Overpeinzingen

En wie wil dat nou niet met kerst

Ergens achter in mijn keel spelen bacteriën krijgertje. Het voelt als schuurpapier. Mijn vader had de gewoonte om bij een dergelijk gevoel onmiddellijk aan de strepsils te gaan. Mijn moeder hielp hem daarbij door een aantal zakjes aan te schaffen. Ik vond het geen goed idee. Er zat vast iets in wat bij grote hoeveelheden minder gezond zou zijn. ‘Alles met mate’ zei men vroeger en daar heb ik tegenwoordig wel mijn lijfspreuk van gemaakt. Waarom zou je veel van iets verorberen, terwijl het bijzondere en het lekkere extra benadrukt wordt door een of twee van die heerlijkheden.

Gisteren zijn de lampen ontstoken van ‘De grootste Kerstboom’ van het land in IJsselstein. Vanuit ons raam hebben we mooi zicht. In deze grijs geschakeerde lucht zie je alleen de lampen en vaag de tuien waaraan ze hangen. Zelf hebben we dit jaar de boom niet aangeschaft. Schone dochter blijkt allergisch te zijn. Daar heeft ze het eigenlijk nooit over gehad en alleen maar antistoffen geslikt, maar ik was al aan het nadenken over de duurzaamheid van een echte boom, ook al mag je hem terugbrengen voor herplaatsing in het bos. En nu viel alles op z’n plek. Wel hebben we een zee aan licht voor het raam. Kerst is meer en meer een feest van licht geworden, verlichting, bron van inspiratie als het dat ook brengt. Nu dus dubbel. Fijn voor de Schone dochter en helemaal oké voor ons.

Ik denk aan mijn moeder die ook steeds minder kerstelijk de kamer aankleedde. Eerlijk is eerlijk, het kwam natuurlijk ook door de ruimte, maar na jaren kerst vieren met de kinderen, wordt de invulling ervan toch anders. Ik zou willen dat het vrede bracht. Dat zou pas echt kerst zijn. Herinnering aan de tijden van de kleintjes met pas gewassen haren voor het stalletje met de echte witte kaarsjes, die met glimmende snoetjes het aandoenlijke lied zongen:’Het is kinderbedtijd zei vader. Vooruit, de kaarsjes die moeten nog uit. Wie heeft er de beurt om te blazen vandaag, dat is kleine Coenie, die doet dat zo graag, fuut fuut fuut fuut fuut fuit, dan blaast hij zijn kaarsje uit’. Ze zijn onherroepelijk voorbij. Kaarsjes zijn linke soep, stalletjes doen het ook niet altijd meer goed, de geur van dennengroen is allang geleden aan mij voorbij gegaan.

Kerst was ook thuiskomen uit de lange Latijnse Nachtmis met drie heren en een meer dan lege maag. Daardoor geurde het brood op de kachel zo heerlijk en waren de vleeswaren extra lekker. Na het vasten is het zoet eten. Ook het tijdstip na middernacht speelde een rol. En als er winters waren met verse sneeuw werd het vanzelf een plaatje. Ze zijn zoet en memorabel, die herinneringen, maar lijken tegelijk zo lang geleden, zo veel verder weg dan ooit gedacht.

De kerstspullen kwamen destijds in de oranje kartonnen brievenbus naar beneden van de zolder en vakkundig werd de boom opgetuigd terwijl we een voor een de beelden van het stalletje mochten uitpakken. De schapen, de herders, de drie koningen met de grote kameel, Maria en Jezus, de os en de ezel en het kindeke. Ook het blauwe ezeltje met de twee manden langszij kreeg een plekje.

Bij een grondige verbouwing aan ons ouderlijk huis, waarbij mijn ouders naar een soort chaletje moesten achter de betonbuurt, werd er ingebroken en verdween die mooie oude brievenbus of in ieder geval kwam alles er sterk gehavend uit de strijd. Kerstmis was daarna nooit meer hetzelfde.

De hoogtepunten van dergelijke speciale dagen van toen zijn allang van alledag geworden. Als je wilt eet je elke dag kerstlekker. Alleen die Hemelse Modder, die ik ooit bij een vriendinnetje kreeg, die zal ik toch nog eens maken. Dat was zo zalig, alsof er een engeltje…En wie wil dat nou niet met kerst.

Overpeinzingen

Voor zolang het duurt

Wonderlijk verloop van de dag en ze vroeg derhalve toch om een beetje beweging. De somberte buiten en de wind trotserend wandelden we naar het centrum van het stadje. Geen oord waar ik voor mijn gezelligheid naar toe ga, maar we hadden een missie. Lief wilde sokken van de Hema en vitaminepillen. Omdat we er nu eenmaal toch rondliepen besloten we boven eens in een winkel te kijken, die een aantal producten huisvest van verschillende bedrijven en voornamelijk op vrijwilligers draait. Een cadeautjeswinkel. Dat was het en het bleek een genot om er door heen te slierten en al die prachtige kleinoden te zien. Sieraden, keramiek, prachtige lampen, handpoppen, gebreide poppenkleertjes, kimono’s, wereldwinkelspulletjes, sieraden en hebbedingetjes als kaarsen, magneten, lekkere zeepjes en wat dies meer zij. Bewonderenswaardig.

Lief vond het ook heel mooi allemaal en vol verbazing keken we onze ogen uit in dit bolwerk van creativiteit. Een kimono en een ringetje sprongen eruit. Van lief kreeg ik de ring, de kimono komt later en vermoedelijk ook zo’n prachtige, niet goedkope, maar originele lamp.

De sokken en de vitaminen kwamen daarna aan de beurt, maar een zo’n leuke originele winkel geeft mij vitaminen genoeg om een hele tijd op te teren. Lief is van de terrasjes en de koffie. De entourage is niet helemaal mijn ding maar bij een koffietentje op de hoek voelden we ons redelijk onbespied en op ons gemak. Je zou er kunnen schrijven zoveel personen kwamen er langs die je onvermoed kon observeren.

Op een protserige zuil in zoete kleuren stond een waar woord. Er stond ‘Samen is alles een feestje’. Dat konden we zeker op dat moment beamen. Lief zat achter een enorm brok chocoladetaart en ik was helemaal in mijn nopjes met mijn cadeautje van hem. Het herinnerde me aan mijn allereerste cadeau van hem, een ketting van natuurlijk gedroogd fruit met pitten afgelakt in oranje/bruin tinten, destijds erg gewild. Dat was zestig jaar geleden. De verleiding was groot. Natuurlijk zat er niets anders op dan er naar op zoek te gaan, ik moest wel even door mijn laden met goud op snee en ja hoor, in het zevende laatje vond ik de bewuste ketting terug. Hoe is het mogelijk. Dwars door alle verhuizingen heen in de loop der tijd is het nooit kwijt geraakt. Sommige lieve cadeautjes hebben ongeschreven waarde.

We wandelden na de koffie op ons dooie gemakje terug. Brug over de weg met trap, de wat rommelige straatjes achter de huizen door met de hier en daar wat verwaarloosde tuintjes en schuttingen aan de achterkant en speuren naar alles wat de winter tekent. De kronkelboom, waarvan ik niet meer weet hoe hij heet, staat op haar mooist te wezen. Vroeger stonden ze altijd gedrieën op het veld schuin achter onze flat en waren prachtig naar elkaar toegegroeid, maar bij de laatste snoeibeurt werd de middelste er tussenuit gehaald en nu staan er nog maar twee en heeft de voorste zich van verdriet afgewend van de ander. Deze heeft nu wel volop de ruimte om te kronkelen en dat doet ze met verve. Het licht erboven zet luister bij. Naast de flat hebben ze een lange rij struiken gezet, waar nu allemaal oranje bessen aan groeien. Een kerstig sfeertje tussen het beton.

Ergens staat de aankondiging over een tentoonstelling van de foto’s van Moesman. Het indrukwekkende verleden ten voeten uit, een Israëls of Breitner waardig. De tentoonstelling is te zien in het Utrechts archief.

De lucht is stralend blauw, de zon schijnt volop en het belooft een mooie dag ongeacht de aangekondigde stormachtige voorspellingen. Even genieten maar, voor zolang het duurt.

Overpeinzingen

Aan de slag

Sinterklaas is een beetje aan me voorbij gegaan dit jaar. Ik denk dat het stormachtige weer er debet aan was. Geen lust erop uit te trekken. Het geeft niet, de ervaring leert dat het vanzelf weer komt. Vandaag is het een dag van tegenstellingen. De lucht doet mee. Dan weer een felle regenbui, rukwinden, meeuwen en kauwen die zich mee laten voeren op de wind, luwte, dun zonnetje, stukjes blauw. Het is er allemaal. Lief zit nog steeds in het Iran van Kader Abdollah en zijn Huis van de Moskee.

Mijn boeken liggen dicht op de plank. Even een aanloopje nemen tot een marathon aan woorden als de tijd daar is. Wel lees ik hapsnap uit de twee boeken met overpeinzingen over Kunst, de een van drie jonge Kunsthistorici ‘De Kunstmeisjes’ genaamd, een aanstekelijk werk met vijftig van hun favoriete kunstwerken en de beschrijvingen daarbij en de ander, die ik koester, is De kunst van het Oordelen van Wieteke van Zeil met de titel: ‘Altijd Iets te Vinden’.

In haar verhaal over een Japanse Courtisane beschrijft ze de opbollende haardracht en de sieraden, de kanzashi, die er ingestoken worden. Ze staan bijvoorbeeld symbool voor het seizoen. De courtisane die erbij staat afgebeeld is van Keisai Eisen met de titel: ‘Courtisane leest een boek(ca 1830)’. Ze draagt een een speld met een lief bloemetje en een vogeltje eronder in haar wrong. De bloesem is pruim of kers. Pruim staat voor de maand februari en kers voor de maand April.

