Overpeinzingen

Bij stil te staan

We hebben een voederfles voor de vogeltjes gekocht met zonnebloempitten erin. We hebben hem aan de zijkant van het prieel gehangen en hopen dat de vogeltjes het snel ontdekken. Wel moest ik eerst het etiket eraf poetsen. Je weet wel, van die etiketten die met extra kleefkracht er opgeplakt zijn, peuter, peuter, en dan met veel geduld ontdaan moeten worden van alles wat nog is achtergebleven, peuter peuter en dan, ja kalmte bewaren, peuter peuter, de hele handeling integreren als een meditatief moment op zich om ten lange leste, gggggrrrrrrr, eindelijk het laatste papiertje te hebben weggepulkt en dan ineens bedenken dat je nog aceton heb staan. Ergens in een vergeten hoekje, gevonden bij het gesnuffel in de kasten en laden hier in huis, want ikzelf draag nagenoeg geen nagellak. Jawel hoor, als sneeuw voor de zon verdwijnt het ruwe kleeflaagje en een mooie doorzichtige fles blijft over. Nu maar hopen op de doelgroep. Visioenen ploffen in wolkjes boven mijn hoofd. Kwetterende mussen, scharrelende roodborstjes, vrolijke kool-en-pimpelmezen, hier en daar een merel.

Omdat ik een abonnement heb op een blad mag ik van hen online artikelen lezen van de andere bladen, eigenlijk zoveel als je maar wilt. Wat een heerlijk idee voor hier. In Nederland heb ik er waarschijnlijk nauwelijks tijd voor maar hier kan het een broodnodige inspiratie zijn.

Gisteren hebben we Sterren op het Doek teruggekeken. Dit keer was Jelka van Houten te gast bij Eus in het programma. De kunstenaars waren weer verrassend op hun geheel eigen wijze. De Turkse kunstenaar die een houtsnede van haar had gemaakt, op een originele manier, werd beloond. Dat werk neemt Jelka mee. Het gesprek dat ze tijdens het poseren voeren, is vaak diepgaand en het vraagt aandacht. Vandaag moest ik nog eens een stukje terughoren, omdat er toch een aantal dingen ontglipt waren.

Het was boeiend om te horen dat ze een geestige, kinderlijke vader had, die toch nooit echt een vaderfiguur was geweest. Als Eus haar vraagt waarom niet, beaamt ze dat hij niet het soort vader was zoals vaders, wat haar betrof, moesten zijn. Die moeten je optillen en hoog boven hun hoofd houden en meer van dat soort dingen. Hij kon wel of niet verschijnen op verjaardagen en soms kreeg je een ansichtkaart volgeschreven als hij er tussenuit getrokken was. Ze is gek op hem. Het lijkt mij een heerlijke vader als hij altijd het kind in hem is blijven koesteren. Het bracht hem allerlei vrienden, kunstenaars, schrijver, acteurs en actrices. Zo’n vader waar ik van zou zeggen:’Heel lief maar een beetje gek’.

Ze had ook al een lange periode therapie en toen ze de therapeute vroeg waarom ze dat eigenlijk nodig had, vertelde die haar dat ze dissociatief was. Dat ze los kon raken van haar omgeving. Ze splitste haar gevoel af op momenten, dat de angst om iets te verliezen groot werd, maar ook lichamelijk kon ze haar gevoel uitschakelen. Dan was ze chaotisch en stootte zich overal aan, voelde geen pijn bij iets simpels als epileren. Langzamerhand is er meer ruimte gekomen en kan ze het beter hanteren.

Nooit stil gestaan bij dit fenomeen, terwijl ik beslist in mijn groep kinderen moet hebben gehad, die daar mee worstelden. Dat waren ze zich op die leeftijd natuurlijk niet bewust, maar dan denk ik nu dat dat sommige van mijn dromertjes waren, die een vlucht konden nemen in hun eigen veilige wereldje onder het motto ‘als je het niet ziet, is het er niet.’ Zoiets. In ieder geval iets om dieper over na te denken en bij stil te staan.

Overpeinzingen

Dat hier zaterdag de zon weer schijnt

De ogen van mijn man op het doek willen nog niet en dat is goed. Om me er niet zo op vast te prikken ga ik het glazen palet schoon poetsen en druk uit mijn tubes stralende kleuren verf. Cadmium Oranje, cadmium geel, chroom-oxyde groen, aquamarijn blauw, titaanwit, omber, oker en Siena. Ziezo. Vrolijke kleuren om de stemming te liften, die namelijk door alle giftige bestuurlijke zaken in Nederland tot een laag peil is nedergedaald. Kleur als de broodnodige vleugels om uit het dampende moeras op te stijgen. Het is maar kort werken in het beperkte licht. Deur wijd open, verwarming aan.

De jongste zoon belde me zowaar. Normaliter hanteert hij de stelregel: Geen bericht, goed bericht. Hij vertelde waar hij zoal mee bezig was en wat hij allemaal in petto heeft. Er hangt ook een sollicitatie in de lucht, dus ga ik van hieruit maar hard duimen. Hij heeft een fantastisch project in elkaar gezet, dat hij daar kan overleggen, om te laten zien wat hij allemaal in zijn mars heeft. Altijd spannend. Vanmiddag gaat hij met zijn nichtje van zeven 3D-printen. Oudste zoon belde vanmorgen en vertelde er eveneens over. De kunstenaar in de dop vindt het superleuk. Zo maken ze gebruik van elkaars kwaliteiten. Tijd om een stukje verlichting te zoeken bij de verwondering van Annemiek Schrijver, die in gesprek gaat met Pete Pronk, een fotograaf, theoloog, en verhalenverteller.

De man oogt fascinerend en is zeker stimulerend in het woord. Als enig kind verliest hij zijn moeder op 16-jarige leeftijd en omdat ze de ziekte van Huntington had, zei zijn vader tegen een neef: Het is goed zo. De jonge Pete hoort dat en heeft vanaf dat moment een appeltje te schillen met die God van zijn vader. Hij vloekt schreeuwend en gillend in een dronken bui zijn gram van zich af. Toch wil hij onderzoeken wat bidden nou toch is en besluit om theologie te gaan studeren. Er is een verhaal van een man en twee vrouwen, ik meen in Samuel dat hij zei, waarbij een van de vrouwen na beledigd te worden door haar man, bij de tempel tegen een geleerde begint te schelden, Pete zegt: Ze schreeuwt te schreeuwen, ze jankt te janken. De naam van die man ‘Eli’ betekent letterlijk mijn God.

Als Pete dat verhaal leest weet hij wat bidden is en ook dat hij dan al heel wat afgebeden heeft. Hij doet uit de doeken waarom deze verhalen, die hij inderdaad met verve weet te vertellen, zo boeiend zijn. Hij ziet letterlijk de mensen die in die verhalen wonen, die gezien willen worden. Van dat laatste is hij heilig overtuigd, want anders zouden ze daar niet wonen. Pete zelf wilde ook gezien zijn. Boeiend hoe hij middels de fotovakschool geleerd heeft om zelf beter te kijken en daarom spraken die bijbelverhalen hem zo aan. Omdat er zoveel in te zien was. De man is een geboren verteller. Of je wilt of niet je bent aan zijn lippen gekluisterd.

Het was een fijne afleiding dit uitstapje, misschien kijk ik zo nog een stukje verder. De zorgpremie is flink omhoog gegaan, maar ik mag niet klagen in deze welstaat. Voorlopig wordt er goed voor me gezorgd. Als ik zo eens om me heen kijk, is het wat dat betreft niet slecht. Loon naar verrichtingen, zal ik maar zeggen, in variatie op een thema. Hoe het verder gaat, wachten we af.

Bij het lopen naar de Datsja zie ik ineens een blad dat verdacht veel op de stokroos lijkt. Het blijkt een Winterstokroos te zijn, die toch in juni en juli bloeit. Een Alcea Biennis Winter. Nooit van gehoord. Lief vraagt zich af, nu hij in de botanische wereld is verdiept, of de Kalanchoe dezelfde plant is als welke hier in grote getale op de bijzettafel staan. Dat blijkt echter een Aloe Vera te zijn, jawel, dezelfde als dat goedje in de huidsmeerseltjes. Het schijnt dat er in de bladeren een gel zit. Interessant en het bedelt om een nader onderzoek. Wie weet.

Mijn zwaar gemoed stop ik even in de ijskast om af te koelen. Ik duik in de Wintering en hoop dat hier zaterdag de zon weer schijnt.

Overpeinzingen

En dat voelt goed

In de volkskrant staat een postuum bericht over ‘Enigst Lid’ Nooit Gin Ruzie en carnavalist Joop Doomernik(1929-2024). Hij was wars van regels en kwaaitongen’. Het artikel kan ik niet lezen, maar ik blijf hangen op het woord ‘Kwaaitongen’. Ik vind het een prachtige en vredige manier om te zeggen dat je niets wilt weten van kwaadsprekerij en waarheden naar de hand zetten. Ik ben van plan om het woord te omarmen en veelvuldig te gaan gebruiken. Letterlijk onpasselijk word ik van het gekonkelefoes in de media dat steeds hatelijker wordt. Het is gekizzebis met felle bewoordingen, verwijten over en weer, zo onaardig en zo onwaardig. Kwaaitongen dus. Ik zie ze verschijnen. Het is duivels gebroed. Ze lispelen, ze miepen, ze fluisteren achter hun hand en trekken hun wenkbrauwen samen naar de neus in een diepe gramstorige frons. Hun neuzen op Pinokkio-lengte en achter hun rug om groeien de staarten en de bokkenpoten. Een negatief sprookje, een nachtmerrie, waaruit we toch altijd weer zullen ontwaken. Als ik doorschrijf wordt het een verhaal met de titel: ‘Hoe Goedemond de wereld redde’.

