een verlangen op naar de rust die die tijd uitstraalde daar op dat platte land met de eenvoudige kroeg. Geen telefoontjes, geen gemotoriseerd verkeer op een enkele auto na, geen televisie of andere media. Een chirurg die een geslaagde trepanatie ter plekke kon uitvoeren en een een einde waarbij alles op de pootjes terecht kwam.

In de middag besloten we ons voornemen uit te voeren om naar Pecs te gaan. Tijd om dit verhaal af te maken was er niet. Dat doe ik nu, in de ochtend. Over ons bezoek aan die heerlijke stad schrijf ik vandaag. Wat in het vat zit, verzuurt niet

Overpeinzingen

Nooit te oud om te leren

Eindelijk verlossende regen. Hoe blij kan je zijn met een flinke onweersbui. Alles veert op. Gisteren hadden we al geconstateerd dat de paarse dovenetel een plant is die heel goed tegen droogte kan. Tussen de wilde cichorei legt ze matjes neer van groen en trekt zich niets aan van het dorre gras. Belonen die wilskracht.

De vijgen zijn gewassen, gekookt met suiker, citroen en kaneel en met de staafmixer tot een rijke jam gemixt. De papierpulp begint al fijn te worden. Vannacht heeft ze weer in de week gestaan en ik ben benieuwd of het de juiste consistentie heeft.

Met de regen vliegen de vogels weer af en aan. Rond de twee berken is een vlucht spreeuwen neergestreken. Ze zijn druk aan het pikken, vliegen op, strijken neer, een vreugdedans van plezier. Eindelijk genoeg te eten aan insecten en ander grut. In korte tijd registreert de app achter elkaar spreeuw, huismus, pimpelmees, roodborst en vink, twee grote bonte spechten achter de berken. Fijn al die bedrijvigheid op het erf. Het is een prachtig schouwspel. Bomen worden druk bezocht. Ik probeer ze te vangen met mijn kleinbeeldcamera vanaf het terras.

Ineens realiseer ik me, dat ik met mijn leesoog(+2)door de camera kijk en weet niet of het van invloed is op mijn zicht. Ze vergroot weliswaar, ik zie het redelijk wel, maar zie ik net zo goed als een gewoon oog? Checken kan ik het niet want op deze Ipad kunnen geen foto’s worden ingeladen en mijn laptop ligt in Nieuwegein. Het is wel een leuk experiment. We zullen zien hoe de foto’s uitpakken.

Gisteren heb ik de wilde marjolein onder handen genomen. Ze was flink doorgeschoten net als de rest van het kruidentuintje en er groeide een opdringerige akkerwinde doorheen. Zoals de vogels hun veren schudden, zo schudt het groen de bladeren. Wat een weldaad, wat een luxe. De regen deert geen van beide. Onverstoorbaar hippen de spreeuwen voort.

‘Verloren grond’ van Murat Isik ligt in de aanslag. Dat wordt het tweede boek. Lief is ‘De smeekbede’ aan het lezen van Lianne Damen. Het thema is de slavernij in Suriname. Wat het extra inspirerend maakt is dat het zich ook voor een deel in Utrecht en Vianen afspeelt, waar ook onze voetsporen liggen. Toen ik voor de Historische kring verhaaltjes schreef, onder andere over het rampjaar 1672, kwam Vianen aan bod. We zijn er met z’n tweeën naar toe gefietst en hebben op de plek van waaruit Vreeswijk beschoten werd, gestaan. Op zo’n moment maakt de geschiedenis een inhaalslag in de geest. Dan zie je de beelden voor je van de verwoesting. Het boek van Lief is straks aan de beurt na ‘Verloren Grond’, heerlijk om de rust en alle tijd te hebben voor dit soort lange reizen.

Lief vraagt of ik Zuurzak ken. Ik denk onmiddellijk aan een soort hangop of Jan in de Zak. Twee totaal verschillende gerechten. Hangop is uitgelekte karnemelk of yoghurt en Jan in de Zak is ingewikkelder. Met bloem, gist, rozijnen en eventueel spekblokjes en gember. Het deeg gaat in een doek of zak en wordt langzaam in bouillon anderhalf uur gegaard en dan te drogen gelegd in een warme ruimte. Nee, Zuurzak blijkt een tropische vrucht te zijn. Guayabana is de andere benaming ervoor. Het is een wonderlijke vrucht om te zien. Van de bladeren kan je thee trekken en de vrucht wordt gebruikt in smoothies en zuurzak-ijs. Nooit eerder gehoord, achteraf wel eens gezien, maar ook niet geproefd. We zijn nooit te oud om te leren.

Overpeinzingen

Eerst zien en dan geloven

‘Beschrijf je ideale week’ vraagt WordPress. Deze week dan toch, waarin ik het boek ‘Al het Blauw van de Hemel’ van Melissa Da Costa heb uitgelezen, een dikke pil van 639 bladzijden. Het is een prachtige week geworden en niet in de laatste plaats door het meereizen met de hoofdpersonen die in hun camper door de Pyreneeën trekken onder zeer bijzondere omstandigheden. Het boek is ademloos uitgelezen en laat vooralsnog een gevoel van spijt achter. Wat jammer dat het al uit is. Wat een mooie nieuwe beelden zijn bijgeschreven in mijn hoofd. Wat zou ik graag nu en hier op een ongerepte plek zitten hoog in de bergen om de macht en de voedende kracht van de natuur te voelen.

De Hoff, ons paradijs, minstens zo’n mooie plek, heeft dat ook in zich. Maar het trekken is iets wat kriebels teweeg brengt. Na het lezen van ‘Het Zoutpad’ had ik zo’n zelfde ervaring. Bij dit boek echter biggelden de tranen me over de wangen bij de laatste bladzijden. Dat overkomt me niet vaak. Zo van mijn sokken te zijn en zo mijn best te moeten doen om weer terug te komen in het hier en nu.

Gisteren zijn we na het eten een stukje over het land gewandeld. Onder onze voeten knisperden de droge bladeren, waar de grond mee bezaaid is na twee maanden droogte. Lief laat vol trots zien dat het buitenlampje bij de Datsja weer kan branden. We gaan mijn klein atelier binnen en ik zie al mijn lievelingen weer. Het stemt me blij en brengt nieuwe energie. De twee witte studiedoeken die we die middag bij de super hebben meegenomen, zet ik tegen de muur. Ze moeten nog even wachten tot de hitte voorbij is. Tot die tijd teken ik mijn tekendagboek vol. Nog maar een paar bladzijden en dan kan ik aan de nieuwe beginnen.

Bij diezelfde super hebben we de Basmati rijst gehaald en de aardappels die onderin de rijst komen. Er zijn vijgen voor in de khoresh, maar ik ben de passata vergeten. Een dag uitstellen dus.

Een lieve blogvriendin schreef in haar blog over het begin van dit nieuwe schooljaar, het verschil in de gedragingen van jongens en van meisjes, in de voeding daarvan door hun omgeving, media, en gewoonten en de hormonen die ook een rol spelen. Veelal is één woord genoeg om het kind in een rol te dwingen. Zoals bij kleinzoon het woord stiekem werd gebruikt door de juf op school.

Mijn eerste weken bestonden voornamelijk uit observatie van de nieuwe groep. Hoe reageren de kinderen, hoe liggen de verhoudingen en waarom, wat steekt erachter. Ze zijn overduidelijk in een gewenperiode. Gaandeweg durven ze meer van zichzelf te laten zien. Reflectiekringen zijn belangrijk en duiden veel, evenals drama, filosofie en spel. De kunst is om steeds meer een eenheid te scheppen. De ervaring speelt mee. Gaandeweg mijn schoolloopbaan werd dat boeiender en makkelijker.

