Overpeinzingen

Om over te mijmeren

Een pas op de plaats gisteren was na drie intensieve dagen Terschelling wel nodig. Heerlijk dat de stappenteller op de telefoon ook de in de rondte draaiende benen op een fiets telt. Zo kom ik eindelijk aan de meer dan tienduizend stappen en dat drie dagen lang.

Dochterlief had gezien hoe makkelijk het voor mij is om vooruit te komen per e-bike. Het op-en-afstappen gaat minder soepel, maar ik red het wonderwel en lucht heb ik genoeg. Zelfs de duinenrij kan ik trotseren, al vind ik die schelpenpaden wel potentiële valkuilen, letterlijk en figuurlijk. Bij een beetje zwierige bocht lig je zo in het struweel.

Ze stelde voor om eens te gaan kijken naar elektrische vouwfietsen, die handig meekonden in de auto, dan zouden we elke nieuwe omgeving makkelijker kunnen verkennen. Nu kom ik niet veel verder dan een lauwe heuvel of een halve weg met de wandelpas in de kalmpjes-aan-stand. Lief moest er even over denken. We gaan er zo eens op voortborduren. Over een half uurtje spreek en zie ik hem weer. Lang leve de video.

Gisteren was het plantendag. De dorstige harten hadden drie dagen moeten teren op de volle gieters die ik er ingegoten had voor het vertrek, zowel bij dochterlief als bij mezelf. Het stond er allemaal best nog fleurig bij, alleen de grote salie had het moeilijk. Het is niets vergeleken met de beelden die van onze Hoff langs komen. Dankzij de weken aanhoudende droogte daar en temperaturen van 35 graden of meer is alles dor. Wel spotte daardoor Lief de Wielewaal in een boom en de bonte specht. Ze zijn beter te zien nu al het frisse groen verdord de bodem bedekt. Het heeft voordelen, want er hoeft nauwelijks gemaaid te worden, iets wat ook niet aan te raden is met die temperaturen.

Van lezen komt nog altijd niets, maar ik zie in de zomertijd van Trouw het boek langs komen van Fleur Overgaag met de titel ‘Hee mooie ziel’ en toen ik het aanprijzen van Roos Menkhorst las en Fleurs eigen verhaal over het ontstaan van het boek denk ik erover om het aan te schaffen. Het zijn korte stukjes uit haar eigen leven en laten haar kwetsbaarheid tot in den treure zien. Daarbij kan ze zich niet verschuilen achter haar typetjes. Zij pleit met haar boek voor meer kwetsbaarheid en onhandigheid, omdat we sterk geneigd zijn de wereld mooier te maken dan ze is. Er zit juist meer verbinding in het delen van dingen die we lelijk vinden aan onszelf. Er rest haar maar een ding en dat is zich niet groot houden. Daar besluit ze het verhaal mee.

Op een gegeven moment komt er een moment, waarbij het niet meer nodig is om je groot te houden. Je lijf leeft een volstrekt eigen leven en heeft geen boodschap aan de invulling ervan, die jij wenselijk zou vinden. Alles wat zou kunnen helpen wordt zelfs buitengesloten. Borsten duiken naar beneden en alles wat de boel op kan houden, belemmert in hoge mate de ademhaling, dus met de beugelloze topjes hangen ze nu weliswaar op half maar toch. Haha.

Zulks is evident voor de oplossingen bij alle kwaaltjes die het ouder worden uitdeelt. Niets aan te doen. Omarm de imperfectie en laat je niet gek tikken door wat er voorgeschreven wordt.

Een heilzaam boek dus, niet alleen voor haar doelgroep maar ook voor ons. De typetjes die ze op instagram neerzet, zijn trouwens een hilarische spiegel. Zowel voor onze als voor de huidige generatie. De moeite meer dan waard al was het maar omdat er veel is om over te mijmeren.

Overpeinzingen

Heel veel respect

Een dag om bij te komen. Dat gun ik mezelf vandaag. Enerverende weken waren het, maar beide de moeite meer dan waard. Vlak voor de driedaagse op Terschelling wilde ik nog naar mijn op één na oudste broer, de enige van de elf die, buiten de gebruikelijke ouderdomskwaaltjes zoals brakke knieen en staarogen, aan Body Lewy Dementie lijdt. Twee zussen gingen mee. Broerlief zat op de bank. Zijn bed stond ernaast. Trappen lopen was er niet meer bij. Schoonzus redderde wat er te redden viel, hield hem in het oog en week geen ogenblik van zijn zijde. Hij had de handen van mijn vader gekregen. Lange, wat bleke stramme vingers aan armen, die gekruist over zijn borst het beven probeerden te minimaliseren. Zijn onrustige onderbenen gingen van de ene over de andere en vice versa. Hij keek in onpeilbare verten om soms ons even bedachtzaam aan te kijken. In tegenstelling tot onze vader, die al zijn verdriet destijds smoorde in Izegrimmig gedrag leek broer veel meer berustend en beschreef dat in zinnen als: ‘Ach ja, wat kan je er tegen doen’ en ‘Kwaad worden helpt niet’. Eigenlijk was ik stiekem trots op hem. Omdat hij het leven op dat moment nam zoals het kwam.

Voor zijn trouwe eega was het veel belastender. Ze sliep op de bank in de kamer en hoorde ‘s nachts zijn warrige dromen aan die luid en duidelijk resulteerden in het roepen van de naam van zijn kleinzoon of andere hallucinatoire beelden en trachtte daartussen door met hazenslaapjes haar nacht heel te breien. Dat lukte niet echt. Maar die twee zijn al hun leven lang zo verknocht en samen geweest, dat eventuele inmenging van buitenaf als een inbreuk op hun trouw aan elkaar wordt ervaren. Zeker als er een doembeeld opduikt van een verpleegtehuis. De huwelijksgelofte tot op het woord, bewonderenswaardig zorgvuldig, nagekomen.

Wat Body Lewie Dementie was, schoonzus moest me er op wijzen, dat dat zijn diagnose was, heb ik opgezocht om precies te kunnen zijn. Ik vermoed dat nog maar weinig mensen deze aandoening kennen. Op de site van Alzheimer Nederland vind ik het volgende: De ziekte is nog niet zo lang bekend en de symptomen lijken op die van alzheimer en de ziekte van Parkinson. De klachten in het begin zijn vaag en kunnen van uur tot uur en van dag tot dag verschillend zijn. Als eerste vallen kleine veranderingen in doen en laten op. Vaak is het geheugen nog relatief goed, maar kunnen mensen hun aandacht niet goed meer bij de dingen houden en vinden ze het moeilijk taken uit te voeren. Dit zorgt ervoor dat mensen minder snel reageren, vaak afdwalen een moeite hebben met plannen en initiatief nemen. Tussendoor zijn de betere periodes waarbij ze beseffen dat er iets aan de hand is. Dat levert vaak frustratie en stress op. Na een tijd worden de fysieke klachten erger.

Dan volgt een beschrijving van stijfheid en kramp bij het lopen, vergelijkbaar met de ziekte van Parkinson, het ruimtelijk inzicht gaat achteruit en daardoor zijn afstanden moeilijker in te schatten, maar wat nog veel meer onrust geeft zijn de levendige dromen, hallucinaties en wanen. In die fase verandert ook de persoonlijkheid totaal.

Daar vind ik broer terug, herkenning uit de verhalen van onze zorgzame schoonzus. Het is een hele opgave om die grote sterke man, ooit een knappe muzikale tenor in het Byzantijns koor, zo te zien veranderen. Inschatten wat het betekent kan je alleen vanaf de zijlijn en dat is een zeer beperkte waarneming. Wij zien hem in een enkel luttel uur en geven er woorden aan, maar wat het werkelijk betekent voor hem en voor haar en de relatie kan op dit moment alleen zij vertellen. Het oogst heel veel respect.

Overpeinzingen

Daarmee liet ze ons in raadselen achter

Ziezo, hoe overleef ik in het benedenruim, nou ja, de onderste verdieping van het passagiers schip, de overtocht van Terschelling naar Harlingen. Eenvoudigweg door de laptop maar mee te nemen zodat ik mijn blog die ik al twee dagen in de vroege avonduren schrijf, misschien nu al kan schrijven. Mits ik niet al te zeer door het geroezemoes wordt afgeleid. Het is in de eetkamer drukker dan op de heenweg, mensen maken ook veel meer gebruik van de restaurantfunctie. Dat is logisch want voor veel mensen is het etenstijd.

Vanmorgen moest ik om tien uur uitchecken. Een makkie, want om zeven uur was ik inmiddels gedoucht en aangekleed. Het is een heerlijk pension, maar twee dagen zijn voldoende om te merken dat de schoonmaak op een lager pitje staat. Trouwens rond twee uur s‘nachts vond een al wat oudere heer het nodig om iemand aan de telefoon te woord te staan terwijl hij de trap opliep. Geluid op standje hardhorend, stemgeluid van de man navenant hetzelfde. Dus was iedereen zo’n beetje wakker, te horen aan het aantal toiletgangers. Ja ja een pension kent boeiende observaties.

Om tien uur was de familie present om me op te halen. De koffer lieten we nog in de huiskamer staan. We gingen voor een heerlijk ontbijt naar La Vida. Toost met scrambled eggs voor pa en ma, pannekoekjes voor het kroost en een minder gezonde, maar gekozen om de minst grote portie, croissant met roomboter en jam voor mij. We zaten er heerlijk aan een ronde tafel met het zicht op een kunstwerk van Miro Gros en om het te completeren was de ronde tafel met een grote ster in het midden, ook van zijn hand. Koffie, latte, Smoothie en een jus d’orange. De filosoof en tante Pollewop wilden een Terschelling-trui en dat vond ik een mooie compensatie voor al het geld dat ze gebruikt hadden om mij te verwennen. Een goede kleur en de juiste maat zoeken was nog een dingetje, want de een wilde precies pas en de ander een maatje groter. De filosoof een prachtige kleur groen en tante Pollewop viel voor een mooie en stoere aubergine. Helemaal top.

Op naar het Wrakkenmuseum. Daar waren we in 2022 ook al geweest. Ik was even vergeten dat het er binnen vrij benauwd was. Maar het is prachtig om de geschiedenis af te lezen aan alles wat de zee ooit heeft teruggegeven aan het land, soms ontroerend, soms onbegrijpelijk, soms om te lachen. Prachtig zijn de briefjes van diverse bezoekers erbij, die evenzeer van emotie wisselen en vaak meer zeggen van de auteurs dan van het museum. Sommige vinden het stoffig en te rommelig, anderen confronterend omdat er sexspeeltjes waren uitgestald en anderen zagen er vooral de lol van in. Het meest ontroerend vond ik het verhaal van een oud Indië-ganger, die nu eindelijk de kajuit vast had gehouden van het schip, waarop zijn familie in 1931 van Indonesië naar Nederland was gevaren.

