Overpeinzingen

Je weet nooit hoe een koe een haas vangt

Met Greet Hofmans lig ik op schema. Nee, niet op een lijn. Verre van zelfs. Ik zit op het terras. Lief maait met de bosmaaier en heeft er zichtbaar lol in, omdat het apparaat zo zachtzinnig te werk gaat, zeker als je het met moed, beleid en trouw hanteert. Hoog boven ons cirkelen drie ooievaars om elkaar heen en even daarvoor kwam er een laag over vliegen met een grote prooi in zijn snavel. Het leek op een mol of rat. Moest even nakijken wat het voedingspatroon precies was. En ja, daar stond het. Kleine zoogdieren. Een hele kluif zal dat worden voor de jonkies.

Het is vandaag eindelijk weer droog maar toch bewolkt. Het wachten is nog steeds op de zonovergoten dagen, die hier normaal gesproken het weerbeeld vormen. Onze logé’s hebben enorm geboft met die, tot nu toe, ene zonnige week in mei.

Over gasten gesproken, gisteren kwam egel even op bezoek. Hij zat onder de hazelaar en peuzelde wat, snuffelde hier en daar, en waggelde gemoedelijk verder zonder zich van mijn behoedzame benadering wat aan te trekken. Het stemt me zo vreugdevol, dit kleine leven dat steeds meer zo hoorde bij die onbezorgde tijd van vroeger. Een vredige wereld met als enige kopzorg de natuur zelf. In wezen is het natuurlijk minder sereen dan het aureool wat wij om het plaatje heen spannen, maar het brengt nog altijd voldoening. Het is het ongekunstelde dat het uitstraalt. Zo hoort het leven te zijn.

Doordat ik op mijn geheugen kook en niet op smaak had ik automatisch een aantal groenten die ik vroeger nooit klaarmaakte eigenlijk volledig links laten liggen in de supermarkt. Hier zijn juist die groenten erg in zwang, dus liggen ze voor een habbekrats in de winkel. Ik heb het over venkel, koolrabi en pastinaak. Zelfs koolraap kwam ik hier in de winkel tegen. Die had ik al heel lang uit mijn geheugen verbannen.

In combinatie met de mogelijkheden van nu, grillen, wokken, bakken en stoven, zijn het kleine zaligheden op beamen van lief maar voor mij is de structuur ook bijzonder aangenaam. Op het ogenblik liggen ze alledrie in de groentenla om er verder mee te kunnen experimenteren. Venkel/knoflooksoep is al een grote topper. En gebakken venkel is niet te versmaden.

Het brengt me terug in de tijd, naar school en het project: ‘Groen moet je doen’. We hielden in de groep een smaaktest met de vraag: Welke vergeten groente vind jij het lekkerst. Eerst bekeken we ze allemaal, voelden vorm en structuur, roken, sneden ze door en kookten ze allemaal kort om de smaak te behouden. Die was er toen gelukkig nog wel bij mij. Het waren er 12 dacht ik. Daarna proefde iedereen een klein stukje aandachtig en tekende op een papiertje hoe lekker ze het vonden op een schaal van 1 tot 5. Als ik het me goed herinner had de schorseneer gewonnen terwijl we heel erg om zijn uiterlijk moesten giebelen.

In een glaasje hebben we de pootjes van de venkel gezet, in de hoop dat we zo wortels eraan kunnen kweken. Je weet nooit hoe een koe een haas vangt.

Overpeinzingen

Het wees zich vanzelf

Rond enen reden we Agaath de berg op. Ik was vergeten hoe smal de straten van de oude stad waren, ‘de Kashba’ noemde Lief het met een knipoog. Van uitstalling van Oosterse waren was geen sprake maar wel van een overdosis aan schoolkinderen en auto’s die kwamen halen en brengen. Naast het museum was de muziekschool en er tegenover een grote basisschool. Om de ingang te bereiken moest je nog een stukje stijl omhoog. Dat was geen straf, want de beloning was het panorama van Pécs dat net boven de struiken en de school uitpiepte. Uit de open ramen van de geel gepleisterde muziekschool klonken mooie toonladders en wijsjes op respectievelijk piano, viool, dwarsfluit, en nog andere instrumenten. Soms aarzelend, soms forte. Dat zette de toon voor een sfeervol bezoek.

Tussen de brengende en de halende ouders vond Agaath een mooie plek. Ziezo. Of we er mochten staan was vers twee. Waarschijnlijk zou de boete net zo duur zijn als een middagje parkeren in het centrum van Utrecht. Een kniesoor die daar op let.

We moesten in het museum nog een trapje op om binnen te komen. De vrouw achter de kassa sprak Lief aan in het Hongaars, toen hij aangaf bejaard te zijn. Daarna schakelde ze fluisterend over op het Engels en zei dat we niets hoefden te betalen. We waren hogelijk verbaasd. Ze hield tijdens het gesprek de man die net buiten stond en nu binnenkwam, nauwlettend in de gaten. Het bleek iemand waarmee ze overlegde, want na de samenspraak liep ze mee en gaf instructies om de lampen aan te doen, die in alle zalen nog uit waren. Geen druk bezocht museum, constateerden we.

We mochten nergens aankomen en nee, ook niet aan de vitrinekasten, toen ik me voorover boog om iets nader te aanschouwen. Met de handen op de rug drentelden we verder met de man vlak achter ons. Gelukkig durfde hij zijn teugels te laten vieren en eindelijk stonden we alleen in een van de zalen. Foto’s maken mocht wel. Heerlijk die prachtige schilderijen van Hongaarse vrouwen, waar ik mijn Hongaarse reeks mee kon vergelijken. Er was veel ‘zwaar’ werk bij. Het leek op vroege Picasso’s, zwart omlijnd, aardse tinten en soms nog zwaarder en zwarter. Er waren onder andere werken van Rippl-Rónai, Gulácsy and Marcell Breuer te bewonderen.

In de kelder was een soort van krijsend protest alsof de kunstwerken de argeloze bezoeker in het gezicht geworpen werden. Dood en verderf en het liet niets aan het toeval over. Mijn lievelingszaal van de vaste tentoonstelling is de zaal met de bronzen. Wat een schoonheid. Zo wandelden we een paar uur door de zalen en pas toen we verzadigd waren, kwamen er nog twee stel bezoekers. Een paar piepjonge mensen die hun hele spaarpot hadden omgekeerd, getuige het telwerk van de vrouw achter de kassa en de muntenverzameling op de desk. Geloof me, met forinten wordt het een enorme klus om uit te tellen. En twee oudere mensen, die hun spullen al opborgen in de kluisjes.

Agaath stond er nog en we zigzagden door de Kashba naar beneden, want daar zou de 6 moeten zijn. Het wees zich vanzelf.

Overpeinzingen

Geheel voor eigen rekening

Terwijl alles om me heen druk aan het overleven is, de houtbij vliegt zijn rondjes rond de grote balken van het terras, vogels scheren over de Hof om hun nest in boom of haag op te zoeken al dan niet met wat voedsel voor eventuele kleintjes, af en toe laat de wielewaal zijn hoboklank horen en met de zware bromtonen die opklinken uit de bloementuin, luister ik ook naar de podcast van Gijs Groentenman met Karina Schaapman, schrijfster en oud-politicus Karina Schaapman. Aanvankelijk begint ze te vertellen over de rouwperiode die ze doormaakte nadat haar man, de kunstenaar Eli Content, was overleden. Ze voelt het als fantoompijn, wat goed voor te stellen is.

Dat verdriet en dat lijden en sterven is geheel bewust meegemaakt. Beiden waren zich zeer bewust dat dat moment zou gaan komen. Een hele andere ervaring had ze opgedaan toen haar moeder ziek werd, langdurig, en overleed en zij twaalf jaar oud was. Moeder zes maanden in het ziekenhuis en Karina moederziel alleen thuis. Nauwelijks geld, niemand die voor haar zorgde. Schrijnend alleen en verwaarloosd eigenlijk. Moederziel alleen, letterlijk en figuurllijk. Geen eten, vuilniszakken uitpluizen in huis, die daar ook bleven liggen, bedplassen en het laten drogen zodat je het later weer aan kon trekken en bij al die verhalen trekt er kippenvel langs de ruggengraat omhoog. Mijn God.

Er moet bij vermeld dat moeder uit Indonesie kwam, een knappe gescheiden vrouw was, in de jaren zestig was dat nog een schande, en dat ze voor stinkerds werden uitgemaakt omdat ze trassi en knoflook aten. Kinderen van school mochten van hun ouders al nooit met haar spelen en de moeder hoorde iedere dag wel een keer dat ze een pindachinees was en terug moest naar haar eigen land. Deerniswekkend.

Een deel van haar jeugd was, in mijn beleving, zo fantasierijk als het boek ‘Lampje’ van Annet Schaap. Er kwam een circus op de hoek van de straat en de circusdirecteur werd verliefd op haar mooie moeder en daarna trokken ze een tijd met het gezelschap mee. Weg discriminatie en weg vooroordelen.

Ik borduur door op mijn fantasie. Zou Karina daarom haar kinderboeken van het muizenhuis hebben geschreven? Een warm en sfeervol huis van de muizen Sam en Julia, die daar een liefdevol leven leiden. Ik moet nog verder luisteren en het komt vast aan bod.

