Overpeinzingen

Verhelderende materie

‘O nee, dat is fout. Wat kan mijn kleine broer toch goed krassen. Dat kan ik helemaal niet.’ Mijn lieve kleindochter slaat fluks de bladzijde van het schetsboek om. ‘Laat eens zien’, probeer ik en ze toont de kras tekening. Ze wilde proberen om hetzelfde te doen als ik bij de krastekening van broerlief deed, nl de vakjes inkleuren om zo een mozaïek te maken. Ik prees haar gekras de hemel in en wees haar wat vakjes aan die in te kleuren vielen. Ze ging aan de slag en kwam zelf op het idee om kleurschakeringen te gebruiken in haar kunstwerk. Zo maakte ze er twee achter elkaar. Helemaal gelukkig.

Schone dochter had me uitgenodigd voor een kopje koffie bij een heel leuk koffietentje aan de kanaalweg. Beetje studentikoos, veel natureltinten, twee loungehoeken, grote planten, blank houten meubels. Inmiddels had de uitspanning een parkeerplaatsje aan de zijkant gekregen en dat was een opluchting want in de oude versie moest er twee straten verderop geparkeerd worden. Ze kwam eerst met kleindochter aan en zoonlief bracht even later de kleine Njong. Hij ging door naar een etentje met zijn werk.

Er was koffie voor haar en thee voor mij, koekjes, die de kinderen niet lekker vonden en bij mijn tweede kop thee nam ik een dikke plak Perzische liefdestaart. Haha, dat was waarschijnlijk om me er aan te herinneren waarom ik dergelijke dingen niet meer at. Ik proefde alleen de bonk zoetigheid en niet de kardamom waarop ik zo gehoopt had. Niet omdat het er niet in zat, maar omdat die papillen nu eenmaal aan slijtageslag onderhevig zijn. Tussendoor aandacht verdelen onder de kleine Njong en zijn verheugde uitroepen, ieder keer als hij naar me keek:’Oma!’ En ons meisje die opgekruld in haar stoel haar mozaïeken afmaakte. Schone dochter probeerde nog wat te werken, maar het boeffie zorgde voor de afleiding. Het was een gezellig uurtje. Om vijf uur ging de tent dicht en reden we weer op huis aan na lieve knuffels en kusjes. Dag, dag…

In het Filosofiemagazine staat een artikel met Ariane van Heijningen, een socratisch coach, over haar boek en de socratische benadering van de filosofie. Dankzij het feit dat de socratische practicus Harm van de Gaag op haar pad kwam, is ze zich gaan verdiepen in het Socratisch gesprekken voeren. Ze noemt ze ‘helderdenkengesprekken’: ‘Een gesprek waarin je het een ander bewust en goedbedoeld moeilijk maakt, zodat diegene zijn eigen denken kritisch gaat onderzoeken.’

Vanuit de Socratische grondhouding dat iedereen wijsheid bezit en met bepaalde technieken en goede vragen kan je iemand er toe brengen om het eigen denken aan te scherpen. Bij hoe-vragen wordt doorgaans een aantal stappen overgeslagen, die juist belangrijk zijn voor het proces. Dat en het toepassen op het hier en nu en op een eigen situatie:’Wat betekent dat voor mij’, haalt een verdieping naar boven. Zo komt je tot antwoorden. Niet altijd even leuk om door te moeten, maar wel om tot de essentie te komen.

Het artikel omhelst veel meer, maar dit is voor nu wel even genoeg om op te kauwen. Ik vind het boeiend met name omdat er tegenwoordig soms erg slecht geluisterd wordt. Vanuit een socratische benadering kan verwondering, oordeelloosheid en oprechte nieuwsgierigheid ontstaan’. Iets om na te streven.

Het lijkt me op dit moment van snelle conclusies en ongefundeerde beweringen een uitstekende remedie. Hoeveel stappen zijn er over geslagen en wat zou het betekenen als je daar je energie in zou stoppen. Verhelderende materie

Overpeinzingen

Je stem laten horen

Een hele nieuwe ervaring. Nou nee, dat is niet waar. Een aantal jaar geleden had ik ook eens zo’n bevlieging. Even geen zin om henna te gebruiken met al de rompslomp van het inmasseren en twee uur later uitspoelen erbij, wat er normaliter voor zorgt dat de hele badkamer onder de henna zit. Snel weg te spoelen, maar toch. Nu vond ik het eigenlijk gewoon noodzakelijk, omdat henna niet meer volledig pakt op mijn grijze haren. Dus raad vragen aan een professional als je om antwoorden verlegen zit.

