Overpeinzingen

Lanterfanterende momenten

Ik zat gisteren binnen te lanterfanten. Nou ja, ik beantwoorde vragen die binnenkwamen op de blog. Die nopen dat ik op zoek ga naar de militante vrouwen uit de oudheid. Kom bij de nauwelijks bekende, want niet genoemde strijdsters, contouren, weggevaagd door ze in het ongekende te schuiven. Het roept nieuwe vragen op. Samen met een lieve andere blogger komen we bij de oorsprong van de man/vrouw uit, bij Adam en Eva. Daar is het waarschijnlijk al fout gegaan. Vanaf het begin een ongelijke strijd, door keuzes die toen gemaakt zijn?

Omdat lanterfanten best fijn is en een pas op de plaats even nodig vanwege een toename van de benauwdheid, zoals altijd bij een wisseling van weer, kijk ik de eerste aflevering van de zevendelige docu van Dokter Ruben, waarbij Ruben Terlou, die ik zeer bewonder, gevolgd wordt als hij in een Amerikaanse gevangenis op zoek gaat naar de mens achter de crimineel. Hij wil er achterkomen en doorgronden, hoe ze tot hun daden gekomen zijn. Valt crimineel gedraf te voorkomen. Hij draait mee in een zelfhulpgroep van langgestraften. Bij iedere documentaire die ik van hem gezien heb, krijg ik meer bewondering voor deze man, die zijn eigen angsten onder ogen durft zien en ook niet schroomt dat in een cirkel van deze mannen toe te geven, vertrouwen te winnen.

Op een gegeven moment willen ze hem beter leren kennen en vragen of hij niet iedere vraag met een wedervraag wil beantwoorden, maar zichzelf durft te laten zien en dan doet iemand het voorstel om elkaar in de ogen te kijken. Ruben moet één voor één voor de mannen gaan staan en hen aankijken tot hij zichzelf aan de ander durft geven en de ander voelt dat zijn hart openstaat om hen te ontvangen. Als dat gevoel er is, kunnen ze door naar de volgende in de cirkel. Het is zo’n spannend ritueel, dat ik er benauwd van wordt en even weg moet kijken. Iets luchtigs wil zien. Wat een ervaring. Hoe verrijkend zal het voor hem zijn en is het ongetwijfeld ook voor ons, als toeschouwers.

De druilerige grijze lucht heeft vandaag plaats gemaakt voor een uitbundig zonnetje, met 14 graden is het prachtig en fris herfstweer. De cosmea bloeit uit alle macht en laat trots zien, wat ze in petto heeft nu ze niet meer overwoekerd wordt.

Er is een docu op NPO Plus, die ‘Brieven aan Vincent’ heet en dat vrouwen laat zien, die opgenomen zijn in St. Remy de Provence, net als Vincent van Gogh destijds en die brieven schrijven aan de schilder. Het zijn ingrijpende verhalen, ook al worden ze in een notendop vertelt. Als ik denk aan het boekwerk in Nederland met de verzamelde brieven van hem, had ik het graag hier gehad. Hoe mooi zou het zijn om daar brieven uit te halen en je gedachten er over te laten gaan, zodat je hem terug kon schrijven, zoals de vrouwen daar in de kliniek, doen over hun eigen ervaringen. Hoeveel stof tot schrijven is er dan.

Ik struin de bibliotheek af en kom geen brieven van van Gogh tegen. Dan bedenk ik dat ik ze natuurlijk digitaal kan ophengelen. Dan blijkt dat er een van Gogh Gallery bestaat, waarin vrij uitvoerig praktisch alle brieven te vinden zijn.( http://www.vggallery.com ).

Het borrelt van binnen, allerlei mogelijkheden en ideeën buitelen over elkaar heen. Wat een mooi idee. Zo zou je dat met andere brieven van je geliefde schrijvers kunnen doen, maar ik zou bijvoorbeeld de brieven van mijn moeder kunnen beantwoorden in het nu. Wat voor een tijdsprongen maak je dan. In wezen heb ik dat met haar dagboeken ook gedaan, maar dan met korte strofen. Nieuwe uitdagingen, die zeer welkom zijn in lanterfanterende momenten.

Overpeinzingen

Er is genoeg voor iedereen

Wat kan het weer toch volkomen onberekenbaar uit de hoek komen. Gisteren was het ineens herfst. Regen, temperaturen die gemiddeld dertien graden lager waren dan de afgelopen weken van dagen met gemiddeld 26 graden en volop zon. Een soort ingebouwde overgang om vooral bijtijds te wennen aan wat straks nog komen zal. Alhoewel, voor het eind van de week belooft het opnieuw tegen de 20 graden op te lopen. We zullen zien. Vooralsnog schijnt de zon en zet al wat glinstert door de regendruppels in een parelend licht.

Derhalve was het gisteren een dag van lezen en puzzelen, wasje draaien, schrijven en koken. In de avond kijken we naar de film Geisha en genieten van de verstilde beelden van dat oude Japan, zien ook de kommer en kwel van de meisjes, die opgeleid worden tot Geisha. Natuurlijk eerst bij een slechte ‘moeder’ en daarna bij een goede, een geisha die kunst en cultuur, dans en bevalligheid, maar vooral het bewaken van haar vrouwelijkheid hoog in het vaandel heeft. Prachtige beeldspraak en symboliek komt voorbij. Zo’n enkele zin is voor mij al voldoende om volop te genieten. Haar eigen moeder had haar getypeerd als vloeiend water, dat meanderend haar weg wel zal weten te vinden, hoe moeilijk het leven ook verlopen zal. Hoe mooi is dat.

Gisteren hadden we een gesprek over mannen en vrouwen en het feit dat het in de sport veeltijds nog gescheiden wordt gehouden, al zijn er steeds meer jeugdvoetballers die samen in een team spelen. Juist omdat we een geschiedenis kennen, die er van uitgaat dat de vrouw minder sterk zou zijn, maar ook vanuit een pittige preutsheid ten aan zien van het aanraken, wordt het een en ander gekunsteld in stand gehouden. Hoe zou het zijn als de vrouwen zich zouden mengen in alle sporten, zou dat verschil dan niet versneld kleiner worden. Oefening baart kunst.

Op school hadden we een stamgroep, bewust gekozen voor drie verschillende leeftijden bij elkaar. De jonkies leren van de ouderen en omgekeerd, de ouderen leren zorgdragen voor de jonkies. Zo werkte het principe en doorgaans naar volle tevredenheid. Het feit dat je in een groep een keer jongste, middelste en oudste mocht zijn zorgde ervoor dat het inzicht in elkaar kon groeien. Je had immers allemaal zo’n zelfde ontwikkeling doorgemaakt. Kinderen leren sneller van elkaar. Hetzelfde voordeel ontstond ook door verschillende niveaus in een groep. Als je van jongs af aan meekrijgt, dat het fijn is om je kennis te delen omdat een ander van jouw vaardigheden kan leren, kweek je de hechte groepsmentaliteit.

Stel dat vrouwen net als mannen van het begin af aan op een gelijke manier waren behandeld, opdat men van elkaar hadden kunnen leren, met elkaar op een respectvolle manier hadden leren omgaan, hadden we dan nu een andere wereld gehad? Het is fijn om er zo over te filosoferen. De middag verstreek in een aangename sfeer in de warme bibliotheek. Het mes sneed aan twee kanten, want met de vermoeidheid nog in de benen, konden we de stijve beenspieren door het geklauter van de dag ervoor, wat rust te gunnen.

Af en toe strijkt er een vlucht spreeuwen neer op de pergola en snoept van de inmiddels tot rozijntjes verworden druiven. Het is rijkdom als je een deel kan bestemmen voor de natuur. Na de spreeuwen komen de koolmeesjes. Het ritselt en ruist daar in het struweel, het is er vol leven. Een sociaal gebeuren, want iedereen mag mee snoepen. En waarom ook niet. Er is genoeg voor iedereen.

Overpeinzingen

Duik in het verleden

De vrijdag hadden we wat kalm aangedaan en voor de zaterdag een reisje gepland naar de burcht van Siklós. Een mooie balans tussen de stilte en de drukte. Daarvoor leidde Truus ons over een van haar befaamde binnendoor-wegen, met wat wonderlijk grillige haarspeldbochten omdat we door het Villánygebergte reden. Over het asfalt dat scheelde weer en niet, zoals een week geleden, dwars door de bush. Zaterdag betekende extra veel Hongaren op pad, die allen de burcht in wilden.

Het was een imposante burcht. Een van de oudste en best bewaarde in Hongarije. De slotgracht was vervangen door een groot park, waar voor de gelegenheid een of ander festival in een grote tent bezig was. Dat verklaarde de drukte op zich. Voor Truus vonden we zo’n beetje de enige parkeerplaats die nog voor handen was, vlakbij de opgang naar de binnenplaats toe. We werden er door een vriendelijke Hongaar naar verwezen. Mooi werk. Er ging net weer een buslading toeristen weg, dus even vielen we in de luwte, maar al spoedig werd dit gelukzalige moment alweer ingehaald door een nieuwe bus.

Lief was zijn Lakcim-kaart vergeten met zijn paspoort erbij. Dat zou ons ons zo’n 2200 forinten, zeg 6 euro, gescheeld hebben. We blijven natuurlijk Hollanders. Ik vond het steeds oké, dat kleine beetje extra. Goed voor het object of het museum, maar tja, kleine beetjes helpen en je wilt geen dief zijn van je eigen portemonnee herinner ik me van lang geleden.