Maar eerst gaan we ons klaarmaken om naar de Moderne Hongaarse Gallery te gaan, een museum waar we al eens eerder waren en dat prachtig gelegen is, hoog boven Pécs, met en prachtig uitzicht over de stad. Nog meer inspiratie om op te doen. De podcast van Groenteman is een aanrader, zeker om de grenzen eens te verleggen en met andere situaties en mensen kennis te maken. Iets waar je in deze kalme Hof van pais en vree met z’n tweeën wel behoefte aan kan hebben, nu het nieuws bedroevend is en de mooie dingen, zoals een mars met meer dan 100.000 mooie mensen wordt doodgezwegen.

Het nieuwe boek van Annet ‘Krekel’ ligt nog steeds op het nachtkastje, maar ik moet me eerst door de biografie van Greet Hofmans heen worstelen, waarbij ik eruit heb gekristalliseerd dat ‘Een Vertroebeld Oog’, zoals de titel luidt, naar mijn opinie tweeërlei kan worden uitgelegd maar dat is geheel voor eigen rekening.

Overpeinzingen

De dagen vliegen hier zelfs al

Lief zit met verlengstukken voor de buitenkraan in zijn hand uit te vogelen welke de juiste zal zijn. Hij ruimt de schuur op en er komen juweeltjes van gebruiksvoorwerpen te voorschijn, die hij min of meer wel wist, maar of het allemaal nog werkte was hem totaal onbekend. Hij is ruimte aan het maken en met regelmaat verdwijnt er hier een kratje met spullen die we voor de deur te geef hebben gezet. Men maakt er dankbaar gebruik van. Hier zijn de woorden opknappen of repareren nog steeds in zwang. Men doet niet anders. Alles wordt tot op het ‘bot’ ontleed en zorgvuldig bekeken. Het moet raar lopen als er niet de een of andere bestemming voor wordt gevonden en anders komt het uiteindelijk op een kraam op de grote zondagsmarkt in Pécs of Kaposvár terecht. ‘Zuinigheid met vlijt bouwt huizen als kastelen’ gaat hier nog altijd op.

Het nieuwe schema bevalt goed. In de ochtend tot een uur of een is Lief in de Hof aan de gang en daarna trekken we er met z’n tweeën op uit. Fietsen lukt nog even niet met het stuitje, maar volgende week ga ik het toch echt proberen. Het brede zadel met de bekende ‘Fongers-vering’ eronder, zal absoluut beter zijn. Fongers was een heel goed merk in de jaren 50,60 en 70. Op mijn vader zijn dienstfiets zat er een. Zo’n prachtig leren geval met die grote veren eronder. Er was een nadeel. Als je achterop zat en per ongeluk je vingers om de vering had, dan kon het gebeuren dat ze klem kwamen te zitten als de berijder ging zitten of verschoof.

Hagedis wandelde weer langs. Ze reageren grappig, eerst versnellen ze, maar dan ineens verstarren ze en blijven roerloos zitten. Lief kon het mooie beestje op de foto vereeuwigen. In deze maand is het intens genieten van al wat kruipt en vliegt en zich laat horen. We hebben voor het herkennen ervan veel steun aan de vogelapp en leren steeds beter de verschillende geluiden onderscheiden tot en met de bijeneter, de vliegenvanger en de braamsluiper aan toe.

In de grote Tesco in Szigetvár hebben we een paar echte werkbroeken voor Lief aangeschaft. Hij is zo door zijn gewone broeken heen, ook al zijn ze van biologische katoen. Dit zijn echte workers, met elastiek onderin zodat er niets in kan kruipen dat niet uitgenodigd is. Geen overbodige luxe hier. Het materiaal kan tegen een stootje. Ze hebben best een grote afdeling met kleding, maar er zijn maar twee paskamers, Een mevrouw liep tegen de dichte deuren aan, iets dat ze al mopperend scheen af te keuren aan haar lichaamstaal te merken. Brom brom. Verstaan doe ik het nog steeds niet goed. Slechts woorden kan ik er uit cijferen of ze moeten zo langzaam praten als de bosmaaier-verkoper.

De reünies en feesten stromen binnen. Ik ben eerst maar eens de agenda fatsoenlijk aan het invullen geweest. Verjaardagen zijn er ook plenty. Daar tussendoor zit nog een week van de zussen in het hoge Noorden en vieren allerlei kinderen een jubileum. De jongste wordt 30, de tweeling 40, schoonzoon al 50 zelfs. Jaja. Waar blijft die tijd. De dagen vliegen hier zelfs al.

Overpeinzingen

In volle verwachting

Zondagmorgen. Doodse stilte in huis met hier en daar een geluid, dat moeilijk te plaatsen is. Het blijkt dat Lief buiten op de vensterbank van een van de ramen wat gereedschap neerlegt, oppakt, schoonmaakt en zo verder. Geen vreemd mens in huis, een hele geruststelling. Het is zeker niet het uitgelezen moment om bang te zijn voor eventuele verstoorders van de harmonie. Eerder een verdwaalde vogel, de vermeende steenmarter, een dikke groenblauwe kever die ergens tegen aanvliegt, of de brommende bruine wantsen. Dat is hier allemaal wel. Gisteren zag ik de dikke spinduizendpoot lopen onder de kleine kier van een deel van de plint die niet helemaal aansloot op het laminaat. Het huis herbergt volop leven.

Lief verhaalt van hoe het er uitzag voor mijn tijd. Nog niet heel lang geleden sloten de ramen niet door gammele kozijnen, was het dak van het terras een strooien dak waardoor de levende have aanzienlijk uitgebreider werd, de badkamer was tochtig en vochtig en door het oude dak van het huis kon een glimp worden opgevangen van de heldere sterrenhemel. Onder de kruidentuin ligt nog de stenen vloer van de stallen die daar vroeger stonden naast de kleine varkensstalletjes. In de ruif van de paarden groeit nu een grote klimop en een enorme struik van de rozemarijn tot aan het dak van buurvrouw haar oude vervallen schuur. We hebben het tuintje wat opgehoogd, want er is niet veel diepgang nodig om tijm en lavendel te laten groeien en bloeien.

Nu is het hier heerlijk. Niet te luxe, maar ruim voldoende om comfortabel te kunnen leven met die zo mooie Hongaars/Habsburgse details en zelfs nog een aantal meubels, die langzamerhand een vast omlijnd onderdeel van het geheel zijn geworden. Hetzelfde gebeurt met de tuin. Iedere keer vindt er een kleine verandering plaats, een boom verdwijnt, een nieuwe takkenboog wordt gefabriceerd, een grondje vrij gemaakt. Dat is de verrassende hand van Lief, die zorgzaam rondwaart.

De bosmaaier is een aanwinst. Nooit gedacht dat ik die ooit de hemel in zou prijzen. Hij geeft zeer weinig geluid en is licht te hanteren. Het mag dan weliswaar wat kosten, want het was de duurste in de reeks, maar in dit geval heeft het grote voordelen. Het merendeel van de apparaten die de buurmannen-en-vrouwen gebruiken kenmerken zich vooral door geluidsvervuiling.

Nog steeds kruipt het warme weer achter de koude Noorderwind, waar het verlangen zuidelijker dwaalt. Steeds schuift het weerbericht het goede nieuws een paar dagen vooruit. Een ware oefening in Geduld.

‘Het vertroebeld Oog’ over het leven van Greet Hofmans valt zwaar met al haar al dan niet vermeende boodschappen van boven via haar overleden bron. Het walst over mijn eigen nuchterheid heen en troebleert het beeld dat ik had van de wederopbouw in die jaren. Ik lees stug door, maar tjonge, wat zou ik graag even de tegenstanders willen horen om in balans te komen.

Er is een verrassing onderweg sinds moederdag. Gisteren heb ik vanwege die traagheid van de posterijen maar een duurzaam bloemetje bij dochter laten bezorgen. Die was er tenminste ruim op tijd. In dit geval was regeren vooruit zien door achterom te kijken. We blijven in volle verwachting.

Overpeinzingen

Aan de slag dan maar

Om een collage van foto’s van dochter samen te stellen, speur ik mijn bronnen af naar oude foto’s van haar. Een aantal zijn gelukkig gedigitaliseerd en staan in diverse albums, die ik deel met de kinderen. Sommige zijn al van lang geleden. Bij een ervan schrijft de andere dochterlief: ‘Kijk zo’n hippe hippie’. We schrijven het jaar 1979. De relatie met Lief was net beëindigd. Ik woonde nog in Leiden en was op mijn smalst, geloof ik.

De zonnende zanddikke dame is een spotversie van mezelf aan het strand van st André in Portugal. Daarnaast een foto van zuslief en ik in de zitkamer van het ouderlijk huis. Mooie tijdbeelden zijn die interieurfoto’s. Op rij twee werd ik de trotse huurder van mijn eerste volkstuin. Zoonlief hielp mee muurtjes te bouwen van wilgentakken. Daarnaast de ‘hippe hippie’, gevolgd door de foto die gemaakt is in de inmiddels verdwenen ‘Trechter’, een café met het grote open raam aan de Oude Gracht samen met vriendin van zus.

In 1985 zitten de kinderen en ik op de rand van de fontein in de Kloostergang naast de Domkerk naast mijn moeder voor een van haar vermaarde singellopen, die steevast uitmondden in een rondje oude stad. Het viertal op de bank met de boekjes, alles lezen wat los en vast zat. En iedere avond het voorlezen van een boek en een riedeltje slaapliedjes, terwijl ik de was in het trappengat hing.