Bij de natuurkapper werken ze met plantenpoeders. Het is een klein fabriekje daar op de plank van de keuken. Grote potten met poeders variërend van bruin tot groen en zelfs kurkuma-geel. Er hangen prachtige brede platte kwasten boven die in een atelier ook niet zouden misstaan. De mij toegewezen kapster brouwt eigenhandig een wenselijk mengsel, waar, als ik me niet vergis, toch nog een deel henna inzit. Vakkundig wordt het haar gespoeld. Vervolgens poetst ze de kleuring met de brede kwast in de strengen haar tot aan de hoofdwortel. Dat is het stukje wat niet meer lukt als je alleen bent en minder soepel.

Ik observeer alles nauwkeurig in de spiegel en bedenk dat dat frotten eigenlijk heerlijk is. Af en toe moet je jezelf kietelen, vond men vroeger al. Het is mij-tijd en dat is heerlijk. De kapster wil een natuurlijke uitstraling van het haar. Ze laat me haar eigen haar zien. Lichtere haren tussen de donkerblonde, net als bij mij, maar op zo’n manier dat het allemaal natuurlijker en zachter wordt.

Terwijl ze bezig is hebben we fijne gesprekken. Eerst in het algemeen met de andere kapster en nog een klant erbij over de politiek en de ons opgedrongen ‘Faber-fabels‘, ongelofelijk dat ze een podium krijgt, vinden we unaniem. En die waanzinnig dure society-kapper in Den Haag heeft niets uitgehaald. Dat laatste was natuurlijk koren op de molen. Maar daarna ook veeel meer op het persoonlijke vlak en geven we beiden een klein inkijkje in het privé-leven. Het schept een band.

Het mocht een uurtje intrekken onder een mutsje van zwart katoen en een warmte lamp, een soort opengewerkte droogkap, die uit drie te richten warmtebronnen bestond. Voor de inwendige mens werd ook gezorgd. Een kleverige brownie en een heerlijke yoga-thee. In de ochtend had ik mijn schetsdagboek en mijn pennensetje in mijn tas gestopt, wetend dat dit moment er aan zat te komen. Er moest nog het een en ander ingehaald worden sinds de tweede dag van Berlijn. Dergelijke verloren uurtjes zijn op die manier goed besteed.

Natuurlijk komt er ook een zelfportret met kapje, snel gemaakt met de spiegel tegenover me. De afspraak was trouwens dat we zouden kijken hoe het resultaat was en dan pas zouden beslissen of er een dubbele kleuring moest volgen. Maar nadat ze het had uitgespoeld en geföhnd was het resultaat zeer tot ieders tevredenheid. De andere kapster gaf er ook haar fiat aan. Twee dagen niet wassen en over een maand, vlak voor Hongarije, nog een keertje met een knipbeurt. Dat laatste vind ik helemaal spannend. Nog nooit laten doen in mijn volwassen leven. De afspraak staat voor 3 april.

Bij thuiskomst lag er een pakje in de bus van de door mij bestelde kimono. Met alle zorg en liefde ingepakt en opgestuurd, dat was duidelijk. Nu met een advies erbij om het vooral niet op de hand te wassen. Wat opmerkelijk. Meestal is het andersom, maar in een handwas zou het teveel verkleuren.

8 maart ga ik met dochterlief en haar gezin meelopen in de

http://watkanikdoen.nl/actie/feminist-march-2025

Het is internationale vrouwendag en het juiste moment om te laten zien dat we in de jaren zeventig niet voor de kat zijn viool hebben gestreden. Het gaat om mensenrechten, sociale rechtvaardigheid en gendergelijkheid, om vrede en vrijheid. Iets wat dreigt teruggedraaid te worden. Het is een van de weinige dingen die ik nog kan doen om me minder machteloos te voelen tegenover al die ‘morons’, die zo luid aan het schreeuwen zijn. Je stem laten horen.