Optreden van Cioful in de jaren negentig

Ik moet terugdenken aan onze optredens in Arnemuidense klederdracht, waarbij we de rol die op het voorhoofd onder de witte kap uitkomt moesten bestuderen om hem zo te krijgen als wenselijk was. Het wonderlijke ervan was de richting waarop we moesten rollen. Niet naar voren maar juist naar achteren. Op een gegeven moment draaiden we er onze hand niet meer voor om, maar het was even pittig oefenen. De betekenis ervan en de grote oorijzers aan de kap hadden vast zo’n zelfde symbolische waarde als die van de Courtisane, maar ik vind het zo gauw niet terug. Wel is er duidelijk een verschil in gewone en rouwkleding, waarbij zelfs de spelden in het haar in plaats van wit, zwart zijn.

Bij de kunstmeisjes lees ik het stuk over van Gogh die in de periode dat hij leed aan psychoses en opgenomen was in een psychiatrisch ziekenhuis een aantal zelfportretten schilderde. Misschien wel, opperden de auteurs, dat hij zichzelf zocht en vond in een wereld die steeds onwerkelijker werd. Dat vind ik een mooie en ook plausibele gedachte, die in de brieven aan broer Theo keer op keer bevestigd wordt, omdat hij hem steeds vraagt of hij ook de rust in zijn ogen ziet.

Het is net als bij de film gisteren. Details vergroten de aandacht, omdat je nauwkeuriger kan speuren naar dit soort elementen. Symbolieken verrijken het leven en als je er op gaat letten ontdek je er meerdere en ook nieuwe. In het schilderij van Van Gogh van Arlense vrouwen in een danszaal, beschrijft Wieteke aan het begin van haar verhaal, hoe hij het haar van de vrouwen ook laat opbollen omdat, net als bij de Japanse geisha’s en courtisanes, ze het witte gelaat luister bijzetten en ze zo beter uit zullen komen. Hij was zeer door de Japanse kunst geïnspireerd, ze deelden een voorliefde voor contrast en contouren.

Zo bijzonder dat deze twee verschillende verhalen elkaar raken in de opmerkingen over van Gogh, weliswaar met een totaal andere benadering, maar evenzeer een aanvulling en het werkt inspirerend. Misschien toch maar weer eens een zelfportretje? Het weer is er naar. Winterse buien schudden kennelijk de schilderkriebels wakker. Aan de slag.

Overpeinzingen

Laten we vooral onze vrijheid koesteren

We hadden vandaag eigenlijk met dochterlief en schone zoon afgesproken in de tuin, maar dat gaat ‘m met al dat hemelwater niet worden vandaag. Dan maar een inhaalslag Hongaars en schrijven en mijmeren over alles wat gisteren voorbij kwam. Mooie sferen, dat zeker.

Eerst na lange tijd met het openbaar vervoer naar Utrecht centrum. Normaliter nemen we de bus, die een straat verder stopt, maar mijn nieuwe ov-pas was nog leeg, dus die moesten we eerst opladen en dat kon hier in het centrum. Ik wist een oplaadpunt in City Plaza, maar bij aankomst bij de tramhalte zagen we dat er daar ook een was. Nou ja, wat extra passen op de teller kan geen kwaad. De tram reed en wij genoten van alles wat we langs zagen komen en van wat we hoorden in de tram. Een vrouw was langdurig aan het telefoneren over iets wat ze bij een ouder iemand in de voortuin zouden dumpen bij wijze van sinterklaasgrap. We konden er in ieder geval uitgebreid van meegenieten. Dubbele voorpret dus.

Een paar bakvissen kwamen binnen. Luid giebelend renden ze van de ene naar de andere kant. ‘Zie je dat ik gelijk had’, zei de een tegen de andere twee en maakte een gebaar van ‘duh’. Ze keek triomfantelijk ‘Ach wat vliegt de tijd’, zeiden we tegen elkaar. Onze eigen jonge zelf en de nostalgie kwamen bovendrijven. Bij het centrum stapten ze kakelend uit en wij ook. Met de roltrap naar Hoog Catharijne en dan met flukse pas het winkelcentrum door. Daar hadden we niets te zoeken.

Op het Vredenburg was markt, gezellige lichtjes, keuvelende mensen voor de kraampjes en ondanks het tijdstip niet heel erg druk. Eigenlijk hadden we naar de Dom willen lopen maar het weer was wat somber, de meerdere eer en glorie van de make-over zou niet schitteren. Dat stelden we uit. Wel was ze te zien aan het eind van dit deel van de Oude Gracht. Eindelijk weer uit haar groene rokken.

Het filmhuis piept altijd tussen twee grote gebouwen van de Neude op aan het eind van de kleine Slachtstraat. Dat verklapt ook de nieuwe naam, voorheen Het Hoogt. Een stukje authentiek Utrecht, met het snoepwinkeltje van Betje Boerhaave erachter, dat nu ‘Het Kruideniers Museum’ heet.

De thee verwarmt net als de aangename kalme sfeer. Er viel een half uurtje te overbruggen en daarna was het vooral trappen lopen naar de tweede verdieping, ik was vergeten hoe hoog het was en ik had met de lift kunnen gaan. Nou ja een beetje extra beweging kan geen kwaad. Het kleine zaaltje liep vol met grijze koppies, nog wat laatkomers en eindelijk kon de film beginnen.

We vergisten ons in de impact in ‘My Favourite Cake’. Het was in eerste instantie een lieve trage film over ouderdom, eenzaamheid, liefde en wanhoop, niet spectaculair vonden we. Waar we aan voorbij waren gegaan en achteraf pas lazen, was dat de film is opgenomen in 2022 in Iran en gezien wordt als een vulgaire film omdat er alcohol gedronken wordt en een man en een vrouw samen zijn in een huis, de vrouw zonder chador en met make-up op, dansend en toostend op het leven. De film is een aanklacht tegen het Iraanse regiem en deels in het verborgene opgenomen.

Dit hadden we graag van tevoren geweten, want daardoor krijgt de film een grote lading erbij, die het ineens de moeite waard maakt om vooral deze ‘onschuldige liefde’ te zien groeien en bloeien. Alles wat voor ons normaal is, is daar buitensporig. Het is goed omdat te beseffen en vooral de rijkdom te voelen die hier zo voor het oprapen ligt. De regisseurs hang een proces boven het hoofd. Laten we vooral onze vrijheid koesteren.

Overpeinzingen

Daar kan men alleen maar respect voor hebben

Het is een pas-op-de-plaats-dag geworden gisteren, want vandaag gaan we naar het filmhuis De Slachtstraat, het vroegere Hoogt. Daar bekijken we doorgaans een mooie film waar achteraf veel over te denken of te praten valt en dat doen we dan bij een portie vegetarische bitterballen en een wijntje. Het is er altijd knus en het is heel goed voor je gestel door de serene rust waar het in plaats vindt. Een druppeltje vrede.

Met de bus gaan we vervolgens op huis aan. Ook dat is zo plezierig. Niet met de auto te hoeven rondrijden om een geschikte parkeerplaats te vinden en alsnog einden te moeten lopen. De bus stopt bij halte De Neude, als we willen kunnen we vooraf de stad nog even in. De nieuwe Dom bekijken bijvoorbeeld, die weer een lichtend voorbeeld is voor de schoonheid van de oude stad. We hebben gekozen voor een Perzische film niet in de laatste plaats omdat Lief het boek aan het lezen is van Kader Abdolah: ‘Het Huis van de Moskee’

Zuslief belde nog. Wilde weten hoe het ging zo na de thuiskomst. Tja, dat het pas anderhalve week is, is nauwelijks in te denken. Voor ons gevoel is er al een marathon aan bezoek gelopen. Zo kan het gaan. Maar tjonge, wat was het gezellig. Lief is maandag met vriendlief de stad in gegaan. Ze zijn allemaal zo rond de 75 en langzaamaan beginnen de kwalen een hartig woordje mee te spreken. We zijn natuurlijk ook nog de generatie van alle remmen los geweest in de grijze oudheid. De beruchte jaren zeventig. Dat werpt zijn vruchten af maar ook obstakels op. .

In de Flow, die ik hap-snap lees in de app van de items van diverse tijdschriften stond een interview met Yoko Ono. Ze is altijd de activiste gebleven die ze vroeger in de jaren zeventig al was. Als mensen commentaar hadden op het feit dat ze in hotpants liep op haar 82ste, protesteerde ze vervolgens met de woorden: ‘Laat me vrij zijn, laat me mezelf zijn, maak me niet oud met je gedachten en woorden over hoe ik me zou moeten gedragen’.

Dat is zo waar. Elke bemoeienis van buitenaf is er een teveel eigenlijk. Het heeft lang geduurd eer ik mijn eigen frustratie achter me kon laten en dan soms nog komt ze om een hoekje kijken. Ik moest leren te bedenken, dat ik goed was zoals ik ben. Van jezelf houden is moeilijker dan we denken. Sommige van ons kunnen dat moeiteloos, maar doorgaans valt er heel wat te overwinnen voor je jezelf met open armen kan ontvangen. Hier ben ik, neem me zoals ik ben, met al mijn hebbelijkheden en onhebbelijkheden. We zijn allen mens en niets menselijks is ons vreemd.

‘Mijn wensboom’, de oudste Ginkgo in de oude Hortus van Utrecht

Yoko is bijna negentig en woont nu op een boerderij buiten. Haar zoon Sean organiseert voor haar verjaardagsfeest een virtuele wensboom in navolging van zijn moeder die wensbomen maakte voor de musea in 1996. In die speciale wensboom voor haar kunnen mensen online hun wensen plaatsen. Haar werk wordt eindelijk op de waarde geschat, vooruitstrevend als ze was heeft ze lang tegen allerlei vooroordelen aangelopen. Niet in de laatste plaats omdat men vond dat ze John Lennon had weggekaapt en de oorzaak was van de breuk van de Beatles. Dat ze ondanks alles toch haar weegs is blijven gaan met de tomeloze energie en scheppingsdrang geeft haar kracht weer. Daar kan men alleen maar respect voor hebben.

