Overpeinzingen

Wij gaan ons alvast verkneukelen

De ezel was binnengekomen dus vanmorgen gingen we rond een uur of elf richting Pécs waar, met de ezel in minstens tien onderdelen, de doos al klaar stond om mee te nemen. De vriendelijke man, die samen met zijn vrouw het kleine zaakje beheert, controleerde de inhoud nog even. Er verscheen een grote glimlach op zijn gezicht, ‘Echte natuur’ glunderde hij toen hij het walnoten hout bewonderde.

Boodschappen deden we bij een super, die vlakbij de universiteit was. Er was eindelijk eens een grote verscheidenheid aan mensen te bewonderen. Jong en vrolijk stapte het aan. Doorgaans lopen er in Hongarije misschien nog veel Nederlanders rond maar verder hoofdzakelijk Hongaren en de Roma. Vooral de levendige manier van met elkaar omgaan valt bij deze studenten op.

‘S Middags pakte ik ons koffertje in. Voor drie dagen hoeft er geen hutkoffer mee gelukkig. Lief keek de bus en treintijden na. We vertrekken morgen al om negen uur. Naar Boedapest is het twee uur met de trein. We nemen wel boeken mee, maar er zal ook veel fraais onderweg te zien zijn. Zondag is een uitstekende dag om te reizen,, eerste klas, dat dan weer wel.

Toen we thuis kwamen wilde ik de ezel in elkaar zetten. Mijn lieve Pietje Precies wilde het bouwpakket bewaren tot na Boedapest, maar zoveel geduld had ik niet meer. Ik wilde weten hoe ze eruit zag. Er zat een handleiding bij, alle onderdelen waren genummerd evenals de zakjes met verschillende schroefjes, alles op volgorde en in onderdelen was er een uitleg. Een kind kon de was doen. Nou ja. Ik moest hem wel vragen hier en daar een schroef nog eens extra aan te draaien. Eigenlijk is het een prachtig ezeltje, niet al te groot, geschikt voor aardig grote doeken, stevig met een la eronder voor het opruimen van de penselen en klemmen. Ik voel me de koning te rijk

Gisterenmiddag, net na het eten, zag ik ineens vanuit mijn ooghoek iets scharrelen in het prieel. Het bleek een prachtig egeltje te zijn. Parmantig stapte ze voort. Af en toe even snuffelen en dan weer verder haar neus achterna. We mochten ongestoord filmpjes en foto’s maken. Ze was totaal niet schuw. Hoe blij kan je zijn met die lieve kleine dingen.

Zoonlief is alweer bijna thuis na negen uur vliegen. Ze gaan hem zometeen ophalen. Hij stuurde een foto van een varaan en dat was geen kleine jongen. Zuslief vertelde toen, dat in de tijd dat ze in Senegal werkte op een compound, zo’n beest zich had laten insluiten in hun hutje. Sommige dingen wil je gewoon niet weten op zo’n moment.

Terwijl ik schrijf, zuigt Stoffie stof. Het is een grote luxe dat het mogelijk is, met dank aan zoonlief die het idee had geopperd. Er is nog nooit zo vaak onder schier onbegaanbare kasten gezogen.

Lief ging nog eens goed kijken tussen de pompoen-en-courgetten-planten. Jawel hoor, nog meer oogst. Een flespompoen, denken we, maar nog niet klaar en weer een mooie courgette. Na ons uitje zal ik eens een lekker recept bedenken.

Maar nu eerst een nieuw avontuur. Ik ben benieuwd hoe het gaat worden. De Ipad gaat mee, dus er wordt gewoon doorgeschreven. Alleen kan het tijdstip nog wel variabel zijn. Wij gaan ons alvast verkneukelen.

Overpeinzingen

Voor vandaag ben ik onder de pannen

De hele dag wringt mijn moeder al haar wolkje schoon. Het komt met bakken uit de lucht vallen. Er bestaat hier voor sommige gebieden zelfs code geel. Van de weeromstuit slaap ik uit. Nou ja van zes tot acht uur heb ik eerst een paar lessen Hongaars achter de kiezen. Omdat de dag treuzelde om aan te breken, vielen de ogen opnieuw toe en werd er anderhalf uur slaap aan vastgeknoopt. Met een waanzinnige droom, waarvan ik weet dat mijn volksdansvrienden er waren en er veel ruimte was voor creativiteit, roken en uitkijken naar, tja waarnaar eigenlijk. En toen was er koffie. Lief ging de zolder stofzuigen en op zoek naar een eventueel nest maar kwam onverrichter zake terug. Het martertje heeft er in ieder geval geen vaste verblijfplaats van gemaakt.

Hij had de verwarming in de Datsja al een uurtje aangezet, omdat het slechts 14 graden was dus werd het tijd om toch weer aan het werk te gaan. Wat ontdekte ik op de wandeling er naar toe? Een blad dat donkerder gekleurd was dan de rest. Beter kijken, nee geen blad, een courgette. Hoera, kweek van eigen bodem. We voelden ons rijk. Nu de pompoenen nog.

Het schilderen ging goed. De hand en vooral de duim werd in de goede richting geduwd, maar de ogen schieten nu bijna vuur. Daar ga ik morgen verder aan sleutelen. Voor het licht moet ik de deur open houden omdat met deze donkere dagen er minder licht door de ramen komt en met twee uur ploeteren vinden de koude vingers het wel weer genoeg.

Daarna volgde een verzoek van het appartement in Budapest om online in te checken. Dat vergde even haarscherp opletten en goed lezen, in het Engels gelukkig want met Hongaars had ik er niet zo makkelijk uitgekomen. Met een half uurtje en een keer of vijf scannen voor we een goedgekeurde hadden, waren we klaar. Nu kunnen we met een gerust hart zondag op pad.

Als ik wat oude Zinmagazines doorblader kom ik uit bij een interview met Saartje van Camp de Vlaamse celliste, zangeres en theatermaker. Ze werkt nauw samen met Spinvis en op het ogenblik draait hun theaterstuk ‘Neveldieren’, een muzikale en poëtische voorstelling over hoe andere mensen tegen jou aankijken. ‘Iedereen heeft daar een volstrekt eigen beeld bij en ze kijken allemaal op een andere manier naar jou. Ik viel vooral voor het woord. ‘Neveldieren’. In mijn beleving zijn dat de mistwolkjes uit je mond, de sluierende witte wieven boven de weilanden in het tweeduuster, het aura dat sommigen kunnen zien, je ziel en zaligheid die het leven aanstuurt.

‘Er is een heel dorp nodig om een kind op te voeden’( It takes a village to raise a child), luidt het gezegde. Ieder buigt zich over een ander stukje speciale zorg. Is er dan ook een veelheid aan mensen nodig om de vraag ‘Wie ben ik’ te kunnen beantwoorden? Diep in mijn hart ken ik alle ikjes zelf wel, maar hoe mensen dat beleven hangt weer geheel af van hun eigen aard en de aannames die ze je toekennen. Boeiende materie om over te filosoferen. In mijn werk was ik mezelf, tussen de kinderen hoefde ik geen schone schijn op te houden, me niet beter voor te doen dan ik was. Daarbuiten heb ik vaak genoeg gehad dat het ongemak of de schaamte moeiteloos de overhand nam. Dan komt er heel iemand anders naar boven, waar ik met verbazing op terug kan kijken. Naarmate de jaren lengen is het minder geworden.

Ik ben benieuwd naar de voorstelling. Hoe zal hun invulling zijn van deze gedachte. Ik kijk een stuk van een nummer uit de voorstelling op youtube. Vooral in het eerste stuk komt het ongeloof naar boven door wat mensen vinden, voelen of ervaren van deze ‘Ik’. Ze vraagt zich af of zij dat werkelijk is en herkent zich er soms niet in. ‘Ben ik dat’, ligt haar op de lippen bestorven.

Gisteren kwam ik er niet meer toe deze blog af te schrijven. Nu heb ik een koe bij de horens gevat die me de hele dag bezig zou kunnen houden. Het was een beetje als toen zoonlief mij al die vragen stelde vorig jaar over hoe ik over alles dacht en hoe ik de wereld beleef. ‘Ken uzelf’ is een Oud-Grieks aforisme en prijkte boven de tempel van Apollo. René Gude heeft er een luisterboek aan gewijd met de titel ‘Ken uzelf, vraag het een ander’. Lang leve het internet, die het mogelijk maakt om er chocola van te maken. Voor vandaag ben ik onder de pannen

Overpeinzingen

Zo kabbelen we de herfst in

Op het terras lagen wat keuteltjes, overduidelijk niet van een kat, want die ken ik maar al te goed en er zaten veel zaden in. De egel? Die kan nooit het terras op met haar trapje. Afgelopen dagen hadden we de klopgeesten, nou ja, in zeer afgezwakte vorm, op zolder gehoord. Een bonk hier, een schuifeltje daar. Lief ging na het vinden van de keuteltjes maar eens op onderzoek uit. Hij vond er twee en niet zoals vorige keer aardig wat van die verdroogde klontertjes. Een marter, schoot het door me heen. ‘Wie heeft er op mijn terras gepoept?’ In variatie op een thema. Google laat het zien in kleurrijke plaatjes. Aha, daar was de boef. een steenmartertje waarschijnlijk. Als we de afgebeten staart van de hagedis meerekenen wordt het een optelsom met een uitslag die wel eens heel kloppend zou kunnen zijn. Zeker als Lief vertelt dat hij een gebonk op het dak van het terras had gehoord die ochtend.

We voeren ons voornemen uit en gaan op pad om te wandelen op eigen terrein en door de velden erachter. Steeds weer werkt het aangezicht van de onmetelijke velden, de overvloed aan rust en ruimte, bevrijdend. Geen horden mensen maar alleen wij onder die blauwe lucht met niets anders dan Tiroler knoopkruid, vlasbekjes, wilde kardinaalmuts, hertsmunt en eindeloze kale omgeploegde velden om ons heen.