De eerste de beste kamer waar we naar binnen gingen was de martelkamer met zeer beeldende prenten die er boven hingen. Daar hadden we allbei op dit moment niet echt zin in. Mensen hebben elkaar eeuwenlang de meest vreselijke dingen aangedaan. We zijn al dat geweld totaal ontgroeid. Het leven kende op de burcht ook een zekere beschaving toen het in de Habsburgse periode in persoonlijk bezit kwam en daar waren er op de eerste verdieping aangeklede poppen van te zien, met de gangbare kleding al naar gelang de plaats in de rangorde. Een van de mannen had een kostuum aan, die onze dansers in de Hongaarse choreografie ook hadden gebruikt.

Er was ook een tentoonstelling over de filmheld Kapytán Tenkes Csarda met stripboeken en een echte zwartwit serie op een ouderwetse televisietje en een eenvoudige bank ervoor. Daar konden we even uitrusten en tegelijk genieten in een sfeer zoals je die bij ons aantrof tijdens Ivanhoe in de jaren zestig.

Er was een ruimte te vinden waar mensen een maliënkolder aan konden trekken en diverse soorten helmen op hun hoofd konden zetten. Er werd grif gebruik van gemaakt, al moest men regelmatig met behulp van meerdere mensen, letterlijk, bevrijd worden uit het benauwende harnas.

In de gang naar de trans toe was een tentoonstellinkje van twee schilders, waarbij de portretten van Istókóvts Kálmán kleine juweeltjes bleken. Nooit van gehoord, maar prachtig. Schoonheid waar je het niet zou verwachten.

Er was ook een wijnmuseum. Alle wijsoorten uit de streek van Villány waren voorhanden en werden te koop aangeboden. Beneden waren een aantal souvenirs-winkels, maar het meest imposante was de grote torentrans, waar we een prachtig zicht hadden op de omgeving. Zeker de moeite van een bezoek waard. Toen er ook nog Hongaarse klanken uit de tent beneden in het park opstegen, was het plaatje compleet.

De drukte rondom de burcht lieten we voor wat het was. Benden in het park stonden rondom bankjes in de schaduw, een uitgelezen plek om nog even na te genieten van de eeuwenoude bomen en de duik in het verleden.

Overpeinzingen

En kon het met een sisser aflopen

Bij het lezen van een van de blogs van Wouter van Heiningen komt me een gedicht van Merel Morre onder ogen, dat in zijn eenvoud raak neergeschreven is en moeiteloos te plakken valt op de huidige wereldsituatie.

Een ijsje

_

oorlog neemt geen vakantie

conflicten recreëren niet

de hang naar macht

stopt niet met een ijsje

de zon schijnt nooit overal

_

maar waar leer je begrijpen

uit welk boek

in welke les

dat mensen kunnen juichen

als een bom

hun buren treft

_

mag de haat iets zachter

of helemaal uit

alsjeblieft

Vooral die laatste drie zinnen verwoorden mijn gevoelens van dit ogenblik. Haat in de kou gezet, macht en politiek op een laag pitje, recht mag zegevieren, en welk recht dat is? Een leven in vrede voor ieder mens, zonder stigma’s, zonder restricties. Was de eenvoud maar overal te vinden. In dit soort tijden verlang je naar liefde, naar veilige geborgenheid, naar het kleinste geluk en dat de dreiging, het zwaard van Damocles voor iedereen ‘Verre van’ blijft.

Hoe ongelijk verdelen zaaiers van de angst de wereld, vermeende machthebbers maken de schoonheid stuk. Hoe kan ik schrijven over een bloeiende hortensia op dit kleine stuk grond met het bezwaard gemoed dat mijn hart omsluit, als het denkt aan kinderen, kleinkinderen, de jeugd, de toekomst.

Natuurlijk, het rad ratelt door, maar tussen al het kleine geluk even stil staan bij al die plaatsen waar de wereld brandt.

Was het maar te blussen met de tranen van het verdriet en kon het met een sisser aflopen.

Het gedicht ‘Een ijsje’ komt uit de bundel ‘Dons op mijn tanden’ van Merel Morre uit 2015

Overpeinzingen

Weer een jaartje ouder geworden

Lief haalt van zolder een spiksplinternieuw wafelijzer. Jammer dat die er niet was met de globetrotters, want er hangt een heel fluïdum van nostalgie om het apparaat heen. Onze kinderen waren altijd gek op de wafels die opa steevast bakte als ze op visite kwamen en het tijd was voor een feestje. Of waren de wafels op zich al voldoende voor een feest. En een beetje ouder geeft die feestelijke herinnering natuurlijk in volle glorie door aan de kinderen. Warme gevoelens bewaren, dat is zo waardevol. Er schijnen nog heel wat dozen te staan in het ketelhok. Misschien moet ik nog eens voor Alice in Wonderland spelen en op onderzoek uitgaan. Je weet nooit hoe een klein meisje een wit konijn kan vangen of een koe een haas.

Na de kou van eergisteren en de winderige wisselvallige temperatuur van gisteren werd het vandaag weer ruim 26 graden. Bij het tuincentrum, dat op de berg ligt, schroeide ik weg in mijn zwarte kloffen en mijn lange mouwen. Laagjes, laagjes…Ja mam. En veel meer in een goede nazomer denken.

Asters waren tanend, die lieten we verder staan, maar de Hortensia mocht mee, altijd handig bij afwezigheid en niet alle dagen zorg. Dan zijn het dankbare struiken en ze houden het onkruid in bedwang. Een eikebladhydrangea erbij omdat hij prachtig zal staan het schip onder de bomen. Die heet zo omdat de afscheiding van het bed echt op een schip lijkt met de afgezaagde boomstammen. Heide voor in de droge tuin tegenover de hazelaar en geraniums voor naast de aster, ook als onkruidverdringers. Zo krijgt alles een functie.

Bij de Aldi hadden ze weer Hollandse stroopwafels in een Duits jasje en dan heten ze karamellwaffels. Maar er staan wel leuke Hollandse delftsblauwe huisjes op de verpakking en daarboven wappert fier een driekleur. Het sentiment kruipt in mijn nekharen.

Gisteren zagen we de middelste bonte specht. Natuurlijk kroop ie gezwind aan de achterkant van de boom. Hij had ons allang opgemerkt. We zaten onder de hazelnoot in een windje de laatste middagzon binnen te halen onder het genot van een wijntje en een bier. Gelukzalig plekje met de klanken van de geruststellende bamboegong boven ons hoofd. Was het maar overal zo vredig.

De krullebol is vandaag jarig en hij had de afgelopen week al zoveel keer zijn verjaarsfeest gevierd, dat hij er uitgeput van was. Gisteren had hij vliegende dino’s uitgedeeld op het dagverblijf, maar voor vandaag had zijn nieuwe juf geadviseerd hem dat niet aan te doen met alle spanningen die een nieuwe school en al die feesten al met zich meebracht. Een wijs besluit. Dus kon hij in alle vrijheid hun huis tekenen en bracht het trots mee naar huis. Kleine kunstenaar in de dop.

Ik mis soms echt de viering die we van de verjaardagen maakten op school. Het was altijd dolle pret en het hele eerste uur ging er mee heen. Een eigenhandig door mij gemaakte kroon naar keuze, de Pürtaart waar kleine cadeautjes in zaten, de waxinelichtjes er boven op al naar gelang van de leeftijd. Vijf liedjes naar keuze en springen van de verjaarsstoel tot aan het lied: ‘Het is feest in de apen/later de eekhoorns’. Met flink veel kabaal, want je mocht zo hard zingen dat opa, oma of cavia, in Middelharnis, Groningen of tot zelfs op een wolkje het konden horen. Dikke pret natuurlijk. Dan Droef en Drabbel die op bezoek kwamen, de twee apen, of oma met slissende muis, of twee blauwe monsters met het accent van Ed en Willem Bever, waarna ook steevast het lied ‘Hup daar is Willem met de waterpomptang’ volgde en de inmiddels verstopte jarige gezocht moest worden onder aanwijzingen van koud tot gloeiend heet. Daarna werd er uitgedeeld, werd het cadeautje gekozen en gingen we buiten spelen.

Aandacht, daar groeien kinderen van en nog meer als ze weer een jaartje ouder zijn geworden.

Overpeinzingen

Daar waar het nodig is

Gisteren was mijn vader zijn sterfdag. Op de kop af 27 jaar geleden. Mooi dat hij van de week nog in mijn geheugen langskwam bij de blog over het avontuur op de Wijnberg, waarin ik mijn vaders verbetenheid herkende in mezelf bij het zoeken naar een beetje begaanbare weg. Zo werkt het leven door na de dood. Een vleugje parfum, een karaktertrek, dezelfde handen, een oogopslag, mijn vaders neus, een gezegde, dezelfde glimlach.

Het huis is schoon, alle ramen zijn gezeemd, het gordijn hangt weer goed met de uitschuifbare ladder, een klus met gevaar voor eigen leven. Lief hield de leer vast en ik haakte de haken weer aan het gordijn. Ze zijn minstens twee meter hoog, dus dat is een aardig eind de hoogte in. We hadden toch de ladder nodig, want we moesten een van de luiken repareren. Het is een vernuftig systeem. Er is een katrol die verstopt zit achter een houten luikje waarbij je moet zorgen dat het band er soepeltjes overheen glijdt en het oprollen in het gareel blijft lopen. Op de een of andere merkwaardige wijze was ze uit de pas gegaan. Daar bemoeide lief zich mee. Op diezelfde leer. En ik hield hem tegen en liet het band vieren.

