Overpeinzingen

De zon heeft er maling aan

Het is gelukt. Vanmorgen dacht ik nog ‘Het neemt alleen maar toe’, na veel gesnotter en slapen, zoonlief die de thee en de cracker kwam brengen en opnieuw snotteren en slapen wist ik dat dit niet mijn manier is van ziek blijven. Ik ben voorzichtig. Ik weet wat het voor impact kan hebben, maar na een douche en in de kleren dacht ik ‘Zo gaat het goed’, extra pufje om te ondersteunen, de medicijnen van die dag en kalmpjes de werkzaamheden uitbreiden. De planten moesten water, het vaatje gewassen, een doekje over het fornuis.

Geen ernstig gehijg erna. Vooruit, nog maar een stapje bravoure verder. Een boodschapje in een kalm tempo. Daar had ik zo zin in, even wat anders dan bed of bank. Drie dagen al nauwelijks gegeten, dan heb je zo’n trek in iets lekkers. Al die vreemde dingen die lekker zijn voor mij, vanwege beperkte smaak en reuk. Hoera, bij deze super lag een zeewiersalade, het werd vers klaargemaakt in de winkel. Die ging alvast in het karretje. Een salade met appel en komkommer, zoute popcorn, goulashsoep, van die dingen.

Het wandelen, kalm aan dan breekt het lijntje niet, ging goed en zelfs de vier trappen naar boven, tree voor tree, stap voor stap en uitpuffen, eveneens. Op de bank en een programma op televisie geeft zicht op jonge kinderen die al vroeg heel ziek zijn. Dat relativeert onmiddellijk. Het is precies wat ik even nodig heb.Nu gaan we weer vooruit en ja, ik hou het lieve lijf goed in de gaten. Ik ken het per slot van rekening als geen ander.

Ik denk terug aan de keren dat mijn moeder ziek was, iets wat bij hoge uitzondering voorkwam, want ja, die zachte heelmeesters hè. Ondanks de drang tot het zorgen, kroop ze dan echt in bed, natte zakdoeken, rode neus, tranende ogen en volledige misere. Zorgde mijn vader dan extra voor haar. Dat weet ik niet, omdat het zo zelden was. Wij niet, of misschien de oudere broers wel. Zoals mijn kinderen zouden doen. Kopje thee, beschuitje, troostende woorden. Als moeder kon je eigenlijk gewoon niet ziek zijn. Een keer was het te erg en zou het langer duren. Toen kwam haar moeder, oma, om het huishouden te doen. Dat gaf een hoop gekrakeel want oma had zo’n beetje haar eigen opvattingen en voerde die ook eigenzinnig in. Dat was wennen, vooral voor de broertjes die op zoek moesten naar alles, voetbalkleren, sokken. Die lagen dan onder de matras, want rommel ruimde ze op die manier op, dan moesten ze het zelf maar gelijk op de goede plek leggen.

In het besef dat ik gezegend ben om ziek te kunnen zijn in mijn eigen tijd en daardoor alleen wat fijne dingen te missen, mijmer ik nog wat, over die grieperige moeder die wel om acht uur snotterend op was om iedereen naar school te dirigeren. Wat een zegen zal het zijn geweest als het huis weer stilte ademde. Gauw onder de dekens, voordat het te laat is en iemand toch nog roet in het eten gooit. De avondlucht is mijn deken. Ik vind die lichte wel aangenaam, die donkere laat ik voor wat het is. Ze oogt als een grote grijze berg. De zon heeft er maling aan.

Overpeinzingen

Wie weet, klaart het op daarboven

Al drie dagen in de lappenmand. Daardoor miste ik helaas pindakaas een etentje met de Boekenbabbel en een daarop aansluitende avond met stand-up comedians. Ik had ze al zo lang niet gezien. Een extra wrang schilletje om mijn al in het water gevallen dagbesteding. Ik lag op bed en dat is echt uitzonderlijk. Doorgaans zit ik op de bank, laat de tijd wat verpozen met televisie of radio, een boek of een podcast maar het hoofd zat zo vol met zompig zaagsel, dat ik bedacht dat het beter was om ermee onder de dekens te kruipen, moe tot in al mijn vezels. Goed het zal ook wel weer overgaan, maar voor het schrijven, leende ik gisteren een van mijn schrijfingangen (al geschreven en wel). Vandaag een kort verslagje van mijn wezenlijke wel en wee.

Als ik ziek ben, dan mis ik op de een of andere manier, nu Lief niet hier is, mijn moeder opeens meer. Niet dat ze er veel aandacht aan besteedde, want zachte heelmeesters maken stinkende wonden, maar er was altijd wel een kopje thee of een mandarijntje en een ‘Hoe is het nu met je?’ Gisteren maakte zoonlief weliswaar rond een uur of vijf een crackertje met kaas en een glas thee voor me, maar daar was een vraag aan vooraf gegaan. Dan gebeurt het ook stante pede, dat dan weer wel.

Zuslief waarschuwde heel lief om het in de gaten te houden en bijtijds naar de huisarts te gaan met die kwetsbare luchtwegen. Dat wel natuurlijk al zie ik dan op voorhand de prednison al opdoemen. Zolang dat te vermijden is…NU maar even de afleiding.

Tussen de bedrijven door, in een meer heldere bui, lees ik toch door in Eise Eisinga. Wat een bijzonder mens. Ik had wat moeite om in het verhaal te komen, maar ben nu wel volledig gegrepen door deze geschiedenis. Die man was een genie. Zijn planetarium in Franeker is te bezoeken en als ik de foto’s in het boek zie met het erbij behorende verhaal, dan is het meer dan de moeite waard. Net als de slingerklok van Huygens zijn het belangrijke ontwikkelingen in het doorvorsen van tijd en ruimte. Wat hij aan kennis op heeft gedaan, proefondervindelijk, iedere vroege ochtend en avond de maan observeren en het sterrenstelsel en daarvan de veranderingen te noteren en dat voor zichzelf te verbinden aan een machine van hout, is een ongelooflijk staaltje van volhardendheid. In die zin geloof ik dat onze digitale ontwikkelingen heel veel empirische kennis hebben weggevaagd. Wat die man met zijn hoofd, hart en handen kon is bewonderenswaardig. Zijn vrouw Pietje moest er wel zeven jaren haar slaapkamer en woonkamer voor opofferen. Alles voor de wetenschap.

De schrijfingang van deze ochtend was waterbed. Ik ken slechts een vriendin die ooit zo’n bed had. Er loopt momenteel genoeg water uit mijn ogen en mijn neus. Buiten huilen de wolken mee. Ik duik eerst maar weer een tijdje onder. Wie weet, klaart het op daarboven.

Overpeinzingen

Verandering van spijs doet eten

Mijn haar aan de praat: Ooit werd ik (jouw haar dus) toegetakeld door de kapper van je broertjes, maar dat is al zo lang geleden, dat het me niet meer echt helder voor de geest staat, wel dat we er met een bloempotkapsel vandaan kwamen. Of hij daarvoor werkelijk een bloempot heeft gebruikt, waag ik te betwijfelen. Het was in ieder geval ‘lekker kort’ wat in die luizen-en netenjaren een dankbare lengte was, omdat mijn moeder dan niet avonden lang die langere haren had uit te kammen. 

Ook was er nog een keer de misser van de permanent op 11-jarige leeftijd voor de heilige communie. Sorry. Ik bezorgde je de aanblik van een dameshoofd op leeftijd, door zo kort en ingekruld nogal stijf je gezicht te omlijsten. Van mijn kant uit was ik er al niet blij mee. Om zo ingerold onder die hete kap te moeten zitten is mijl op zeven en zeker geen pretje. Toen je daarna op schoolreisje ging en je het onzalige idee kreeg om een duik te nemen in het IJsselmeer, was het feit beslecht. Een grote kroezige kop was het resultaat, geen normaal krulletje meer te zien. Daar ben je mee naar op vakantie naar Ahrbruck geweest, want je stond heftig kroezend op een berg op de foto. Ach, het leed is altijd zo geleden. We groeien er weer uit. Handig toch. 

Toen je zelf mocht beslissen, besloot je het lang te laten, maar ook om die ellendige puisten op je voorhoofd te bedekken, die in grote getale uit het niemandsland der puberteit verschenen waren en waarvoor je je diep schaamde. Dus werd er een lange lok opzij boven je ogen langs gedrapeerd. Tikkeltje onnatuurlijk en ook niet erg frivool. Nog later begon je je haar in een scheiding middenvoor te dragen en zo sudderde het jaren door. Tot je iemand leerde kennen die prachtig lang haar had en het met henna verfde, waardoor de kwaliteit met sprongen vooruit ging. Ook eens proberen en ja, het was waar. Een mooie rode bos gezond glanzend haar was het resultaat, al bleven we altijd wel een tikkeltje weerbarstig en pluizig. Conform jouw karakter, zou ik durven beweren. 