Daarna dochterlief bij de door manlief getimmerde boekenkast, de eerste avant la lettre van steiger en bouwhout. Daarna volgt de foto met de zusterkapjes ten tijde van huize Solglytt. Collega Frida en ik aan boord van de vakantieboot naar Rudesheim am Rhein met alle bewoners uit het verpleegtehuis. Het is 1970. Die kapjes waaiden om de haverklap de Rijn in zodra je een voet buiten de deur van je kajuit zette. Daarna opnieuw een sprong voorwaarts in de tijd met mijn moeder en het lopen langs de Singel om met de foto van de tweeling, onze eigen Simon en Garfunkel, op de bank te besluiten.

Er is maar weinig voor nodig om terug in de tijd te gaan en de herinneringen die aan de foto’s kleven, voor de geest te halen. Ze ontvouwen zich één voor één, vrolijke, sfeervolle of knusse momenten.

Ondertussen is het weer hier danig in de war. Normaliter schijnt hier de zon niet aflatend van maart tot en met augustus, een enkel buitje en dan vaak ‘s nachts, daargelaten. De temperaturen schommelen dan tussen de 20 en de 40 graden of meer. Maar dit jaar is het bijna herfstachtig met 15 graden maximaal en een koude Noord-Westenwind. Het belooft pas volgende week weer een beetje warmer te worden. Ik ben blij dat er tussen de klaprozen en korenbloemen lange fijnstralen groeien want die houden de tere bloemen nog overeind, anders waren ze vast al neergehaald.

Inmiddels staan de lobelia’s in hun potten, evenals de basilicum. Is de lathyrus in een pot gezaaid en duimen we voor warmer en windstil weer. Lief heeft met vriend de splinternieuw bosmaaier uitgeprobeerd, die nauwelijks geluid geeft en veel beter is voor je gestel. Minder zwaar te hanteren, handzamer, benzine-loos en zonder oordoppen of helm te bedienen zolang je er je gras mee maait. Voor is de diepe geul wat er voor zorgt dat je niet met een gewone maaier kan maaien.

Zo, nu moet ik hoognodig leesmeters gaan maken. Het boek van Greet Hofman schiet maar niet op. Maar de stok achter de deur komt dichterbij. Nog maar vier weken en dan moet het uit zijn. Nog 442 bladzijden te gaan, het dankwoord niet meegerekend. Dat zou op zo’n twintig bladzijden per dag komen. Dat is te doen. Aan de slag dan maar.

Overpeinzingen

Een diepe verbondenheid.

Op een dag na, 45 jaar geleden, was ik de hele dag aan het werk geweest in de tuin van de woongroep waar manlief en ik toen woonden. Op mijn blote voeten in de aarde gestaan, wikkelrok ingesnoerd om de heupen, haar in een staart. Hoogzwanger was ik en onrustig. Het werken in de tuin leidde af, maar was zwaar door de vette kleigrond. Omspitten een klus op zich. Daarna was het ook nog mijn kookbeurt. Omdat er wat gerommel te voelen was in mijn buik, nam ik er een stoel bij, zodat ik tussen het opzetten en afgieten, het roeren en het husselen in, wat kon zitten. Maar het gerommel werd heftiger.

O jeetje. Zo voelden weeën dus. Geen sinecure, vond ik, omdat mij niet bekend was hoe het verder zou gaan. Omdat we naar Utrecht toe moesten, naar het Oude Antonius in de Jan van Scorelstraat, liet ik me rijden door een lid van onze groep. Manlief ging mee. Wikkelrok en zwarte voeten, geen representatief moment om het leven binnen te vallen van dat wonder in mijn buik.

Dat weeën heftiger konden zijn wist ik pas enkele uren later. Ze waren namelijk weer gestopt en de gynaecoloog, een norse man die niets van langharig tuig moest hebben en zeker ook niet van onverzorgde voeten, want die hingen onder zijn neus in die elegante baarstoel, was weer haastig weg gebeend. Wat een ellende

Hij was er waarschijnlijk zelf de oorzaak van dat het wurm binnenin maar had besloten nog even te wachten. Hij had het hardhandig extern proberen te draaien. Het lag in stuit. ‘Nu al een eigen willetje,’ bedachten we trots, daar hielden we van. Maar…Hij had nog niet koud zijn hielen gelicht of werd in aller ijl teruggeroepen.

Het was de eerste ‘stuit’ die de dienstdoende verpleegkundige bij zou staan en met mijn verpleegkundige achtergrond kneep ik ‘m als een oude dief. De weeën-storm was voldoende om nooit meer weeën te willen en om binnen drie kwartier voor volledige ontsluiting te zorgen. De oude norse man was maar nét gearriveerd om het grut op te vangen. Wel met een flinke knip. Dat was jammer.

De hele nacht bibberden mijn aangedane bekkenbodem-en-beenspieren het bed uit. Goeie genade, dat had niemand ooit verteld. Kind weg, man weg en moederziel alleen in een steriel bed, zonder ook maar een oog dicht te kunnen doen.

Hier alweer een jaartje ouder in La Douce France, haar voorland.

Het was een meisje. Dat was het heugelijke nieuws. Ze was allerschattigst. Ik mocht dan weinig begrijpen van baby’s en babyromantiek, maar toen ze eenmaal begon te babbelen konden we lezen en schrijven. Dat was een heerlijke tijd van ‘met elkaar de wereld ontdekken’, voor haar nieuw en voor mij opnieuw, als moeder dit keer. Alles wat moeizaam was gegaan in het begin, was als sneeuw voor de zon verdwenen.

Maar tjonge, dat dat alles tot de grijze oudheid behoort en ik duidelijk ook. 45 jaar was gisteren in mijn hoofd.

Morgen viert ze feest en zit ik hier, met de gedachte bij die onvergetelijke dag en dat ontroerende moment, toen mijn moeder binnenkwam en wij tweeën een traan moesten wegpinken. Ingewijd in het grote geheime leven van mijn barende moeder en al die andere vrouwen, van haar bloed dat door mijn bloed in dit nieuwe leven stroomde. Zonder woorden voelden we het allebei. Een diepe verbondenheid.

Overpeinzingen

Onvergetelijke momenten

Net op tijd binnen. We hadden de boodschappen nog niet uit de kofferbak gepakt of er begonnen langzaam maar gewis dikke druppels te vallen. Maar die medaille had ook een keerzijde. Op ons tourtje door het Hongaarse land hebben we door de wisselende luchten veel schoonheid mogen meemaken. Wat een pracht aan beelden leverde dat op. De helft in mijn hoofd en de andere helft in het digi-archief van de telefoon.

We hadden de vorige dag besloten dat we naar een verzamelpunt af zouden reizen waar de drie streken: Baranya, Szomogy en Tolna, elkaar omhelzen. Agaath had er zin in en haar Tommetje ook, want die leidde ons via een prachtige omweg, tel uw zegeningen, met een grote boog om Nagypeterd heen, via Orfü naar Kaposvár, zogezegd. Goed voor meer dan twee uur rijden.

We vonden het drie-streken-punt, maar de weg leidde recht omhoog en het onthaal door de woest blaffende honden was ook net iets te onstuimig. Dat was vooral mijn aandeel. Lief kan met elke hond lezen en schrijven. Het maakte niet uit want we hadden het gedenkteken er niet voor nodig om te zien dat dit een echt stukje authentiek Hongarije was, waar het leven nog kabbelde, ingestorte huizen naast de nieuwe stonden, om de stenen weer een voor een te kunnen hergebruiken, vervallen oude boerenschuren voor gebruik van het hout voor de tegelkachels. Rugkachels noemde mijn jongste telg ze, 25 jaar geleden.

Het was vooral de combinatie. Afwisselende wegen, een aantal haarspeldbochten, altijd meerdere kuilen en bobbels die Agaath met verve nam, snelle auto’s achter me, met de zenuwen niet in bedwang, voorbijsuizend, of oude krakende exemplaren op hun dooie akkertje op een weg van 90. Geen punt, wij willen veel om ons heen kijken en kunnen genieten, dus hobbelen we achter de oudjes aan, schuiven hier en daar de berm in om plaatjes te schieten of om de snelheidsduiveltjes ruim baan te geven.

Onderweg een blauwdruk van de berg Golgotha ten tijde van de kruisiging. Dat zie je zo. Die kleuren! En even later twee in elkaar schuivende zandheuvels met lichte sleeptrekken, die me onmiddellijk aan ‘Open Ended’ van Richard Serra deden denken. Dezelfde koperen glans nu de laatste zonnestralen, voordat de lucht helemaal dichttrok, alles in gouden gloed zetten. Ik had op dat punt een foto moeten maken, maar er zat een auto achter me en ik reed door om ze even later, net iets minder spectaculair in beeld te krijgen, maar nog altijd sprookjesachtig mooi door die allesoverheersend hand van de Natuur. Nergens kan je een contrast zo in balans, zo vloeiend vinden.

Onderweg twee dames in een Hongaarse auto die ons in een Hollands met Wassenaarse slag vroegen of we ergens naar op zoek waren. ‘Nee hoor. We wilden even een foto schieten‘. ‘O, jullie zijn op zoek naar mooie plaatjes’. De spijker op z’n kop, want die vonden we in overvloed.

Lief zei wel dat we aan de buien zouden ontsnappen en dat het droog zou zijn als we onze kant opgingen, maar daar had men toch een ander idee over. Tussen de druppels door naar de supermarkt, een praatje met oude bekenden, gauw de spullen in de auto en naar huis.