We liepen langs het kleine sportveld met aan een lange paal een houten emmertje, ooit gebruikt bij een speurtocht en al jaren blijven hangen en sloegen de weg in naar ‘Het communisten-kamp’ zoals Lief een grillige sobere nederzetting midden in het veld verderop noemde, met grote lampen, die er hoog boven uitsteken en soms branden ‘s nachts. Er heeft ooit een familie gewoond in het krakkemikkige gebouwtje met op het erf kippen en schapen. Nu stonden er achter een gammel hek drie dames schaap te wachten op aandacht. Op het bordje aan het hek stond dat het terrein bewaakt werd door camera’s. Verder viel er geen levend wezen te bekennen. Op de terugweg passeerden we weer de plastic fles waar vast en zeker landbouwgif in had gezeten. Als waarschuwing gebruikt? We hadden geen idee.

Het was goed lopen op de paden die bedekt waren met varkensgras. Ik dacht eerst dat het looptijm was, want daar heeft het veel van weg. Het laatste bos op ons land heeft Lief goed aangepakt. Er is nu een mooie open ruimte in. Ook zijn er bomen aan het groeien op het achterland waar de natuur haar gang mag gaan. Twee walnotenbomen en een kastanje. Een verdwaalde esdoorn en een wilde prunus die allemaal aardig omhoog schieten boven de Ambrosia-woekeraar uit. We wachten het rustig af.

Alles bij elkaar hadden we toch 2,5 kilometer gewandeld. Normaal niet veel, maar geloof me, voor mij een hele afstand. Het voelde goed en ik was er niet extreem moe van geworden.

We hebben vanmorgen vroeg al de boodschappen gedaan. Nu ligt de dag voor ons om een beetje te lummelen. Schrijven, paar lessen Hongaars doen, dagboek bij tekenen en schilderen, even naar de Datsja wandelen, en vast wat mooie, niet te missen bezienswaardigheden opzoeken in de oude boekjes over Budapest, die in de bibliotheek staan.

Dochterlief belde. Ze was met de jongste kleinzoon naar een voorstelling gegaan van Podium Sprits, waarbij hij eerst even een beetje moest huilen omdat zijn vader en moeder afscheid namen, maar op schoot bij tante was het veilig toeven en er viel veel te zien. Zoonlief komt zaterdag weer thuis en wordt opgehaald door zijn lieve vriendin met mijn oudste zoon als chauffeur. Hij heeft het allemaal heerlijk gehad, als ik de berichten mag geloven.

Het is 17 graden en bewolkt. De Fluweelboom kleurt prachtig oranje, rood en bruin. Langzaam begint al het andere groen ook te verkleuren. De truien zijn weer te voorschijn gehaald. Het wordt tijd voor thee slempen en mijn sjaal afbreien, voordat het echt koud wordt. Zo kabbelen we de herfst in.

Overpeinzingen

Een betere compensatie is er niet

Vol goede moed op pad met Truus en Lief. Op naar de wandelroute via de opgegeven navigatie van Alltrail. Een half uurtje rijden was het, dus te doen. Een mooie weg 6, kalm weer en weinig verkeer. Dwars door het heerlijke vlakke land van Baranya en Somogy. Hé, eindelijk een overweg die in werking was. De boemel kwam langs, een praktisch lege trein.

Een afslag indraaien volgens de aanwijzingen en stoppen. Slik, moesten we deze weg over. Een zandweg dwars door het Nemzeti-park compleet met kuilen en plassen, modder en diepe voren van bandensporen. ‘Het zou te doen moeten zijn’, dacht Lief. Ik weifelde. We hebben dit vaker gedaan en dat was in de meeste gevallen een minder groot succes dan aanvankelijk gedacht. Toch maar doen, want hoe anders. Truus protesteerde af en toe door licht weg te slippen, maar ik dacht steeds: ‘Ferm doorrijden, als je stopt zijn we de pineut’. Na het weggetje met een kuil of zes, zeven stond er een bord met aankondiging, maar het meer was in geen velden of wegen te bekennen, wel nog zo’n stuk bospad. Wat was wijsheid. ‘We gaan terug en zoeken de Donau op’, vond ik. Lief aarzelde maar stemde in.

Van de weeromstuit had ik de hele verkeerde locatie voor ogen. Barc lag aan de Drava en de stad die ik bedoelde, heette Mohacs, maar dat wisten we toen nog niet. Speuren naar de Donau die er niet is, is mijl op zeven. De Drava vonden we snel genoeg, maar naar Kroatie wilden we niet. Waar was die vermaledijde boulevard met pontje naar het eiland midden in de Donau. Teleurgesteld met een lichte frustratie, omdat de wandeling om het meer heen niet te bereiken was geweest. De gestaag doortikkende tijd zorgde ervoor dat we onverrichter zaken weer huiswaarts gingen. Thuis vond Lief de plaats die we hadden moeten hebben. Mohacs dus. Die gaat in ieder geval in de herkansing, maar niet vandaag. Eerst maar even bijkomen. Het wandelen doen we vandaag wel over ons eigen land naar het laatste bos achterin en de aangrenzende landweg op. Dan kan je een heel stuk langs de akkers lopen.

De 12e is onze krullenbol jarig. De kaart en het cadeautje, een ballon in de vorm van een voetbal, is tien dagen te vroeg aangekomen. Dat kwam omdat ik wel drie keer de bestelling moest versturen. Ik vergeet altijd dat ik dat niet via de IPad moet doen omdat ik daar geen betaalapp op wil. Door het herhaaldelijk opnieuw intikken, schoot het te bezorgen tijdstip erbij in. Alle begin is moeilijk. Blijven oefenen maar. Hij was er alsnog dolgelukkig mee, appte zoonlief.

Vandaag na een weldadige nachtrust met een morgenstond opnieuw met goud in de mond opperde ik een paar dagen Budapest. Lief is maandag jarig en omdat hij daar niets om geeft, leek het me toch leuk om dan in Budapest te zitten. In mijn dromen zag ik een heerlijke etentje voor twee als feestelijke luister. Na wat vijven en zessen, eerst een idee opperen en in de week leggen werkt het beste, kwam van hem uit het initiatief niet twee maar drie nachten te gaan en vond ik een prachtig hotel op een prima locatie, vlak bij de Donau en het centrum, vijf minuten van het station af. We gaan namelijk van hieruit met de bus naar Pécs en dan met de trein naar Budapest. We worden nog eens wereldreizigers.

Tevreden boekten we voor zondag. Eindelijk kunnen we naar hartelust langs de Donau lopen en genieten van drie dagen luxe als tegenhang voor de speurtocht gisteren. Een betere compensatie is er niet.

Overpeinzingen

Zonder natte voeten te halen

De vraag van vandaag op WordPress is een echte hoofdbreker. Aan welke details van je leven zou je meer aandacht willen besteden. Geen sinecure. Er zijn zoveel vormen waaraan je dan kan denken. Ik bedoel, ik heb mijn voeten een beetje verwaarloosd of bedoelen ze bijvoorbeeld dat ik voor mijn gevoel de kunstgeschiedenis en de filosofie meer had willen uitdiepen en tijd moet vrijmaken voor het schilderen, de kunst, de literatuur, de natuur, de dieren en ga zo maar door. Zeker is dat ik van hieruit meer aandacht aan de kinderen zou willen besteden en ook aan mijn vrienden en vriendinnen. Of bedoelen ze het in het algemeen. Dat je niet alleen op de grote lijnen zou moeten letten, maar daarbij evenveel oog zou moeten hebben voor de kleinste details.

Nu we ouder worden en de wereld steeds roeriger is daalt mijn grootste aandacht eerder af naar de details dan naar het grote geheel. We breien met al die fijne kleinigheden een trui van warmte, vertrouwen en geborgenheid. Het maakt de Hof tot een harmonieus paradijselijk onderkomen, waar de natuur haar gang mag gaan en soms geholpen wordt, waar alles wat aan oogst gegeven is eetbaar en gezond is, waar dieren mogen leven zonder gevaar te lopen en wij, twee mensenkinderen, vredig samen kunnen zijn en met ons ieder die ons hier bezoekt.

Gisteren keken we de zesdelige dramaserie Laura van Human/VPRO. Aangrijpend is het om te zien hoe een jong meisje zich volop stort in de liefde en uit het oog verliest wat er aan realiteit gaande is. Ze gaat met haar geradicaliseerde man naar het kalifaat waar ze in de knel lijkt te komen met haar hele ziel en zaligheid en de liefde snel wegebt.

Wat deden wij toen we zo jong waren. Mijn grote liefde was Lief destijds. We hielden ruige feesten in de haven van Bon in Vinkeveen, sliepen in een legertentje, dansten, rookten en dronken tot laat in de nacht in de grote tent. We ontdekten elkaar en genoten intens, hielden lange trektochten in de vakanties, deelden lief en leed. Als jong mens was ik vrij naïef, vond alles overweldigend, een beetje eng, maar durfde wel stappen te zetten omdat ik wist dat er een onvoorwaardelijke vriend naast me stond die voor me zou zorgen, wat er ook gebeurde. Geborgenheid, daar was ik naar op zoek en dat had ik gevonden.

Dat meisje in de serie is net zo zoekend, net zo onzeker, verliefd op alles wat haar aandacht wil schenken. Ze heeft vriendjes bij de vleet gehad, maar houdt dat stil voor haar man. En dan belandt ze op het punt dat ze weg wil, terug naar de veilige haven, haar vader die nog steeds in Zoetermeer woont. Naast haar huidige verblijf daar lijkt het ouderlijk huis een oase van vredig samenzijn, van liefde en die geborgenheid. Hoe het verder gaat weten we niet. Ze staat op het punt te ontsnappen. We gaan het volgen al was het alleen al omdat we allemaal jong, naïef en verliefd zijn geweest.

We maken ons klaar voor een wandeling van ongeveer 2,5 uur. Het is in de buurt van Barcs. Ik ben benieuwd, want daar loopt de Donau door. Met alle regen van de laatste tijd zal die beslist veel hoger zijn. De wandeling is om een meer. Kijken of we daar omheen kunnen zonder natte voeten te halen.

Overpeinzingen

We wachten kalmpjes af

Zuslief is samen met haar collega en vriendin weer in Reggio Emilia met een groep belangstellenden. Ze gaan twee keer per jaar met zo’n groep op pad, een keer naar Zweden, waar ze al heel ver zijn met de doorvoering van deze werkwijze in de dagverblijven en een keer naar het centrum van al deze creativiteit, in Reggio dus.