Teugels laten vieren, ruimte geven aan hun persoonlijkheid, de kracht benoemen en niet, zoals zo vaak gebeurt, vermeend ongewenst gedrag.
De stagiaires vonden het het lastigst maar boeiend om te zien hoe gedrag te keren valt. Een bang, agressief kind dat zich stoer opstelt uitpellen tot de kern. Een timide kind uit haar wattendoosje halen en zien opbloeien tot een kind dat zichzelf durft te laten zien en zijn. Iemand voor straf buiten de groep zetten, bestond niet. In die zin was het voor mij een vervullend bestaan vol nieuwe inzichten en ervaringen door de interacties met de kinderen en mijn lieve collega’s.

Ik ben naar binnen gegaan en werk nu onder de koele klima. Straks is het de beurt aan de papierpulp en de vijgen. Lief is het bos begaanbaar aan het maken voordat de beloofde regenbuien van morgen losbarsten. Eerst zien en dan geloven.

Overpeinzingen

En garde

Straks als eerste even wat boodschappen inslaan. De rijst en de Khoresh gingen niet door gisteren omdat alle ingrediënten ontbraken. Dus maakte ik bami dwars door de koelkast met een van de boemboes die ik mee heb genomen. Zo kwam ik tot de ontdekking dat ik een aantal potten sambal vergeten ben. Er zit niets anders op dan die zelf te maken.

Ondertussen staan er weer wat eierdozen en anderszins in de week om nieuw papier te scheppen. Nu het nog twee dagen rond de dertig graden is kan het goed drogen.

Een nieuw citaat uit het boek is: ‘Het nu-moment heeft een voordeel op alle andere momenten: het behoort ons toe’.

Onze hof nodigt uit om toch vooral in het moment te blijven. Hier is het mogelijk om te gaan zitten en kijken. Minuten lang. Bijvoorbeeld naar de insecten die ik gelukkig met mijn nieuwe ogen moeiteloos kan zien. Terwijl ik aan de terrastafel zit zie ik de kolibrivlinder rond de grote paarse hibiscusbloemen zwerven, maar ook wespen, vliegen, wantsen, muggen die onder de al verdroogde druiven darren op zoek naar die bedwelmende zoetigheid. Lief heeft overal zitplekjes gemaakt, waar ik na een stuk lopen uit kan rusten en er is niets prettiger dan in het moment te zinken en alles om je heen in je op te nemen, zonder gedachten.

Op school hield ik filosofiekringen waarbij een voorwerp op de tafel lag, die de kinderen mochten observeren. Nog niets benoemen, alleen maar kijken. Na een aantal minuten ging ik de kring langs om te horen wat ze ervan vonden. Bijvoorbeeld van een appel die er lag. De een vond hem glanzen, de ander zag het steeltje, weer een ander benoemde het gladde. Als iedereen aan de beurt was geweest kregen ze allemaal een stuk appel om te omschrijven. Eerst voelen, dan ruiken, dan proeven. Het waren heerlijke betrokken kringen.

Bij het lezen van het boek viel me op dat ze tijdens de meditatieve momenten hetzelfde doen, maar met de belangrijke toevoeging: Wat doet het met jou. Je relatie tot je observatie-onderwerp, de natuur om je heen, je ademhaling, je hartslag.

In mijn haastige leven had ik er niets mee. Ik noemde het mindfullnes-nes. Dat werd vooral versterkt doordat er veel mensen mee aan de haal gingen die er een slaatje uitsloegen of extra zweverig werden in mijn ogen. Mijn nuchtere aardse ik stond in de weg. Maar we leren door, we worden wijzer en los van alles wat druk uitoefent, zorgt de Hof voor een serene kalmte. Tijd om ergens intens bij stil te staan. Dat ervaren we hier beiden. Het boek is bij uitstek geschikt om je ertoe aan te zetten, tot zulke momenten, en het aan den lijve te ervaren. Letterlijk.

Lief heeft vanmorgen vijgen geplukt achter en een paar van de vijgenboom op het terras. Dat wordt een heerlijk potje jam ik dacht samen met de vlierbessen, maar ik kom bedrogen uit. Ze zijn net als de druiven verdroogd. Ik vraag me af of je dan als gedroogde cranberry’s kunt gebruiken.

Nu het wat minder warm is laten de vogels zich weer zien. Merels en heggemusjes vooralsnog en natuurlijk de tortels. Lief heeft achter de fazanten zitten observeren die druk heen en weer vlogen. Als het minder warm is zal ik ze ook gaan bewonderen. Eerst zijn de geweekte eierdozen aan de beurt. Ik ga ze te lijf met de staafmixer om er papierpulp van te maken. En garde.

Overpeinzingen

Heb er nu al zin in

Het begon heel hoopvol vanmorgen. Een mooie donkergrijze lucht boven ons huis en de voorspellers zouden regen brengen, wel twee uur lang. Eindelijk na al die maanden droogte. Alles snakt hier naar water. Helaas werd onze hoop al snel de bodem ingeslagen. De bui viel een aantal kilometer verderop, liet de radar zien. Mispoes. Het is wel minder warm. Tel de zegeningen dan maar. Het windje is echt lekker.

In de nieuwe flow haalt de columniste Tatjana een van haar lievelingsrecepten aan. Het is Kashk-e-Bademjan. Een Iraans gerecht met aubergine. Zo gebeurt het dat mijn gedachten jaren terug vliegen. Ik sta in de kleine keuken. Vriend komt uit Iran. Hij kookt zoals hij het van zijn moeder leerde. Rijst op een wonderlijke wijze:

Rijst in de pan met een vingerkoot water boven de rijst. Aan de kook brengen en wachten tot er putjes invallen. Rijst in het vergiet doen en met koud water voorzichtig spoelen. In de pan gaat een laagje olie. Daarboven schik je in schijven de gekookte aardappel als laag of matze of een libanees flat bread. Dan de rijst erop, luchtgaten tot op de bodem maken met de steel van de houten lepel, saffraanwater toevoegen, de deksel in een schone theedoek wikkelen, en op een zacht vuur koken tot de pan sist als je er een natte vinger tegenaan houdt. Als het klaar is heb je een overheerlijke ‘rijst met tahdig’. Veel werk om rijst te koken, zal de gedachte zijn bij het lezen van dit recept. Dat klopt, maar je eet er je vingers bij op.

Het eerste ingrediënt dat je nodig hebt in de Perzische keuken is ‘Geduld’ en ‘Haast’ ligt er in de prullenbak. Het recept van de columniste is bij Ayeh in duidelijke filmpjes terug te vinden. Een van mijn lievelingen uit die tijd is Koresh Bademjan. Een heerlijke stoofpot met o.a. aubergine, tomaat, knoflook en ui, kikkererwten, saffraan en dan de rijst van hierboven erbij. Om te smullen. Deze recepten zijn terug te vinden op: https://cookingwithayeh.com/#feastmobilemenu

Mijn hart was groot genoeg om de herinneringen aan deze mooie keuken te bewaren en feitelijk denk ik er jammer genoeg nog maar sporadisch aan. Bij het lezen van deze recepten krijg ik er onbedaarlijke trek in.

Eindelijk vond ik gisteren bij de super een brood dat echt lekker was en het zag er ook nog eens appetijtelijk uit. Toch ga ik nog op zoek naar een goede Hongaarse bakker.

Mijn lieve medebloggers vroegen om af en toe een recept toe te voegen, zoals de Marokkaanse stoofschotel van eergisteren. Nou ben ik van nature een snufjesmens, mijn kruiden dansen. En ik ben redelijk onvoorspelbaar want het kan zomaar zijn dat een ander ingrediënt me eveneens toeroept in de koelkast, zodat het meegenomen wordt in het geheel. Als het daarna zo heerlijk smaakt als deze schotel, dan geef ik mijn versie van het recept onder aan de blog.