De regen is uitstekend voor de gisteren gehaalde lavendel en lobelia in de potten en de al geplante hemelsleutel en vetplanten in de cactusborder. Met een belletje van zoonlief en de kleinkinderen was het al met al een dag met die gouden zonnerand. Inderdaad, met onvergetelijke momenten.

Overpeinzingen

Ons kent ons, maar dit was precies voldoende

Taal en verbeelding willen gevoed worden. Een woord, een andere omgeving, een boek, een gebaar, noem het maar. Gisteren was zo’n dag dat ik aan nieuwe voeding onderhevig was. Lief was inmiddels bij met het werken in de tuin en daardoor konden we prima een nieuwe indeling van de dag maken. Tot een uurtje of één klussen en dan er op uit. Er viel nog een klusje te klaren. Om voor het huis te kunnen maaien hadden we het plan opgevat toch maar een betere bosmaaier aan te schaffen. Eentje die lichtgewicht is en minder lawaai belooft. Daarvoor reden we over de slechte 6 naar Pécs. Een adres van vriendlief beloofde daar een bosmaaier, die we direct mee zouden kunnen nemen en aangezien de nood aan de man was qua graslengte, kwam dat goed uit.

Een hele aardige verkoper, die eindelijk volstond in staccato korte zinnetjes, waardoor ik veel kon volgen, hielp ons dusdanig, zodat we in een half uur met hele lange bosmaaier met garantie en al, passend en metend Agaath konden belasten. Dat betekende: Lief met dubbelgevouwen benen voorin, maar het gevaarte was veilig opgeborgen. Thuis uitladen, nog een sanitaire stop en weer op pad. Ditmaal naar het meer van Domolos met landhuis, dat niet meer voor publiek toegankelijk was. Het lag op de ons bekende wijnberg, waar de oude vervallen wijnhuizen nog stille getuigen waren van de glorieuze tijden van weleer. Dus maakten we een tour door de heuvels in de wijde omgeving tussen Szigetvár en Kaposvár in.

Ik wilde eens kijken naar het dorp achter het Blauwe dak, een plaats waar veel Nederlanders vroeger woonden, Boldogasszonyfá. Het dorp was goed te doen, de weg zoals gewoonlijk slecht, dus dat werd behoedzaam rijden en uiteraard belandden we op een eindweg, maar met een verrassing. Aan het eind waren meerdere lemen wanden met gaten erin. Erboven af en aan vliegende en kwetterende zwaluwen. Hoera, we hadden de broedplaats van deze mooie vogels ontdekt.

Na wat foto’s reden we door en sloegen af naar een weg bij Bòszenfa, die regelrecht naar de heuvels leidde aan de rechterkant. Ook een onbekend gebied. Glooiende wegen, wisselend van kwaliteit, uitgestrekte groene boterbloemenweiden met witte runderen, wilde paarden en pony’s. Ergens midden in het land een modern bedrijf met een enorme hoeveelheid kassen. Het bedrijf zelf was prachtig beschilderd, op bijna graffiti-achtige wijze. Tomatenkwekerij, zou je bij de afbeelding ervan denken. Ook werden de dorpen gewezen die in de buurt waren.

Vogels hoog in de lucht, een grote farm annex manege en de aloude dorpjes met authentieke Hongaarse erfjes, schots en scheef en nog geen syllabe verandert. Alsof je 50 jaar terug in de tijd geworpen werd. Hier en daar woest hondengeblaf of gakkende ganzen, waakzaam als altijd. Op route 66, jawel echt waar, de weg van Kaposvár naar Pécs, dachten we weer bij het restaurant met het blauwe dak te komen, maar daarvoor moesten we toch dezelfde weg terug.

We vielen met de deur in huis, want de deur klemde hevig. Er zat nog een moeder met zoon en wel was er een enorme tafel gedekt. Ons tafeltje was direct daarachter met uitzicht op het steeds mooier wordende complex, compleet met vijver vol leliebladeren en prieel. Het menu, Étlap, kende toch meer Hongaarse gerechten dan we dachten, we besloten voor de klassiekers te gaan. Ze hebben ook vier vegetarische gerechten op de kaart staan, maar die waren bij eerdere keren niet aangeslagen.

Waar we al een vermoeden van hadden, gebeurde. Aan de lange tafel schoven Hollanders aan, in afwachting van de andere helft, die nog moest komen. Wij waren bijna klaar met eten en dat was fijn. Dan konden we dat heerlijke sfeertje van de goedgevulde middag vasthouden. Met een groet en smakelijk eten gingen we de deur uit. Bij het instappen en wegrijden, draaide er een auto met Hollands nummerbord in. Dat resulteerde in een joviale zwaai. Ons kent ons, maar dit was precies voldoende.

Overpeinzingen

Dat belooft wat

Eens in de zoveel tijd zijn er klusjes waar je niet meer onderuit komt en waar, gek genoeg, ineens je aandacht naar toe getrokken wordt. Dagenlang heb je ze niet geregistreerd en ineens lijkt het wel alsof ze je toeroepen: ‘Zie mij.’ Nou ja, het zal ook komen omdat ik niet bij uitstek een huishoudelijk type ben, die vaste dag-en-week-indelingen maak. Op maandag dit, op dinsdag dat, op woensdag etcetera. Mijn moeder had een noodzakelijk schema omdat een huishouden van dertien anders in de soep liep. Als je een week de was niet deed, had niemand meer wat om aan te trekken, zo simpel was het. Dus hup, ging op maandag de stekker van de oude Miele erin en draaide het bakbeest zijn rondjes in het midden van de keuken. Dinsdag moest al die, te hopen droge’ was weer gestreken. Stoffen en stofzuigen gebeurde te hooi en te gras. Ik heb de genen niet van een vreemde, natuurlijk. De Franse slag lag ons beiden goed en met het ouder worden was vooral ‘zo op het oog’ belangrijk. Als het allemaal maar netjes leek, dan poetste je het wc-kraantje wel stiekem als je blik er weer eens opviel.

De doucheput hier is er eentje die onverbiddelijk is. Ze slokt namelijk haren op, aan de buitenkant is er niets te zien maar ineens sta je met de voeten ruim in het water. Dan loopt ze niet meer door. Alsof ze zegt: ik vertik het als je me niet eerst een schrobber geef’. Ze is geniepig hoor, dat putje.

Maar goed, de huiselijke kwaaltjes zijn weer achter de rug en gedaan. Gisteren probeerde ik die ‘Pasta all Assassina’ van onze lieve vrienden te evenaren. Helaas had ik er in mijn enthousiasme een heel blik tomatenpuree bij gedaan waar twee eetlepels voldoende waren. Het was een dubbel blikje, dus veel te veel. De assassino was heerlijk met zijn knoflook, de basilicum/tomatensaus waar ze in gebakken was maar die puree was iet of wat te overheersend en ze kon er net niet meer krokant genoeg door bakken. Het is de moeite waard om het nog eens te proberen, want dit was al heerlijk. Weliswaar met gewone jonge kaas geraspt er overheen bij gebrek aan Parmezaanse kaas. Zo gaat dat met bevliegingen. Dan roei je met de riemen die je hebt.

In de vroege ochtend kijk ik ‘Het Buitengewoon Gesprek’ met Youp terug. Otje herschreef haar versie van Flappie. En weer was ik ontroerd door de puurheid van deze groep en hun eerlijke vragen.

Daarna luisterde ik de podcast van MISCHA met Hanneke Groenteman. Op haar eigen subtiele humorvolle wijze vertelde de laatste hoe zwaar het was achter de Geraniums te zitten, omdat die toch weer ieder jaar verse aarde en een verpotten met zich meebrengt. Haar leeftijd(85)speelt ook mee in de familie-uitjes, bijvoorbeeld naar De Efteling. Daar kan ze, met pijn in het hart, niet meer mee mee en moet dan erkennen dat ze een blok aan het been zou zijn. Voor die eer bedankt ze graag. Maar dat zijn die kleine pijnlijke scheurtjes van het ouder worden. Aan de andere kant geniet ze van een paar dagen helemaal thuis te zijn, boeken te lezen, te schrijven, te luisteren naar podcasts. Hoe heerlijk ook dat niemand ergens een rem op kan zetten.

Heel herkenbaar en dan ben ik nog maar piep vergeleken met deze grande dame. Dat belooft wat.

Overpeinzingen

Meesters in het brainstormen en verzinnen

Lieve vrienden zijn aan het fietsen door de streek Puglia in la bella Italia en vandaag schreven ze over een gerecht dat bereidt was op een manier die ik nooit zelf had kunnen bedenken. Spaghetti all Assassina. Het is een knapperige, bijna verbrande, spaghetti in pittige tomatensaus. Je bereidt de spaghetti dan als risotto. Al bakkend met toevoeging van een tomaten/basilicum saus. Het klinkt zalig en dat wordt door hen onderstreept. Die komt op het lijstje. Mogelijk voor vandaag. Wordt in ieder geval vervolgd. Een gerecht met een dergelijke naam is vast moorddadig lekker.