De eigenaresse van de woning, Hillie van Dieren Elgersma, was samen met haar man een begrip op Terschelling. Er werd speciaal voor haar een flessenmonument opgericht met haar foto en een prachtig gedicht:

Als ik ga, moet je niet huilen/Want echt weg ben ik niet/Mijn lichaam is nu duizend dingen/Heb daarom niet zoveel verdriet

Ik ben de wind/ Ik ben de regen/ Ik ben de zon/Het jonge gras/Ik ben de sneeuw en duizend dingen/‘k ben weer degene die ik was/

En als je wakker wordt/Bekijk dan de bomen en de blauwe lucht/Kijk naar de vlinders en de bloemen/Kijk naar de vogels in hun vlucht/

Want al die duizend dingen ben ik/sinds ik mijn lichaam achterliet/Die duizend dingen zijn mijn leven/Dus zie je, echt weg ben ik niet

Wie de auteur is, was me nog niet duidelijk. We hadden inmiddels genoeg gezien en gingen op de fiets naar de dichtstbijzijnde supermarkt, waar wij buiten met de fietsen bleven wachten tot schone zoon een lekkere lunch had gehaald. Er stond en vrouw met haar auto zo’n beetje midden op de weg en belemmerde behoorlijk. Naast ons ging een auto eindelijk weg en ze draaide doodgemoedereerd in op haar dooie akkertje, beetje naar voren, een beetje naar achter en klaar. Toen ze zeer traag uitstapte, ontspon zich daarna een koddig gesprek. Ik schatte haar leeftijd rond de tachtig.

Ze vertelde hoofdschuddend dat het vaste land geen geduld meer had. Het was een simpele kwestie van afwachten en dan kwam er altijd wel een plekje vrij. In een stief kwartiertje kregen we te horen dat ze eigenlijk heel vroeger van Haarlem was gekomen, dat haar vader de molen even verderop had gebouwd, dat haar jaarringen nog meevielen vergeleken met de mevrouw die langs kwam schuiven, want daar kon ze wel twee keer uit, en meer van dat soort prietpraat met de nodige kwinkslagen er tussendoor. Eindelijk schoof ze door toen in haar woorden’Het Opperhoofd’ was gearriveerd.

Soms zijn de kleinste ontmoetingen al waardevol. Geduld is een schone zaak, maar dat spreekwoord kende ze niet echt. Ze was het er wel roerend mee eens en langzaam stiefelde ze achter haar karretje richting winkel. Er lagen vier grote lege tassen in. Daarmee liet ze ons in raadselen achter

Overpeinzingen

Daar wordt een mens toch blij van

Dochterlief en ik hadden het pension tot in de kleinste tuinhoekjes gezien en goed bevonden. Een huis naar mijn hart. Daar hadden we vroeger met mijn vijf koters een zorgeloos bestaan in kunnen leiden. Groot genoeg, een prachtige tuin rondom, een schilderachtig dorp vlakbij en genoeg kleine vondsten om een kinderboek over te schrijven. Daarna verkende we het dorp. Er bleek een markt te zijn met de gebruikelijke kraampjes op dergelijk vertier, maar met goed zoeken vonden we daar tussen de juweeltjes. Namelijk de Illustratrice Irina Filcer, die voor de prachtige verbeelding van het boek Takkenhoofd, geschreven door Inge Besaris, had gezorgd met schitterende tekeningen, stond met haar partner op de markt en verkocht dat boek, met een voorwoord voor tante Pollewop en de Filosoof, een lieve tekening van het Takkenhoofd incluis. Boffen.

Even ervoor had dochterlief bij de goudsmid een prachtige ring gezien met een Terschellingse zand en mineralen-steen erin die ze nog mocht uitkiezen voor haar verjaardag. Geen geaarzel toen de beste man haar het juiste exemplaar liet zien en beloofde het op maat te maken en daar in twee dagen mee klaar te zijn. Wie wil er nu niet met een stukje Terschelling om de vinger rondlopen. Zaterdag kon ze het afhalen bij de kunstenaar.

Intussen waren de andere schatjes ook gearriveerd en bekeken we het pension nog een keer van alle kanten. Daarna op huis aan met een heerlijke maaltijd bij het restaurant van de camping. Rond half acht stapte ik op en kon de hele avond heerlijk in alle stilte schrijven en wennen aan de vreemde geluiden in het vrij gehorige pension, om daarna als een blok in slaap te vallen.

De volgende morgen zouden we educatief op reis gaan met een vissersboot, die behalve een echte visvangst en het bekijken ervan ook nog voor een tocht langs de zeehonden zou zorgen. Dichterbij dan ooit, want de schipper deed graag wat door alle wetten van het land verboden was. Iets in de trant van ‘niet lullen maar poetsen’, excusez les mots. Het werd een spectaculaire tocht, niet alleen voor de kinderen maar zeker ook voor ons. De visser voerde met zijn verklaringen een heerlijk toneelstuk op en zorgde ervoor dat Den Haag met reden hier en daar een sneer mee kreeg en de twee helpers, een jongen van een jaar of 12 en een oudere, wat zwijgzame man, ontpopten zich als een goed op elkaar ingespeeld stel, die alles, maar dan ook werkelijk alles over de bijvangst in de netten wist te vertellen.

De filosoof was geboeid door alles wat hij in de handen mocht nemen, schol, jonge paling, jonge haring, krabbetjes en garnalen werden uitvoerig bekeken en nadat alle kinderen op de boot ze hadden gezien, mochten ze ze ook terug gooien in zee, sommige natuurlijk meer dood dan levend, maar altijd goed voor het bioleven, voer voor meeuwen, vissen en ander spul. Dat verzachte enigszins en wat ze daar aan ervaring hadden opgedaan, zouden ze nooit meer vergeten, dat stond vast.

Daarna voeren we richting zeehonden en we waren zo dichtbij. Een van de dieren had een streng touw of plastic om de hals. Er werd een speciale dienst voor gewaarschuwd die het beestje zou bevrijden of uit zijn lijden zou verlossen. Er ontstond een boeiend gesprek over de zeehondenpopulatie in het algemeen en dit soort voorvallen in het bijzonder.

Met een lunch in de Walvisvaarder, een mooie ruime strandtent met boeddhabeelden en gobelin op de WC-deuren, vriendelijk personeel en een heerlijke kaart, sloten we af. Toen splitsten we op. Dochterlief en ik voor een wandeling door het stadje met er achteraan een fietstocht door de duinen en pa met de kinderen voor een zwempartij in het ven tegenover de camping.

De hei bloeit in de duinen. Het is zo bijzonder. Door het weer is ze veel te vroeg, maar die schoonheid alleen al is goed om er een jaar op te kunnen teren. Nooit zo prachtig gezien door het grote hoogteverschil. Één glooiende wand paars…Daar wordt een mens toch blij van.

Overpeinzingen

Een vroeg-uit-de-veren-dag

Ziezo. Dat was een enerverende dag met wisselende ervaringen en emoties. In de afgelopen nacht kwam mevrouw Mug een robbertje ‘Nanananana’ doen. Iedere keer kwam ze tot vlak bij mijn oor zoemen en als ik dan opsprong, om haar een oplawapper te geven was ze in geen velden of wegen meer te vinden. Uiteindelijk viel ik tegen vieren in slaap…Een dommeltje van een uur, want om vijf uur ging de wekker. Pakken, douchen en naar beneden voor een kwark, de medicijnen en een flesje water. Bij dochterlief om zes uur de planten op het balkon verwennen en daarna in een moeite door via Amsterdam naar Harlingen. Een beetje drukte, maar het viel toch alles mee. De weidsheid van de afsluitdijk liet me mijmeren over Vasalis en haar twee soldaten, het messcherpe gras, het hoofd boven water en de deinende zeemeermin, maar in werkelijkheid waren alle zeemeerminnen die ik tegenkwam slechts stugge windaanbidders op een lang en stalen been en overduidelijk een begin en een einde in afwachting wat de dag mij brengen zou.

Als ik ergens in het Noorden zou willen wonen is het daar. Een klein huisje in een nauwe steeg, de zilte zeelucht, een aandoenlijk verleden en overal de stilte, ondanks de reuring van al die toeristen voor Vlieland en Terschelling. Ik liet Truus enigszins bezorgd achter met haar sleutel volgens de instructies van de overdekte lang-parkeren garage. De rederij was om de Hoek, wat een groot voorbeeld was. Na de eerste koffie verkeerd die morgen konden we inchecken met de QR-code. En na wat wachten in de te warme hal was er een rustig plekje beneden, zodat ik niet nog meer hochies of trappen moest klimmen. De loopplank was al genoeg geweest.

Het was een mooie observatieplek daar. Al die mensen die die twee uur moesten overbruggen en die je kon indelen in verschillende categorieën. Je had de online gluurders, de lezers, de spelletjes-spelers, de slapers, de eters, de tuurders en de dromers. Daartussen zaten darrende kinderen, einzelgangers, stelletjes en gezinnen. Twee uur overbruggen is aanvankelijk vechten tegen de slaap, Hongaars leren zonder geluid en lezen in het boek van Murat Isik, net zolang tot de boot vaart begon te minderen en wilde gaan aanmeren. Ik was er van overtuigd dat mijn lieverdjes op de pier stonden te zwaaien, dus zwaaide ik uit alle macht terug, maar dochterlief had geen roze truitje aan, ontdekte ik bij de aankomst en achteraf had ik dat kunnen weten.

De fiets stond klaar en ene Mart legde me uit hoe alles werkte. Al die maatjes en Mart zelf worden almaar jonger en jonger of…Met de in mijn armen gevlogen lieve familie reden we op de fietsen naar hun camping. Na de lunch zouden we even bij het pension gaan kijken.

Wat een heerlijke camping, volop ruimte omdat alle tenten zoveel mogelijk in een kring staan en het middenveld leeg blijft. Daar kunnen alle kinderen naar hartelust voetballen en rennen.

Dochterlief en ik reden vast naar het pension, de rest kwam later. Het was ongeveer een kwartiertje fietsen en heel makkelijk te vinden. Wat een sprookjespension. Geen luxe maar sfeer, overal waar je kijken kon. Een huis om in te wonen met wijze waarheden op de ruiten, bloemen overal een fleurige ontbijtkamer, aandoenlijke kamers, een prachtige bloementuin en als geheel een hommage aan een ver verleden. Hoe het verder is gegaan bewaar ik voor morgen, omdat de slaapwijn van schone zoon en dochterlief een woordje meespreekt. Tijd om wat slaap in te halen. Morgen is er weer een vroeg-uit-de-veren-dag.