Overpeinzingen

Er valt weer een hoop in te halen

Parkeergelden in Utrecht, het mag wat kosten. Gemak dient de mens en als de auto een aanvulling op je gebrek is, is het ineens een zegen. Dan neem je vijf euro per uur op de koop toe. Truus stond nu netjes op me te wachten aan de rand van dat wonderschone park in herfsttooi. Ik denk dat het rook naar natte bladeren en zompige grond, zo’n heerlijke aardse geur stelde ik me voor, die uit mijn herinnering oppopt. De liggende vrouw, groot en meeslepend werd gemaakt door de kunstenaar H.C. Wezelaar in 1972, ze kijkt richting de Mozartlaan. Een mooie compositie, dat prachtige beeld en de componist van de schoonheid.

De sneeuwwitte ganzen in contrast met de donkerte van het water komen gakkend naderbij en vormen gevijven een troostrijke en vredige aanblik. ‘Er is altijd een lichtpunt aan de horizon’ stralen ze uit. Een overvliegende vrouwtjesmerel bevestigt een en ander. De entourage maakt mijmerend. Het prachtige landhuis midden in het park verheft zich statig boven de bomen en er is geen vergissing mogelijk. Hier moet je zijn. De tegenstelling wordt men gewaar bij binnenkomst, van een kalme serene stilte naar het drukke geroezemoes, een restaurant vol mensen die tijdens een lunch druk babbelen, kraaiende kinderen er tussendoor. De temperatuur stijgt met graden tegelijk. Vanuit mijn ooghoek vang ik gezwaai op bij het raam. Daar zitten ze hoor, mijn twee lieve dochters, boven een dampend glas thee of latte.

Wat een heerlijk idee om de maandag stuk te slaan met een lunch. Vier de tijd en het leven. Goed verzonnen dochterlief en de oudste koos deze super gezellige locatie. Aan gesprekstof geen gebrek. De een wisselt van baan en de ander vertelt over de veranderingen in de hare, we mijmeren na over de dag van gisteren, kijken vast vooruit naar de mogelijkheden van ons samenzijn de zondag voor de kerst en verzinnen plekken voor een vakantie met de hele familie op de eilanden of daar waar maar een groot huis te vinden is voor een schappelijke prijs.

Na de thee of koffie volgt een lichte lunch, een bliksembezoek van de hardlopende schone zoon compleet in het zweet en de komst van een goede bekende die met haar collega aan het tafeltje verderop gaat zitten. Er zijn dus meer mensen op dit lumineuze idee gekomen. Appje van schone dochter of ik kleindochter op kan halen van school, voordat ik op de thee en knutsel kom. Natuurlijk, dat ligt op de route. Als de innerlijke mens verzadigd is, breken we op. Tijd voor boodschappen en daarna richting de school. De parkeerapp op mijn telefoontje geeft 0,25 aan. Het valt dus nog wel mee met die prijzen, haha, ik denk dat het vooral geldt op spitsuren. Mazzelen.

Dribbel kwam het eerst naar buiten en rende regelrecht in mijn armen. ‘Oma’. Langszij kwam een oude bekende met zijn dochter en de kleinkinderen. Wat leuk om dat vertrouwde gezicht te zien. Wat grijzer, wat gegroefder, maar nog altijd even vertrouwd. Ons dametje vroeg een vriendinnetje om mee te gaan knutselen en zo reed ik met de twee op het huis van zoonlief aan. Daar was schone dochter al met thee in de weer en er lagen twee canvas doekjes klaar voor de eerste schilderijtjes. Het viel me op dat ze beiden zorgvuldig en netjes aan het inkleuren waren, macht der gewoonte of schoolse sturing? Het vriendinnetje had het hoogste woord. De kleine Njong was bezig aan de slaap der slaapjes, want hij werd pas om vier uur wakker. Gezellig met hem op schoot boekjes lezen, terwijl de dames boven gingen spelen. Het rijk alleen om favoriete liedjes te zingen en soepstengels te knabbelen.

Na nog wat dansen op de muziek van Kinderen voor Kinderen, werd vriendin gehaald door haar moeder. Zoonlief kwam spoedig daarna. Schone dochter had in een handomdraai de tafel sfeervol gedekt. Het werd tijd om naar huis te gaan omdat Lief op tijd thuis zou komen, dacht ik. Mispoes. Hij was gaan eten met onze beste vriend en kwam pas veel later. De volgende keer moeten we beter afstemmen. Morgen gaan we naar ons geliefde filmhuis. Daar hebben we alle twee echt zin in na al die tijd. Er valt weer een hoop in te halen.

Overpeinzingen

Een welkome afwisseling

Een zonnige zondag is bij uitstek geschikt om een wandeling te plannen met de familie. Dochterlief en ik hadden dat vorige week al bekokstoofd om met haar hele gezin ergens naar toe te gaan, waar voldoende energie te verbruiken viel, maar tante Pollewop en haar moeder sloten op het laatste nippertje aan en Zoonlief kwam later met de kleine Njong. Het Maximapark bood voldoende ruimte om de drukte op zo’n heerlijke dag te spreiden. We wandelden naar het restaurant en volgden de weg langs de Japanse tuin. De rietkragen sponnen goud in het zonlicht. De rododendrons die de Japanse tuin omzoomden waren tot een grote golvende wal uitgegroeid en stonden volop in knop. Dat belooft wat voor het voorjaar.

De vlindertuin lieten we links liggen. In en rond het water hield een hele gemeenschap meerkoeten kennelijk ook familiedag. Ze stapten parmantig heen en weer en als we te dichtbij kwamen, weken ze uit naar het water waar ze waardig heen en weer bleven zwemmen. Tante Pollewop en onze dribbelaar dirigeerden hun grote neef met dichte ogen alle kanten van het park op. Ze hadden de grootste lol, vooral als neef expres richting sloot wandelde. Al gillend en lachend commandeerden ze hem naar een andere richting.. Dribbel had zijn step bij zich en stepte dan weer ver vooruit en dan weer achter ons tussen de bedrijven door. Het was heerlijk. Af en toe arm in arm met beide dochters, lekker kletsen over van alles en nog wat en prachtige natuur om vast te leggen.

In het restaurant had schone zoon met zijn charmes binnen een tel een mooie lange tafel geregeld waar we aan konden schuiven. Eerst aan de thee en voor alle kinderen drie appelpunten om te delen en daarna, toen zoonlief met de kleine Njong ook was gearriveerd, tijd voor de borrel en wat lekkere hapjes, vega en gewoon, voor elk wat wils. Ook dat was als van ouds gezellig. Het scheelde dat de kinderen af en toe even stoom af konden blazen in de grote speeltuin ernaast. Vlak voor we waren gearriveerd hadden ze ook al de hoge uitkijktoren binnen een mum beklommen.

Tegen vijven wandelden we met z’n allen weer terug naar de auto’s. Goede timing, want het begon net zachtjes te regenen.

Vanmorgen moesten we al vroeg in de weer. De afspraak met de longverpleegkundige was om half negen. Officieel hadden we het plan te gaan lopen, maar ook nu regende het. Dan toch maar met de auto en omdat het nog vroeg was kon ik met het grootste gemak parkeren in de wijk, omdat de parkeergarage van het Ziekenhuis nog altijd niet herbouwd is, na het instorten van de opritten van de verschillende etages.

Het werd een genoeglijk gesprek. De thuismeter had een prima controlefunctie en toch was het prettig nu. Met iemand een lang gesprek oog in oog te kunnen hebben. Er waren geen bijzonderheden en het beeld van de COPD was heel stabiel. Nar ruim een half uur gingen we weer ons weegs. De longfunctie staat voor maart en verder zijn er geen spectaculaire veranderingen.

Het is maandaggrijs en het regent, maar de dochters en ik gaan er een eigen kleur aan geven met een lunch in Utrecht. De variatie is na de retraite weer een welkome afwisseling.

Overpeinzingen

Het hoogste goed

Het was een uitgelezen dag om mijn ‘nieuwe’ outfit aan te trekken die ik in dat leuke winkeltje in Tihany bij het Balaton had gekocht. Dat alleen al voelde feestelijk. ‘Haar op zolder’ en klaar is Marie. Lief in zijn mooie spijkerbloes. Om half vier gingen we op pad om een klein cadeautje voor de gastheer en gastvrouwe te kopen en een kleinigheidje voor ieder stel. In de bloemenzaak vonden we een prachtig vaasje, bestaande uit vijf keramieken dennenkegels, waar afzonderlijk bloemen in konden worden gestoken. De jongen die ons hielp raadde ons een paar vuurrode koraaltakken aan met een roze belladonna-achtige lelie, familie van de amaryllissen. Dat allemaal voor een gedoseerde kerst, haha.

In de boekwinkel vier lieve kleine draaiorgeltjes met een kerstliedje en een afbeelding van poezen, ook helemaal goed. Lief een flesje wodka voor thuis en daarna nog even tanken. Onderweg was het niet al te druk maar natuurlijk moest eerst de hobbel wegwerkzaamheden op de brug van Vianen genomen worden. Twee minuten vertraging viel ons alles mee. Toen we bij de boerenlandweg naar het huis aankwamen was het alweer pikkedonker en schitterde het kerstverlichte huis ons al van verre tegemoet. Het kostte derhalve geen moeite in een feestelijke stemming te komen.

De grote tafel stond vol met lekkere hapjes voor de entree, voor elk wat wils. De groene pesto, zo fluisterde de heer des huizes me toe, kwam weliswaar uit een potje, maar was aangevuld met een schep mayonaise en wat zout en proefde daardoor fluweelzacht, een engeltje over de tong. De rode pesto uit eigen koker was ook niet te versmaden. Verder veel verse knabbeltjes, een schimmelkaasje, en een schaal met salami, prosciutto, olijven en meer van dat heerlijks. Een echte antipasti dus. Daarbij voor de meesten een rode of witte wijn en wat 0,0 biertjes. Water was er in overvloed. We hebben heerlijk lang geborreld en een heel jaar aan verhalen ingehaald met de korte versie ervan. Als we zo bij elkaar zitten merk ik dat de wetenschap van een ontmoeting eens per jaar het gemis dimt.