Overpeinzingen

Het zekere voor het onzekere

Wat kiest een geheugen toch wonderlijke richtingen door prioriteit te geven aan min of meer onbenulligheden en essentiele zaken te vergeten. Vorige week had de auto een lage bandenspanning aangegeven en zoonlief had er weer lucht ingepompt. Niets aan de hand tot gisteren. Ik stond op het punt om naar zuslief in Houten te gaan voor onze zussendag, die we een aantal keren per jaar proberen te houden. De auto gaf opnieuw een waarschuwing omtrent de bandenspanning. Huh? Oké. Ik had geen zin om in de avond nog te moeten bedenken hoe ik lucht in die band kreeg en besloot naar een pomp te rijden in de buurt van zus. Half Houten door gesjeesd en gevonden. Met veel vijven en zessen, bukken is geen soepele aangelegenheid meer, en met nog wat gehannes met het contactloos betalen, kreeg ik er vervolgens wel lucht in. Bij het starten van de auto nog steeds alarmerend rood. Wel verdraaid.

Uitstappen opnieuw het ritueel herhalen, maar nee hoor. Resultaat nihil. Een, twee,drie in godsnaam dan toch maar naar zus. Zoiets blijft pratten, ergens in je achterhoofd. Bij thuiskomst vertelde ik het de jongste, die mijn vermoeden onderschreef. Er was wel wat met de band. Ik belde de oudste en die gaf me de missing link, namelijk dat, wat het geheugen vol verve uit het systeem had gewerkt. ‘Heb je ‘m wel gereset, ma’. Vaag doemde de garage op en de medewerker die me ooit dat knopje had laten zien. ‘Anders blijft het lampje branden, mevrouw.’ Dat bedoel ik. Geheugen had het licht wel iets eerder kunnen laten schijnen.

Neemt niet weg dat het een topdag was. Op stap met de Zussen betekent overleg en kiezen. Spakenburg voor de laatste Blokker? Of een kleine stad. ‘s Hertogenbosch trok ook. Leiden was een mogelijkheid geweest, want vanaf het station Houten vertrok er eveneens een trein rechtstreeks. Maar we kozen voor de eerste. Treinen vanaf daar is kippie-eitje. Inchecken, nauwelijks wachttijd, aankomen en uitchecken. De jongste wilde met de gratis hop on-hop off bus, maar die liet te lang op zich wachten. Dan maar een zompige lunch in een cafe-restaurant, tikkeltje smoezelig. Het leverde in de spiegelwand wel een grappige foto op. Het was bijna carnaval en in de stad werd derhalve alles hos-bestendig gemaakt met installaties, overkappingen, enorme gifgroene kikkers en wat dies meer zij. Oeteldonk stond in de steigers. Men was er maar druk mee.

We hebben er heel wat afgewandeld, doken af en toe een winkel binnen met leuke hebbe-dingetjes of de laatste 70%-korting, maar zochten ook bijtijds een restaurantje op voor de lichte borrelhap. Er werd gepast, gewikt en gewogen. Hebben we het nodig. Niet echt, dan doen we het niet. Een giletje in de juiste kleur voor 14 euro was echt niet te versmaden voor de jongste en ik nam bij Dille en Kamille wat biologische zaden mee voor op het balkon. Klaproos, een mengsel eetbare bloemen, en lathyrus. We kuierden verder en konden eigenlijk opnieuw zonder wachten in de vertraagde trein stappen. Zuslief vond nog een heel leuk boek in de kleine-te-geef-bibliotheek bij de uitgang, met schetsen en tekeningen, een project, waarbij iedere vinder iets naar behoefte kon maken, een schets, een tekening, een aquarel, en daarna het boek weer te geef neer zou leggen.Wat een leuk idee. Het was al aan het rondgaan sinds 2016, maar zat nog lang niet vol.

Op het rond waren veel restaurants dicht. Maar bij de grootste konden we kiezen uit een deelconcept. Liflafjes op tafel en een bak sla bleek meer dan voldoende. Zo hadden we keuze uit wat garnalen, ravioli, inktvisringetjes, patat, patatas bravas en salade. Naast alle activiteiten ontstonden er tussen alle bedrijven door gesprekken over vroeger, thuis, ieder een eigen vader en een eigen moeder en over hoe om te gaan met assertief zijn. Lik op stuk of meeplooien. Iets om over door te mijmeren. Een warm afscheid. Tot gauw, tot ergens en rond half acht op huis aan. Bevend om de band, maar dat ging goed. En in mijn hoofd is buiten de herinnering nog maar plaats voor een woord. Reset-Retteketet en daarna de garage om het zekere voor het onzekere te nemen.