Nog steeds zijn de beurse billetjes niet helemaal hersteld. Toch voor een eerste keer teveel kilometers gemaakt, geloof ik. Hoe doen de vriendenlief dat, die toch echt elke dag wel zo’n 40 kilometer rijden. Het is heerlijk om de tocht te kunnen volgen via Polarsteps. Dan ben je er zelf altijd een beetje bij. Wat opvalt is dat ze elke kerk binnengaan en dat zijn er nogal wat daar in die streken. Hier is ook in ieder dorp een kerk, maar daar gaan we eigenlijk nooit in. Misschien omdat ze de tand des tijds niet meer helemaal glorieus doorstaan hebben. Het zijn eerder noodzakelijkheden. Al luidt hier nog altijd de kerkklok op de hele uren met verve en soms ook op de halve. Bij mijn fietstocht van van de week kwam ik langs een begraafplaats. Die zijn doorgaans niet achter of naast de kerk, maar ergens net buiten het dorp. Veel auto’s ervoor en op het kerkhof zelf een groepje mensen, geheel in het zwart. Op de terugweg had de hele groep zich verplaatst naar een woning in dezelfde straat en stond iedereen op het erf druk te praten.

Het is moederdag en dan voelt het hier net iets te ver weg. Het grut appt natuurlijk en ik weet dat ze me missen, maar ze zijn bijna allemaal ook moeder of hebben een moeder naast zich, dus is het de beurt aan hen om in het zonnetje gezet te worden. Ik blijf wel in gedachten daar. Het wordt nog druk want in diezelfde gedachte ben ik ook vanmiddag al op de barbecue door zuslief georganiseerd voor ons vijf kleintjes, de jongsten van het stel van elf. Helaas pindakaas, maar ze denken ook aan mij. Haha.

Dan zijn er ook de herinneringen aan mijn moeder, haar dagboeken, haar verhalen en alles wat ze betekende voor ons, wel pas toen ik ouder was, want toen had ze eindelijk tijd om haar leeshonger te stillen, aan praatgroepen deel te nemen en interessante programma’s te zien. We gingen regelmatig aan de wandel en nog heb ik niet genoeg aan haar gevraagd, maar ja, zo oud als nu was ik toen natuurlijk niet en dan zijn er weer nieuwe kwesties die boven komen drijven. Zou ik in het voren kunnen schrijven, voor als mijn schatten later zo oud zijn als wij? Mooie filosofische gedachte voor een zondag en moederdag.

Vriendinlief vroeg of ik een kinderboek kende met een klein mannetje in een jaszak van een jongetje. Dat kan toch echt alleen maar Wiplala zijn, de gouden klassieker van Annie M.G. Schmidt. Een heerlijk boek en er zijn twee delen van. Ik vroeg aan haar waarvoor ze dat wilde weten, maar het blijkt dat het nodig is voor een project op school. Onmiddellijk slaan de grijze celletjes aan en er komen allerlei ideeen opborrelen. Heerlijk. Er gaat niets boven projecten verzinnen. Misschien zouden we in thema’s kunnen gaan leven. Dat zou nog eens wat opleveren aan creativiteit. We waren in ons team altijd meesters in het brainstormen en verzinnen.

Overpeinzingen

En soms al veel eerder

De ketel doet het weer gelukkig. Warm water in het huis, maar eigenlijk is het een luxe probleem van het zuiverste water. Lief neemt altijd een koude douche, maar ik moet er niet aan denken. Hoe makkelijk is het dan om een keteltje warm water in de wasbak te gooien en er wat koud aan toe te voegen, zodat je met een heerlijk zeepje en een washandje alles kan afsoppen. De washand vond ik diep weggestopt in de grote linnenkast. Nooit meer gebruikt sinds, ja, sinds wanneer eigenlijk. Ik denk dat ze in zwang was bij het poedelen van de kinderen toen ze klein waren en natuurlijk in het ziekenhuis en in de zorg bij het wassen van patiënten. Daar hadden we er zelfs twee. Een voor boven en een voor onder, handdoeken en waskommen idem dito. In de wijk waste je met wat voorhanden was, washanden, propjes handdoek, sponzen noem maar op. We deden vroeger eigenlijk alles, vroegen ons niet af of dat wenselijk was en lieten het nooit aan de mensen zelf over. Nu is het ondenkbaar. Ook hier geldt: ‘Help mij het zelf te doen.’ Zo kan het verkeren in een tijdsbestek.

De ooievaar op het dak oogstte bij het plaatsen van een foto van dat hooggeëerd bezoek veel bijval, maar meer nog het huis. Door de bank genomen hadden de meeste vrienden een ander soort huis bij de Hof bedacht. Er was de vraag wat ik in godsnaam nog in die drukke randstad te zoeken had. Tja, dat is dan toch echt het kroost en hun gezinnen. Maar er zijn meer dingen. Zussen, vrienden en vriendinnen, mijn clubjes, de tuin, musea, boeken, noem maar op. Twee totaal verschillende werelden en het is een luxe en een rijkdom om van beiden te mogen plukken.

Het is bijna volle maan en dat was vannacht een beetje te merken. Slapen is onrustig, de dromen weer duidelijk aanwezig en het hanenwaken evenzeer. De volle maan van 12 mei staat volgens diverse astrologen in het mysterieuze en intense teken van de schorpioen. Alles wat je diep weggestopt heb, alles wat verborgen is, krijgt juist een invitatie om gevoeld te worden. Dat is nog al wat, bedenk ik me. Wat verbergt een mens zoal. Kwaaltjes natuurlijk, emoties, vooral de wrevelige of een diepe neerslachtigheid, liefde misschien, haat zou ook kunnen. Alles wat niet in aanmerking komt om onmiddellijk te delen, al zou het in veel gevallen wel tot een open gesprek kunnen leiden, misschien zelfs de oplossing brengen.

Kwaaltjes(die ouderdoms…Je weet wel)benoem ik bijna nooit. Ze zijn stom, werken belemmerend en ze kunnen maar beter genegeerd worden. Wat je niet ziet, is er niet. Soms zijn ze te hardnekkig maar meestal lukt het me, als met het magische gummetje bij het bewerken van een foto, om ze tot praktisch nul te vervagen.

Ik graaf en zoek naar andere verborgenheden maar blijf hangen op dit soort dingen. Als ik qua emotie ergens mee zit, maak ik het vrij snel kenbaar, zeker als we met z’n tweeën zijn. Dat is begrijpelijk, want je bent zo op elkaar ingespeeld dat het verborgen houden van een gemoedsverandering niet onopgemerkt blijft en een gesprek erover lucht op.

De dagen voor en na de volle maan heten hier ‘de Maandagen’. Er kan een zekere lichtgeraaktheid zijn of een dipje iets waar ik, toen ik jonger was, de maandelijkse ongemakken voor gebruikte. Dat de buurman nu al een uur of twee met zijn dreinende bosmaaier aan mijn hoofd zeurt, helpt niet. Dus schrijf ik de Maandagen van me af en hoop dat jullie er overheen stappen. Over een dag of twee is het weer over en soms al veel eerder.

Overpeinzingen

De Hof is er voor iedereen

Hoera, de eerste fietstocht in de omgeving is een feit. Het was eindelijk droog na alle sloten regen van gisteren. Het belooft de hele week droog te zijn. Tikkeltje fris nog voor de tijd van het jaar, maar een kniesoor die daar op let. Het was even onwennig, want ik heb al zolang niet meer op de fiets gezeten, maar het voelde onmiddellijk als de totale vrijheid. Weliswaar had ik na de 10 kilometer lang genoeg op het zadel gezeten, vond het vege lijf, maar tjonge, wat een heerlijke ervaring. De weids uitgestrekte velden om me heen, het gezang van de vogels, een biddende valk in het weiland. Wel is het zaak om met een oog van de omgeving te genieten en een oog op de weg te houden, want de wegen hier zijn niet te vergelijken met de fietspaden in Nederland. Een leuke ontdekking is het feit dat men elkaar groet onderweg, fietsers, een oude man op een krakend exemplaar die langzaam voort trapte, maar ook de auto’s die je tegemoet rijden. Dat voelde goed. Ik fietste naar het tweede dorp verderop en bij elkaar zaten er zo’n 9 kilometer in de benen. Truus reed op medium kracht en deed het geweldig. Alleen het zadel was wennen, langzaam opvoeren is het devies.

Toen we van de boodschappen terugkwamen aan het begin van de middag, zag ik een glimp van de overvliegende ooievaar en even later hoorde ik hem aardig dichtbij klepperen. Toch eens even kijken op het dak, want zo laag had ik ‘m nog niet over zien scheren. En warempel, daar stapte onze deftige gast op het platte stuk, poetste zijn veren eens op en keek parmantig om hem heen. Hoog en droog zal hij gedacht hebben.

Vriendlief appte dat hij in de middag de nieuwe boiler zou installeren en toen ik terug kwam van het fietstochtje was hij er even later al. De enorme doos met het nieuwe exemplaar stond al voor de deur. De oude boiler moest eerst leeg en daarna werd de nieuwe aangesloten. Morgen douchen met warm water. Heerlijk. Even gezellig bijpraten met hem. Hard aan het werk en bijna klaar met zijn grootste klus, geeft hem in ieder geval het vooruitzicht om iets kalmer aan te kunnen doen. Hij is officieel al met pensioen, maar helemaal niets om handen hebben is geen optie.

Lief is hier eigenlijk ook de hele dag aan het werk. Het land is onverzadigbaar en tovert overal weer nieuwe klussen te voorschijn. Zijn eigen wijze is belangrijk. De kalmte waarmee het werk gedaan wordt, de wijze raad van mijn vader ‘kalmte zal U redden’ indachtig, want hij schuifelt op een ‘Zen’-manier er doorheen. Alsof de natuur het voelt trekt dat steeds meer dieren aan. De fazanten en de egel, de slangen en hagedissen, de vogels van allerlei pluimage en zelfs nu de ooievaar.

