Overpeinzingen

Een mooi eerbetoon

Op het laatste familiefeestje vroeg mijn lieve schoonzus, die met mijn oudste broer getrouwd is, of we een keer aan wilden wippen met z’n tweeën. Ze wonen prachtig in een park aan de plas. Gisteren was een uitgelezen ‘niets-om-handen-dag’. Wel was het jammer dat er een bijtende wind in het gezicht de adem benam. Waar kwam die winterse kou ineens vandaan.

Natuurlijk reden we prompt te ver op het park. Ik moest haar even bellen. Oké. Tweede pad vanaf de ingang. Het staat vanaf nu voor eeuwig in mijn hoofd geprent. Bij de bloemenwinkel op het plein hadden we lieflijke blauwe druiven in een mooi glas op pootjes gekocht. Lief hield ze dicht tegen zich aan om ze te beschermen, kwetsbaar als ze waren.

Ik bedacht me, dat op de koffie of op de thee gaan eigenlijk nooit tot de gebruikelijke ondernemingen behoorde. Een klein staaltje, dat van vroeger is overgeërfd. Mijn moeder was met iedereen goed maar ging nooit op de koffie. Een praatje over de heg was voldoende.

Eerst was de beurt aan de voetbalperikelen. Dat kan niet uitblijven, want iedereen heeft gevoetbald en de kleinzonen voetballen nog steeds. In die zin een staaltje van ‘De geschiedenis herhaalt zich’. Gouden glorietijden zweven voorbij. Hongarije en Ierland kwamen in beeld. Zoonlief en het gezin woonden in Ierland met net zo’n enorm land erbij als bij de Hof hoort. Bergen werk, maar daar wisten we alles van. Een kleine cottage, maar groot genoeg.

Broerlief wist ook veel te vertellen over vroeger. Tussen alle koetjes en kalfjes door, reeg de geschiedenis van beide kanten aaneen. Oma en diens broers en zussen, die de jongsten van ons nooit gekend hebben, maar waar hij twee tot drie keer nog wel op bezoek was geweest, bijzondere beroepen van hen, de geschiedenis van schone zus en haar familie en het feit dat mijn opa nog bij haar oom gewerkt heeft als schrijnwerker. Geen timmerman dus, maar meubelmaker, een kunst apart. Oude verhalen, zijdelings aangetipt die een eigen leven gingen leiden in de verhalen die ik al kende.

Poes Saar, ooit aan komen lopen en tenslotte toch liefdevol opgenomen en meesterlijk goed gebleken om de muizen te verjagen, lag in de vensterbank of kwam bij ons liggen, vermoedelijk omdat we haar vaste plekje bezet hielden. Heerlijk om dat zachte poezenelletje weer te aaien, Pluis kwam even doorsijpelen.

Natuurlijk ging het ook over verlies en gezondheid. Dat kon niet anders, omdat schoonzus de jongste was van een groot gezin en er nog maar een paar mensen over waren. Een samengestelde foto voornamelijk herinneringen in sepia of daaromtrent. Een broer was pas nog overleden. Euthanasie was een bespreekbaar onderwerp geworden en dat was fijn om te merken. Als je bijna blind ben en niet meer uit de voeten kan omdat iedereen om je heen je ontvallen is, wat blijft er dan nog over. Zijn geest waarde nog overal rond in de sfeervolle caravan, vooral in foto’s en in zijn opgezette dieren, die hij had gevonden op zijn werk in Amelisweerd. Op die manier kijk je toch anders naar zo’n opgezette uil. Alsof hij in zijn eer en waardigheid werd hersteld.

Er waren heerlijke saucijzenbroodjes en macarons. De middag kabbelde voorbij en rond een uur of vier stapten we weer op. Wel eerst nog wat foto’s van de uilen die nu trots in de gang prijkten. Een mooi eerbetoon.

Overpeinzingen

Het geeft zoveel meer sfeer

Er was een voor ons onbekende kringloop op Cityplaza. Dat kon haast niet mogelijk zijn, dus gingen we regelrecht op ons doel af, dacht ik, want ik had de route al bestudeerd. Het gekke was, dat ik de winkel een plaats had toebedacht op het plein. Alles wat er zat, maar geen kringloop. De onvolprezen telefoon wist raad en leidde ons weer naar binnen.

In het midden van het centrum zagen we een oude bakkerskar gevuld met kleine schilderijtjes, een mobiele expositie stond erbij. Grappig. We namen een kijkje en bewonderden de kleine pasteltekeningetjes erin. Appels en peren voornamelijk. Er kwam een mevrouw bij ons staan en ze vroeg of ik zelf ook schilderde. Jawel dus met olieverf en aquarel. Even later de vraag of ik wat vragen wilde beantwoorden over de stad zelf. Het zou wel even tijd nemen, zei ze, want het waren er nog aardig wat. Maar ach, als Tijd bijkomstigheid is geworden is dat geen enkel probleem, integendeel. We hadden wel zin in een leuk gesprek. Er was een voorwaarde. Ik wilde er wel bij zitten.

De andere vrouw die er kennelijk bij hoorde en net een broodje aan het nuttigen was, maakte snel plaats. Het bleken inderdaad heel wat vragen. Ze vroeg wat ik dacht dat het spreekwoord ‘Appels met Peren vergelijken’, betekende. Ik legde uit dat het vroeger veelal gebruikt werd om aan te tonen dat je het een niet met het ander kon vergelijken als er zoveel verschillen waren en dat gold ook voor personen.

Daarna vertelde ze dat ze een festival gingen organiseren in de stad met de naam ‘Het Artikel 1 Festival’ en wat ik dacht van de naam. ‘Het zal te maken hebben met de grondwet,’ dacht ik maar je denkt ook al snel aan een strenge geloofsgemeenschap of de eerste zin uit de Catechismus. Er borrelde bij die naam nu niet direct een jubelstemming op.

Er ontspon zich een goed gesprek over het belang van verschillende culturen, ontmoetingsplekken, sfeerverhogende elementen en eigen initiatieven om anderen te accepteren. Scholen waren natuurlijk vanuit mijn optiek belangrijke factoren om tot integratie te komen. Daar begint het mee. Ik vertelde van onze school en haar liefdevolle omarming van alle kinderen en ouders. Belangrijke schakels voor een rijk milieu. Lief schepte even op over de grenzen-loze samensmelting binnen ons gezin. Ze schreef alles in hanenpoten op en was blij met alle ideeën die op kwamen borrelen.

Achteraf kon ik meer ideeën oplepelen, maar na een dik uur babbelen was het goed. Toen ze vroeg of mijn naam vermeld mocht worden en de leeftijd ‘natuurlijk-waarom niet’, keek ze op bij het vernemen van het aantal jaren en mompelde ze: ’Ik geloof het bijna niet’. Mijn rimpels verbleekten ter plekke.

Ze had nog een goede tip over het gebruik van oude olieverf, want er schijnt iets op de markt te zijn, waar je het mee kan mengen zodat het eveneens met water verdund kan worden. De beide dames waren zelf ook kunstenaars en dat verbaasde me niet. Lief kreeg ter afscheid een koekje met een peer erop en ik een koekje met een appel en daarna namen we hartelijk afscheid met een foto van haar en de kar.

Inmiddels wist ik waar de kringloopwinkel zich verstopt had. Wat daar opviel was de enorme hoeveelheid boeken en de beperkte hoeveelheid kleding en ik moest denken aan ons eigen prilste begin in de schoolstraat in de jaren ‘80. De lange pijpenla met eigenlijk hoofdzakelijk kleding en boeken. Hier was de huisraad keurig gesorteerd. Een lief winkeltje, maar eerlijk, net iets te georganiseerd. Ik hou van rommelwinkels waar je moet speuren tussen van allerhande om dan ineens een juweeltje tegen te komen.

We sloten af bij de Toko en gingen, om in de sfeer te blijven, een winkelcentrum verderop nog langs bij de Turkse winkel om Sumak te halen. Inderdaad, over grenzen heen kijken. Het geeft zoveel meer sfeer.

Overpeinzingen

Er is er een over

Een wonderlijke droom over varen met een soort ponton in de Singel naar de Oude gracht in Utrecht, dat midden op de Neude een soort van haven blijkt te hebben. Of is het Vredenburg ineens een grote plas. Ik laveer behendig tussen allerlei andere boten door en een van de kleinzonen neemt de benen. Het gaat nog net allemaal op het nippertje goed.

Ziezo, Agaath wordt bewaard voor ons, maar eerst moet Truus nog even door de wasstraat. Zo kan ik haar niet inleveren. Er kleeft altijd nog zand van de heuvels in Hongarije rond haar benzinedop en in alle kieren, die er maar zijn.

Ondertussen zit ik op een eiland bij de Schotse kust en voer een strijd met alle natuurkrachten die er maar vertegenwoordigd zijn en ik krijg voor een deel te maken met een onwillige bevolking, die een broeierige sfeer oproept. Alles bij elkaar is het een staaltje van hoe je je in een boek verliezen kan. Het kost moeite om het weg te leggen, dit ‘Ik ben een Eiland’ van Tamsin Calidas. Ze schrijft in een prachtige taal zoals: ‘Er is een prachtige sluier van stilte die tussen de handgeschreven woorden zweeft’ als ze een verstuurde brief en de witregels beschrijft. Natuurlijk komt een en ander ook op credits van de vertaler Hans Kloos.

Ik zoek wat meer informatie van de schrijfster op en het blijkt dat ze nu al 17 jaar op het eiland woont. Één met de natuur en dat ze met haar hond elke morgen de verbinding aangaat met de zee en de opkomende zon, hoe koud het ook is. Ze is zo puur als ze uit het boek te voorschijn komt en heeft heel wat doorstaan. Wat een boek, wat een beleving. Je kan niet anders dan meegaan met haar en alles ondergaan in dezelfde puurheid. Inderdaad overlevingsdrang, veerkracht en zelfontdekking en de natuur tot in haar diepste vezels.