Overpeinzingen

Voort te gaan

Het is vandaag zussendag, de dag dat mijn drie zussen en ik er opuit trekken, soms gepland en soms ons neus achterna. Vandaag is de invulling nog blanco en de bedoeling is dit keer per trein te gaan. Een dag als een onbeschreven blad. Ben reuze benieuwd waar het ons brengt. We vertrekken vanaf het huis van zuslief, die vlak achter het spoor woont. Het enige wat ik hoop voor vandaag is dat de mist optrekt en er een heerlijk zonnetje achter vandaan komt. Om de lente in te zetten, had ik gisteren al wel een paar blauwe druiven en jonge narcissen voor op het balkon gehaald. Dat is in ieder geval al een begin. En zeker, zoals mijn zus direct onder mij aangeeft: Alles leuk met jullie erbij.’ Een vrijbrief voor een fijne dag.

Lief maakt het goed in de Hof. Hij is inmiddels begonnen met het snoeien van de eerste bomen. Op het achterland in het achterste bos had men fikkie gestookt. ‘Laat je maar veel zien,’ was mijn advies. Dat gebeurt sowieso want hij gaat om de dag per bus boodschappen doen in Szigetvar en traint zichzelf met busje heen, busje terug. Iedere ochtend wenst hij me een ‘goede morgen, lieverd’ ‘Jó reggelt, Kedvezem’. Dat klinkt inmiddels heel vertrouwd, maar voor de rest heb ik nog steeds de vertaling nodig ondanks mijn geploeter met de taal en mijn dagelijkse oefeningen.

Gisteren heb ik de grote computer op de werktafel binnenstebuiten gekeerd op zoek naar twee van mijn verhalen, die ik speciaal voor de kleinkinderen had geschreven in coronatijd. Een verhaal ging over de vakantie in Griekenland met de hele familie die derhalve niet door kon gaan en het andere verhaal ging over addertje onder het gras en virusje. Ik heb alleen nog flarden oude video’s waarin ik steeds een hoofdstuk vertelde en die ik dan opstuurde. Idioot eigenlijk dat we elkaar in die tijd nauwelijks zagen. Soms kwamen ze beneden op het gras staan om kushandjes uit te delen of de dochters kwamen op galerijbezoek met het raampje open, ik binnen in de keuken en zij buiten op het terrasstoeltje met een thermoskan koffie of de theepot en kopjes. Ze waren als de dood dat ik wat op zou lopen. Gekke gewaarwording. Opgedrongen eenzaamheid.

Met stijgende verbazing kijk ik naar de ontwikkelingen van de wereld en put zoveel mogelijk moed uit de mooie kleine vormen van hoop om me heen. Waar is het gezond verstand heen in deze schijnwereld met verwrongen ideeën.

De schrijver Philip Huff schrijft in de Groene over zijn hartstoornis en noemt het ‘Mijn stotterende stuitende hart’. Het is bijzonder om te lezen omdat ik het gevoel van binnenuit ken, het aan den lijve heb ondervonden in de week dat ik per dag een aantal keer een aanval van Angina Pectoris had en die wonderlijke pijn op de borst, afgewisseld met het geflutter, je de schijnzekerheid geeft dat je dood gaat met de bijbehorende angsten. De Stent bracht gelukkig net op tijd verlossing. Men vraagt zich bij de schrijver af hoe het is om te leven met een chronische ziekte-een onzeker hart. De onzekerheid en de angst zijn het ergst. Die houden je in hun greep, eenvoudigweg omdat het pad voor je in mist is gehuld. Bij mij was het voorbij nadat de stent geplaatst werd, maar hij moet straks zijn vijfde grote ingreep laten doen. Geen sinecure als je hart in het leven een andere maat slaat en om daar in voort te gaan.

Overpeinzingen

De lente kan beginnen

In de Verwondering staat een quote van Whitney Hanson, waarin ze zegt dat niets van ons is. Je leent Tijd, Liefde, Vreugde, als boeken in een bibliotheek. Ze gaat nog verder met die vergelijking, want we lezen de boeken en als we de laatste bladzijde ervan omslaan huil je om het einde van het verhaal, legt het boek weg en pakt een volgend boek.