Bij het halen van de ladder had hij een dikke pad ontdekt. Elke avond horen we gekras. Een specht, een ekster, een gaai, ze dongen allemaal mee naar het geluid, maar uiteindelijk bleken het boomkikkers te zijn, jawel die gifgroene, die hier op de gekste tijden een concert in echo laten horen. De vogelapp wilde ons maar aan de reigers hebben met deze geluiden. Niet vreemd als er ook al padden in de buurt zijn, maar die zijn er toch echt niet. Er vliegt wel een koninginnenpage rond, maar ze is nogal rusteloos en laat zich niet fotograferen. Haar karakteristieke vleugels zijn al van ver te herkennen.

Van vriendin hadden we vier van haar leesboeken gekregen. Te zwaar om mee te sjouwen in de trein. Bovendien kunnen we ze later, als we in Nederland zijn, weer terugbrengen. Het zijn beste titels. ‘De acht bergen’, van Paolo Cognetti, ‘Onder buren’, van Juli Zeh, ‘De winter voorbij’, van Isabel Allende en ‘Zomerhuis met zwembad’, van Herman Koch. Genoeg avontuur om te beleven dunkt me, De film de acht bergen hebben we weliswaar gezien, maar vriendin vertelde dat het boek minstens zo goed en zo niet beter was. We gaan het proefondervindelijk meemaken. Juli Zeh vind ik een hele fijne schrijfster.

He boek van Isabel Allende heeft voorin een zin van Albert Camus meegekregen: Au milieu de L’hiver, j’apprenais enfin Qu’il y avait en moi en été invincible. (Uit retour á Tipasa) De vertaling luidt als volgt: ‘Midden in de winter, begreep ik eindelijk dat er in mij een onoverwinnelijke zomer huisde’. Wat een prachtige manier om uit te beelden dat je gelooft in jezelf en in je optimistische kijk op het leven. Die zomer is er altijd, geeft de passage mee en is sterker dan wat dan ook. Na de herfst en de winter zal het altijd opnieuw lente zijn. Het roept in mij een associatie op met het lied ‘Mooi’ van Maarten van Roozendaal: ‘Kan iets mooier dan het mooi is, kan het groter zijn dan groot. Het is zo mooi, om te janken zo mooi, mooi, om te janken zo mooi’.

‘En été invincible’, stop het lied en deze aanduiding achter een van de deurtjes in je hoofd om op gezette tijden eruit te halen. Daar waar het nodig is.

Overpeinzingen

Je kunt er alleen maar van groeien

Alle vragen zijn beantwoord. Nu maar afwachten wat zoonlief in petto heeft met die enorme uitgebreide antwoorden. De laatste vraag ging over de ideale dag. Hoe ziet dat eruit als je het zelf mag orkestreren en alles mogelijk is. Het enige dat in mij opkwam onder het juk van het wereldleed momenteel was een dag van vrede en liefde voor iedereen. Een utopie, maar ach, wat zou ik dat graag in vervulling zien gaan.

Nu al dat geschrijf over vroeger en gedachten en gevoelens is gestopt is het net of ik in een gat gevallen ben. Een hopeloos fluisterend betekenis-moment. De hele dag zijn mijn kinderen, hun gezinnen en ik met elkaar verbonden geweest. Terwijl er wezenlijk niets veranderde, voelde het wel zo.

De oven vertoont kuren. De deur sluit uit zichzelf niet helemaal goed en als je haar niet helpt, ontsnapt er warme lucht en bakt het minder goed. Met de pizza was dat goed te merken en met de stoofschotel courgette en aubergine. Gisteren had ik eindelijk door waar het aan lag, dus mijn bladerdeeg met feta en gemengde salade erin lukte uitstekend. Het aantal graden ietsje hoger en de deur aandrukken.

Lief is op weg naar de ketel. In huis is het koud en het is fijn om in de vroege ochtend even alles op te warmen. Koukleum als ik ben zit ik bij 19 graden op de thermostaat al te vernikkelen, terwijl hij smoort van de hitte. Zo bijzonder hoe dat werkt. Koudbloedig typje, altijd al geweest.

Het is aan het regenen op het ogenblik. Toch goed dat we even gewacht hebben met op pad gaan. We kunnen beter een van de volgende dagen nemen, het belooft nog minstens een week volop nazomerweer met zon en rond de 25 graden. Herfst komt op sluipersvoeten naderbij, de bomen gaan in ruststand en verkleuren langzaam maar zeker. De merels doen zich te goed aan de overgebleven druiven, die langzaam maar gewis indrogen. Bedrijvigheid genoeg om van te genieten hier voor het keukenraam. Vertrouwde stek.

We praten over geestelijk voedsel, waarbij je de inspiratie haalt uit een moment, uit andere mensen, uit boeken, uit de schoonheid van de natuur, uit elkaar als je het maar uitspreekt of uit een goede film. Nu vriendinlief vertrokken is, valt dat des te meer op. Op dergelijke momenten mis ik de reuring van de stad, de bioscoop, een theater en meer van dat soort dingen, die in Nederland zo gewoon voor ons zijn, en waar het hier nog altijd een beetje zoeken is. Het behelst met name de afwisseling ertussen. Natuurlijk is er hier ook veel van alles, maar zijn we veel meer op elkaar aangewezen. Dat geeft heel veel verdieping en soms, na het gegraaf in het verleden en het vertrek van vriendin in het heden, volgt er een sluimerend verlangen naar meer. We besluiten ons schema opnieuw op te pakken, een dag op de hof en een dag om de dorstige geest te lessen.

En daarnaast te blijven genieten van elkaar en van de rust en de stilte, het vredige samenzijn.

Fijn om samen tot dergelijke gesprekken te komen. Je kunt er alleen maar van groeien.

Overpeinzingen

Wat valt er nog meer te wensen

Zo alle ramen zijn in het sop geweest. Hier in huis zijn dat dertien dubbele ramen. Vooral de wantsen zoeken er een lievelingsplek, wat ze bij de kunststof kozijnen voor niet lukt, maar bij de oude houten achter natuurlijk wel. Spriritus-sopje doet wonderen en de wantsen eruit bonjouren, want binnen gaan de beestjes alleen maar dood door een gewisse uitdroging.

Vliegen zijn er ook. Zou de gespotte muis van een paar dagen geleden ergens zijn verscheiden en ligt die nu ook uit te drogen ergens in een donkere hoek? Muizenkeutels en knaagactiviteiten zijn er niet geweest. Even afwachten maar. De was zit in de machine. Ik had het duidelijk op de heupen vanmorgen en dan moet je er onmiddellijk gehoor aangeven voordat de bui weer overwaait. Gemiddeld met het vele schrijfwerk en het schilderen zit ik hier meer dan thuis. Dan moet de adrenaline op een andere manier gevoed worden. Met zoiets als het huishouden, bij gebrek aan beter.

Op het net speuren we naar de bezienswaardigheden van Pécs en warempel, ik vind eindelijk het poppentheater waar ik al zo lang naar op zoek ben. Ik wist dat ze hier in Hongarije prachtige kindertheaterstukken kunnen maken. In dit speciale poppentheater staat het bol van het edele schimmenspel. Het gezelschap heet Márkus Zinház en het theater bevindt zich in de oude binnenstad. Het ziet er prachtig uit en ik ben dan ook erg benieuwd.

Een van de geijkte bezigheden tijdens de verschillende projecten was het schimmenspel op school in de groep. Laken met een paar strengen wol aan twee punten ophangen in het systeemplafond, oude diaprojector erbij en spelen maar. Met eigenhandig getekende monsters, of spoken op stokjes kom je al een heel eind en wat te denken van een groter laken, zodat ze er zelf achter konden kruipen. Op die manier hebben we nog eens Opa Bakkebaard gespeeld en zijn huisje, met verschillende attributen, een bezem om schoon te vegen, een stofdoek om af te stoffen, een emmer om ramen te zemen en wat de beste man verder niet allemaal kan gebruiken om zijn huisje proper te maken. Het publiek zong natuurlijk uit volle borst mee. ‘Opa Bakkebaard, heeft een huisje en in dat huisje is het goed, opa Bakkebaard heeft een huisje en weet jij wel wat ie doet’. De mime-speler zong dan als antwoord wat hij uitbeeldde. En zo kwamen ze allemaal om de beurt aan bod. Zo simpel was het. KInderen zijn, wat dat betreft, oneindig dankbare ontvangers voor ons, om verwondering op te roepen en het optimale genieten.

Inmiddels staat het theater op nummer twee van de lijst ‘nog te bezoeken’. Op één staat de kwekerij die we pas ontdekt hebben en waar we nog wat planten en struiken zullen inslaan, voordat het kouder wordt, om volgend jaar de tuin weer vol prachtigs te hebben.

Lief neemt het houten Afrika-beeld mee, dat op de vensterbank stond. Het komt op de zuil te staan in een nisje van bomen. Terug naar de natuur. Als je over het terrein wandelt zie je overal van dat soort grappige ontdek-dingen. Tussen alle bedrijven door ga ik hem af en toe opzoeken, want hij kan zich totaal verliezen in deze hof met het ‘schilderen’ van mooie zichtlijnen en bij het aanleggen van paadjes.

Het zich op het huis wordt steeds prachtiger. Een echte hof is het zo langzamerhand aan het worden. Zo hebben we het ook genoemd. De hof van tijt en eeuwigheid. ( Tijt met een -t-, naar de achternaam van lief). Tijd te over om in alle rust dergelijke zaken aan te pakken, maar wel elke dag ervan genieten, rond borreltijd, Nu onder de hazelnoot-boom met het bamboe-windorgel en op de twee bamboe ligstoelen die we van vriendinlief hebben gekregen. Het kleine geluk. Wat valt er nog meer te wensen.