Waar om ons heen iedere dag wel een bosmaaier of een zitmaaier, een grasmaaier of een zaagmachine ronkt, werkt Lief met snoeischaar, hark, hakbijl en zaag, verontschuldigt zich en belooft een hernieuwde opname in de natuur, spreekt het groen toe, en deelt liefde uit. Alles gedijt er wel bij zonder gecultiveerd en gemaakt aan te doen. De Hof is er voor iedereen.

Overpeinzingen

Er is nog hoop aan de horizon

In de vroege ochtend een koude douche. Helaas letterlijk. De boiler gaf geen krimp meer. Stekker eruit, stekker er weer in, maar nul komma nul leven achter het glaasje. Levenloos als een pier. Vriendlief geappt en wachten op antwoord. Het aloude poedelen niet verleerd, dus toch fris en fruitig, licht bibberend, aan het snelle ontbijt. Voor twaalven moesten we in de fietsenwinkel zijn, want anders was de lange middagpauze aangebroken.

Dat lukte gelukkig, al kwam de fietsenmaker uit het huis van zijn moeder gesneld, want hij bleek om half twaalf al gesloten te zijn. Voor de verkoop van een nieuwe fiets kwam hij graag weerom. Eigenlijk hadden we het besluit allang genomen dus was het een kwestie van formulieren regelen en met klinkende munt, nou ja, per kaart, de kwestie bezegelen. Garantie voor drie jaar. De witte tourfiets mocht met Lief mee. We hadden een binnendoor route uitgestippeld naar ons dorp. Ik reed naar huis, boog nog even af naar Becefa om Lief langs te zien komen, maar bedacht dat dat onzin was en reed door naar huis. Daar stonden Agaath en ik. Vaag wist ik nog dat de sleutel van het huis, die ik eigenlijk nooit hoef te gebruiken, aan mijn sleutelbos van Holland hing. Gelukkig had ik die in het voorvakje van de auto liggen.

Dochterlief belde toen ik op het terras zat te wachten en tijdens het gesprek kwam Lief al verzuchtend en monkelend thuis. Het was een barre tocht geweest en dat was fiets en zijn berijder aan te zien. Dwars door de modderpaden van het Hongaarse achterland. Glibberend en glijdend over velden en wegen, zo die er al waren. Help. Die mooie knispernieuwe fiets deed nu al niet meer onder voor een afgetrapte tweedehandse.

Natuurlijk viel het reuze mee achteraf, maar toch, bij de eerste aanblik was het even schrikken. De accu kregen we er met geen mogelijkheid uitgeschoven. Dat betekende terug naar de winkel en vragen wat de truc was, want we kwamen er niet uit. Het bleek dat je je met de duimen op de bagagedrager moest afzetten en tegelijk trekken, met spierkracht, want in het begin was alles nogal stroef. Oké. Logisch, want anders trek je ‘m omhoog. Mijn spierballen redden het nog niet, even aanscherpen dus, maar Lief trok de accu zonder moeite eruit.

Na het afkrabben herrees de fiets uit haar modderpak. Lief vroeg hoe ik haar wilde noemen. Truus, ter herinnering aan de oude Bayon en omdat ze net zo wit was. Vandaag regent het nog, maar morgen wordt het zonnig en droog. Dan kunnen we erop uit. Wel vooralsnog over de geasfalteerde paden om glibber en glij-partijen te mijden.

Er lag post in de kleine brievenbus, helemaal onderuit gezakt. Lief dacht reclame, maar ik herkende onmiddellijk de creatieve inslag van tante Pollewop. Zo heerlijk om post te ontvangen.

Na de maaltijd kwam vriendlief kijken naar de boiler. Open geschroefd en inderdaad, er zat geen piezeltje leven meer in. Vandaag gaat hij op pad voor een nieuwe.

Gisterenavond zagen we de film over Charles Aznavour, maar waar we in de wervelende wereld van de oude chansonnier wilden duiken, bleef het zweven aan het oppervlak, met hier en daar wat inkijkjes, maar we hadden niet het gevoel ook maar een klein beetje dichter bij het leven van Aznavour zelf te komen. De romantiek was een ballonnetje, zijn ambitie niet op volle sterkte uitvergroot, de belangrijke familie-en vriendenkring van de aimabele Armeniër te licht ingekleurd naar onze mening en de persoon van Aznavour zelf kwam ook niet helemaal uit de verf met Tahar Rahim. Misschien waren mijn verwachtingen te hoog gespannen, maar Lief had het op die manier ook ongeveer ervaren. Soms moet je de artiest laten in wat hij toont als een artiest en doet een biopic wellicht alleen maar afbreuk aan de beleving. Het is net als met lezen en de beelden die je er zelf bij oproept. Die zijn vaak zoveel kleurrijker en intenser dan een vertolking daarvan.

Het was al met al me het dagje wel. Truus is inmiddels weer afgebikt en staat te shinen. Er is nog hoop aan de horizon.

Overpeinzingen

Afwachten maar

Het gedicht ‘Meubelboulevard’ van Ingmar Heytze komt langs. Hij is het fineer en gelamineer zat en verlangt naar een echt stuk hout. Het wordt voorgedragen door Jos van Hest op Facebook op zijn pagina ‘Gedicht Met Stem’.

juffrouw vroeg ik heeft u nog een echt stuk
hout, uit een boom bedoel ik, een plank of zo,
iets dat niet is gelamineerd, iets dat ik kapot
kan krijgen, ik zie door spaanplaat
en fineer het bos niet meer

Hout was een van de belangrijke onderdelen van onze hoeken op school. Er was een timmerhoek op de gang, vanwege de decibellen, en mijn groep, kinderen van 4, 5, 6, konden er naar hartelust timmeren en schaven, klotteren en bouwen. De jongsten oefenden zich in het stapelen van planken en het inslaan van spijkers dat neerkwam op gewoon met de hamer op de plank en af en toe per ongeluk een spijker slaan. Al doende leert men. Instructies betrof vooral het heel houden van garnalenvingertjes en omstanders en hoe te slaan.

Tijdens het project ‘Mijn Lijf en ik’, lentekriebels avant la lettre voor vele jaren en nooit klachten, timmerden we een stamboom van puur hout. Het was er een om trots op te zijn. Schots, scheef en grillig zoals het een echte stamboom betaamt, want wanneer loopt het in een leven nou kaarsrecht. Daarin kwamen de getekende portretten van vaders, moeders, broers en zussen, opa’s en oma’s en eventuele betovergrootouders, net hoe het uitkwam. Het werd een kunstwerk an sich en kwam in een van de inhammetjes van de gemeenschapsruimte te hangen, zodat iedereen het tijdens de weeksluitingen kon bewonderen. En de kinderen waren inmiddels volleerde timmervrouwen-en-mannen. Zo werkt dat. Oefening baart kunst, dat blijkt wel weer.

Vandaag is het dan eindelijk zo ver. We gaan de kleine fietsenmaker in het dorp verrassen met de aankoop van de witte E-bike, mijn sleutel tot het achterland, tot het laag bij de grondse, tot de kleine schoonheden van het leven en de natuur, want in een auto stop je minder snel en mis je ten enenmale de details. Lief moet met deze eerste ervaring op een E-bike, wel ermee terugfietsen. Dus hou ik mijn hart een klein beetje vast. Niet te hard en uitkijken voor de veelvuldig voorkomende kuilen op de weg. Het zijn dan wel geen beren, maar je kan er goed door onderuit gaan. Hij wuift de bezwaren weg en stippelt een veilige route. Niet over de 6, de weg van Szigetvár naar Pécs, die dwars door ons dorp loopt, want dat betekent kamikaze voor brokkenpiloten. Hij fietst terug over de wijnberg en langs het meer. Daarna kunnen we samen de wijde omgeving gaan verkennen. Of zoals een lieve blogvriendin me schreef: ‘Liefde is samen fietsen. Ik kan er van mee spreken’. En zo is het. Beweging te over, veel om te delen, ontoegankelijke plekken voor de auto ineens wel ontdekken, iets waar we immens veel zin in hebben.

Ziezo inmiddels is de Wielewaal ook gearriveerd en gisteren meenden we ook de specht te horen. Die kunnen nog wel bij het lijstje van al die verschillende vogelsoorten die we hier dagelijks horen. Een klaproos heeft zich met al haar knoppen boven de hibiscus uit verheven en nu lijkt het net of er een klaproos aan de struik groeit. De eerste korenbloem liet zich ook zien. Vandaag schijnt de zon weer na heel veel regen van gisteren, dus barst het straks los aan kleur.

De bijtjes zoemen eindelijk rond hun korf, van dochterlief en Co gekregen. Ze zijn van Nepalees vilt en hangen schattig aan een tak van hier. Dank lieverdjes voor dit leuke presentje. De week was geweldig en we teren er nog steeds op.

Vandaag gaan de pausen in conclaaf en na gisteren de film te hebben gezien, hopen we van harte dat het wat soepeler mag verlopen. Afwachten maar.

Overpeinzingen

Dat vraagt om jouw lijnenspel

‘Welke baan zou je voor een dag willen hebben’, vraagt WordPress vandaag. Gisteren kwam ik iets tegen waarvan ik dacht: ‘Als ik vrijwilligerswerk zou kunnen doen in de maanden dat ik in Nederland ben, dan zou dat het worden’. Het zit er niet in, vrees ik, omdat de continuiteit ontbreekt. Het zou immers maar om een paar maanden gaan en aangezien het een baan is met en voor kinderen uit bijvoorbeeld een asielzoekerscentrum, vluchtelingetjes, die een houvast verdienen in de onrustige periode waarin ze verkeren, zal het niet gaan. Maar tjonge, wat een prachtige mogelijkheid is het. Het gaat namelijk om ‘tekenen met kinderen. Gisteren kreeg ik op LinkedIn een uitnodiging om lid te worden van de Stichting: ‘Tekenen voor kinderen’.