Terwijl die gedachten overdrijven staar ik naar buiten en zie een man, aarzelend, op de hoek staan. Hij schokschoudert wat, kijkt uit, kijkt achterom, kijkt opzij en schokschoudert weer. Ik denk aan de oproep om verdwaalde mensen met alzheimer te herkennen. Maar dan komen er twee vrouwen onder het afdak van het huis er tegenover en lopen op hem toe. Ze babbelen wat. De ene vrouw slaat een arm om de andere. Dan begint de man ferm naar het begin van de straat te lopen en de twee vrouwen stappen het tuinpad op, links van hen. Het zijn vast en zeker Jehovagetuige, want even later staan ze voor de volgende deur met hun blaadjes in de handen. De man loopt naar een van de andere deuren. Het is een fenomeen dat ik in de jaren tachtig voor het laatst heb gezien. Een voet tussen de deur, de vraag ‘Mag ik U vertellen’. Het antwoord steevast: ‘Nee, dat mag U niet’, of daaromtrent. Ik dacht dat het allang in de ban was gedaan.

Het is weer grijs. Wat jammer. Zonlicht en blauwe lucht schudden de energie wakker, je krijgt zin om van alles te gaan ondernemen. Grijze lucht is inderdaad die dikke deken waaronder je weg kunt kruipen, weliswaar wel met een goed boek, maar toch. Lief verdwijnt in zijn filmpjes over de kosmos en de ruimte en komt er met glinsterende ogen weer achter vandaan om dan een stuk in zijn boek ‘In het Water’ van Alok Jha te lezen. Boek en kosmos met elkaar verbonden. Geen overbodige luxe in een tijd dat natuurmonumenten oproept om vooral de strijd aan te binden met de vervuiling van het water dat ons allen in gevaar dreigt te brengen.

Gisteren had ik weer een hopeloos gevalletje van ‘Vergissen’, we zouden met elkaar van de leesclub naar de Jodenverraadsters gaan in Pantalone. 6 April werd uiteindelijk de gekozen datum. Maar in dat weekend reis ik af naar Hongarije. Sufkippie. Betaald en wel. Dus wie nog een kaartje wil. Er is er een over.

Overpeinzingen

Dat belooft wat

Terug in de tijd. De verjaardag van mijn moeder:

Mijn moeder was al vroeg in de weer om alles in stelling te brengen voor eventueel te verwachten bezoek. De dag ervoor was ze op haar fiets naar de Aldi op de Amsterdamse straatweg gegaan en in die tassen aan de bagagedrager en aan haar stuur zat de frisdrank, de zoutjes, de kaas, de metworst, de augurken en alles wat nodig was om de feestvreugde te verhogen tegen de meest schappelijke prijzen. In de vroege ochtend ging ze naar Bakker Boonzaaijer om de bestelde sneeuwballen in te slaan, steevast een lekkernij op elke verjaardag, een feest op zich. Mmmmm. Zalvend zachte crème in besuikerde verse vettige witte broodjes.

Stofzuigen en poetsen was gebeurd, de koffie verspreidde een heerlijke geur, de schoteltjes stonden klaar om de koffievisite te ontvangen, want vanaf tien uur in de ochtend tot laat zou er visite zijn omdat ze altijd en met verve haar verjaardag vierde. Er zou soep zijn en huzarensalade, pepsels in de glazen naast de sigaretten en sigaren, plakjes cervelaatworst om augurk gewikkeld, osseworst en paardenmetworst, frisdrank, jonge jenever en advocaat. Het bezoek kwam met een bloemetje, chocola, eau de cologne, een geurende zeep, viooltjes voor in de vensterbank en alles werd in grote dankbaarheid en met blijdschap begroet. Algauw vulde de kamer zich met een mengelmoes aan geur en kringelende rook trok ter plekke een mistgordijn op, geroezemoes, gelach, tevreden gezichten.

Gisteren was ze jarig. 106, waarvan 34 jaar op een wolkje. Uitgerekend gisteren had de zon zich verstopt. We waren bijeengekomen bij zuslief. Schuimgebak, een van de andere lievelingen van mijn moeder, bij de thee of koffie. Jassen aan en gaan. Naar de Kooikerplas. Een kleine wandeling van zo’n vier kilometer of daaromtrent. Bijpraten, vogels en eenden observeren door de ogen van foto-zus, die ze altijd op scherp had staan, eidereend, kuifduiker, wintertaling, krakeend. De ijsvogel en de uilen zien we niet, zijn er niet wellicht. We babbelen bij en puffen uit, leunend tegen bruggetjes of op een bankje aan het begin. Kalmpjes aan, dan breekt het lijntje niet. We lopen de hele plas rond. Het oogt een beetje troosteloos, zo zonder zon, maar het is fijn om bij elkaar te zijn. Twee loze vissertjes sturen een miniatuurbootje met aas de plas op, wist broerlief te vertellen. De hengels staan uit. Het blauwgroene water vertrouw ik niet. Zouden ze alleen maar sportvissen?

Uitpuffen op het Rond en het feestelijke samenzijn wordt afgesloten zonder pepsels maar met bitterballen en een wijn, koffie of thee en moe in ons hart.

Thuis ligt het boek van Tamsin Calidas in de bus. ‘Ik ben een Eiland’. Ik lees een stukje. De beschrijvingen van een woest stuk Schots landschap spreekt me aan. Regen, meeuw, rotsen, kroeg en er tegenover dat leven in Londen als een trui die te krap zit, waarin je hengelt naar bevrijding. Oban, nooit van gehoord. Raynor Winn van ‘Het Zoutpad’ schrijft er een opmerking over die op de omslag komt. Bij de eerste zin zit je al in dezelfde sfeer als het Zoutpad opriep, overgeleverd aan de elementen van de natuur, opspattend zilt water, wind die aan je kleren rukt, krijsende meeuwen, bulderende golven. Dat belooft wat.

Overpeinzingen

Geen sinecure in deze dagen

Geen wit voetje halen gisteren maar, ondanks het heerlijke zonnetje van de afgelopen dagen, vooral moddervoetjes halen. Dat was de opbrengst van de wandeling rond de Put bij Vianen. Een grote plas naast de Lek, waar de Schotse Hooglanders kalm de oevers staan te begrazen terwijl tout Vianen met de honden al dan niet aan de lijn er hun dagelijkse loopjes doen. Veelvuldig bezocht dus en dat was voornameijk te merken aan de bodem. Onder de grond was er ook druk verkeer. De mollen hadden een vrijbrief voor het aanleggen van hun riante molshopen,

In het water van de put zwom een eenzame gans, die luid gewag maakte van zijn eenzaamheid of misschien wel waaks de groep meerkoeten die daar luid roeptoeterend rondzwom dicht bij de kanten van het meer, op afstand hield, terwijl er hier en daar al een territoriumstrijd begon.

De Schotse Hooglanders stonden in het aangrenzende weiland en een stier en drie vaarzen stonden aan de uiterste rand van ons gedeelte, misschien uit waakzaamheid. Het was weliswaar maar 2,5 km als je helemaal rondom liep maar met argusogen van plag naar plag springen maakte het des te zwaarder en aan het eind van het pad waren we eveneens aan het eind van ons Latijn. Lief schraapte mijn schoenen zo goed en zo kwaad als kon met een takje schoon. Gênant, lief en noodzakelijk. Ook zijn eigen schoenen werden van de vette klei ontwaart. Geen sinecure zo’n tochtje.

Boodschappen en trek in spruiten, die ik thuis van een moderne jas voorzag. Bakken met een bite met salami en champignons. Heerlijk en troostrijk na de barre tocht.

Vandaag is de geboortedag van ons moeder en dat gaan we vanmiddag met de zussen en broer vieren met een kleine wandeling en een kopje thee. Ik meen dat ze 106 jaar zou zijn geworden als ze er niet in 1991 ineens tussenuit gevallen was. Als er iemand levenslustig was en nog van alles wilde ondernemen was het onze moeder wel. Het mocht niet zo zijn helaas en ze wordt al die jaren al node gemist. Moederpijn zit overal en op de gekste momenten.

Gisteren bij het bekijken van de foto’s van Voorlinden maakte ik een reel met muziek van Nick Cave, dat prachtige liedje: ‘Into my Arms’. Ik realiseerde me achteraf pas, met de mooie beelden erbij van de dochters, de kunst en de natuur om ons heen, hoe toepasselijk de tekst was. Zijn beeldenreeks over het leven van de duivel ontstond ook vrij snel na de dood van zijn moeder. Hij vertelde erover in de bijbehorende film. Fijn dat daar naast de kunst dan een podium voor is.

Er vliegt een ooievaar vlak boven de daken zie ik vanuit het slaapkamerraam. Dat heb ik nog niet eerder gezien. Het is weer wat grijs vandaag. De afgelopen dagen zijn we zo verwend met uitbundig zonlicht dat die druilerige maand ervoor bijna was vergeten. Misschien vanmiddag nog een glimp zonneschijn, belooft de weerapp. We gaan het zien.

Vandaag komt het boek binnen dat we gaan lezen met de boekenbabbel. Dat wordt: ‘Ik ben een Eiland’ van Tamsin Calidas. Een boek over eenzaamheid, vriendschap, veerkracht en zelfontdekking. De schrijfster heeft zelf op een eiland gewoond en deze emoties aan den lijve ondervonden. Het lijkt me prachtig. Nu nog voldoende tijd vinden om tot lezen te komen. Geen sinecure in deze dagen.