Het boek “al het Blauw van de Hemel’ van Melissa Da Costa is al over de helft gelezen. Het verhaal zit zo boeiend in elkaar. Er zijn hele ontroerende fragmenten, die vragen oproepen met betrekking tot het leven in het algemeen en het eigen leven in bijzonder. Er is een verhaal over een jongetje, dat de hele dag naar de hemel tuurt. Tussen die bezigheid door verft hij vel na vel blauw. Even zo vaak verfrommelt hij ze telkens, waarop hij opnieuw naar de hemel gaat turen. En de volgende dag begon hij opnieuw met schilderen. Probeert hij de kleur van de hemel te vangen?

Het kost geen moeite om er een voorstelling van te maken. Ik ken deze kinderen. Ze zijn kwetsbaar en tegelijk ook niet, door hun onbereikbaarheid en hun eigen wereld. Wat beweegt een mens. Hoe kleuren we de wereld in. Hoe kleur ik mijn wereld in. En hoe beweegt de omgeving er omheen. Hoe bewust zijn we van het moment, nemen we daar wel de tijd voor. Hier is alle ruimte voor inkeer en bewust leven. Ook hier ligt ‘Haast’ in de prullenbak.

Lief heeft een vijg van achter meegebracht die er nog prachtig uitziet. Dus daar kunnen we wel oogsten. Dat kan dan mooi vanmiddag. En dan een Perzische Khorest met als zoet element die mooie vijg. Heb er nu al zin in.

____________________________________________________________________

Recept van een Marokkaanse stoofschotel op geheel eigen wijze:

Ingrediënten: Een rode ui/twee tenen knoflook/twee tomaten/een blikje kikkererwten/een courgette/twee winterpenen/Twee langwerpige paprika’s.

Kruiden: Koriander/gember/geelwortel/komijn/peper/bouillonblokje/evt. nog zout en gerookte parikapoeder.

500 ml water/olijfolie

Neem een pan met dikke bodem. Doe een flinke scheut olijfolie in de pan, voeg de flinterdunne schijven ui toe en bak ze langzaam tot ze karameliseren, voeg de in stukken gesneden knoflook en tomaat toe.

Voeg alle kruiden toe. Ik schat dat ik van bijna alles een á twee theelepels heb gedaan, alleen de gerookte paprikapoeder mag al naar gelang je het lekker pittig wil hebben. Voeg het water toe, de grof gesneden groenten en het blik kikkererwten en het boeuillonblokje. Breng alles tot aan de kook en zet het op een lage pit om een half uur te laten stoven tot de wortels zo goed als gaar zijn. Laat daarna de pan met het deksel erop nog een half uur staan.

Couscous: Ik heb in dit geval een pakje Alfez couscous gebruikt met rozijnen en kruiden. Het is dan in vijf minuten klaar.

Overpeinzingen

Een gewillige afnemer

Langzaam maar zeker laat ik me in deze weldadige oase van stilte en kalmte zakken. Niets moeten, niets hoeven, met als enige noten op mijn zang het boek, het tekendagboek en de blog. En dat alles in het aangename gezelschap van mijn kalme Lief, die zich niet druk maakt om futiliteiten en onverstoorbaar maar gestaag zijn weg gaat of die, zoals nu, een stoel kan pakken en pas op de plaats maakt. De natuur doet mee. Als enige zijn de tortels te horen, die kennelijk nooit uitgetorteld raken. Onder het zware bladerdek van de druif is het wel een en al reuring. Bezige bijen, vliegen, vlinders, wespen en ander klein grut dansen, dronken van druif, van tros naar tros. De oogst dit jaar wordt het niet. Het was zelfs voor hen te warm. Ze zijn verdroogt. Vermoedelijk waren ze veel eerder rijp om geoogst te worden. De jambrigade kan achterover leunen. Misschien zijn er nog wat verdwaalde vijgen achterin.

De reeën hebben op het ruige achterland tot aan ons tweede bossage het lange gras gevonden en maken er dankbaar gebruik van ze liggen er middenin verscholen in hun leger en de fazanten houden hen gezelschap en overal laten de smalle wissels zien hoe ze gelopen hebben. Bij het krieken van de dag zijn ze weer verdwenen als sneeuw voor de zon.

Met lezen kan ik niet meer stoppen. Alles wat er gebeurt, getuigt van een groot inlevingsvermogen. Gisteren schreef ik dat je gedachten zo kunnen blijven hangen op de kleinste zinnen. Dat is hier zeker het geval. Wijsheden als: ‘Een werkelijke ontdekkingsreis ligt niet in het zoeken naar nieuwe landschappen, maar in het kijken met andere ogen’ (Proust). En wat te denken van deze: ‘De ware reiziger is degene die een rondreis in zichzelf heeft weten te maken’.(Confucius) Zinnen waar je een aardige boom op los kan laten. Vooral de laatste past volledig binnen de context van de hoofdpersoon en in het kader van de reis. Dat zijn de quotes waar zijn begeleidster mee strooit. Ze beschikt zelf ook over de nodige poëzie in haar taal. De onvoorspelbare gebeurtenissen houden de vaart erin. Je wilt weten hoe dit avontuur afloopt.

We besluiten om voor het eerst weer boodschappen te gaan doen in Szigetvar. Bij de karretjes staat het kleine figuurtje van een bekende vrouw. Ze staat er vaker. Bedelen is strafbaar. Ze rijdt daarom voor de mensen de karretjes in de rij en mag dan vaak het muntstukje houden . Het is niet meer dan 50 of 100 forint. Berustend en geduldig wacht ze tot jij naar haar toekomt, een ongeschreven regel.

Heerlijk om de voorraad aan te vullen. Aubergine, courgette, veldsla. We vonden een waterfilter voor de waterkan dachten we. Zo op het oog leek het wel te passen. Bij thuiskomst bleek het toch een ander model. Nu zoeken we hier ook de kan maar bij. Als het water gefilterd is, is het goed te drinken en hoeven we niet meer met literflessen water te sjouwen.

Van huis had ik de couscous meegenomen waar ik zo gek op ben. Gekruid en op smaak gebracht met onder andere rozijnen. Maar ook de kruidenkast was geplunderd. Al mijn Indische kruiden waren mee en een aantal zakjes boemboe. In de ochtend had ik al bedacht dat het voor de avond een Marokkaanse couscousschotel zou worden. Een groentestoof van olie, water, grof gesneden paprika, courgette, wortel, tomaat, kikkererwten, rode ui en knoflook. Djahe, ketoembar, kurkuma, djinten en gerookte pittige paprika was het kruidenmelange. Een half uurtje laten pruttelen in de olie, verder laten garen met de deksel op de pan en klaar.

Het was alweer een paar maanden geleden dat ik iets dergelijks gemaakt had. Koken is voor mij vooral leuk als ik er mee mag verwennen en men smult. Niets is leuker dan dat. Lief is een gewillige afnemer.

Overpeinzingen

Om te koesteren.

Ik zit op het terras. De koffie is op en ik heb eerst een aantal bladzijden gelezen van het boek: Al het blauw van de Hemel’. De schrijfster Melissa Da Costa laat het verhaal meanderen na een spectaculair begin en is meester in de misleiding. Telkens word ik op een ander been gezet. Wisselende emoties bij het lezen borrelen op. Het is een verhaal waarbij je geen moeite hebt om deel te worden van het geheel. Herkenbaar maar absoluut niet voorspelbaar met al die plotselinge wendingen.

Lief brengt een cadeautje. Een wonderschoon trosje hazelnoten, een cadeau in haar natuurlijke verpakking en iedere keer verbazen we ons erover dat de natuur zo vernuftig is in het beschermen van haar vruchten. Ik zie hem onder de boom een aantal keren speuren en bukken en even later komen er nog een paar hazelnoten bij met een brede glimlach.