Ik ga liever mee met Jac van Looy die naar Spanje wordt uitgezonden. Ander land, ander klimaat, ander licht, waar het beter schilderen is. Voorbeelden zijn Velasquez en de omgeving waar Don Quichotte vertoefde, al viel hem dat wat tegen. De molens waren het grote ijkpunt. Als hij in Cordoba komt, valt het geroemde Alhambra hem erg tegen, maar op de heuvel er tegenover belandde hij in het Sacromonte, een wijk van rotswoningen met Gitanes, die lief, aardig en open waren. Zijn lust tot schilderen was gedurende de reis erg afgenomen, maar hier kon hij dat naar hartelust ophalen, al was het lastig schilderen in de kleine holen. Daarnaast schrijft hij ook veel en ziet zijn mentor in Nederland dat met lede ogen aan. Wel neemt hij het besluit om niet nog het derde jaar te gaan doen, waarbij weer een andere reis zou wachten. Hij mist zijn vrienden.

Goede vrienden zijn om te koesteren. Dat merken we hier ook, als we appjes krijgen over en weer. Ons beider vriend, die we al heel lang kennen, weeft humor in het gitzwarte politieke bestel, de enige manier om te overleven, vindt hij, iets wat we alleen maar kunnen beamen. Vriendinlief heeft net een gezinsdag achter de rug met alle kinderen en kleinkinderen waarbij die ene, die vorig jaar ontvallen was, node gemist werd. Oud collega en vriendin met haar man, die op reis zijn door Australië en Nieuw Zeeland, stappen en rijden dapper voort en zien prachtige landschappen, heerlijke stadjes, mooie kerken en spiegelende meren. Ook zo fijn om mee te reizen en af en toe even van gedachten te wisselen.

Zoonlief belde, dat doet hij vaak als hij onderweg is naar zijn werk. Lang bijpraten zonder beeld. Heel fijn. Met twee verjaardagen achter de kiezen is er heel wat te vertellen. Bovendien speurt hij naar de nieuwe auto. Volgend jaar maart loopt de huur af voor Truus, dan komt Truus twee of al naar gelang het uiterlijk een nieuwe naam.

Gisteren maakte ik de eerste stap in het opvissen van een paar aaneengeregen Hongaarse woorden. Tot dan toe kon ik al wel wat losse woorden ontwaren, maar nu snapte ik zowaar wat deze vrouw zei. Drie jaar garantie op het product. Het is waarschijnlijk het begin van de grote openbaring van deze wonderlijke taal. Het ontsloten worden, letterlijk en figuurlijk. En dat voelt goed.

Overpeinzingen

Een mooi en kabbelend begin van de dag

Terwijl mijn mannetje op het doek eindelijk weer naar het kind keek, nadat ik ontdekt had dat de ogen veel te hoog zaten, liep ik even door het herfstbos om wat los te komen van het beeld in mijn hoofd en ook om de spieren wat los te gooien.

Het was er nat en stil, geen vogeltje te horen. Of wacht eens. De app pikte toch de koolmees, de vink en de roodborst op in die volgorde. Maar hoe ik ook keek en tuurde er was niets te zien in het kreupelhout langs de zijkanten van de tuin, of toch. Ik zag nog net een kleine winterkoning van de onderste takken wippen.

Middenop het pad en het natte gras lagen ineens allemaal spetters wit. Het leek bijna of iemand een verfkwast rond geslingerd had. Dat kon toch niet zo zijn. Er zit iedere avond een grote groep fazanten in de bomen. Misschien daarvan? Maar dan had het veel meer moeten zijn. Lief blijft speuren. Iets verderop staat een dappere Bevernel Saxifraga stralend wit te bloeien aan de voet van een bijna zwart gekleurde boom, die haar houtige staketsels naar het zwerk strekt. Een bloem waar bijvoorbeeld de koninginnenpage gek op is. Het is een perfect beeld, die stralende bloem en die troosteloze boom.

Ik ging nog even door met poetsen, maar na anderhalf uur werken, begonnen mijn voeten in de zwarte kloffen wat doods aan te voelen, de vingers verstramden. Het was de hoogste tijd om aan de thee te gaan. In Nederland eens kijken voor een goede daglichtlamp, dan kan de deur dicht blijven en kan ik voor de frisse lucht het raam op een kier zetten.

Lief zat al aan de keukentafel en ik had hem mijn boek over de Botanische revolutie van Darwin door Norbert Peeters aangeraden. De auteur wilde de belangstelling voor de botanie van Darwin onder de aandacht brengen. Lief vindt het vlot en met een vleugje filosofie geschreven. Hij begint met een gedicht van Han Hoekstra ‘Ik heb een ceder in mijn tuin geplant’ en daarna opent de schrijver met de woorden: ‘Wij mensen wuiven loof te weinig lof toe’. Wat een heerlijke zin. Daardoor wordt je voldoende geprikkeld. Geen biografie maar aandacht voor dat leven, dat zo makkelijk aan ons voorbij kan gaan.

Bij Beau krijgt een mevrouw volop de ruimte om over haar videobeelden van de Israëlische supporters op donderdagavond te vertellen en over de verkeerde context die door bijna alle media erbij werd geplaatst, met alle gevolgen van dien. De regering met zijn boosaardige reactie en de beschuldigende vinger gooit nog wat olie op het vuur. Ik wil er niet aan denken. Maar ik heb er met regelmaat een bezwaard gemoed bij.

Zwager en schoonzus vliegen vandaag naar de zon. Ze zijn de donkerte zat en willen weer warmte voelen op hun huid. Ik weet uit ervaring dat het vervolgens een hele lange winter wordt, want als je terugkomt is het verlangen alleen maar groter.

Ik reis met Jac van Looy mee naar Italië, waar hij het niet naar zin heeft. Hij vindt Rome te druk, te heet en de zon hindert hem voortdurend bij het werk. Hij mag in de Sixtijnse kapel op de steiger een deel van de plafondschildering van Michelangelo naschilderen, namelijk de ‘Sibila Delfica.’ Als ik haar opsnor op internet, ben ik diep onder de indruk van de helderheid en de kracht die de beeltenis uitstraalt. De vraag is of Rome ook op ons gezamenlijke lijst van te bezoeken steden moet.

Zo is er nog genoeg schoonheid te genieten al is reizen in het boek wel heerlijk rustgevend en een mooi en kabbelend begin van de dag.

Overpeinzingen

De juiste tegenhang

Een mooie hoopvolle quote die ik tegenkom ergens op internet: ‘Sommige dansen in de regen en anderen worden enkel nat’. Het blijkt uit de koker te komen van de makers van het spel en de scheurkalender ‘Vertellis’. Wat is over het algemeen je relaties met je emoties, staat er als vraag bij. Mogen ze er zijn of durf je ze moeilijk toe te laten.

Iets om even diep en zuiver over na te denken. Ik ben sentimenteel, vind ik zelf, en gauw geraakt door ontroerende verhalen, hetzij bij een aangrijpende film of bij het lezen van een woord, een zin, een boek, en door verhalen door anderen verteld. Maar het zijn ook de kleine onverwachte momenten die diep kunnen raken. Een nietige tere bloem tussen de tegels, de kleine hand in jouw grote van een baby, een eerste grijze haar, de schaterlach van een van de kinderen, een verward hoofd van lief als ie buiten heeft gewerkt, een liedje van vroeger, een herinnering die zich aandient, zoals gisteren met de Smac en de macaroni, een vergeelde foto. Kinderen in het algemeen en die van mij in bijzonder roeren me altijd.

Vroeger vond ik het vervelend dat ik te pas en te onpas vol schoot. Een gedicht van Sinterklaas, een cadeau van de kinderen, een lieve brief of kaart die voorgelezen moest worden, ontlokten steevast een vloed aan tranen. Als ik moest vertellen wat er zo goed was aan ons Jenaplan-onderwijs idem dito. Ik kon de passie niet vertalen naar een nuchter verslag. Er was nooit de vraag of ik het wilde of niet, of ik de emoties toeliet of niet, het was er gewoon. Het hoort bij mijn beleving.

Zo was ik ook diep onder de indruk van het verhaal in ‘De Verwondering’ van Bas Moeyaert. Hij vertelde in zijn gesprek met Annemieke Schrijver, dat hij, als jongste van de zeven broers, de vlieg op de muur werd. Hij was degene die alles observeerde, die luisterde naar wat er gezegd werd. Kalm, rustig, onopvallend. Hij had van te voren bij Annemiek een tekstje ingeleverd. Ze had hem gevraagd om dat te doen. Van alles wat hij heeft geschreven en gedicht koos hij een klein citaat van Judith Herzberg uit de kameropera ‘Merg’.

‘Stel je voor, De wereld is leeg en jij bent in je dooie eentje, het enige dat je bezit, is een roodgeaderd kiezelsteentje’.

Het is zijn graadmeter geworden. Als mensen bij zo’n gedicht reageren met bijvoorbeeld: ‘Ja? En toen? noemt hij ze mensen, die iets missen. Bijvoorbeeld een bepaalde gevoeligheid, de dunne huid, de verwondering die deze eenvoudige woorden op kunnen roepen. Zo’n roodgeaderd kiezelsteentje bijvoorbeeld. Ik weet wat hij bedoelt. Ik had het al in mijn hand liggen voor ik het uitgelezen had. Zo werkt dat in een hoofd vol verbeelding.

Als kind was hij een dromer, bezat ook een hele eigen wereld in zijn hoofd. Om het alleen-zijn op te heffen had hij een klein potje, waar vroeger de rouge van zijn moeder in had gezeten en dat nu gevuld was met een paar atributen. Tijdens het gesprek haalde hij ze te voorschijn en legde uit dat die, toen hij opgroeide, van belang waren. Een doosje met een kiezeltje, een melktand(eigenlijk al zijn melktandjes)en een kalmeringspilletje van zijn moeder, dat hij als zijn pilletje voor de dood beschouwde. Niet omdat hij daar zo mee bezig was, maar meer als geruststelling. Het maakte hem kalm in de wetenschap nooit alleen te zijn. Later vond hij een steen op het strand met een holte, waar precies de duim in paste. Ook dat was troostrijk. Een toevlucht noemde Annemiek het. Iets wat hij kon beamen.