Overpeinzingen

Gouden randje aan de dag breien

We zouden gaan weven, maar een aantal weken geleden werd de workshop geannuleerd wegens gebrek aan voldoende belangstelling. We zijn niet voor een kleintje vervaart, dus besloten we om deze 2e zonnige februaridag vroeg op pad te gaan. Bestemming: Voorlinden. De dochters voornamelijk voor het keramiek en het verhaal erachter van Nick Cave en ik voor een van mijn lievelingsschilders: Michaël Borremans. Twee vliegen in een klap.

Op een dergelijke prachtige dag is het landgoed Voorlinden bij uitstek geschikt om te wandelen. Eerst kalm richting museum lopen en later in de middag het terrein beter verkennen. We kwamen voor de eerder genoemde tentoonstellingen en pakten de ‘The life of things’ er natuurlijk bij. Daar had ik wel elementen van gezien maar nog niet alles. Indrukwekkend was het verhaal van de dove kunstenaar, die met kleine briefjes en tekeningetjes en losse post-its werkt. In het midden van de zaal staat een tuinstel compleet met parasol, vier borden met kersenpitten en lege pistache schillen, een kommetje, gedeukte bierblikjes, sommige met kleurpotloden, een half lege zak chips op een stoel. Het staat voor ‘Conversatie’. Helaas kan ik de naam nu niet achterhalen want de info zit in de tas van dochterlief.

Na deze tentoonstelling zitten we op een van de lange banken aan de achterkant van het gebouw achter glas in de zon met uitzicht op het landgoed en de vijver en laten alles op ons inwerken. Daarna duiken we een animatie in, die we net niet helemaal goed kunnen verstaan. De beurt is aan Borremans: ‘A confrontation at the Zoo’, Zijn absurde en theatrale werk refereert aan de inleiding bij zijn werk:

Het werk van Michaël Borremans (1963) is als vervelend nieuws op een deftig diner: het ondermijnt de verwachting van het perfecte plaatje. Zijn solotentoonstelling bij Voorlinden, A Confrontation at the Zoo, Borremans’ zorgvuldige selectie schilderijen uit de afgelopen twintig jaar, getuigt bij uitstek van de intuïtief-poëtische relatie tussen zijn werken, in al hun verscheidenheid.

Niet alles spreekt me aan, maar zijn theatrale portretten met een klein vervreemdend element zijn altijd prachtig en een studie waard.

Nick Cave zijn beeldjes staan in een tijdlijn. In de info van Voorlinden: Serie keramiek
The Devil – A Life (2020-24) is een serie geglazuurde keramische beeldjes waarin Nick Cave het leven van de Duivel in zeventien taferelen verbeeldt, van onschuldig kind naar ervaren man tot zijn confrontatie met sterfelijkheid. Cave liet zich hierbij inspireren door Staffordshire flatbacks, populaire schoorsteenmantelversieringen uit de Victoriaanse periode. De serie is het eerste grote beeldende werk van Cave en aangekocht door Voorlinden en heeft hij zijn eerste museale solotentoonstelling.
Hij zegt er zelf over: –Wat begon als het verlangen om een klein duivelsfiguurtje te maken, als drager van een intens rode glazuur, werd een reis door een reeks verpletterende gebeurtenissen naar een soort van verlossing- Nick Cave

Na alle opgedane indrukken puffen we uit in het permanente werk van James Turrell: Skyspace. waar we op de banken glijden en met een aantal bezoekers naar de veranderende kleuren staren en het dichte gat in het dak, die ik ooit open heb mogen aanschouwen, wat mooier is.

Na de ‘Nude Animal Cigar’ van Kooiker zitten de hoofden vol en gaan we frisse lucht happen na eerst de museumwinkels uitgebreid te hebben bestudeerd. Bovendien smeekt de inwendige mens om versterking. Daar is het restaurant goed voor. Een heerlijke vega-lunch en veel stof tot praten. Ik leg ze voor dat ik met de oude dagboeken in mijn maag zit. Vertel wat er zo al aan onderwerpen in voorkomt en dat niet alles geschikt lijkt om te delen. Zij blijken met precies hetzelfde probleem te zitten. We komen tot de conclusie, dat we eruit scheuren wat ons niet juist lijkt. Maar voorlopig komen we geen van drieën echt aan lezen toe. Voor hen is het nog te vers, dat van mij is al verjaard. Een boeiend gesprek wordt het wel. Je hart open stellen is toch een mooi gegeven. Vroeger wist men dat ook. ‘Maak van je hart geen moordkuil.’

Tijd voor een ‘real life Skyspace‘ om nog een groter gouden randje aan de dag te breien.

Overpeinzingen

Nieuwe bevindingen

Wat een heerlijk weer was het gisteren. Omdat vriendlief zijn e-reader vergeten was na onze boekenbabbel gingen we richting volgende dorp om die op te gooien en daarmee was de bestemming voor een wandeling al ras bepaald. We zouden naar het IJsselsteinse bos gaan, waar Lief nog nooit geweest was. Maar eerst langs onze lieve vrienden. Daar was de vrouw des huizes aan de poets. Ze zouden die avond visite krijgen en tja, dan moet een en ander schoon. Het was heerlijk om haar te kunnen omhelzen, want wij hebben samen tien jaar lang als backing vocal opgetreden met onze coverband. Dat schept een band en ik had haar al een tijdje niet meer gezien. Tien jaar lang hebben we lief en leed gedeeld van oefenavonden, optredens met het opbouwen, omkleden op de meest onmogelijke plekken tot het afbreken in de nachtelijke uren aan toe. Af en toe keken we elkaar aan om te verzuchten:’Waarom doen we dit eigenlijk’. Haha, maar als we eenmaal op de bühne stonden viel alles van ons af en gingen we ervoor. Het was een mooie tijd en het heeft vele dierbare herinneringen opgeleverd.

Na een kwartiertje gingen we verder. Op naar het bos via sightseeing IJsselstein. Er stonden een paar auto’s van mensen, doorgaans met honden, die eveneens aan de wandel waren. Vooral de stilte viel direct op. Heerlijk, geen ruisende snelwegen, geen druk doorgaand verkeer maar oorstrelende rust. Halverwege het eerste pad kwam ik een bekende tegen. Het korte praatje vloog direct alle kanten op. Met een dikke knuffel voor haar jongste zoon, die bij mij in de groep had gezeten en waar ik zulke goede herinneringen aan had, wandelde dat mooie stukje verleden verder.

De bomen in het bos stonden er in een natuurlijke habitat, veel braam er tussen door, dat er een potje van maakte en in een kluwende wirwar hier en daar aan het woekeren sloeg. Hoog boven ons een specht met zijn roffeltjes en een antwoord in het bos ervoor van zijn kompaan. Een haas in het veld aan de einder, het riet dat goud spon in het felle zonlicht en modderpaden waar soms bedachtzaam omheen gelopen diende te worden. Geluk zit in de schoonheid der kleine dingen.

Drie reigers hadden we al roerloos in het gras zien staan, weliswaar in de buurt van de bevroren sloten waar nu niets te halen viel, maar met de kop de andere kant uit, op jacht naar muis en mol. Achter de laatste ontwaarden we twee fazanten, al snavelend in het natte gras.

Na alle moeizame dagen hengelend naar zuurstof bemerkte ik voor het eerst weer dat een en ander makkelijker was en we konden er goed de pas in houden. Dit soort momenten zijn cadeautjes. We bleven nog even talmen op de toegangsbalk voor het bos met de koppies in de zon. Weldadige warmte.

Op de terugweg de boodschappen. Ouderwetse krieltjes met snijbonen en een vega kaasschnitzel maar ook nog een ritje naar de Nedereindse plas, waar Lief nog nooit naar toe gelopen was en dat toch zo voor de hand lag. De verbazing over de grote van het natuurgebied met de vele meeuwen, eenden, zwanen en meerkoeten verbaasde hem en hij nam zich voor om de volgende dag er eens goed op uit te trekken om de boel te verkennen terwijl ik de bloemetjes buiten zet met mijn twee lieve dametjes. Het is nooit te laat voor nieuwe bevindingen.

Overpeinzingen

De moeite waard

Ontwaken in een witte wereld. Nee, er was vannacht niet een pak sneeuw gevallen, maar er lag een dikke laag rijp op de daken, waarin langzaam een voor een warme strepen werden getrokken omdat er verschillende verwarmingen gingen branden en de schoorsteen warmte uitstraalde. Het gebouw aan de overzijde spiegelde de opkomende zon. Alles werd geregistreerd, simpele schoonheid van het uitzicht over de daken tot een dichte mist in een oogwenk dat beeld aan het oog onttrok maar het evenzo vrolijk na een aantal bladzijden van mijn boek opnieuw als sneeuw voor de zon laat verdwijnen. Wonderbaarlijke natuur.

Alletwee de boeken waren uit. In de bestelde biografie over Christiaan Huygens had de vorige eigenaar, de onverlaat, met ballpoint zitten onderstrepen en dingen in de kantlijn geschreven. Hij was gelukkig niet verder gegaan dan 100 bladzijden, maar toch. Het boek was 67,00 euro in de verkoop en tweedehands maar 30 euro en de keuze was gauw gemaakt. Nog maar eens een spreekwoord van stal halen. ‘Je mag een gegeven paard niet in de bek kijken’. Dus neem ik de eerste honderd voor lief. Een lijvig werk dat in twee maanden uit moet. Het begint prachtig. We zijn benieuwd.