Geleende tijd spreekt me wel aan. Het aantal boeken wordt op die manier natuurlijk wel de bibliotheek van de vergeelde boeken, terwijl ik hoop dat er ergens flarden zijn uitvergroot tot een stukje levenshouding, iets wat je mag vasthouden omdat het de moeite waard is. Mijn liefde voor de kinderen is een boek dat nooit uitraakt. Mijn liefde voor mijn Lief is met deze vergelijking zo’n boek dat op de plank terecht is gekomen en dat nu weer afgestoft en wel opnieuw kan bekoren.

Sommige van die levensboeken veranderen van essentie, sommige zijn niet om door te komen, anders dan met een remedie om je verder te helpen, een goed gesprek met vriendinnen of een psycholoog. Ik zal eens overpeinzen hoe die bibliotheek van mij vorm te geven. Het zwengelt in ieder geval een stroom gedachten aan.

Gisteren wilde ik wandelen, maar dochterlief en gezin waren op een verjaardag, de oudste en haar lieverds zitten in Enghien bij schoonmoeder, een van de drie belhameltjes uit Amersfoort was grieperig en oudste zoon wilde wel met de kleine Njong naar Transwijk, naar de kinderboerderij. Gezellig, maar wel even poot aan spelen want hij zou me binnen een half uur halen. Gelukkig was ik net op tijd klaar met het ochtendritueel.

Een wandelingetje naar de schapen, waarbij er een nogal bokkig reageerde, maar ja ze zijn in opperste staat van Lente, daar zou het wel eens door kunnen komen. Daarna door naar de konijnen, grote vloerkleden van Vlaamse reuzen, die languit gestrekt in het stro lagen. De cavia’s waren er natuurlijk, maar daar kon je niet goed bij en bij de dwergeiten en het ene bokje speelden ook de lentekriebels, maar daar was een verzorger bij en konden we toch het hok in. Hij hield er een oogje op.

Er was kort geleden een kleintje geboren die onder een rode lamp bij moeder melk aan het drinken was met die ontroerende onschuld van pas geboren leven. Het hoort bij de dribbelpasjes, stapperdestap, die kleinzoon en ik aan het maken zijn over de stoeptegels, het gefluit van de kanariepietjes in de volière, die af en toe uithalen met een jubelende triller en het geknor van de nieuwe biggetjes in het hok. Het hoort bij lente en vrede en vreugde en het verbaasde kijken tot er een glimlach over zijn snoetje glijdt.

Na een klein uurtje rijden we op huis aan voor zijn slapie en kan ik eindelijk aan de slag met het balkon nu de zon uitbundig is gaan schijnen en de gekozen trui in de ochtend eigenlijk iets te warm blijkt te zijn. Het buitenkleed is groen uitgeslagen en eigenlijk te onhandig, want als je het mooi wil houden moet het veel vaker schoon geboend worden en tja, als ik niet twee stoelen bij de hand hou om even op uit te rusten is schrobben en boenen nou niet bepaald iets wat me van een leien dakje afgaat. Wie niet sterk is moet slim zijn. Weg met de overtollige versiering, ik zet er wel een aantal fleurige potten neer, dat pept het geheel ook aardig op. Zoonlief roep ik soms om een emmer water en een volle gieter. Het vogelzaad en de spontane mossen en plantjes schep ik op met het blik, de stoffer is een nutteloos zacht modelletje. Ziezo, weer een vuilniszak vol en het balkon weer een stuk leger en her-gegroepeerd. De lente kan beginnen.

Overpeinzingen

Er de rijkdom aan geven

De pakjesbezorger komt aanlopen over de galerij met twee pakjes in de hand. Een voor mij en een voor zoonlief. Dat is mijn nieuwe broek en ook al was ik helemaal klaar om naar het feest van broerlief te gaan, ga ik hem eerst even passen. Heerlijke zachte stof, een draderig motief en mooi zwartwit. Combineert ook goed met mijn andere kleren. Dan toch deze maar. Een beetje dralen voor de spiegel en hop. Vooruit met de geit.