Een lieve medeblogger wijst me op het feit dat een courgette mannelijke en vrouwelijke bloemen draagt en als je er niet genoeg hebt staan dat je dan de bevruchting een handje moet helpen. Ze stuurt een filmpje door met instructies. Dat is het grote voordeel van de huidige media. Als iedereen het zou gebruiken om de mooie dingen te delen en ervaringen uit te wisselen, wat zou het dan een bron van inspiratie zijn.

Vanmorgen lag er nóg een cadeautje in de brievenbus aan de voorgevel van het huis. Twee verjaarskaarten, een van dochterlief en een van vriendinlief. Olijke en mooie kaarten met een wens om vooral een mooie tijd te hebben samen. Dat gaat lukken liefjes.

Vanaf vrijdag beloven de tropentemperaturen te dalen naar onder de dertig en kan ik misschien alweer een beetje aan het werk. De Datsja schreeuwt om een frisse wind omdat insecten of anderszins in alle hoeken en gaten zijn gaan schuilen voor de hitte. De kruidentuin is hier en daar wat overwoekerd, de bloementuin moet opnieuw ingezaaid met een-en-meerjarigen en met het zaad van de klaprozen. Boeddha gaat verscholen achter de uitdijende Roosmarijn die hier als een tierelier groeit en bloeit. Ik heb een aantal blaadjes gedroogd, maar eigenlijk hoeft dat niet, want ze is er trouw, zomer en winter. Geurend kruid van het land.

In de Flow van deze maand wordt een tip van de sluier opgelicht van het boek ‘Niets Bijzonders’ door Charlotte Joko Beck. Het boek staat op het lijstje van de dichter Ellen Deckwitz: ‘De(vijf) boeken van mijn leven. Beck is geraakt door het Zenboedhisme na een leven als secretaresse. Ze heeft er volgens de dichter een nuchtere kijk op. Als een van de leerlingen van Beck haar vertelt er over te piekeren of ze tijdens een gesprek niet te onaardig was tegenover de gesprekspartner, vraagt Beck: Waar is die persoon waar je over piekert. De leerling antwoord dan ‘Geen idee. Niet hier’. Precies. ‘Niets bijzonders heeft mijn denken gevormd en me rust gegeven’.

Het zijn dit soort kleine bronnen, die tot inspiratie leiden. Een zin is al genoeg om bij stil te staan en over na te blijven denken. Deze zeker. Om te koesteren.

Overpeinzingen

Net als alle andere huizen in de straat

Na de lange reis was er een heerlijke sauvignon met ijs voor mij en voor Lief een borrelglaasje wodka met ijs en daarna nog een natuurlijk. Geen zin om te koken dus met een paar hapjes en in elkaars gezelschap kwamen we de avond wel door. Inderdaad maakte de klima in de keuken overuren en de ventilator aan het plafond deed ook flink zijn best. Met het raam open haalde hij de koele nachtlucht binnen en werd het zowaar te koud zonder dekbed, die aan het voeteneind lag. Het buitenlicht was niet aan, dus ontbraken de sfeervolle schaduwen over het buffet en de kast. Honden blaften als vanouds, maar de haan in de vroege ochtend hoorde ik niet meer. Toch in slaap gesukkeld.

In de vroege ochtend was het tot half tien mogelijk om op mijn vertrouwde terras te zitten en vooral de opmerkelijke dingen te observeren. De druif had met haar groen zichzelf de das om gedaan en produceerde enkel nog krenten en wat verdwaalde druiven. Als het weer het toelaat wordt het snoeien van de ranken de eerste klus. De hibiscus bloeit in haar volle glorie. Ze heeft overduidelijk geen last van de twee maanden tropenhitte. In de toegankelijke bloemen wentelden zich de gulzige insecten door het stuifmeel. De kolibrievlinder was ook van de partij en een grote glanzende van oorsprong zwarte hommel maar nu bedekt met een witgele waas. Dankzij de gieters van Lief zijn er ook herfstasters te bewonderen. In het dorre gras bloeien overal toefjes wilde cichorei ter compensatie. Er is een heel pad te lopen langs dat lieflijke bloemenblauw. Voordeel van de droogte is dat je niet hoeft te maaien. De notenboom, waar altijd rond vier uur schaduw te halen valt, heeft haar herfsttooi al aan. De rest staat er nog onwaarschijnlijk groen bij.

De courgetten en pompoenen dragen wel bloemen maar geen vrucht. En de Hortensia’s proberen zich dapper staande te houden, waarbij de wilde hortensia het nog het beste doet.

De verrassingen van Lief zijn kleine grappige aanpassingen die hij au naturel heeft opgebouwd met takken en oude hekken die bij de stalletjes stonden. Sprookjeshoeken, maar nu nog wat kalig door de hitte. De Dennenhorst heeft drie poorten om door naar binnen te gaan en Lief haalde twee oude rotan stoelen van zolder om ze daar neer te zetten. Prima stop om naar achteren te lopen. Gisteren ben ik niet verder geweest dan tot de Datsja. Vandaag of morgen eens kijken hoe het daar is. Om te smoren waarschijnlijk. We hebben geen boodschappen gedaan en vandaag hoeft dat ook niet. Als vanouds liet ik me leiden door wat er in de koelkast lag. Rijstnoedels met zalm/paprika/paddenstoelen /wortel/ui en knoflook. Heerlijk hapje en zo klaar. Licht verteerbaar.

Lief zag op zijn avondwandeling negen fazanten opvliegen uit de bomen. Van reigers wist ik het maar fazanten waren bij mijn weten grondscharrelaars. Niet dus. Volgende keer loop ik mee. Hij heeft het licht gemaakt op de patio. Een drie-armige sfeervolle lantaarn. Ook een verrassing, want die had ik nog niet brandend gezien. De ventilatoren aan het plafond op het terras en in huis zijn een zegen en onmisbaar.

Gisteren ben ik begonnen in het boek’Al het blauw van de hemel’ van Melissa Da Costa. Een intrigerend verhaal over een heel bijzondere trektocht die vanaf het begin de nieuwsgierigheid wekt.

Als het te warm wordt is de keuken een heilzame plek om te lezen en schrijven en ook de slaapkamer met de ventilator boven het bed. Altijd weg te kruipen voor de hitte in dit huis vol hoeken en gaten. De luiken gaan dicht dus blijft het koel en schemerig. Zomerstand. Net als alle andere huizen in de straat.

Overpeinzingen

Eindelijk

Na een heerlijk ontbijt een praktisch slapeloze nacht, omdat de airco ontbrak en het wind-en-fluisterstil was in de mooie kamer, maar de geluiden van een buurman-stommelaar tot vier keer toe luid en duidelijk te horen waren. Het gaf niets. Mijn moeder indachtig: ‘Als je je ogen dicht hebt, rust je ook’, hoorde ik om half zes alweer de eerste kerkklok beieren. Dorpse geluiden en tijd om aanstalte te maken om naar beneden te kunnen. Wat een heerlijk hotel is dit toch. Het jonge meisje, ligt het aan mij of worden ze steeds jonger, was al druk aan het redderen om haar gasten in de watten te leggen. Ieder kreeg een kan koffie of thee op de tafel staan en er was een uitgebreid buffet, waar je naar hartenlust kon nemen.

Mijn tafeltje stond al klaar in het rustigste deel van het restaurant. Het was al behoorlijk druk om zeven uur. Later zag ik de koffers van de busgasten klaar staan om ingeladen te worden. Aha, het hele gezelschap oudjes was klaar voor vertrek. Dat leverde een uitgebreid gekakel en gebas op, maar aan mijn kant zaten vooral de zwijgzame einzelgangers. Twee heren en ikzelf.