Omdat het beneden ligt, grijp ik hier boven een van de andere boeken van de stapel en kom uit bij Roxanne van Iperen en haar ‘Dat beloof ik’. Het boek doet pijn. Dat kan, als een verhaal zo schrijnend is als het hare. Als je je in dat meisje van twaalf verplaatst, die alle gruwelijkheden van een vader met meer dan losse handen en een in haar ongeïnteresseerde moeder die de schone schijn proberen op te houden, afschermt van de buitenwereld. Bloed op een marmeren vloer doet extra pijn. Voortdurend wordt er een vlucht genomen als de grond te heet onder de voeten wordt. Weer een nieuw huis, een nieuwe omgeving, een nieuwe school en pesterijen. Alles is verwoord in sprekende beschrijvingen, poëtische taal als het niet zo treurig was en waardoor je wel moet kruipen in haar denkhoofd, een labyrint van gangen en huizen, waarin het makkelijk verdwalen is.

Om stoom af te blazen, soms is de voorstelling te erg, duik ik de nieuwe Groene in en kom bij het verslag van Lieke Marsman die ongeneeslijk ziek is en die de opmerking ‘De dood hoort bij het leven’ bespreekt. Alleen mensen die niet met de dood in de schoenen staan, kunnen zo’n cliché zonder blikken of blozen te berde brengen. Voor haar is de dood de eindigheid, het uiterste staartje van wat leven is. Ze haalt William James aan, Spinoza en verhaalt dat James erop wijst ‘dat wetenschappers zich altijd bewust moeten zijn dat wetenschappelijke kennis nooit compleet is. Er is geen waarheid of er is een situatie waarin die waarheid herzien moet worden.’ Op haar vraag:’Is het leven de moeite waard geweest’ geeft ze aan dat ‘we waarheidsvinding niet moeten opgeven en dat betekent dat je naast het belang van die waarheid ook het feit dat waarheid geen duidelijk eindpunt kent, moet omarmen. Er is ‘misschien’ een bovennatuurlijke kracht. Er is ‘misschien’ een medicijn tegen mijn ziekte. Het leven is misschien waard te leven.’ Ze concludeert dan ‘En vanwege dat ‘misschien’ is het dat zeker’.

Een zonnige dag en derhalve ruimte voor diepzinnig gepeins. Naar aanleiding van het boek en het artikel. Waar vind ik die kwaliteit van leven terug in het boek van Roxanne van Iperen of sterker nog, waar heeft zij haar eigen kwaliteit gevonden in haar ervaringen van vroeger, nu het boek geschoeid blijkt te zijn op autobiografische elementen. Zelf zegt ze erover: ‘Een traumatisch verleden haalt je altijd in.’ Erover schrijven geeft ruimte, lijkt me. En misschien maakt het delen van die ervaringen dat alles de moeite waard.

Overpeinzingen

We zijn benieuwd

Wat een heerlijke voorbereidingen waren er gisteren. In een kalm tempo reden Lief en ik naar de kringloop waar ik nog wat kleinere koffiekopjes wilde zoeken. In de grote bekers ziet zo’n klein bodempje Lungo er een beetje triestig uit. We vonden ze en ook nog twee dubbelwandige theeglazen. Daarna naar de super voor lekkere en bijzondere hapjes. De bonuskaart lag nog in de auto en dan treedt er een merkwaardig mechanisme op. Ik weiger artikelen te kopen waar een bonus op zit als je die kaart niet hebt, want dat staat gelijk aan ‘zondegeld’. Een tik die van vroeger is overgebleven. Kijk aan, het meisje achter de balie heeft er nog wel een voor me liggen. Hier zijn we niet vaak voor de boodschappen en achteraf bleek wel waarom. Maar de tas zat vol heerlijkheden.

Beetje poetsen, beetje ruimen, tafels leeg maken. ER was ruim de tijd. In de vroege ochtenduren was zoonlief met de kleine Njong langs gekomen om me te halen zodat ik naar de auto kon kijken bij de garage. Een prachtig exemplaar, sportief, robuust en inderdaad een hogere instap en niet van die stoelen waar je diep in wegzakt. Helemaal top. De kleine mocht thuis even met de auto’s spelen en daarna wandelden ze naar huis omdat broerlief zijn auto mocht lenen.

Om acht uur diende de eerste van het gezelschap zich aan. Zo fijn om de vrienden even goed vast te kunnen houden. Wat was het alweer lang geleden. Pluis haar poezenmand stond klaar en werd in liefde ontvangen. Ze kon mee naar de volgende bestemming. Ze was me te lief om naar de kringloop te doen. De avond begon natuurlijk weer met wat meer persoonlijke verhalen over de kinderen, over het werk, over de invulling van de tijd. Later op de avond kwam de politiek om de hoek kijken en was ieder zich weer even bewust van de gevolgen van deze onrustige periode, waarbij alle vermeende zekerheden op losse schroeven waren komen te staan. Met alle neuzen dezelfde kant op is het prettig toeven.

O ja, er was nog een boek te bespreken. Er bleken toch verschillende bevindingen te zijn. Had het de trant van een damesroman, was het echt een ‘vrouwenboek’. De recensie van de VPRO geeft aan dat het Coibin gelukt was om volmaakt geloofwaardig over de diepste gedachten en gevoelens van een vrouw te schrijven en dat was precies wat we ons afvroegen. Was die Colm Coibin wel een man? Ja dus en dat was een van zijn verdiensten. Was het taalgebruik overbodig lang of juist niet. Had iedereen tussen de regels door kunnen lezen en, ook niet geheel onbelangrijk, waarom werd het boek zo de hemel ingeprezen. Heel subtiel heeft de auteur kunnen aangeven wat het betekent om huis en haard te verlaten voor een geheel nieuwe omgeving en was dat geen vlucht geweest uit het bekrompen dorpsleven. Haar uiteindelijke keuze verbaasde hier en daar.

‘Hadden jullie een voorbeeldzus of broer, waar je je aan op kon trekken,’ was een andere vraag. Eigenlijk had niemand die echt. Er waren grotere en kleinere gezinnen, bij mij wel lievelingsbroers en beschermers van de kleintjes, maar echt een voorbeeld ook weer niet. Generatieverschil maakte bij het lezen ook uit, merkten we. Als het herkenbaar is en je de straten en de mensen voor de geest kan halen, zo’n bemoeizuchtige bitse kruidenierster bijvoorbeeld of de desolate sfeer van Brooklyn, dan leest het ook anders weg. Ook de tijd waarin het zich afspeelde was belangrijk. We zijn vergeten het over het belangrijke feit te hebben dat er voor de eerste keer vrouwen met een donkere huidskleur in de winkel mochten komen. De eigenaresse van de winkel vond dat die vrouwen welkom waren en had speciaal nylons in gepaste kleuren in het assortiment opgenomen. De Step-inns en corseletten waren eveneens een begrip in mijn pubertijd. Dat maakte voor mij de herkenbaarheid zo groot. Geen gebrek aan gespreksstof in ons groepje. De avond vloog voorbij.

Steeds weer blijkt hoe verknocht we eigenlijk zijn door al die jaren van samenkomen heen. In die warme sfeer namen we afscheid terwijl de poll voor het volgende te kiezen boek alweer ter plekke was gemaakt. Keuze uit vier. We zijn benieuwd.

Overpeinzingen

Aan de slag

In de ochtend was er tijd om het leven van Betje Wolff en de diverse recensies over de biografie na te trekken. De meest opmerkelijke feiten schreef ik op. Daarmee vloog de tijd voorbij en rond half twee reed ik richting Utrecht om daar vriendinlief op te halen. Het ritje naar Amsterdam was kalm. Op de een of andere manier had Truus een ingewikkelde route gekozen om naar het centrum te gaan. Mijn medereizigster wist de weg heel goed en het was leuk om op die manier naar de stad te kijken toen ze onderweg alle bekende plekjes opsomde. Rokin, Vondelpark, Leidse plein. Vlak voor het huis vonden we een parkeerplaats, waar natuurlijk wel de hoofdprijs voor betaald diende te worden. Gemak dient de mens.

Het was even slikken bij de trap naar de deur toe en de grote trap naar boven. Kalmpjes aan, dan breekt het lijntje niet. Zo gezegd, zo gedaan, dus treetje voor treetje en de beloning was een warme begroeting en een verse thee met een kletskop. Als de vaste kern er is zijn we met vijven. Iedereen had de biografie uitgelezen en we waren unaniem van oordeel dat het een heerlijk boek was, waarbij er wel wat vraagtekens werden gezet bij de bemoeienissen van de biografe zelf en de vele veronderstellingen, die altijd werden aangekondigd. Er waren in het leven van Betje Wolff veel brieven verloren gegaan. Uit haar Franse periode was maar een brief te voorschijn gekomen.

De kijk op de geschiedenis werd ook geroemd en haar rechtsgevoel voor democratie, slavernij, dierenmishandeling en de onderdrukking van de vrouwen evenals haar afkeer van het streng orthodoxe geloof oogstte bewondering. Zeker tegen de achtergrond van de tijd waarin zij leefde. Anekdotes werden aangehaald, gedachtengoed uitgewisseld, discussies niet vermeden, kortom het was een zinvolle middag. Bij de keuze van een nieuwe biografie werden voors en tegens afgewogen. Twee van ons wilden Ischa Meijer, maar de rest niet en na veel titels en namen werd ‘Een eeuw van Licht’ de biografie van Christiaan Huygens uitgekozen, dit keer geschreven door de Engelsman Hugh Aldersey-Williams. Een lijvig werk waar we ons in twee maanden op stuk zullen bijten. De verwachte avondspits terug bleef uit en op dezelfde rustige wijze reden we naar huis. Door ons gebabbel in de auto hadden we niet door dat we er al bijna waren. Mijn passagier moest naar Utrecht Centraal maar met al die wegwerkzaamheden en een onoverzichtelijk woud van stoplichten en borden duurde het even voor ik haar af kon zetten. Als je de wachttijd in ogenschouw neemt is het ontmoedigingsbeleid van de gemeente een succes. Je bent gemiddeld twee keer zo lang onderweg. Geduld is een schone zaak en kalmte zal U redden.