Broer krijgt een envelop, want aan liflafjes heeft hij genoeg. Zo valt er nog een beetje te kiezen. Op de kleine parkeerplaats voor hun huis staan een aantal containers, omdat er huizen worden gerenoveerd. Truus past nog precies in een plekje achter zo’n gevaarte. De deur zwaait al open en Sjors komt me vol vreugde tegemoet, een heerlijke bol wol met zijn gouden krullen.

De kamer zit vol met de lieve familie, kinderen, de grote kleinkinderen. Bijna alle broers op twee na en wij, de zussen. De jongste zal pas na haar werk aanwippen. De gesprekken vliegen over en weer. Bezigheden, een flard voetbal omdat er oude fotoboeken van de voetbalclub rond gaan, vrijwilligerswerk, kwaaltjes en liefhebberijen en broerlief die tussendoor voor de inwendige mens zorgt, waar dankbaar van gegeten wordt. Een van de broers eet alles, volgens zijn vrouw, hij doet ook aan de lijn, maar dan de andere kant op. Als je een bezig baasje bent moet de motor branden, dus dan kan er heel wat in. Handig, want alles wat er over is verdwijnt als sneeuw voor de zon. Voordeel is natuurlijk dat er geen grammetje teveel aanzit.

Tegen een uur of half zes breken we op. Het is mooi geweest. Broerlief was helemaal jarig en wij zijn allemaal bijgepraat. We kunnen er weer even tegen.

Lief is in Nagypeterd alweer geacclimatiseerd. Hij heeft de buitenhaard op het terras aan want het is er aanmerkelijk kouder dan bij ons. Nog altijd een paar graden onder nul en ijs in de voren van het veld. Dochterlief stuurde gisteren een fotootje van mijn tuin en de fluweelboom van de buurman ligt er nog steeds languit gestrekt over mijn vijver heen. Een app met de vraag of hij hem weg kan halen wordt gelukkig bevestigend beantwoord. Volgende week wil ik voort in de tuin met de wilgen, die moeten nog allemaal gesnoeid. Eens kijken hoever ik kom. Wel eerst een goede zaag aanschaffen. Op internet kom ik een Japanse lange afstandszaag tegen, een lichtgewicht want het handvat is van Japans populierenhout. Eens kijken hoe ver ik daar mee kom.

Op de verjaardag kwam ik er achter dat ik een dubbele afspraak had gemaakt. We zouden zussendag houden dinsdag maar door alle gebeurtenissen had ik verzuimd de agenda te raadplegen en nog een bezoek afgesproken. Op de blote knietjes en een mea culpa was zeer op zijn plaats. Het andere bezoek wordt een maand verschoven. Het gebeurt me niet vaak meer, maar door alle hectiek is iets dergelijks denkbaar en wel vervelend om iets af te moeten zeggen. Maar ja, we kunnen geen ijzer met handen breken.
Met zoonlief spreek ik af te gaan wandelen vanmiddag, misschien dat er nog meer mensen zijn die mee willen. Het Julianapark of het Maxima, het ligt allemaal onder handbereik. We gaan het zien en beleven.

In Mezza, een blad dat ik gratis bij de super meenam en dat goede artikelen kent, staat een bericht over het Rouwpad van Terschelling, dat is uitgestippeld door Anemoon Elzinga en Arjan Berkhuysen. Ze noemen het pad hun ‘Walk of Grief’. Een route op terschelling voor iedereen die rouwt. En dat kan over alle soorten van verlies gaan. Zij hebben het in leven geroepen na de dood van hun zestienjarige zoon. De aanhef heet: Rouwen in het ritme van de stappen. Dat delen ze met passie. Wat een prachtig initiatief. Het zijn toch altijd weer deze gevoelvolle benaderingen, die er de rijkdom aan geven.

Overpeinzingen

Er waren juweeltjes bij

Het regent pijpenstelen en toch is de glazenwasser aan de overkant bezig met het wassen van de ruiten. Water naar de zee dragen, lijkt me. Je trekt het streeploos droog en dan lacht Regen je vierkant uit door hard tegen het raam te kletteren.