Overpeinzingen

Bescheidenheid siert de mens

Hoera Suzanne-met-de-mooie-ogen is weer helemaal bijgetrokken, maar de Passieflora heeft het loodje gelegd. Tot zover de stand op dochters mini-balkon.

Op het parkeerterrein bij de tuin stonden meer dan vijf auto’s. Heerlijk. Dan mag het grote hek openblijven en kan je direct doorlopen naar de tuin. Alles was in rust en zinderde in de hitte. Bij het zien van mijn lapje grond moest ik even zuchten. Brandnetel had haar kans allang opnieuw waargenomen en ook het zevenblad had in de afwezige week flink wat terrein gewonnen. De iepen van de buurman waren aan mijn kant doorgeschoten, dus dat moest eerst gesnoeid. Lucht geven aan het groen eronder. Mooie bundeltjes maken en in de omheining verwerken. Opgeruimd staat netjes. Nu was het de beurt aan de grassen in het eerste perk.

Daarna het zevenblad dat zorgvuldig met de hand moest worden weggeplukt en dat werd in de vuilniszak gedaan. Dat moest mee naar de afvalcontainer bij huis. Ook in de tuin van dochterlief liep het nog door. Het was zaak om het verstand vooral op nul te houden bij dergelijke bezigheden want anders zou je er zo weer de brui aangeven. Ergo, geen leuk werkje, maar uiterst noodzakelijk.

Het meegebrachte flesje water kwam goed van pas. Ik dacht aan lief die met temperaturen tussen de 35 en 40 graden heel wat meer te stellen had. Hij had ergens in een kast zijn oude kibboets-petje weer gevonden en dat op zijn haardos gezet om toch nog enigszins beschermd te zijn. Hij liet het me zien tijdens het videobellen. Een olijke lach erbij. Haha. Het stond hem nog steeds goed. In het kader van de hitte was hij blij dat ik hier was en niet daar. De temperatuur in het huis had hij wel op een 24 graden kunnen regelen met veel kunst-en-vliegwerk. Ramen open in de lauwe ochtend, alle ventilatoren, die aan het plafond zitten, aan en de regulatoren in de keuken en op zolder voluit. Dan was het goed te doen. Iedere morgen van vijf tot tien werkte hij nog wat op het land en verder hield hij zich, zoals alle Hongaren deden, heel koest. Tel uw zegeningen. Dan mogen we hier nog lang niet klagen.

Eindelijk was er flink wat schaduw in het postzegeltje en kon er gemaaid worden. De maaimachine stond op bijna de laagste stand en snorde er lustig op los. Het ging voorspoedig. Het is altijd weer fijn om te zien dat een gemaaid gazonnetje(nou ja, een soort van dan)dat opgeruimde heeft wat een woestenij direct omturnt tot een echte tuin. Alsof de bloeiende Zonnehoed, de Flox en de Persicaria nu meer tot hun recht kwamen. Het maaien in dochters tuin kon voor een groot stuk, maar de twee batterijen haalden het net niet. Volgende keer eerst daar beginnen. De oogst is behoorlijk. Volop vijg en braam, hier en daar framboos en een verdwaalde appel en peer.

Ziezo, moe maar voldaan naar huis. Geen zin om te koken, want ik had al mijn kruid verschoten. Bij uitzondering dan maar een Szechuan maaltijd besteld en de bezorger een flinke fooi gegeven voor zijn wandeling en vier trappen op bij deze hitte. Hij vroeg of ik dat meende. Daar wordt ik zo blij van. Iemand die het duidelijk op prijs stelt en niet direct de hoofdprijs verwacht. Bescheidenheid siert de mens.

Overpeinzingen

Kalmte zal U redden

Dochterlief belde. In la Douce France, waar ze vakantie vieren, is het ook al zo heet. Drieëndertig graden om negen uur in de morgen. Geen sinecure. Haar schoonzus met gezin was weer vertrokken na een week, dus ze hadden het rijk alleen. Altijd goed en extra veel vrije tijd voor elkaar. Dribbel heeft toch opnieuw last van zijn oren. Zwemmen met de buisjes werkt gewoon niet, is haar conclusie, ook al beweerd men van wel. Volgende vakantie toch maar direct afplakken. Ach ja, die kleine beslommeringen.

In de middag werd ik opgehaald door zoonlief om naar de rommelmarkt achter de Europalaan te gaan waar mijn schone dochter met haar moeder en haar zus een kraam hadden. Het was er zonovergoten, letterlijk, want geen boom te bekennen. Alle wegen in de omtrek waren opgebroken, dus moesten er heel wat capriolen uitgehaald worden om er te komen. Nou is zoonlief niet voor een kleintje vervaard.

Het stralende snoetje achterin had nergens last van zolang Nijntje maar opstond. Zoonlief hield hele gesprekken met zijn zoon op een verklarende toon, zonder baby-gekir. Precies zoals ik dat zelf ook graag deed. Fijn om te horen dat er een stokje wordt doorgegeven. De kraam lag nog vol. Tot groot verdriet van alle kraamhouders was deze markt afgelegen en moeilijk te bereiken en dat was te merken ook. Daar hielpen de zonnige Latin-klanken geen lieve vader-of-moedertje aan. Natuurlijk ging ik met kleindochter de markt over en we vonden inkt, gemaakt van rode uien, die sepia kleurden en van zwarte bessen die echt wel zwart bleven. De vrouw had de smaak van inkt maken met natuurlijke producten helemaal te pakken en had er lustig op los geëxperimenteerd.

Kleindochter mocht in de hal wat uitzoeken en koos een keramiek blaadje waar je je sieraden of een mooi voorwerp op kon leggen. Het werd zorgvuldig in vloeipapier verpakt. Voor ons kleine lachebekje kochten we een gebreid beertje met een broekje aan, die door een oma Els was gebreid. Zelf zag ik nog een mooie zacht-oranje tuniek, waar de vrouw iets teveel voor vroeg, maar ach, ter compensatie van de stille markt en de hoge kraamhuur. Ik was er in ieder geval blij mee.

Tegen vieren was het opruimtijd. De auto waar alles weer in moest stond achter de kraam. Ik kreeg een tas met kringloopspullen mee, die ze anders weg zouden gooien. Ik kan het eenvoudigweg niet over mijn hart verkrijgen om goede spullen rücksichtlos in de kliko te werpen. Zoonlief sjouwde de tas naar de auto. Voor tante Pollewop zat er nog een mooi roze tulen jurkje in en stoere booties maat 28.

Wij gingen met z’n drieën nog een ijsje eten bij de lekkerste ijswinkel van Utrecht, want dat had hij in de telefoon snel opgezocht. Het was net aan de andere kant van het Merwedekanaal. Er kwam een plekje vrij op een van de bankjes. Met de duiven om ons heen kon er natuurlijk niets anders gezongen worden dan De Duiffies van Leen Jongewaard. Kleinzoon genoot met volle teugen en zoonlief niet minder.

Thuis bracht hij de zware tas de trappen op naar boven terwijl ik mijn vingers over beentje en armpjes in het nekkie liet kietelen waarbij de schaterlach van de kleine uitnodigde tot steeds opnieuw. Knuffies en zwaaien en tot gauw.

Lief belt rond elf uur. Daarna ga ik naar de tuin. Eerst nog even bij dochterlief langs voor de balkonplantjes. Wel kalmpjes aan vandaag want het beloofd aardig warm te worden en er is nauwelijks een zuchtje wind. Kalmpjes aan dan breekt het lijntje niet of zoals lief en ik altijd tegen elkaar zeggen: Kalmte zal U redden.

Overpeinzingen

Bedenk ik me

De kogel is door de kerk. Gisterenmorgen toen het idee om bij dochterlief op bezoek te gaan, ineens oppopte ben ik naar kamers gaan vissen op het internet. Terschelling in het hoogseizoen. Is er ergens nog een betaalbare kamer? Het duurde even. Er kwamen kamers, appartementen, huisjes, tenten en tiny houses langs voor exorbitant hoge bedragen. Tot de voorzienigheid ineens een betaalbaar bed voor twee nachten uit haar hoge hoed toverde. Hoera. Weliswaar met gedeelde douche en wc, maar op een camping zou je dat doodnormaal vinden, dus even de luxe privé-gewoonten overboord kieperen, anders lukt het nooit. Wel moest die andere heen-en-weer-boot geregeld worden en een plekje voor de auto in de overdekte garage. Voor vervoer op het eiland was er een fiets, die stond na mijn mail ook klaar.

Ziezo, drie dagen en twee nachten, klaar voor een mooie ontmoeting. En wat stond er voor donderdag op het progamma. Ja hoor, een zeehondentour of hoe het ook heten mag. Schoonzoon regelde een plek voor mij erbij, waarbij men hem meedeelde: ‘Hoe meer zielen hoe meer vreugde’. Zo uit het niets, geheel onverwacht, het leven laten wenden, geeft extra voldoening.

De eigen planten kregen een voetenbad en nu waren ook de planten van de oudste dochter aan de beurt. Haar balkonnetje stond vol met planten die de zon vol op hun dak kregen en daar was de dorst het grootst. Suzanne met de mooie ogen liet droef haar hele ziel en zaligheid hangen en ik besloot om vooral haar pot een heel gietertje te geven in de hoop dat ze opnieuw esprit zou opdoen. Natuurlijk kregen ze niet alleen aandacht maar ook lieve bemoedigende woorden, want dat helpt, daar ben ik van overtuigd.

Binnen ging het een stuk beter. De grote vingerplant en de orchideeën tierden welig, de planten op de eettafel hadden hier en daar wat meer zorg nodig. Er zaten de nodige jonkies tussen. Ziezo. Vandaag in de herhaling voor het balkon.

Gisteren zag ik Francine Oomen bij de Verwondering, een herhaling, die aan Annemiek Schrijver aan de hand van haar kleine kartonnen figuren uitlegde dat we allemaal een kwetsbaar kind in ons dragen en dat die zich eigenlijk als verschillende persoonlijkheden openbaart bij tijd en wijle. Derhalve zijn er de papieren poppetjes, die ze allemaal kan benoemen. Het voelde alsof ze de stemmen, die zich bijvoorbeeld tijdens een psychose kunnen manifesteren, visueel had gemaakt.