Weer gingen er jaren voorbij en in de loop der tijd werden we wat doffer, minder mooi donkerrood maar vaalrood boven op. Het was altijd weer een dingetje om ons op kleur te krijgen. Doorgaans zat de henna overal als je ons weer schoon spoelde en het intrekken in een plastic zak met een handdoek vergde behoorlijk wat tijd, zeker twee lange koude uren. Het uitspoelen was de glorie, even als het moment erna. Pas gekleurd zag het er super uit, vond jij. 

Toen je oud genoeg was geworden, zeg 72, was je het eigenhandig kleuren zat en ging je naar de plantaardige kapper voor een verfbeurt. Daar kreeg je te horen dat henna nu niet meer goed zou uitpakken voor ons. Er werd een kruidenpapje gefabriekt met een aantal tinten door elkaar heen, zodat het niet op zou vallen als daar enkele haren donkergrijs zouden worden. De keer daarop besloot je het in lagen te laten knippen en zie daar. Er kwamen krullen te voorschijn. Niet zolang het duurde, maar voor eeuwig. 

0, Jij had krullend haar en ik liet het vol trots zien. Je hoefde ons ook nog maar een keer per week te wassen, wat meer dan geweldig was. Nu zijn we tevreden, zelfs als het niet gelijk gekleurd kan worden. Het maakt niet meer uit. Donkergrijs is ook grappig. Volgende maand ga je weer. We zijn trots op jou en je experimenteerneigingen. We blijven er gezond bij en verandering van spijs doet eten.

_______________________

Overpeinzingen

Wie dan leeft, wie dan zorgt

Lief is bezig met het scheppen van ruimte in de keuken, zodat vriendlief er aan de slag kan om een nieuwe keuken in te bouwen. Hij heeft er enorm veel plezier in om die verandering te bewerkstelligen. De oude keuken kent een hoop obstakels, maar met name het werkblad is te laag. Nichtlief wees ons wel op de authenticiteit van de keuken zelf en die proberen we ook, al puzzelend te behouden, zoals de stenen muurtjes, waar nu de oude spoelbak in rust. Om dat te bereiken moest de oude bruine kast de keuken uit. We wilden dit antieke maar door de tand des tijds wat aangevreten exemplaar niet weg doen, dus verzon Lief een plan om hem bruikbaar te maken op het terras, onder andere als een soort buitenkeuken. Daarvoor moest wel het bovengedeelte eraf, die staat nu op het muurtje naast de houtstapel. Het oogt gezellig en als een verlengstuk van de keuken. Zomers eten we daar altijd. Via het videobellen kreeg ik een rondleiding en was heel blij met wat ik zag.

Tijd om me te haasten, want bij dochterlief liggen de accu’s voor de maaimachine en ze moest om kwart voor twee bij school zijn om tante Pollewop te halen. Het verkeer zat mee. Kopje thee en bijkletsen en dan allebei in de benen. Er stond een flink windje, maar het was zonnig en aangenaam. De tocht er naar toe is zwaar, vanaf de auto altijd nog een kilometer lopen, in dit geval dwars door het weiland omdat het hoofdpad is verhard en ingezaaid.

De vorige maaibeurt had zaterdag al plaats gevonden. Het door bouw en schouw niet goed gevonden pad achter het atelier was aan de beurt. Ze vonden het rommel, maar dat was het niet. Het was de Hop van de buuf en de klimop van de Oude die mijn houten ril deels omver had getrokken. Verstand op nul en aan de slag. Eerst een weg banen met de maaier, dan gaan trekken en stapeltjes maken, krukje erbij, dat kon allemaal in een vuilniszak.

Onder het zwoegen door zag ik vanuit mijn ooghoeken steeds iets verdwijnen en ineens zat ze me stilletje op te nemen op ooghoogte bij de buren. Het was de kleine roodborst, mijn beste vriendje en altijd in de buurt. Toen deze klus geklaard was, niets is zo heerlijk als het resultaat zo duidelijk is, kon ik me storten op een restje tuin maaien en bij dochterlief tussen de kruidenbedden in. Steeds een stoel of krukje in de buurt om uit te hijgen, want met nat gras was het derhalve een zwaar werkje. Het lukte wonderwel en de lucht besloot te belonen met heerlijke schapenwolken en een mooie lichtval op het omringende groen.

In het atelier stond en lag alles nog precies zo als ik het een paar maanden geleden had achtergelaten. Daar zitten is steevast een beetje zen. Ik zal weer verf halen, want het is er goed toeven om te schilderen. Rond vijf uur trok het wat kouder op en nam ik afscheid. Onderweg realiseerde ik me dat de snoeischaar nog aan het krukje hing en ik de vuilniszak niet dichtgeknoopt had, maar op de grens van de tuin van de buren had laten staan. Sufkipje. Van de week komt vast nog een nieuwe dag. Wie dan leeft, wie dan zorgt

Overpeinzingen

Het leukste om te doen

Als schrijver zou je met liefde in een hoekje van de kapperszaak willen zitten en je oren goed te luister leggen. Wat daar allemaal niet langs komt. Gisteren mocht ik er weer twee uur vertoeven. Heerlijk. De auto in de parkeergarage, wat 20 euro scheelt in de Utrechtse binnenstad, wandelen door het Griftpark naar de kapperszaak en daar in een stoel voor het raam aan de achterkant uitrusten en verwend worden. Eerst natuurlijk een stoelmassage terwijl het haar gewassen en voorgekleurd werd. Daarna vakkundig kleur opgebracht en warm gehouden, geen kap meer, maar onder ingenieuze warmtebronnen op een standaard.

Kopje chai en een brownie voor de innerlijke verzorging en een heerlijke babbel voor de gezelligheid. Alles komt langs. Het leukst is het moment waarop je stilletjes in je eigen wereld onder de kap zit en al die verhalen met andere bezoekers aanhoort. Over Duo Lingo bijvoorbeeld met de Japanse Stagiair die Nederlands aan het leren is en mijn kapster, die haar uitleg gaf over het gebrek aan grammatica in die methode, waardoor het gissen en raden wordt. Ze heeft een punt. Wonderlijk genoeg was ik op dat moment bezig met de dagelijkse Hongaarse lessen op mijn telefoon. Normaal doe ik die op de Ipad en ik merkte dat ik nu veel minder hoefde op te zoeken en toch al veel beheerste. Voor woordjes leren is het oké.

Er kwam een mevrouw binnen voor een knipbeurt die vond dat haar kapsel door een andere kapper verknipt was, of er iets aan gedaan kon worden. Dat gingen ze proberen. Wel en wee wordt verteld en ook de kapsters zelf zijn open en hartelijk in hun verhalen. Het is een eigenzinnige kapperszaak, die experimenteert met natuurlijke kruiden en geen chemische middelen gebruikt. Ik liet me bijpraten over het gebruik van de gel om de krullen te ondersteunen, leerde alles over blenden, föhnen met de diffuser, natuurlijke shampoo’s en de juiste borstels.

We hadden het over het overschot aan kerstspullen en de groots opgezette kerstmarkt in Utrecht waar allemaal tweedehands kerstspul te koop is en waarvan de opbrengst naar het goede doel gaat, en daarbij met alle kringlopen is een gang naar het tuincentrum niet meer nodig, alles is daar te koop.

Ik mijmer daar nog even over door. Hoe ouder ik word, hoe minder ik zin heb om die dagen uitbundig te vieren. We waren altijd al wat bescheiden met de kerstbrunch, maar zelfs de hang naar een kerstboom of kerstversiering wordt minder. Al een paar jaar huur ik een boom, maar of dat duurzaam genoeg is, is maar de vraag. Ze horen eigenlijk met hun wortels in het bos. Misschien is dit jaar een ornament met wat lichtjes in een glazen vaas genoeg. In ieder geval vieren we kerst weer een week eerder met het gezin.

Enfin, terug naar de kapper. Met een korter kapsel, haar in de krul en de beurs wat dunner stapte ik tevreden naar buiten. Er kwam een jongen langs die me aansprak en vroeg of ik nog wat geld voor hem had. Er zat een euro voor het karretje in mijn jaszak, de portemonnee had ik niet bij me. ‘Precies genoeg’, mompelde hij en vervolgde zijn weg. Er stond een wat gure wind terwijl ik terugliep door de herfstige laan. Een tapijt van prachtig bruin en geel. Lekker schoppen met je schoenen door de bladeren. Het leukste om te doen.

Overpeinzingen

Zo’n dag van klein maar fijn

Belletje: ‘Ha mams, hoe gaat het. Wat ga je doen vandaag’. Er bestonden vage plannen voor de tuin, dus vertelde ik zoonlief het nog niet te weten. Hij wilde naar Amelisweerd, had ik zin om ook een stukje te open. Dat leek me een uitstekend idee op de prachtige dag. ‘Ik ben er over tien minuten’. Een tienminuten later, een belletje met een huilende Njong op de achtergrond. ‘Hij wil zo graag met oma’s autootjes spelen en daarom is hij nu verdrietig’. Geen probleem, dan gaan we dat natuurlijk doen. Ik wachtte ze beneden op, want ik was al op weg naar de parkeerplaats. Daar kwamen ze in een kalm tempo aan. Njong op zijn zwarte autootje en zoonlief er bedaard achter aan.