Overpeinzingen

En als je ouder wordt, is elk jaar er een

Lief was gisteren jarig en als cadeautje stond ik net zo vroeg op als hij om zijn ochtendwandeling mee te lopen. Verguld was hij ermee. Ik had mijn hoge kloffen aangedaan want na het bos achter de Datsja hebben we nog een aan de natuur gelaten stuk land met een klein bos erachter en dan de landweg. Over de landweg heen liepen we naar het uiteinde van het dorp. Zover als ik aankon. Dat viel in de frisse ochtendlucht niet tegen en dankzij de opkomende zon, glinsterde ons vanuit de berm extra schoonheid tegemoet in de vorm van leeuwebekken, gulden roede, wilde munt, cichorei en duizendknoop in volle bloei. De meegenomen koffiekoppen stalden we leeg aan het eind van ons stuk land om ze later weer te kunnen ophalen.

De oude maisplanten met hun diep okergele kleuren glansden in het zonlicht, het Mecsek-gebergte had die prachtige grijs-blauwe kleur van nevel. Als iets het perfecte plaatje moest zijn, dan was het dit wel.

Vriend kwam langs om naar de goot van de Datsja te kijken, die wat stormschade scheen te hebben. De bomen aan de achterkant hadden met hun takken waarschijnlijk de sintels opgeschoven. Het lekte nog niet, maar er moet wel snel wat aangedaan worden. Nu moet eerst de spaanplaat eronder weer drogen.

Koffie, ochtendrituelen en op pad binnendoor naar de wijnberg en het huisje van vriendinlief, die nog twee bamboestoelen voor ons heeft en de fiets. Om te weten hoe lief straks terug moet fietsen gingen we binnendoor de berg op. We waren al eens op de bonnefooi een poesta opgereden, maar dit sloeg alles. Over de meest onmogelijke paden en verstuivingen heen, door ruige bossen, langs stapels gekapte woudreuzen en zelfs dwars over de poesta heen zochten we ons een weg. Arme witte Truus zwoegde zich over de onverharde wegen, door het stof en over kuilen en keien heen, een dikke wolk stof achter zich aan sliertend. Saharazand was er niets bij. Ze kwam er heelhuids uit tot onze grote opluchting, maar ik moest wel een aantal aanzienlijke meters achteruit over een bonkige en gekuilde zandweg rijden, omdat er niet te draaien viel. Ook dat ging goed. Het onmetelijke uitzicht, de doodse stilte, de ongelooflijke leegheid van het bestaan met die strakblauwe lucht erboven was de beloning, maar het dorp bleef een brug te ver. Uiteindelijk reden we over de vertrouwde 6 naar haar huis toe en veegden Truus zo goed en zo kwaad als het kon, een beetje schoon. Ze was zo geel als haar eigen nummerborden. De overwinning was de verbetenheid waarmee ik alles op alles had gezet om weer op een geasfalteerde weg te komen. Daar vind ik mijn vader in mij terug. Niet de moed laten zakken maar ‘ik moet en ik zal’, kiezen op elkaar en gaan met die banaan.

Het huisje zag er nog verlatener uit, nu de ziel eruit was. De stoelen pasten in de achterbank-vrije laadbak en Lief reed de fiets naar de weg, om daar voorzichtig weg te fietsen, terwijl ik Truus terug reed naar onze veilige haven. Wat een avontuur hadden we achter de rug. Buiten wat roofvogels en een paar fazanten zagen we geen grotere dieren. Die bleven wijselijk verstopt, maar de immense natuur bleef imponerend.

Ik wilde net bij het hek gaan zitten om lief op te wachten, toen hij er aan kwam fietsen, stralend en wel. 74 jaar jong en blozend. Mijlpalen halen is zo mooi. En als je ouder wordt, is elk jaar er een.

Overpeinzingen

Zo kom je vanzelf bij de kern in jezelf uit

De een na laatste vraag mocht ik zelf verzinnen en ik schreef het volgende”

‘Ik vroeg me af of jullie er nieuwsgierig naar waren hoe ik tot het schrijven van de blog ben gekomen en waarom elke dag. Zo hebben jullie ook een inkijkje in de gedachtenwereld van mij.’

Omdat mijn moeder dagboeken had bijgehouden, in totaal vijf stuks, ben ik begonnen, zoals al eerder uitgelegd, met het schrijven van Mutsjesweer. Omdat ik altijd zo vroeg wakker was deed ik dat rond een uur of vijf. Toen de laatste bladzijde daarvan was geschreven werd het wel heel stil. Toen bedacht ik me dat ik er een stukje uit kon pakken en dan naar aanleiding van haar bevindingen mijn eigen wereld kon openen en mijn gedachten er op los kon laten, een soort dialoog in gedachten en over grenzen heen. Oma was al heel lang niet meer hier natuurlijk. (04/02/1919 – 17/ 04/1990).

Zo kwam het dat ik van alles ben gaan uitschrijven. De blogs schreef ik iedere ochtend en het is maar zelden dat ik een dag oversla. Wat ik merkte door het schrijven: Het bleek een goede manier om spanningen, moeilijke problemen of lastige knelpunten, maar ook fijne zaken als familie-uitjes, gedeelde momenten, ontroerende voorvallen, grappige dagen te verslaan en zo te verwerken. 

Bovendien veranderde mijn schrijfstijl gaande weg met vooral het idee ‘less is more’ en kon ik veel gevoelens beter onder woorden brengen. 

Wijzer wordt een mens er ook door, want je kijk op de wereld verandert. Door zo in de vroege ochtend even een moment bij de dag te blijven, wordt de beleving intenser. Begin de dag met ‘schrijf je wijzer’ of vind er een eigen weg in om even bewust te zijn van het leven.

Een mooi voorbeeld daarvan is het volgende: Twee van de mooiste lessen die ik op school in mijn aanbod had gebreid, waren de filosofie kringen en de reflectie kringen. De laatste vond elke dag plaats aan het einde van ons programma. Om stil te blijven staan met waarmee je bezig bent, bewust te kijken naar wat het je gebracht heeft en met aandacht alles te aanschouwen is zo waardevol. Dat zou ik wel iedereen mee willen geven, zoals ik het ook de kinderen op school heb geleerd. 

Een goede oefening is bijvoorbeeld om te kijken naar een voorwerp en er even helemaal niets bij te denken, maar alleen te bewonderen en te beschrijven, letterlijk, wat je ziet. Een appel bijvoorbeeld heet dan; Het is rond, het glimt aan een kant, er steekt iets uit, daar zit iets aan. 

In de tweede ronde mag je je zintuigen gebruiken: Het is glad, het ruikt fris, wat er uitsteekt is hout, wat er aan zit zijn twee groene blaadjes

In de derde ronde: Doorsnijden en benoemen wat je dan meemaakt: Sappig, pitjes, harde schilletjes in het midden en tenslotte mag er geproefd worden. 

En dan is het feest. Door te bedenken waar de appel vandaan komt en hoe de boom groeit enzovoort. Een lesje filosofie in een notendop, want buiten lekker kan ie bijvoorbeeld ook troostrijk en dorstlessend zijn. Door dergelijke gedachten uit te wisselen en een object bewust te beleven kom je steeds dichter en dieper bij de natuur en de samenhang der dingen en bij de kern in jezelf uit.

Overpeinzingen

Om vast te leggen

Gisteren begon de dag in alle rust en om kwart over elf waren we op weg naar de Wijnberg, om vriendinlief op te halen en weg te brengen naar haar advocaat in een voorstad van Pécs. Ze lag voorover op haar buik op een wit laken en voor haar stond een ijzeren luik waar ze net boven uitkwam. een koddig gezicht, maar toen we zagen waar ze mee bezig was was er alleen nog maar respect. Ze had een bakootje in haar hand en moest diep in de donkere put buiten tussen allerlei kruipend en spinragmakend gedierte door de waterkraan afsluiten. Er had ooit een kraantje gezeten, maar die was allang verdwenen, vandaar deze spartaanse methode.

Verder was alles aan kant. Het huisje keurig opgeruimd, dierbare spulletjes apart gelegd, die nog mee moesten en of hier op zolder een plekje kregen of die we later langs zouden brengen bij haar op haar eiland en ze had een mandje proviand, waaronder de enorme colafles rode wijn van de buurman en veel verschillende soorten kazen.

We kregen de sleutel en zouden later de fiets en de twee bamboe-ligstoelen ophalen. Zo konden we richting het adres van de advocaat, die zou helpen met de verkoop van het huisje en het grote stuk land dat er voor lag. De laatste foto’s voor het huis, dag land, dag tuin, dag opbergschuur en klaar voor vertrek. Een laatste blik, een laatste verstilde snik. Een gedeeld leven was nu voorgoed afgesloten. Moeilijk en dapper om verdriet dat zo aanwezig is, ook hier op deze geliefde plek een eigen ruimte te geven. Ze wist dat ze het alleen moest doen om de emoties te laten golven zo ze zich zouden aandienen. Nu was ze er klaar voor en mee.

Bij de advocaat werden we op het terras aan de tafel gestald. We waren veel te vroeg. Tussendoor kreeg ik een telefoontje van zoonlief, waarin de kleine krullenbol trots vertelde dat hij eindelijk naar school mocht.Hoera, daar was hij helemaal aan toe. Wat fijn voor hem. Terug naar de advocaat, die er nog niet was. Het bleek nog een tamelijk jong iemand te zijn, want we hoorden een kind protesteren, waarschijnlijk omdat het tijd was voor een middagslaapje.

Toen hij kwam was meteen het hele terras gevuld met zijn persoonlijkheid. Niet dat hij er op voorstond, maar tjonge jonge, wat een rappe associaties had hij voor ons in petto, met de bijbehorende verhalen van de familietakken op de eilanden en de verwevenheid daarvan met Hongarije, waar hij grotendeels de verkoop van huizen regelde. De regels zijn aanzienlijk lastiger dan bij ons, maar als je de weg in dit doolhof kende, dan kon je het met het grootste gemak afdoen. Wel zijn er dan ambtelijke aanpassingen die het nodige vergen.