De reis ging opnieuw voorspoedig. Eerst een tankstation iets verderop van het dorpje Windorf gezocht en gevonden en daarna de beloning. Een tocht langs de Donau tot aan Passau aan toe. Geweldig, dat grote indrukwekkende spiegelende oppervlak, maar nergens een plekje om aan te meren en foto’s te schieten, waarop ik de beelden maar vastzette in mijn hoofd.

De grote vriendelijke podcast aan en luisteren naar de aangename stemmen van Jaap Friso en Bart Maliepaard over het nieuw in te wijden schooljaar wat betrof de jeugdliteratuur en de op handen zijnde boekenweek. Daarmee vlogen de kilometers onder mij door en draaide de klok zomaar een uurtje verder. Er zitten twee jeugdboeken in de koffer. Die werden niet in de uitzending genoemd, maar volgens mijn eigen criticus, dochterlief, waren ze niet te versmaden.

Bij Wenen miste ik even de afslag richting Budapest. Dat leverde een klein stukje buitenwijk van Wenen op, maar de onbetaalbare accurate tomtom had Truus en mij zo weer op de goede weg. Ik besloot niet naar Budapest toe te reizen maar halverwege af te slaan richting Nagypeterd. Daar won ik minstens een uur mee. Kostbare tijd omdat het verlangen zo groot was. Het betekende een uurtje dorpse wegen rijden, waarna ik op de snelweg naar Kaposvar in kon voegen. Twee uur verwijderd van het grootste cadeau op deze verjaardag. Mijn lief.

Steeds herkenbaarder werden de steden op de richtingwijzers. Balatonlelle, Kaposvar, Szigetvar en het laatste stukje kon me niet snel genoeg gaan. De hele weg lang had ik de Flitsmeister aangehad en dat was geen onnodige actie. Het leek wel of men om de paar meter een werkende flitser had plus hier en daar een paar verdekt opgestelde politieauto’s als waakhonden speurend naar hun vermeende prooi.

Het grote aftellen begon. Nog tien minuten, nog zeven, nog vijf, nog twee en daar was het trotse en statige huis al. Het hek zat dicht en langzaam reed ik langszij, toen ik Lief achter het tweede hek zag staan die mijn richting opkeek. Hij stak zijn hand op en gebaarde dat hij de deur en het hek zou opendoen. Het was precies kwart over vier. Niet gek. Acht uur over de rit gedaan.

Een warme omhelzing volgde. O zo lang geleden, die twee vertrouwde stevige armen om me heen. ‘Ha lieverd, ik ben er, eindelijk’.

Overpeinzingen

Kippie-eitje, natuurlijk

Vijf uur ging de wekker. Geen momentje aarzelen en hup in de benen. Gisteren zoveel mogelijk ingepakt en nu nog de laatste drie nieuwe boeken in de rommeltjes-koffer en klaar. Even puzzelen hoe we alles mee gaan nemen. Zoonlief was om zes uur naar beneden gekomen om te helpen dragen. Hij is een ware pakezel met twee koffers en twee tassen om zijn schouder. Hij helpt ook nog even met logisch rangschikken. Heerlijk zo’n lieverd. Kwart over zes was ik ‘En route’ en de reis ging voorspoedig. In Nederland een paar kleine buitjes, maar in Duitsland scheen de zon steeds uitbundiger. Heerlijk rustig op de weg en af en toe werkzaamheden, zoals te doen gebruikelijk in Duitsland. Truus deed het voortreffelijk en klein Piep de Muis hield me vanaf het dashbord nauwlettend in de gaten, maar was overduidelijk in een zwijgende bui. De Carplay zette zijn beste beentje voor en schotelde al mijn lievelingen voor. Zjef van Uytzel, Robert Long, Maarten van Roozendaal, Loudon Wainwright, Stef Bos en nog meer Kleinkunstenaars.

Met de boekencllub hebben we ‘Morele Ambitie’ van Rutger Brugman gekozen en daarnaast heb ik ‘De Smeekbede’ van Lianne Damen en de ‘Al het Blauw van de Hemel’ van Mélissa Da Costa’ erbij gehaald. Dat belooft uren en uren nieuwe avonturen. Dat mag best na alle drukte van de laatste dagen. Ze zitten in de koffer, maar komen er nu niet uit. Dat is niet erg, want ik wil eerst Lief en het thuisfront de schoonheid van het authentieke Beierse Hotel aan de Donau laten zien en mijn lieflijke eenpersoons kamer met roze geraniums voor mijn raam en uitzicht op de straat en het woud erachter.

Bovendien staat er nog een lesje Hongaars op het program en dit blog. Geen tijd om te lezen, wat een luxe.

Waar vliegen je gedachten heen tijdens zo’n reis. Ik zie wel het schoons om me heen, maar vluchtig. Het hoofd is vaak bij de muziek met haar mooie teksten. Verhaaltjes op zich en zeker onderwerpen om over te mijmeren.

Tijd voor een hapje beneden in het restaurant. Ik kies helaas toch voor binnen in verband met de hitte buiten en daar is het beter toeven. Een poke bowl dacht ik, maar dat was een grote kom sla en drie lapjes gepaneerd vlees met twee broodjes. Ik heb heel erg mijn best gedaan maar kwam niet helemaal tot een leeg bord. Het personeel was alleraardigst. Het overgrote deel van de gasten was de pensioengerechtigde leeftijd al gepasseerd. Er werd vooral veel Duits gesproken. De Beierse tongval van het personeel vergde enigszins het scherpen van de oren en het was een kwestie van wennen aan de tongval. Het Hoch Duits van de Mulo was van een geheel andere orde.

Heerlijk gegeten en nu op bed verder schrijven. Eerst Lief bellen die al belde naar het restaurant. Ik merk aan alles dat hij popelt, net als ik trouwens. Nog even geduld, lieve schat. Dat is het voordeel van van elkaar verwijderd zijn. Het weerzien kan niet grootser en kan niet mooier. Morgen kan ik niet om zes uur weg, want ontbijt en uitchecken is pas vanaf zeven uur. Maar ik heb vandaag de grootste ruk gemaakt. Morgen nog maar een luttele 7 uur. Kippie-eitje natuurlijk.

Overpeinzingen

Aan de slag dus

Met de kleine njong en zoonlief op stap om zijn grote zus op te halen. Op school was schoonzoon er ook al voor Dribbel. Een halve familiereünie en een uitstekende gelegenheid om een ijsje te gaan happen. We zaten op de vier stoelen voor de winkel en hadden zicht op de ophaalbrug over het Merwedekanaal.

Zoonlief had in de vroege morgen geappt om samen met de kleine Njong het familiegraf te gaan bezoeken. Dat vond ik een fijn idee. We brachten kleindochter naar het park waar ze met een vriendinnetje en diens moeder zou gaan picknicken en spelen en reden richting Utrecht. De Barbara is een mooie oude begraafplaats. Heel plezierig was de aangelegde parkeerplaats vlakbij de ingang. Voorheen moest je ergens in de buurt een plekje zoeken en dat was geen sinecure.

Met de kleine op stap betekende vooral geduld beoefenen. Ieder geluid, ieder steentje, ieder opwaaiend blaadje en iedere vogel deed hem aandachtig stilstaan. Elke stoep, richel of ophoging moest beklommen worden. Bij het oude bloemenstalletje, dat er al zo lang was als ik me kon heugen, zocht ik tevergeefs naar Fresia’s. Mijn moeder had me ooit verteld dat zo sierlijk te vinden staan, ragfijne bloemen in een dito vaasje, meer was als opsmuk niet nodig, vond ze. Het werd natuurlijk toch een plant met sierlijke roze bloemetjes, vanwege de duurzaamheid. Zoonlief moest sjouwen, want de pot was veel te zwaar voor mij.