Lang geleden, het was in 1987, kwam ik te werken op de Jenaplanschool in IJsselstein. Eerst als invaller en later als vaste leerkracht. Toen anderen vertrokken en ik met twee hartsvriendinnen waarmee ik kon lezen en schrijven, in de onderbouw overbleef, besloten we de aanpak van Reggio samen met het ervaringsgericht werken als uitgangspunt te nemen. Van lieverlee veranderden we de kring in een knus geheel van huiselijke zit/hangbanken, gordijnen er omheen die dicht konden, planten, wandelende takken en een hele uitdagende knutselhoek vol met waardevol materiaal zoals dopjes, doosjes, eierdozen, natuurlijk materiaal, kralen, verzin het maar en het was aanwezig.

Het stond allemaal in mooie grote doorzichtige plastic kokers, zodat kinderen er zicht op hadden en gestimuleerd en uitgedaagd werden. We werkten met schimmenspel op lakens met een oud dia-apparaat, in de knutselkasten stond al het materiaal dat voorhanden was, zoals ecoline, lijm, verf, stempelmateriaal van grote blokken gemaakt en met veertjes en wol beplakt, er was van alles in huis om mee te weven, wol, repen van lappen, en wol om te vingerhaken en te punniken. Van papier-maché maakten de kinderen voorwerpen die bij het project pasten. Een keer bijvoorbeeld zelfs de Loreley met een laken in stijfsel gedoopt en een wenende nimf op de top met lange gouden haren.

Voor het weven had ik een ingenieus plan bedacht, naar aanleiding van het feit dat de kinderen moeite hadden met om en om weven. Ik haalde van de poppenkast van de Hema de bekleding af, spande er vitrage tussen en zo kon er een kind aan de binnenkant zitten en de ander aan de buitenkant en konden ze de grote stompe stopnaald met draad doorsteken naar elkaar. Ertussen mochten knopen, gekke lapjes, rietjes en meer van dat soort te weven of te knopen dingen. Het was een groot succes.

Eigenlijk verveelden we ons geen dag en de kinderen vonden al die inspiratie geweldig. Helaas gooide op een gegeven moment een verordening van de brandweer roet in het eten. De gordijnen van de zithoek mochten niet meer, de banken moesten vervangen worden voor ordentelijke brandveilige stoeltjes en alles wat aan lampen en of aan het plafond werd gehangen, werd gewogen en vaak te licht bevonden. Dat was jammer.

We hebben het wel lang kunnen uitsmeren, deze periode van een ontdekkende en leerrijke leefomgeving. Inventief als we destijds met elkaar waren werden de gordijnen vervangen door een hoge houten stelling met bankjes. Zo werd het toch nog een knus geheel in onze geliefde kleuren. Het is zo fijn dat zuslief de aandacht voor deze vorm met haar collega heeft weten op te zetten en door te zetten. Het invoeren van Reggio is zeer wenselijk voor de ontwikkeling van de kinderen, hoe jonger er zo naar gekeken wordt, hoe beter.

Sinds vandaag is de herfst binnengestormd met eerst een hele dag regen en voor vandaag met gekelderde temperaturen en veel wind. Aan de kop van het pompoenenveldje ontdekte ik een wilde bloeiende Datura of doornappel met zijn prachtige bloemen en giftige zaden. De nieuwe heideplantjes die we gekocht hebben voor het heideveld staan er fleurig bij, maar de oude heideplantjes zien er daardoor des te tanender uit. Lief heeft pompoenen ontdekt. Het zijn er een aantal in knopvorm of iets groter. Of dat nog wat kan worden, is de vraag. We wachten kalmpjes af.

Overpeinzingen

Langs de looplijnen van Geluk

Het regent pijpenstelen uit kisten zure appelen, maar de boodschappen zijn binnen. Iedereen had bedacht vroeg te gaan en het was zaterdag dus werd er dubbel ingeslagen. Karrevrachten reden voor en achter ons. Meestal doen we hier de boodschappen voor drie à vier dagen en dan nog is het een bescheiden hoeveelheid. Voor het leuke hadden we onszelf op een kaasbroodje getrakteerd voor nu, bij de thee. Er zaten hete pepers in verstopt. Verschil moet er blijven.

Het boek ‘Verloren Grond’ van Murat Isik is aangrijpend, omdat een simpel ongeluk allerlei veranderingen teweeg brengt en het gezin van een harmonieus leven de diepte in wordt gesleurd. Evenals de ‘vader’ in het boek is Murat een prachtige verhalenverteller, die goed de sfeer uit die tijd weet te treffen. Het is ook een boek om in een keer uit te lezen. Vandaag is er prima gelegenheid toe. Kou en regen buiten, binnen warm door de dikke muren samen aan de keukentafel of weggedoken in bank of stoel. Tussendoor wat Hongaarse lesjes, een potje thee, een tekening in het dagboek dat bijna vol is en eventueel een docu. Voor ieder wat wils

Zoonlief vermaakt zich opperbest. Hij heeft schietlessen gekregen van de Thaise politie en om een stijve schouder te ontlasten een Thaise massage aan zee. In het gebied waar hij zit zijn geen overstromingen maar in het noorden wel. Er kwam een bericht van sjaal met verhaal door, dat een beeld schetste van de toestand in Nepal. Daar zijn verschrikkelijke overstromingen en aardverschuivingen aan de gang. ‘Moeder Aarde heeft er genoeg van’, zegt Lief en geef haar eens ongelijk.

Vriendinlief vroeg of ik een bekend iemand aan het schilderen was. Omdat het totaal nog niet overeen komt met wat ik voor ogen heb, nog niet want er zullen nog wat sessies volgen, vertelde ik wie het eventueel zou kunnen worden. Ik hou graag wat slagen om de arm. Ze schreef terug: ‘Ik dacht al dat je die aan het schilderen was, maar dorst het niet te zeggen, want stel je voor dat het niet zo was. Daar moest ik weer hartelijk om lachen. Waardoor we in feite beide om de hete brei draaiden, was de voorzichtigheid ten top. ‘Stel je voor dat het niet lijkt’, van mijn kant, ‘stel je voor dat hij het niet is’, van haar kant. Ze concludeerde: ‘Nou dat dacht ik al, dus gaat het goed’. Mijn andere lieve vriendin onderschreef het volmondig. Hoe blij je kan zijn.

Vandaag kan ik niet naar de Datsja. Het zal niet meer droog worden. Dankzij de pruimenkoekjes uit de super heb ik een leuk receptje voor een high tea. Het blijken pruimentasjes te zijn, dat hier en in de landen om ons heen een (verslavende) lekkernij is. Ik zou ze wel eens met verse pruimen willen maken, maar je kan er ook dikke pruimenjam voor gebruiken, of een halve pruim met wat honing in bladerdeeg. Het is niet te versmaden, jullie zijn gewaarschuwd.

Langs de looplijnen van Geluk

Mijn andere lieve filosoof, oorspronkelijk een moeder van een kind uit mijn klas, maar nu een hele fijne en lieve vriendin, mijmerde over een spinnenweb. Hoe een spin zijn web maakt en zich rustig van een tak kan laten vallen om dan door de wind en de vaart een, twee, drie-in-godsnaam ergens een ankerpunt te vinden om die éne draad te spannen. Als die draad er eenmaal is kun je weer verder. Ze betrok het op haar eigen persoon en de periode waarin dat vertrouwen een aardige deuk had opgelopen. Na drie jaar zag ze weer een spin hangend in het schijnbare niets en besefte ze dat ze zich inmiddels ook gehecht had, geen grootse gebeurtenissen maar aan datgene waar ze gelukkig van werd. Haar ankerpunt. Het werden looplijnen van de kleine dingen, uitgezet met open zintuigen, die het kleinste kunnen zien en horen.

Alleen dit stuk van het verhaal al. Daar maakt mijn hart een sprongetje bij. Zo mooi en zo waar is dit. Langs de looplijnen van Geluk.

Overpeinzingen

Die zal niet aan onze neus voorbijgaan

Vandaag trouwt de dochter van de broer van lief. Eergisteren heb ik via de wenskaartenservice een mooie houten kaart uitgezocht en die zou er gisteren al zijn geweest. Vandaag vragen broer en schoonzus of dat ook gebeurd is. Lang leve alles wat te bestellen valt op afstand.

Gisteren heeft Lief de walnoten geraapt. Ze staan nu te drogen in de zon en daarna schilferen we met handschoenen aan het zwarte beschermlaagje eraf. Ik herinner me nog pikzwarte handen van de oogst in Frankrijk, waar walnoten en kastanjes te over waren. We zijn eigenlijk al een beetje laat. Maar we proberen het toch. ‘Wat ga je er mee doen’, vroeg Lief, die eigenlijk altijd alles gul aan de natuur schenkt onder het motto ‘leven en laten leven’. Er vallen zeer smakelijke maaltijden mee te bereiden zoals ‘Khoresh Fesenjan’ weet ik nog uit mijn Perzische periode. Dat is een stoofschotel met kip, walnoot en granaatappel-melasse. Als ik alle ingrediënten hier kan vinden, zal ik dat eens maken, want het is een gerecht om je vingers bij op te eten.

Gisteren op weg naar de datsja viel me ineens op dat ik dwars door de Dennenhorst heen de tuin van de buurman inkeek, die op zijn veldje met de sokkippen de restanten aan hout en oude pannen heeft neergestort van het oude dak dat laatst vernieuwd is. Normaal gesproken zat er een takkenril voor. Lief vertelde dat het wel eens vaker gebeurde. Buurman of buurvrouw hadden kennelijk de takken uit de kant geduwd. Ik vroeg hem of dat was om het hek vrij te maken maar het hek bleek van ons te zijn. Nee, het was een van die, soms onnavolgbare, acties van de buren.

Achteraf gezien was het goed, want vanmorgen kon Lief het opnieuw steviger en mooier opbouwen maar ook de roos vrijmaken, die er in stond. Daar ontdekte hij de twee bloeiende rozen. Wat een doorzetters.