Dit las ik: In Nederland wonen veel kinderen in asielzoekerscentra wachtend op de uitkomst van hun asielprocedure. Deze periode kan stressvol en onzeker zijn voor hen. Om deze kinderen een positieve en creatieve uitlaatklep te bieden, organiseert stichting Tekenen voor Kinderen tijdens de TIME4YOU bijeenkomsten van Vluchtelingenwerk Nederland een aantal tekenworkshops/Het doel van deze lessen is niet alleen om de kinderen artistieke vaardigheden bij te brengen, maar vooral om hen een moment van vreugde en ontspanning te geven. Door te tekenen kunnen de kinderen hun emoties uiten en even ontsnappen aan de dagelijkse realiteit van hun leven in een AZC.

Het is in feite wat ik mijn hele werkzame leven op school gedaan heb. Het is me op het lijf geschreven. In feite doe ik met mijn tekendagboeken niet anders dan reflecteren op alles wat er gebeurd is. Van jongs af aan heb ik tekenen als troostend en helend ervaren. Het geeft letterlijk handen en voeten aan je gedachten, het maakt ze tastbaar en beter te doorgronden. Bij elke hobbel die genomen moest worden in de groep liet ik kinderen hun belevenissen tekenen. Daar kwamen ook de emoties bij. Woede, angst of verdriet, maar ook vreugde.

Kindertekeningen en schilderwerken hebben me altijd geholpen inzicht te verkrijgen in het kind zelf. In het jongetje dat prachtige schilderijen maakte en die hij telkens weer aan het eind helemaal zwart overschilderde, bijvoorbeeld. Aan de hand van de tekening gingen we in gesprek. Dat wilde in het begin niet lukken, maar langzamerhand kwam stukje bij beetje het hele verhaal en liet hij delen van zijn schilderwerk steeds meer onbedekt tot het op het laatst niet meer nodig was. En neem bijvoorbeeld de kinderen die de schietpartij in de straat van dichtbij hadden meegemaakt en er pas over konden vertellen aan de hand van hun tekeningen en daarna in de kringgesprekken over doodgaan en wat dat met je doet.

Toen ik op de opleiding voor kleuterleidsters zat, de oude KLOS, maakte ik al een werkstuk over tekenen. En de lieve teken-non die we hadden, had al meer dan eens opgemerkt dat er een andere ik achter mijn vrolijke façade verscholen zat. Via mijn creatieve uitbarstingen had ze haarfijn de vinger kunnen leggen op een van mijn strubbelingen. Dat is wat tekenen vermag.

Kinderen tekenen altijd vanuit hun gevoel, als ze nog niet behept zijn met het oordeel van buitenaf. ‘Hoe het hoort’. Pak een vel, pak stiften en ga je gang. Zet een muziekje op en kom los van alles, voel je vrij. Er is geen goed, er is geen fout, er is alleen maar jij, en dat mooie vel, dat vraagt om jouw lijnenspel.

Overpeinzingen

Een goed gevoel liegt niet

Dodenherdenking was goed voor een paar indringende vragen bij de kleinkinderen, die samen met hun ouders daar naar keken. Zo fluisterde tante Pollewop tijdens de twee minuten stilte: ‘Mag je wel ademen’. En kwam de kleine Spring-in-het-veld met de opmerking: ‘Maar ik ken helemaal niemand van de oorlog’. Mijn dochterlief vertelde dat dat niet uitmaakte en dat je ook aan je eigen dode mensen mocht denken, waarop hij antwoordde: Ik denk wel aan opa André en Jezus, want die zijn allebei overleden. Tante Pollewop vond op haar beurt Overleven en Overleden erg ingewikkeld en vroeg haar moeder:’Bij welke ben je nou dood’.

Mooie kinderlogica en ook is daarbij goed te zien hoe abstract sommige begrippen blijven, ook al leg je ze goed uit. Dat is met regelmaat bij veel meer opmerkingen en gesprekken zo. Het brengt me altijd weer terug bij ‘De Potjes met grote Oren’, waar mijn tantes het op verjaardagen over hadden. Hoe goed ik ook keek, ik zag ze niet. Vaak spreken we in raadselen voor een kind, zeker met dit soort begrippen.

We hebben gisteren zonder de tv stil gestaan, zoals we iedere dag stilstaan bij die onnoemelijke aantallen onschuldige slachtoffers, die er over de hele wereld vallen per dag. De machteloosheid die ons overvalt en waarmee we niet goed uit de voeten kunnen. Het schuurt en het wringt en er is niets wat ons het tij kan doen laten keren. Kinderen van het Flower-power-tijdperk, kinderen van de PSP. Groot gebracht in een wereld waar gelijkheid voor iedereen begon te gelden en waarin alles mogelijk was. Waar zijn we die intense verbondenheid kwijt geraakt.

Hanneke Groenteman zei het gisteren zo mooi. Ik ben niet uit op vergelding, maar ik zou wel willen weten, waarom men besluit een volk uit te moorden. Waarom? Toen en nu. De twee minuten stilte benamen me de adem, omdat je weet, dat het een farce is om te roepen dat het nooit meer mag gebeuren, terwijl we het op rasse schreden terug zagen keren in Bosnië en nu in Soedan en Gaza. Ze lappen het aan hun gulzige en haatdragende laarzen.

Ondertussen fladderen hier de koningspages rond, komen de op springen staande klaprozen een voor een uit, valt er nog een anemoontje te ontdekken en fluiten de talrijke vogels hun verschillende hoogste lied van pais en vree. Hier wel in die groene Hof.

De fietsenmaker had de fiets klaar, maar we hadden hem niet meer zo goed bekeken en ik dacht dat het eigenlijk een blauwe was, maar hij bleek groen te zijn. De fietsenmaker zei dat ie door een vrouw gebracht was en dat gaf nog meer verwarring. Maar uiteindelijk vielen de puzzelstukjes in elkaar bij het zien van de fiets toen ie vrij stond. Wat was het een rustige en lieve man, in dat piepkleine fietsenwinkeltje, dat nauwelijks ruimte had om de nieuwe en de herstelde fietsen te bergen. Er stonden een paar E-bikes en ons oog viel op een mooie witte, een sterke tour-en-stadsfiets met losse accu, goed voor zestig á zeventig kilometer. We gaan haar morgen halen. Een mooie lage instap en zeven versnellingen met drie jaar garantie. Juist bij dat kleine dorpswinkeltje en niet in zo’n grote fietsenketen. Juist bij die man, die ons in zijn beste Engels breedlachend wegwijs maakte. Bij terugkomst keek ik wat de nieuwe binnenband en het monteren gekost had. Zegge en schrijve zes euro. Een goed gevoel liegt niet.

Overpeinzingen

Waar we zo gul uit mochten putten

Soms kan je hoofd zo vol met indrukken zitten dat het moeilijk schiften wordt om voorrang te verlenen bij het schrijven. Gedachten buitelen over elkaar. Het staartje van de film ‘Into the Wild’, waarin zich een schrijnend drama voltrekt, verweeft zich met het bezinnende interview van Hanneke Groenteman en de kleinkunstenaar en zanger Boudewijn de Groot en zijn dochter. Daardoorheen vlecht zich het grote interview met Hanneke zelf en een groep mensen met autisme in ‘Een Buitengewoon Gesprek’, dat vriendinlief gisterenavond als kijktip gaf. Indringend en werkelijk meer dan boeiend en ontroerend.

Het roept vragen op over de manier waarop mensen zich manifesteren op een manier waarin het verleden, al dan niet weggestopt, zo’n stempel drukken kan. Hoe ga je met die eerder opgedane ervaringen om, hoe kan je bepaalde verworven gedachten ombuigen tot een positieve voortgang in je eigen bestaan.

Mijn jeugd kenmerkte zich door het feit dat ik de stevigste was in het rijtje van elf. Daar werden ook dolletjes om gemaakt, die ik als niet helemaal grappig heb ervaren. De enige kras op mijn ziel die ik daaraan over hield, was het feit, dat ik het eigen lichaam altijd een soort vadsigheid heb toegekend die, als ik de foto’s van vroeger bekijk, eigenlijk reuze meeviel. Maar in mijn hoofd bliezen en blazen mijn bubbelbenen zich nog altijd op tot maatje onmogelijk. Wat doen die malle hersencellen met mijn, zo op het oog, onschuldige trauma’s. Het enige wat ik wil benadrukken is dat het geen aanstellerij was. Het beeld was daadwerkelijk zo. Ik kon het er niet los van zien. ‘De schaamte voorbij’ om met Anja Meulenbelt te spreken, is mij nooit gelukt.

Uit zowel Hannekes verhaal van ondergedoken zitten in de oorlog bij een lieve familie, tante en oom genaamd en de tante waar Boudewijn bij was gestationeerd, nadat zijn moeder in een Jappenkamp was overleden en zijn vader met de kinderen naar Nederland kwam, laten vooral zien hoe belangrijk die vorming in die prille jaren is en hoe moeizaam het blijkt te zijn om dan aan een nieuwe situatie te wennen. Hanneke bij haar ouders en Boudewijn bij zijn stille vader en zijn nieuwe vrouw.