De autootjes zijn een begrip. Het zijn de oude autootjes van de drie zonen en de oudsten zijn derhalve alweer meer dan veertig jaar. Ze zitten in een rieten mand en zijn bij alle kleinkinderen nog altijd heel erg in trek geweest. Van groot tot ieniemienie klein en ook te sorteren op kleur, op openslaande deuren of niet en ga zo nog maar even door. Hij viel vooral voor de graafmachine en daarna voor de ambulance, het politiebusje en de Brandweerauto. Er zaten ook nog een paar vingerpoppetjes in en de prinses mocht in de graafmachine-cabine zitten. Er ontspon zich een heel gesprek tussen de koning en het konijn samen met kleinzoon. Zodra iemand ziek was geworden of een ongeluk had gehad, ging hij de dokter bellen.

Natuurlijk moest de hele mand omgekieperd, wat hij wel eerst keurig vroeg. Zoonlief zette alle auto’s op een rijtje. Het zijn er bijna honderd. Evenzo vrolijk werd het ook allemaal netjes opgeborgen. Daarna was het tijd voor een wandelingetje naar het schoolplein. Eerst door het parkje om door de bladen heen te struinen, daarna naar de glijbaan, die was nat, dan maar de schommels, samen schommelen, ja gezellig. In zijn zwarte autootje zat een bal en nog een klein autootje. Met de bal konden we alle drie voetballen in de voetbalcirkel met de twee kleine doeltjes. Wat een grappig speelgoed bij die scholen. Aantrekkelijk en herfstig. Het regende blaadjes, werd enthousiast geconstateerd. Een valpartijtje, omdat zijn schoen op het balletje bleef hangen, maar mijn toverkusjes werken nog altijd. Kusje erop en klaar.

Op de terugweg nog een keer op de schommel, waar hij nauwelijks meer van af wilde. Ik zette de timer en dat werd zonder meer geaccepteerd. De wipwap moest ook nog even, daarna een tak om bladeren mee voort te vegen, in putten te peuren en nog meer bladeren aan de kant te schuiven.

Eigenlijk is wandelen met die kleine heel zen. Het tempo is precies goed voor mij, al had ik het wel bibbertjes koud. Het scheelde toch minstens een graad of vijf met de dag ervoor, zo het niet meer was.

Na het wandelen gingen ze weer en ik deed nog een paar boodschappen. Wel moest de belofte mee om gauw weer een keer met de autootjes te mogen spelen. Natte kus voor mij. ‘Dag lieverd, dag dag’. Mijn stem galmde nog na over het kastanjeplein. Zo’n dag van klein maar fijn.

Overpeinzingen

Het is weer mooi geweest

Aanvankelijk dacht ik te laat te zijn, maar dat bleek bezijden de waarheid. Ik was zelfs tien minuten te vroeg en maakte nog net het staartje van de voorbereidingen mee. De kamer stond vol banken en stoelen, er werd veel aanloop verwacht. Heerlijke kinderrijke en een tikkeltje chaotische feestpartijen waren dergelijke verjaardagen met veel familie van beide kanten. Maar in het huis waren voldoende plekken om heen te gaan. Naar boven om even bij te komen(de opa) om energie te ontladen bij het voetballen in de besloten achtertuin met voldoende plek, even kalm bijtanken in de kamer beneden, uitgerust met zitbank, of de schuur waar frietjes werden gebakken in de airfryer onder toezicht, vanwege de hitte van het apparaat en de loslopende kinderen.

Oma’s mochten blijven zitten, maar dan kriebelt er toch iets. Zoonlief zorgde voor de inwendige mens in de keuken en dan wil je toch wat extra wapperende handen, ook al beweerd hij bij hoog en bij laag, dat het echt niet nodig is-heel herkenbaar lieverd, van je moeder geërfd. Dochterlief schiet ook toe. -Zoonlief is alleen met de drie rakkertjes. De middelste heeft oorpijn, op het feestje gekregen, het zou best eens kunnen dat hij het eigenlijk te lawaaierig vindt, want naast de muziek zijn er veel luide vormen van vrolijkheid te vinden en van de allerkleinste ook gehuil om al die vreemde gezichten. Het zijn van die dagen dat ik me gelukkig prijs om ook weer te kunnen keren naar het verstilde huis en in de schemer te genieten van helemaal niets.

Ons dametje was helemaal jarig met heel veel cadeaus en veel aandacht. Het thema was kleurrijk. Leve de olijfkleurige broek van van de week. Weliswaar met zwart, want hé, dat ben ik gewoon. Ook de twee jeugdboeken uit de kringloop neem ik mee. ‘Misjka’ van Edward van Vendel en een boek van de Gorgels: ‘Het geheim van de gletsjer’ van Jochem Myjer. Dat is naast het familiecadeau, dat pas wordt overhandigd als iedereen er is. Er liggen armbandjes voor de jongens, extensions voor de meisjes, tattoo’s voor iedereen. Op dergelijke bijeenkomsten dompel je jezelf onder, zet de decibellen voor jezelf lager, bekijk het grut en hou een en ander in de gaten, voer hier en daar een mondje, streel over koppies, knuffel de een of ander en ga afwassen als er behoefte is aan een pas op de plaats.

Het is vooral ook leuk om de voetbalvrienden van zoonlief te zien, met kleintje. Ahhh, vroegere tijden herleven. ‘Ha moeders’ zegt er een welgemeend. De man van een nichtje vertelt over zijn jeugd in de Haagse Schilderwijk, een kleurrijk en bijzonder verhaal. Een onbekende vader en een DNA-onderzoek omdat een mens nou eenmaal de wortels wil kennen om het door te geven aan de kinderen. Dat zijn de kleine pareltjes die uit de drukte worden gefilterd. Of een onderonsje met de pipa van schone dochter, een gebbetje omdat we allebei de oudsten zijn, ik nog zelfs een jaartje ouder en omdat we dit allemaal al eens hebben meegemaakt. ‘Ja ja Ouwechie’. Wij mogen het zeggen.

Dan slaat de vermoeidheid toe. Ook daar merken we het aan. Tijd om op te stappen. Kussen, knuffels, luchtkusjes en zwaaihanden. Het is weer mooi geweest.

Overpeinzingen

Tot in de laatste vezels

In de nieuwe Groene Amsterdammer die nu weer hier door de bus glijdt, omdat het abonnement in Hongarije slechts voor bepaalde tijd wordt omgezet, staan weer heerlijke en om te smullen zulke mooie artikelen. Een ervan draagt de titel: ‘In de bergen is genoeg awe’ met een verklaring erachter: ‘Zweverig of zeldzaam is het niet, awe, wel intens of zelfs ontroeren. Wie dit gevoel van overrompeling door de natuur kent, is eerder geneigd haar te beschermen…’

Er volgt een verslag van het lopen over ene pad van een bergkam in het Zwitserse Les Esserts tussen de bergtoppen Croix de Culet en Sur Cou en de bijbehorende beleving daarbij, als ze even late overvallen wort door een bijna fysieke ervaring, die maar moeilijk te benoemen is, overweldigend, ontzag, zelfs iets van ontroering. Terwijl deze zinnen tot mij komen, weet ik ineens een dergelijke ervaring te hebben gehad toen ik samen met Lief, veel minder spectaculair, in Kroatië op een natuurpark stuitten en daar onvoorbereid via het vriendelijk ogende parkje en een klein paadje, dat naar beneden kronkelde, ineens voor enorme bergwanden stonden, die we nooit op deze manier hadden bedacht van waar we vandaan kwamen. Ik voelde me Alice in Wonderland, naast die grote brokken rots die vlak naast ons omhoog torenden, nietig en klein. En ik was diep ontroerd. Voelde de overweldigende kracht van de natuur. We moesten heel wat klimmen, geen sinecure, maar ik was zo blij dat ik deze ervaring had meegemaakt. Awe zal het misschien niet geweest zijn, maar voor mij was het én een overwinning omdat ik na de afdaling de klim omhoog had gehaald én de nietigheid van de mens in het. Algemeen had gevoeld. Lief was even zo onder de indruk. Natuur in haar overweldigende vorm.

Vannacht een wonderlijke droom, of eigenlijk tegen de ochtend, omdat ik vannacht twee uur klaar wakker was geweest. Ze werkte een tikkeltje vervreemdend bij het wakker worden. Ik was kennelijk weer in een diepe slaap gevallen, want het was al kwart voor tien. Niet lekker om zo laat wakker te worden. Alsof je achter de dingen der dag aan blijft lopen.