Il primo piatto bestond uit een heerlijke romige risotto met parmezaanse kaas. Smullen met deze kok, die het liefst alles op zijn eentje uitdoktert in de keuken en gracieuze hapjes uit zijn koksmuts tovert. Onderwerpen die het begeleidde waren soms met een lach, soms een herinnering, soms met een traan, maar vooral ook met muziek, want de gastvrouwe had zich toegelegd op de jazz. Ella Fitzgerald en Sarah Vaughn werden tot leven gewekt. Het is vriendinlief op het lijf geschreven. We genoten en zijzelf stond te stralen tijdens haar ‘biejoebidoeba’ riedeltjes. Een hele kluif om in te studeren.

De secundi platti bestond uit een heerlijke stoofschotel rundvlees, koffie en biet, met daarnaast als groenten, frisse bloemkool, sinaasappel met olijf en wortel, en een champignonschoteltje. Eventjes was daar een aandachtige stilte, want als de katjes muizen, dan mauwen ze niet. Vlak ervoor kwam Jaap Fischer ter sprake en de lieve goegemeente kende zijn liedjes niet. Eerst het sprookje van Esmeralda opgelepeld, dat ik er voor een gedeelte wel bij moest zoeken en Het Ei gezongen. Voor de echte Utrechters onder ons kon ‘De Bal’ natuurlijk ook niet ontbreken. Het bleek trouwens met al die verhalen dat veel van ons uit het oude Utrecht kwamen. Korenmolen Rijn en Zon speelde een middelpunt en daaromheen, in de buurt of iets verder weg hadden onze voetstappen gelegen. Wie weet, waren ze vroeger nog in ‘mijn’ automatiekje geweest voor ijs of een patatje, waar ik na school werkte op mijn vijftiende.

Het dessert kwam regelrecht van de Goden, was de algemene mening. Luchtig en mierzoet, maar niet te versmaden. Een Semifredo. Letterlijk betekent het ‘Half Koud ‘. Een soort bevroren mousse met amandel of pistache.

Maar het hoogtepunt van de avond was toch wel het delen van al het lief en leed, de verbinding, de wetenschap dat we er zijn voor elkaar, altijd en overal waar nodig. Lief paste er naadloos in. Zo fijn om met een dergelijk warm gevoel huiswaarts te keren. Verbondenheid voor het leven, het hoogste goed.

Overpeinzingen

Met een keur aan schone zaken

De dag begon met prachtige kleuren van violet tot oranje rood. Adembenemend altijd weer vanuit het bed voor het slaapkamerraam, juist omdat we er naar kunnen kijken over alle daken heen, behalve het grote kantoor waarin dan als extraatje de opkomende zon reflecteert.

Een dag voor een cadeautje en die heb ik twee dagen geleden besteld bij de Athenaeum boekhandel. De biografie van Betje Wolff, een Nederlandse schrijfster die leefde van 1738 tot 1804. Haar bijzondere leven werd uitgeplozen door Marita Matthijsen, die het boek de titel ‘Een vrije geest, het uitzonderlijke leven van Betje Wolff’ heeft meegegeven. Niet te versmaden volgens de recensies en nu eens minder dik dan de vorige biografieën. Ik weet trouwens zeker dat mijn moeder dan op het puntje van haar wolk zal zitten om mee te lezen. Via haar heb ik ooit de Historie van Sarah Burgerhart gelezen.

Het andere boek mag er ook zijn. Dat is geschreven door Colm Toibin: Brooklyn. Volgens de recensies schrijft deze Ierse auteur eenvoudig maar stijlvol. Dat heeft zo z’n voordelen.

Het zou uitgesproken weer zijn om naar de tuin te gaan om daar eens een kleine schouw te verrichten, maar we hebben vanavond een etentje op een betamelijke afstand en we moeten wachten op de bezorging van de boeken, dat inmiddels qua tijd al drie keer is opgeschoven.

Voorlopig loopt de agenda snel vol maar waken we er wel voor dat er voldoende fijne momenten samen zijn. Volgende week naar het filmhuis, een midweek richting Ootmarsum, Texel en Berlijn staan op de planning. Tussendoor veel lezen en wandelen, familiebezoek etcetera en vurig hopen dat de zon ook genoeg van de regen heeft gehad.

Zuslief en haar man gaan binnenkort verhuizen, afgelopen vrijdag hebben ze de sleutel van een mooi appartement in de Soesterbergs bossen gekregen. Een heerlijke plek in een nieuw complex midden tussen de bomen. Genieten zal het zijn.

Lief wilde afspreken met onze goede vriend, maar hij helpt Sinterklaas een handje bij vrienden. Haha. Ik ben ooit ook nog eens Sinterklaas geweest. Het was midden in de zomer op een feest van iemand die de postcodeloterij had gewonnen en uit wilde leggen aan zijn vrienden, familie en kennissen dat hij toch zeker Sinterklaas niet was. We zouden na het diner verschijnen, maar dat liep nogal uit. Ik en vriendinlief, die voor Piet speelde stonden in vol ornaat in een of ander pakhuizerige gelegenheid te wachten tot hij ons zou bellen. Het teken dat we konden komen. Ondertussen oefende ik mijn zwaarste stem. Die was er wel. Eindelijk was het zover en konden we op pad. Bij de parkeerplaats viel een meneer die al een borreltje op had en de hond uit liet bijna van zijn geloof bij het aanschouwen van Sint en Piet rond half twaalf ‘s avonds midden in de zomer. Hij mompelde wat bleek weggetrokken ‘Ze geloven me nooit thuis’. Het werd een groot succes waarbij iedereen probeerde te raden wie die Sinterklaas nou was. Aan het eind zongen we natuurlijk allen samen het lied van Het Goede Doel: ‘Ik ben toch zeker Sinterklaas niet’ en kreeg ieder een half staatslot mee. Op dat tijdstip liepen Sint en Piet op hun laatste benen, kan ik je verzekeren.

Gisteren nog een kleine bezinningsdag want het haar ging opnieuw in de henna. Ik besloot het wat rigoureuzer aan te pakken en alleen voor bruin te gaan want als ik er rood door doe, wordt het snel vaal, en daarnaast moesten er scheidingen getrokken worden zodat het Henna-papje tot in de wortels kon komen. Dan houdt het langer. Het was eigenlijk heel goed te doen. Het is dan wel twee uur retraite houden n de periode dat het in moet trekken. Dan kon ik mooi Masterchef Nieuw Zeeland van de dag ervoor terugkijken. Wat een grappig verschil tussen dit programma en haar gelikte zusje Masterchef Australië. In nieuw Zeeland zijn de amateurs nog echt huis-tuin-en-keukenkoks en zie je ze groeien gedurende de afleveringen. Heerlijk om ook totaal nieuwe ingrediënten te zien en hoe er op kookgebied een totale vervaging van grenzen plaats vindt. Zo hoort het ook. Van ieder de kwaliteiten. Wat zou de wereld er dan prachtig gekleurd op komen te staan met een keur aan schone zaken.

Overpeinzingen

Om te koesteren

Er zijn van die zinnetjes die heel wat in beweging zetten. Ik las de eenmalige column van Marcel van Roosmalen in het nummer van Zin waar Bart Chabot de gasthoofdredacteur van was. Als thema van het blad had Bart: ‘Het leven bij de strot pakken’ bedacht na een robbertje brainstormen met de redactie. Marcel schreef in zijn column over zijn vader die dat juist niet had gedaan. ‘Het leven had hem bij de strot gegrepen’. Die ene zin, die me raakte en wat losmaakte was deze: ‘ Dan vertrok hij vroeg, broodtrommel onder de snelbinders’.

Pure nostalgie natuurlijk. Zou er nog iemand zijn die de broodtrommel onder de snelbinders doet. Het riep het beeld op van dat kleine meisje dat het achterwiel met twee benen klemde, zodat de fiets in balans bleef, de zwarte rubberen binders omhoog trok en daar haar bruin-leren schooltas onderschoof. En ook mijn vader kwam langs, die in zijn politieuniform zijn been over de stang gooide van zijn grote zwarte heren-dienstfiets, een dubbele stang zelfs, en als een heerser te paard gezeten op het Fongers-zadel wegreed. Gevaarlijk waren de grote veren van het zadel want daar konden je vingers tussen klem komen te zitten als je achterop zat en te laag steun zocht.

Ook mijn voet had een keer bekneld gezeten, toen mijn vader een lelijke eend op de kop had getikt en alles meeging op een ritje. Er gingen veel makke schapen in. Bij de Oude Noord moest mijn vader vol in de remmen en schoof de voorstoel van mijn moeder omhoog maar toen die terug plofte, zat mijn voet er onder. Die stoelen van die eerste eenden stonden namelijk los. Er waren geen gordels, kinderen mochten gewoon op de voorbank en autorijden was eigenlijk een vorm van kamikaze. Mijn vader zat erin met opgetrokken schouders omdat de onverstelbare stoel eigenlijk te dicht op het stuur stond.

Later werd de dienstfiets ingeruild voor zijn auto’s, waar hijzelf hartstochtelijk aan sleutelde en die steeds weer van samenstelling veranderden. Alles was handmatig of met een bakootje te vervangen.

Dank Marcel van Roosmalen voor deze duik in het verleden om dat de goedaardige kanten van mijn vader zo fijnzinnig naar boven werden gehaald.

Gisteren was er een gezellige drukte. Zoonlief met zijn twee schatjes en de andere lieverd met de kleine Njong, later dochterlief en schone zoon met de filosoof en tante Pollewop, de laatste had als bestelling spaghetti met rode saus gedaan. Dat is een saus met ‘verstopte’ groenten. Courgette, tomaten, knoflook, uien, champignons, basilicum en Italiaanse kruidenmix erdoor, bakken en de staafmixer doet de rest. Gisteren ontdekte ik hoe makkelijk de Parmezaanse kaas eveneens fijn te malen is met de staafmixer. Nooit aan gedacht. De volle pan leek voor een weeshuis maar slonk aanzienlijk snel. Haha. Heerlijk weer zo’n volle tafel, want de jongste en mijn schone dochter waren ook aangeschoven. Zij had voor haarzelf een glutenvrije pasta gemaakt.