Hij is in het gesprek bedachtzaam en geeft weloverwogen antwoorden. Schroomt ook niet om na te denken zodat er een stilte valt en wat hij zegt, raakt me. Wat een mooie man en wat wonderlijk dat ik nooit iets van hem gelezen heb. Maar wat goed dat er ruimte voor deze fijne mensen wordt gemaakt in dit soort fantastische programma’s. Inspiratie voor het leven en voor de wereld van nu is dat zelfs de juiste tegenhang.

Overpeinzingen

Genoeglijkheid kent geen tijd

En weer een dag om naar binnen te keren. Ik hou ervan. Zittend aan de keukentafel, om half een even schilderen, het lukt zowaar een beetje, en daarna schrijven aan de eenvoudige keukentafel met uitzicht op het prieel. Er scharrelt geen egel meer rond, de vogelteller vond slechts een koolmezengeluidje, de zaag van de buurman zaagt koortsachtig het winterhout tot een grote stapel en ik bewonder de roerloosheid van de natuur. Ze maakt zich op maar ook diep van binnen. De laatste kardinaalmutsen spelen ton sur ton met hun bladeren maar winnen in roze tinten glansrijk de meest opvallende rol. De hortensia kleurt dapper mee. De verdorde druiven huilen aan de ranken, insecten zijn inmiddels op de vlucht geslagen. Voor zolang het duurt want na woensdag wordt het weer veel warmer, belooft de app.

Vrijdag vond ik bij het boodschappen doen een blikje smac. Het heet hier ‘reggeli szertesvagdalt’. Het was dat mooie hoge blikje van vroeger met een sleuteltje om het open te maken en dat even zo vrolijk ook makkelijk mis kan gaan, omdat je het kapot trekt. Ik moet aan mijn moeder denken en aan mijn jongste zoon. Mijn moeder maakte dikwijls macaroni klaar met heel veel gebakken uien en kleine blokjes gebakken smac in de kerrie. Dat roerde ze door de macaroni en klaar was die heerlijkheid. De jongste vind het het lekkerste wat er is. Omdat we minieme vleeseters zijn geworden eten we het nog maar sporadisch, maar soms, als het idee eenmaal geboren is door het zien van zo’n blik, dan kan ik er niet meer om heen. Vanavond dus.

Wat een verademing. Even tot hier is terug, met hun cynische en soms scherpe commentaar op de gebeurtenissen van de afgelopen week. Het doet me deugd om weer een ander geluid te horen dan de ellende die ons de laatste weken overspoelt. Bezieling en op het scherp van de snede. Ik hou ervan.

In de verwondering van Annemiek Schrijver heeft Annemiek Schrijver een gesprek met Bart Moeyaert, ook een schrijver, maar dan anders. Hij vertelt een verhaal over het weekend dat hij met zijn moeder naar Parijs ging. Daar gaat ook zijn nieuwste autobiografische boek over. Ze vertrouwt hem toe, na een ontmoeting met een Amerikaanse dame, die de wereld over reist en lezingen geeft bij congressen, dat ze eigenlijk een ander leven had gewenst. Geen zeven kinderen, maar twee. En dan hetzelfde kunnen doen als die dame. Er zat verlangen in haar stem. Bart is de jongste van de zeven. Eerst vond hij het grappig wat ze zei, maar later besefte hij dat hij er dan niet geweest zou zijn. Hoe een boodschap binnen kan komen.

En toen…Kwam vriend van Lief langs. Hij had al een paar keer aan de grote buitenbel getrokken en was daarna op het raam gaan kloppen. Dat hoorde ik gelukkig wel in de keuken. Omdat Lief in de Datsja zat te lezen, had hij ook niets gehoord. Wat volgde was als vanouds een knusse middag met veel wederwaardigheden, ervaringen en politiek te over. Genoeg om te bespreken na de afgelopen weken. Daardoor werd het schrijven wel opgeschoven. Hij is er net vandoor. De smac-maaltijd wordt opgeschoven na alle snackjes van vanmiddag. Geen probleem. Vriendschap gaat voor de dagelijkse behoeftes. O ja. En hij wilde niet mee-eten. Want dat had met gemak gekund. Er is altijd genoeg voor veel. Genoeglijkheid kent geen tijd.

Overpeinzingen

Hoe het zou moeten zijn

Vanmorgen na het lezen en het Hongaars ben ik toch maar eerst weer gaan stoeien met het grote doek. Ik had ontdekt dat ik op de manier waarop ik een en ander had opgezet niet goed in de verhoudingen zou eindigen. En dan zit er maar een ding op. De Engelsen zeggen dat zo mooi: ‘Kill your darlings’. Inderdaad de oude man om zeep helpen en opnieuw beginnen. Sorry mijn beste. Ik moest wel vroeg gaan schilderen, want gisteren wilde ik na het boodschappen doen nog wat poetsen, maar toen werd het al veel te donker. Op de een of andere manier valt hier het duister sneller in. Mijn opzet was een geslaagde poging en het lukte al beter. Meer gelaagdheid, meer kleur.

Lief en ik kijken in de avond de serie Attiya op Netflix. Het is een bijzondere serie die door de tijden heen reist. De hoofdpersonen zijn hetzelfde, maar de ontmoetingen per serie zijn in een ander tijdsgewricht. Namen veranderen, relaties veranderen alleen de hoofdpersoon Attiya is dezelfde. Ze is een kunstenares uit Istanboel die door haar verleden en heden reist en de universele geheimen ontdekt van een Anatolische archeologische site. Het verhaal is gebaseerd op een roman van Sengul Boybas. We genieten er erg van. Als je van tijdreizen houdt en de diepste geheimen van wat het leven zou kunnen zijn, is het een aanrader.

Lief leest ‘Morele ambitie’ van Bregman. Dat doet hij op de Datsja met zicht op zijn geliefde buiten. Ik zit in deze koude, het is nu ook grijs en vochtig hier, liever in de keuken bij de verwarming na twee uur schilderen. Daarna zijn mijn vingers te stram. Er is verwarming maar ik wil de deur open, vanwege het natuurlijke licht.

Buurman maakt maar weer eens een huisje erbij op zijn erf. Het lijkt een soort kweekkastje te worden, het geraamte staat er al. Hij heeft duidelijk geen timmermansoog, want het dak staat nu al scheef. Vermoedelijk wil hij zijn sokkippen in de winter onderbrengen. Wel heel fijn voor ze, lijkt me.

Volgende week gaat het in de nacht een paar graadjes vriezen, maar overdag is er dan toch weer 14 graden voorspeld. We gaan het zien en beleven.

Vandaag is kleindochter alweer zeven geworden. Vorig jaar heb ik op haar kinderfeestje nog een workshop schilderen gegeven. Helaas zijn we er nu niet bij. Er is wel een kaart met een cadeautje onderweg. Nu maar duimen dat het ook echt vandaag bezorgd wordt.

Ik keek volle zalen terug waarbij Cornald Maas met Sanne Wallis de Vries op stap gaat. Eerst in Alphen aan de Rijn waar ze tot haar 18e woonde en daarna in Amsterdam, waar ze een opleiding volgt aan de theateropleiding van Selma Susanna. En daar voelde ze zich direct helemaal op haar plek. Haar ontwikkelingen lopen ze door, waarin vooral de veelzijdigheid blijkt. Ze zingt, ze danst, ze speelt grote rollen inn klassiekers als ‘Who is Afraid of Virginia Woolf’ en is de hoofdzuster in de musical ‘Sisteract en trekt nog steeds volle zalen met haar cabaretavonden. Als Cornald Maas haar vraagt of ze goed in haar vel zit, kan ze dat met volle overtuiging beamen.

Wat fijn als je dat op je hoogtepunt van jezelf kan zeggen. Ze heeft zichzelf volledig geacepteerd met al haar bijzondere kanten en dat is toch hoe het zou moeten zijn.

Overpeinzingen

Waar rede is, is vrede

Ik verzucht tegen zoonlief dat ik zou wensen dat de wereld weer genuanceerder ging denken. De ophef van vannacht was al bijna te verwachten, na het zien van de massa mensen die naar het stadion marcheerden, in drommen, en die nare en opruiende leuzen scandeerden. De toon leek gezet. Een tegenreactie kwam er, maar van wie is de grote vraag. In ieder geval was het hek van de dam. De reactie van Wilders en co, Netanyahu en ander ongenuanceerd gevolg doet me denken aan een verhaal over mijn schoonmoeder van vroeger.

Haar jongens hadden een bal in de tuin van de buurvrouw geschopt. We schrijven jaren vijftig. Ze kwam op hoge poten verhaal halen bij mijn schoonmoeder waar de jongens bij waren. Bedremmeld beaamde die haar verhaal. Inderdaad, vervelende kinderen, gespuis, misschien wel gajes van de straat. De kinderen moesten aanhoren hoe hun moeder hen afviel.

Natuurlijk is er geen vergelijking te maken met wat er gisteren gebeurde. Maar ik heb altijd geleerd dat er twee kanten aan een verhaal zitten en dat beide partijen gehoord moeten worden, wil je weten hoe alles in elkaar steekt. We rekenen op de feiten. Niet op emotie en diepe verontwaardiging. Pogroms, jodenhaat. De haren rijzen me te berge. ‘Gebruik je gezonde verstand’, zei mijn moeder altijd bij de een of andere onbezonnen actie. Een onderzoek indienen in plaats van meebrullen met X of zoals mijn schoonmoeder deed met de buuf. Daarom moest ik daaraan denken.