Zo is er de dwingende stem, Tang genaamd, die voortdurend zegt ‘Je moet, je moet, je moet’ en er op uit is om je steeds een bewijs te laten leveren van het recht om te bestaan. Er is het kwetsbare kind dat met de armen om haar benen zit weg te kwijnen en er is een figuur die schaamte verbeeldt. Francine is er van overtuigd dat het onder ogen zien van je kwetsbaarheden kan helpen om te helen. Die kracht hebben we ook in ons, is haar mening. Fantasie kan een belangrijke rol spelen om ze te verbeelden.

Vijfde klas lagere school

Het schetste een prachtig beeld. Daarbij ging ze er nog dieper op in door haar geloof in een parallelle wereld aan te halen, waarbij het leven zin heeft en geeft aan het voorgeslacht, je overleden moeder en vader en voor het nageslacht, de kinderen en kleinkinderen. Een mooie existentiële gedachte waarop ik een flinke tijd kan voortborduren. Er zijn nog heel wat kruissteken te zetten, bedenk ik me.

Overpeinzingen

Liefde en aandacht

Zoals te doen gewoonlijk is het huisje binnen een paar uur aan kant en spic en span voor een sanitaire schrob en nieuw beddengoed. Alles, ook de nieuwe aankopen en dat is echt geen sinecure, zit opnieuw in de auto van zuslief. We zijn na koffie en een licht ontbijt klaar voor vertrek.

Zus heeft uitgebreid afscheid genomen van haar geliefde zee en heeft vast nog hele mooie plaatjes geschoten. Daar kan ze weer een tijdje op teren. De lege flessen verzameling en de plastic flessen gaan mee, die worden bij de super of weggegooid of ingewisseld. Alle kleine beetjes helpen. Van ons gespaarde geld hebben we precies nog genoeg over voor een lichte lunch onderweg. Dag huis, dag tuin, dag zee en strand van Nederland.

De wegen zijn druk, er is veel verkeer op de weg. We mijden de tunnel en gaan over Berg-op-Zoom. Veel vrachtverkeer dendert langs, dus kiezen we de binnendoor-weggetjes. Die beloven een te lange rit. We wisselen af. Bij knooppunten van waterwegen gaan we even de snelweg op, om daarna opnieuw rap het groen en de natuur te kiezen. Kleine landwegen langs lieflijke Brabantse dorpen, meer bos dan we de hele week gezien hebben. Prachtige kleuren wisselen elkaar af, slierten oker, 20 tinten groen, de blauwe lucht erboven. Geen regenwolken te zien, die gisteren wel voorspeld waren.

Een pannenkoekenhuis om half een vraagt om een korte stop. Er staat pastei met ragout op de kaart. Helaas is de Champignon-ragout voornamelijk een bloempapje. We eten dapper door. Het is heerlijk toeven op het ruime terras in de half zon/half schaduw.

We bespreken in de auto onze groepsdynamiek. Zijn we een groep. Nee, we zijn vier zussen met volstrekt individuele eigenschappen en interesses. Er is geen echte leider en we volgen vooral de intuïtie. Elk jaar spreken we af dat we wat vaker onafhankelijk van elkaar op stap kunnen gaan en ieder jaar vergeten we dat voornemen uit te voeren en trekken we er toch weer met z’n vieren op uit. Water bij de wijn doen hebben we met de paplepel van thuis meegekregen.

Er is ergens in die zeven dagen een moment waarop ‘altijd met elkaar’ iets te veel van het goede is voor de een of ander, maar dat lost zich ook weer op. Door er bijvoorbeeld een wandeling in je eentje aan vast te plakken of vroeg in de ochtend, als alles en iedereen nog op een oor ligt, uren voor jezelf te pakken. We zijn inmiddels ervaren zussen geworden in die tien jaar. We nemen nog een afzakkertje bij ons stamrestaurant en komen in rust bij het vredige tafereel van grazende paarden.

Ze brengen me tot aan de deur met koffer en andere bagage en ik ben blij dat ik het niet die trappen op hoef te sjouwen. Als ik op de bank zit bel ik lief, die even later terug belt. Hij vertelt dat de Hondsdagen er aankomen en dat het dan erg heet wordt. In huis heeft hij de temperatuur onder controle, maar buiten is er niets aan te doen. Dat betekent nog langer van elkaar gescheiden zijn en dat kost een traantje. We spreken af veel te videobellen om het gemis te verzachten.

Dochterlief zit met het hele gezin op Terschelling en ik overweeg drie dagen te gaan. Het wordt goed weer en het lijkt me heerlijk om te participeren in het campingleven. Niet helemaal hoor, want er is de luxe van een hotelkamer in de buurt. Ter compensatie van de stilte is het misschien wel een goed idee. Even horen of dochter en schone zoon dat ook wel vinden. Misschien hebben ze hele andere plannen.

Nu eerst naar de planten van de andere dochter. Die kunnen vast een slokje gebruiken. De mijne hebben zich goed gehouden op de basilicum na, maar die is na een nacht met de wortels in het water volledig bijgetrokken. Iedereen groeit van wat liefde en aandacht.

Overpeinzingen

Elk jaar weer

Ietsje later dan normaal uit de veren. Het is de laatste dag. Als slotstuk van deze week kozen we gisteren voor een zeehonden-safari, wat inhield dat we in Breskens de boot zouden nemen die ons langs de banken en platen zou varen, waar de zeehonden lui hun rug lagen te schurken en de vele vogels, meest meeuwen, hun vleugels oppoetsten.

Het was wel een uurtje rijden hier vandaan en we moesten er om kwart voor twaalf staan. Dat betekende dat het ochtendritueel enkele uren vervroegd moest worden. Normaliter zijn we pas tegen twaalven klaar om te vertrekken.

Het liep van een leien dakje. Brood klaarmaken als twaalfuurtje voor op de boot, warm aankleden, regenjassen mee, want je weet maar nooit, en gaan. Het Breskens dat wij zagen bleek een wat rommelig havenkwartier, waar aan de kust ineens hele hoge moderne appartementen waren gebouwd en nog volop in aanbouw waren. Daar tussenin lagen rederijen, boten op stellingen, opgebroken wegen, bouwmateriaal en stonden er grote hekken om een aan te leggen weg, waar we omheen moesten lopen. Visrestaurantjes waren er genoeg. Ook het vissersmuseum was er gevestigd.

De kassa van Het Festijn, zoals de rederij en haar boot heette, waar we mee mee zouden varen, bleek een klein bouwkeet. Er stond een groepje mensen voor te wachten, veel Duitsers en een handvol Hollanders. Kinderen dartelden of dreinden er doorheen. Het aanmeren van de boot, bracht een stroom van nieuw volk dat van de loopplank afkwam. De kassa was intussen opengegaan en wij mochten onze reserveringen verzilveren voor een toegangskaart. De bestelde verrekijker zouden we op de boot krijgen.

Om kwart voor twaalf zaten we in het midden op de boot. Onder ons een kantine, die we niet hebben aangedaan, ook al duurde de tocht anderhalf uur. Tijdens het wachten hadden we zicht op de steigers met indrukwekkend veel oesters, pokdalige uitstulpsels, tegen de houten palen. De wonderlijke onderwaterwereld van Breskens. Een filmische entourage voor een spannend kinderboek.

Precies om twaalf uur voer Het Festijn de haven uit. Heerlijk. Frisse wind door je haren, zicht op de kade, en eenmaal in het ruime sop van de Westerschelde waren we in afwachting van wat we zouden gaan zien. Een aangename stem uit de microfoon vertelde wat de rederij te bieden had en hoe we de zeehonden, die ze tijdens de eerste tocht die morgen ook al voldoende hadden gespot, zouden kunnen bewonderen. Het schip zou steeds er voor zorgen dat iedereen aan weerskanten van de aanblik kon genieten.

Platen met veel meeuwen, hier en daar een steltloper, zandbanken met de eerste robben in groepjes bij elkaar, en op een tweede plaat in grotere getale. Een zwemmende zeehond of twee, een prachtig rood exemplaar, en kleintjes van de gewone zeehond, die in dit jaargetijde broedsel had. De moeders zorgen drie weken voor de kleintjes en daarna moeten ze het maar uitzoeken.

Dankzij zus met de scherpe ogen en haar fototoestel waren we verzekerd van betere plaatjes dan met onze telefoons, maar de verrekijker gaf een goed beeld. Wij daar met z’n viertjes, hoofd in de wind, een selfie om het vast te leggen, het deed me denken aan de vakantie in Terschelling met de dochters, waar we praktisch een identieke tocht hadden gemaakt. Grappig, want later bleek dat dochterlief en haar gezin op ecosafari waren op dat waddeneiland en in net zulke jeeps als wij in die vakantie. Ook zij dacht op dat moment terug aan ons. Twee zielen een gedachte, het mooie van herinneringen.

Opgetogen had de stem verteld dat ze die ochtend ook een flamingo hadden gezien op de plaat, maar wij zagen een pelikaan al roerend over het water gaan met zijn kop. Ook niet verkeerd.

Het weer bleef droog, Breskens is een echte badplaats, leuk voor een terras en observatie. Rond vieren stapten we op, de eerste druppels, eigenlijk van de hele vakantie, begonnen te vallen. ‘s Avonds gingen we op aanraden van Lief dineren bij ‘De Zeezot’. Heerlijke visschotels, verser kon niet. Een prachtige Rose cava in kristallen glas voor een toost met drie minuscule aardbeiflinters erin. Feestelijke afsluiting. Een bezegeling van deze bijzondere week met de zussen. Elk jaar weer.

Overpeinzingen

Missie geslaagd

Het is nog geen zes uur en alle zussen liggen boven op een oor. Ondanks een vermoeiend dagje gisteren en na een enerverende droom was ik opnieuw wakker bij het gefluit van merel en van lijster. Van elk hipten er twee op het gras toen ik beneden kwam.

We zouden naar de andere kant van het eiland rijden. Zuslief wilde zo graag nog de geur van uienschillen ruiken, die daar aan de schapen werden gevoerd en naar het vogelreservaat vlak achter de Westerschelde. Een vorige vakantie, toen we in Driewegen zaten, hadden we dat gebied met de fiets helemaal uitgekamd. Iets wat ikzelf te prefereren vind boven de auto, omdat er zo oneindig veel meer te zien valt. Nu reden we naar Vrouwenpolder. Natuurlijk was er een markt en voldoende eettentjes om de toeristen te stallen. De enige kledingzaak moest bezocht worden. We dronken een kopje koffie of thee, slenterden de markt over en sloegen wat haring en broodjes makreel in voor de traditionele zussen-picknick.