Lief kwam ook net aan en we liepen samen op. Zoonlief had een auto op het oog voor de komende twee jaren en stuurde een filmpje door. Hogere instap en op chic met zwart. Ze heeft al een naam. Agaath gaat ze heten, omdat dat verwerkt zit in het merk. Vanavond komt de andere boekenclub hier. Dat betekent dat ik straks in de benen ga, om bijtijds klaar te zijn. Lekkere hapjes halen en een wijntje, de poetsdoek door het geheel en de laatste bladzijden van Brooklyn uitlezen. Dat moet lukken allemaal. Zoonlief komt vanmiddag voor een proefritje met een surrogaat Agaath. We gaan het zien en beleven. Aan de slag.

Overpeinzingen

Om jaloers op te worden

Vanmorgen al vroeg in de benen. Nog een keer natrium laten checken nu de pantoprazol alweer een vier weken gestopt is. In de uren ervoor had ik al een flinke bres geslagen in het boek Brooklyn van Colm Toibin. Een boek dat pakkend is door de sfeer die beschreven wordt van het Ierland in de jaren vijftig. Er gebeurde tijdens het lezen iets geks. Er vond een samensmelting plaats met het meisje Eilis en mijn jongere ik. Heel duidelijk voel ik, bij elke beschrijving, dat het zo volledig herkenbaar is en de geuren die uit de diverse milieu’s opstijgen, kan ik haast ruiken. Misschien is haar heimwee en het gevoel een vreemde eend in de bijt te zijn zo invoelbaar dat het veel herinneringen omwoelt die diep van binnen lagen opgeslagen. In ieder geval is het een aanrader en gaat het boek vandaag nog uit.

Lief kwam goed aan uit de Hoek, gistermiddag en het was fijn. We hadden elkaar erg gemist ondanks de hectiek der dagen van beide kanten. Het is de saamhorigheid, het weten zonder spreken, de gevoelde verbondenheid, twee zielen ineen die maakt dat je elkaar mist. We hebben elkaar wel lekker veel te vertellen. Lief had het goed gehad, hard gewerkt om zijn archief op te schonen en nichtlief weet nu wat ze nog meer kan archiveren, laten taxeren en ruimen. Al die oude papieren van de belasting, van de huizen, giro-en-bankafschriften het mag allemaal door de versnipperaar. Ik vertelde over de bijzonderheid om de laden met sieraden met de beide dochters op te ruimen en van het bijzondere boodschappen schrijven in het zand.

Zoonlief heeft de voederplank weer op de berkentak getimmerd. Die was eraf gevallen en de dikke dollies en de kauwtjes zijn er een paar dagen verdwaasd naar op zoek geweest. Vinkie en roodborst zakten gewoon af naar de grond. De lange voederbuis nemen we mee naar Hongarije. Het voederen was een groot succes bij alle koolmezen, staartmezen en goudvinkies. Zoonlief wil een microfoontje meegeven, waar we het geluid van de vogels mee op kunnen nemen. Er is nog iets om de vlag voor uit te hangen, want hij heeft met zijn zelfgemaakte vogelwebsite een nieuwe baan binnen handbereik. Hartstikke fijn. Maandag gaat hij beginnen.

Gisteren vond ik een recept voor tagliatelle en die smaakte voortreffelijk. Het enige wat nodig was, was verse gare tagliatelle. Met de roomboter, het citroensap en de basilicum maak je samen met een beetje kookwater van de pasta een romig sausje. Schep dat door de tagliatelle en garneer met parmezaanse rasp, citroenrasp en een toefje basilicum voor het mooi. Subtiele toevoegingen zijn vaak het lekkerst. Voor vandaag ga ik met de andere helft van de gekookte pasta een ragu maken met vegetarische gehakt, champignons en geroosterde roma-tomaatjes.

De lucht is dichtgetrokken en ondefinieerbaar grijs. Een windje bijt venijnig om zich heen. Hoe zal het straks op de tuin zijn. In de eerste week van januari was het zo zompig nat, dat we onze schoenen met een zuigend geluid los moesten trekken of bijna omvielen. Ik vrees dat dat nog niet veel beter zal zijn. We moeten nodig aan de snoei en anders doe ik het met dochterlief en de filosoof, die dat erg leuk vindt. Nu willen we de wilg knotten op ooghoogte, nogal rigoureus, zodat we er volgend jaar goed bij kunnen. In de Baranya is het een verleidelijke 13 tot 17 graden. Om jaloers op te worden.

Overpeinzingen

Een dag met een sterretje

In de vroege ochtend kwamen er appjes langs van de veroverde schatten van de dag ervoor. Tante Pollewop had een schattig kastje met al haar frutsels erin. Zo kwamen ze veel beter uit dan in dat donkere laatje waar ze bij mij in lagen. Dat had ik misschien veel eerder moeten doen. Omdat er voorwerpen zijn die je al heel lang hebt, doorzie je niet meer wat het voor een ander aan waarde kan hebben. Je normaliseert een en ander. Dat was wat ik er uit filterde toen ik zag met welk een zorg en aandacht er mee omgesprongen werd.

Het was de sterfdag vandaag van de vader van de kinderen. Zoals elk jaar zouden we naar zee gaan om de boodschappen over het gemis te laten meenemen door het water. Ook hadden we nog twee stenen tussen de sieraden van de dag ervoor gevonden. Er stond love op. Goed voor de zee en de boodschap. We vertrokken pas om twee uur en de zon scheen toen nog uitbundig. Helemaal voltallig zouden we niet zijn, want de filosoof ging naar een partijtje en werd door zijn vader gebracht en schone dochter en onze kleine benjamin waren een beetje ziek.

Zoonlief had een lange tafel gereserveerd, want als we er allemaal zouden zijn dan waren we met 16. Er waren mensen aan de gereserveerde tafel gaan zitten en het duurde lang voor ze begrepen dat we recht hadden op die plaatsen. Sommige luitjes begrijpen het niet echt, geloof ik. Het kwam gelukkig allemaal goed. Wat een plek hadden we uitgekozen. Er was een of ander Tata Steel toernooi aan de gang en heel het dorp stond vol met auto’s, ook de weg naar het strand toe en op de parkeerplaats, ik werd afgezet en zoonlief zette de auto weg.

Al met al moesten we nog een aardig stukje lopen, terwijl de hoogovens hun vervuilende rook uitbraken en er een stevige wind was opgestoken. Een beetje lijden en afzien paste wel bij onze missie. Binnen hadden ze een open haard aan. Weer ontdekte ik hoe verraderlijk mijn gebrek aan reuk was, want ik rook echt helemaal niets, terwijl de kinderen zeiden dat het wel heel erg rokerig was.

Ik zat naast dochterlief en de kleine njong zat tussen mij en de oudste zoon in, dochterlief en de andere zoon aan de overkant met de twee kleintjes en de grotere kinderen zaten aan de andere kant met schone zoon. Eerst maar eens een heerlijke warme thee in die koude lijven. De kleintjes hielden we bezig door autootjes over de tafel te laten rollen, waarbij een menu tot tunnel werd gebombardeerd. Het meisje dat ons bediende was ontzettend aardig en verontschuldigde zich voor de mensen die een deel van de tafel hadden ingepikt. We stelden haar gerust. We zijn de beroerdsten niet en een van ons kwam later. Overal een mouw aan kunnen passen maakt het leven zo veel aangenamer.

We besloten ook een hapje te eten en daarna zouden we onze boodschappen in het zand schrijven nu het strand nagenoeg verlaten was. Drie waaghalzen stonden nog tot hun middel in zee. En dat het koud was, merkten we later pas goed, toen we na een ongedwongen en gezellige maaltijd dik aangekleed de schemer weer inliepen. De stevige bries was ongeslagen in een ijzige wind. De kleine njong ging in de jas van paps als bescherming tegen het opwaaiende fijne zand. Heen met wind mee ging nog wel. Er lag genoeg hout om te kunnen schrijven. Het was eb, dus zee was ook nog eens een pittig eindje weg. Schone dochter schreef mijn boodschap, omdat bij mij de zuurstof op was. Toch blijft het aandoenlijk om in elkaars nabijheid aan hem te denken, ondanks de kou vervulde het me met warmte. Wat zou hij trots geweest zijn.

Terug probeerden we het ruggelings, maar moesten toch omdraaien. Gelukkig was schoonzoon al de auto gaan halen. Heerlijk. Alle kleintjes erin en naar de parkeerplaats. Zoonlief stond al klaar met mijn auto en reed de weg terug. Een dag met een sterretje.

Overpeinzingen

Volgende keer de rest

Een gat in de dag geslapen na de vermoeiende maar ongelooflijk fijne dag. Heerlijk om de nacht aaneen stuk te kunnen slaan. Dat is echt een bijzonderheid. Ik had om twee uur met beide lieve dochters afgesproken en was precies op tijd klaar. Zoonlief had de eerste drie lades naar beneden gehaald en ik zat aan de grote tafel alvast de eerste kluwen zo’n beetje te ontwarren. Wat een hoeveelheid spaart een mens toch in 70 jaar bij elkaar.

Toen ze er waren, pakten we verscheidene lege tassen. Een grote voor de kringloop, een voor alle lieve schone dochters en zonen, een voor de oudste en een voor de jongste dochter en een voor de kralen voor dochterlief, die er zelf mee aan de slag ging. Het beperkte gedeelte dat ik nog werkelijk weer wilde bewaren ging in een leeg laatje terug.