Op school leerde ik bij twee partijen die tegenover elkaar stonden, dat er gecommuniceerd diende te worden, in plaats van erop te slaan. Mensen mogen tegen geweld zijn, dat is hun goed recht. Wat gisteren door de straten van Amsterdam trok had niets met de goede zaak te maken van mensen die tegen het leed zijn dat zowel de Palestijnen als de Israeli is aangedaan, die tegen oorlog zijn en tegen uitroeiing. Er zijn mensen die de hand in eigen boezem moeten steken. Mijn hart huilt om zoveel koren op de molen van een lid van onze ‘nobele’ regering die om het aftreden van de burgemeester schreeuwt.Woorden als Pogrom en jodenhaat worden te pas en te onpas gebruikt.

Nederland schaamt zich. Dat moet. Vooral voor de kort-door-de-bocht reacties en het nablaten van elkaar. Genuanceerde denkers, daar hebben we behoefte aan. Waar rede is, is vrede

Overpeinzingen

Ik kan het steeds beter

Het is nu tijd voor Monsieur Le Coloriste. Volgens het principe ‘First things first’. Ik reken het uit. 555 bladzijden van de biografie, precies nog 18 dagen en een beetje, dat wordt ongeveer 35 bladzijden per dag vanaf nu. Op naar het jaar 1855 als Jac van Looy geboren wordt. Ik was er al in begonnen maar nu pak ik de draad op van voren af aan en lees achter elkaar door. Het is fijn om het zo in te delen, want dan is er per keer nog tijd om erover te mijmeren.

Sinds zijn laptop het heeft begeven verslindt Lief het ene na het andere boek. Nu is hij in een paar klassiekers begonnen. De Wandelaar heeft hij uit en nu is Indische Duinen van Adriaan van Dis aan de beurt. Nostalgie ten top met zijn Half-Indische roots. In de boekenkast in Nederland staan nog zo’n vier of vijf boeken van deze heerlijke schrijver.

Ik ben benieuwd welk boek er op de rol staat voor de volgende bijeenkomst van de boekenclub en natuurlijk ook naar het verslag over het boek van gisteren. Maar dat horen we later.

Gisteren kwam Lief met de oogst uit de tuin en met het checken op google bleek alras dat het toch drie flespompoenen zijn en een reuze kalebas ofwel de Cucurbita Maxima die de gezaaide zaden hadden opgeleverd. Zelfs dus een kalebas met een koninklijk tintje, terwijl we die als zodanig niet hadden aangeschaft. Ze zal meegelift zijn tussen de zaden van de flespompoenen. Op internet zocht ik naar verwerkingsmanieren. In ieder geval komt er vanmiddag een stoof met witte kool uit de tajine. Ik zal van de anderen soep maken en die invriezen, dat lijkt me haalbaar.

Het hotel voor de terugreis is geboekt. Dat voelt altijd fijn. Langzaam leven we naar het moment dat we afscheid moeten nemen van onze geliefde plek. Zo’n lange aanloop is een fijne benadering omdat we de tijd nemen om de nodige voorzieningen te treffen die nodig zijn om huis en het land goed door de winter heen te loodsen en het een rustgevend gevoel is te weten alles goed verzorgd achter te hebben gelaten.

Voor de auto heb ik ook alvast een afspraak met de garage gemaakt. Truus gaat voor een grondige inspectie. Dat mag ook wel, want ze heeft er al weer aardig wat kilometers opzitten. Tegen die tijd zo’n 33500. En dat in nog geen twee jaar. Te bedenken dat ik dat ook allemaal gereden heb.

Net liep ik even het terras op om de zon op mijn huid te voelen en te genieten van de nog altijd stralende herfst die zich steeds meer openbaart, zag ik iets bruinigs over het veld tussen de fruitbomen rennen. Ik liep langs de stalletjes om te kijken of er nog iets te ontdekken viel en jawel hoor, daar liep de woelmuis of woelrat parmantig over het pad naast de verwelkte pompoenplanten. Het is lastig te zien. Ze heeft een korte staart en niet zo zeer de kop van een rat, maar wel die grootte, meende ik. Ze liep van de sokkippen van de buurvrouw naar de kippen van de andere buuf. Ik vermoed dat ze haar wintervoorraad aan het veilig stellen is en brutaal een graantje meepikt. Toen ze mij in de gaten kreeg zette ze er de vaart in en roetsjte weg naar hiernaast.

Jacob van Looy, Monsieur de Coloriste dus, is inmiddels uit het weeshuis en mag met de gelden van deze en gene naar ‘De Rijksacademie voor Beeldende Kunsten‘. Mooi dat een kind uit een weeshuis toch de ruimte kreeg om zijn talenten te ontplooien. Hij kreeg al tekenles. In zijn boek ‘Jaapje’ beschrijft hij zijn ervaringen opgedaan in datzelfde weeshuis met veel oog voor detail. Dat boek evenals de twee vervolgdelen: Jaap en Jakob komt op mijn lijst van te lezen boeken. Daarmee krijgt de lijst toch nog tamelijk lengte, ondanks alle tijd die we er voor nemen. We vervelen ons geen moment. Vervelen heeft ook een functie schrijft ene Margreet Stegeman in een blog. ‘Niets doen geeft zoveel inzichten. Je gedachten de ruimte geven. Als je ze wegstopt ontstaat er chaos in je hoofd. Door je gedachten er te laten zijn en ze aandacht te geven worden ze geen probleem.’

Maar eigenlijk is wat ze beschrijft niet iets wat je onder ‘vervelen’ verstaat. Ik noem dat lummelen, pierewaaien, in je coconnetje kruipen. Dat heeft niet echt met iets te maken dat je tegenstaat. Het speelt zich allemaal af in je hoofd, op het maken van een passende kop thee na. Extra warmte om toe te voegen aan de gedachte. Het verrijkt. Probeer maar. Ik kan het steeds beter.

Overpeinzingen

Wie niet waagt, die niet wint

Wat gaan de dagen hard. Het komt ook omdat we een beetje afscheid aan het nemen zijn. Van ons paradijsje, van het huis, van de spulletjes erin, van de herfst, het atelier en van het land. Het is maar tijdelijk wagen we te denken, we komen snel weerom. Lief iets sneller dan ik, want die gaat een paar maanden eerder terug. Gelukkig hebben we nog een ander paradijsje, waar eerst de handen weer goed voor uit de mouwen moeten. Er valt deze winter heel wat te snoeien. Hier gaat dat snoeihout au naturel in de omheining, maar ja, op een postzegeltje land wordt het wat moeilijker. We gaan er wel voor om er een paradijselijke twee-eenheid van te maken, dochterlief en Co en ik en Co. Er komt nog een extra doorgang. Een paar wilgen gaan eruit om fruitbomen meer plek te geven. De braam moet naar de andere kant en zo zijn er nog wat van die aanpassingen. Het gaat goed komen, daar ben ik heilig van overtuigd.

Gisteren konden we nog ontbijten in de warme ochtendzon en heb ik zelfs even in de luie stoel gezeten om een aantal bladzijden stuk te slaan van het boek Morele Ambitie van Rutger Bregman. Het is een boek vol wederwaardigheden, die boeiend zijn om te weten, maar voor iemand die niet meer zo nodig op zoek is naar zichzelf, voegt het vooral kennis toe en niet meer dan dat. Ik neem het tot me, maar de vraag blijft wat het aan mijn persoonlijke waarde toevoegt. Het antwoord ben ik schuldig. Louter en alleen omdat het zo hoogdravend klinkt als ik denk dat ik het leven vind in alles om me heen en uit mijn directe omgeving. Ben je dan teveel op jezelf gericht of heb ik veel ervaring opgedaan, heb ik het leven geleefd en rust ik nu op mijn lauweren. Het is tijd om de ziel ruimte te geven.

Straks is het weer winter en mogen we naar binnen keren, iets wat als vanzelfsprekend gebeurt als de donkere dagen voor de deur staan. ‘Cocoonen’, noemt een lieve vriendin van mij die periode. Het moment van verstilling, bezinning ook. Even los van de druk van het bestaan. Ze houdt haar eigen winterslaap, voedt zich met schoonheid en luistert naar wat de stilte fluistert. Een pas op de plaats. Wintering van Katherine May is het boek en het woord dat daarbij als leidraad dienen kan. Maar ook de teksten van mensen als Toon Tellegen, Stef Bos, Max Porter.

Er komt een foto langs van de jongste telg van onze familie. Kijk haar staan. Parmantig en groot, vooral dat laatste. Het gaat te hard. Toen ik twee maanden geleden vertrok was ze nog een klein pork, maar nu blikt een echte peuter onversaagd de wijde wereld in. Het leuke in ons geval van het afscheid nemen van het één is dat het de omarming van het ander betekent. Wat een rijkdom.

Gisteren wilde ik basilicum knippen in de kruidentuin, waar ik de dag ervoor nog die mooie foto’s van haar volle bloei had gemaakt en toen zag ik dat de nachtvorst toch had toegeslagen. Die kon ik niet meer gebruiken, maar de zomeruien en de bieslook stonden er nog steeds goed bij. Het gevolg was dat ik een nieuw en smakelijk recept voor de spaghetti had gevonden, door knoflook, olijfolie, kruidenroomkaas, kappertjes en zomerui met elkaar tot een smeuiig papje roerde, dat vervolgens weer door de gare pasta heen en daarna de stukjes gerookte zalm erdoor. Je weet niet wat je proeft, zo lekker. Tenminste, dat wat ik er van proef en Lief die alles heerlijk vindt is ook geen graadmeter. Het enige dat kan helpen is het zelf eens uitproberen. Prettige bijkomstigheid; het is in twintig minuten klaar. Wie niet waagt die niet wint.