De zussen hadden het strand voor ogen. Doorgaans een behoorlijk obstakel voor mij door de hoge duinen aan deze kant, wat niet verwonderlijk was met een ramp als 1953 in het geheugen gegrift. We kozen voor het Banjaardstrand in Noord-Beveland en meteen werd duidelijk hoe ver het zonnen aan het strand met een heel gezin van mij af stond. De jongste zus worstelde met een paraplu om mij nog een beetje schaduw te bezorgen en het meegebrachte foulard was net niet helemaal groot genoeg voor ons vieren, dus werden spijkerjack en vest ingezet.

Om ons heen vrolijkheid ten top. Een kind dat zich had laten ingraven tot aan haar hoofdje, terwijl rondom haar lijf een zeemeermin van zand verscheen, lachende, pratende, smerende, etende en vooral zonnende mensen onder kleurrijke parasols en strandtenten, het wandelpad werd druk bezocht. Eigenlijk was het een prima strand, niet te groot, niet al te druk voor deze tijd van het jaar en de strandhuisjes aan de rand, een soort veredelde kleedhokken, waren goed voor de aanwezige senioren. Strand als een groot ontdek-paradijs. Het was ver weggezakt.

Daarna reden we naar Colijnsplaat waar we in de jachthaven een borreltje wilden doen maar waar het restaurant niet meer werd uitgebaat. Toch lagen er genoeg jachten in de haven als klandizie. Kennelijk niet lonend genoeg. Het dorp bood meer soulaas. Op de hoek een mooie ouderwets bruine kroeg met een joviale eigenaar, die in bleek voor een praatje. Hij was een aantal jaren geleden naar het dorp gekomen en genoot van zijn kostbare bezit. De toog was glanzend opgewreven, de glazen gepoetst. In zijn accent was geen Zeeuw te bekennen en hij vertelde dat hij wel van origine een Zeeuw was, maar al een aantal jaren in Rotterdam had gewoond.

Na de lafenis was de Voorstraat een uitnodigend idyllisch straatje om door te wandelen met een wat rommelig winkeltje met snuisterijen en prijzen die er niet om logen en een kunstwinkeltje, waar zus binnenstapte en waar juweeltjes te vinden waren van huisvlijt. Erachter bevond zich het atelier van de man des huizes, niemand minder dan Albert Groenheyde. Om er te komen, wandelden we door een fantastische tuinkamer en aangelegde tuin. Overal hingen de mooie doeken van de kunstenaar. Indrukwekkend en we wilden graag even naar het atelier. Daar keken een aantal meer of minder bekende personen uit de muziekwereld, het cabaret, de televisie en de filmwereld op ons neer. Enorme doeken met een grillig lijnenspel, fel en veel kleurgebruik en een opmerkelijke stijl van deels geschilderd, deels getekende portretten. We waren onder de indruk. Wat een werk. Twee keer had hij mee gedaan met Sterren op het Doek en daarbij Bart Chabot en Sonja Barend vereeuwigd. Van de zussen kreeg ik het boek ‘Tekeningen en schilderijen’ met een handtekening van de schilder zelf, die ons bijzonder prettig te woord stond en geduldig antwoord gaf op de vragen. Af en toe moest hij even herinnerd worden aan de namen van zijn doeken.

Dat was aangenaam. Nu was Baarland aan de beurt. Warempel, naast de Westerschelde en bij het vogelgebied dat zuslief met haar camera wilde vereeuwigen. Waar de beelden in onze telefoons in grove pixels uiteenvielen, waren die van haar met de grote lens haarscherp.

Vogels zover als het oog reiken kon, drassig laagland en schapen tegen de dijk. We roken de uien. Drie in één. Missie geslaagd.

Overpeinzingen

Moe maar toch voldaan

Ik kan het stadje niet horen of ik denk onmiddellijk aan Jaap Fischer, de held van mijn tienerjaren. Zijn liedjes hebben een voedende invloed gehad op het rebelse karakter, dat puberteit heet. Een van zijn liedjes heette: ‘Het Veerse Gat’.

‘Veere recreatiestad
Een toren met een restaurant
Een walle – en een waterkant
Een havenkroeg, 1 havenmeid
En veel antiek uit d’oude tijd
Het meterslange wandelpad
En tot besluit het Veerse – hee wat is dat?
Waar is het Veerse Gat?’

Dat gat was dicht gegaan, verdwenen en volgens Jaap werd het weer een slapend stadje, want de Duitse toeristen die er in grote getale zaten bleven allemaal weg. Van dat slapende stadje hadden wij in ieder geval niets gemerkt. Gisteren was er een historische markt in Veere. Jaap heeft in ieder geval geen gelijk gekregen. Het dorp werd ondanks de regen, of juist daarom, overspoeld met toeristen, hoofdzakelijk Duitsers en Hollanders, een enkele Fransman of Zwitser.

Het is wel een hele leuke markt. Direct in de eerste kraam zat al een vrouw in vol ornaat, dat sterk leek op het Arnemuidens kostuum van de volksdansvereniging. Er lag een omslagdoek te koop die ik ooit eigenlijk ook droeg, als we door de straten naar de plaats van het optreden moesten. Haar beuk had de diep-glanzende paarse kleur als die van mijn kostuum. De kap was hetzelfde, alleen aan de oorringen zaten nog andere sieraden. Ik besef nu dat ik vergeten ben te vragen of het hét kostuum van Veere was of anderszins. Ze gaf me nog wel even na dat Zeeuwen dan bekend mochten staan als ‘Zuunig’, maar dat dat niet stond ‘Gierig’.

De kraampjes waren divers, een paar oude ambachten, een kraam met prachtige mineraalstenen, oud ijzerwaar, hebbedingetjes en antiek. Tussen de mensenmassa door liepen kinderen in klederdracht. De kooplui hadden of klederdracht of op Oud Hollands geschoeide kledij aan. De regen miezerde gestaag. De moppies in klederdracht hadden een mandje aan de arm, waar je een bijdrage in kon doen als je ze op de foto wilde zetten. Dat was voor het onderhoud van het kostuum, dat om de zoveel tijd een nieuwe rok, muts of blouse nodig had door slijtage. Niet meer dan billijk maar ook slim.

Net als Middelburg moet ik nog eens terug naar Veere als het zonder toeristen is. Wat een prachtig stadje is het toch. De toren met het restaurant klopte in ieder geval net als de haven en de wallenkant. De wal is een echte, om het dorp heen. Schattige huizen, heerlijke terrassen, regen en veel te zien achter een kop koffie.

Het laatste couplet van Jaap Fischer gaat zo:

Veere recreatiestad
Een toren met een kabelbaan
Een frietkraam met een vlag eraan
De havenkroeg wordt uitgebreid
Er komt een tweede havenmeid, aus Bremen
De vissers op het wandelpad
Zij krabben stug hun Veerse – ach nee

Haha, die friettenten zijn er wel, net als de haringkarren. De kabelbaan naar de toren is er gelukkig nooit gekomen. Er zijn meerdere torens, de bekendsten zijn De Campveerse toren, waarin het door Jaap bezongen bezongen en een van de oudste herbergen zit en De Grote Kerk. Straten en huizen uit de 15e en 16e eeuw maken het heel speciaal. Ook het oude stadhuis is een bezoekje waard samen met de schotse huizen waar in een van hen het museum Veere gehuisvest is. Om de stad ligt het oude bastion De Stenen Beer, waarvan de aanleg stamt uit de tijd van Napoleon en waar je nog steeds doorheen kan lopen.

Door de regen hebben we in een van de oude Schotse Huizen eerst lang op het terras en later aan een tafeltje binnen in de oude kelder met gewelven, die lijken op de werfkelders van Utrecht, een heerlijke lunch genuttigd.

Daarna was het droog en viel er niet alleen te genieten van de kleine stegen en straten met de prachtige bloeiende bloementuinen alom, maar ook van de spelende kinderen in klederdracht, die met hun lange baaien rokken sliertend door het gras, het ouderwetse stoklopen uitprobeerden. Veel winkels waren nog open en een dankbare uitvalshoek voor veel mensen. De handel bloeide op en tierde welig. We liepen deels over het bastion naar de auto. Moe maar toch voldaan.

Overpeinzingen

Liever niet in de bus

Vier zussen en een badkamer vergt een ingenieus gebruik, maar dat verloopt iedere morgen vlekkeloos. Gister moest een zus haren wassen en dan schuift de rest vervolgens op. Allemaal een kort gebruik van douche en wastafel en binnen een uur staan we weer gepikt en gesteven beneden, waar de opmaaksessie plaats vind. Bij gebrek aan spiegels in huis functioneren Ipad en meegebrachte kleine spiegels en om te zien of de kleding goed zit, zijn er gelukkig glazen deuren te over. Je moet wat in een vakantiehuis.

Zuslief was om zes uur gaan wandelen naar het vogelreservaat en had lepelaars en een fuut gezien en er inmiddels 12000 stappen opzitten. Daar stond eerst een lekker ontbijt en daarna koffie thuis met een vers gebakje van de bakker op de hoek tegenover. Inmiddels was iedereen ook klaar voor een rondje Middelburg.

Maandagmiddag, veel was dicht, maar de winkelstraten werden druk bezocht en er was een grote boeken-en curiosa-markt. Zuslief moest voor de toneelvereniging een zakhorloge aanschaffen, dat was voor later. Eerst bewonderden we de oude abdij. Aan de voorkant zie je de indrukwekkende gevel waarachter, onvermoed door ons, het grootste gedeelte van de abdij zich bevindt, compleet met kloostertuin en de twee kerken.

De abdijgebouwen hebben sinds 1574 allerlei functies gehad, van refter tot kanonnengieterij, van kloostergang tot munt en van concertzaal tot Statenzaal, lees ik op Zeeland.com. De abdijtoren de lange Jan is hét landmark van het oude centrum en van Middelburg. Van verre zie je haar al statig in het wolkendek prikken. Het Abdijplein leent zich voor allerlei festiviteiten, zoals die markt en er wordt dankbaar gebruik van gemaakt.

Er zijn veel terrassen waar je aan kan schuiven en vooral voldoende verrassende winkels met een grote diversiteit. Het is uitverkoop, dus kaasje voor vier winkelende zussen. Het leidt niet zelden tot hilarische lachsalvo’s bij de vele passessies in de te warme paskamertjes. Doorgaans komen we bijna alle vier met iets thuis, voor een prikkie op de kop getikt, want dat is de kunst.