Ach, gisteren kwam onder de grote rozemarijnstruik op de patio de grote hagedis lopen en zijn staart was eraf. Hij oogde verder tierig genoeg maar het was een triest gezicht, dat geamputeerde achterkantje. Waarschijnlijk had een of ander roofdiertje hem te pakken gekregen. Laatst rende er een klein dier met een hele dikke harige staart van de ene naar de andere kant. Misschien een martertje of een bunzing.

Gisteren ben ik verder gegaan aan het portret. Een steunende hand aan de zijkant van het gezicht is een lastige. Op zich slaagde de opzet wel, nu nog de afwerking. Die komt vandaag. Na al die inspanning moest er maar een makkelijk gerecht op tafel komen. Macaroni met veel uien in de boter gebakken en vegetarische worstjes met Kerrie. Met Smack is dit het lievelingetje van zoonlief maar deze variatie was ook niet te versmaden.

De biografie die de club heeft uitverkoren is geschreven door Marco Daane en is getiteld: ‘Monsieur le Coloriste’ Jac van Looy, dubbeltalent. Dochterlief bestelt het voor me en stuurt het op, want men bezorgt hier niet.

Het Singer Laren komt voorbij schuiven met een aankondiging van een nieuwe tentoonstelling. ‘My World’ met werken van Yayoi Kusama, Charles Avery, Ai Weiwei, Zanele Muholi, Marlene Dumas en Anselm Kiefer: ‘My World gaat over het maken van je eigen wereld. Kunstenaars doen dat door middel van hun schilderijen, beelden en foto’s. Maar ook verzamelaars bouwen met de kunst die ze aan hun collectie toevoegen aan een zelfportret – de keuzes die ze maken weerspiegelen hun smaak, hun persoonlijkheid, hun verleden’ schrijft Hans den Hartog Jager, de kunstcriticus en curator die de tentoonstelling heeft samengesteld. Gelukkig loopt het van 18 september tot 21 januari 2025. Eind november zijn we weer in Nederland, dus die zal niet aan onze neus voorbijgaan.

Overpeinzingen

Wie weet wat dat oplevert

Zo somber als de dag gisteren begon, zo stralend pakte de middag uit. Op naar Pécs om de ezel te bestellen. De vriendelijke verkopers van de kleine maar goed gevulde zaak hadden het druk. Er waren veel (jonge)klanten maar het internet deed het niet. Dat vergde extra schrijfwerk. In Pécs is een ‘faculty of music and fine art’. Het gebouw maakt onderdeel uit van het terrein bij het Zolnay museum, ‘A Kultura Varosa’ ofwel ‘De culturele stad’ genaamd. Daar heerst een prettige sfeer met de studiegeluiden uit de hoge ramen van de muziekschool, jonge mensen met boeken onder hun arm of zittend op de bankjes, druk discussiërend met elkaar. Het gebouw waar het winkeltje met kunstenaarsbenodigdheden is gevestigd is een wonderschone vorm van oud en nieuwbouw geheel in stijl van de stad. Met onze diverse telefoons konden we het internetprobleem wel tackelen en zo gingen we na aanbetaling met een reçu op zak richting Truus. De levering zal over twee weken zijn.

Er scharrelde een sjofel mannetje bij de afvalbakken van de gemeente rond die tegen het gebouw aanstonden. Hij was duidelijk op zoek naar statiegeld-blikjes en flessen. Wij hadden de blikjes netjes gewassen en in een plastic zak gedaan en waren eigenlijk van plan om die naast het inzamelpunt te zetten, maar nu gaf Lief het tasje aan de man. Er zaten zo’n twintig blikjes in, goed voor 0,50 forint per blikje. Dat is voor hem een sprankje hoop en voor ons een druppel op de gloeiende plaat. Zijn zwijgende gezicht lichtte op toen Lief hem de tas overhandigde. Dit voelde goed.

Het telefonisch consult, gisteren, bleek helemaal niet met de oogarts te zijn maar met iemand van het onderzoeksteam naar de status van COPD-patiënten. Ze zijn een thuiszorg aan het inrichten en stellen je elke week in de app ‘Thuismeten’ een paar vragen over hoe het met je gaat. In de app zitten voorlichtingsfilmpjes over de longen, acceptatie, verlichting, handige tips over energie verdelen, etcetera. Na een paar weken, in mijn geval twee maanden, volgt een bezoek aan de longverpleegkundige. Een mooie zorgvuldige aanpak is het. Zo hebben zij en ik goed zicht op het verloop.

In Brugge is het atelier van Arte Grossé die dit jaar een Koormantel en mijter heeft ontworpen voor Paus Franciscus die op 29 september naar Mechelen zal komen om een open luchtmis te houden in het Koning Boudewijnstadion. Het is een prachtig ontwerp en oogt vrij modern met heldere kleuren. Bij het bedrijf zit ook een metaalafdeling met andere Roomse voorwerpen zoals tabernakels, doopvonten, kelken, kwispels, monstransen en al dat andere goudgeklater dat voor mij in mijn jeugd van betekenis was.

Jaren behoorde het tot het culturele erfgoed. Veel draaide toen om deze mystieke omlijsting. Missen met drie heren, processies met een gedragen monstrans, doopfeesten en het heilig vormsel, biecht, misdienaren, priesters, paters, nonnen, kloosters, kerken behoorden het leven toe. Het geloof is van het voetstuk gevallen maar de rituelen vervullen nog steeds het verlangen van dat verleden dat eigenlijk niet meer was dan de saamhorigheid van een gemeenschap waardoor er een veiligheid en geborgen sfeer gekweekt werd en dus ook klatergoud. Goede sier die dat niet bleek te zijn. Maar in alles waren wij leken, bleek later.

Lief leest onder de vijgenboom zijn boek ‘Al het blauw van de hemel’ en reist met de hoofdpersonen mee in de camper. Ik benijd hem, omdat de inhoud hem dagenlang lees-en-reisplezier zal verschaffen en ook omdat het zo spijtig is dat ik het boek al uit heb. Voorlopig zal ik het moeten doen met al het blauw van de hemel hier, omdat dat vandaag zo ruim voor handen is. En mijn eigen reis, gewapend met penselen en de verf. Wie weet wat het oplevert.

Overpeinzingen

Rap ons neus achterna

De zon probeert door het dichte wolkendek te komen, maar het lukt nog niet echt. Lief is in de weer met ruimen en snoeien tussen de buien door. Herfst komt met rasse schreden naderbij. Zelfs de berk begint al te kleuren. De herfstasters staan volop te pronken met hun uitbundige bloei.

Vandaag is er een telefonische controle door de oogarts. Het is goed dat dat zo kan. De ogen houden zich prima. Als ik moe ben vergt het schakelen tussen leesoog en het ver-af oog soms extra inspanning. Maar het went allemaal snel. Daar is het lijf toch flexibel in, eigenlijk een groot wonder. Ik mag niet klagen, begreep ik uit de verhalen om me heen. Het kan ook heel anders aflopen.

De kleine njong is ziek. Hij heeft waarschijnlijk een virusje opgelopen. Dan wordt gevraagd het natuurlijk even aan te kijken. Dat vond ik vroeger lastig ondanks dat ik zelf verpleegkundige was. Een ouderhart spreekt altijd mee en hoe je het ook went of keert de ongerustheid is diep van binnen ergens aan het sluimeren. Een keer hadden we bij mijn jongste zoon te maken met een ernstige aandoening en toen ik van school thuiskwam in de vroege middag, door bezorgdheid gedreven, lag hij inderdaad met zijn vijf jaar als een hoopje ellende op de bank. Ik pakte hem op en ben linea recta naar de huisarts gereden, die het ziekenhuis belde omdat ze wel een vermoeden had.

Daar werd vastgesteld dat hij de ziekte van Kawasaki had, een zeldzame aandoening waarbij de wand van de bloedvaten ontstoken is geraakt. Een week lang gingen we samen in isolatie op de afdeling interne geneeskunde en kreeg hij hoge doseringen eiwitten. Hij is er gelukkig goed doorheen gekomen. Verloor ergens onderweg nog wel zijn wimpers en wenkbrauwen, maar die zijn inmiddels weer dubbel en dwars aangegroeid. Ik bedoel maar. Intuïtief weet je het als iets meer is dan een gewone huis, tuin of keukenkwaal.

In een interview met Coen Verbraak op Human.nl krijgt hij de vraag voorgeschoteld wat het leven voor hem de moeite waard maakt, ondanks alles. In een serie die ‘Over Leven’ heet, stelt hij dezelfde vraag ook aan 8 andere mensen, die allen iets ingrijpends hebben meegemaakt. Hij had zelf in zijn jonge leven veel in het ziekenhuis gelegen en was daardoor ‘al vroeg wijs’ geworden. Hij gaf aan dat voor hem ‘zingeving volledig zit in de omgang met andere mensen(…)om vooral van elkaar te leren hoe we het leven kunnen vormgeven’. De gesprekken met die acht mensen, die allemaal een manier hebben gevonden om ondanks een diep dal het leven weer te omarmen, vond hij bijzonder fascinerend en inspirerend. Hij ontdekte dat alle acht uiteindelijk juist het leven de moeite waard vonden en daar probeerde hij op zijn beurt de zingeving uit te filteren, waarbij hij de conclusie trekt dat mensen altijd weer lichtpuntjes vinden om te overleven.

Eigenlijk heb ik het nooit met zoonlief gehad over hoe hij die heftige periode heeft verwerkt. Hij was nog maar jong. Naar aanleiding van het interview is de vraag interessant genoeg omdat er misschien toch meer is blijven doorwerken dan ik kan vermoeden. Wat in het vat zit, verzuurd niet.

Ziezo de vijgenjam is klaar. Dit keer ga ik het niet te lijf met de staafmixer, maar met de stamper, zodat het een stevige jam blijft. Vanmiddag gaan we de ezel bestellen bij het kleine zaakje in Pécs. Ze hebben foto’s van drie modellen opgestuurd en het walnoten exemplaar heeft mijn voorkeur.