Overpeinzingen

Dat de emmer een beetje overloopt

‘Hoe houd je je hart zacht.’ Een titel op facebook, die het mijne treft, een schot in de roos. Inderdaad, hoe. Het kost me hier in ons eigen paradijsje geen moeite. Er zijn een aantal laatbloeiers en op mijn wandelingetje door de natuur ontdek ik bij ‘het schip’ waar de hortensia’s staan, de bloeiende kardinaalmuts. Dat alleen is al voldoende om van binnen een vreugdesprongetje te maken. De Roosmarijn bloeit uitbundig voor de tweede keer. De gaffelsilene bij de vrouw met de kruik kan er ook geen genoeg van krijgen en de wilde cichorei zal doorbloeien tot de eerste vorst. De laatste staat verspreid in toefjes over het hele grasveld tussen de bomen door. Ze heeft maar weinig nodig. Als de zon warm genoeg is, rond twee uur, komen er voorzichtig hagedisjes te voorschijn om zich even te koesteren in de zon en zweeft er nog een laatste atalanta.

De middag vult zich met schilderen, maar ik raak in een tweespalt omdat ik opnieuw aan het poetsen ben. ‘Niet doen dame, je leert het ook nooit.’ Droge kwasten en kleine tipjes, duwen, trekken en kijken, kijken, kijken.

Het bericht sijpelt door dat Tarragona nu ook al vol met water loopt door hevige regenval. Een paar weken geleden was broerlief er nog en konden we herinneringen ophalen bij zijn foto’s. Een gelukkig gesternte in dit geval. Zo dun is de scheidslijn maar.

Er zijn nog drie dagen over om het boek ‘Morele Ambitie’ uit te lezen. Het valt me een beetje zwaar nu de verkiezingen er aankomen in Amerika en ik even met mijn bezwaard gemoed denk, wie dit boek leest en er iets uit opsteekt, was toch al op zoek naar de meerwaarde in het leven. Dat maakt het lastig. Zal het ooit de opgehitste massa bereiken.

Dan verschijnt het beeld van het meisje in haar ondergoed tussen al die mannen en vrouwen in het zwart, daar in Iran. Dat dappere meisje in een zwijgend protest, die heen en weer loopt in haar blote velletje tussen al die negativiteit en op haar manier uitdraagt dat er grenzen bereikt zijn, dat het zo niet verder kan, dat vrijheid geldt voor iedereen. En dan wordt ze opgepakt en in een psychiatrische ziekenhuis opgeborgen. Een vorm van morele ambitie die wél de hele wereld overgaat via social media. ‘Zo gaan ze hier met vrouwen om,’ zeggen de beelden. ‘Kijk verder, naar Afghanistan. Zie waar toe het kan leiden.’ Stil schreeuwt ze het uit. Respect, lieve dappere jonge vrouw.

‘Gebruik je gezonde verstand’, zeiden mijn ouders vroeger als je een keuze moest maken. Een gevleugelde uitspraak. En in een tijd waarin de emoties nog in de hand te houden waren, was het misschien toereikend, maar als alles buiten de proporties valt, wordt ‘een en een is twee’ een stuk lastiger. Dan zijn er bergen zo hoog en dalen zo diep om te omzeilen. Hier in dit paradijsje kan het.

Het leven bestaat uit de boodschappen en de veilige beschutte omgeving. Geen krant, wat flarden nieuws, net genoeg om niet buiten het leven te raken, maar ook niet zo dat onze gedachten er door worden meegesleurd. Er is de wereld van het boek, van het scheppen van de natuur en van elkaar. Voorlopig meer dan voldoende. Als je af en toe maar je hart mag luchten, zoals hier, omdat er momenten zijn dat de emmer een beetje overloopt.

Overpeinzingen

Nu in het echt nog

Herfst komt met rasse schreden nader. Gisteren was het nog 18 graden, dat wordt vanmiddag pas rond twee uur gehaald. Tot die tijd schommelt het tussen de 12 en de 15 graden. Zonnig is het wel en de atalanta’s spelen nog steeds verstoppertje tussen de verschrompelde druivenranken in het prieel, maar goed zichtbaar nu, omdat er al veel blad op de grond is gevallen. Herfst, jaargetijde van het loslaten in de wetenschap dat het diep weggestopt broedt op een nieuw begin.

Lief had gisterenavond de laatste bladzijden uitgelezen van de wolkenatlas van David Mitchell en nu konden we dan toch de door schoonzoon aangeraden film over dit boek, getiteld ‘Cloud Atlas’ gaan zien. Een aangename filmavond na de barre tocht van ‘s middags hadden we wel verdiend.
Een knappe verfilming van dit ingewikkelde boek dat over een tijdsbestek van jaren zes verschillende verhalen bestrijkt met een herkenbare verbinding tussen alle hoofdpersonen, wat vooral in het laatste hoofdstuk tot uiting komt. Het kwam mij ook voor dat er in de film vooral de nadruk wordt gelegd op deze verbanden. Ondanks de vervreemdende elementen uit verleden, heden en toekomst, nieuw werelden, andere planeten, spreekt het enorm tot mijn verbeelding. Lief, die zijn eigen beelden al heeft gevormd tijdens het lezen, beleeft het natuurlijk op een geheel andere manier. De moeite waard voor wie interesse heeft in de existentie van het bestaan. Het geeft in ieder geval veel stof tot nadenken.

Ziezo de voltallige families zijn weer heelhuids thuis gekomen zowel uit Parijs als uit Wenen. De treinreizigers hadden nu een deugdelijke slaapcoupe en hadden heerlijk geslapen. Zo kom je natuurlijk wel uitgerust aan en dat werkt op de laatste dag van de herfstvakantie voordelig. Nog een hele dag om bij te komen en morgen begint het zoete leven weer. Tussen het schrijven door werk ik het tekendagboek bij. De afgelopen week is daar niets van gekomen en ik liep al wat achter. Zo word ik weer herinnerd aan de prachtige verstilde momenten die onmiddellijk diep in het hart werden gesloten. Met elkaar bij het schijnsel van de olielantaarns op de patio naar de sterren kijken en vol ontzag meemaken dat het er veel meer zijn dan doorgaans midden in onze drukke steden. Maar ook de donuttaart en het aansteken van de kaarsjes door onze linkshandige tante Pollewop. De grote vreugde waarmee het mes en de wildcamera werd ontvangen en het haastig uittesten van de scherpte van het mes, door de eerste punten aan de gevonden stokken te slijpen.

Het feeërieke ochtendlicht dat over het oude kabinet en de kledingkast een deken legt van gefilterde zachtheid, het stokbroodjes bakken, terwijl we op het trapje van de Datsja ons hapje eten, de rugzak die door dochterlief en de filosoof vakkundig worden ingepakt. Het opbergen van het gewassen beddengoed in de linnenkast in de bibliotheek en de aanblik van de kamer, alsof het nooit een week als slaapvertrek heeft gediend. Mooie herinneringen in hart en op foto vastgelegd.

Vanmorgen belde de oudste dochterlief over de meivakanties, als ze hierheen komen. Helaas heeft de school van Dribbel andere tijden voor deze twee weken en is er slechts een week overlap. Niet handig, maar niets aan te doen. Dan wordt het met drie jongens wel het vliegtuig en een gehuurde auto in Budapest. Het zal wat meer improvisatie geven, maar wel minstens zo heerlijk blijven en gevuld met veel van alles, maar weer op een andere leest geschoeid met de grote mannen. Dribbel mag daarna nog een week alleen bij zijn Parijse oma en opa, ook een buitenkansje dan.

Straks wandel ik maar weer eens naar de Datsja om de handen uit de mouwen te steken. Lief heeft de verwarming, zorgzaam als hij is, aangestoken om de boel voor te verwarmen. In het tekendagboek is het schilderij al aardig gelukt, nu in het echt nog.

Overpeinzingen

Zo simpel is het

Het is weer eens wat anders. Pas schrijven als de duisternis om ons heen al lang en breed is gevallen ook al is het nu pas kwart over vijf. Dat kwam door onze barre tocht van vanmiddag, want we hadden het idee opgevat om naar Boroka Otthon te gaan, dat voorbij Sentlorenc aan de voet van het Mecsek gebergte zou liggen.

En tot aan het dorpje Helesfa ging het helemaal goed. Zonnetje, beetje wind, iets lagere temperaturen dan gisteren, glooiend landschap, blauwe luchten, wat wil een mens nog meer. Nou, dit dus, maar geen onverharde weggetjes. Denk erom, onverharde weggetjes in Hongarije bezoeken met een luxe wagen is hetzelfde als het verzoeken van de Goden. Het begint aardig. Een wielspoor met gras ertussen, goed te doen, vrij verhard, geen vuiltje aan de lucht. Maar als je dan iets verder bent, daar waar geen draai meer te maken valt, verandert het geheel in keitjes en keien van formaat, waaronder kuilen in allerlei vormen verborgen liggen en nog een stuk verder rukt ineens de begroeiing op, terwijl Truus en haar tomtommetje toch echt aan geven, dat het de juiste weg zou zijn.

We komen aan de achterkant bij de Otthon, maar helaas, het is niet open. Groot hek met een hangslot. Dat betekende de moeizame weg terug. Daar dwaalden we rond en reden sommige wegen wel vier keer. Enfin, ‘Vele wegen leiden naar Rome’, grapt Lief en ik krijg veel zin om hem helemaal naar Timboektoe te wensen. Of iets als ’Gelukkig schijnt het zonnetje nog’. Tot tien tellen helpt nauwelijks en na een dooltocht van minstens een uur op alleen nog maar van dit soort weggetjes, zien we een auto uit het niets opdoemen, zo’n lekkere brede SUV weet je wel, die moeiteloos Gods water over Gods akker laat vloeien terwijl hij Truus voorbij dendert en haar zuchtend en kreunend achter laat.