Het was een bonte verzameling. Het rariteitenkabinet was er niets bij. Buiten alle kralenkettingen, kettinkjes van goud en zilver, oude ringen, nep of echt, wat door onze handen ging, waren er keramieken eenden, keramieken vissen, een dalmatiër en een varkentje van een soort foam, kleine houten knorretjes, een zilveren ballerina, een zilveren poesje, bedeltjes, hangertjes, beschermengelen, een Leda met de zwaan in gruzelementen en een beeld van twee mensen, eveneens in stukken, veel boeddha’s met het hoofd in de schoot en een heleboel stof. Hoe al die koppies eraf zijn gegaan weet ik niet meer. Maar het waren minstens vier stuks.

Het was fijn om het met de meiden te doen. Dat maakte het veel makkelijker om weg te geven en het bezat een hoge mate van intimiteit. Af en toe stikten we van het lachen. Alle sieraden waren echt of hadden er naast gelegen, maar die waarvan ik dacht dat ze ze mooi zouden vinden, konden geen goedkeuring dragen. De jaren zeventig kende ook een hoog gehalte aan kettingen en armbanden van omgeslagen spijkers en metaalfrontjes met felle emaille kleur erop. Op de tafel kwam het te verdelen spul, als het bij beiden of een van hen in de smaak viel. Dat zouden we op het allerlaatst bekijken.

Zo vulden de tassen zich gestaag en ook de tafel lag mudvol na de tiende la. Dochterlief had boven het ladenkastje gelijk uitgezogen met de stofzuiger en ook de onderkant ervan leeg gehaald, dus moest ik ook door een paar herinneringen van school en vonden we een muziekmap die direct in z’n geheel weg kon. Zo werkten we ons gestaag naar ruimte en leegte toe. Maar de echte doosjes en blikjes moesten nog. Het was al tegen vijven, dus besloten we dat een volgende keer te doen. Met tassen vol vertrokken ze weer na een warme omhelzing. Dag schatjes.

Het is dé manier van afstand doen, omdat je weet waar iets, waar toch een herinnering of emotie aan kleeft, gebleven is. Ik heb het zelf echt niet meer nodig. Ik draag twee kleine ringetjes en dat is ruim voldoende. Waar ik heel blij mee was, was de vondst van mijn zilveren aapje, die ik ooit van een oud-leerlinge en haar ouders kreeg en die ik jaren gedragen heb. Waarom de ketting ooit is afgedaan weet ik niet meer, maar het voelt goed om haar weer terug te hebben.

Zo te horen is Lief in de Hoek ook flink aan het ruimen gegaan. Ik ben heel benieuwd. Slaap wilde niet vannacht, omdat alle tien de laatjes en hun inhoud nog steeds door het hoofd woelden. In de ochtend met een vriendelijke droom was die slaap zo ingehaald. Het is goed zoals het is. Volgende keer de rest.

Overpeinzingen

Trots en genoegen

Redelijk bijtijds ging Lief op stap naar de Hoek en kon ik heel kalm opstarten. Ik voelde wel dat ik energie moest verzamelen voor de late middag. Prompt vergiste ik me en kwam een uur te vroeg bij vriendinlief aan, die begrijpelijkerwijs nog niet klaar was. De bonus? Een heerlijke kop thee en even ontspannen bijkletsen. We hadden elkaar al weer een aantal maanden niet gezien, dus in de auto gingen de babbels verder. Het was een uurtje rijden naar Apeldoorn en we hadden een adres gekregen waar we die lieve Truus konden stallen. Een Q-park bovengronds, waar ‘vol’ boven stond maar dat ons nog glansrijk kon herbergen. We hadden afgesproken bij Museum Coda, waar de tentoonstelling ‘Breekbaar’ te bewonderen viel. Een prettig, behapbaar museum met vooral inspirerende objecten. Natuurlijk veel glas, neon en keramiek, een ei om in weg te kruipen waarin je een hartslag hoorde ruisen en gebroken en beschilderd aardewerk. De schoonheid van de imperfectie. Met thee vooraf was een uurtje precies genoeg. Altijd fijn om met de gelijkgezindten van gedachten te wisselen.

Het was een paar straten verder naar het atelier waar de workshop ‘Tuften’ werd gehouden. Onderweg een broodje uit het vuistje en als eersten ter plekke, waar al zes raamwerken met fijnmazig doek waren opgespannen. De afmetingen bleken best groot te zijn, 40×50, daar kon de tekening van kleindochter makkelijk op. Mijn lieve vriendinnen hadden ook mooie ontwerpen gemaakt. De een had de domtoren uitgezocht en de ander een ingenieus ontwerp voor een kussentje op de houten stoel in haar atelier, waar een tube verf en een guts op prijkte. Er stonden krukjes bij iedere tafel en dat was fijn, want je kon het niet echt zittend doen, gezien de kracht waarmee je het tuftpistool zou hanteren. Er kwamen nog drie dames binnen en Laura kon gaan starten met de veiligheidsvoorschriften. Het aan-en-uitpalletje was erg belangrijk en ook de manier waarop je het pistool, dat op zich al redelijk gewicht had, vast moest houden.

De tekening die ik had moest in spiegelschrift. Ik had geen idee hoe ik het om kon draaien, maar gelukkig wist Laura dat wel. Dat scheelde tijd. Met zwarte stift tekenden we ons voorwerp op het doek, het gaf niet als er iets verkeerd ging, want de stift zag je niet op de voorkant terug. Voor elke kleur had je twee klossen nodig en moest je goed erop letten dat draden en snoer niet met elkaar in de knoop raakten. Het grote Tuft-experiment kon beginnen. Eerst wat proefrijtjes draaien. Wow, dat is nog eens iets anders dan kleine kruissteekjes moeten maken. Binnen een mum van tijd loopt het pistool de rijtjes vol, mits je de draad er op de juiste manier in heb zitten en langs een geleider laat lopen. Heel erg in de diepte kwam mijn antinaaimachine-tik weer omhoog, bijvoorbeeld doordat mijn spoel leeg was en ik lustig door naaide. De draad ging bij verkeerd gebruik regelmatig uit de geleiders. Een testje Mens-erger-je-nieten dus. Maar toch kregen we allemaal de smaak te pakken. Gelukkig had ik niet direct door dat er nog aardig wat stof in de lucht hing, maar ik moest wel tussen de bedrijven door steeds even zitten.

Schrale troost. Ik was verre weg de oudste. Laura moest op het laatst, met een geroutineerde hand nog wat achtergrond invullen en daardoor had ik goed zicht op de hand van de meester. Het was al met al een zeer geslaagde workshop, vooral toen we de eindresultaten konden bekijken. Daarvoor werden eerst de losse draden verwijderd, de achterkant gelijmd met latex, de voorkant geschoren en bij mij, omdat ik een schilderij voor tante Pollewop wilde maken, het doek in een lijstje gewerkt. Voor herhaling vatbaar dus, maar niet na vier dagen Texel en in de winter. ‘Regenboogje’ zoals ze haar iPad-tekening had genoemd stond er prachtig op. Wat overbleef bij ons alle zes was trots en genoegen.

https://www.mimosstudio.com

Overpeinzingen

Naar lieve lust

We waren keurig op tijd klaar met inpakken en afsluiten. Het was een fijne plek met wat haken en ogen. Vriendinlief was al onderweg naar het restaurant waar we gisteren met pleegdochter hadden gezeten. Ze wilde alleen koffie want na een uurtje moest ze de ogen van de buurvrouw druppelen. Hun wijkje achter haar huis was inmiddels een spontane knarrenhof geworden, dus de lammen hielpen de blinden tegenwoordig. Echte Noaberschap zoals het hoort. We babbelden er lustig op los en waren allang niet meer verbaasd over alle overeenkomsten die we gemeen hadden. Met een hartelijke omhelzing namen we afscheid. Haar ‘Ik hou van jullie’, bleef nog lang en warm naklinken.

Wij besloten een lichte lunch te nemen van hun bijzondere kaart voor we op pad gingen en ik koos dit keer voor de soep met de naam ‘Clam Chowder’, een rijk gevulde vissoep in een zuurdesembowl. Lief nam de Kimchi-Tosti en wederom was het smullen. De boot vertrok op alle hele uren. We besloten nog een rondje eiland te rijden tot het twee uur zou zijn. Inderdaad langs het atelier in De Koog, waar vriendinlief straks in mei haar etsen en lino’s mag uitstallen. Verder bleef het genieten van bijzondere luchten boven het vlakke Texelse landschap met haar tuunwallen en haar schapen, de imposante duinenrij. De weg terug was goed te doen, net vóór de drukke donderdagspits die rond Utrecht al vorm begon te krijgen.

Er was nog iets anders. Ik had al gemerkt dat de benauwdheid was afgenomen. In het appartement was ik de hele tijd heel benauwd geweest en flink aan het hoesten. Zo erg dat we de nacht hanenwakend hadden doorgebracht. Ik dacht eerst dat het hoesten was afgenomen omdat ik nagenoeg nauwelijks in actie was geweest tijdens het rijden, maar thuis was het ook veel minder. Zelfs met mijn vier trappen-klim om bij ons huis te komen, was er geen amechtige hoestpartij geweest. Deze nacht heb ik als een roosje geslapen. We zijn er van overtuigd, dat er in het vakantiehuis, behalve de verbannen geurstokjes naar de linnenkast, iets in de houten wanden moet hebben gezeten waar het lijf naarstig op reageerde. Zoiets is niet te voorkomen natuurlijk, want hoe weet je dat nou. We ‘sliepen’ met het raam een flink stuk open. Een wonderlijke ervaring was het wel.