De aanhouder wint. Het is de zon gelukt er doorheen te breken. Nu alleen nog het consult met de oogarts afwachten. Als het goed is, zal dat voor enen zijn en dan rap ons neus achterna.

Overpeinzingen

Een zeer geruststellende gedachte

Er kwam een filmpje langs van hele blije kinderen. Ze waren niet zomaar blij. Het Maxima kinderziekenhuis had ze een ‘infuuts’ gegeven. Dat is een fiets waar de hele mikmak van infuus tot controleapparaten aan kan worden gehangen en waarmee je dan toch door de gangen kan roetsen. Wat een prachtige uitvinding is dat. En dan als cadeautje dat blije koppie van zo’n ziek kind, een grijns van oor tot oor. Je zou willen dat meer mensen in dergelijke innovaties hun energie zouden steken in plaats van elkaar vliegen af te vangen en vreemde besluiten te nemen.

Lief is achter in het bos vijgen aan het plukken. Het zijn de laatsten van het jaar. Een potje jam zit er nog wel in. De druivenoogst is door de grote droogte echt mislukt. Nou ja, dat vinden wij dan. De insecten zijn er reuze mee in hun sas. Het vliegt, het zoemt en het smult. Een groot insectenparadijs, dat prieel van ons.

Lief is in ‘Al het blauw van de hemel’ begonnen, ik heb hem gewaarschuwd. Vanaf hier kan je niet meer alles doen wat je nog buiten wilde doen. Straks wil je alleen nog maar lettertjes vreten. Zo werkt dat bij goede boeken. En dan te bedenken dat de schrijfster Melissa da Costa het in eigen beheer heeft uitgegeven en daarna pas werd ontdekt. We gaan nog een hoop plezier aan haar beleven.

In de Groene van vorige week staat een lezersvraag, voorgelegd aan de analyticus en psycholoog en filosoof Arthur Eaton. De vriendin van de vragensteller heeft een vinted-verslaving. Onder het mom van ‘het is zo goedkoop en zo duurzaam’ koopt ze veel meer dan ze nodig heeft en hij fietst al die keren braaf door de stad om de kleding op te halen. Hoe krijgt hij haar daar weer vanaf. De analiticus brengt zijn vraag terug naar verlangen. Daar draait het om. ‘Hoe veel we ook kopen, hoe vaak we ook succes behalen, hoeveel status we ook verwerven, er blijft altijd een gevoel van gemis en dat voedt onze nieuwe verlangens’, zegt de Franse psychoanaliticus Jaques Lacan. Inderdaad, even werkt het zo maar al gauw worden we overspoeld door nieuwe verlangens, vindt Arthur. Misschien moet je op zoek naar een andere behoefte die er onder schuil kan gaan. En dan geeft hij het advies om niet afzonderlijk van elkaar, zij op de bank met haar telefoon en hij fietsend door de stad, maar samen iets te gaan ondernemen.

Ik ben het met hem eens. Samen op de fiets, maar dan de natuur in of samen iets nieuws bedenken, een lekker restaurant opzoeken of een fijne film in een filmhuis, een kanotocht over de Kromme Rijn. Verzin het maar. Hier zijn we vaak afzonderlijk van elkaar bezig, maar ook even zo vaak samen iets aan het doen. Lezen, of schrijven of een goede film kijken die vooral veel stof geeft tot overpeinzingen, een bezienswaardigheid opzoeken en om de dag zo’n beetje altijd samen de boodschappen doen.

De neiging om kleding aan te schaffen verdwijnt hier trouwens als sneeuw voor de zon, omdat het niet uitmaakt wat je aan hebt of hoe je er bij loopt. Mensen accepteren elkaar. Er is rijkdom en armoede en dat loopt allemaal door elkaar heen. In de dorpen is het ook eenvoudig en kalm. Het leven speelt zich vooral in en om het huis af. En ontspullen gaat hier helemaal makkelijk. Je hoeft het maar aan de straat te zetten of iemand neemt het weer mee. Alles valt te gebruiken, ook als het kapot is, want dan worden de onderdelen eruit gesleuteld. Dan is het alleen maar fijn om door te geven. Een zeer geruststellende gedachte.

Overpeinzingen

Tijd om ze ruim baan te gunnen

Broerlief staat op een camping in Tarragona. De allereerste keer dat wij daar waren, in 1966, was hij nog heel jong. Hij stuurde foto’s rond in de familie-app van dat stukje jeugdliefde. Destijds zocht mijn vader vooral naar de zon. Hij was de regen tijdens de vorige vakanties in Luxemburg, Duitsland en Oostenrijk zat als ‘gespogen spek’ zoals hij het placht te zeggen. In de app kwamen de herinneringen en anekdotes van ieder in verhalen boven drijven of naar aanleiding van de kleine omgekrulde fotootjes waarop alles was vastgelegd. Broerlief had een smeuïg verhaal. Hij zocht altijd naar fossielen in de rotsen in de avond. Hij kreeg ze er alleen niet uit en werd ‘s avonds weggestuurd door de politie, die dacht dat hij smokkelaars aan het binnenhalen was met zijn zaklamp.

We waren ook op de visafslag in Sitges, dat toen nog alleen maar een klein dorp was met een dorpsplein waar die vismarkt gehouden werd. Alle dorpen waren trouwens pittoresk. Zonder torenflats en zwembaden, zonder al teveel toeristen ook. Er was een tunneltje bij de camping, waar je onderdoor moest om bij het strand te komen. Naar Tarragona kon je lopen en dat deden we vaak met onze moeder om een ijsje te halen op de Ramblas, die we dan wel eerst helemaal afliepen. Ze bakten er ook Churros in een grote kuip olie en dan mochten we kiezen. Of ijs of dat. We smulden van die heerlijke gekrulde stengels.

Kamperen is een kunst en de eerste keer stonden we in een dalletje, een mooie plek vond mijn vader. Helaas ging het één nacht stortregenen en hield het nooit meer op voor ons gevoel. Huiswaar, luchtbedden en slapende kinderen dobberden door de tent of erbuiten. Alles was doorweekt. Gelukkig kwam iedereen om ons heen het leed verzachten en trakteerde mijn vader daarna alle spontane helpers op eten.

Mijn zus heeft samen met haar man en zwager haar aangetrouwde tante van 101 naar een verzorgingshuis gebracht. Het appartement waar ze tot dan toe zelfstandig woonde moest zo snel mogelijk leeg. De familie had al wat uitgezocht uit haar spulletjes en gisteren waren wij aan de beurt. Zuslief appte dan ook of ik nog wensen had. Dat niet, want het ontspullen is in volle gang. Toch belde mijn jongste zus me op en liet het servies zien waarvan ze dacht dat het goed hier in Hongarije zou passen. Laat ik nou in Holland een aantal onderdelen van precies hetzelfde servies hebben staan. Ze zou het voor mij meenemen. Toeval bestaat niet, maar toch…

Ik heb net even de Roosmarijn bij de Boeda gekortwiekt, want ze was aan een enorme groeispurt begonnen. Het werd hoog tijd. Alleen zijn knoedeltje was nog maar te zien vanaf het terras. Nu waakt hij weer vrijelijk over het natuurschoon. De herfstasters staan uitbundig te bloeien. Prachtig paars vormen ze samen met de blauwe cichorei een mooi palet.

Gisteren hebben we op Netflix een wonderschone film gezien over de Sami-gemeenschap in het hoge Noorden. Vroeger werden ze lappen genoemd, maar dat beschouwen ze zelf als een scheldwoord. Van oorsprong zijn het nomaden die met hun kudde rendieren rondtrekken. En wij zwierven met ze mee door de wonderschone besneeuwde vlakten van Zweden. Een glimp van de problemen door de opwarming van de aarde en de miskenning van deze inheemse bevolkingsgroep. Maar ook van de cultuur, de pracht en de schoonheid van de kudde, de Sami-klederdracht, de oorspronkelijke gebruiken en hun verwevenheid met het land. Een aanrader deze ‘Stöld’ van Ellen Márjá Eira.

De schilderkriebels zijn er weer. Tijd om ze ruim baan te gunnen.

Overpeinzingen

Een mooi contrast

De tomtom wilde Truus een landweggetje opsturen, maar daar stak ik een stokje voor. Dat hadden we namelijk al eens eerder gedaan en toen waren we op een poesta terecht gekomen en eer we daar uit waren, was Truus van wit omgetoverd in fijn-zand-geel, dat ik nu nog steeds hier en daar weg moet poetsen. Dus negeerden we dapper de aanwijzingen en corrigeerde iedere keer de weg, tot we goed zaten en toch via een normale route naar de watermolen konden gaan. In mijn hoofd zat een molen zoals wij die kennen. Met wieken en een waterrad met schoepen. Dat laatste was er wel langs een groot gebouw dat een papierschepperij bleek te zijn, maar geen wiek te bekennen.

Wel een gesloten winkeltje in een rustieke boerderij die weliswaar op het terras een groepje herbergde, maar dat bleek een workshop van een sannyasin te zijn. Dat hadden we niet bepaald voor ogen. We wandelden een stukje de berg op en af en zagen in een dalletje een klei-oven en een kleine boomklever op de oude bomen. De bakkerij was er tegenover, maar die verkocht haar waar in het restaurantje verderop.

Al met al was het zaak om het nog eens op een doordeweekse dag te bezoeken want het was behoorlijk druk met fietsers en wandelaars.

Dat dat ook voordelen had bemerkten we toen we het terras opwandelden om een alcoholvrij biertje te nuttigen. Er lagen Hongaarse muziekinstrumenten. Drie stuks typisch Hongaarse luiten, Koboz genaamd, wat fluiten en een viool.

Terwijl we lekker onder de luifel aan het genieten waren van de vredige sfeer kwamen de drie mannen, die ons ook hadden begroet bij de ingang, het kleine podiumpje op. ‘Tijd voor muziek’, zei de oudste van het stel en daar begonnen ze een rits aan authentiek Hongaarse nummers te tokkelen en te zingen. De middelste bespeelde verschillende fluiten tot een klarinet aan toe, de ander virtuoos viool en de oudste een aantal verschillende luiten. De kleine kinderen die er waren keken af en toe ademloos naar de instrumenten en een meisje van hooguit vier begon rondjes te draaien. Ze kwam me wat vertellen, maar ik verstond het natuurlijk niet en net als iedereen herhaalde ze haar zinnetje tot drie keer toe steeds iets luider.