Bij het struinen over de markt vonden we een kraam met oude zakhorloges in een kistje. Er zat een grote nepper in, waar de koopman vijf euro voor wilde hebben. Zuslief ging ineens afdingen, iets wat ik nooit durf. Ik zwakte af door te roepen dat het voor een theatervoorstelling was. De barse man streek over zijn hart. Terwille van het theater mocht zus het kopen voor twee euro. Tel uit je winst. De triomf was voelbaar.

Onderweg viel er vooral veel te genieten. Een dame die als levend toneelstuk door de stad liep, geheel in rood gekleed, rode alpino incluis, de oude en opmerkelijke gevels met de namen die de historie in een woord samenvatten, zoals De Drye Karcken en ‘T Stadhuys van Middelbvrg.

In een winkel werden we ontvangen als de koningin zelf, door een verkoopster, die zichtbaar behoefte had aan klanten en zich vermoedelijk een hoedje stond te vervelen. Ze strooide rijkelijk met complimenten en prees elk jurkje aan alsof het een lot uit de loterij was, gelukkig had ze in de kelder ook nog een partij hangen en zonder haar aanprijzingen konden we alles rustig bekijken en passen. Voldaan liepen we met onze pakketjes in roze vloeipapier verpakt en vier parfumtesters de winkel uit. Mevrouw een fijne dag en wij tevreden met de veroverde aankopen. Kwaliteit voor weinig. Bij elk nieuw ding gaat er iets ouds uit de kast, naar de kringloop uiteraard. Mijn buit een sjaal en een t-shirt.

Vandaag is Veere aan de beurt of een rondrit over het eiland, want de regen valt gestaag neer. Omdat we niet van suiker zijn, trekken we er toch op uit. Er valt altijd wat te beleven als je er voor openstaat. Bij het parkeren moeten we wel letten op de onopvallende en vervelende twee-uurstandaard. Dat hebben we al twee dagen verkeerd gedaan. Zo’n verrassing heb je achteraf liever niet in de bus.

Overpeinzingen

De liefde inderdaad

Geen stralende zon maar wel droog. In Nederland altijd nog een beste dag. Het zou wel iets kouder zijn. Weer-apps zijn een voordeel, maar we hebben alle vier een andere op de phone staan dus even zovele voorspellingen. ‘Laagjes, laagjes’, wisten we alle vier, de wijze raad van Moe.

Vlissingen werd de bestemming. Aanvankelijk wilden we een zeehonden-safari doen op een luxe jacht, maar de eigenaar had ons nog niet geantwoord. Dan maar winkelen. De jongste zus checkte de openingstijden. Groen licht. In de maanden juli en augustus was alles op zondag open, werd er beweerd. Dat bleek tegen te vallen. Toen we eenmaal de auto hadden gestald op het Raadhuisplein wandelden we door de verlaten winkelstraten recht op de Hully-Gully en het reuzenrad af. O nee. Kermis in de stad.

Ondertussen probeerde ik de schoonheid van de stad te lezen in de grote aantallen verschillende gevels, prachtige statige huizen, maar onderbroken hier en daar door de wat lompe nieuwbouw of juist door architectonische hoogstandjes. Het maakte, met de kermis als entourage, de stad wat ondoorzichtig qua sfeer en esthetiek. Er bleek tot overmaat van ramp een grote zondagsmarkt te zijn op de boulevard die we aanvankelijk wilden mijden vanwege de drukte, maar door het centrum te ontvluchten kom je er wel op uit en ineens was de aantrekkingskracht van het Zeeuwse stadje daar.

Dit maakte Vlissingen dus aantrekkelijk. De haven, de boulevard, de zilte zee, de lachende meeuwen laag over. Bij een hotel aten we wat zee zoal te bieden had, mosselen, kibbeling, visschoteltje bij een koel glas lekkers en was het leed geleden met uitzicht op de voedselverstrekker tot aan een verre einder. De ober had een prachtige basstem en de neiging bestond te vragen of hij al in een koor zong. Zo’n klankkleur moet gedeeld worden.

Na gesterkt te zijn, volgde een kleine fotosessie op de boulevard, omdat een vrouw aanbood die van ons vieren te maken en slenterenden we door richting markt. Rijen kleding-, ijs- en hebbedingen-tentjes, waar we in vrij hoog tempo, voor zover dat mogelijk werd gemaakt door de grote keur van mensen om ons heen, richting een uitgang. Niet voordat we ijs als toetje na de heerlijke maaltijd hadden genoten. Op de tomtom opnieuw half Vlissingen door. Adem in, adem uit. Bij elkaar toch goed voor een kleine vijf kilometer met stijgen en dalen incluis. We vonden de auto terug en in gedachte beloofde ik Vrouwe Vlissingen nog eens terug te komen op een mooie herfstige dag zonder toeristen. De stad vroeg om een eerlijk en objectief oordeel. De ontmoeting met de zeehonden zal van de week zeker nog plaats vinden.

De avond kabbelde door met een B&B vol liefde en zodra je het met elkaar kan bespreken, wordt het toch een aandoenlijk verhaal. Tenminste, nu de eerste partners bij de B&B-houders waren gearriveerd en iedereen vol lof over de ander was tot er hier en daar wat scheurtjes in de harmonie kwamen. Ook was het leuk om te zien hoe bepaalde karakters voor elkaar geschapen leken.

Bij de volgende kijksessie komt de tweede lading partners aan. Eigenlijk een haast ondoenlijk format voor een mens. Wat moet je er als mogelijke kandidaat mee om opgescheept te worden met een tweede of derde concurrent, terwijl die op zijn of haar beurt al bijvoorbaat een achterstand heeft, doordat er geen sprake is van een één op één kennismaking.

Het geeft stof tot praten en je raakt toch nieuwsgierig naar de loop der elementen en verhalen, waarbij je ieder het geluk gunt, maar waarvan je ook weet dat er teleurstellingen te over zullen zijn. En daarna de keuze. Niets moeilijker dan dat. Ik ben blij dat ik mijn ‘ware’ straks in de armen kan sluiten. Niets mooiers dan de liefde inderdaad.

Overpeinzingen

Wij wachten af

Het was een heerlijke maar pittige dag in alle opzichten en het verschafte meer dan genoeg denkwerk. We hadden besloten fietsen te huren om de omgeving te verkennen. Niets leent zich daar beter voor dan de fiets. Wind door de haren, zon op je snoet en gaan. Genieten van al wat leeft. Uh…De drukke dijk met drommen fietsen, snelheid, raakt wal noch kant. Geen zand tussen je tenen of natte voeten van het zilte nat, maar ook geen gras onder je voeten, vogels in het vizier en bloemenparadijzen. De keuze was gauw gemaakt, we sloegen af naar een oase van rust, landweggetjes, volmaakte stilte op het ruisen van het groen, getjilp van de vogels en het vredige grazen van de koeien na. Zuslief heeft superscherpe ogen, die zag werkelijk alles, de tureluur, die in schutkleuren op een paal zat, de wolk spreeuwen in de lucht en de uitzonderlijke klaprozen in het veld. ‘Fotomoment’, riepen we dan en in een oogwenk stond een en ander op de kiek. Fietsen is kijken en fietsen is indrinken.

De jongste zus had problemen met de fiets, die wilde maar niet lekker de ondersteuning geven die ze verlangde. Halverwege een moeizame tocht kwam ze er achter, dat er geen accu onder haar bagagedrager zat. Dan is vooruitkomen vooral een moeizaam proces, zeker met bergje op en bergje af. We reden terug naar het dorp dat gelukkig nog onder bereik lag en de zich verontschuldigende fietsenmaker had het euvel in no time verholpen. Dan maar een klein winkeltje in om het verdriet te vangen in het verbrassen van de centen. Ik schafte een klein tasje aan, waar de Iphone met gemak in en dichtbij om het lijf kon bungelen, zus een hoedje, gedupeerde zus een hippie hesje. Ziezo tijd voor koffie en het vervolg van de tocht. Ik genoot met volle teugen en zei tot zus, dat fietsen het moment was om beperkingen niet te voelen, eigenlijk voelde het als opperste vrijheid.

De weg voerde ons langs de dorpen de allemaal een ‘kerke’ hadden staan, het land van Maarten ‘t Hart ten voeten uit. Stugge Zeeuwse klei werd afgewisseld met goudgeel graan en goudsbloemen. In een van de kerken ontdekten we een expositie van iemand, die daar een hele week de ruimte in de kerk voor kon gebruiken. Een paar prachtige lino’s en doeken ertussen. Ze schilderde voornamelijk fragmenten van foto’s en dat leverde bij tijd en wijle spannende beelden op.

Na een half stokbrood waarvan we de helft opaten en de andere helft zorgvuldig in een papiertje vouwden, ‘Ons bin zuunig’, had zuslief haar zinnen gezet op het nuttigen van de middagborrel bij een strandpaviljoen. Niet in het overvolle Domburg maar ergens tussenin. Tenminste, dat hadden ze getweeën besproken. Na een pittig dagje fietsen begon de vermoeidheid al toe te slaan en op dat moment kreeg ik de vraag voorgeschoteld of ik dacht de metershoge duinweg omhoog wel te redden. Ik red het uiteindelijk altijd, maar het kost een enorme energie die er eigenlijk niet meer is. Dan moet ik leren ‘nee’ zeggen, moeilijk genoeg. Je wilt geen spelbreker zijn en aan de andere kant is het een brug te ver. Een van de zussen besloot dat we verder reden en dat was fijn, want iets verderop was er wel een bereikbaar paviljoen. Zo simpel kan het zijn.

We brachten de fietsen terug en liepen naar huis. Voldaan maar toch aardig vermoeid. Er ontstond nog een discussie over eten, die de vraag opwierp waar bezorgdheid eindigt en bemoeienis begint. De grens is vaag omdat niet altijd duidelijk is of rekening houden met beperkingen valt onder het eerste of het tweede. Het op de feiten gedrukt worden van iets wat eigenlijk onmogelijk is, is niet altijd een plezierige ervaring. Het aangeven van grenzen moet los geweekt worden van het gevoel spelbreker te zijn. Een klusje voor mij, waarvan akte.

Iets om mee te nemen in het gedachtengoed en stof genoeg om te overdenken. Vandaag gaan we naar de zeehonden vanuit Vlissingen. Tenminste, als onze reservering het gehaald heeft. Voorlopig koert duif zijn zondagse lied. Wij wachten af.

Overpeinzingen

Het schept een band, letterlijk en figuurlijk

Aanvankelijk dacht ik dat ik in de versnelling moest werken om de ochtend rond te krijgen en klaar te zijn voor het vertrek rond half een. Maar de tijd bleek zich als de zee zelf uit te spreiden en kabbelend verder te dijen.