Onze lieve kleindochter is jarig. Dat wordt een heerlijk feest op deze mooie dag, ik hoop dat we buiten kunnen zitten. De zon schijnt uitbundig en achter de ramen lijkt het wel lente. De krokussen op het balkon bloeien al, die hebben zich flink in de luren laten leggen door die warmte.

Het schiet niet op met Eise Eisinga en zijn planetarium. Ik vind de rust niet, op de een of andere manier, natuurlijk ook omdat ik mijn Lief moet missen. We hebben gisteren weer gebeld. Een tweede egeltje was ook ten prooi gevallen aan de een of andere veelvraat. Vannacht schoot ik wakker en dacht wie eet er nou een stekelige egel. Google geraadpleegd en het blijken de vos en de das in mindere mate te zijn, die hebben nog wel wat moeite met het opgerolde bolletje, maar sperwers en uilen prikken er zo doorheen met hun scherpe snavels. Lief zou op zijn hoede zijn en in de schemer eens gaan observeren vanaf de veranda.

In de kringloop was er een drukte van belang, zelfs een hele buslading vol was er naar binnen gestroomd. Ik vond een lekkere sweater voor op de hof en geen leuke kinderboekjes. Over de dijk vanaf Schalkwijk reed ik terug naar huis. Daar voel je zeker op alle fronten de schoonheid, tot in de laatste vezels.

Overpeinzingen

De kop is eraf

Om de sleutel van het tuinencomplex te verkrijgen moest ik naar de school waar de oudste dochter werkte als leerkracht in de onderbouw. Jawel, in de voetsporen van haar moeder. Het was een zonnige warme dag en er was voldoende verzamelde moed om eens te gaan kijken wat er aan achterstallig onderhoud op onze tuin te vinden was. Door de congierge werd vermeld dat ze op de lokatie aan de overkant huisde, daar bleken maar liefst zes kleutergroepen gevestigd te zijn. De congierge raadde mijn moederrol spontaan en hij lachte erbij van oor tot oor. Wat een lieve man. Ik werd voorgesteld, want drie van de zes klassen waren aan het buitenspelen en daarna gaf ze me een rondleiding door de school. Ontroerd ontdekte ik mijn oude poppenhuis, dat al zo lang dienst gedaan had op de oude Jenaplan, met zijn kamikaze-lift en de vele kamertjes. Wat fijn om te zien dat ze haar belangrijke functie, het prikkelen van de fantasie, ook weer hier mocht vervullen. Een vleugje weemoed lag als een lichte deken over alles wat ik mocht aanschouwen heen, er liepen kinderen rond die de keuze hadden gehad om eventueel met de stagiair binnen te blijven. Een van de jongens proestte het uit toen dochterlief aan haar collega vertelde dat ik haar moeder was. ‘Haha, hebben juffen dan ook moeders’ hoorde je hem denken.

Het tuinencomplex lag er kalm bij. Op het grote pad mocht niet gelopen worden. Dat was opgehoogd en ingezaaid. Dan moest je door het weiland lopen om bij de tuin te komen. De schapen stonden ergens anders. Het was er zompig en het kostte daardoor wat meer moeite om er doorheen te struinen.

De tuin gaf haar achterstallig onderhoud weer met opkomende brandnetels die de doorgang belemmerden. Het gras was lang, en werkelijk overal stonden van die geprikkelde zussen. Dat was de eerste actie. Alle brandnetels verwijderen. Met de verkeerde werkhandschoenen aan probeerde ik ze met wortel en al uit te trekken. Af en toe voelde ik ze venijnig protesteren door mijn zachte kant van de handschoen heen. Sorry lieverds, maar jullie staan teveel in de weg.

Er bloeide nog best wat. De Salvia stond er prachtig paars bij en vormde met de hotlips een prachtig duo. Er was een mooie grote gele enkelvoudige dahlia in een grote hoeveelheid beloftevolle knoppen, ergens ontwaarde ik een bloeiende borage, de maagdenpalm deed het als altijd goed. Het kleine witte roosje bloeide naar hartelust de wilgen in. Tussendoor heel veel nattig groen en de genoemde brandnetel.

De vijg van het balkon van dochterlief stond voor de composthoop. Die laatste gaat eruit. Ik graaf hem stukje bij beetje af. Geen compost meer op die manier, maar mulchen of direct afvoeren naar de compostbak op de gemeentewerf.

Na een vuilniszak vol, die bij dochterlief in de bolderkar komt te staan, wandel ik terug in verstilling, vang de zon in de rimpelloze sloot en zoek zorgvuldig naar een droge weg. Agaath schittert me tegemoet. Files omzeilend, bekend met de binnendoor-weggetjes, rijd ik moeiteloos terug naar huis. De kop is eraf.

Overpeinzingen

Daar kunnen we zelf ook wel wat mee

Soms mis je iets pas als het er weer is. Ik doel op de mist van vanmorgen. Ik heb al die tijd in de hof nog geen mist gezien. Vanmorgen lag er een dikke deken over alle daken heen en was het kantoorgebouw aan de A2 niet meer te zien. Mist om in te rijden is niet fijn. Met mijn waarschuwende boordcomputer valt dat tegenwoordig reuze mee, maar in die oude autootjes van vroeger was dat wel anders. Vaak kwam er dan nog een probleem bij om de hoek kijken zoals een ondeugdelijke ruitenwisser, of een wasem in de auto zelf. Dubbel mistig dus, zie daar maar eens doorheen te kijken. Agaath piept al bij het minste of geringste en ze heeft bijna altijd gelijk.

Gisteren bij gebrek aan de sleutel van de tuin, toch maar weer een kringloopje bezocht. Ik dacht eens te gaan kijken hoe het daar met de kinderboeken gesteld was, want mijn voornemen is om daar in het vervolg de kinderboeken vandaan te halen. Het lot was me gunstig gezind. De boeken zijn er spotgoedkoop en er liggen vrij nieuwe exemplaren van gewilde boeken tussen. Dus scoorde ik ‘De Gorgels en het geheim van de Gletsjer’ van Jochem Myjer en ‘ Misjka’ van Edward van de Vendel. Krekel van Annet Schaap (vorig jaar uitgekomen) lag er ook, maar die had ik dus al ooit zelf aangeschaft. Als bonus had ik ook nog een hele mooie wijde viscose olijfkleurige broek, top kleur, nog ongedragen, en het juiste model. Aangekleed gaat uit. Het had me dus geen windeieren opgeleverd.

Het is prachtig weer en ik wil er weer uit, naar buiten, wandelen, frisse neuzen halen, door de bladen ritselen, alles wat zo broodnodig is. Vandaag eerst maar eens kijken of ik de tuinsleutel kan bemachtigen en dan toch maar een korte inspectie doen. Als dat niet lukt is het Arboretum nog een optie.

De schrijfingang van deze dag was er een over het beste advies dat je ooit gehad hebt. Dat is niet zo moeilijk. Jarenlang heb ik te maken gehad met tandartsen als slagers. Geen aandacht, botte opmerkingen en het onnodig trekken van kiezen, maar ik was als de dood voor de beste mannen, dus hield ik mijn snaveltje(was het maar een snaveltje, dan zaten er geen tanden in). Mijn huidige tandarts is de engel, die neerdaalde op de puinhopen. Ze keek, wikte en woog, zag mogelijkheden en met uiterst veel geduld en zachte zalvingen heeft ze mijn vreselijke gebit aangepakt. Dat was de grote verandering in mijn leven. Ik kon weer breeduit en stralend lachen. Nooit ben ik zo dankbaar geweest voor een opgevolgd advies en niet langer had ik nog angst voor de tandarts.

Volgende week is de kapper aan de beurt. Er moet wat af en er kan weer een natuurlijk kleurtje in. Mijn grijs is net als dat van mijn moeder, donkergrijs, en valt nauwelijks op, dat is een prettige bijkomstigheid. ‘Melkboerenhondenhaar’, zei men vroeger. Het maakt mij niets uit.

Tijd om in de benen te gaan en een van mijn vele plannetjes uit te voeren. De koolmezen op het balkon hippen al af en aan rond en om de vogelkooi waar wat zaadjes in liggen. Die stralende zon kriebelt de energie wakker. Daar kunnen we zelf ook wel wat mee.

Overpeinzingen

Een kinderhand is gauw gevuld

De plantenbakken waren echt toe aan nieuwe blommen. Het oude dode spul eruit halen, nieuwe aarde toevoegen en mengen en de nieuwe violen en het zilverblad erin. Een klusje, waarbij ik tussendoor steeds even moest zitten, maar het lukte allemaal wonderwel. De buuf kwam de trappen in het portiek op gestommeld met de nodige boodschappen en had duidelijk zin in een praatje. Daarbij vertelde ze tussen neus en lippen door de eventuele ongemakken die ze had genoteerd in mijn afwezigheid. Hadden we muizen? Er komen soms kleine veldmuisjes op het balkon van het vogelzaad snoepen en haar poes was er met één thuisgekomen, maar ja, het adres stond er niet bij, zal ik maar zeggen. Iets over een fiets, die lang buiten had gestaan, het schoonmaken van de galerij en de huur die nog betaalbaar is en van nieuwe appartementen niet. Alles in een adem, en meer van die dingen die je opmerkt als je tijd over hebt of als je het belangrijk vindt. Het geeft niets. Ieder zijn meug. Ik heb ook niet altijd zin om de galerij te schrobben.