Haar moeder kwam haar weghalen en dat was jammer. Want we begrepen elkaar ook zonder woorden. De rest van het gezelschap had nauwelijks oog voor de spelende mannen en dat verbaasde mij weer. Een ouder echtpaar genoot ook, net als wij, en klapten met ons mee na ieder nummer. Het was herkenbaar en bracht veel herinneringen. Ik zag mijn volksdansvrienden uitgebreid de Csardas dansen, zoals ik ze zo vaak op de Hongaarse volksdansdagen had zien doen. Vloeiend en gestroomlijnd. Iets wat me niet helemaal op het lijf was geschreven omdat ik volgens de Hongaarse dansleraar me niet liet leiden. Ik had liever mee willen doen met de mannen.

Toen we aan het eind vroegen of ze wat wilden drinken, gingen ze er aarzelend op in en haalde de oudste een cd uit zijn auto als presentje voor ons, met nummers geïnspireerd op een Hongaarse poëet. De hele middag was een cadeau op zich. De terugweg ging via Pecs. Ik was even alle haarspeldbochten vergeten en dat was op zich niet zo erg, maar wel de jakkerende Hongaren erachter, die kennelijk de weg op hun duimpje kenden en het presteerden vlak voor de bochten dapper doorrijdende Truus voorbij te scheuren.

Een balans, dat lieflijke tafereel van de middag en de woeste Hongaren op de berg. Zo vormden ze samen een mooi contrast.

Overpeinzingen

Buon appetito

Ik heb net een vlinder gevangen, niet met mijn handen maar met mijn telefoontje. Hij zat met zijn vleugels van mij af op tafel in de zon en zo tekende het zonlicht voor mij een perfecte vlinderschaduw. Het is lekker zwoel met een windje hier op het terras.

De maaltijd gisteren was goed gelukt. Wat is dat lekker zeg, die gefrituurde spaghetti en wat wonderlijk dat je aan sommige dingen nooit denkt. Geen haar op mijn hoofd die er ooit aan gedacht heeft om pasta in de frituur te stoppen.

Net zag ik op facebook een filmpje langs komen van OndiepTV, de wijk waar ik ben geboren. Het ging over de fietsenmaker die daar zit in een piepklein knus zaakje, waar ooit mijn broer zijn werkplaats had. Dat was puur toeval want deze fietsenmaker is mijn zwager, eigenlijk een ex-zwager, maar zo heb ik hem nooit beschouwd.

Begin jaren tachtig switchte hij van automonteur naar marktkoopman in fietsonderdelen. Natuurlijk waren de eerste markten minder dan geen vetpot, want hij draaide eerder verlies. Toch kon het op de zaterdagen al aardig druk zijn. Om hem uit de brand te helpen hielp ik hem voor een luttele vergoeding op die extra dagen. Het was mooi meegenomen want zo was er weer wat extra geld. Zo kwam het dat ik me kon bekwamen in fietsslangetjes, banden en bellen, dynamo’s en kettingkasten. Het echte werk, derailleurs, remmen, etcetera nam zwager voor zijn rekening. Mijn eerste fietsslangetje verkocht ik van de weeromstuit, omdat hij even weg was, voor 1 gulden en 25 cent. Het schaamrood staat nu nog op mijn kaken. Zwager moest er hartelijk om schateren. De klant is altijd terug blijven komen.

Iedere ochtend op zo’n marktdag kwam hij me halen met de bus. Bij aankomst konden we de kraam optuigen en de waar uitstallen. Een heel karwei, want er kwamen steeds meer artikelen bij. De marktmensen waren heel joviaal onderling, maar er was ook wel broodnijd en de marktmeester was erg belangrijk in het aanwijzen van een eventuele vaste locatie.

Zo heb ik hem zo’n twee jaar geholpen en er veel van opgestoken. Daarna ging hij naar nog meer markten en was zijn kostje gekocht met vaste plekken op goedlopende en grote markten en een goede klandizie. Joviaal en betrouwbaar zijn goede eigenschappen.

Nu stopt hij met zijn kleine fietsenmakerij in het Ondiep, waar hij een begrip is geworden. Er boven was een tentoonstellingsruimte waar zijn vriendin haar houtskooltekeningen en doeken kon tonen. Het was heel vertrouwd om hem na al die jaren te horen.

Straks gaan we toch naar de molen waar zelfs een papiermakerij inzit. Of dat permanent aanwezig is, weten we nog niet, maar de tijd zal het leren.

Het recept van gisteren is als volgt, voor de liefhebber:

Gekookte koude spaghetti, twee eieren, geraspte parmezaanse kaas, verse peterselie, twee tenen knoflook, olijfolie door elkaar mengen. Met vork en lepel rolletjes maken en bakken in de ruime zonnebloemolie. Wij hebben er salade Caprese gegeten met verse basilicum uit de tuin en genoten van deze combinatie. Het worden een soort vogelnestjes, lekker lichtbruin gebakken. Er bestaat een variant met honing en tijm, dat ga ik ook eens proberen. En zelf wil ik allerlei varianten ontdekken. Bijvoorbeeld met olijven of kappertjes. Wie weet.

Buon appetito.

Overpeinzingen

Je weet nooit hoe het balletje rolt

We vonden gisteren net buiten Szigetvar een grote drogist nieuwe stijl. Uitgebreid assortiment, ruime paden, overzichtelijke schappen en een keur aan artikelen. Vitamine B12 was het doel, maar natuurlijk lagen er in het mandje uiteindelijk wat pedicure-benodigdheden, een multi vitamine-B en nieuwe borstels voor de elektrische tandenborstels.

Daarna wilden we naar de achterkant van het park naast de camping van het stadje. Eerst reden we op de bonnefooi richting Szolgaltato, een typisch Hongaars einddorp, maar raakten zover van Szigetvar af, dat het die weg niet kon wezen. Dan toch maar de Tomtom, op naar de ‘Kemping’ (in het Hongaars). Dat bleek een afslag vroeger te zijn. Dan klopte het toch, want Lief kon zich herinneren dat hij vroeger frequente keren door het park naar de camping was gelopen. Inderdaad.

De camping leek niet meer in gebruik, maar de pizzeria ervoor nog wel. Daarlangs liep een pad naar een monument en een bos. Enorme woudreuzen stonden aan weerskanten. Het was zo’n typisch verwilderd stuk van het park verderop. Ook liepen er grote buizen bovengronds doorheen voor de watervoorziening van het thermaalbad dat naast het park ligt in het centrum. In het woud was het heerlijk rustig, zelfs de vogels hoorde je nauwelijks op een krassende gaai na. Het zonlicht werd gefilterd door de bomen, een vredig en lieflijk gezicht. Er klonk een paar keer een licht geknor en we fantaseerden over een zwijn dat straks natuurlijk het pad over zou rennen. Helaas.

Wel ruiste het water door de pijpen en was er een gemaal aan het eind van het pad. Daar konden we langs lopen en kwamen weer uit op het pad dat ons naar Truus leidde. Rechts was het aangelegde en vernieuwde stuk park en links het natuurbos. Terug dan maar en de volgende keer weer eens een bezoek aan de rest van het park. Tevreden huiswaarts met de buit van de drogisterij.

In de vroege morgen had Lief al de hele krulwilg in het midden van ons eigen bos geknot. Een hels karwei, omdat ze ongemerkt sneller te groot zijn dan je zou denken en hij maakte er zijn doelbewuste handwerk van. De boomstammen zouden een goede bestemming krijgen in de omheining waar een nog mooiere plek zou ontstaan voor al het kleine grut, egels, vogels, insecten, bedenk het maar.

Vanmorgen kwam er een droevig bericht binnen waar dinsdag al een voorbode voor was. Een lieve dagelijkse blogger, net met pensioen, die ik al heel lang volgde zonder hem daar kenbaar van te maken overigens, schreef boven een stukje over prinsjesdag ‘Dit is mijn laatste stukje.’ En inderdaad. Vanmorgen stond zijn overlijdensbericht op facebook. Jarenlang loop je met iemand mee, las over zijn wel en wee en dan valt alles stil en merk je dat je iedere dag uitkeek naar zijn blog. Een fijne schrijver met een brede interesse. ‘Opgenomen door de sterren in hun nachtelijke pracht’ (Remco Campert), stond boven het bericht.

Er is nog Spaghetti over van gisteren. Gewoon de gekookte zonder saus of wat ook. Ineens wist ik vanmiddag wat ik met dat beetje moest doen. Ik ga straks proberen het te frituren. Het bestaat al, ook in Italie en ik heb het ze bij Masterchef Australië zien doen. Pasta Fritta alla Siracusana is een zoete variant met honing en tijm, maar ik wil de hartige met kaas en eieren en een salade Caprese ernaast. Het blijft een experiment natuurlijk. Als het lukt, volgt een recept.

Vandaag wilden we eigenlijk naar het molenmuseum van Orfu, maar er was een misverstand dat eerst uit de weggeruimd moest worden en daarna de was, het te verschonen bed, de rag, de webben in de keuken en het schrijven. Hoogstwaarschijnlijk zal het morgen gaan gebeuren. Je weet nooit hoe het balletje rolt.

Overpeinzingen

Een brug te ver

Naar aanleiding van de film ‘Banshees of Inisherin’ verbreekt de hoofdpersoon plotseling zijn vriendschap met een oude vriend. De journalist Raounak Khaddari wijdde er een boek aan met de titel ‘Even goede vrienden’. Het begint met het volgende bericht: ‘De druk van deze vriendschap wil ik niet. Heel veel liefs’. Deze vrienden had Khaddari leren kennen bij een stage en toen de werkplek geeindigd was, benauwde het ontstane tweewekelijkse koffieuurtje met de twee. Ze dringt aan op meer weloverwogen vriendschappen waar we energie van krijgen, waarvan we wel houden in onze drukke levens. Een dag heeft maar 24 uur. Het onderhoud van dit soort vriendschappen gaan gepaard met planning en op zo’n tijdstip moet het wel gezellig zijn.