Lief wil een weggetje in waarvan de Tomtom zegt dat je na 600 meter moet omkeren, en het ziet eruit als een duidelijk niet om te keren weggetje. Hakken in het zand aan mijn kant en de weg van de SUV achterna. We komen bij iets industrieels en eindelijk een verharde weg. En ja hoor, ook bij de voorkant van het vermaledijde huis dat we zochten en waar we een park om idyllisch te wandelen omheen hadden bedacht. Het leek eerder een socialistisch bolwerk door de aankondigingen op de bordjes en ook hier weer grote dichte hekken ervoor met hangsloten en wachtposten. De verharde weg was een soort pleister op de wonde. Onderweg stapten we uit om toch nog een stukje omhoog te wandelen en de prachtige omgeving te bewonderen. Een doekje voor het bloeden. Thuis waren er Griekse balletjes, toast en tzatziki met een wijntje voor mij en een biertje voor Lief om het ongemak te verzachten en op verhaal te komen, terwijl ik alle chant de misère over jullie uitstort. Maar met gevulde maag is het leed snel geleden hoor.

De filosoof is vandaag echt jarig en tien geworden. Als verrassing wachtte hem een tochtje door de oudste dierentuin van de wereld in Wenen, ‘Tiergarten Schonbrun’, daarna springen ze op de nachttrein terug naar huis. Hun vakantieweek is een staaltje van tijd verlengen. Alleen de logeerpartij al leek niet op drie dagen maar eerder op een week of twee. Handig. Het gaat om de beleving en niet om het aantal dagen dat erin gaat zitten. Dus mocht je een optimale besteding willen? Zo simpel is het.

Overpeinzingen

Het komt goed

Het brood dat ik van het restdeeg van de stokbroodjes had gebakken, bij gebrek aan een brood-of-cakevorm in een ovenschaal, was prachtig uit de strijd gekomen en kon nu goed dienen bij het Ontbijt. Iedereen at met smaak. Nog heel even vasthouden, die warme sfeer op het terras in de najaarszon. Daarna begon het grotere werk. De filosoof had uit het museum in Wenen een stuk gips of steen gekregen waaruit hij siersteentjes moest hakken. Er was er nog één te gaan. Graag wel want dan hoefde de rest niet meer mee in de bagage. Lief hielp met het zware werk. De wildcamera had drie foto’s gemaakt vannacht. Dat viel mee en een beetje tegen. Gelukkig werd er een roofvogel gespot.

Terwijl hun ouders de logeerkamer opruimden en gingen douchen, zat ik met de schatjes op het grote bed. Ze mochten nog even hun kunsten vertonen op de tablet. Vanmorgen was dochterlief met tante Pollewop ook al gezellig komen klessebessen. Dat is de meerwaarde van enkele dagen achter elkaar logeren. Er valt veel meer te vertellen of te ontdekken. Bovendien zien we elkaar niet gepikt en gesteven en dat werkt altijd goed. Ze vonden eigenlijk allemaal wel dat het een en ander voor herhaling vatbaar was. Met de trein naar Wenen en vandaar uit met huurauto naar ons was goed te overzien.

Toen de oudste nog in Frankrijk woonde was het contact ook veel intensiever omdat ze samen om de paar maanden een hele week kwamen logeren. Alsof ze weer thuis woonde. Lekker met de voetjes tegen elkaar op het grote bed. Het gelimiteerde koken voor een weeshuis, het heeft echt zo z’n voordelen. Maar het nadeel is natuurlijk altijd weer het afscheid. Knellende armpjes om nek en been, kusjes kruisjes, warme omhelzingen en dan het hele spul in de auto. ‘Dag lieverds tot over een paar weken’.

Het huis viel stil en ik moest heel even bijkomen en bijslapen, maar meer omdat ik overvallen werd door de stilte dan van de vermoeidheid. Ik wilde nog een beetje nasudderen. Het werd een dag van lanterfanten. Drie afleveringen kijken van mijn favoriete kookprogramma, een beetje schrijven, een beetje dromen en wat zoete herinneringen die gisteren nog bewaarheid waren ophalen.

Toch al wel een was erin gestopt, de rest uitgezocht, vanmorgen een nieuwe erin en bijna klaar. Lief kwam al een paar keer vragen of ik er aan toe was om van het weer te genieten. Nog even wachten, nog even…

De oudste viert met haar gezin Halloween in Parijs. Ze is verkleed als keurig meisje, je weet wel. Twee vlechten, witte boorden, en een heel Ondeugende tegendraadse blik. Haar lief als grijnzende Dracula en Dribbel als een soort StarWars creatie. Hij is nu echt wel dribbel-af en groeit de pan uit.

Vandaag is het hier een feestdag. Toch een dag vergist, ik dacht dat Allerzielen op twee november viel. Dat wordt een laatste drankje halen bij het tankstation want het bier is op. Het is hier net als in Frankrijk een hele happening. Hele bloemstukken en een partij plastic rode waxine-houders worden mee naar de begraafplaatsen genomen met of zonder plastic vergulde engelen en cherubijnen. Daar steken onze eenvoudige kaarsjes schril tegen af. De intentie blijft. Daar valt niet aan te tornen.

Ziezo, ik ben er bijna klaar voor. De haren wassen en de dag omhelzen en de rusteloze gedachten temmen met het doek, de zon en een wandelingetje. Het komt goed.

Overpeinzingen

Hoe de dagen vleugels krijgen bij optimale gezelligheid en liefde

En weer een zonovergoten dag, dus een hartverwarmend ontbijt in het ochtendzonnetje met een omlijsting van uitbundig bloeiende Cosmea, Fijnstralen, wilde Cichorei en Malve. De wildcamera had als een malle filmpjes gemaakt, alle batterijen waren leeg en zegge en schrijve had hij precies een kat en een mens gespot. In ieder geval resultaat. Vannacht maar weer eens een poging, maar eerst even wat verhapstukken aan de instellingen. Het mag minder.

We hadden gisteren voor deze dag onze keuze al gemaakt. We zouden naar de Szarvasfarm in Böszenfa gaan. Daar waren ze de vorige keer ook geweest en ze vonden het er prachtig. Het grote jagershuis met alle wildezwijnen-koppen aan de muur en de opgezette herten lieten we dit keer voor gezien. We zien ze liever lopen in de natuur. Eerst was er een lunch in het restaurant. Ik herinnerde me nog de gouashsoep van vorige keer, die eigenlijk heel waterig was en was benieuwd naar de bospaddenstoelensoep en de kaastosti, het enige wat er vegetarisch te nuttigen bleek. De kinderen kregen een bordje patat. Ook deze soep bleek vrij dun maar met mosterd, en daardoor kreeg ik zelfs iets van de smaak mee. Een kleine zwarte poes nam snel de stoel van de filosoof in bezit, toen die even was opgestaan. Met moeite konden we haar eruit schuiven. Ze bleef klaaglijk miauwen, maar de aardige mevrouw die ons de maaltijd bezorgde, joeg hem met een barse beweging weg en zei in het Hongaars waarschijnlijk zoiets als ‘Vort jij’.

De struisvogels en de alpaca’s waren er nog steeds, evenals de heilige Sika herten uit Japan. Maar de kinderen vonden op dat moment het kabelbaantje van het kleine speeltuintje veel aantrekkelijker. Terwijl ze daarmee aan het stoeien waren, zaten dochterlief en ik in het zonnetje op de schommelbank en duwde Lief ons voort. Mazzelen, zo’n zen-beleving. Uitzicht op de glooiende heuvels, ideale temperatuur en vrolijke kindersnoetjes, uitbundig lachend en kraaiend van de pret. We liepen om de herten heen naar de wilde zwijnen en het uizicht over het dal aan de andere kant met haar kleurrijke herfstbomen was een beleving op zich. Magisch eigenlijk. De zwijnen snoven onrustig. De beren waren overduidelijk bronstig en joegen de dames voort. Tante Pollewop bleef de herten en de geitjes voeren met het droge gras dat van de voederkar was afgevallen. De natuur van Szomogy is al een cadeau op zichzelf en in dit prachtige nazomerse weer met ons lieve gezelschap helemaal.

Terugwandelen zonder de schommelbank(Oma en Lief) en de kabelbaan(filosoof en tante Pollewop) kon natuurlijk niet. Maar dan werd het echt op huis aan te gaan. Er moest nog stokbrood gebakken worden én voor schone zoon niet onbelangrijk, de belangrijke match Feyenoord-Ajax begon al om zes uur.

De kinderen gingen nog een boodschapje doen en Lief en ik reden in tante Truus naar huis om voorbereidingen te treffen. In de keuken zette ik alles klaar voor het deeg en tante Pollewop en dochterlief konden bij terugkomst onmiddellijk aanvallen. Schone handen om mee te beginnen. Meel, gist, zout, suiker, en lauwwarm water. ‘Yieeek dat plakt’ kon tante Pollewop melden, haha, heerlijk om te zien hoe ze deze sensatie aanging. Het wonder geschiedde, met meer bloem hield de plak in je handen bijna op.

De filosoof had vijf stokken met scherpe punt geschild, perfekt. Ze gingen het vuurtje vast aansteken voor de Datsja, zodat het goed op temperatuur zou zijn. Wij zorgden voor de inwendige mens met restjes. De zalmpasta voor Lief, de bonenschotel voor ons en de pasta met groene en rode saus voor de kinderen. Alles ging schoon op terwijl de eerste broodjes, door mij vakkundig, maar misschien iets te dik, om de stok gerold te zijn, in het fikkie werden gestoken. Ik zat veilig op het trapje van de veranda van de Datsja. Zij stonden in het midden van het open veld. Het was een vleug nostalgie, een oplaaiende herinnering aan Homburg en dat soort tijden, het was gezinsvreugde. Een grote beleving voor de kinderen en daardoor ook weer voor ons.

Halverwege toch te benauwd, begon ik vast aan de afwas en waren we allen klaar om een glimp op te vangen van de eerste helft op het telefoontje. Ajax met twee-nul voor, nee joh, dat moest een vergissing zijn. Kindertjes moe maar voldaan onder de douche, wij wat loom door wijn en bier. Nog een genoeglijk avondje samen en vroeg naar bed. Morgen het vertrek. Hoe de dagen vleugels krijgen bij optimale gezelligheid en liefde.