Sinterklaasjournaal met hele ondeugende drukke pietjes en ‘n warm kinderlijf tegen me aan, want altijd weer spannend en daarna ging paps met de kinderen weg en dochterlief en ik maakten ons op voor de ALV, de algemene ledenvergadering van de tuin. Lief bleef thuis.

Zo’n vergadering is altijd een tikje chaotisch, de stoelen staan te dicht op elkaar, de kring moet op het nippertje nog weer uitgebreid worden waardoor er toch tafels verschoven moeten worden, enzovoort. Het bleef redelijk binnen de perken met uitwijdingen, al liep het toch nog een kwartier uit. Het streven was 22.00 uur. Geen vaatwasmachine, dan maar snel alle kopjes met de hand, o jee, de stop kon niet dicht, dus stromend, jeetje ook zonde, water. Gelukkig wel warm. Twee mannen hielpen afdrogen en dochterlief kwam er ook bij. Al grappend en grollend was de stemming opperbest en leek het of we op de camping stonden.

Daarna getweeën het donkere paadje aflopen, genieten van elkaars intieme aanwezigheid en meezingen met het mooie lied ‘Voila’ in de auto. Zo’n fijne warme band is om te koesteren.

Overpeinzingen

Ter meerdere eer en glorie van het geheel

Oh, foutje in de organisatie. Ik had een achterstand in de te lezen bladzijden van de biografie, maar ook nog maar een tijdspanne van viereneenhalf uur. Te kort voor 150 bladzijden of net genoeg. Om zeven over half twaalf sloot ik met een diepe zucht het boek. Vriendinlief ophalen en richting den Haag. Daar wees Truus zoals altijd een perfecte weg. Nou ja, er was sprake van een kleine dwaling. Ik had vergeten te vermelden dat het de 2e Schuytenstraat was, dus kwamen we bij de 1e uit. Dan ben je in den Haag algauw een blokje verder.

Het was druk op de weg en het begon al een beetje stormachtig te worden,maar kalmte zal U redden is een gevleugelde uitspraak dus daar houden we ons maar aan. We kletsen de zomermaanden bij, want we hadden elkaar al een tijdje niet gezien.

Bij de club had ieder het met plezier gelezen,maar toch ook met tussenpozen. Twee van hen hadden op het laatste moment eveneens meters moeten maken, net als ik. Er kwam een leuke discussie op gang, omdat van Looy ook wonderlijke uitspraken kon doen over zijn Joodse kompanen. Niet altijd onverdeeld even zachtaardig en lief en de vraag was of je dat tegen de tijd moest afwegen of dat hier toch echt een grimmig randje aan zat. Het gebeurde bij de kunst-en-literatuur-minnende heren wel meer, dat ze elkaar wat vliegen af probeerden te vangen in rake bewoordingen, maar in mijn ogen was dit net een brug te ver. Mijn bijrijdster had hetzelfde idee.

Over het algemeen werd de verwerking van de biografie gunstig ontvangen, al was te merken dat de vrouwen in het leven van die mannen er zeker geweest moet zijn, maar er werd door de biograaf maar weinig gewag van gemaakt. Een bekend verschijnsel waar gelukkig steeds meer aandacht voor is. Rond 15.00 uur gingen we huiswaarts, waar ik door de drukte helaas pas drie uur later aankwam, maar ach, het hoort bij de overvolle randstad.

In het zin-magazine schrijft Stef Bos over het verschijnsel ‘loungemuziek’ en hoe ‘de hersenen in een monotone toestand gebracht worden door de zachte basedrum en twee akkoorden. Hij voelt zich ‘Als een goudvis in een kom met glas tussen hem en de werkelijkheid’. Die werkelijkheid was namelijk een fantastisch uitzicht op een mooi stukje Nederland, gouden rietkragen aan de einder. De muziek bleek bij het ‘Interior autodesign’ te horen. Bij ‘één pot nat’ dus. Het metselde zijn kop dicht en gaf hem een uitzicht zonder inzicht. De kop van het stukje heet: ‘Vergeetmuziek’ en dat zegt alles.

Als je je ogen dicht doet en je voorstelt dat je een willekeurig wegrestaurant inloopt over het pluche, dan zie en hoor je precies wat hij bedoelt. Iemand had ooit tegen hem gezegd, dat ze muziek moeten maken die ‘viral’ is, waarmee hij bedoelde, die onder je huid gaat zitten en daar verder woekert’. Ja, dat iets toevoegt aan de omgeving waar je in verkeert, iets wat je meeneemt en dromen waar maakt. Precies dat.

Lief luistert over het algemeen meer naar de melodie dan naar de tekst. Op de terugreis hadden we lang de tijd om naar de teksten te luisteren, bijvoorbeeld naar die van Maarten van Roosendaal, Bram Vermeulen of van Stef Bos zelf. Rake teksten, scheurende muziek, inderdaad die onder je huid gaat zitten.

Niet geschikt voor zo’n restaurant, absoluut niet, maar een mooie klassieker zou veel meer kleur toevoegen aan de doorgaans monotone inrichting dan die gladde tonen. Hij gaf bij de balie een dergelijk advies. Helaas, het was een kant en klaar format. Misschien wordt het tijd om daar van af te stappen en een persoonlijke noot aan het leven toe te voegen. Ter meerdere eer en glorie van het geheel.

Overpeinzingen

En nu aan de letter, luiwammes

Na een dag begint alles al weer aardig te wennen. Het hoofd heeft in de henna gezeten, waardoor ik in mijn passieve zijn, de post van drie maanden kon doorspitten. Lekker veel leesvoer, drie Zinmagazines, het blad van Natuurmonumenten, wat folders over te ondernemen wandeltochten, en nog een lekkere dikke Groene van september, keurig in het cellofaan.

Zoonlief heeft de laptop van Lief aan de praat gekregen. Alles wat digitaal disfunctioneert gaat weer als een zonnetje als hij zijn peinzende blik op het geheel heeft gericht. Check hier, check daar, rommelen, knopje om en zie daar er zijn berichten in de duisternis, in variatie op een thema. Zoonlief zelf is het licht geloof ik. Zeker als je net als wij wel de uitvoering onder de knie hebben, maar waar de inside informatie nogal gebrekkig opgeslurpt wordt. O ja, de oplader had het eigenlijk begeven. Dat was het het euvel.

We houden kantoor op bed. Ipad en laptop gebroederlijk en gezusterlijk naast elkaar. Eigenlijk moet ik als de wiedeweerga verder lezen en in dat woordje moeten ligt de hele voortgang besloten. Ben ik nog wel zo met al die mensen van ooit bezig, terwijl er om ons heen ook van alles en nog wat aan de hand is. Jac. Van Looy blijft boeiend, maar op de een of andere manier zijn ze vaak bevoorrecht, al is deze schilder en schrijver ooit opgeklommen vanuit een weeshuis, alleen dankzij zijn talent dat op de juiste waarde geschat werd. Zijn leven speelt zich toch af in een kleine erudiete kring van schilders en schrijvers.

Als tegenhang zijn er de documentaires. Gisteren zag ik er een over Somalië. Hoe daar de vruchtbare aarde aan het verwoestijnen is, terwijl de laatste boeren hun geloof staande houden te midden van de verdroogde vlaktes, waar ooit hun koeien en hun gewassen in volle bloei recht deden aan de zo gulle grond. Een schamel van lappen aan elkaar genaaid hutje waar de laatste boer met zijn gezin woont en wat schamele koeien, twee van zichzelf en een paar van anderen, hoedt. Alles trekt naar de stad, waar ze wonnen in vluchtelingenkampen en zelfs daar blijft men hopen op regen, zodat ze terug kunne keren naar het land dat niets mee geeft.

Zouden Faber en consorten daar eens naar toe gestuurd moeten worden, om te kijken hoe miserabele levensomstandigheden er voor zorgen dat je wel vertrekken moet om het hoofd boven water te houden. Want water is er allang niet meer. Ze vragen geen luxe, ze willen werken om iets op te bouwen, ze willen al die dingen die ieder mens zijn kinderen wil geven, namelijk een toekomst.

Met die beelden op mijn netvlies sliep ik in en het resulteerde in een waanzinnige droom met een overvloed aan alles, waar ook mee gegooid en gesmeten werd. Zelfs met hele mooie Delftsblauwe zaken en prachtige lappen. Overdaad schaadt. In de docu was er iemand die vond dat er teveel weggekeken werd van het leed en dat hij dat snapte, maar dat het ook betekende dat je de binding met het leed kwijt raakte. Dat is zo, natuurlijk.

Het haar is weer bijgekleurd. ‘Wil je niet gewoon grijs worden’, vragen mensen mij. Jawel, als ik zeker zou weten dat het spierwit zou worden zo’n prachtige frêle aureool, maar bij mij wordt het helaas Fabergrijs en daar moet ik nog even niet aan denken. Dus omarm ik Henna bruin, volkomen plantaardig en goed te doen. Gisteren heb ik het zelfs niet met shampoo na gewassen in de hoop dat de kleur langer blijft. We gaan het zien. En nu aan de letter, luiwammes.

Overpeinzingen

Zo maar wat peinzen

Weet je wat zo leuk is van het terugkomen na drie maanden? Dat alle kleren die hier hangen gewoon een beetje vergeten zijn en ze weer als nieuw ontdekt worden. Cadeautjes. Hier een vol kledingrek en daar een volle kledingkast, zonder dat je ze nieuw hebt aangeschaft. Hoe kom ik aan die mazzel.

Het brengt me op de kringloop. Met name waar het de kledingafdeling betreft, mis ik het neuzen erin als we in Nagypeterd zijn. Het is altijd een sport om tussen al het goeie goed een apart gevalletje te ontdekken. Dat was het leuke van werken in de Kringloop. In die 22 jaar heb ik er heel wat mogen opduikelen en een aantal van die aparte dingen hangen nog steeds in de kast. Karakter laat zich voor de eeuwigheid gelden. (zo goed als dan hoor)

Het ontbijt was zeer aangenaam gisteren in dat voortreffelijke hotel met de vriendelijke eigenaar. Ook nu weer kwam hij even goedemorgen wensen. Een vrouw kwam ons een verse pot koffie brengen en later vroeg ze ook nog of we roerei wilden. Lief eet er altijd goed van. Aan hem is het ontbijt goed besteed. Ik ben met een broodje en een beetje yoghurt voor de medicijnen al klaar.