De galerij was weer op orde, tijd voor een tweede klus. Bloemen voor schone dochter met haar geopereerde hand. Eerst de boodschappen, dan een bos bloemen en vervolgens op pad. Het is prachtig zacht weer met zon. Eigenlijk goed voor de tuin maar er waren andere plannetjes gesmeed. Haar arm was behoorlijk blauw aan het worden en ze had veel pijn gehad, maar vandaag viel het gelukkig mee. Haar moeder had de twee rakkers naar en van judo gebracht. Zoonlief zou straks met ze mee gaan naar voetballen. Een druk programma. Ze wonen in Amersfoort en als ik op tijd in Utrecht wil zijn voor de tuinvergadering, moet ik voor de file uit reizen. Rond Utrecht loopt het snel vol, vaste prik en bij Bilthoven begon het inderdaad vast te lopen, dus afslaan om binnendoor naar dochterlief te rijden, die met me mee naar de ledenvergadering van de tuin zou gaan. Ze wordt twee keer per jaar gehouden. Ik had vandaag ook een plan voor de tuin, maar ik realiseer me net, dat de oudste nog de sleutel heeft. De plannen moeten bijgesteld, helaas, pindakaas.

Het was even een knus theeuurtje vooraf met drie hoofdstukken voorlezen aan tante Pollewop over een feevampiertje en haar jarige zeemeermin. Ook alle andere gelezen boeken kwamen op tafel, een met de illustraties van Annet Schaap, zo herkenbaar. Ik mis soms de nieuwe aanwas bij het recenseren van kinderboeken voor Mensenkinderen. Heerlijk om volop, tot over je oren, in de jeugdliteratuur te zitten en helemaal toen ze het middelbare onderwijs er ook in gingen betrekken en niet alleen het basisonderwijs. Wat leer je dan veel van de denkwijze en de ontwikkeling van de kinderen nu.

Had de dag nog maar meer uren, al versnoep ik er een aantal door in bed zittend te schrijven en te lezen. Daar is een ochtend mee gemoeid. Maar dat is voor het opstarten van de dag van essentieel belang, door ervaring wijs geworden.

Lief belde met een treurige mededeling uit moeder natuur. In de Hof is ons egeltje aangevallen en voor een deel opgegeten door een mysterieuze veelvraat die het vooral op kleine knaagdieren, vogels en nu dan een egeltje heeft gemunt. De snoodaard blijft buiten beeld. Wel heeft de buurman al eens een schot hagel gelost, al kon Lief niet zien, op wat. Wat betreft het druivenprieel, dat is nu hoognodig aan vervanging toe. De mooie oude druivenstammen redden het wel, maar zijn zo sterk geworden, dat het oude hout er onder bezwijkt.

Het was heerlijk om hem te zien, daar kunnen we weer een dag op vooruit. We missen elkaar, maar weten ook dat het goed is. Videobellen brengt hem dichterbij en, ach ja, een kinderhand is gauw gevuld.

Overpeinzingen

Het afstruinen van kringloopwinkels

Het was inderdaad prachtig tuinweer gisteren, maar…Te harde wind voor de toch al wat zuurstofhappende longen. Om in de ‘hogere’ tuinsferen te blijven besloot ik nog wat vulling voor de bakken op het balkon en de galerij te halen. Wat winterviolen die het hopelijk zonder al te strenge winter nog even blijven doen en wat zilverblad om ertussen te zetten, vogelvoer van de vogelbescherming om de mezen en andere vogels te lokken en een paar slofsokken formaat heren, donkerbruin. Om het kerstgeweld te omzeilen, moest ik wel slinkse wegen verzinnen Goedendag. Het is een contradictio in terminus maar het is echt een gevecht om niet in begin november al in zoetelijke kerstsferen terecht te komen, kerstliedjes incluis. Ik zal er nooit aan wennen.

De schrijfingang van deze dag, de 77e alweer van de jaaroefening, was ‘Wortels’. Al schrijvende kwam ik uit bij het aardestelsel en de luchtverbindingen, waardoor mij ook de dichtregel van Vasalis: ‘Niet het snijden doet zo pijn, maar het afgesneden zijn’, niet helemaal conform de werkelijkheid leek. Datgene wat aan het leven ten grondslag ligt, draag je bij je, waar je dierbaren ook zijn. Je bent er onlosmakelijk mee verbonden, geworteld. Ik weet dat ze het stoffelijke gemis bedoelt hoor, ik hou van Vasalis haar gedichten, maar het was toch weer even een nieuwe openbaring, omdat je wat meer de diepte ingaat door dergelijke thema’s te overpeinzen.

Vandaag wil ik naar schone dochter en haar geopereerde hand aanschouwen, misschien ook even de Dede en de Nene(Turks voor opa en oma) ontlasten die een hele week in de weer zijn met de drie rakkertjes. Vanavond is er een vergadering van de tuin. Dochterlief en ik gaan er samen heen. Er is een hele nieuwe generatie jonge aanwas, die allemaal veel zin hebben om de schouders er onder te zetten. Dat is fijn, want wij oudjes moeten hier en daar grenzen trekken door lichamelijk ongemak.

Zoonlief heeft zijn nieuwe baan. Het betekent werken aan een andere kant van zijn sportcarrière. Een baan, die laat zien dat sport meer betekent dan alleen prestaties en prijzen. Over wortels gesproken. Ooit was er op De Jenaplanschool sprake van het organiseren van een sportdag, waarin met groepjes gesport zou worden en het beste groepje een taart zou mogen oppeuzelen met elkaar. Al van jongs af aan is er een aversie van mijn kant als het om ‘winnen’ en ‘de beste’ gaat. Ondanks mijn ex-taken als voetbalmoeder. Belang gaat soms boven de weerzin. De wortel(!) ligt vermoedelijk in het feit van die ervaring met ‘De Bok’. Nooit de beste zijn, nooit als eerste worden gekozen, werpt een grote zwarte schaduw over het eigen inzicht en de vreugde van een ander.

Het boek voor de filosoof is binnen, maar het was een kleine teleurstelling. De kaft was verkreukt. Ik had het tweedehands besteld. Weliswaar dus uit een tweede hand, maar dan verwacht je dat het in redelijke conditie zal zijn. En deze was wel weer heel erg beschadigd. Ik onderneem nog één poging en als het dan weer zo is, neem ik de oude methode ter hand, namelijk het afstruinen van kringloopwinkels.

Overpeinzingen

Raak geschoten is nooit mis

Een uur lang weer mogen laven aan onze weerspiegelingen, wervelende gedachten, begeestering en mooie filosofische inkijkjes. Dat betekenen onze vis à vis gesprekjes via het onvolprezen kilometervretertje dat de telefoon is, voor ons. Ja, voor lief ook, dat wéét ik.

De Hof vaart wel bij zijn aanpak en zijn stelregel: ‘Ruimte nemen is ruimte geven’. Dat gebeurt op hetzelfde moment en is derhalve voor hem reden om in de quantummechanica te duiken.

Ik vertel mijn droom daarover, van net nog een uur voor het gesprek, omdat de volle maan mijn slaapvermogen wakker kietelt om 2.56 en houdt voor de rest van de nacht. Derhalve sluimer ik in de ochtend hier en daar nog een uurtje weg. Dat levert een soort waak-slaap op, waarbij de dromen en de beelden helder zijn. Lees ik nou ‘Fuck it’ (excusez le mot) op een bord, in ieder geval zie ik dochterlief als tweejarige in haar bordeauxrode fluwelen jasje met de puntmuts lopen en ze wil in de omgekeerde periscoop kijken die Lief heeft uitgevonden om de onderaardse wereld waar te nemen, een wereld van grote verbondenheid. Daar zouden ze hier boven nog een voorbeeld aan kunnen nemen. We zijn in de Hof, de plek van vrede en verbondenheid.

Na de moeizame tocht, waar hij toch geen greintje last van heeft gehad, is hij weer helemaal in zijn element. Vannacht prakkiseerde ik dat het zo wonderlijk was, dat we aan die nachttrein bleven hangen met onze gedachten. Hij kon net zo goed een dagtrein nemen, ergens onderweg een hotelletje boeken en de volgende dag in alle rust het laatste stukje voortzetten. Veel rustiger en handiger, vooral als de nachttrein niet blijkt te zijn waar ze oorspronkelijk voor bedoeld is, namelijk slapend reizen. Met al die vertragingen gaat die vlieger niet op, heeft hij al een aantal keer gemerkt. Voor de volgende keer een loffelijk streven om eens te ondervinden hoe dat zal zijn.