De kleding die ik mee wilde nemen was vorige week al bij elkaar gezocht en daar kwamen nog een paar items bij. ‘Wat heb je er in godsnaam allemaal in zitten’, vroeg zoonlief zich af, die doorgaans niet zo’n moeite had met enig gewicht. Om tien voor half een gingen we naar beneden, hij sjouwde de bagage, de lieverd en vijf minuten later kwam zuslief aangereden en was het inladen geblazen. Nu leidde het nog niet tot puzzelen, dat zou later pas komen.

Jongste zus vond ons te vroeg op haar stoep. Ze had op één uur gerekend en was nog lang niet klaar. We gaan nu al zo’n tien jaar op reis met elkaar en dit was inmiddels een vertrouwd beeld. Ken je pappenheimers. Na de koffie reden we de file in en besloten onmiddellijk om binnendoor te gaan, een uurtje langer, maar zeker de moeite waard. Alleen bij Rotterdam werd het wel erg industrieel. In Zwijndrecht namen we een uitgebreide en uitgelezen lunch bij een walhalla aan eettentjes, waartussen wij er een met uitzicht op het water hadden gekozen. Een heerlijk maaltijd met zorg bereid. Om zoveel mogelijke ervan te kunnen genieten, dubbelden we. Twee aan twee een andere maaltijd en half om half. Perfect.

Zeeland binnen door was goed te doen en het bleek een voorspoedige rit, dat eindigde in het steeds bekender wordende landschap om dat we bij vorige Zeeland-vakanties al zo vaak over het eiland waren gefietst. Alleen de kneuterige namen al zijn goed voor oneindige mijmeringen: Poppekerke, Boudewijnskerke, Serooskerke, Grijpskerke.

De boodschappen bij de buurtsuper leverde ons gistende appels op en de hele reutemeteut in de tas was ondergesijpeld met deze spontane, ongewenste, cider voor arme mensen. Zuslief ging met water en closetrol aan de slag en mompelde haar verwensingen aan het adres van de super. Thuis werd alles nog eens dunnetjes nagepoetst, vermaledijde vakkenvullers die niet hadden opgelet. In de nieuwe zak bleek ook al rot fruit te zitten. Daarmee hadden ze hun kruid, of moet ik zeggen fruit, verschoten. Vandaag gaan we naar een concurent.

Het stadje was duidelijk op toerisme ingesteld. Een groot plein vormde de dorpskern met gezellige terrassen. Later zou blijken dat kreek en zee slechts twee tot vier minuten lopen waren vanaf ons huisje, dat de laatste was van het dorp. Je kon je voorstellen dat klompen er vroeger over de kasseien hadden geklepperd, al waren die kasseien allang vervangen.

Het huisje was niet groot maar precies pas. Keuken, zitkamer, buitenzitje, zonnestoelen waarin je eventueel rondom kon zitten, twee slaapkamers. Ruimte genoeg om de zon op te zoeken. Natuurlijk volgde een verkenningstochtje met als beloning de ondergaande zon en een schip dat voorlangs voer. Als je goed keek, schitterden de windmolens door het beeld heen. Leuker waren de silhouetten tegen het licht op de dijk. Ziezo, die waren binnen. Thuis voor de liefhebber nog wat te nassen en een wijntje voor het slapen gaan. We probeerden B&B vol liefde te vinden, maar dat lukte niet. Morgen maar gewoon de afleveringen kijken en de vorige bij uitzending gemist op Ipad of telefoon.

Voor vandaag zijn de fietsen besteld en maken we een verkenningstocht. Zuslief had al ontdekt dat rond de kreek het wandelpad van Charley Toorop liep en die viel ruimschoots te wandelen. Wat leuk. Het schept een band, letterlijk en figuurlijk.

Overpeinzingen

Tijd genoeg

Een vroege morgen. De warmte van de dag sijpelde al binnen. Lief belde al om half negen, zoals afgesproken en waarschuwde me niet te schrikken. Hij was bij de kapper geweest, die in het haar een Hongaarse coupe geknipt had en het lekker kort had gemaakt. Beter, want het was nog steeds 40 graden. Heerlijk geslapen met dat korte koppie vond hij zelf. Na een uurtje bijkletsen snel in de benen.

Luchtige, niet al te nette, kleding aan, want ik ging achtereenvolgens een uurtje oppassen bij ons lachebekje en daarna door naar Amersfoort naar het ondernemende drietal en zoonlief, die nog een bloemetje en twee repen tegoed had voor zijn verjaardag. Dat betekende bij de een spetterhandjes, want het badje met warm water stond in de tuin en bij de volgende halte plak-, snotter- en modder-handjes, ondernemend als het drietal is.

Terwijl ik kleinzoon aan het vermaken was met de bal, ‘Spetter, pieter, pater’, ‘De soepblues’ en ‘Alle eendjes zwemmen in het water‘ en nog veel meer ballen, die er ook allemaal uitgegooid konden worden, vroeg ik me af, waarom we daar vroeger niet bedacht hadden. Warm water in het bad, inplaats van de blauwe en ijskoude kinderen die ik menigmaal op temperatuur moest wrijven. Echt werkelijk geen seconde aan gedacht, Spartaans als we zelf waren opgevoed. Lieve broodjes werden niet gebakken. Nou ja, dat wrijven was wel een heel lieftallig werkje en daarna konden ze lekker even nagloeien. ‘Ze hebben er niets van overgehouden’, zou mijn moeder zeggen. Zo is het.

Het drietal moest even wennen, eerst uitsloven en daarna boeven, zoals te doen gebruikelijk, terwijl de kleine meis overal tussendoor wankelde en zelf de kleine glijbaan opkroop waar ze met behulp van sterke papa-armen in haar kraag af kon glijden. De jongens liepen rondjes om moe te worden en wij moesten tellen, eerst tot tien maar later tot zestig, zoals de oudste dacht dat wel eventjes te gaan halen. Natuurlijk smokkelden we er ongeveer de helft af. Broer deed hem na. Sterker nog, broer deed hem in alles na. Pochen, ‘vieze’ woorden zeggen, bouwen, meerijden in de kartonnen platte doos, die als auto diende. Toen het jongste schatje op bed lag, lieten we de jongens achter het huis in de speeltuin spelen, waar een grote zandbak was en een waterpomp met bijbehorende baan. Daar kwamen de modderhandjes om de hoek zetten. Zoonlief plantte een stoel voor mij in het gras zodat ik uitgerust oma kon spelen. Waar is de tijd gebleven dat ik spontaan overal kon neerzijgen. Soms kan ik daar echt heimwee naar hebben, want het maakt een stuk mobieler.

Er kwam een ouder jongetje aangerend, die mee wilde spelen. De waterbuizen kwamen te voorschijn en zoonlief pompte een grote teil vol. Ziezo, daar zouden ze wel zoet mee zijn, maar al gauw werd de kalmte en rust verstoord door een enorme grasmaaier. Kinderen afgeleid, achter elkaar aanrennen en dan zoon er weer achteraan om te waarschuwen voor dat grote gevaarte. Baldadig Oost-Indisch doof, de jongste een nat pak, restricties en toch maar naar de achtertuin, omdat bij zo’n driemanschap automatisch twee tegen een ontstaat en de jongste het haasje is. Het jongetje was net iets te oud voor mooi.

In de tuin bouwden we van de kartonnen een tent, theedoek en hemd van papa als dak erover, klaar is Kees. De oudste tevreden, de middelste een beetje gespannen. Gelukkig kwam er een kleine lichtgroene sprinkhaan langs. Dat moesten ze wel even bestuderen. Grote hilariteit als hij van arm naar arm sprong. Helaas verloor hij daarna bij het vangen door kleine graaihandjes twee springpoten en dat was wel zielig vonden ze. Toen ze zoetjes met het beestje in de tent zaten, werd het tijd om op te stappen. Dag lieverds tot na de vakantieweek.

Thuis daalde de stilte neer. Ik had kunnen pakken, maar schoof het op naar de volgende ochtend. Tijd genoeg.

Overpeinzingen

Kalm maar bijzonder

Te vroeg op pad, dat overkomt me niet vaak. In mijn hoofd zou ik langer onderweg moeten zijn. Maar nu was ik een kwartier voortijds bij vriendinlief, die vanaf een Frans balkon met haar haar in handdoek gewikkeld, me toeriep dat ze er aankwam. Ik hou van Franse balkonnetjes, die waar je niet op kan staan, maar waar beneden een aubade naar omhoog zou moeten klinken.

Hartelijke begroeting. Zo lang geleden en toch werd er drie weken geleden heel gezwind een afspraak gemaakt voor een kunstzinnige ontmoeting met elkaar. Een uitgebreide lunch en een bezoek aan het Coda in Apeldoorn. Qua afstand lag het tussen beide woonplaatsen in precies op een uur rijden.

Een uur lang om bij te kletsen is een heerlijkheid. Zoveel om elkaar te vertellen. Heerlijk om de vertrouwde stem te horen. Belangstellend naar elkaars wederwaardigheden nemen de verhalen een vlucht, humor als ondertoon, een warm hart en diepe genegenheid er doorheen gevlochten. Vriendschap voor het leven. Het is vrij rustig op de weg, maar omdat we zo aan het kakelen zijn, rijden we de afslag voorbij en moeten we, Apeldoorn in vogelvlucht, binnendoor een stukje terug. Ineens rijden we door de winkelstraat. Tot het Coda-museum, dankzij de onvolprezen Tom-Tom, in het vizier komt en de parkeergarage in de straat ernaast.

Truus veilig gestald en kuieren naar het restaurant waar vriendinlief een tafeltje heeft gereserveerd. Op exact hetzelfde moment dat wij tweeën naar binnen gaan komt in de deur aan de overkant onze andere lieve vriendin binnen. Hartelijke omarming, fijn om elkaar te kunnen begroeten. Bij een koffie komen in een notendop de bezigheden van elkaar langszij.

Een van ons heeft sinds een jaar atelier aan huis en is volop aan het experimenteren met etsen en linosnede in lagen met de bedoeling om ooit, als ze alle kneepjes heeft doorgrond, cursussen aan huis te geven als de tijd haar gelaten is. Ze wisselt de verhalen af met indrukwekkende fasen van haar kunstwerken. Wij, haar bewonderaars, geven elkaar een blik van verstandhouding. Vriendinlief heeft het hele proces in de vingers, ze is een secure harde werker en stopt niet tot het beeld dat verschijnt volkomen tot in de perfectie is uitgewerkt. Wat haar ogen zien, wordt vertaald naar haar handen en het zijn stuk voor stuk juweeltjes.