We kuierden de laan uit over het grindpad naar de Lindenlaan. Grint is bij uitstek geschikt om mee te spelen, dus regelmatig waren we het boeffie kwijt, omdat hij op zijn hurken stenen aan het verzamelen was tussen de zerken. Bij het graf, in een keer teruggevonden, zochten we een bezem of stoffer, die we vonden bij een overbuurvrouw. Zoonlief vulde de gieter en schrobde het marmer af om het daarna met nog een volle gieter schoon te spoelen. De plant kwam in het midden te staan.

Njong legde er nog twee steentjes bij en daarna kuierden we op ons dooie akkertje weer terug. Ondertussen vroeg zoon zich af hoe vaak ik er kwam. Bijna nooit. Vroeger met de kinderen wel, maar mijn gedachtenis aan de familie blijft altijd hangen op een kaarsje in elke kerk waar ik langskom of in mijn herinneringen en de blogs die ik schrijf. Eigenlijk is vooral mijn moeder geen dag uit mijn gedachten, terwijl ze er al sinds 1990 niet meer is. Het was een waardevol bezoek, want daarnaast wilde hij over mijn familie het naadje van de kous weten. Hoe ik erover dacht, hoe dat was vergeleken met nu, wat het betekende om met zoveel in een klein huis te wonen, wat mijn vader precies voor werk had gedaan.

Ondanks de alarmerende waarschuwingen over opstoppingen door werkzaamheden aan de A2 laveerde hij met grote kalmte terug naar het park en haalden we kleindochter op die uitgelaten en vrolijk haar broer en ons vermaakte op de weg naar dochterlief. Omdat ik tante Pollewop gemist had dinsdag wilde ik nog even terug, al was het maar even. De kinderen knutselden, dochterlief redderde het eten en wij dekten de tafel. Even later schoof schoondochter ook aan en hadden we toch nog een fijn uurtje. Er werden happertjes gevouwen en ingezet om de feestvreugde te verhogen. Ten leste gingen de drie oudsten even op het Aakplein spelen en gingen wij op huis aan.

Wat een fijne dag. Nog even een warme omhelzing met de nadruk om kalmpjes aan te doen. Gaat lukken lieve schatten. Nu eerst maar even zorgen dat alles in de koffer en de tassen past. Aan de slag dus.

Overpeinzingen

Wat een, in alle opzichten, warme rijke avond

Na de ontzettend fijne avond gisteren kwam de slaap natuurlijk niet direct en keek ik nog wat televisie, terwijl ik de avond nog eens dunnetjes overpeinsde. De entourage was fijn. Een heerlijke gedekte tafel op het terras, een tuin vol bloemen. Een van mijn lieve leerlingen woonde naast haar moeder in het tuinhuis en haar kwam ik tegen op het tuinpad met een warme omhelzing als begroeting. Zo, de avond kon al niet meer stuk.

Langzaam druppelde iedereen binnen en werd er natuurlijk eerst uitgebreid verteld over de vakanties. Een van ons had er nog een te goed en ging binnenkort. Tussen alle bedrijven door bespraken we eveneens het feit dat ik niet goed kon aangeven van tevoren, wanneer ik er bij kon zijn, omdat het niet te zeggen was wanneer Lief en ik hier zouden zijn of in Verweggistan. Terwijl ik daar over had nagedacht en de bezwaren om dan nog mee te kunnen doen met onze heerlijke avonden, zich hadden opgestapeld, werd het nu door allen weggewuifd. Ben je mal. Dan gaan we het soepeler aanpakken vonden ze en per keer afspreken en niet zoals nu per zes keer. Ze wilden me nog niet kwijt, dat was fijn te horen. Op dat moment voelde ik dat onze onderlinge verbondenheid diep zat en zo waardevol was voor ons allemaal. Een van ons was er trouwens nu ook niet bij, die zat lekker met zijn voeten in het zand in zijn geliefde Zeeland.

We kwamen eindelijk aan het boek toe. De meningen waren gelijkluidend. Boeiend, breedsprakig, een vervolg op zijn eerst roman, die we ook allemaal gelezen hadden, en sommige passages hadden veel minder aandacht mogen hebben. Maar Murat Isik beschikt over poëzie in zijn taal en diepe gedachten waar we op wilden doorborduren. De vraag wierp zich op hoe we tot lezen waren gekomen en of we lazen uit eenzaamheid, zoals in het boek genoemd werd. Hier speelde het tijdsgewricht een rol. Bij ons thuis was er altijd reuring met elf kinderen, dan wilde je daar nog wel eens aan ontsnappen. Toen ik eenmaal gegrepen was door ‘Alleen op de wereld’, werd lezen een tweede natuur. Mijn moeder las ook altijd en ging met ons al vroeg naar de bibliotheek in een huis in de Elsstraat. Al onze moeders bleken lezers te zijn. Goed voorbeeld doet goed volgen, vonden wij. Alles had wel sterk te maken met de situatie binnen het gezin. Was er de ruimte en de rust voor.

De aftrap van de hele avond was een vraag die intrigeerde: Hadden we ons wel eens buitengesloten gevoeld, dus alsof je van boven af naar jezelf keek. Er werd aan de puberteit gerefereerd. Als je je weg aan het zoeken bent in de ontwikkeling kom je in situaties die die vervreemding op kunnen roepen. Als je plotseling na een groot verlies alleen achterblijft vraag je je af wat het nut van alles is, dan voel je je ook overal buitenstaan. Een zware tijd waar je, en niet in de laatste plaats ook dankzij het lezen, na een tijd uitkomt en zich nieuwe wegen aandienen, die eigenlijk een antwoord zijn op die vraag.

Lezen is ook nieuwe werelden ontdekken, herkenning oogsten, je kunnen vereenzelvigen met de karakters en het heeft niets te maken met verplichte boekenlijstjes die in sommige gevallen alleen maar averechts werken.

We stelden aan het eind, terwijl de borrel inmiddels op tafel stond met lekkere hapjes, een lijst van boeken samen, omdat ik dat boek binnen twee dagen moest aanschaffen voordat ik vertrok. En nu maar duimen dat ze overal te krijgen zijn.

Het blijft een verbindende mooie manier om met elkaar in gesprek te gaan. Het boek en wijzelf. Alles en iedereen kwam aan bod. Wat een, in alle opzichten, warme rijke avond.

Overpeinzingen

Omdat het zo’n prachtig woord is

We zijn geland. Met beide voeten op de vloer. Het boek is uit. Als een geblazen bel spat San Francisco uit elkaar. Het kan niet, want nu wil ik weten hoe het verder gaat. De kracht van de schrijver en van zijn schrijven.

Het hoofd zit in de henna en er valt dus twee uur te overbruggen, waarbij ik nog een beetje kan inventariseren hoe de dag verder zou kunnen verlopen. Gisteren had ik eerst een bres geslagen met lezen en toen ik fiks opgeschoten was, reed ik naar dochterlief waar de filosoof zijn tweede schooldag erop had zitten. Hij verveelde zich een beetje. Dochter en ik hadden gesprekstof genoeg. Hij haalde zijn vergrootglas en een potje met uienschillen, die hij in een schaaltje deed. Vergrootglas erboven, zon erop en daar kwam een potje nostalgie boven drijven. Fikkie steken maar dan gedoogd.

Vroeger ging dat een beetje stiekem met papier in de poort achter het huis. We mochten wel een echt vuurtje in het blikken poppenfornuisje, waar een pannetje met kleine blokjes aardappel in water mee aan de kook gebracht werd. De kleine aanmaakblokjes stak mijn moeder zelf aan.

Om half vijf gingen ze op de fiets tante Pollewop ophalen die bij een vriendinnetje aan het spelen was en reed ik naar de oudste dochter, die verbaasd de deur van de flat liet openspringen. Haar laatste vrije dag moest ik toch maar benutten vond ik, want de rest van de week zou ze geen tijd meer hebben, afgeknoedeld als je kon zijn na een eerste week met je groep.