Nu, helemaal uitgerust, staan we voor nog een paar leuke dagen. Lief gaat naar zijn nicht in Hoek om zijn archief dat daar staat te bekijken en er de bezem flink doorheen te halen en ik ga met mijn twee lieve vriendinnen eerst naar de tentoonstelling Art in het Coda in Apeldoorn en daarna doen we een workshop Tuften. Daar heb ik heel veel zin in. Misschien gebruik ik wel een ontwerp van kleindochter voor het kussentje. Ben benieuwd of het handmatig of machinaal zal zijn. We gaan het beleven.

Zoonlief heeft gesolliciteerd en was gisteren uitgenodigd voor een tweede gesprek door het enthousiaste team waarna hij werd aangenomen. Wat een goed nieuws. Hij heeft er razendknap werk voor verzet en het is geheel zijn eigen verdienste. We zijn trots op hem.

Het stormt en neef en zijn vrouw wonen aan de Ierse kust. Ze hebben hun kampeeruitrusting klaar liggen. Wijs. Tot nu toe hebben ze gemazzeld. Er zitten al 750.000 aansluitingen zonder stroom. In dat geval zijn er kaarsen bij de hand. Het is niet hun eerste storm. Bij de vorige zaten ze twee dagen zonder stroom. Ervaring maakt wijs.

De kauwtjes vermaken zich uitstekend met de wind. Ze vliegen en spelevaren op de luchtstroom, dartelen en buitelen naar lieve lust.

Overpeinzingen

De moeite waard

De dag begon met een landelijke tafereeltje. Op het kleine weggetje dat langs de voorkant van ons appartement loopt en waar we goed zicht op hebben van bovenaf, stopte een kleine veewagen. Twee vrouwen begonnen hekken van de zijkanten af te halen en die aan elkaar te klinken zodat er een strategisch doorgangetje ontstond. Alle kanten op behalve de goeie was er niet meer bij in ieder geval. Daarna liepen ze richting de overkant, even later waren er de hoeven van een kudde schapen op het weggetje te horen, waarbij de ene helft bovenin het wagentje en de andere helft in de onderkant werd geleid. Het laatste schaap dacht nog even ‘bekijk het maar’ en nam de kuierlatten in tegenovergestelde richting, maar werd rap terug gehaald door de laatste vrouw. Ze zouden ergens anders worden geweid, dachten wij en dat zal niet ver zijn gezien het gebrek aan ruimte. Gisteren had ik het wagentje ook al zien rijden.

Bloemetje voor het nieuwe appartement en op weg naar Lief zijn pleegdochter. Nieuw huis, nieuwe baan, dus een hoop te vertellen. We gingen lunchen in het centrum. Pleegdochter wilde ons meenemen naar de Libanees, maar die was helaas gesloten. Dan door naar het grote restaurant op een monumentale plek midden in Den Burg tegenover het glazen paleis. Er werkte een vriendinnetje van haar dus de ontvangst was hartelijk en goed voor een prachtige plek. Wat hadden ze een heerlijke en aparte menukaart. Combinaties van gerechten die we nog niet zo geproefd hadden. Veel vegetarisch en alles super vers, want zelf gemaakt. Officieel is het een koffiebar, annex bakker, annex restaurant. Zuurdesembroden, pizza’s met compleet ander beleg en tosti’s idem dito. Ik ging voor de kimchi-tosti.

Hun zoetigheden schijnen ook niet te versmaden te zijn. Dat gaan we vandaag proeven als we gaan brunchen met vriendinlief.

Het was genoeglijk bijpraten en fijn om te ontdekken dat ze inmiddels op Texel helemaal haar plekje heeft gevonden en zich als een vis in het water voelt. Had dat er mee te maken dat ze oorspronkelijk van Texel kwamen? Oma woonde er nog en nog wat verre familieleden, maar dat was niet waarom het zo klikte. Het is gewoon een spontane meid en ze heeft haar wortels in de muziek liggen. Den Burg heeft de St Artex Kunstenschool, de plek voor muziek-en-danslessen en beeldende kunst en derhalve heel veel creatieve en muzikale jongeren. Dan is de aansluiting zo gemaakt. Ze heeft een prachtige zangstem. Het is weer eens wat anders dan zingen in een coverband. Zij maken hun hele eigen muziek en niets is leuker dan scheppend bezig zijn.

Inmiddels was het gaan regenen en dat gooide wat roet in het eten, maar toch wilde ik naar de Slufter, een natuurgebied met een open verbinding naar de zee. Er ging kennelijk een vrij imposante trap naar toe. We namen hartelijk afscheid en reden richting De Cocksdorp. ‘Een slufter is van oorsprong een getijdengebied waarbij zout water vanuit zee onder invloed van het tij door een geul in de duinen landinwaarts binnen kan dringen. Er ontstaat een prachtige vegetatie, humusrijk en humusarm, kalkrijk en kalkarm, en droge en natte delen. Het levert een bijzondere flora en fauna op.’ De trap bleek een uitdaging, maar eenmaal boven was het zicht ondanks de regen en de wind adembenemend. We komen nog weleens terug onder betere weersomstandigheden, maar alleen het te mogen zien en die heerlijke stilte ervaren was al meer dan de moeite waard.

Overpeinzingen

Dan vliegt de tijd voorbij

Een lieve blogvriendin had ons de zon gezonden, zei ze. En schone dochter zou de mist wegzuigen. Beiden hebben hun werk goed gedaan, want tijdens onze ontmoeting met vriendinlief, die een heerlijke lunch had voorbereid, brak boven de dartelende mezen en mussen rond het pindasnoer de zon door het wolkendek. In de vroege ochtend hadden we al meer waargenomen dan in de afgelopen weken. Tel uw zegeningen.

Bij de super kochten we een bos bloemen en er ontstond nog een kleine discussie over wel dan niet hyacinthen erin. Ik vond dat niet zo handig, al zijn ze schattig, want niet iedereen kan er goed tegen. Lief had daar nog nooit van gehoord. Maar het gesternte was me gunstig gezind, want vriendinlief was blij dat we die niet genomen hadden. Daar kon ze inderdaad niet tegen. Net zo min als tegen overdadig parfumgebruik, maar gek genoeg wel weer tegen mijn Patchouli, dat veel aardser is.

Het is altijd weer thuiskomen bij vriendinlief. ‘We zijn met hetzelfde soppie overgoten’, om met mijn oma te spreken of ‘uit hetzelfde hout gesneden’, kinderen van die naoorlogse generatie en het schept een band. Ooit waren we beiden lid van de PSP en ze heeft me nog een gebroken geweertje opgestuurd, dat vertrouwde speldje tegen alle geweld. Nog steeds zijn we ervan overtuigd dat geweld alleen maar geweld oproept. Je zou willen dat er weer gezond verstand in de mensheid kwam in plaats van op macht beluste, niets ontziende, brulkikkers.

We raakten niet uitgepraat over alles en iedereen, over onszelf, over Hongarije en kleine en grotere ongemakken. Ze is vooral ook van: Niet zeuren, uithuilen en opnieuw beginnen en leeft daar ook naar. Haar huis is herkenbaar met alle frutsels, foto’s all over the place en er waren opmerkelijke toevalligheden. Bijvoorbeeld, die ene camping waar we van de zomer met de kinderen zitten, die wordt gerund door een broer van een vriend en oudcollega van haar. Daar kwamen we bij toeval achter omdat ik het over de luid knorrende Trudy had, dat enorme varken op die boerderijcamping.

Het andere was nog toevalliger. Haar broodplank was een prachtig ingelegd houten bord en een dergelijk bord hadden we bij het nichtje van Lief gezien in Hoek van Holland, die het net voor haar verjaardag had gekregen. Het bleek van de houtkunstenaar Beer Hendriks uit Amsterdam te zijn die een zwager van vriendinlief was. Nu moeten we erachter zien te komen of dat bord van nicht van dezelfde kunstenaar komt.

Zo trok de middag in gemoedelijkheid en in liefde voorbij en we raakten niet uitgepraat. Wat zijn dit toch cadeautjes. Natuurlijk gaat het te snel voorbij, maar we wilden tegen half vijf nog even de zee en wat zon vangen op het strand. Bij Koog was het strand voor mij nagenoeg onbereikbaar maar bij paal 17 was er goed heen te lopen. Ze waren er druk bezig een fundatie te maken, want de paviljoenen moeten meer naar de waterlijn om de groei van de duinen niet te belemmeren. De mannen waren tot laat in de middag hard aan het werk.

Wij ploeterden door het omgewoelde zand, de sporen door de grote rupsbanden gemaakt, naar de zee. Eindelijk, de zee, maar te laat om een wandelingetje te maken. Te harde wind ook. En helaas gaat het zuurstof happen slecht bij dergelijke snerpende wind. Dan maar een lekker afzakkertje bij het strandpaviljoen met het zicht erop. Een aangenaam sfeertje. De jongen die ons bediende was nieuw en moest veel navragen in de keuken, maar hij komt er wel, want hij was allervriendelijkst. Het is ook geen hoogseizoen en dan is iedere gast welkom.

Morgen gaan we naar ons andere doel op het eiland. Als alles naar het zin gaat, dan vliegt de tijd voorbij.

Overpeinzingen

Wie weet, komt dat later

Rond tienen waren we op pad. Iets anders dan de weg was tot in Den Helder niet waar te nemen. Die weg gelukkig wel. Zo zagen we dat we voorbij Egmond het Rijk der Aalscholvers binnenreden. Op de reeks lantaarnpalen langs de hele weg tot aan het uiterste puntje van Noord Holland toe, zaten ze parmantig te kijken met opgeheven trotse koppies. Hier en daar had er een de vleugels gespreid of wapperde ermee, als wilde hij de nevel verjagen. Saai maar voorspoedig is de juiste omschrijving van de reis en dat alleen maar door de grijze dikke deken. Onze hoop op zon op Texel werd ook nu de bodem ingeslagen. Toen de boot zijn auto’s weer uitbraakte, reden we een even grauw eiland op.