Ik denk terug aan de min of meer verplichte feestdagen van vroeger, waarbij het ook altijd gezellig moest zijn en het zelden was. Iedereen was nerveus. Het huis moest aan kant, de boel gestofzuigd en gestoft, en je moest je zondagse kleren aan, wat op zichzelf al een ramp was. Iedereen was thuis, een kleine ruimte gevuld met veel mensen. Te krap, te smal, te veel verplichtingen, te weinig ruimte om vreedzaam te genieten. Vaak kwam de oudste zus van mijn vader na de Hoogmis nog even langs. Dat alleen al was genoeg om iedereen op de tenen te laten lopen. Geplande dagen, verplichte dagen.

Hoe een agenda ook zou kunnen helpen om alles onder controle te krijgen, geeft het ook een onnatuurlijk aandoende situatie. Liever heb ik het bestaan vol verrassingen, onverwachte bezoeken, je gemoed volgen en aankloppen als je in de buurt bent, kunnen veranderen als dat beter voelt. Maar ja, ik ben altijd al van de geleide chaos geweest.

De Duitse socioloog Hartmut Rosa schrijft in zijn ‘Leven in een Tijd van Versnelling’ dat we in onze controledrang ons afsluiten voor deze ‘resonantie’. Het geraakt worden door wat er om je heen gebeurt, de emotie dat door iets of iemand wordt opgeroepen. Hij schrijft: ‘Resonantie-ervaringen veranderen ons en daarin ligt de ervaring van vitaliteit’. Iets geforceerd opzoeken eindigt vaker in het tegenovergestelde net als de vredige kerst thuis.

Het is geen agendapunt. Je moet niets onderhouden. Goede vriendschap onderhoudt zichzelf. Waarom gaat dat bij de ene groep vanzelf en komt bij een andere niet op gang. De leesclub die we opgestart zijn met ouders en vrienden van school is opgebloeid tot een mooie warme vriendschap onderling, waarin ruimte wordt gegeven aan ieder individu. We hebben het over het boek en naar aanleiding van het boek langer over wat het ons doet, hoe bewogen we het gelezen hebben, maar ook wat we ervan vinden als je naar je persoonlijk leven kijkt. Door ruimte te geven aan dit soort persoonlijke invullingen stijgt het boven het gemiddelde uit. Een vriendschap van, door en voor het leven.

De schrijfster van het stuk, Lieke Knijnenburg, zegt het mooi. Als je geen ruimte geeft aan de ander dan gebeurt het volgende: ‘dan maakt de resonantie plaats voor een echo-relatie, waarbij je alleen jezelf nog terughoort’.

Het is een boeiend artikel. Het zet aan tot overdenken van je eigen vriendschappen. Tot twee keer toe is het mij overkomen dat ik in de knel kwam met mezelf ten tijde van zo’n vriendschap. Inderdaad, dat het je meer energie gaat kosten en sterker nog, dat je jezelf verliest door de ruimte die de ander eist. Als dat dan ook nog gepaard gaat met verwijten, slaat de twijfel toe. Binnen een vriendschap mogen we groeien en vertrouwen hebben in de gevoelens voor elkaar. Als dat wegebt en op een gegeven moment zelfs ontbreekt, als er niet meer over te praten valt zonder in te heftige emoties te eindigen, dan is de optelsom snel gemaakt. Zoals je de vriendschap haarscherp voelt, zo voel je het gemis eraan.

Je wilt gevoed worden in een relatie, uitgedaagd, inspiratie opdoen, nieuwsgierig blijven en niet verzanden in de gewoonte. Daaraan werken is mooi, maar trekken aan een dood paard is net een brug te ver.

Overpeinzingen

Iedere dag

De zon scheen vanmorgen uitbundig. Het was nog wat frisjes, maar dat beloofde snel op te lopen tot een graad of 22. Goed te doen dus. Snel alle ochtendrituelen afgehandeld en en route. Richting Pécs, naar de beoogde Art-shop. We konden Truus stallen op de grote parkeerplaats in het centrum. Een mannetje stond auto’s op te wachten om ze een vrije plek aan te wijzen. Dat deed hij voor een paar forinten. Het was niet zijn baan, maar een bedelact. Dat mag niet, maar als ze er werk voor verzetten wordt het oogluikend toegestaan. Lief was royaal in zijn fooi.

De winkel bleek in een soort winkelcentrum, dat op delen van oude grondvesten van de stad was gebouwd. Helemaal bovenin vonden we de winkel in een hoek, zeg maar winkeltje. Eigenlijk een veredelde kantoorboekhandel met wat schildersbenodigdheden. Een aardig meisje dat Engels sprak, vader en moeder achter de toonbank. Penselen voor olieverfschilderijen is zo een, twee, drie niet gezegd in het Magyar, maar met handen en voeten kwamen we er wel uit. Eerst liet ze me alleen de setjes zien, maar toen we onze gegevens door gaven aan de toonbank om de te bestellen ezel, viel mijn oog op de wand achter haar. Penselen in alle soorten en maten. Jottem. Daar was ik goed mee geholpen. Voor een bedrag waar je in Nederland net één kattentong zou kunnen kopen gingen we met zes stuks tevreden op huis aan.

Op de weg er naar toe hadden we bij een grote woonwinkel al een nieuwe houten broodtrommel op de kop getikt omdat de vorige bezweken was door de tand des tijds. Daarna was het tijd voor de boodschappen bij een super in de buurt met als toegift een leuke onbekende weg naar de zes. Thuis thee en tevredenheid. Gisteren ben ik toch nog maar even in de weer geweest met de oude penselen. Het vordert aardig, al is ie wat breedgeschouderd. Hier en daar valt er zeker nog wat te duwen en te trekken.

Gisteren via het journaal de poppenkast van Prinsjesdag bekeken. Tot mijn grote genoegen gezien, dat prinses Amalia is uitgegroeid tot een prachtige schoonheid, waar niets, maar dan ook helemaal niets op aan te merken valt. Als je op al die praal van de lui in de zaal het gehakketak van de miljoenennota van vandaag plakt, blijft er niets meer over van de schone uitdossingen van de diverse parlementsleden. Wat word ik daar toch verdrietig van. Het ergst vind ik het dat ze alles wat met de mooie kanten van ons bestaan te maken heeft, zo te gronde richten.

Lief had gisterenmiddag een egeltje op zijn tocht gezien op de grond bij de Dennenhorst vlak achter de natuurlijke haag van takken en dat is een prachtige plek om zich in te verschuilen. Daar kan geen egelhuisje tegenop. Ik was naar achteren gelopen door het al herfstige bos, waar de rozebottels van de wilde roos en de kardinaalsmuts uitbundig vlammen tussen het dorre bruin en de kale takken. Het wilde bloemenzaad is uitgestrooid rond de twee vrouwenbeelden en in de bloementuin. Een belofte voor de volgende lente.

Broerlief is door de Pyreneeën aan het trekken en via Polarsteps krijgen we prachtige natuurbeelden te zien, pittoreske Franse stadjes, een azuurblauwe zee, mooie luchten. Hij is er als gewoonlijk in zijn eentje op uit met de fiets. In zijn element, letterlijk en figuurlijk.

De kinderen willen nu toch wel weten of we last hebben gehad van de storm Boris. Gelukkig niet, terwijl in de omringende landen deze snoodaard huishield is het ons bespaard gebleven op een klein gebiedje bij Budapest na en een week flinke regen hier omdat de ligging gunstig is. Tel uw zegeningen. En dat doen we. Iedere dag.

Overpeinzingen

Als het zand in de zandloper

In de Groene van vorige week bezoekt Berend Sommer de kunstenaar Mark Brusse in zijn atelier in Parijs op een zondagmiddag. De laatste toevoeging maakt het beeld compleet. Je ziet hem lopen in de zondagse rust en aanbellen. Ze praten over het leven van de kunstenaar en zijn werk. Zodra de interviewer thuis is belt Brusse hem op om te verklaren waar zijn werk overging, want hij had het niet goed gezegd. ‘Het verstrijken van de tijd en de verwondering’, daar gaat het over’.

Ooit hebben we aan het begrip Tijd een schoolbreed project gehangen. Het was fantastisch om daar mee bezig te zijn, want alle taal ademt tijd. Voor de kinderen en voor ons was het één grote ontdekkingstocht, waarin we Tijd trachten te doorgronden, er handen en voeten aan te geven zodat ook onze jongste kinderen een tijdsbesef zouden meekrijgen. Er kwam letterlijk een kartonnen grootvaders klok bij kijken waar eerst het sprookje van de zeven geitjes aan vooraf ging. De klok was van een enorme lange smalle doos gemaakt waar ze ook echt in weg konden kruipen. ‘ Met de vraag waarom heet het grootvaders klok’ kwamen we bij bet-bet-bet-bet-bet-en-betterdebet-grootvaders uit, want je vader heeft een vader en die heeft weer een vader en die…Het was hilarisch, want op iedere ‘bet’ gaven we een klap in de handen.

Als je in taal gaat zoeken naar woorden die tijd-gerelateerd zijn dan zijn er in elke zin wel een paar. Het werd een sport om te bedenken of een woord met Tijd te maken had en dat we, terwijl we daar mee bezig waren, de tijd alweer verder was dan toen we er aan begonnen. Tijd verstrijkt altijd. Zodra ik deze zin heb geschreven is het al weer later in de tijd. ‘Tijd schrijdt’, zegt Lief. Het verwonderen erover lukt op zo’n ervaringsgerichte manier altijd.