Overpeinzingen

Nog een te gaan

Gisterenmorgen twee koppies om de stijl van de slaapkamerdeur. Ik was bezig met mijn Hongaars op de iPad en ze wilden maar al te graag even meekijken. Tante Pollewop wilde al vanaf het moment haar creativiteit botvieren in het programma ‘Procreate’ maar dat moest nog even wachten. Eerst moesten er in allerijl vlaggetjes opgehangen en de donuttaart in elkaar geflanst worden. Een kwestie van stapelen, die vrolijke donutsen met uitbundige versiering. De cadeaus lagen al klaar, want de filosoof vierde vandaag vast dunnetjes zijn tienjarig jubileum. De cadeaus werden met groot enthousiasme ontvangen. Een grootoor vleermuis met hele kleine oren van ons en een wildcamera met een kindermes voor alerte natuurkinderen.

We moeten toch ergens de stokken voor het stokbrood mee kunnen eeken oftewel schillen. Hij was helemaal in zijn nopjes. De wildcamera zou in de avond opgehangen worden op de grens van ons voor-en-achterland. Wij waren zeer benieuwd wat er dan te zien zou zijn. Een kwestie van afwachten. Eerst maar eens even een goed ontbijt in elkaar flansen. Brood, crackers, mousse, vegetarisch beleg, kaas, koffie en thee, sinaasappelsap, appelsap en een zonnetje op de grote terrastafel. Zo fijn omdat iedereen met gemak aan kan schuiven en we toch gezellig met elkaar kunnen blijven babbelen.

Na het schrijven en de Pro-Create-Kunst van tante Pollewop en de filosoof op de Ipad besloten we om richting Szigetvar te gaan. Lief bleef thuis om nog wat op het land te werken. Schone zoon had heel veel zin in Lángost en we gingen een tentje zoeken waar dat te krijgen was. Tot onze verbazing was praktisch alles gesloten. ‘Zarva’ staat er dan op de deur. Het eerste tweedehands winkeltje was dicht, een restaurantje open, tot mijn grote verbazing was het restaurant ‘Korona’ van de aardbodem verdwenen tot en met het terras aan toe. Alles was afgebroken en kaal en dat zorgde ervoor dat het grote plein met het raadhuis en de leeuw veel van de allure had verloren. Het viel ons op dat half het stadje in de steigers stond.

Een nieuw tweedehandswinkeltje was geopend en voor tante Pollewop is het een schot in de roos. Twee lange trekkings. De bakker was open, maar die had geen langost. Wel ontdekten we een knutselwinkeltje in de orde van grote van een hobbywinkel, waar ik twee lege schattendoosjes kocht voor de kinderen. Het leek erop dat we in de kerk een kaarsje aan konden steken, de grote deur stond uitnodigend open, maar de binnendeur was dicht. Helaas pindakkaas. Wat erger was dat zelfs op de deur van de ijswinkel met grote letters ook al ‘Zarva’ op de houten deur stond.Het moest niet gekker worden.

De filosoof wilde graag een vegetarische barbeque als feestmaal. Dus zochten we bij maar liefst drie supermarkten naar vegetarische hamburgers en vonden alleen in de diepvries gehaktballen waar in ontdooide toestand wel Hamburgers van te maken zouden zijn. Om de feestvreugde te verhogen gingen alle sauzen ook nog in het karretje en kooltjes aangeschaft, want waar zouden we blijven zonder de brandstof. Thuis werd de Barbecue uitgetest op een veilige plek een stuk van het terras vandaan voor de varkensstalletjes. Als een tierelier brandde het snel. Dochterlief sneden al de groenten voor vers erbij en aan de groentenspies en Lief zocht naar meer spiesen, maar toen gebruikten we gewoon de vleesspies, die nauwelijks functie zou hebben hier. Het werd een waar feestmaal, een verjaardag waardig.

De wildcamera kreeg met behulp van Lief en paps een mooi plekje op de grens en daarna restte er nog een spelletje en een voorleesverhaal terwijl we langzaam moe en voldaan wegzakten. Wat een heerlijke dag was het toch geweest. En we hebben er morgen nog een te gaan.

Overpeinzingen

Een genoeglijk avondje

We zaten met een ferme kop thee op de patio te wachten met gespitste oren of we een auto voor het huis zouden horen stoppen. Af en toe sloeg er een deur, klonken er stemmen en dan luisterden we tot we weer een motor hoorden starten. O nee toch weer niet. Ineens richtte lief zich op met de oren op scherp en liep richting hek, daar kwam de filosoof al aangerend. Ze waren er. Kussen, knuffels, een warme omhelzing. O, wat is het leven toch mooi op sommige momenten. Drie hele dagen een gezin van zes. Hoe kom ik aan die mazzel. Eindelijk zijn mijn overvloedige kookpotten niet voor drie dagen hetzelfde dineer bestemd, maar mag ik vrijelijk alles in de strijd gooien om ze van voedsel te voorzien.

Dochterlief en ik, met de filosoof en tante Pollewop voorop, liepen naar het bos en verder nog, voorland, achterland, naar het achterste bos. Daar schrok de filosoof zich een ongeluk toen hij niets vermoedend langs het hoge gras struinde en er opeens een fazant onder luid protest klokkend de vleugels nam. We besloten het weggetje achterom te nemen naar het wandelpad langs de weg en het kleine postkantoortje, de bushalte met drie wat argwanende oudjes, die op de bankjes zaten te wachten. Mijn groet ‘Jo napot’ werd met een knikje van het hoofd en tot streepjes geknepen ogen beantwoord.

Toen we de straat door liepen begonnen honden van de buren aan de overkant en aan onze kant te blaffen. Mijn allereerste nachten hier werden vooral verstoord door de hoeveelheid waakhonden die er zijn en die ook in de nacht bij ieder geluid tekeer gingen. Wakende blafhonden of blaffende waakhonden vinden we meer dan zielig. Vooral degenen die aan de ketting worden gehouden. Hier hebben de buren ze vrijwel allemaal los op het erf lopen.

De mannen hadden intussen bijgepraat en het werd tijd voor een gezellig drankje, een chippie en de verhalen over Wenen, waar ze twee dagen hadden rondgezworven en het Natuurhistorisch Museum hadden bezocht. Aan de foto’s te zien zeer de moeite waard. De treinreis was zeer vermoeiend geweest met minimale plek om te slapen en twee mensen uit Gouda , als sardientjes in een blikje en dat voor vegetariers. Niet te doen, maar het leed was snel geleden bij het aanschouwen van die wonderschone stad.

Er werd gekozen voor spaghetti, de filosoof wilde groene saus en tante Pollewop koos voor rood. Dat betekende met een hoog improvisatievermogen de groene met broccoli en spinazie en de rode met passata en paprika. Dochterlief pureert de sauzen. Dan was succes verzekerd, waar het op de eetlust bij iedereen aankwam. Parmezaanse kaas was als slagroom op de taart, in variatie op een thema.

De avond viel samen met een flonkerende sterrennacht en daar moest eens goed naar gekeken worden. Dus stonden we, terwijl de mannen de vaat deden, met het hoofd in de nek al dat geschitter te bewonderen en leerde ik, wanneer was dat toch ooit verkeerd opgeslagen, dat de melkweg die lichtende langgerekte vlokkige wolk was en het steelpannetje ‘De Grote Beer’. Dat wist ik nog niet zo lang geleden zeker, maar ergens ben ik het in de laatste jaren kwijt geraakt. De sensatie was natuurlijk een zichtbare melkweg en nieuwe verhalen spookten allang weer door het hoofd.

Een spelletje Yahtzee was de afsluiting van een wel gevulde dag, met een Yahtzee van vijf vieren voor mij, puur beginnersluck, en tante Pollewop, omdat wij samen voor een speelden. We waren naar binnen gegaan omdat dankzij de wintertijd de avondkou al snel naderbij sloop.

Met een spannend verhaal, ik las de filosoof voor uit het boek ‘Juttertje Tim‘ van Paul Biegel en dochterlief las ‘Superjuffie’ voor van Janneke Schotveld, wat watergekletter en knuffies kwam de avond tot een end. Het stel ging naar bed en wij hadden daarna nog een welgevulde avond met verhalen over en weer. Het werd een genoeglijk avondje.

Overpeinzingen

Zo simpel is het

In vogelvlucht het huis aan kant tot en met het terras toe. Gisterenavond appte dochter dat ze deze middag tussen drie en vier hier zouden zijn. ‘Huh, niet woensdag’, dacht ik nog in de vaste veronderstelling dat het nog lang geen 28e oktober was, de datum die schoonzoon als aankomstdatum eerder had geappt. How time flies als er een oase van stilte om je heen is.

Als ze gearriveerd zijn wil ik met hen samen de bedden in orde maken want ik heb het vermoeden dat ze het liefst allemaal bij elkaar op één kamer willen liggen. Er is een zee aan ruimte, dus dat is geen enkel probleem. De matrassen van zolder zijn zo naar de bibliotheek gesleept. En al het beddengoed kan ruim gelucht worden, want het is hier een zonnige twintig graden, als het al niet warmer is.

Het is eigenlijk heel leuk om weer gasten te ontvangen, je kijkt dan toch met andere ogen naar alles. Lief heeft de barbecuespullen allemaal netjes op de tafel op het terras klaar gelegd om te laten zien dat het zeker tot de mogelijkheden behoort. Vegetarisch als ze zijn zal het voornamelijk groentenspiezen, gepofte aardappelen en stokbrood worden. Iets om je over te verkneukelen.

Gisteren keken we naar de film El ultimo Vagon, een Mexicaanse film over een schooltje in een klein dorp, waar een klein jongetje met zijn ouders, waarvan de vader werkte als spoorwegarbeider en die steeds maar kort ergens verbleven. De jongen was al een jaar of acht en kon niet lezen of schrijven. De oude lerares van de school nam hem onder zijn hoede en leerde hem middels stripboekjes, die hij verslond, lezen, waarop hij haar kenbaar maakte ook leraar te willen worden. Een lieve sentimentele film. Het einde zal ik niet verklappen.