Het was verbazingwekkend, die spraakwaterval, die we over ons heen gestort kregen. En passant was er aandacht voor de antieke suikerpot, een exemplaar uit onze jeugd, die we alledrie vanuit het ouderlijk huis nog kenden, het roemen van andere kwaliteiten dan alleen die van hemzelf en het koningshuis.

Eenmaal de formulieren ondertekend en ook Lief te hebben aangehoord over het op zijn naam zetten van ons huis, konden we afscheid nemen en kregen we ieder een prachtig fotoboek mee van een bevriend kunstenaarsechtpaar, die hier in Hongarije woonden en de bevolking in stemmig zwart/wit vroeger en nu hadden vastgelegd.

Een warm bad, daar waren we het allen over eens.

In Pécs was het hotelletje midden in de stad en wachten we in de grappige hal tot vriendin klaar was met het parkeren van de bagage op haar kamer en gingen op zoek naar een authentiek Hongaars restaurant. Van vier jaar geleden wist ze nog een adres. De inrichting was nog hetzelfde maar de kaart was volledig vernieuwd en rundvlees ontbrak nu op de kaart, maar er was wel de keuze uit vijf vegetarische gerechten met een hoog frituurgehalte. Wonderlijke gewaarwording.

We aten teveel, rebbelden aan een stuk en genoten. Afscheid zou voor korte duur zijn, beloofden wij en de foto’s die er gemaakt waren zouden we doorsturen. Zo’n mooie nieuwe vriendschap is er een om vast te leggen.

Overpeinzingen

Voor de broodnodige vitamientjes

De filosoof is een stamboom aan het maken en verzamelt foto’s van zijn voorouders en ouders in. We hangen allemaal in zijn boom. Een mooie stamboom met zichzelf aan de stam.

Stambomen kwamen vaak terug in het onderwijs en ik moet denken aan die keer toen we van oud hout er één levensecht getimmerd hadden. Met kinderen in de leeftijd van vier tot zes is dat dankbaar werk. Je neemt een oud vloerkleed, hamer en spijkers en wat afvalhout, wel splintervrij, en laat ze dan naar hartelust timmeren. Dat gaan ze absoluut doen en zo fanatiek, het is alsof hun leven ervan afhangt. Wel even wat voorinformatie verstrekken over op je vingers slaan en hoe pijnlijk dat kan zijn.

Toen ze een prachtig geval met veel staketsels in elkaar hadden gewrochten, sloegen ze aan het tekenen. Het werd een levensstamboom, dus wie allemaal belangrijk voor je waren op dat moment. Zo kon het gebeuren dat er huisdieren tussen hingen, eigenhandig getekende oma’s en opa’s, tantes of ooms en noem de hele handel maar op. Ze werden eveneens eigenhandig de boom in gespijkerd. Het werd een grandioos project en de boom mocht pronken in het halletje tegenover de groepen, zodat iedereen ze kon bewonderen.

Het leuke van onze school was dat ouders gewoon binnen konden lopen. Ze hoefden niet buiten bij het hek te wachten, maar stroomden de gangen in en als mijn deuren van de schuifwand open waren, mochten ze ook de groep in waardoor ze mee konden genieten van de eindkring. Zonder af te leiden of te storen natuurlijk. Alleen al die glunderende koppies als ze hun ouders of oppas zagen waren de moeite waard.

Daardoor kreeg het tentoonstellen ook veel meer functie, nu kon men de hele week ervan genieten. Helemaal op het laatst was dat een van de regels die teruggedraaid werd naar een reguliere. Netjes bij het hek wachten, ik heb er nooit aan kunnen wennen. Opvoeden doe je samen.

Lief is bezig met het snoeiwerk voordat we hier de winter ingaan. Vooral wilgen en breed uitwaaierende bomen zijn aan de beurt. Ik schilderde in de Datsja het portret van hem bij elkaar. Het was geploeter. Soms moet ik erg wennen aan deze verf en het gesso-bewerkte vel papier. Als je dan teveel water gebruikt, begint de gesso kuren te vertonen. Het lukte maar niet en ik dacht erover om de boel maar weer opnieuw te starten met een ander vel, maar nam eerst even afstand. De veranda is een van die bijzonder mooie plekken om op adem te komen of even los van alles wat je bezig houdt en reken maar, dat is erg veel, nu ik gravend door het verleden gaat. Bij terugkeer in het atelier zag ik ineens waar het aan lag. Met een paar vrij simpele aanpassingen kwam ik opnieuw op de juiste weg. Pauze om afstand te nemen als je er teveel met je hoofd inzit.

Bij het rustuurtje voor het eten belde ik onze globetrotters. Kleindochter had net het schoolbord tevoorschijn getrokken en maakte de ene na de andere tekening die met ahhhh’s en ohhhh’s bewonderd diende te worden. Tussendoor babbelden we de afgelopen dagen aan elkaar. Dochterlief had een heerlijk nieuwtje, maar dat is voor later want nog niet helemaal in kannen en kruiken. Het zorgde er wel voor dat het hart een sprongetje maakte. Roodborstje liet zich zien voor de eerste keer in deze herfst. En weer was ik te laat voor de foto.

Als maaltijd schoven we voor het gemak een pizza in de oven. Maar wel met een heerlijke salade Caprese erbij, voor de broodnodige vitamientjes.

Overpeinzingen

Hoe het balletje rollen kan

Het is vier oktober en dierendag. Dat hebben we hier gemerkt. Buiten grote getale mussen en koolmezen die er altijd al zijn, meer dan normaal, hadden we gisteren ineens een muisje in huis. Mijnheer of mevrouw Veldmuis trok parmantig van poot naar poot en schoot dan weer onder de verwarming of onder de boekenkast al naar gelang hij/zij er in de buurt was of niet. We hadden een doos meegenomen van vriendinlief die nog steeds afscheid aan het nemen is van haar kleine paradijsje en daar zat deze verstekeling vermoedelijk in. Tja, we hebben geen Snorrebaard (ken uw klassiekers) of Pluis hier rond lopen, dat wordt dus helaas het betere vallen-werk. Muis in huis tijdens afwezigheid wil een mens nou eenmaal niet. Bovendien kan het beter bij de sokkippen van de buurman een graantje meepikken.

Net vloog er een Vlaamse gaai laag over de grond, peuzelde merel in alle rust een druif weg en…Zag lief een eekhoorn omhoogklimmen naar dat zelfde lekkers boven op de pergola. Helaas te snel voor de foto. Voordat ik was ingesteld schoot hij de grote spar in aan de zijkant van het huis. Een week geleden was er al een grote egel voorbij gewaggeld. Heerlijk om de natuur om en rond het huis te hebben. Wat boffen we toch.

Gisteren bij vriendinlief op de wijnberg ontdekten zij en ik steeds meer overeenkomsten. We hebben dezelfde ideeën over opvoeden, over consumptie, over boeken, over eenvoudig en klein leven. Ze komt van Texel en straks gaan we haar natuurlijk opzoeken. Het is het enige eiland waar ik nog nooit ben geweest. Lief heeft een tijdje op Texel gewoond en kent haar al heel lang. Hier in Hongarije heeft hij haar man vaak geholpen met het opknappen van het Wijnhuisje. Hij hielp mee met het opkalefateren van het dak en allerlei kleine reparaties. Dergelijke huisjes staan op de ingang van een wijnkelder, de Hongaren hebben er vaak een perceel druivenranken voor staan. Ze zijn daar op de berg veelvuldig te vinden. Buurman Zoltan had een tweeliter fles cola met zelfgestookte rode wijn uit eigen voorraad aan haar gegeven, die we nu eens gingen keuren. In tegenstelling tot bij ons wordt ze koud gedronken.

Het wijnhuisje

Vriendinlief had binnen een driewielerfiets van haar man staan, die ze aangeschaft hadden toen gewoon fietsen niet meer ging. Daarmee kon hij nog wel naar het dorp. Ze heeft de fiets eigenhandig naar het verpleeghuis in het dorp gefietst en gaf aan dat ze nu nog eens extra begreep hoe veel kracht daar voor nodig was om hem over de berg te krijgen. Soms besef je achteraf pas wat een aandoening kan betekenen, als je zelf geconfronteerd wordt met wat het aan inspanning kost. Mooi om te bedenken. We babbelden over mantelzorg en hoeveel energie het kost om vooral de medici ervan te overtuigen dat iets bijna onhoudbaar is geworden in praktische zin. Ze heeft zich, net als mijn moeder, vaak niet gehoord gevoeld. Het verpleeghuis was een ander verhaal. Alsof je in de jaren vijftig stapt, zo voelde het. Na aangenaam kouten en borrelen met haar ieniemienieglaasjes reden we in de vroege avondzon naar huis met de verstekeling en de doos, maar niet voordat we beloofd hadden haar donderdag naar Pécs te brengen, vanwaar ze vrijdag naar Nederland zou vertrekken per trein.

Zoonlief heeft achter elkaar twee vragen gestuurd. Wat herinner je je het meest van elke plek waar je hebt gewoond? Zijn er speciale herinneringen aan de steden is nummertje 27 en Wat zou je aan de toekomstige generaties over jouw leven en ervaringen willen doorgeven bijvoorbeeld voor de kleinkinderen in 2050/2060 is de volgende.