De terugreis begon met wat regen en wind maar van lieverlee verdwenen de wolken en kwam de zon weer tevoorschijn. In Duitsland zit je als wegwerker gebeiteld, want er is altijd wel ergens een klus te klaren en voor ons, lange afstandreizigers, is het soms een doorn in het oog. De zoveelste werk in uitvoering. Snelheden aanpassen, die later weer gecompenseerd kunnen worden met 130 km per uur, het blijft hollen of stilstaan. Bij Frankfurt en Duisburg waren files, zoals bijna altijd en de laatste mochten we omzeilen van de Tomtom die via Krefeld de weg naar Arnhem wees. Lang leven dat gemak. In die contreien was het ineens ook weer onzondags druk.

Het laatste uur was het opnieuw volkomen donker en dat vind ik zo saai. Bovendien gaf Truus een waarschuwing dat ze wat zacht op de banden stond. Daar moeten we vandaag wat aan doen. De negende wordt er pas groot onderhoud gepleegd door de garage.

Thuis waren de jongste zoon en schone dochter. Het is een groot voordeel dat ze er zijn, want het hele huis is van onder tot boven gepoetst. Alle planten hebben het glansrijk overleefd en de vogels krijgen via het voederplankje volop aandacht.

Het eigen bed is heerlijk, het uitzicht weer vertrouwd en automatisch glijden we hier in een ander ritme, nu Lief niet meer naar buiten kan lopen om even over het land te wandelen en de dag te begroeten. In de badkamerkast vind ik nog een pak bruine henna. Het kleurverschil op het hoofd had ik tot dan toe vernuftig met een vrolijk knoedeltje zo goed en zo kwaad als het kon weg weten te werken, maar egaal bruin is beter. Het knoedeltje hou ik erin. Straks ga ik het aanpakken, maar nu eerst een lekker bakkie koffie door Lief gebracht en aarden en genieten van ‘zo maar wat peinzen’.

Overpeinzingen

Al is deze ook niet te versmaden/

O de Goden zij met ons. Wat voorspeld was kwam uit. Het had die nacht drie graden gevroren en er was een waarschuwing voor gladheid, maar er scheen ook een vrolijke winterzon. We hadden ons de avond ervoor al voorgenomen om om tien uur te vertrekken. Perfecte tijd, bleek. Alle gladdigheid was verdwenen, er waren strak blauwe luchten en een lage felle zon. Zonnebril in de aanslag en gaan. Koffer voor het hotel als laatste ingepakt. WC’s nog even gepoetst, wastafels meegenomen en keuken. Daarna alles ingeladen en en route. Heerlijk. Wat een wonderschoon weer en wat boften we met al dat geluk. Dag lief huis, dag tuin, dag opbergschuur en atelier, in variatie op een thema.

Tja, arme Lief, want als ik het stuur eenmaal vast heb is loslaten toch een dingetje. WC-stop tussendoor in een vrachtwagenchauffeur-minded toiletje en door. Roll on. Muziek al naar gelang door Spotify op mijn verzoek ten gehore gebracht om er bij tijd en wijle de spirit in te houden door heerlijk mee te zingen. Alles van vroeger, soul, blues, blue grass met de onvolprezen Loudon wainwright , Portugese fado met Cesaria Evora, en Stromae niet te vergeten plus de jaren zeventig mix. Het zorgde voor veel gezelligheid.

In Oostenrijk prachtige zonsondergang met besneeuwde bergtoppen ervoor, adembenemende gekleurde strepen oranje, rood, roze, slierten grijsblauw, kabbelende wolken als beken en golven donkergrijs waar de sneeuw in de lucht zat, de weg aangenaam droog en veelal bijna leeg. Hoe wil je het hebben. Wat een bof.

De laatste twee uur in het donker duurden eigenlijk het langst. Het was duister, concentratie op de strepen, hier en daar een voorganger, af en toe verblind door groot licht dragende achteropkomers en muziek. Ons knusse wereldje ter grootte van een postzegel te midden van het allesomvattende duister. Er lag nog een klein wegenlabyrint in het verschiet bij het zoeken naar de juiste weg van het dorp, maar na wat slingerende bochten zaten we op de goede weg en reden zo, kippie-eitje, het parkeerterrein van het hotel op. Een prachtige Gaststube, zoals het hoort. Geraniums in bakken voor de ramen, sneeuw in de struiken en helder verlichte ruitjesramen.

De ontvangst was door een joviale eigenaar, die al grappend en grollend, een beetje Bart Chabotterig en zeer sympathiek, ons door het papierwerk naar de sleutel begeleidde. Het restaurant was tot negen uur open. Feestje!

Even bijkomen op de kamer en dan afzakken naar het beloofde restaurant. Vriendelijke eigenaar, die met iedereen een praatje maakte en tevens bij allen de juiste snaar wist te raken en een al even goedlachse dochter die de bestellingen afhandelde. De vrouwen in de keuken zorgden voor een prima Beiers maal.

Gouden rendieren in de vensterbanken, zilveren ballen voor de ramen, kerst had hier haar intrede al gedaan. Op de muren blije welkome spreuken, mooi opgesierd met krullerige letters. We hebben ons gasthuis wel gevonden denk ik. Prachtige kamer, heerlijk bed.

De eerste afspraken staan alweer in de agenda. In de app fijne berichten. De filosoof heeft er vandaag 6 in het doel geschoten na een doeldroge periode en zijn ego is weer tot grote hoogte opgekrikt, tante Pollewop had haar eerste zwemles, extra kusjes van onze benjamina en het hele gezin en een logeerpartij van de kleine Njong bij dochterlief. Het familieleven dient zich aan.

Morgen weer een dagje en dan ons eigen bed, al is deze ook niet te versmaden.

Overpeinzingen

De bevinding komt later

Alles is gedaan, geloven we. Emmertje op de composthoop geleegd, vaatwasser uitgeruimd, laatste was opgehangen. Huis, waar nodig, gepoetst en nu huilt het land om ons vertrek. Dat belooft de hele dag zo te zijn dus met mijn vooruitziende blik, nou ja, via de weersverwachting op de telefoon, dus toch maar gisteren de laatste boodschappen gedaan. Broodjes voor onderweg, water is hier, wijn voor in de hotelkamer. We duimen voor goed weer. Vannacht gaat het vriezen daarom gaan we morgenochtend later weg. Regeren is vooruitzien per slot van rekening.

We komen dan wel in het donker aan, maar het hotel ligt in een dorp vlak naast de 3 net onder Regensburg. Dat moet te doen zijn. Voorheen zorgden mijn staarhoudende ogen vooral ‘s nachts voor overlast. Nu ze weer stralend helder blauw zijn, op wat ‘mouches volantes’ na, gaat het stukken beter. Die kwaal betekent letterlijk ‘Vliegende vliegjes’ . Beide woorden rollen mooi over de tong. Je went aan hun aanwezigheid en ik heb ze al heel lang. Dat is ook het advies. Om er mee te leren leven, zoals met zoveel kwalen en kwaaltjes tegenwoordig.

Zoonlief belde net en wenste goede reis. Net als veel mensen die de blog lezen. De kleine njong gaat met zijn zus bij opa en oma logeren. Zoonlief en schone dochter hebben date night. Dat doen ze goed. Geen haar op mijn hoofd, die daar vroeger aan gedacht zou hebben. Of de een was er thuis voor de kinderen of de ander. Het gezin en het huishouden slokten alle tijd op. Het was niet anders. Later, ooit, zou er weer tijd zijn voor elkaar. Het koesteren van elkaar in het moment werkt beter. Vier het leven, want voor je het weet is wat achter je ligt veel langer dan wat er voor je ligt.

In de flow staat er een artikel over het ontdekken van je Schaduwkant, wat een hype schijnt te zijn op Tik Tok. De definitie werd ooit al door Jung gebezigd om je gevoelend die je diep weggestopt hebt te erkennen. En nu dus te omarmen. Want als je ze zichtbaar maakt, dan is de kans op escaleren ervan al een stuk minder. De psycholoog Marjolein Verbeek maakt vaak gebruik van dit schaduwwerk. Ze omschrijft het als volgt: ‘Wat je schaduw vormt is dat wat jezelf afwijst en dat is vaak precies dat waar je anderen om veroordeelt’. Je zou je dus vooral kunnen afvragen waarom het gedrag van een ander een negatief gevoel bij je oproept. Ik kan er een heel eind in mee, al spelen de omliggende factoren ook een grote rol erbij. Als jij goed in je vel zit in een veilige en geborgen omgeving, dan zal je je minder snel ergeren dan in een hectische leefomgeving, waarvan je de druk maar al te goed voelt.

Daarbij denk ik terug aan de laatste schooljaren, met een op handen zijnde fusie, kennis die rücksichtlos overboord gegooid werd, nieuwe vreemde collega’s , een directeur die het niet helemaal begreep. We waren spitsroeden aan het lopen en alles stond op standje ‘Overleven’. Dan komen alle kanten bovendrijven en vooral die waarvan je niet eens wist dat je ze had. Niet de mooiste ook. Met de kinderen een harmonisch geheel en nadat de school uit was een heksenketel. Als er dan soepjes gebrouwen worden zijn het hele wonderlijke. Er werden dingen benoemd, maar er werd ook om de hete brei heen gedanst. Bak er dan maar eens chocola van.

Hier in rust en in liefde is het gemijmer over schaduwkanten een hele andere zaak. Terugdenken aan waar de pijn van iets zit of zat, kan hier alle ruimte krijgen. Langzamerhand krijg je beter inzicht in jezelf. Zou ik me nu oppakken en terugplaatsen in die hectische periode dan weet ik niet of mijn reactie niet precies hetzelfde zou zijn. Want de pijn om alles wat zorgvuldig met liefde was opgebouwd, weer neergehaald te zien worden, blijf ik verdedigen en nog altijd eeuwig zonde vinden. Ik ben er nog niet uit. Boeiende materie om onder de loep te leggen. De bevinding komt later.