Het is hemels weer. Een zonnetje en 16 graden, ideaal om een kijkje op de tuin te gaan nemen. Bouw en schouw is langs geweest. De tuin is goedgekeurd, maar het onkruid, lees braam van de buurman en hop van de achterbuuf, tiert welig rond de Bernagie. Of ik daar iets aan kan veranderen. Ruimen maar weer, al is het zuur dat het ergens anders vandaan komt, maar zo werkt het nu eenmaal. Planten leven in een zalige onbegrensdheid. Ook een mooi gegeven.

Schone dochter heeft een sollicitatie lopen en zoonlief ook dus duim ik de duimen blauw. Altijd spannend. Andere dochter is gisteren geopereerd aan een carpaaltunnel. Haar vader en moeder logeren daar de hele week om een helpende hand te bieden.

De biografie over Eise Eisinga: Machineman van Sandra Langereis is moeizaam lezen omdat de druk vermoeiend is. Veel letters bladvulling, dicht aaneen geschreven. Het lukt nog niet om het aantal berekende bladzijden te halen, dat wordt straks weer een eindsprint.

De Memoir van Roz Chast is trouwens een aanrader als je van graphic novels en van Engels houdt. Leg het naast je neer als je voor de tv hangt, op de wc zit of in bed lig en lees er een paar bladzijden uit. Makkelijk weg te leggen, en evenzo makkelijk weer open te slaan.

Iedereen die bezig is met het grote Afscheid van oude, en vooral eigenzinnige, ouders en die behoefte heeft aan verzuchting of raad zal baat hebben bij haar bevindingen en beschouwingen. Raak geschoten is nooit mis.

Overpeinzingen

Zen in zijn

Gisteren op de verjaardag kwam er een ogenblik voorbij waarbij het leek alsof ik boven het tafereel van dat moment zweefde. Alle vriendinnen van dochterlief, die ze had leren kennen op de middelbare, zaten in de voorkamer, hartelijke begroeting met mij, want ons kent ons. Voor hun voeten krioelde het van de kindertjes in alle soorten en maten. Ineens zat ik op de verjaardagen van vroeger, kleine inkijkjes in verschillende situaties, mijn onbeholpen gehannes met kinderen en huilende baby’s die met geen mogelijkheid stil te krijgen waren, de hoeveelheid speelgoed die de vloer in beslag nam en geen ruimte meer liet voor de volwassenen. Alles draaide om het kleine grut.

Ook kwam een tafereeltje langs van nog vroeger. De grote kring in de woonkamer met een uitloop naar de achterkamer waar alle broers en zussen van mijn vader en de broer van mijn moeder keurig naast elkaar zaten, soms zwijgend te roken, te nippen aan een advocaatje of voorzichtig lurkten aan een jenevertje en wij er tussendoor kropen, onder de tafel, achter stoelen langs, op schoot, in onze keurige stijve jurkjes en broeken en de streng gekamde haren. Op die feesten hadden de volwassenen de overhand en ging het over ‘ernstige levenszaken’, de afgegleden buurman op de hoek, de kerk en de terugloop van de gelovigen, een faillissement, een arme sloeber, de omhooggevallen notabele. Er was altijd wat. ‘En stttttt, kleine potjes hebben grote oren’. Stilte werd er van ons verwacht, we waren er en toch ook niet.

Wat een verschil. Ik probeerde het als jonge moeder serieus, de kinderen stil te houden bij de drukte die verjaardagen altijd met zich meebrachten. De kamer te klein, tafels te weinig, de ruimte te vol, alles stond in de weg. De vele planten, de boeken, de prulletjes, waar ik normaal gesproken absoluut geen last van had. De gehaakte gordijnen en de kleedjes over de plantentafeltjes deden veel af aan de kalmte die er eigenlijk zou moeten zijn. Hectiek had de overhand en niet in de laatste plaats door mijn zenuwachtige optreden. De wc was misschien niet spic en span, de sisaltegels kon je ruiken, door de planten was de atmosfeer veel vochtiger en bedrukter met zoveel volk over de vloer dan bij al die andere fris-ogende feesten en partijen.

Nu terug naar de filosoof en zijn verjaardag. De helft zat boven, over het algemeen de meisjes die met tante Pollewop hun eigen knutselhoek hadden en niet meer waren weg te slaan, behalve voor een versnapering of een drankje. De jongens bouwden, rollenbolden tussen de allerkleinsten door en trokken bij teveel kleintjes ook naar boven. De meiden rafelden hun drukke bestaan uiteen en oma, ik dus, zat aan tafel en bekeek dat alles, of eigenlijk zweefde ik erboven in een vogelperspectief en nam waar.

Dochterlief en schone zoon namen als volleerde uitbaters de catering waar en toverden taart en drank, later op de middag roti voor iedereen plus alle bijgerechten en verblikten of verbloosden niet, waar ik allang in een geestelijk handenwringen zou zijn beland. Misschien kwam het doordat ze zo perfect een team vormden, naadloos aansloten op elkaar en zich niet gek lieten maken door de herrie.

Terug in de auto, terwijl ik naar huis reed, daalde ik weer langzaam neer. Zen in zijn.

Overpeinzingen

Dan hou ik wat speelruimte

Een huis vol zag ik door het grote raam aan de voorkant. Agaath stond ergens aan het begin van de straat, er was weinig plek, maar geen probleem. Goed voor de nodige beweging. Alle vriendinnen met kroost waren zoals bij elke verjaardag getrouw aanwezig. Het krioelde, krakeelde, kakelde en het was heerlijk om te zien en aan te horen. Het boek dat ik had uitgekozen was in de klas al voorgelezen. Gelukkig had zijn vriend, die zeker ook veel van lezen hield, het boek nog niet. Mooi zo. Weer een kind dat in een boek kon verdwijnen. Er kwam wel een nieuwe titel op vraag naar buiten. De grijze jager, deel drie, geen probleem, ook tweedehands aangeboden via internet.

Eigenlijk kwam ik net bij de wisseling van de wacht, want een uur later was de familie er en hadden bijna alle vriendinnen op ‘de beste’ na al afscheid genomen. Zo snel kan het gaan. Ons lieve feestvarken, had geld gekregen van ons, voor zijn droom, de een of andere nintendo die via spaargeld en verjaardagscadeautjes bijeen wordt gehusseld.

Met een vriendin kon ik in gesprek over de voordelen van het Jenaplanonderwijs, een vorm die ze niet kende, maar door een verhuizing bij terecht kwam, en waar ze zo enorm blij mee was, achteraf. Hoe groeiden die kinderen, wat was hun leerwereld rijk. Een kolfje naar mijn hart natuurlijk. Altijd fijn als de bevestiging via een beleefde ervaring bewaarheid wordt. Daar doen we het voor.

Dochterlief had een heerlijke Roti gemaakt met heerlijke zelfgemaakte sambal en ketimoen. Iedereen bleef mee-eten. Altijd fijn zo’n multi cultureel sfeertje. Van alle kanten de goede, wat een rijk leven is het dan. Onder de tafel vind een totaal andere wereld plaats.

Lief belde vanmorgen weer. Zo heerlijk dat dat kan, het vertrouwde gezicht zo dichtbij, maar kilometers ver weg. Door de kinderen werd er op alle fronten al gedacht aan de invulling van de verschillende mogelijkheden. Zo gaat oudste dochter met de hele familie een rondreisje over de Balkan gaan houden en kunnen we wellicht een ontmoeting in Bosnië-Herzegovina organiseren, het is uiteindelijk maar drie uur rijden, dat is heel wel te doen en zeker als je de afstanden in Hongarije gewend ben of nog meer, afstanden door Europa heen, zoals ik de laatste tijd steeds maak.

Het is allerzielen en bijna volle maan, de beelden van de tv, lang geleden dat we dat op hadden staan, de tv heeft het in Nagypeterd begeven en dat gaf rust en zaligheid, en ik zie allerlei bekende en onbekende overledenen van dit jaar voorbij komen. Er worden kaarsjes voor opgestoken en zoetgevooisde liedjes gezongen. Ik zelf denk, dat ik in alle stilte en eenzaamheid het eigen verlies wel een plek weet te geven en daar niet de massa voor nodig heb, maar ja, ieder zijn meug. Ik realiseer me ineens hoeveel indrukken er op je afgestuurd worden, zonder dat je erom gevraagd hebt. Nu val ik zomaar in een tafereel van de bevrijding, onder andere in Baarn, en zie voornamelijk kinderen al zwaaiend met vlaggen een mars houden. Even later zie ik de kinderen van Juliana weer klein zoals ze op mijn netvlies staan, want die beelden kwamen vooral veel voorbij in de jaren vijftig. Ik hoorde dat Juliana moeder was van de scouting in Baarn zelf.

Geschiedenis, indrukken, alles komt langs en nu ook in mijn hoofd. Nee rustgevend is het niet, maar wel afwisselend. Maar nu moet ik gaan lezen, want mijn Eise Eisinga zal er in drie weken doorheen moeten. Het aantal bladzijden per dag komt op 16 bladzijden per dag. We maken er 20 van. Dan hou ik wat speelruimte.