Daar gaan we maar weer eens uitgebreid voor zitten. Wat de laatste vraag betreft is het lichten van de volledige doopceel met het totaal pakket aan vragen meer dan genoeg, lijkt me. Maar toch. Met overpeinzingen weet je nooit hoe het balletje rollen kan.

Overpeinzingen

Soms is afwezig zijn ook van goud

Zoonlief moest gisteren naar een congres, dus de vraag kwam later dan anders. En wat voor een. Een zelfreflectie van het zuiverste soort, maar nauwelijks objectief te beantwoorden. Kort gezegd, want er stond heel veel liefs omheen: ‘Hoe zou je willen dat wij jou zien als mama en als oma.‘

Ieder vogeltje zingt zo hij/zij gebekt is. Als ik terugdenk aan mijn eigen moeder en de verhalen die ik over haar heb geschreven, weet ik dat mijn lieve zussen dat soms op een hele andere manier hebben ervaren. Natuurlijk heb je op de eerste plaats een persoonlijk geheugen, dat al naar gelang de gebeurtenis, wel of niet gekleurd weergegeven wordt. Bovendien heb je allemaal je eigen persoonlijkheid, die maakt dat je op geheel eigen wijze op je ouders reageert, Ieder ervaart voor zich een bepaalde relatie anders. Dat was de reden dat ik altijd schreef, dat we elf vaders en moeders hadden in ons gezin, dertien als je hun eigen gedachten er bij rekent. De oudste kinderen hebben een heel ander beeld van mijn vader dan de jongsten en zo idem waar het mijn moeder betreft.

Je schept een band met alle kinderen en kleinkinderen. Die ontstaat. Er zijn types ‘Oma’ die ik niet graag zou willen zijn. Ik zou geen suiker-oma of moeder-oma willen zijn. Maar dat zijn van die wensen die diep in het systeem geworteld liggen. Kinderen mogen vrij hun eigen opvoeding ter hand nemen. Daar moeten mijn regels niet doorheen fietsen. Persoonlijke vrijheid staat nu eenmaal hoog in het vaandel. Moeder en oma zijn is ruimte geven aan zo’n eigen opvoeding en leven.

Ik wil er zijn als ik nodig ben. Met een luisterend oor, met liefde, met empathie en goede raad, als dat in mijn macht ligt. Ik vertrouw er op dat ze als zij er behoefte toe voelen aan dat alles, aan de bel trekken. Ik was geen beltrekker en weet hoe moeilijk ik het mezelf heb gemaakt door heel veel niet te delen. Pratten, noemde mijn moeder dat vroeger. Mijn vertaling: In je eigen potje sores zitten roeren zonder het licht te zien. Dat is me vaak overkomen en dan is het lastiger om een uitweg te vinden die tot tevredenheid stemt. Ik vertrouw erop, dat jullie dat kunnen en begrijpen.

Uit de brand helpen daar waar nodig is, dat past me beter. Straks ga ik weer een aantal dinsdagen kleindochterlief uit school halen omdat de kinderopvang moeilijk zit in personeel. Prime-time om extra fijne dingen te doen met haar. Een ander voornemen is kleinzoon te helpen met zijn portfolio, die hij nodig heeft voor een toelating op een school. Pareltjes dus. Er zijn straks de nodige familiedagen, die we met elkaar delen. De verjaardag en de sterfdag van de vader van de kinderen, de feesten die er aankomen en die we graag delen. Iets om zelf een stimulans door te krijgen, want is niet elke wisselwerking met kind of kleinkind een nieuwe inspiratie. Vaak wel. Door de gesprekken die we voeren, door de reactie die ze geven, door de ideeën die ze te berde brengen.

De helft van de tijd ben ik hier. Maar op afstand kan je heel dicht bij je kinderen en kleinkinderen zijn, dat heeft deze reis me wel geleerd. Met al die schrijfuren is mijn hart en geest bij hen. Dat maakt de actie van zoonlief ook zo waardevol. Soms is afwezig zijn ook van goud.

Overpeinzingen

Voor al wat leeft

‘De zoete last van het ongeleefde leven’ lees ik in de column van Marja Pruis in de digitale Groene. De zin blijft hangen door de verfijning en daarmee de verfraaiing van het onderwerp. ‘Het ongeleefde leven’, is dat het oorspronkelijke leven dat je voor jezelf gewenst zou hebben toen je eraan begon of is het de gedachte aan wat het allemaal geweest had kunnen zijn terwijl het jouwe al grotendeels heeft plaats gevonden.

De dag is vroeg begonnen. Kwart voor vijf en klaar wakker, omdat ik eigenlijk iets te benauwd ben. Opstaan, koffie maken en langzaam de duisternis plaats zien maken voor het ontwaken van de dageraad, tot de buurman twee huizen verderop een grote bouwlamp aanklikt die daar een einde aanmaakt, maar wel weer sprookjesachtige taferelen op de muur van het terras tovert.

Ongeleefd, dat is dus het niet dag zien worden door een buurman die je dat pretje ontneemt. Ongeleefd is wat er nu gebeurd op andere plaatsen op de wereld, waar ik geen deel van uitmaak. Wacht even, dat is mijn ongeleefde leven, maar het is wel degelijk geleefd. O jeetje. Filosofisch denken en dat zo vroeg in de ochtend. Ongeleefd kan al niet, als ik mijn corrector moet geloven. Het zou ‘onbeleefd, ingeleefd of ongeliefd’ kunnen zijn, maar ongeleefd is het geen van drieën. Die drie begrippen kunnen zich wel voordoen in dat ongeleefde leven van mij, zou zelfs een thema kunnen zijn. Stel je voor dat ik ongeliefd was, of onbeleefd, hoe zou dan mijn ongeleefde leven eruit hebben gezien. Chaos in dat wakkere hoofd van mij.

Gisteren heb ik lief geschilderd. Dat wil zeggen, een jongere en vrouwelijke versie van hemzelf. Nu vind ik het wel een mooi portret, maar het is maar een zweempje hem. Natuurlijk zou ik het aan kunnen passen, maar ik geloof dat ik er voor kies het helemaal over te doen en dit portret te laten zijn zoals het is. Een vleug herkenning.

Lief was in de tuin aan het schilderen met zijn kleine zaag en zijn scherpe blik. Hij heeft al doende een Berceau of loofgang gecreëerd aan de linkerkant van de tuin. Deze zichtlijnen zijn er nu overal. Zo schep je diepte in een landgoed en schoonheid. Dat heet schilderen bij hem, alleen bij hem naar de werkelijkheid. Haha.

Er liep net een wonderlijk beestje in de slaapkamer. Bij nader bekijken met de zaklamp van de telefoon zag het eruit als een verzameling pootjes. Geen spin, maar bij nader onderzoek, lief had hem naar de vloer van de gang geloodst, bleek het toch uiteindelijk een prachtig krekeltje te zijn. Hij bleef tenslotte heel stil zitten op de hand van lief. Dat leverde een paar mooie plaatjes op. Ik zeg: ‘Krekelgeluk op de vroege morgen brengt vast een dag zonder zorgen’. Denk ook onmiddellijk aan de krekels van Vasalis, die in Afrika geconfronteerd wordt door een plotseling aanzwellend getjirp van krekels, waarmee ze zich bewust wordt van de tijd, een klok die tikt en die maar doorgaat.

‘Er is geen rust. Er is geen nacht/oneindig en geen stilte stil./Geen groot verlangen, geen enkele wil/kan maken, dat hij even wacht,/de eenmaal aangevangen tijd.’

De krekel zit nu veilig buiten, op de bladeren van de hosta en kan tjirpen tot in het oneindige. Fijner voor dat mooie beestje en beter voor ons. Een tjirpende krekel in je kamer brengt een enorm lawaai met zich mee. Ooit zat ik in Huize het Oosten en hield de wacht, toen krekels ook een concert aanhieven en ik bang was dat de hele ziekenboeg klaar wakker zou zijn als het lang zou duren. Maar even plotseling als dat het opgekomen was, ebde het ook weer weg.

Het is weer inktober en gisteren was het item: Dream en in mijn beleving kan er maar een droom bewaarheid worden. Een betere wereld voor al wat leeft.

Overpeinzingen

Uithijgen en erbij blijven

Er zijn nog zes vragen te gaan. Nummer 25 gaat over mijn COPD en hoe zeer zoonlief mijn positieve houding ten aanzien van deze aandoening respecteert. Hoe of ik het ervaren hebt en wat de tekortkomingen zijn die het me oplevert.

In het geval van aangedane longen voltrekt zich het proces geleidelijk. Het allereerste moment dat ik merkte dat er iets haperde was bij het instuderen van de nieuwste Hongaarse choreografie met onze volksdansgroep Cioful. Ik kon het tempo niet meer bijbenen en legde het halverwege af. Een en een is twee. Als iets met het vorderen van de leeftijd, ik was net vijftig geworden, niet meer gaat, worstel er dan niet mee door, maar zoek een nieuwe hobby. Intuïtief wist ik waarschijnlijk dat het alleen maar tot meer aftakeling zou leiden. Als je iets moet zien te voorkomen is het dat gevoel. Niets depressievers dan het niet mee kunnen komen.

Het volgende moment was ook zo’n cruciale en onverwachte actie. Tijdens het optreden in ons toneelstuk voor Nederlandse basisschoolkinderen in Parijs aan het NVTC ontdekte ik tijdens een rolwisseling en een nogal gehaast verkleden, dat er geen lucht genoeg was. Lichte paniek, een hervatten van de ademhaling en een sussende redevoering met mijzelf was het gevolg. ‘Kalm, kalm, kom tot rust, haal adem, armen boven je hoofd, neem een flinke teug, het komt goed’. Deze vorm van persoonlijke mindfulness zette zoden aan de dijk, zonder verdere gevolgen, maar de toon was gezet.