Er volgt een relaas over een bezoek aan New York met het hele gezin en er komen foto’s langs. Een heerlijke stad met een spectaculaire ervaring voor hun beide dochters. Zo’n beleving met je ouders vergeet je nooit meer als kind.

De tentoonstelling in het Coda is niet helemaal wat we zoeken, grote Lego-modellen waarin vervoer de hoofdrol speelt. Het boeiende is dat alle elementen bij elkaar de geschiedenis ervan schrijven, vanaf het eerste wiel tot aan de ruimte toe. Er is, in variatie op een thema, een grote lego-bak, waarin kinderen en hun begeleiders, naar hartelust kunnen bouwen en hun zelf ontworpen modellen in de vitrinekasten er tegenover kunnen tentoonstellen.

Boven is de tentoonstelling: ‘Building a new World‘ waar werken te vinden zijn van vijf kunstenaars, die geinspireerd zijn door het manifest van Nieuw Babylon uit 1963 van visual artist Constant Nieuwenhuys (1920-2005). Rob Voerman haalt er zijn inspiratie uit voor bijvoorbeeld wandgrote mixed-media met pen, droge naald, aquarel op papier. Boeiend en indrukwekkend door het vele werk wat er mee gemoeid is. Ook de andere werken kunnen op onze volle aandacht rekenen, niet in de laatste plaats door hun inspiratie te vertalen naar het werken met een groep kinderen. Bij een kunstwerk van een stad, verwezenlijkt door opgeplakte houten blokjes, een potlood een onderdeel van een puntenslijper, opgeprikte spelden, laat een oma haar kleinkinderen tot onze verbazing er met de vingertjes doorheen fietsen. Als we een opmerking maken, houdt oma zich Oostindisch doof.

Vlakbij de ingang hangen silhouetten van karton en papier van tassen en hoeden. Dat levert mooi voer op om thuis ook eens te proberen. Het winkeltje krijgt nog uitgebreide aandacht en dient vooral om ideeën op te doen, eerder dan om iets aan te schaffen. Er ligt veel nijvere vlijt in de vitrines. We nemen het in gedachten mee.

Veel te snel alweer staan we te knipperen tegen het zonlicht buiten. Hier scheiden onze wegen. De een richting het Oosten en wij naar het midden. Warm afscheid. Het smaakt naar meer, een volgende keer. Vriendinlief en ik rijden naar huis over een weg zonder opstoppingen en files. Het kenmerk van de hele dag. Kalm maar bijzonder.

Overpeinzingen

Een diepere dimensie

Zo nu en dan sijpelt er een bericht door, waarmee het verleden op een kier wordt gezet. Als je er dieper op in gaat, komt binnen een fractie de hele trein volop tot leven. Dat deed het bericht van het overlijden van Wieteke van Dort met mij, eigenlijk kind van en voor onze generatie. Zoals zij samen met Aart Staartjes en Joost Prinsen jeugdprogramma’s neer hebben gezet, waren ze een voorbeeld voor het uitdragen van eigenzinnig en rebels gedachtengoed. De Stratenmakeropzeeshow en J.J. De Bom, voorheen De Kindervriend, Het Klokhuis. Die drie in een bootje. Een deftige dame die windjes laat en ze met een ondeugende blik wuft weg wuift. Al die andere programma’s waarin ze te beleven waren. Heerlijk voer voor kinderen en eigenlijk ook voor volwassenen. Wieteke was te jong voor de toneelschool, werd kleuterleidster en deed daarnaast nog twee jaar de toneelschool. Het is de veelzijdigheid dat haar leven kenmerkte. Van alle markten thuis en een duizendpoot, met veel liefde gedeeld en uitgedragen.

Mijn rustdag begint met het hoofd in de henna zetten. Vorige keer had ik meer ‘Auburn’ in mijn papje hennapoeder gedaan, maar nu mocht het bruin de overhand hebben. Twee uur moest het intrekken. Dat betekent voldoende tijd om glorieus te lummelen. Tot lezen wil het almaar niet komen. De rust ontbreekt nog enigszins. Wel kranten doorspitten, oude tijdschriften lezen en de Groene, puzzeltjes maken, Hongaars leren. Om drie uur was ik klaar voor de tandarts. Iets waar ik altijd met veel plezier naar toe ga. Dat komt omdat ze me in mijn wanhoop jaren geleden, en destijds met een tandarts die alleen maar op zijn centen zat en niet bezig was met het welzijn van zijn cliënten, zo ongelooflijk goed van mijn angsten en gram heeft afgeholpen, dat ik nu vrolijk lachend door het leven kan. Ze krabt wat tandsteen weg, polijst de boel en weg ben ik weer.

Op naar dochterlief die morgen met het gezin naar la douce France vertrekt en thuis de boel heeft laten ontploffen. Overal kleding, koffers en zaken die belangrijk zullen zijn. Dribbel heeft een tas voor in de auto onderweg, waar genoeg inzit om een weeshuis te vermaken. Met vijf mensen op vakantie is een soort volksverhuizing. De regel is ‘Geen tablet op vakantie’ dus moet er voldoende aan compensatie mee. Ik ontvang de sleutel om plantjes water te kunnen geven en neem de hangende vlijtige Liesjes mee, die elke dag water moeten. Ze komen bij mijn andere dochter te hangen, waar zoonlief en schone dochter drie weken op het huis, de planten en de poes passen.

Daar eet ik een hapje mee. Toch dat recept van die gekarameliseerde uien vragen, want dat smaakte heerlijk in de saus over de fusilli. Heerlijk bijkletsen met allen en de inloopkast bewonderen, waar een prachtige kleine renovatie heeft plaats gevonden. De filosoof en tante Pollewop hebben rode oogjes van het zwemmen. Ze zijn de hele dag met hun vader in de Hommel geweest, waar nog een buitenbad is. Tegenwoordig bijna een luxe.

Warm afscheid na nog een kop thee. Dag lieverds. Thuis wordt er druk gekookt door schone dochter en komen in het journaal vertrouwde beelden langs van alles wat het werkend leven van Wieteke van Dort bepaalde. Een week na haar man is ze overleden. 55 jaar samenzijn vraagt nog maar om een ding, als je zelf dan al flink ziek bent. Een zoon gaf aan, dat ze toen het leven heeft losgelaten. Een zinnetje, dat op het netvlies bleef hangen en dat de dood een diepere dimensie geeft.

Overpeinzingen

Moe maar tevreden sluit ik af

Het is pas vijf uur en Klaas Vaak zijn zandzak was kennelijk net vóór twee uren dromenland leeg geraakt. Klaar wakker, ook met dank aan de enige mug op mijn kamer die voortdurend verstoppertje speelt en daar alle gelegenheid toe heeft. Vanuit mijn raam zie ik een enorme donkerblauwe wolk haar entree maken achter het grote flatgebouw. Dat betekent onweer voor straks, wat ik je brom.

Gisteren stond, met alle drukte van de afgelopen dagen, de tuin op het program. Het weer was ons gunstig gezind, een niet al te uitbundig zonnetje, een tikkeltje te warm en, wat het voornaamste was, het zou droog blijven. Er stonden vier auto’s op het parkeerterrein, dus het hek kon op slot, toch bespeurde ik nauwelijks leven in de tuinen onderweg. De dametjes schaap graasden dat het een lieve lust was, ik kon het trekken en rukken aan de grassprieten horen. Ze keken nauwelijks op.

De vorige keer had ik het snoeiafval naar het terras gesleept en daar stonden al die wilgentakken kris/kras door elkaar. Dat werd klus nummer een. Schoven maken en ombinden met wilgenteen, zodat het niet uit elkaar zou vallen om het ingestorte gevlochten wilgenhekje te ondersteunen. Vanuit mijn ooghoeken zag ik het zevenblad al weer de kop op steken. Zou ik daar nog aan toe komen?

Met een stief anderhalf uurtje en het verstand op nul was in ieder geval alles opgetast in de kruiwagen en kon ik met de maaier, die ik inmiddels uit het schuurtje had gehaald, het onkruid op het terras voor het grootste deel temmen. De rieten stoelen zijn allemaal aan het eind van hun Latijn, door drie ben ik al heen gezakt. Dochterlief heeft vier oude maar nog redelijke plastic stoelen over, die sleep ik voor zolang het duurt mijn tuintje in. Omdat het veel te benauwd is, sjouw ik ze met vereende krachten over het hekje heen dat onze tuinen scheidt, twee blijven op de gesnoeide wilg hangen, gestapelde kunst, bedenk ik me met de kunstenaar Ai Wei Wei in gedachten.

Wonderwel staan ze nog niet eens zo gek. Straks bij bezoek, schoonpoetsen met een peut water, de witte kussentjes erin, de witte kleedjes over de tafel en klaar zijn we. Op de tuin is het niet moeilijk om snel een sfeer te kweken.

Na het gesjouw komt de grootste klus, het maaien. Voor mooi is het gras eigenlijk nog te nat, maar toch hou ik hem op de laagste stand. Eerlijkheidshalve, ik kon hem er ook niet van af krijgen, haha. Een geluk bij een ongeluk, want met iedere keer rusten om op adem te komen tussendoor, is de klus daardoor voor een hele tijd geklaard. Het gras is mooi kort.

De zwartkop komt regelmatig in een boom zijn mooie gezang aanheffen en een keer laat hij zich vluchtig bewonderen in de wilg tegenover mij. Wat een lieflijke kleine uitbundige zanger is het toch. Inmiddels is het al later geworden dan anders, maar ik wil zo graag de boel aan kant. Met de laatste krachtsinspanning tast ik de schoven op aan de voorkant van de tuin onder de vruchtbomen. Ziezo, opgeruimd staat netjes. De rieten stoelen worden tot achter het atelier verbannen. De grasmaaier heeft hard gewerkt en ik peur haar grondig schoon met een stokje.

Binnen veeg ik de toko aan en verzamel mijn oude olieverf voor vriendinlief. Dit zijn de Van Goghjes, goed genoeg om het een eerste keer te proberen, maar ze krijgt ook mijn Rembrandtverf, die van aanmerkelijk betere kwaliteit is. Eerst broddeldoeken maken en dan het echte werk, als je de eigenschappen van de verf door hebt. De nieuwe Water-vermengbare olieverf komt op de vrijgekomen plek te liggen. Wie weet, kom ik nog aan schilderen toe na de Zeelandweek met de zussen. Moe maar tevreden sluit ik af.