Overpeinzingen

Ideaal om het leesvoer de boventoon te gunnen

Het komt met bakken uit de lucht vallen. Alsof ze van boven een handje willen helpen de negativiteit van de laatste dagen weg te spoelen om in een glansrijk nieuwe situatie de draad weer op te pakken. Wilders slaat om zich heen met het dedain van een zure verliezer. De enige remedie ertegen is niet reageren, stilzwijgen en doorgaan met de positieve inslag. Ik weiger langer mee te doen aan de man die met zijn destructieve karakter de wereld wil besmetten. Er zijn allerhande waarschuwende vingertjes richting Jetten gegaan. Ik reken op zijn goede gesternte, die de juiste toon weet te vinden.

Het is lang geleden dat ik het zo heb zien regenen. Water genoeg, nu het drinkwater in Utrecht besmet lijkt te zijn met enterokokken en er weer een raam op de waterflessen van de supermarkten is.

Ziezo, de koffers zijn uitgepakt, ik heb een wasje gedraaid en opgehangen en alles hangt weer. Een wandeling naar de super gisteren bracht voornamelijk de schoonheid van de vuurdoorn, de merels kunnen smullen. Ze staan volop in hun vlammende bessen. Iets verderop zag ik ook nog prachtige witte anemonen die zich buiten de tuin hadden begeven en daar verrezen in al hun pracht, waar diezelfde tuin leeg bleef. Schoonheid kruipt waar het niet gaan kan.

Het pakket vogelvoer dat ik uit Modave had meegenomen werpt haar vruchten af. De eerste koolmezen zijn gesignaleerd. Eigenlijk bijzonder, dat ik zo ontroerd kan raken bij het zien van dit kleine kleurrijk bezoek. Gelukkig maar.

Lief belde gistermorgen en heeft alles wonderwel overleefd. Het viel niet mee, en hij heeft niet geslapen onderweg maar ook wel weer een aantal zeer bijzondere waarnemingen en ontmoetingen gehad op zijn route. De taxichauffeur die hem van Pécs naar onze Hof bracht, bewonderde uitvoerig het mooie oude huis. Fijn om zoiets te horen na al dat afzien. Het weer werkt er ook mee. Het belooft een mooi staartje van de herfst te worden. De dode stam van de wilg is afgebroken, dus het heeft ook flink gestormd, nu staat er nog maar een stammetje overeind dat zich in onmogelijke bochten wringt. De reeën hebben ook hun kans waargenomen, alsof ze het weten dat er niemand op het erf is en hun wissels zijn overal te zien evenals de slaapplaatsen. De vogels zijn ook weer terug.

In de brievenbus lag het bestelde boek van Roz Chast: ‘Can’t we talk about SOMETHING more PLEASANT?’ Het is een graphic memoir van een van de cartoonisten van de New York Times. Een verhaal over het ouder worden van haar ouders, die met geen mogelijkheid over de dood willen praten, een boek om te lachen en te huilen.

Ik mag het Hongaars dan nog steeds niet onder de knie hebben, maar mijn Engels is dankzij die cursus met sprongen vooruit gegaan, haha. ‘Elk nadeel heeft een voordeel’ van ‘jeweetwelwie’.

Morgen is de filosoof jarig en ontmoeten we elkaar allemaal alweer. Ik zal vandaag eens langs de kringloop rijden om een mooi boek op de kop te tiken. Het gemeenschappelijke cadeau is al besteld. Oma’s mogen altijd wat extra’s doen, toch?

Vanmiddag wordt het droog, belooft de buienradar, daar gaan we dan maar op hopen. Ideaal om het leesvoer de boventoon te gunnen.

Overpeinzingen

Oude gewassen en bomen stemmen tot nadenken

Gisteren heb ik eigenlijk nog geen koffer uitgepakt en alleen maar wat gelummeld. Een boodschapje hoefde ik niet te doen. Iets anders op het lijstje was er nog niet. Ik bedacht me, dat het nu even op een paar dagen acclimatiseren aankwam en dat het niet erg is om wat duffig te lummelen. Lief is er niet en dat is zo wonderlijk. Zijn reis ging alles behalve van een leien dakje. Treinen die vertraging hadden, een wachtkamer midden in de nacht tot vier uur temidden tussen de dak-en thuislozen, een nieuwe trein en toch op tijd op de plaats van bestemming, Budapest, dan een stoel in een trein naar Pécs, een coupé net zo versleten als haar bejaarde passagiers, en eindelijk een taxi naar huis. Niet geslapen en bekaf. Hij belt zo. Dan zien we elkaar weer even, gelukkig.

Zoonlief heeft de auto mee en ik ga straks maar eens aan de wandel om de boodschappen te doen. Ik ga een beetje conditie opbouwen, daar is het onderhand tijd voor, bedacht ik me. Ik hoor kinderstemmetjes en het praten van een volwassenen. Het voelt vertrouwd en levendig. Dat is hier zo, maar tegenwoordig in de straat aan de Hof ook. Er zijn twee kinderrijke jonge gezinnen komen wonen. Van een heeft de vader de gewoonte hard over veld en beemd te schallen als zijn zoontje, en dat is nogal eens, iets doet wat hij in de ogen van de vader moet laten, het jongetje zet daarna een flinke keel op. Gekrakeel van de bovenste plank, zou mijn moeder zeggen.

Er liggen een aantal tijdschriften klaar, maar de rust om te lezen is er nog niet. Het lijf reist verder dan ik. Wel kijk ik een aantal ‘Masterchef Australia’ terug, omdat ik zo kan genieten van de vriendelijke noot, die onder het hele programma ligt en verder van alles wat ik er aan smaak en combinaties uit kan halen nu ik dat niet meer zelf kan verzinnen. Ik merkte het bij het Palestijnse restaurant met de Mezze-hapjes. Veel van de samengestelde hapjes lijken qua consistentie op elkaar en dan gaat het een beetje tegenstaan, terwijl ze, als je de essentie kan proeven, zo heerlijk zijn. Gelukkig weet ik het nog wel. Maar een schaaltje vol gekruide peterselie, dat nergens naar smaakt in mijn beleving is dan wel heel veel peterselie.

Masterchef ter compensatie dus, een kleine ‘zonde’. Ik merkte trouwens dat ik mijn receptenboek hier heb in plaats van bij Lief. Nu moet hij alles zes weken lang zelf iets bedenken. Wie weet wat dat voor leuke combinaties oplevert.

Het tekendagboek is vol, ik moet de laatste schetsjes nog wel inkleuren. Straks zal ik het balkon eens inspecteren. Er zijn wat planten meer dan verdord, vermoed ik, dus doodgegaan. Maar ze krijgen nog even het voordeel van de twijfel. Op de Hof valt me de veerkracht van de planten me altijd alles mee.

De agenda vult zich, een feestje, een vergadering, de tuin met alle bezigheden, de biografieclub en het te lezen boek over Eise Eisinga, een etentje met een film er achteraan. Ik weet nog niet welke. Altijd leuk zo’n verrassing. Als het lukt wil ik van de week nog naar de oude Hortus. Even dacht ik dat ze een winterstop hielden, maar dat is niet zo. De oude tuin maakt me rustig en haar prachtige oude gewassen en bomen stemmen tot nadenken.

Overpeinzingen

Blijven duimen dus

Afscheid nemen, nou ja, het is zoals de Fransen het zo poëtisch en dramatisch kunnen zeggen: Partir, c’est mourir un peu’, en daar is geen woord van ongelogen. Het schuurt altijd. Ik liet lief achter en zag hem de gang naar het onbekende station Midi Zuid nemen en voelde zijn alleen-zijn dubbel. Ik zat in die warme auto, hè wie doet me wat, maar de reis per trein vraagt per definitie om een staaltje afwachten. ‘Lopen de treinen wel op tijd, ben ik morgenochtend daadwerkelijk in Boedapest, sta ik vannacht niet ergens voorbij middennacht op een godverlaten perronnetje ergens in het grote Duitsland.’ Dat laatste bleek bewaarheid te zijn geworden, begreep ik uit de summiere berichten via de telefoon, die al mijn vragen maar moeizaam doorstuurde. Geen bereik. Maar hij hoopt over een half uurtje in Boedapest aan te komen. Of dat lukt is nog even nagelbijten.

De terugweg heb ik gisteren vooral binnendoor gereden. Gewoon om te zien, waar de schoonheid van Nederland nog altijd in hoge mate aanwezig is. Dus reed ik door het gebied van de Biesbosch, zette Agaath op een pleisterplaats aan het water en at een hapje om vervolgens via twee rivieren en hun heerlijke heen en weer pontjes in Schalkwijk te belanden. Na Hongarije is dat prachtige waterland altijd iets om je aan te vergapen en daar kan ik enorme behoefte aan hebben, net als aan de zee eigenlijk, maar dat is voor later.