Overpeinzingen

Je zou er lui van worden

Dat weer wordt nog eens zeeziek van het geschommel. Stralend zonnetje, goed voor zo’n 7 graden vandaag. De koelkast is bijna leeg. De laatste gerechten dwars door de koelkast zijn een wonderlijke ratjetoe, maar toch erg lekker. Daar kom ik op omdat Worldpress wil weten wat mijn lievelingsgerechten zijn. Daar hangt een labeltje aan. ‘Met reuk en smaak’ of ‘zonder reuk en smaak’ gegeten. Beide hebben al tijden de kuierlatten genomen. Voor de laatste, ‘zonder smaak’, geldt alles wat uitgesproken hartig, zuur of zoet is, die laatste niet te en dan ook nog smeuïg. Voorheen vooral gerechten met een Oosterse inslag. Soep is een van mijn lievelingen, omdat ik daar op de een of andere manier altijd van opkikker. Dat is geen objectieve waarheidsbevinding want meestal kook ik het als ik me wat brak voel. Kippensoep en Noedelsoep staan daarbij hoog bovenaan.

Ooit bedacht ik dat ik de kippensoep van mijn moeder weer eens wilde proeven. Dat was al zo lang geleden. Ze maakte de lekkerste vond ik en om ze te evenaren lukte niet. Tot ik eindelijk er achter kwam, waar het toch aan schortte. Mijn moeder deed er foelie in. Foelie is de schil die om de nootmuskaatbol heen zit en het is een van de oudste specerijen ter wereld. Dat mooie kruid was uit mijn geheugen gevallen, maar is nu weer in ere hersteld. Van mijn voornemen om alle Hongaarse gerechten uit te proberen is niet veel gekomen. In het voorjaar mag het in de herkansing. Pörkölt en Lécso staan als eerste op de lijst.

Vandaag gaan we koffertjes inpakken. Er hoeft niet veel mee. Het meeste van wat ik hier draag, draag ik daar niet en vice versa. Het heeft te maken met dat rustige landleven. Makkelijke wijde slobbertruien of shirts en broeken, lagen over elkaar. Voor een uitje, een museumbezoek of de stad een paar aangepaste stuks en verder is het allemaal goed. De belangrijkheid ervan valt min of meer weg. Het hoeft maar aan een paar voorwaarden te voldoen. Niet knellen, voldoende ruimte voor beweeglijkheid, geschikt voor het ‘vuile’ of schilderwerk, warm of koel op z’n tijd. Het werkt heerlijk ontspannen. Duurzaam tot op de draad gedragen. Het maakt hier echt niet uit. Niemand die er op let.

Gisteren heeft Lief de zolder geïnspecteerd. Er is een klein gaatje in de nok, dat dichtgemaakt zal worden door vriend van Lief in de winter. Het martertje waart nog steeds rond, maar bescheiden. De zolderkamer is mooi droog gebleven en insecten-loos met de nieuwe aanpak. De mooie nieuwe sprei voor op de bedden hebben we naar beneden gehaald en een oude, niet zo fraai meer maar afdoende om stof en vuil te weren van de matrassen, vervolgens weer naar boven. Zo rommelen we wat aan. Het is de laatste keer dat Stoffie nog even alle kamers onder handen neemt, de laatste was draait en voor de laatste keer de vaatwasser.

Vriendinlief heeft hier de vorige keer een zogenaamd Carrom(Couronne)-bordspel van haar man laten staan en haar gitaar, die nog in haar wijnhuisje op de berg stonden. Ze heeft het huis verkocht en de spulletjes hier gebracht. Ze waren te groot om mee terug te nemen in de trein. Die gaan met ons mee. Dat betekent tegelijk dat er ook een bezoek aan Texel in het vooruitzicht is. Heerlijk toch om leuke plannen te maken. We kijken ook uit naar het filmhuis, de musea, het slenteren door de steden, fietsen in de bossen en langs de kust.

Lief kwam vanmorgen opgetogen van zijn ochtendwandeling terug. Hij had over de velden een aantal reeën gespot en twee ervan in vliegende vaart over de met rijp beslagen velden gevangen op de foto. We zien telkens sporen in ons bos en op het achterland. Ze trekken smalle paadjes, wissels genaamd, door het gras. Er is straks weer volop ruimte hier.

Ziezo, nog een laatste paar streken op het doek en dan in het voorjaar de draad weer oppakken. Nu eerst eens in de benen. Het zijn echte lummeldagen, je zou er lui van worden.

Overpeinzingen

Bijna leeg

‘Alsof de duvel er mee speelt’. Het was mijn moeder. Ze fluisterde de woorden toen ik in de schappen met van allerhande aan het snuffelen was in de supermarkt. Voor mij lag tussen allerlei grote en kleine, moeilijke en makkelijke boeken één exemplaar met daarop het welbekende nadenkende beertje onder een fonkelende sterrenhemel. Pooh beer, beer is Macko, in het Hongaars. Wat een bof gezien het voornemen van die ochtend, om net als Kader Abdollah de taal wat sneller machtig te worden met wat kinderliteratuur. Niet al te makkelijk, maar wel een heel bekend werk, want er was een tijd dat ik nagenoeg alles van deze kleine ‘au naturelle’ filosoof verzamelde. Wat een bof. Inderdaad lieve Moe, het heeft zo moeten zijn. Dit en alleen dit boek zal me een handje gaan helpen, straks als de dikke Monsieur le Coloriste zijn leven heeft geleefd. Blz 305, nog een goede 250 te gaan.

De natuur speelt 50 tinten grijs en het regent. Dat maakt afscheid nemen wat makkelijker. De temperatuur is erg wisselvallig. In Nederland ook begreep ik. Via een van de programma-aanbieders kijken we de serie Dark, een spannende tijdspiegeling met een wormgat ergens in een donkere grot. Een wormgat is een hypothetische mogelijkheid om binnen de ruimtetijd sneller dan het licht te reizen. In deze film gaat men met 33 jaar terug of naar voren. De kerncentrale speelt een rol, de samenstellingen van de gezinnen en het door de tijd teruggaan met daardoor onherroepelijk het vraagstuk ‘Wel of niet ingrijpen in de geschiedenis’, omdat je bijvoorbeeld een moord wil voorkomen. Met al die jonger of ouder wordende figuren is het ook een concentratiespel en af en toe zijn we het spoor bijster. Het is spannend, van tijd tot tijd verbazingwekkend én verwarrend. De theorie is boeiend, zeker als je wat achtergronden opzoekt.

Het is nu ronduit stormachtig. Er worden duidelijk geen lieve broodjes meer gebakken. Tijd om tussen het schrijven en lezen door eens wat lectuur ter hand te nemen. In de Groene Amsterdammer van vorige week staat in de column Rooksignalen van Marian Donner haar hang naar funfacts in deze onzekere tijden. Grappige feiten, zeg maar. Ze vist ze graag op. Bijvoorbeeld dat er een plant bestaat die Boquila Trifoliolata heet en die gespecialiseerd is in Kameleonnen-streken. Deze liaan, want dat is het, neemt namelijk vorm en kleur van de planten in haar omgeving aan en niemand weet hoe ze dat doet of weet. Zelfs vorm en kleur van nepbloemen of planten.

Marian ontmoette tot haar grote vreugde op een feestje een fotografe, die een vat vol funfacts bleek te zijn. Ze strooide ze kwistig in het rond en Marian genoot mee. Na het feest stuurde ze een film naar haar over een elpee die Plantasia heet met muziek waardoor de planten sneller zouden gaan groeien. Het schijnt echt te werken. Kunnen bloemen dan ook luisteren is de vraag die zich aandient. Het schijnt zo te zijn dat de strandteunisbloem haar Nectar zoeter maakt als hij een geluidsopname hoort van een bij. Wat prachtig. Je krijgt onmiddellijk zin om tot experiment over te gaan. Alles maar letterlijk alles staat met elkaar in verbinding. Ze raadt aan toch vooral dit soort leuke weetjes te zoeken naast alle gruwelfeiten van de dag.

In de app staan de werken van de kinderen van de groep van vriendinlief. Ze hebben zich uitgeleefd op het thema Kubistische katten. Dan stijgen de kriebels weer omhoog. Dit zijn zulke juweeltjes van lessen. Daar kan ik echt naar terug verlangen. Ook fijn om over te mijmeren.

De kinderen maken me er op attent dat het vandaag de dag is van de COPD en of we al aan het aftellen zijn. Lief is klaar voor zijn gevoel en ik ga zometeen beginnen. Een soort stormram, maar dan ook kalmer hoor. De koelkast is in ieder geval bijna leeg.

Overpeinzingen

Terwijl we de rust van hier koesteren in ons hart

De maan is alweer aan het afnemen maar toch was er een slapeloze minutenlang durende nacht. Ik telde de uren. Geen kerkklok, als die waar mijn moeder altijd naar lag te luisteren, maar op gevoel. Om vijf uur toch in slaap gesukkeld. Het kwam vermoedelijk omdat onbewust ook het afscheid van hier voor de deur staat, er die groeiende onrust op het wereldtoneel is en er andere muizenissen bleven spoken.

Het hazenslaapje in de ochtend was toch verkwikkend. Vandaag schijnt ondanks alle waarschuwingen voor regen, de zon. Gisteren ook al en dat leverde een beloning op. De zwartkop, kool-en-pimpelmezen en de mus hadden de fles met zonnebloempitten ontdekt. Aanvliegen, met het koppie omlaag er eentje weg snoepen en weer opvliegen. Soms nog even nagenietend op een van de oude ranken, die zich daar nu, winterkaal, uitnodigend voor lieten lenen.