We volgden het boekje ‘De tijd keert om’ en speelden iedere week een toneel over tante Fien die boeken schrijft en haar neefje Lars. Tante heeft een kist staan op zolder waarin een zakhorloge zit die de tijd terugdraait. Lars vind op weg naar dat grote geheim overal briefjes met ‘Lees dit niet’ en ‘Laat liggen’ waar het dan al te laat voor is. Uiteindelijk vond hij het zakhorloge, waarmee (ver)wonderlijke zaken een podium krijgen. Het was een wonderschoon project boordevol spannende momenten die vooral de nieuwsgierigheid opwekten en alle kinderen waren in de ban van de Tijd. Bovendien schreven en spraken we achterwaartse taal net als in het boekje en ontstond er een cryptisch geheimschrift. ‘Mo treek dijt ed’

Op dit ogenblik hier aan de keukentafel ‘beiden we Tijd’.dat mooie ouderwetse woord, afgeleid van de zin ‘Beidt Uw Tijd’,die op de klokkentoren van de Beurs van Berlage in Amsterdam staat. Aan de andere kant staat ‘Duur Uw Uur’. Het zijn citaten uit een van de gedichten van Albert Verwey die hij ongeveer een eeuw geleden speciaal voor de beurs van Berlage schreef. ‘Wacht uw tijd af en hou vol’, zou je kunnen zeggen, geeft ‘DBNL’ aan.

Dat doen we hier ook omdat we aan het wachten zijn tot onze tijd is aangebroken om er eindelijk op uit te trekken. Morgen gaan we in ieder geval naar Pecs voor penselen en de ezel. Toch ben ik al aan een opzetje begonnen met de oude sleetse exemplaren en het was zó fijn om te doen. Te lang geleden eigenlijk.

Zoonlief stuurt mooie beelden over de app. Hij reist van de hoofdstad Bangkok per trein langs heel veel groen naar het Zuiden. De reis daar naar toe duurde maar liefst negen uur. Dan valt er ook niet veel anders te doen dan je tijd te beiden en zal de omgeving met bananenbomen, kokospalmen en rijstvelden verwonderen. De moederlijke krimp om het hart is tot nul gereduceerd nu hij zichtbaar aan het genieten is. Geef zorgen de tijd en ze lopen weg als het zand in de zandloper.

Overpeinzingen

Hoofd, hart en handen in een natuurlijk evenwicht

Naar aanleiding van een wens voor iedereen op deze dag van een goede vriendin en ook omdat ze er een wijsheid van de filosoof Søren Kierkegaard onder had geplakt, kwam ik ertoe om het programma dat ze tipte, terug te gaan zien. De Verwondering, een van mijn lievelingsprogramma’s, met Annemiek Schrijver die dit keer in gesprek was met Stine Jensen, een bijzonder hoogleraar en publieksfilosoof. Direct bij binnenkomst valt deze Stine met een belangrijk item in huis. In onze huidige maatschappij moet alles gestroomlijnd en perfect verlopen, maar toen ze tien jaar geleden zelf onderuit ging, ontdekte ze zichzelf en haar lichaam. Ze werd een groot aanhanger van het idee dat fouten maken mag. Sterker nog, misschien wel moet. Nu is haar motto:

’Doe eens gek’. ‘We mogen vrolijk falen, blij blunderen, struikelvaardigheid opdoen’.

Ze had jarenlang in een soort ratrace gezeten en doordat haar lijf had aangegeven dat het genoeg was, is ze daar uitgestapt. Ze kreeg meer oog voor haar omgeving, wilde anderen iets leren zonder steeds zelf in de schijnwerpers te staan. Omdat ze bijzonder hoogleraar bij Human is geworden, kon ze de veeleisende wetenschappelijke kant van dat beroep links laten liggen. Ze maakt programma’s, maakt podcasts, schrijft veel.

Ooit vroeg ze aan haar vader toen ze veertien was of hij een levenswijsheid had. Hij kwam met een gezegde van Soren Kierkegaard: ‘Durven is even je evenwicht verliezen, niet durven is jezelf verliezen’. In het Deens zegt men ‘wagen’ en dat drukt nog meer uit dat het aan de ene kant iets heel bijzonders kan worden, maar tegelijkertijd ook eng en spannend kan zijn. Kierkegaard zelf was een eeuwige twijfelaar. Vroeger zei men bij ons thuis: ‘Wie niet waagt, die niet wint’.

Stines vader was ook een twijfelaar. Hij vertelde haar dat er twee wegen waren, die hij vroeger wilde bewandelen. Enerzijds een avontuurlijke door naar Rusland te gaan om Russisch te leren en anderzijds door een studie te doen waarmee hij ingenieur zou worden. Hij koos voor de veilige weg, de laatste, maar gaf zijn dochter mee toch vooral voor het hart en de passie te gaan. Dat heeft ze ook gedaan. Literatuur, filosofie, maar toch een hoofdelijk leven zoals ze het zelf noemt. Annemarie maakt er ‘Een brein op pootjes’ van. Iets wat ik dan, met een brede glimlach, onmiddellijk voor me zie. Ze zat helemaal tot over haar oren in die wetenschappelijke wereld totdat ze door haar rug ging en niets meer kon en op dat punt aangekomen, wist ze dat ze moest veranderen.

Toen ze een yogaleraar leerde kennen die vertelde dat zijn opleiding een grote kentering in zijn leven had gebracht omdat hij exact hetzelfde had meegemaakt als Stine, ging bij haar een licht branden en is ze als ‘waag’stuk, ook al was ze niet het prototype yoga, die Kundalini-yoga opleiding gaan doen. Het was een andere taal, een andere levensvervulling en ze ervoer het inderdaad als levensveranderend.

Ze leert haar gevoelens te omarmen en dicht bij zichzelf te blijven en beide kanten, het vrouwelijke, dat ze altijd een beetje weggestopt had en het mannelijke in balans te brengen. Yin en Yang, hoor ik ergens in mijn herinnering, waar Lief en ik in de jaren zeventig veel mee bezig waren.

Het gesprek gaat daarna door over conflicten en vrijheid, maar ik wil deze gedachten de ruimte geven. Heel herkenbaar voor mij, zelf ook ondervonden en op een andere manier die balans bereikt, maar meer door te gaan graven in jezelf, door het schrijven, het lezen, te luisteren. Het is goed om alle kanten te benaderen, je ‘zelf’ toe te laten tot een verrijkend innerlijk. Het is denk ik ook in mijn beroep als leerkracht de basis die je nodig hebt om bijvoorbeeld te voelen en te weten hoe je je kinderen benaderen kan, hoe je ze de ruimte kan geven tot zelfontplooiing en zelfontwikkeling. Niet voor niets kon dat wat mij betrof alleen maar in de vorm van het Jenaplan, omdat dat die ruimte vrijmaakte. Hoofd, hart en handen in een natuurlijk evenwicht.

Overpeinzingen

De cirkel is rond

Gisteren dus de eerste bioscoopavond in eigen huis. De film La Chimera hadden we allebei gekozen omdat er in de Groene een essay stond van Basje Boer over de strekking van de film met boeiende associaties over het thema. De hoofdpersoon Arthur heeft een gave om oude Etruskengraven te ontdekken en hij daalt met een stel tombaroli, grafrovers, bij ieder graf af om nog wat achtergebleven schatten te vinden die ze kunnen verkopen. Een speurtocht, letterlijk, tussen het leven en de dood. Zijn geliefde is verdwenen volgens haar moeder, die op haar wacht in een groot oud huis, maar haar zussen verklaren haar dood. Tot zover de film.

Basje Boer kijkt uit het raam en ziet dat er grote bedrijvigheid is bij haar overbuurvrouw die ze kent van het groeten en praatjes op straat over de katten. Er lopen diverse vrouwen in en uit. Ze vraagt zich af of de buurvrouw is overleden.

Ze verhaalt van de periode dat ze zelf was gediagnosticeerd met kanker en een boek aan het lezen is en zich dan realiseert dat er sommige dingen zijn die groter zijn dan de dood, haar dood. Het boek bijvoorbeeld. Als ze door kanker wordt opgevreten en sterft zal het boek er nog altijd zijn met de ironie en de melancholie tussen de regels.

Ze dwaalt in haar gedachten af naar de prehistorische kunst zoals de handafdrukken in de Cueva de las Manos in het Argentijnse Patagonië, de dikke rode bizons in Almira, de paarden in de Grotte Chauvet. Ze vraagt zich af hoe mensen tot die tweedimensionale kunst komen. Er is een theorie die zegt dat de jager de prooi afbeeldde om zo een succesvolle jacht af te dwingen en een andere die zegt dat men de schilderingen achteraf maakte om hun dankbaarheid te tonen voor het offer dat het dier had gebracht. Ze bekijkt de schilderingen en filtert er vooral de liefde uit waarmee ze gemaakt zijn. Meer dan prooidieren waren ze geliefd en werden ze gerespecteerd. Andere associaties; de dag waarop in de Oude Kerk in Amsterdam het leven en de dood van Saskia Uylenburgh ieder jaar gevierd wordt, een documentaire in de Melkweg ‘Mutiny in Heaven’ genaamd en en passant neemt ze de Mummieportretten mee in het Allard Pierson Museum.

Maar wat me het meest raakt in het hele artikel over leven en de dood zijn de spulletjes van de buurvrouw die verloren op de stoep staan en wachten op de kraak of een nieuw bestaan. Wat in haar leven waarde had en van grote betekenis, betekent nu niets meer dan het prul op zich. Een keukenstoel, een oude computer, een kastje. Een pijnlijk contrast met de schatten in de Etruskische tomben, die bij verkoop van onschatbare waarde blijken te zijn.

Ze stelt vast dat het eigenlijk helemaal niet om die spullen gaat maar om haar relatie met de buurvrouw, er zijn en gezien worden. Waarde toe te kennen aan de dood en daarmee waarde toe te kennen aan het leven. Deze overpeinzingen zijn een waardevolle aanvulling op de film waar we gisteren van genoten hebben. Het geeft er nog meer diepgang aan.

Wat ons opviel en zij niet noemt was dat de geliefde van Arthur in zijn dromen in een gehaakte jurk rondzweeft en een draad van die jurk los raakt en in de aarde vergroeid lijkt te zijn. Dat roept de associatie op met de Draad van Ariadne, die Theseus een rode kluwen wol en een zwaard meegaf om de Minotaurus in het doolhof te verslaan en de weg terug te kunnen vinden.

Arthur vindt de draad van zijn geliefde ook terug op een wonderlijke wijze en wordt eindelijk met haar verenigd. Het is een wonderschoon slot van een bijzondere film. De cirkel is rond.