Nu zit ik op bed, zonder mijn lieverd, en kijk uit over het vertrouwde dakenspel, de opkomende zon in de ramen van het grote kantoor langs de A2. Vertrouwd en toch ook een beetje vervreemdend. Het eerste wat ik ging doen bij het binnenrijden van de thuishaven, was stemmen in de gymzaal van het scholencomplex, daarna werd het dringend tijd om Agaath even een flinke douche te laten nemen. De vrouw achter het loket vroeg iedere klant of men ging stemmen en begon een uitgebreid verhaal over haar overleden vader, trouw PVDA-stemmer, maar de laatste keer voor Volt. Normaal vroeg ze hem om raad, maar hij was vorig jaar overleden. In haar verhaal tegen mij, haar twijfel, die schrijnende zinnetjes, stak een ander groot levensverhaal. Evenals het voorbeeld van vluchtelingen in haar straatje die de boter eruit hadden gebraden, maar ook haar lieve buren die van Syrische afkomst waren. Ik kon haar niet adviseren, maar wel dat het volgen van je hart de beste remedie was.

Zoonlief sjouwde alle koffers-help,wat was die boekenkoffer zwaar- naar boven en ik volgde met de Keulse Pot, die een mooi plekje krijgt op het balkon. Vandaag eerst maar eens wat fleurigs halen voor het balkon en de galerij. We zijn weer thuis al is mijn hart nog in de Hof.

Dan de grootste domper tot nu toe, de verkiezingen. Ik dacht dat we het zouden halen of in ieder geval dicht in de buurt zouden komen. Er is nog een kansje op redelijkheid, maar wat help ik hopen dat de ratio en de medemenselijkheid het voortouw nemen. Blijven duimen dus.

Overpeinzingen

Het zou de stad sieren

Het mooiste gedeelte van Brussel hebben we ongewild voor het laatste bewaard, als je tenminste dwars door alle versperringen en opgebroken wegen heen kon kijken en er zon bij fantaseerde. Het was de kunstberg, een aantal musea bij elkaar in de buurt op de grote berg van Brussel, maar godzijdank met een vrij vlakke weg te bereiken vanaf ons hotel.

We hadden bij De Bozar tickets voor Goya online besteld. Maar in het hele gebouw was slechts een goederen lift te bekennen en de toiletten waren ook nergens te vinden, of stonden in ieder geval niet aangeduid. Een welwillende conciërge liep met ons mee om ons met de lift naar de bovenste verdieping te brengen. Daardoor kwamen we in ruimten die je nooit zag als gewone sterveling en verder moesten we ons haasten dwars door de bezoekers heen. Hij zette er stevig de kuierlatten onder zodat we buiten adem, ondanks de lift, op de plek van bestemming aankwamen. Naar beneden was geen punt. Naar beneden is nooit een punt, God zij geloofd en geprezen.

Het was een tentoonstelling over het baanbrekende oeuvre van Goya en diens tijdgenoten en kunstenaars van latere generaties.De tentoonstelling heette Luz y Sombra. ‘Licht en Donkerte’ en bevatte pakkende beelden van de verschrikkingen van zijn tijd en de Spaanse realistische traditie. Zeventig kunstenaars gingen de confrontatie met deze grootheid aan. Er waren heel wat prachtige etsen, tekeningen, een tapijt, en objecten van keramiek of jute en hout te bewonderen en een paar houtgravures en aquarellen. Gelukkig kwamen in zaal 3 de bankjes erbij om uit te blazen. Af en toe schalmde er een stemmig katholiek koor door de ruimte en gaf wat gewijds aan de filmpjes die werden vertoond. Er lag een stapel affiches van een van de tijdgenoten, waarvan je er een mee kon nemen.

De gebouwen op de kunstberg zijn interessant en indrukwekkend te noemen. Het uitzicht over Brusselstad beneden imposant. Het gaf eindelijk een beetje de grandeur van het Brussel zoals ik het kende van een vorig bezoek. Hier waren geen dak-en thuislozen te bekennen. Omdat een gang naar het kleinste kamertje toch nijpend werd, besloten we na het museum het hotel op te zoeken en daarna naar een klein restaurantje in de buurt te gaan. Het werd een Palestijns restaurant en we vonden het wel heel passend om daarmee deze laatste avond af te sluiten. We bestelden beide een mezze schotel, een variatie van hapjes op een bord en brood erbij en genoten met volle teugen. Een Libanees biertje en wijntje maakten het geheel af. De weg terug was opnieuw de berg op. Met een volle maag schier lastiger. Kleine stappen, dan kwamen we er ook. ‘Zen’ op volle sterkte.

Brussel is eigenlijk voor de zomer, in tact en niet opgebroken op alle fronten. Dan kan je er van genieten. Nu hebben we naar de helft van de schoonheid slechts kunnen raden. Ik zou ze adviseren het verkeer te minimaliseren, want al die auto’s maken het niet aangenamer. Dat laatste is puur persoonlijk, natuurlijk, en meer bankjes onderweg en dat is voor de oude strompelaars met lucht tekort als ik. Het zou de stad sieren.

Overpeinzingen

Soms wou ik dat ik een kraai was

Het was geen uitnodigend weer, zullen we maar zeggen. Af en toe een felle bui dan weer een verwaaid zonnetje en wat ik me nooit meer heb gerealiseerd, gek genoeg, Brussel dendert van hoog naar laag. Laag gaat prima maar dan weer omhoog. Lieve hemeltje, met een vrij scherpe zuid Wester 4, geen kattepies, voor iemand die gewoonlijk erg veel meer benauwd is. Het kostte me meer dan de gebruikelijke inspanning.

Des Beaux Arts, of de Bozart in de volksmond, was vandaag gesloten maar voor morgen om half twee hebben we alvast de tickets online geboekt. Wel ging de gang alvast naar het station in het centrum om te informeren of er nog plek te vinden was in een nachttrein naar Budapest voor woensdag.We stonden voor het station voordat we er erg in hadden. Onderweg smekende blikken of stilzwijgende daklozen die je van top tot teen bekeken.

We waren er sneller dan verwacht en waren een beetje verbaasd over de entourage, die er zo anders uitzag dan de herinnering weergaf in ons hoofd. In een wachtkamertje werden we geacht op onze beurt te wachten met minieme krukjes voor een bil als je te zwaar was.

Stilzwijgend bekeken we de andere wachtenden. Sommige, die te bang waren hun trein te missen, verlieten het kamertje haastig voortijdig, anderen zaten, al dan niet zich verbijtend, op hun beurt te wachten, geduldig, net als wij.

Eindelijk aan de beurt, werden we vriendelijk, net zo uitgebreid als de wachttijd was geweest, geholpen, alsof er geen gekwelde passagiers al dan niet ijsberend aan het wachtten waren.

Lief kreeg zijn plek op een ICE-trein en was verzekerd van een aankomst om 9.19 in Budapest Keleti tegen een bejaardentarief maar nog altijd tegen een godsvermogen. Enfin, dan heb je ook wat. Twee keer overstappen, dat viel mee.

We wandelden het station uit en konden aan de achterkant sneller terug richting huis. De scherpe wind zorgde voor nog meer benauwenis. Niets aan eigenlijk. Geen bankje te bekennen, wel heel veel daklozen, die zelfs in portieken, galerijen voor allerhande gebouwen en rond de kerk al dan niet in tenten sliepen of slechts in een dekentje. Deerniswekkend en zo veel. Het schrijnde aan wat eigenlijk welvaart zou moeten zijn. Misschien was het sombere weer er debet aan en de moeizame klim, maar het drukte zwaar op ons gemoed.

We kwamen langs heel veel Belgische chocolaterieën, die daardoor ineens wat van hun glans verloren als zijnde mooie, maar te luxe zaken voor de invulling van het gewone leven en we waren blij dat we in de buurt van zo’n lieflijk oud stadscentrum zaten, weliswaar ook zonder zon maar met sprankjes in het hoofd. We vonden een klein Jugendstil-geïnspireerd restaurant, ooit met iets van goud, zoals de oorkonde van lang geleden verkondigde, maar nu gereduceerd tot een simpele, maar nog altijd smaakvolle, spaghetti Bolognese. We verorberden het met smaak en wisten het hotel vlakbij, dus de moeite om ‘thuis’ te komen was een fluitje van een cent.

Brussel is geen stad voor mij, moest ik met weemoed bekennen. De hoogteverschillen deden me de das om, het gebrek aan banken eveneens. Lief heeft zijn treinreis en daar ging het maar om, morgen een van mijn lievelingsmusea en dan is het welletjes. Het was fijn, maar kleinere steden liggen ons beter, begrijpen we achteraf en zeker die niet geplaagd worden door hoogteverschil.

De kraaien op het dak aan de overkant zal het worst wezen, ze vliegen overal met het grootste gemak heen en plek om te rusten is er overal. Soms wou ik dat ik een kraai was.