Eerst maar eens de plek opzoeken waar we om vier uur verwacht werden en eventueel eerder in konden als de kamer al klaar was. Een belletje bij aankomst volstond. Maar we wilden kijken waar het was, dan een hapje eten en vervolgens de boodschappen doen, om daarna weer terug te keren naar het skilleplaatsje. Vooraan stond een levensgrote bierfabriek. Een imposant stevig bouwwerk. Makkelijk te herkennen dus. De appartementen lagen achter het rij huizen er naast en was makkelijk te vinden. We probeerden Oudeschild voor een hapje, maar besloten toch naar Den Burg te rijden, waar we de auto bij de plaatselijke super hadden gezet, met de blauwe parkeerkaart en we hadden nu twee uur de tijd om een restaurantje te bezoeken. De eerste was vol en te druk. Het was natuurlijk ook lunchtijd. De tweede was gezellig en in de serre was nog plek. Bij ‘mams’, dachten wij, de oudste zoon indachtig die me altijd zo noemde, maar het was bij ‘Mans’. It is all in a name.

Soep, vegakroketjes met friet en een broodplank met smeerseltjes was goed om de inwendige mens te versterken. Daarna konden we er weer even tegen. De boodschappen waren beperkt. We hadden zoveel niet meer nodig en omdat we weer eerder dan vier uur bij het huis waren, belde ik de eigenaresse op die ons vertelde dat de kamer al op ons stond te wachten met een code onder de naam Tejas. Andere kamernamen hadden ook een hoog yogagehalte. ‘Tejas’ is de Interne straling van het lichaam. Bij de informatie over deze appartementen stond ook dat er een groep een keer per week yoga beoefent.

De kamer is ruim, heel ruim, met een prachtig bed. Ondermatras en een futon op een houten onderstel. Er is geen tv en voor de koffie werd er een beroep gedaan op de barista-kwaliteiten, die we beiden niet hebben. Er was gelukkig een handleiding bij, die Lief vanmorgen maar eens uitgebreid bestudeerde, toen de machine een fout aangaf bij zijn kopje koffie. De mijne was nog goed gegaan. Nog nooit heb ik hem uit zijn hummetje gezien, maar op dat moment had hij er toch even de smoor in. In de vroege morgen koffie door de neus boren is geen goed idee, bleek wel. Het lukte hem wonderwel om het gevaarte met verse bonen aan de praat te krijgen.

In de avond heerlijk lezen en vroeger naar bed dan gemiddeld. Helaas rook ik de geurstokjes niet die op het toilet stonden, maar ze geurden uitbundig en het was goed voor een nachtje hoesten met weinig slaap. Gelukkig sprokkelde ik na half zes tot half negen alsnog een paar uur. We hebben de stokjes nu verbannen naar de linnenkast. Wie weet, gaat het vannacht wat beter. Het uitzicht is rustiek Texel op z’n best. Tuunwallen, geiten, schapen, groene weilanden en iets minder mist, maar nog steeds geen blauwe luchten. Wie weet, komt dat later.

Overpeinzingen

Wat in het vat zit verzuurt niet

Ziezo, ruim op tijd wakker om de eerste voorbereidingen te treffen voor de tocht naar Texel. Koffertje is zo gepakt, boeken mee, wat warme kleding, het spelbord en de gitaar voor vriendinlief en dan kunnen we gaan. Als we er zijn halen we wat boodschappen in een plaatselijke super om de aankomst te vieren en ik hoop dat de frisse zeewind alle ongemakken als benauwdheid en hoestpartijen als sneeuw voor de zon laat verdwijnen. Natuurlijk rekenen we stiekem op een piezeltje zon.

Gisteren was het nog steeds pas-op-de-plaats-dag. Beter voor het kwakkelende lijf, dat almaar niet wil met die vochtige atmosfeer. Wel zijn er aardig wat bressen geslagen in Betje Wolff, die ik hoe langer hoe meer ga bewonderen, al heeft ze ook zo haar eigenaardigheden. Als ik in dit tempo doorlees heb ik het boek over twee dagen uit. Dus neem ik Brooklyn van Colm Toibin ook mee. Je weet nooit hoe een koe een haas vangt.

Vanmorgen heb ik -X-in de ban gedaan en dat voelde erg goed. Natuurlijk heb ik de media nodig voor de lezers van mijn blog, maar ‘Trump erin, X eruit’ lijkt me een relevante handeling. Op de trap klinkt nog wat gestommel van de kinderen. Ze moesten vroeg weg, dus zodra ze vertrokken zijn kunnen wij in de benen.

Gisteren keken we een programma over mantelzorgers, wiens partners aan dementie leiden. Aandoenlijke verhalen en beelden van mensen in allerlei stadia van de aandoening. Het brengt me altijd weer terug naar het zaaltje van vier vrouwen in het bejaardentehuis waar ik nachthoofd was in de jaren zeventig en trouwens de enige zuster. Daar maakte ik mee dat een van de vrouwen midden in de nacht ineens besef had van haar aandoening. Dat was af te lezen in haar ogen gedurende een aantal minuten om daarna direct weer terug te glijden in een lethargie. Zo aandoenlijk om mee te maken en het is nooit meer van mijn netvlies verdwenen. Nu was het boeiend om te zien hoe de verschillende partners reageerden en van allen was hun reactie te begrijpen.

Tijd om in beweging te komen. Een haastig schrijven dus. Vanmiddag of morgen meer. Wat in het vat zit, verzuurt niet.

Overpeinzingen

Het wordt tijd

In Trouw verhaalt Andrea Bosman op de laatste dag van het vorig jaar over het feit dat haar dochter zo graag door de open ramen naar binnen kijkt, omdat je je zo bewust wordt van de levens van anderen. Aan dat bewust-zijn dat anderen ook hun levens leiden, heeft de Amerikaan John Koenig het woord ‘Sonder’ toebedacht. Hij was al eens als schrijver, grafisch ontwerper en videomaker in 2009 een website gestart onder de naam the Dictionary of Obscure Sorrows, een woordenboek voor vage gevoelens.

Met zo’n laatste inkijkje nemen mijn gedachten een vlucht net als bijvoorbeeld bij de titel ‘Het kerkhof van de vergeten boeken’, de labyrinthachtige bibliotheek uit de boeken van Carlos Ruiz de Zafon. Voor mij gaan zulke begrippen een totaal eigen leven leiden. Vage gevoelens, wat zijn dat en is dat gelijk aan ‘obscure sorrows’ of gaat de vertaling mank. Ergens blijkt het Engelse woord obscure ook vertaald te kunnen worden naar vergetelheid.

Een vaag gevoel smeult vaak onderhuids en vecht zich een weg naar boven, waar het steeds duidelijker vorm krijgt. Koenig maakt er samengestelde woorden voor, zodat je ze beter kan plaatsen. Bijvoorbeeld: Aftergloom om de eenzaamheid te voelen waar je in kan zakken na een druk evenement, bijvoorbeeld.

Taalbegrippen samenstellen is iets waar ik me wel eens schuldig aan maak als ik schrijf. Sommige begrippen laten zich nou eenmaal niet vangen in bestaande woorden of krijgen meer diepgang met een samengesteld woord. Bovendien is het ook het spelen met taal zelf dat het zo’n boeiende bezigheid maakt, waardoor je verrukt kan zijn van een nieuwe betekenis die je er aan hebt gegeven. Taal je rijk.

Er zijn momenten tegenwoordig dat mijn hoofd alle deuren heeft dichtgetrokken. Er komt geen letter meer naar buiten. Ik staar over de daken met de langgerekte rookpluimen horizontaal, gedreven door de wind, en denk aan niets. Niet aan de pluimen, niet aan de daken, niet aan het zo vertrouwde, niet aan de mensen in andere huizen, niet aan mezelf, niet aan de anderen. Niets, het grote niets.

Is het iets wat de grijsheid oproept? Ik ben er niet rouwig onder, vind het eigenlijk best fijn om nergens aan te denken. Niet in het voren, niet in het verleden, maar in het nu, de daken, de rookpluimen, de starende blik.

Als vroeger op school mijn hoofd tolde van alles wat nog op de rit stond en moest gebeuren, verlangde ik er naar. Niet te hoeven denken, niet te hoeven weten, gewoon te zitten zitten. Dan lukte het nooit. Gedachten namen een vlucht en ook in de avond of nacht bleef het spoken daarboven. Geklep van deuren, het vechten om de voorrang, het over elkaar heen struikelen door de druk die er op zat.

Nu kan ik soms verlangen naar de reuring, de uitdaging, de inspiratie die nu uit alles om me heen moet komen. Ik krijg het niet meer op een presenteerblaadje aangeboden zoals dat in wisselwerking met de kinderen vaak ging. Ik of mijn lieve collega verzonnen iets en zij gingen er mee aan de haal, of omgekeerd. Er ontstonden de mooiste ideeën, plannen, verhalen, gedichten door. Die kriebel haal ik nu uit boeken, artikelen, de kleinkinderen, de kinderen, de mensen op straat, in de super, in het stadscentrum, een film, een mooi stuk muziek. Verhalen verzinnen, woorden er aan geven en de verbeelding weer aan zetten. En ‘s avonds naar binnen kijken. Naar al die andere levens aan de andere kant van het raam. Het wordt tijd.