Op zondag was er een gesprek met Kader Abdulah in Het Uur van de Wolf. De schrijver is gevlucht uit Iran en vertolkt veelvuldig de prachtige poëtische omschrijvingen, zoals ik die ken van het Farsi. Hij schrijft en spreekt Nederlands als zodanig. Dat kan ook niet anders want hij is opgegroeid in een een zeer gelovige omgeving, waar zijn oom, die een vaderfiguur voor hem betekende, drie maal daags uit de Koran las. Zijn eigen vader was doof en stom. Dat had voordelen, want omdat zijn vader hem niet de les kon lezen of iets verbieden groeide hij op met een vrije geest door het lezen van buitenlandse literatuur, zoals de Russische en de Amerikaanse. Alles wat verboden was in Perzie, ongesluierde vrouwen, het drinken van wijn, filterde hij uit de verhalen en daardoor werd zijn kijk op het leven veel wereldser.

Hij ontmoette Farah Dibah in Parijs. Eens de koningin en nu net als Kader alles verloren wat ze had gehad, haar man, haar goud, haar dochters. Toch, bij een glas wijn, zeiden ze tegen elkaar: ‘Het leven is prachtig, maar je moet wel de capaciteiten hebben om dat te zien, om het vast te houden’. Ik vond het een staaltje overlevingskunst. Iets wat je als vluchteling zeker moet hebben, wil je nog een uitweg zien in zo’n totaal nieuwe wereld, waar alles weer vanaf nul opgebouwd moet worden. Het hele gesprek is zeer de moeite waard om terug te kijken.

Bij het overschrijden van de grenzen op weg naar Nederland overschreed hij ook de weg van de taal. Met behulp van kinderboeken maakte hij zich het Nederlands eigen. Zijn boekenweekgeschenk De Kraai (2011)van lang geleden, hij had toen net zijn debuut ‘de Koning’ in de winkels liggen, begint met ‘Een makelaar in koffie’. Tot dan toe kende ik maar één makelaar in koffie en die kwam uit de koker van Multatuli. Heerlijk. Het zet mij ertoe om zometeen in de super een paar van die goedkope kinderboekjes aan te schaffen en mee te nemen naar Nederland. Misschien dat het er dan een beetje inbijt, deze wonderlijke woordenbrij met als extra moeilijkheidsgraad, ook nog eens vanuit het Engels geleerd. Wel twee vliegen in een klap.

Lief ruimt de laatste tuingereedschappen weg in de oude caravan. Wat oud tuinspul wordt opgeslagen in de stalletjes onder het plastic. Het snoeien van de bomen voor het huis mag wachten tot de wintermaanden. Ook nu gaat hij eerder terug om het huis en het land alvast weer lente-klaar te maken om mij begin April met open armen te ontvangen. Maar nu eerst samen genieten van alles en iedereen in dat roerige land terwijl we de rust van hier koesteren in ons hart.

Overpeinzingen

Dus mag het geesteswater over de akker stromen

Vanmorgen had Lief zich vergist en was al aan het rommelen in de vroege uurtjes rond vijven. Prompt kon ik ook niet meer slapen en na wat Hongaars en een verhaal uit het boek, viel ik toch weer in slaap. Oud-collegaatje en vriendin liet foto’s zien van het geothermische gebied in Nieuw Zeeland dat Taupo heet. Een gebied vol met witte wieven, maar dan uit de grote en kleine kraters van de vulkaan, waar ze als witte pluimen uit ontsnappen. De wandelaars mogen voor hun eigen veiligheid niet van het pad af. Mijn fantasie ging onmiddellijk met me op de loop bij het zien van de foto’s. Wow, echte witte wieven die sissen en wentelen, draaien en keren, stel ik me zo voor. Heel anders dan hun bleke zussen die hier over de weilanden sluieren en tussen de bomen slierten.

Het uurtje slaap bracht een droom met een hoog school-volksdans-en -broergehalte. Toen ik op een klein plekje door de hurken moest zakken, wat eigenlijk moeiteloos en vlot ging, wist ik dat ik dat nooit lang vol zou houden, ik keek de man aan die naast me zat, die haalde zijn schouders op en toen werd ik wakker.

Ik lees het gedicht ‘Zondag’ van Tove Ditlevsen, daarin beschrijft ze ‘Dat ze lusteloos in de huiskamer zit plat en stijf als karton als je door kinderogen kijkt’ en ineens komt er een beeld van vroeger bij me boven. Het was een scène uit een Scandinavische jeugdfilm waarbij een uitgeknipte tekening van een van de kinderen zich uitvouwt als zo’n platgeslagen pop en tot leven komt. Hoe het precies ging weet ik niet meer. Wel dat ik het iets vond om te onthouden voor een van onze projecten op school. Wij maakten er een schaduw van die tot leven kwam. Heel spannend was het verhaal. We speelden het uit op zo’n heerlijke kampdag, die helemaal in het thema stond. Op school knipten we eigen levensgrote poppen en sprongen op elkaars schaduwen omdat je nooit op je eigen schaduw springen kon. Verwonderd keken we naar de stand van de zon en de stand van de schaduw, die ze bij elkaar hadden omgetrokken en zagen dat met de zon ook de schaduw van plek veranderde. Mooie ervaringen dat met een schaduw/schimmenspel werd afgesloten.

Ik lees in de Groene een essay van schrijver en filosoof Mirjam Rasch over luisteren en dat het het moeilijkste is om los te laten wat je eigenlijk wil horen. Vrij ontvangen van hetgeen de ander zegt betekent dat je alles wat het woord of de taal oproept, weg zou moeten zeven, zodat het klankbord niet meer wordt dan wat het is. Een klankbord. Het opvangen van het woord zonder je eigen betekenis is pas waarachtig luisteren. Het lijkt me moeilijk. Omdat je je eigen taal al vorm hebt gegeven.

Afgelopen vrijdag was het ‘De dag van de Mimakker’. Het Mimakkersgilde dat uit drie leden bestaat wil met die dag hun unieke en bijzondere werk onder de aandacht brengen. Zij zijn in de nabije omgeving en wachten tot hun clienten, die dement zijn of aan het worden zijn, hen ontdekken. Bij contact stemmen ze af op wat de client prettig vindt, alles op basis van respect en behoefte. Ik kende het niet, maar het is zo waardevol, niet meetbaar zoals ze zelf zeggen maar wel voelbaar en soms ook zichtbaar(…)de focus blijft bij de client.

Een andere tip, die ik in de Flow tegenkwam, was het museumbezoek met iemand die dement is. Kunst is tijdloos en ieder kan verblijven in het moment. Toekomst en verleden doen er niet toe. Dat is het mooie van kunst. Schoonheid verblijdt. In het Kunstmuseum in Den Haag heeft men het programma ‘Kunstconnectie’ met dit doel in het leven geroepen. Wat een mooi intitiatief.

De rust hier zorgt voor gedachtespinsels te over en het is fijn om daar aan toe te geven dus mag het geesteswater over de akker stromen.

Overpeinzingen

Een heerlijke duik in het bloemrijke verleden

Hier begon de dag met een dikke mist. Vaag daar doorheen drijven de herinnering aan sterren op het doek van gisterenavond in flarden naar boven. Anita Meyer speelde er ‘IJdelheid uw naam is vrouw’ in. Iets wat ik ook mezelf aanreken, want als ik de foto’s terug zie van afgelopen week ontdek ik de verrimpelende huid meedogenlozer dan ooit. Ondanks dat ik het boeiend vond, viel ik tijdens het programma in slaap en werd weer wakker bij het eindresultaat van de zwoegende kunstenaars. Een schoonheidsslaapje vond Lief. De drieluik vond ik erg fraai gedaan. Een mens heeft nu eenmaal meerdere gezichten en om die allemaal te zien, moet je op z’n minst een goed schouwer zijn, maar om dat vast te kunnen leggen is lastig. Het laatste portret was het mooist ondanks alle kreukels van de ouderdom die er subtiel in verwerkt was. Anita Meijer koos het middelste, ook mooi maar ze oogde jonger. Het is wat het is.

Opnieuw werd ik vanmorgen getroffen door twee zinsneden uit de biografie over Jac. Van Looy van Marco Daane. In een brief aan Willem Witsen gaf hij aan wat de meedogenloze kritiek van zijn vriend, toen hij in Madrid was, met hem gedaan had, maar later in een brief benoemde hij dat euvel ook als een goede zaak, want ‘In Lijden gaart de ziel het meest’. Van Looy twijfelt veelvuldig. De hevige emoties die hij voelde over zijn eigen kunst zette hij om in werk dat gevoed werd door de kwelgeesten van dat moment. Dat maakte het lijden vruchtbaar.

Iets verderop in zijn boek over Tanger in Marokko, een wereld die in de lage landen nog nauwelijks was ontsloten, schrijft hij over zijn ontmoeting met iemand die zich Vogel noemde. Van Looy typeerde hem als Een verongelukt modern mensch’. Het was een aan lager wal geraakte Oostenrijkse dokter. Als reactie op de worsteling van de ik-figuur Johan zei deze Vogel: ‘Twee machten die maken dat alles gaat zo gij zeidet. Geest die aanzet, beroert, de schokken geeft, het zogenaamde Le Genie de Vie en die andere die alles wil bestendigen, eindigen, L’intelligence’

Zo is dat. We worden aangestuurd door de spirit en door de intelligentie. Go with the flow is het ene en benadering met de rede is de andere. Mooi hoe verschillend je iets kan bekijken. Hij heeft het prachtig beschreven, die Jacob.

Hoe zo’n proces in zijn werk gaat, duidt ook mijn geworstel aan met de Afrikaanse motieven in het kleed van de man op mijn doek. Hoe ik het ook probeer, ze komen er steevast te grof en te onnatuurlijk op. Ik wandel rond in de zon, aanschouw de lange schaduwen die de voorbode van de winter voortdurend overal trekt, bewonder de klimop en de laatste kardinaalmutsen en ploeter weer voort. Als het niet lukt, wis ik de patronen, pak ik alles in en sluit af. Tijdens de wandeling buiten bedenk ik ineens dat ik ook met sjablonen zou kunnen werken. Ik knip een ouderwets kleedje opgediept uit mijn herinneringen. Dat zou kunnen, maar het is het niet echt. In mijn schilderprogramma op de ipad laad ik de foto van het doek in en bedenk een patroon. Te gek. Nu weet ik dat dat haalbaar is.

Het was al met al weer een heerlijke duik in het bloemrijke verleden.