Hoe het verder ging heb ik eigenlijk al beschreven. Wakker worden met een gevoel dat je het niet zou redden kwam mij op de diagnose hyperventilatie te staan. Diverse keren ging het mis met de ademhaling. Geen aanwijsbare oorzaak tot dan toe, tot op een keer een van de andere huisartsen in de praktijk bedacht dat het misschien raadzaam was om een spirometrie te doen, ofwel een longblaastest. De uitslag was alarmerend. Volgens de toen geldende meetnormen had ik Gold 3 en er waren maar vier stadia. Na verwijzing ging het in het ziekenhuis verder met het onderzoek en blaasfunctietesten en daarna keerde ik met een aantal richtlijnen naar huis.

De voornaamste oorzaak was het werken met de stoffige zakken kleding in de kringloop waar een ventilatiesysteem ten enenmale ontbrak. Alle stof van tafels vol kleding regelrecht in de longblaasjes. Ja ja. Nog steeds is het eerste wat ik doe bij het binnenlopen van een kringloop, stiekem een glimp opvangen van de sorteerkamer om veelal te ontdekken dat het nog steeds droevig is gesteld met het afvoeren van de vuile lucht.

Beperkingen kwamen op de gekste momenten. Iedere week gingen wij, drie van de vier zussen, vaak een wandeling maken, maar na verloop van tijd merkte ik dat ik merendeels achteraan liep te sloffen en alleen maar foto’s van de achterkant van de zussen kon maken. Bovendien traineerde ik de boel, vond ik zelf, ook al bezwoeren ze dat het geen belemmering was, maar dat ik het aan moest geven. Dan hielden ze natuurlijk pas op de plaats. Dat zou ik om de haverklap moeten doen. Het werd er niet gunstiger door. Ook hier was het beter om af en toe eens mee te gaan bij het bezichtigen van een stadje, waarbij je dan slenteren kon en sneller een plek vond om even op adem te komen, maar de wandelingen werden allengs minder. We gaan nog wel een week weg ieder jaar, maar ik kan niet verhelpen dat het soms voelt als het bekende blok aan het been, waarbij ik de rol van blok heb. Ze doen hun uiterste best hoor, daar ligt het niet aan, maar het is mijn gevoel van eigenwaarde dat het meest in de weg zit. Ook omdat ik soms nergens last van heb en dan soms weer, bij heuveltjes of stukjes lopen van niks, ongelofelijk moet bijhijgen om zuurstof te happen. Je kan er geen peil op trekken. Dat is het ongewisse in dit ziektebeeld.

De lucht in Nederland is erg verslechterd. In Hongarije merk ik dat nog het best. Hier is minder verkeer, veel meer natuur, veel minder vocht in de lucht. Het voelt beter. Alleen de obstakels, het hochie op of een flinke trap beklimmen gaat zoals altijd moeizaam. Met rust tussendoor kom ik een heel eind. We zijn nu bijna zover dat ik mijn draagstoeltje mee ga nemen om af en toe even te kunnen zitten en uithijgen.

Dat is het motto. Uithijgen en erbij blijven.

Overpeinzingen

Een reëel ongemak

Ik zit in de Datsja en ben toch even teruggelopen om een dikke trui en een warme sjaal over de zomeroutfit heen te gooien. Als de zon doorbreekt is het onmiddellijk 25 graden, maar zodra er wolken voorschuiven, keldert de temperatuur en met het windje erbij krijgt het een wat herfstig karakter. Wel had ik van de nood een deugd gemaakt om tegelijkertijd thee, chocola en voor mij een nog niet genuttigd crackertje met kaas mee te nemen. Vanmorgen was ik aanvankelijk druk met het schrijven op de lange vraag van gisteren en eergisteren over de goede eigenschappen, die ik ieder kind toe wilde dichten. een tijdrovende klus en de volgende vraag stond al klaar: ‘Hoe oud was je toen je in de overgang kwam en hoe heb je dat ervaren? Heb je ooit hulp gekregen van de dokter of andere (homeopathische)medicijnen?

In deze twee maanden ga ik een heel eind door dat verleden van mij en alles wat er gebeurd is. De kinderen spelen daar voortdurend een belangrijke rol in en ze zijn dichterbij dan ooit ook al hebben ze het zelf natuurlijk nog niet door. Oudste zoon wel, omdat die de vragen stelt.

Vanmorgen hadden we daar ook een gesprek over. Als je aanhoort, wat een ander vertelt of geschreven heeft en je geeft er geen mening over, omdat je vindt dat het de visie van de ander is, die je moet respecteren, dan kom je nooit tot een gesprek. Dan valt het klankbord weg. Waarom schrijf je een blog. Vaak om ook echt gehoord te worden. Opmerkingen over je gedachtengang kan dan alleen maar een aanvulling zijn, omdat je ermee kan lopen stoeien, maar ook omdat het de nodige verheldering kan brengen. Er moest even over nagedacht worden. De geest heeft voeding nodig en alleen de schoonheid van de omringende natuur is dan niet genoeg. We kijken elke avond een film, maar ik ben ze een beetje zat, omdat het niet de films zijn die we normaal gewend zijn te kijken in de filmtheaters en die we zorgvuldig hebben uitgezocht op een bepaalde diepgang, waar dan een eventuele gedachtewisseling uit voortvloeit.

We schudden de kaarten opnieuw en nemen ons voor om meer te lezen, af en toe een betere film te zoeken en het verhaal goed uit te pluizen alvorens te bekijken. Misschien zijn er ook betere documentaires te vinden bij NPO Plus. Goede voornemens zijn bij tijd en wijle nodig. Het lucht op, terwijl hier het luchtruim dichttrekt.

Die overgang bij mij begon met het wakker worden op een ochtend toen ik rond de vijftig was, in de stellige overtuiging dat ik dood zou gaan. Een raar gevoel rond mijn hart, hartkloppingen, benauwd en een wonderlijk naar binnen trekken van het bewustzijn. Toen ik de vervangend arts belde, het was natuurlijk in een weekend, kon ik komen en hij plaatste de diagnose ‘hyperventilatie’. Geen fijn stempel, kan ik jullie verzekeren. Vanaf toen werden al de klachten die ik daarna kreeg, waarbij regelmatig het hart een duit in het zakje deed, geschaard onder de kop ‘Hyperventilatie’. Drie keer op de cardio opgenomen geweest, wonderlijke ervaringen in een overvolle groep kinderen meegemaakt, soms weer op huis aan gemoeten. Ik was niet in orde maar het was gediagnosticeerd. Hyperventilatie, het zit tussen de oren. Geen medicijnen, geen nadere onderzoeken, de pimpelpaarse neus ten spijt en de absurd hoge bloeddruk waarmee ik op de eerste hulp terecht kwam. Ondertussen was de menstruatie aan het afbouwen. Aan de overgang begon ik pas te denken toen ik er opvliegers bij kreeg. Het hele gedoe had me vreselijk onzeker gemaakt over het lichamelijk functioneren. Toevallig kreeg ik een artikel onder ogen, dat nogmaals over vrouwencardiologie ging en waarin men bevestigde dat klachten van vrouwen vaak worden toegeschreven als iets wat tussen de oren zou zitten. Pas toen bekend werd dat COPD de grootste boosdoener was, begon ik me zelf ook weer wat te herpakken. Een bevestiging van wat ik eigenlijk allang wist. Het was een reëel ongemak.

Overpeinzingen

Alles wat roert en zich laat roeren

De herfstastertjes zijn onmiddellijk veroverd door talloze bijen. Ze zwermen er lustig omheen en doen zich te goed aan de zoete nectar. Het is vooral het kleine leven dat hier welig kan tieren. Alles wat vliegt heeft voedsel in overvloed. Een paradijs zoals je je ook voor jezelf zou wensen. Kleine Holle Bolle Gijsjes in luilekkerland. De vlinders zijn soms zo dronken, dat ze tollend moeten uitrusten op een van de houten pilaren van het terras. Druif, vijg, bloemen in overvloed.

Gisteren kwam vriendin vanaf de wijnberg per fiets naar ons. Stevig half uurtje fietsen, met een extra bandage om de knie, want het betere trapwerk en super banden om haar racefiets. Ze bewonderde het landgoed en de bedrijvigheid in de Datsja en daarna zaten we heerlijk onder de hazelaar en overbrugden opnieuw de jaren. Ze vertelde dat ze naar het thermaalbad in Szigetvar was geweest. Ze was er voor het laatst met haar, nu overleden, man. De herinnering aan alles en het goede gesprek dat ze daar nog hadden gevoerd had een kraantje opengezet en de zilte tranen stroomden haar over de wangen. Al het verdriet kwam eruit, misschien ook wel het schrijnen van het gemis, de zorg die er geweest was, en alles wat niet meer gedeeld kon worden. Dat was toch al steeds aan de hand. De emoties golfden hier op en neer. Logisch, als je bedenkt dat ze hier de laatste keer nog samen waren geweest.

In de Groene van deze week stond toevallig een artikel van de analyticus over ontroerd. Iemand omschreef zichzelf als een huiler, die om een ander huilt, niet zozeer om zichzelf en verklaarde dat voor zichzelf positief omdat er in contact gestaan werd met de emotie. De analyticus echter draaide het om. Durf jij wel met je eigen emoties te dealen of scherm je het af en kan je daarom zo snel om andere aandoenlijkheden huilen.

Natuurlijk betrek ik het op mezelf. Ontroerd kan ik raken van mooie dingen, van oude mensen, van een bevende hand. Ik kan in vervoering raken van mijn gedachten over opvoeden als ik aan anderen wil uitleggen, waar mijn passie precies inzit. Maar dat is een ander huilen, dat vind ik hooguit vervelend omdat ik dan niet goed uit mijn woorden kan komen.