Dribbel was thuis, de middelste lag ziek op bed en de oudste kwam ook gezellig erbij zitten. We bespraken zijn vakken op school. Er zaten maar 17 kinderen in zijn mentorklas omdat zij net als hij Frans als vak erbij hadden gekozen. Hij spreekt het vloeiend, maar grammatica is weer een ander verhaal natuurlijk. Dribbel bestookte een oude telefoon en speelde een spelletje waarbij hij moest speuren. Dochterlief en ik dronken een half nulpuntnulletje. Schoonzoon kwam in een te warm trainingspak binnen, want hij stond op het punt om voetbaltraining te gaan geven. Na een uurtje en hartelijke omhelzingen was het tijd om te gaan.

Lief vertelde gisteren dat bij de Datsja een dode merel lag. Het arme beestje was niet door een kat gegrepen want er was aan hem geplukt. Even daarvoor had hij een vogel zien vliegen, groter dan een kraai maar kleiner dan een buizerd. Het dier was de fluweelboom ingevlogen en kon van daaruit makkelijker bij zijn prooi komen. Toen hij Lief in de peiling kreeg vloog hij verstoord op en weg. Het bleek een valk te zijn. Een bijzondere samenloop omdat hij even daarvoor het artikel over schoonzus gelezen had met dezelfde achternaam. ‘Het kan verkeren’, zei Bredero.

In een korte tijd lees ik twee keer over een krekel en beide keren schrijft men het dier een geluid toe, die ik er nooit voor zou kiezen. Bij de een tjilpt de krekel in een zomernacht en bij de ander wordt het ‘Een knisperen van een krekel’ genoemd. Bij mijn weten doen ze geen van beiden, maar tjirpen ze. Ze halen de bovenkant van de vleugel langs de onderkant van de andere vleugel. Daar loopt het tjirp-orgaan langs. Alleen de mannetjes maken dit geluid.

De laatste keer dat ik ze lang en hard heb horen tjirpen was tijdens een nachtdienst in Huize Het Oosten, waar ik nachthoofd was en bovendien de enige verpleegkundige in huis ergens in de jaren tachtig. Vasalis, in zo’n hele warme zomernacht, schrijft:

Dan, wat ik niet had moeten horen/der krekels hese stroeve stemmen/miljarden uiterst kleine remmen/schrammend de nacht…

Het waren er geen miljarden, maar wel aanzienlijk meer dan die ene verdwaalde, die ik tegenwoordig nog sporadisch hoor. Tjirpen dus, omdat het zo’n prachtig woord is.

Overpeinzingen

Mondjesmaat consumeren

Er staat een pagina over mijn onbaatzuchtige overleden schoonzusje in de krant. Het doet haar eer aan en streelt mijn gemoed. Hier gaat het leven onverdroten door. Ouders die met hun kinderen de draad van voor de vakantie oppakken en naar school lopen, een bezorger die zijn pakjes rondbrengt, een auto die start, wat werklui die komen aanrijden in een busje. Het is een waardig eerbetoon met als titel: ‘Op de woonboot van Yvonne was er ruimte voor iedereen’. Dat zegt eigenlijk alles.

Gisteren reed ik naar de Hoek om te lunchen met de broer van Lief en zijn vrouw. Heerlijk ritje onder het wisselende zwerk, wolkendek, blauwe luchten, spatje regen, opnieuw een wolkendek en weer wat zonneschijn. Nederlandse luchten. Ik hou ervan.

Natuurlijk wilde ik een bloemetje meenemen, maar ik kon de bloemenwinkel nergens meer vinden. Dat leverde twee rondjes door het stadje op. Schoonzus vertelde dat ze op maandag gesloten zijn en dat het helemaal geen punt was, want zonder bloemetje was ik meer dan welkom. Ze waren eigenlijk verbaasd dat ik de moeite had genomen om helemaal naar hen toe te rijden. Zoals eigenlijk altijd, moest ik ze overtuigen dat het geen sinecure was, maar gewoon ontspannend. Ik, Truus en Piep zwervend over de wegen, podcast op of een lekker muziekje, zingen en beheerst swingen en genieten van al wat ik tegenkom. Twee knooppunten op de weg die ik goed kende en makkelijk kon tackelen, geen centje pijn, integendeel.

Ze vroegen hoe het klimaat in November zou zijn in Verweggistan. Geen idee nu het weer haar eigen beweegredenen volgt. Als het nu zo ongelooflijk warm is geweest, zou je een vroege koude winter verwachten, maar die was er het jaar daarvoor ook niet. Niets staat wat dat betreft met zekerheid vast. Ik vermoed dat ze aan het overwegen waren geweest te komen, maar Broer had zin in een zonvakantie voordat ze de lange sombere dagen tegemoet zouden gaan en dacht aan het heerlijke warme Las Palmas of iets dergelijks. Vooral doen, leek mij. Natuurlijk.

In mijn hoofd beginnen zich tussen de bedrijven door lijstjes te vormen. Een tas met keukenspul, een tas met schilderspul, een boekentas, een kledingkoffer, een tas met toiletbenodigdheden. De doeken uitzoeken, de laatste was draaien.

Er komen apps met foto’s langs van zoonlief en zijn lieverdjes op Ameland. Een en al zon, wind en blakende tevreden koppies. Geef kinderen zand en water en een vakantie kan niet meer stuk. Ze rennen zich helemaal leeg vanaf het duin.

Afgelopen zondag keek ik naar Hanneke Groenteman die de acteur Pierre Bokma interviewde. Wat een ongedwongen manier van vragen stellen heeft ze toch, ondanks de zware kost. Een terugblik op zijn rol in de serie De Joodse Raad dat emoties bij Hanneke opriep en als filmfragment; ‘We need tot talk about Kevin’. Het is een film die draait om de vraag of het karakter van een kind aangeboren is of aangeleerd. Kevin heeft een verschrikkelijke daad begaan op zijn middelbare school. De relatie met zijn moeder verliep vanaf het begin al moeizaam. Hij gedroeg zich tegenover haar heel anders dan tegenover zijn vader, maar zijn moeder reageerde ook anders op zijn gedrag dan op de anderen. Vanmorgen bekeek ik het begin van de film. Het is een psychologische triller die de vraag oproept wat de moeder van een kind aan moet met de daad van haar zoon. Hoe verwerk je dergelijk verdriet. En inderdaad, hoe voed je elkaar. Ik kijk hem in fragmenten, want er hangt een adembenemende spanning over de film.

Dus mondjesmaat consumeren.

Overpeinzingen

Gezelligheid kent geen tijd

Al een paar dagen loop ik met Metin mee door San Francisco. Het is de hoofdpersoon uit het boek van Murat Isik ‘In de Mist van Golden Gate Park’. Als het boek je eenmaal bij de kladden heeft, dan is het moeilijk om het weg te leggen. Altijd weer een boeiend proces hoe en wanneer een verhaal vat op je krijgt.

Gisteren kon ik de hele middag een flink aantal pagina’s stukslaan. Om het feest van de tweeling nog even dunnetjes te vieren en omdat ik ze een aantal maanden niet zou zien hadden we pas om zes uur afgesproken bij ons lievelingsrestaurant aan de rand van Nieuwegein. Het is een wegrestaurant maar als je naar binnen loopt en uitkijkt over de sloot en de weilanden erachter waan je je volstrekt midden in de natuur. Meestal zitten we op het terras, maar daar was het nu te winderig en zelfs te koud voor. Dus hadden we binnen een tafel voor zes in een wat afgelegen hoek. Dat kwam goed uit, want doorgaans zijn we zo aan het babbelen dat het lijkt alsof we aan de keukentafel zitten.