De nieuwe Groene van deze week staat weer vol met juweeltjes. Een van de biografieën die bovenaan mijn lijstje stond was ‘Vleugelman’ van Gé Vaartjes, een boek over het leven van Godfried Bomans. Mijn moeder was verzot op deze man, zijn uiterlijk, zijn bedaarde manier van praten, de dingen die hij zei en zijn sprookjes. Ik ben zeker fan van zijn Erik of het kleine insectenboek. We hebben een variant erop nog eens gebruikt in een project over kleine beestjes op school.

Niet zelden toonde hij humor dat hij verpakte in zeer beschaafd ABN. Gé Vaartjes opent de biografie met de prachtige zin: ‘Bomans borduurde bonte vlinders op een lijkwade’. en verderop: Een vrijbuitende geest, gekooid door een systeem van wetten en regels, uitgedragen door zijn ouders, school en kerk’. Na het lezen ervan weet ik zeker dat het alsnog door mij besteld zal gaan worden. Voor de gekozen ‘Christiaan Huygens’, die nu op tafel ligt, valt er een kleine drempel over te gaan.

Vóór het artikel over deze biografie geeft Ilse Josepha Lazaroms in de rubriek Dichters&Denkers een inkijkje in het leven van Bell Hooks. Ook dat begint met een opening die ervoor zorgt dat je wel door moet lezen. Ze schrijft: ‘Als jong meisje was Bell Hooks getuige van een ruzie tussen haar ouders. Ze herinnert zich hoe haar vader een pistool trekt en het op haar moeder richt. Ze hoort de klik, de explosie. Ze ziet het lichaam van de vrouw vallen. Nee, het is niet haar lichaam. Het is het lichaam van de Liefde. Voor haar ogen sterft de Liefde.’ Het moge duidelijk zijn. Ook is er een essay over ‘Mijn stotterende stuiterende hart’, van Philip Huff die uit de doeken doet hoe het is om te leven met een chronische ziekte, een onzeker hart. Hiske Versprille heeft een aanstekelijk verhaal over mandarijntjes. Het is allemaal weer zeer de moeite van het lezen waard.

Natuurlijk werd ik vannacht om drie uur in dat grote te ruime bed wakker om me met Hongaarse lessen pas na twee uur weer in slaap te sussen. Dan is de volgende ochtend een genot om op je dooie akkertje elk blad, elk verhaal dat je aandacht trekt, uit te spellen. De tijd is aan mij. Er komen foto’s langs van Lief die over de beijsde grond loopt, het prille zonnetje, en de koude omgeving, onze geliefde werkplek in de keuken, het zicht op de stallen en de berken. Het gemis kruipt mee langs al die vertrouwde beelden.

Vandaag viert broer zijn verjaardag, een feest dat met regelmaat goed bezocht wordt door de meeste broers en zussen. Broer haalt zijn frituurpan tevoorschijn en tovert steevast de hele middag met snelheid zijn favorieten op borden die langs geschoven worden of op de tafels neergezet. Doorgaans valt er veel over en weer te vertellen. Ik vermoed dat hij nu 76 wordt. De vlag kan uit.

Bij Dribbel is er een tand uit, Hij laat het vol trots met wijdopen gesperde mond op de foto zien. Dochterlief stuurt een filmpje van de carnavalsopening door de leerkrachten op haar school. Het is hilarisch om te zien. Even ben ik weer terug op zo’n bewuste carnavalsmiddag in ons geliefde schooltje. Echt carnaval wilden we niet, dus hadden we in iedere groep optredens bedacht door de leerlingen, waar de andere groepen dan op bezoek konden gaan. Chaotisch maar evenzo ook heerlijk om mee te maken. De afsluitende hospartij, of was dat aan het begin van de middag, was nooit mijn ding. Verkleden was wel leuk. In de onderbouw hielden we per groep dan een modeshow met de kinderen die zich wel wilden laten zien. Carnaval is mijn lievelingsfeest niet al heb ik het met volle overtuiging geprobeerd.

De voorjaarsvakantie is voor ons begonnen en ik hoop dat we nog met deze of gene naar een kindertheater-voorstelling kunnen. Sinds ik niet meer in de klankbordgroep van Kunst Centraal zit, komt het er niet meer van. Jammer, want er waren juweeltjes bij.