De mensen uit de groep vragen Hanneke het hemd van het lijf en de antwoorden zijn even oprecht en helder. Soms heeft iemand een ontroerend verdriet meegemaakt en deelt dat compleet met de bijbehorende emoties, maar er zijn ook vragen over al die kwesties waar je niet zo makkelijk met anderen over praat. Ze golven moeiteloos boven water en leveren met regelmaat bevrijdende lachsalvo’s op. Bij alles blijft Hanneke de arm om je heen, begripvol, inlevend. Liefdevol en met humor onderkent ze de twijfels, de gevoelens, de beren op de weg en geeft lucht aan die van haar zelf. Mooi om mee te maken. Zo kan het ook. Ze schroomt niet om haar beleving van de tweede wereldoorlog in het teken te zetten van de allesomvattende vraag;’Waarom’. Hoe kom je als mens er toe dat te willen, zo’n heel volk uitroeien. Toen en nu. Wat beweegt iemand daartoe.

Boudewijn ligt, door de aanwezigheid van zijn dochter, als vader ook onder ‘vuur’. Hij was de grote afwezige, die in zijn prachtige liedjes eigenlijk precies zijn gevoelens weergeeft, balsem voor de ziel voor de luisteraar. Alles wat hij niet zeggen kan, zingt hij, naar mijn mening. De betrokken vader komt pas later naar boven en die vader weet dochter na therapie weer ten volle te omarmen. Drie mooie inspiratiebronnen zomaar op een zondagmorgen. En voor straks mee afleveringen. Ze staan op het lijstje.

Dochterlief en consorten zijn gisterenavond om half twaalf thuis aangekomen en rusten nu uit van een twee dagen wervelende reis. Volgende week beginnen de scholen weer. Nog even genieten van de vrijheid van de afgelopen week, waar we zo gul uit mochten putten.

Overpeinzingen

Vanavond verder

Het huis valt stil, voetstappen op de granieten vloeren verstommen, stemmetjes klateren niet meer tegen de muren, het bassen van de oudste is verstomd. We hebben ze samen uitgezwaaid. Aandoenlijk was het moment dat onze Spring-in-het-veld nog een keer door het huis wilde wandelen, om alles goed in zich op te kunnen nemen, en de dikke knuffels en bevestigingen dat het zo’n heerlijke week was geweest. Dat vonden wij nou ook.

Schoonzoon had in alle vroegte al een rondje bakker en fietsenmaker gemaakt. Bij de eerste het heerlijke verse brood en de twee cakejes opgedaan en bij de tweede nul op rekest gehaald, want de fietsenmaker had een heel weekend aan zijn vrije 1-mei-dag geplakt. Het maakt niets uit, maandag komt er weer een dag. De handdoeken draaien al in de wasmachine, de bedden zijn afgehaald, de matrassen weer naar boven gebracht. Alleen de uitgeklapte bedbank in de bibliotheek verraadt een week familievreugde.

Na de brunch werden de koffers en tassen ingepakt en maakte dochterlief brood klaar voor onderweg. Om één uur begon het al te kriebelen en na alles goed nagelopen te hebben kon het stel op pad. Pa had in Zagreb een hotel geboekt met, als verrassing voor de jongens, een zwembad. Dat was bij deze 28 graden geen overbodige luxe. Ze moesten om half vijf in de vroege ochtend al op het vliegveld staan. Het hotel lag op een steenworp afstand en nu had schoonzoon nog volop tijd om de auto gewassen in te leveren. Dat moest kennelijk.

Vanmorgen was er een appje om half zes, dat ze ingecheckt hadden en in het vliegtuig zaten en om haf negen waren ze onderweg naar de Franse oma en opa. Vanavond rijdt schoonzoon het stel weer naar huis. De scholen beginnen pas dinsdag, dus nog een dag respijt om bij te komen en de was te doen.

We trekken de plannen voor de rest van de dag. Wat wassen draaien is ingecalculeerd, boodschappen nog niet nodig, we lummelen wat tussendoor en besluiten pas de volgende dag boodschappen te doen. Dat zou vandaag in alle vroegte gebeuren, maar omdat het behoorlijk warm zou worden is het tropenrooster aangepast en heeft Lief vanmorgen al heel veel gedaan. De supermarkt is goed voor de middag.

Gisterenavond zaten we eerst een tijdje op het terras, waar weer veel vogelenzang te beluisteren viel. Het is een presentabel lijstje al met al. Groenling, nachtegaal, zanglijster, glanskop, zwartkop, putter, spreeuw, huismus, huiszwaluw, merel, houtduif, Turkse tortel, boerenzwaluw en vlak boven ons scheren bij tijd en wijle de ooievaars, die hun nest hebben in de straat aan de overkant en die lustig hun verhalen de wijk in klepperen.

Daarna besloten we toch alvast een deel van ‘Into the Wild’ te zien, naar een boek van John Krakauer, de journalist en bergbeklimmer. Lief had de film nog niet gezien. Met alle afscheid en bijbehorende emoties was inderdaad na een uur de koek wel op met aandachtig kijken. Een groot filmdoek maakt dit tot een wonder van een beleving door de prachtige natuurbeelden, maar dat valt weg op tv. Toen we het beeld stop zetten, was het oordeel van Lief: ‘Alles een tikkeltje overtrokken. Al die verschillende kleedpartijen van de hoofdpersoon, de toevallige ontmoetingen en daarbij ook weer de afwijzing, de wijze raad die de jonge hoofdpersoon het hippie-echtpaar wist te geven.’ Grappig. Ik was bij het zien van de film in de bioscoop totaal overweldigd en had op al die dingen niet gelet. Het is boeiend om met elkaar te kijken hoe zo’n beeld op je netvlies wel eens totaal kan verschillen met die van de ander. Dat is het leuke van samen films kijken. Vanavond verder.

Overpeinzingen

Als roosjes naar bed

Abaliget en de grotten en het vleermuizenmuseum stonden op de planning. Daar waren Lief en ik al eens eerder geweest met het vorige bezoek. De grotten wilde ik niet meer in, omdat de zware zwavellucht en het gebukt naar binnen lopen niet bevorderlijk waren geweest voor het lucht happen. Wij kuierden maar een rondje om het meer. Zoonlief belde en de kleine Njong vertelde in een opperbest humeur over zwemmen en autootjes, altijd goed natuurlijk. Het weer werkte op alle fronten mee en ik liet zoonlief het meertje met de reuze vissen, karpers en donkere exemplaren met het model snoek, zien. ‘Helemaal niet Hongaars,’ vond hij.

Het mooie van dit recreatiegebied, compleet met camping, is dat het zo helemaal niets vermoedend achter het dorp verrijst. Een klein weggetje inslaan en dan: ‘Tadaaaam.’ Iedereen valt van zijn sokken. De jongens vonden de grotten geweldig en omdat ze bijna de allerlaatste van de groep waren, hebben ze ook als enige een rondfladderende vleermuis gespot.

Het plezier in het vleermuizenmuseum werd aardig vergald door een mevrouw, die klaarblijkelijk met de bokkenpruik was opgestaan. Ze vond de kinderen maar niets en keek ze zo ongeveer de tent uit. Heel onaardig en boos sprak ze ze toe. ‘Door een vleermuis gebeten’, dachten wij. Hoe kan je anders in een museum voor kinderen zo kindonvriendelijk zijn. Het was de enige wanklank in deze hele week.

Thuis hadden we al gekeken naar een restaurant waar rustieke Hongaarse maaltijden op het menu stonden. Het was in de heuvels niet ver van het dorp af. Er was nog een manege bij en een hotel. Nationale gerechten als pörkölt en lecsó stonden erbij en natuurlijk heel veel vlees, waaronder de Hongaarse bloedworst, Magyar Bolt Haga, een thuisgerookte pittige worst. De jongens kregen een enorme grillschotel voor hun neus, waarvan het bord in de vorm van het paard was. Zij tweeën en onze Franse schoonzoon smulden met een brede glimlach deze huisvlijt naar binnen. Voor ons, zeer matige vleeseters, was het even slikken. Maar echt vegetarisch was er in dit restaurant niet te vinden. Lief en ik namen een gevuld kippenborstje in de wetenschap dat ze het vlees van hun eigen dieren gebruikten voor de maaltijden. Oprechter bio was niet mogelijk. Ze hadden het er goed gehad. Een doekje voor het bloeden.

De baas kwam met zijn Hongaarse gasten een uitgebreid praatje maken. Ik had de indruk dat zij een kamer hadden in het hotel. Het uitzicht was lieflijk. Glooiende heuvels en dalen met lieflijke sappige boterbloemen-weitjes. Schoonzoonlief is een meester in het verbinden. Binnen no time had hij met zijn telefoontje een volzin Hongaars te berde gebracht voor de oude gerant om hem te laten weten hoeveel we genoten hadden van zijn authentieke producten. Het leverde hem een glimlach van oor tot oor op.

Daarna reden we nog even door naar het meer van Orfü, dat op een steenworp afstand lag van het dorp. Het is er altijd druk in de omliggende restaurants, maar ik wist een plek waar we met wat foto’s de pracht en de kracht van het enorme meer konden vastleggen. Het was te laat om nog ergens te gaan zitten. Bovendien waren we al met al zo’n beetje aan het eind van ons Latijn en zeker onze spring-in-het-veld.

Nog even wat haarspeldbochten en een ondergaande zon, de kleine onder de douche, de jongens een spelletje kaart en daarna als roosjes naar bed.