Het gesprek ging over het feit of je voor iemand een verrassing kan bereiden ter ere van diens verjaardag. De tweeling was er van overtuigd dat dat echt niet wenselijk was, omdat beiden daar niet op zaten te wachten. Zuslief had er een restrictie bij bedacht. Een verrassing is het niet als het bij jezelf thuis wordt georganiseerd, want dan zit je daarna met de brokken en moet je op z’n minst aan de schoonmaak. Ergens anders is een eventuele optie.

Het is maar waar je van uit gaat. De bedoeling van zo’n feest komt natuurlijk uit een goed hart. De organisator wenst je een warm hart toe en wil je in het zonnetje zetten. Maar wat als een ontvanger dat perse niet wil. Stel je voor, werd er geopperd, mensen die je er absoluut niet bij wil hebben, maar die dan toch uitgenodigd zijn. Matchen van verschillende partijen was ook een dingetje, vond men. Alle mitsen en maren werden aangehoord. Er werd aangegeven dat ze beide zouden doen alsof het leuk was, en dat je dan later met de kater zat. Dat laatste is verwarrend. Als je doet alsof wordt iets nooit duidelijk voor de ander. Aan de andere kant wil je op het moment suprème misschien de mensen niet teleurstellen. In ieder geval werd er een feest afgeblazen.

Het vergt beiderzijds de nodige dosis begrip. Luisteren, signalen geven, duidelijke beweegredenen uiten, vooroordelen uitpellen, van het goede uitgaan en begrijpen waarom een leuk plannetje wel eens niet zo leuk voor de ander zou kunnen zijn. Elastiek, dat is het. Een rekbaar begrip zo’n verrassing. Het heeft dus altijd twee kanten.

Zuslief was voor broer bij Utrecht Letters haar inkopen gaan doen. Eigenlijk een hele mooie boodschap op een grappige manier uitgevoerd in praktische zaken, zoals een schort, ovenwanten, een mok etcetera. Op de site vind ik de verklaring die erbij hoort:

Utrecht letters

Onze collectie Utrecht letters is het perfecte aandenken voor liefhebbers van de prachtige
Domstad. De letters van Utrecht zijn uniek in Nederland en vormen samen een eindeloos
gedicht. Iedere zaterdag om 13:00 uur hakt een steenhouwer een volgende letter in de
straten van de stad. De essentie van Utrecht vind je terug in onze unieke souvenirs. Zo blijf
je voor altijd verbonden met de stad.

De letters in de straten ken ik. Je kan er een ware puzzeltocht mee houden om het gedicht bij elkaar te sprokkelen.

Daarna werd de maaltijd geserveerd en konden we aanvallen. Opnieuw had ik me verkeken op de hoeveelheid. Zus en ik hadden een bord nasi, dat eigenlijk bijna een halve rijsttafel bleek te zijn, compleet met rendang, sajoer boontjes en saté. Ik prijs de restaurants waar je uit drie varianten kan kiezen. Small, medium, en large. Zo zit je nooit verkeerd. Nu hebben we echt gevraagd of we het mee konden nemen. Prijzenswaardig dat het mogelijk was. In Hongarije krijg je meestal een overschot ongevraagd mee naar huis. Daar valt ook wat voor te zeggen.

Er zijn weer aardig wat veranderingen op komst. Een vakantie, een verhuizing, het zoeken naar vervangende woonruimte en het dromen over een camper en de onmogelijke aanschafprijzen daarvan. Genoeg stof tot praten. Al met al vloog de avond om en was het afscheid alweer daar. Gezelligheid kent geen tijd.

Overpeinzingen

Duimen dan maar

We moesten de weg vragen en vlak voor we de auto ergens wilden stallen zagen we kleindochter met haar oma, die ons naar de parkeerplaats wees. Daar was even later ook schoondochter met de kleine njong. Zij gingen vast vooruit. We vonden een goed plekje en wandelden rustig een straat uit naar waar het gewoel al gaande was. Er klonk muziek. Het was eigenlijk niet echt in het stadspark maar op een terrein ervoor, geen boom te bekennen en dat was jammer want de zon scheen ongenadig op onze bollletjes. Alle banken en stoeltjes voor het podium waren al bezet. Zoonlief had aangekondigd dat ze de show twee keer zouden lopen, maar dat bleek slechts een keer te zijn en omdat we al gauw de markt hadden doorkruist, betekende dat twee uur wachten. Dan maar een plek in de schaduw zoeken met…zicht op een springkussen. Haha. De tweede in drie dagen, het moet niet gekker worden.

Met de grote Pasar Malam in het achterhoofd, dat later werd omgedoopt tot Tong-Tong-fair, was de bescheiden opstelling een lichte teleurstelling. Rond de twintig kramen met allerhande spullen en een tiental eetkramen, dacht ik zo.

De filosoof en tante Pollewop hielden zich kranig met water, een flesje prik en crackers en verveelden zich geen moment. De leuning van de trap nodigde uit tot acrobatische kunstjes, naar het springkussen taalden ze niet. Voor de eetkraampjes stond men in lange rijen te wachten. Dat schoot niet op. We babbelden wat over koetjes en kalfjes, keken naar iedereen die langs kwam. Mensen vielen elkaar in de armen, een grote familie leek het. Dat is de bijzonderheid van een grote gemeenschap. Ons kent ons. Dat zie je in de kerk, bij dit soort cultuurmarkten en andere kleine evenementen.

Zoonlief kwam een uurtje later en wachtte bij het cafe waar men zich aan het omkleden was. Hij zat op de trap buiten met de kleine. Na een poosje kwamen de eerste prachtig uitgedoste vrouwen naar buiten. De vader van schoondochter liep er ook bij. Een hartelijke begroeting volgde.

Even later stond de hele kumpulan op de stoep in sarong en kebaya, authentiek klassiek, modern, feestelijk of gekleed als serveerders. Het deed me een beetje denken aan de optredens bij het volksdansen, als we in de coulissen in vol ornaat, in kostuums uit Bulgarije, Roemenië, Hongarije, Armenië of zeeland, klaar stonden om te beginnen. Hier en daar werd nog wat geschikt, een plooitje recht getrokken, de hoofdtooi recht gezet, een losse haarstreng weggeduwd, make-up gemonsterd en eventueel nog haastig wat lippen gestift voor het optreden kon beginnen.

Nu liepen ze in een rij van twee aan twee naar de zijkant voor het podium. Wij zochten een staplek achter de rijen stoelen. De speaking lady, op haar mooist, hield een uitvoerige gedetailleerde beschrijving bij elk kostuum dat langs kwam. Daarna werd er geposeerd voor de foto. De kleine njong op de arm bij mams wilde eerst niet echt, maar trok net op het nippertje bij, kleindochter leek wat verlegen en verschool zich af en toe achter haar kipas, haar waaier. Ze waren allen in het hemelsblauw gekleed. Een door haarzelf ontworpen moderne interpretatie van de klassieke sarong en kebaya. De oma had een klassieke feestdracht aan.

Kleine njong was inmiddels aan het publiek gewend en liep daarna te scharrelen tussen de poserende mensen. Er werd spekkoek uitgedeeld aan het publiek en toen was het alweer voorbij en kon iedereen wat verkoeling zoeken. Geen overbodige luxe.

Op de terugweg aten we, op advies van zoonlief, bij de lekkerste ijssalon van Nederland een ijsje. Bij Utrecht gingen de weergoden los en die trakteerden ons op een overvloedige waterval compleet met onweer en prachtige inktblauwe lucht. De filosoof vond dat oma op haar wolkje maar eens moest ophouden met de schoonmaak. Het was welletjes zo.

‘Alles wat hier valt, valt daar misschien niet’, dacht ik, maar daar kan je bij ons onstuimig klimaat niet van opaan. Duimen dan maar.