Wat is huilen vanuit je diepste emotie. Dat is wat er nu met vriendinlief gebeurde. Dat voelde ik mee en begreep het onmiddellijk. Te vaak heb ik aan die kant van de lijn gestaan. Dat diepste verdriet, omdat iets voorgoed veranderd zal zijn.

De analyticus geeft een goede raad. Schaam je niet voor je verdriet, voor de tranen die het oproept. Laat niemand je ontroering afpakken. Er was een tijd, dat geroerd worden voor en door anderen als een groot talent werd beschouwd. Misschien zou je toen wel als professionele rouwer worden ingehuurd. Niet omdat je verdriet had, maar om de ontroering in het algemeen te vieren. Om te vieren dat alles altijd en overal in beweging is.

Vriendin schaamde zich zeker niet. Bovendien was er al water genoeg aanwezig. Een waterval verdriet kon ernog wel bij. We hebben langzamerhand door het leven wel geleerd dat je verdriet er mag zijn. Tegenwoordig schrijf ik het op en geef dat aan een ander om mijn passie of mijn ontroering voor te laten lezen door hen. Ik weet dat ik er niet uitkom. waarom pijnigen als alles op te lossen valt. Nu hoef ik alleen maar te knikken, met die brok in mijn keel. Bij verdriet, bij vreugde, bij passie, bij schoonheid. Inderdaad, om alles wat roert en zich laat roeren.

Overpeinzingen

Zo werkt dat

Er bleek toch een groot tuincentrum te zijn in Pécs. Niet, zoals over het algemeen het geval is, toegevoegd aan een bouwmarkt, maar een op zichzelf staand bedrijf met kassen rondom. Eindelijk gevonden waar ik al zo lang naar op zoek ben. Op de kale plek in het tuintje waar de Bijvoet had gewoekerd wilde ik heel graag herfstasters hebben. Een sterke vaste plant, die het wat langer uit kon houden dan de gemiddelde bloemensoort. We moesten er een stukje de berg voor op. Het gaat me steeds makkelijker af om de weg te vinden in deze stad, waarvan de infrastructuur allengs duidelijker wordt. Aan het aantal kerken in iedere wijk is duidelijk te zien, dat een aantal dorpen zijn toegevoegd aan de stad zelf. Zo werd het groter en groter. Die kerken staan er allemaal nog. Sommige goed onderhouden, anderen totaal in verval. Bijzonder vind ik dat.

We reden de kleine straat de eerste keer voorbij, omdat het eerder een steeg leek. Toen we het eenmaal hadden ontdekt, moesten we verder naar boven rijden. Daar kwamen we op de plaats van bestemming aan. We zagen een lieflijk huis met een groen houten balkon over de hele breedte en een mooie bloementuin ervoor. Dat kon ook haast niet anders.

Bescheiden hadden we de auto op een klein parkeerhaventje aan de zijkant van het huis geparkeerd en we liepen naar achteren. Daar bleek een walhalla aan planten, bomen en struiken verscholen te liggen, tegen de berg op. Goed onderhouden met uitgebreide drainage-systemen . Trapsgewijze terrassen met hun koopwaar. Je kon het zo gek niet bedenken of het was er. Niet langer hoefden we te verzinnen hoe we wat bloeiend goed vanuit Nederland naar hier konden krijgen. Dat zou een totaal overbodige missie zijn, want de prijzen lagen gemiddeld lager dan in Nederland.

Asters in diverse kleuren, winterviolen te over in de grote kassen, bloeiende Oleanders, grote pollen Begonia’s en Petunia’s, maar ook clematissen en rozen in alle maten en soorten. Klein grut, groot grut en voor lief, heideplanten en muurbloemen in grote getale. Kruiderijen te kust en te keur met vooral een uitgebreide salieverzameling.

We hebben in de tuin een rotsachtige heuvel, waar die heideplanten echt goed zouden staan. We besloten ons te beperken tot de asters en pas als de grond was voorbereid tot de koop van de bloeiende heide over te gaan. Het personeel was vriendelijk en er heerste een kalme sfeer. Opgetogen over de gedane ontdekking reden we weer naar huis.

Dat zijn allemaal kleine veroveringen, die ervoor zorgen dat je je nog meer thuis gaat voelen.

De buurman was met hele andere zaken bezig. Terwijl lief de vlier achter de Datsja aan het snoeien was, zag hij hoe twee tuinen verder de nieuwe bewoners een groep witte ganzen had lopen. Buurman was er in gedoken en had er een uitgehaald, die hij kennelijk voor de slacht wilde gebruiken. Niet zachtzinnig ging hij te werk en uiteindelijk kwam er een knuppel aan te pas om het dier af te maken. Er stond een dochter bij, die toch maar even het hoofd afwendde.

Ik dacht aan de achtertuin in de Amandelstraat en opa Driehuis die een kip onder handen nam, maar ook Flappie, het lied van Youp van ‘t Hek kwam naar boven. Eigenlijk weet ik het wel. Het is geen barbarij, maar een duidelijke andere inslag, typisch voor het platteland én een cultuurbepaalde handeling. Je houdt dieren voor het vlees of de eieren. Alleen zijn wij er verder van af gaan staan. Bewust door veranderende inzichten. Zo werkt dat.

Overpeinzingen

Joost mag het weten

WordPress vraagt welke merken er onlosmakelijk verbonden zijn met mij. Haha, geen een. Want een Secondhand-Rose is nooit merkenvast. Wat consumpties betrof: Mijn vader wilde altijd alleen maar dat ene Utrechtse koffiemerk, had een vast merk zware shag en een voorliefde voor de enige echte Ossenworst en mijn schoonvader wilde niets anders dan de, in zijn ogen, enige echte sinaasappellimonade.

Maar van eten en drinken zijn wij, zeker hier, totaal niet gebonden aan een bepaald merk. Als enige andere restrictie hebben we zonder vlees en zo gezond mogelijk, met weinig of liefst geen kleurstoffen, e-nummers en andere toevoegingen. Toen we vroeger op vakantie gingen naar het buitenland was de auto extra zwaar beladen onder de levensmiddelen, tot aan aardappelen toe, die allemaal mee moesten. Dat alles in het kader: ‘Wat de boer niet kent, vreet hij niet’. Dat laatste is niet helemaal juist. Dankzij mijn vader, die wel van lekker hield, leerden we in de jaren zestig de oosterse keuken kennen.

Mooie vraag voor vandaag, over waar je van droomt en waar je dan niet aan toekomt om dat te verwezenlijken.

Ik schrijf er een paar uit en besluit als volgt:

Dromen zijn wensen en wensen zijn gekoesterde verlangens. Je bent nooit te oud om te dromen en weet je wat zo leuk is, dat je dat altijd en overal kan doen. Zo droom ik ook wel eens van een tuin vol bloemen, waar je nauwelijks iets aan hoef te doen, omdat het zo goed is aangelegd met de juiste grond eronder. Haha. Dromen zijn ook vaak utopiën. Zorg dat je altijd wat te dromen hebt.

Gisteren had het snoertje van de Ipad het spontaan begeven. Het ene deel stak er nog in en de draad kwam er met een paar missende tandjes uit. Lief dacht dat ik er onder leed omdat er nog te schrijven viel, maar niets was minder waar. Er bleek gewoon in Szigetvar een Eurotechnics te zitten, die wel dat merk snoer had, over merken gesproken.

Dus na het ochtendritueel op pad. De jonge verkoper hielp ons vriendelijk en efficiënt. Met een nieuw snoer in de tas besloten we het stadje eens goed van binnenuit te bekijken, want we waren wat vroeg voor het bezoek aan een vriendin van Lief, die op de Wijnberg een huisje had en gisteren uit Holland was aangekomen. Ze wilde nog een keer afscheid nemen van de plek waar zij ooit met haar man vol idealen begonnen was om er een fijne vakantieplek van te maken tot manlief een ernstige spieraandoening kreeg. Ze was er al vier jaar niet geweest en kwam nu omdat haar man dit jaar overleden was en ze haar gemis en grote liefde nog een keer daar wilde voelen en meemaken. Afscheid nemen is vooral het gemis een plek geven in je geest en in je hart.

Het deerniswekkende bosje bloemen dat we bij ons hadden, kochten we van een vrouwtje die aan het bedelen was in de kerk, waar lief net 1000 forinten in een offerblok had gefrommeld. Dan kan je bijna niet weigeren. Bovendien hadden we een lieve en aandoenlijke welkomstgroet. Zij was ongelooflijk blij met, nog een keer, 1000 forinten, omgerekend ongeveer 2,58. De kerk was prachtig en door het hek heen konden we ons vergapen aan een rijke keur van ornamenten.

Bloemetjes voor vriendin, die zich inmiddels door het spinrag heen had gebaand en haar huisje weer betamelijk op orde had. Wat een uitzicht vanuit hier. We genoten alle drie van de vele verhalen en verslagen en van alle punten van overeenkomst. ‘Alsof ik je al jaren ken’, zei ze bij het afscheid. Dat was geheel wederzijds. We gaan elkaar nog vaak ontmoeten. Zo dapper daar op die eenzame plek met een wat wonderlijke Hollander aan de voet van haar landje en tussen alleen maar afwezige Hongaren in. Het was er dood-en doodstil. Dan hou ik toch wel van de reuring hier in het dorp.

Het is dagpauwogen-tijd en een gekartelde aurelia fladderde lustig er tussendoor. Waar nu de Atalanta’s gebleven zijn? Joost mag het weten.