In Het boek Morele ambitie dat ik momenteel aan het lezen ben, is een hoofdstuk gewijd aan Ralph Nader. Hij heeft eigenhandig door zijn protest de autoindustrie van Amerika drastisch veranderd. In de jaren zestig gebeurden er vele ongelukken in het verkeer. Zijn aanklacht groeide uit tot een boek en hij werd tot staatsvijand nummer één gebombardeerd door General Motors. Hij richtte de beweging op van De radical nerds in 1968. Dat bestond inderdaad uit knappe koppen die in plaats van suf op allerlei kantoren te gaan zitten zich hadden ingezet voor de goede zaak wat de gemeenschap betrof. Milieu, natuur, waterschappen, verkeersveiligheid, ruimte en andere belangrijke zaken. Je zou willen dat ze er nu nog waren. Reken maar dat we ze nog steeds heel hard nodig hebben.

Ziezo, de koelkast is goed gevuld, het huis is aan kant, zelfs het buitenkleed op de patio is gestofzuigd. Het zonnetje schijnt en de natuur hier is ook klaar voor de ontvangst. Het laatste stukje raffel ik af, want we willen er helemaal zijn als onze lieverds voor de deur staan. En dan is het feest. Zo simpel is het.

Overpeinzingen

Wat zou de wereld daar beter van worden

We ontbijten al de hele week buiten in het zonnetje. Een weelde zo tegen het eind van oktober, maar hier niet echt een uitzondering. De laatste bloemen, de malve, de cosmea, de herfstasters en de gele kamillie keren hun kopjes dankbaar naar het licht en de warmte en in de tuin langs de patio is zowaar het blad van de OostIndische kers weer opgedoken.

Het was Halloween en via filmpjes her en der begrijp ik dat we al ver zijn gevorderd met het vieren van dit fenomeen en dat kinderen in nogal opzienbarende pakjes langs de deuren gaan. We zien rammelende skeletten, hoofden die op een schilderij á la De Schreeuw’ niet zou misstaan, dichtgenaaide monden, bloederige handschoenen, spinnenwebben in een gezicht en ik ben blij dat het hier niet zo is. Net iets teveel van dit kaliber griezelfilms gekeken, vroeger, waarbij het altijd wel een keer gruwelijk mis ging. Bovendien zijn we tegenwoordig tere zieltjes. Te gewelddadige films gaan uit na bestudering van de trailer. Of als we toch plots door de een of andere scène worden overvallen draaien we de hoofden naar elkaar en beamen dat we watjes zijn geworden.

Ik heb een idee voor het immens grote doek. Ik heb gisteren al een schetsje gemaakt omdat het geheel flink opgeblazen moet worden en ik de verhoudingen kloppend wil hebben. De foto is gemaakt door mijn zus, jaren geleden op een Afrikaans festival in Overvecht. Lief en ik zijn alle twee razend benieuwd of het zal lukken en of het dan wel om aan te zien is.

De buurman twee huizen verderop dacht ‘kom laat ik deze prachtige kalme zondagochtend even wat body geven’ en is met zijn elektrische zaag in de weer om de wintervoorraad op peil te brengen. Het geeft een leven als een oordeel. Nu is de 6 eindelijk eens stil en dan begint de buurman met zijn decibellen.

Gisteren bij het wandelen door het bos, dat we iedere dag wel even doen om de sfeer te proeven, hoorde de app achter elkaar De grote en de Syrische bonte specht, de putter, de zwarte mees, de appelvink, de glanskop, grote gele kwikstaart, de winterkoning, de mus, de roodborst, de koolmees, het boomklevertje en de vink. Lief heeft ‘m nu ook op de telefoon geïnstalleerd en vangt hun geluid in de vroege ochtenduren achter bij de Datsja.

Op FB rolt een litho van Daniel Tavenier vers van de pers en deze draagt de titel: ‘De raaf die een kraai had willen zijn.’ Het is een prachtige litho, maar bij mij gaan onmiddellijk alle radartjes draaien. Waarom wil die raaf geen raaf meer zijn en kiest hij voor een kraai. In de oudste culturen was de raaf een verheven wezen, begiftigd met alwetendheid en in staat om te voorspellen. Hij stond in hoog aanzien. Bij de Vikingen was de raaf het kompas op hun tochten en bij de oude Egyptenaren deden ze dienst als boodschappers.

Maar met de komst van het Christendom keerde dat glorieuze tij zich om tot een inktzwarte ervaring. Ze werden geassocieerd met de duivel, magie, tovenarij en boodschappers van het onheil genoemd. Ik vind ze prachtig. Als ik een kraai was koos ik ervoor om een raaf te zijn. Dus wordt het sprookje van de raaf die een kraai wilde zijn heel boeiend, want reken maar dat daar een sterke motivatie onderzit.

Kraaien zijn verbluffend intelligent en tot gereedschapsgebruik in staat. Bovendien zijn ze tot in hoge mate trouw. Raaf en kraai zijn in die zin aan elkaar gewaagd. Het moet hem dus ergens anders inzitten. Iets om op te broeden. Figuurlijk wel te verstaan. Mens en dier respecteren en inschatten op hun kwaliteiten. Wat zou de wereld daar beter van worden.

Overpeinzingen

Het is maar dat je het weet

Gisterenavond een fotootje van de filosoof, tante Pollewop met step, schone zoon en dochterlief. Allemaal een rugzak op. Ze stonden voor hun dichte deur. Het avontuur kon beginnen, Met de nachttrein naar Wenen is al een avontuur op zich, maar als je dan bij de trein te horen krijgt dat de slaapcoupe stuk is en je op de banken in slaap zal moeten vallen, wordt het nog een stuk avontuurlijker. Er bleef op die manier wel meer geld in de portemonnee. Vanmorgen waren de kinderen er al vroeg bij en op herten-en-reeënjacht vanuit het raam en pa en ma waren een beetje brak na een matig nachtje.

Ben benieuwd wat ze van Wenen vinden. Ik ben er zelf nog nooit geweest, wel via het boek ‘Vaslav’ van Arthur Japin. De stad werd goed beschreven, maar het verhaal was oneindig traag. Daar zou ik zelfs. langzamer van gaan lopen. Van hieruit is ook deze stad goed te bereiken per trein. De lieverds komen halverwege de week deze kant op met een huurauto. Zo fijn om ze weer even in de armen te kunnen sluiten.

Vanuit het verre Australië waar vriendinlief en oud studiegenootje met haar man een rondreis aan het maken is, kregen we een opmerkelijk feit te horen waar we geen van tweeën weet van hadden. Koala’s eten eucalyptusbladeren die giftig zijn voor de mens, dat is bekend. Bij de bosbranden zijn een aantal koala’s gered omdat het gevaar bestaat dat ze kunnen ontploffen door het gas dat vrij komt bij het eten van die bladeren. Leuk om te weten. Het is een prachtige reis die we een beetje meemaken door de hoeveelheid foto’s die er worden gemaakt.

De doeken zijn bijna af. Van het Hongaarse vrouwtje moet ik de zijkanten nog afwerken en dan kunnen er een aantal in de kamer opgehangen worden. Ik zoek nog een thema voor het hele grote doek, het grootste tot nu toe. Er beginnen al wel wat ideeen door te sijpelen.

Ik heb de Hongaarse lessen van de LOI, die lang geleden door Lief zijn aangeschaft er maar eens bij gepakt om de puntjes op de -i- te kunnen zetten. Daar wordt de moeilijke grammatica en de hoeveelheid vervoegingen uitgebreid uitgelegd. Zo op het woord kom ik er niet uit.

Lief heeft jaren lang gedacht een camouflage-bodywarmer te hebben, die hij met de kou maar weer eens te voorschijn had gehaald, maar het blijkt dat er levensgrote berkenbomen achterop staan. Het is een jagers-bodywarmer. Hij wordt weer in ere hersteld, want hij is eigenlijk heel erg mooi en heel goed voor de vroege ochtenduren, als hij op de veranda van de datsja gaat zitten schrijven en lezen. De warmte laat zich aflezen aan het aantal af te pellen lagen kleding.

In de Groene van vorige week een essay van Pauline de Bok over de Flora Batava, het geillustreerde overzicht van de wilde planten in Nederland tussen 1800 en 1934, want het is heruitgegeven. Nu kunnen we allemaal meegenieten van de kleine Maagdelief, die wij kennen als de madelief. Hebben jullie ook met je ouders en vriendinnen de lange kettingen gemaakt in het vrije veld. Met je nagel een kneepje net onder de bloem in de steel en dan het steeltje van het volgende bloemetje erdoor steken. De schrijfster herinnert me eraan. Zeker. Wat een heerlijk onschuldig spel, vredig en rustgevend.

Haar reis door het boek heen blijkt een tijdreis te zijn geworden door ‘ de levendige geschiedenis van Nederland’. Het gaat namelijk niet alleen over planten maar ook aan de betekenis die wij mensen eraan hebben toegekend. De namen die eraan gegeven werden zijn een lust voor het gehoor en kietelen het voorstellingsvermogen in hoge mate. Zo heet de Gemeene Paardenbloem, die nu al van mij een grijns van stampertjes in zijn kern heeft staan, ook wel Hondsbloem, papenkruid, paapenstoelen, kankerbloem, mossalade en Pis-in-‘t-bed. Die laatste weet ik nog wel van vroeger, want een paardenbloem was omgeven door een zweem van pis.

Er staan nog veel meer wetenswaardigheden in. Een hele belangrijke. Laat die rode klaver staan, want dat kleine nietige plantje zorgt voor stikstofvermindering in de lucht en zuivert de grond. Het is maar dat je het weet.