Overpeinzingen

Dat gun ik haar van harte

Ruimte te over in het grote bed. Gisteren nog kilometers ver weg en nu hier met de zon op het raam, de lichte gordijnen. Een tijdvretertje gisteren en een lanterfanter vandaag. Het was al met al wel weer een ervaring. In Amersfoort zei een blikken stem op het allerlaatste nippertje dat de passagiers voor Utrecht moesten blijven zitten tot Hilversum en daar overstappen. Ik ging weer terug naar mijn plaats, maar toen ik net uitgepeld was, reed de trein naar Den Haag alsnog binnen. Drommen mensen ervoor. ‘Dan maar Hilversum’ werd het idee. Het klonk lekker dichtbij en dat was het ook. Al moest er daar wel twintig minuten gewacht worden. Het was even wennen aan de mierenhoop die Utrecht Centraal heet. Op de een of andere manier is het daar drukker dan dat enorme Bahnhof in Berlijn. De menigte is daar meer verspreid, dus oogt het minder druk.

Licht gedesoriënteerd liep ik naar de verkeerde uitgang, rechtsomkeer en een extra wandeling, maar de bus kwam net aanrijden, perfect dus. Het laatste stukje lopen, de vier trappen naar mijn vesting en eindelijk kon ik in mijn hoekje van de bank duiken én van vermoeidheid in een diepe slaap vallen. Dat was te verwachten na al die opgedane indrukken. Ik moet zeggen dat, als treinen eenmaal gaan, het heerlijk reizen is, maar de lichte ontberingen van de eerste dag galmen na. Lief appte dat hij bijna in Pecs is. Nog even en dan kan hij de Hof weer binnen stappen. Ik kijk alvast uit naar de foto’s.

Een minpuntje in Berlijn waren de vasthoudende zogenaamde straatnieuws-verkopers. Het principe juich ik toe en spijtig dat het nodig is, maar hun methoden waren een beetje gewiekst. Bij de een die zei wisselgeld te hebben en achteraf op mijn tientje met wat munten te komen, was een ander fluks achter mij gelopen en hield snel zijn bekertje op voor de munten. Het krantje dat ik in handen geduwd kreeg bleek een Koreaans vod. Te weekhartig ben ik in dat soort gevallen. Het diende wel goed als methode om dezelfde bedelaars(drie in getal)tientallen keren af te schudden op het perron waar we nog een uurtje zaten te wachten.

Er staat tegenover dat de conducteurs tot twee maal toe een chocolaatje aan hun lievelingsgasten kwamen uitdelen. Tenminste dat stond op de lekkernij. ‘Lieblingsgast’. Allerliefst dus en totaal onverwacht. Tel je zegeningen.

Nou lieve schone zoon, die zoen is er gekomen hoor. Afscheid nemen was moeilijk, maar door de hectiek van het rennen naar de juiste wagon was de romantiek van het moment in een oogwenk voorbij. Van de weeromstuit geen foto’s genomen.

Het boek ‘Ik ben een eiland‘ is de juiste literatuur op zo’n reis. Het is een verhaal met de meest onverwachte wendingen en gebeurtenissen, waardoor je zo snel mogelijk door wil lezen en terwijl de kilometers onder me vandaan vlogen, vlogen de ogen over de zinnen. Goeie genade. Af en toe even wegkijken over de vredige weilanden met grazend vee, herten en hazen om op adem te komen en dan weer door. Daarbij bleef ik me afvragen waarom de schrijfster die strijd was aangegaan en waarom ze zich soms zo klein maakt. Dat je er woorden voor nodig hebt om een en ander te verwerken, snap ik als geen ander. Misschien worden de kaarten als bij toverslag beter geschud. Dat gun ik haar van harte.

Overpeinzingen

Eerst mijn talenknobbel aanspreken

Nadat we woensdag in de Fasanenstrasse waren aangekomen besloten we nog een afzakkertje te halen. Borrelhapjes, zo leerden we al snel, kennen ze niet zo, maar we mochten in restaurant het Schildpad-schild’, vrij vertaald, wel een klein hapje bestellen. Nou vooruit Lief had nog wel een gaatje voor een schnitzel en ik nam er de extra patat bij. De vrouw die ons bediende was vrij stuurs, type ‘Niet lullen maar poetsen’, excusez le mot. Ze bleef in staccato syllaben spreken of met een ja of nee antwoorden. Geen overbodige versiering graag. Er stond jaren vijftig muziek op en aan de wand hingen oude foto’s van lang vergane glorie-sterren. Eigenlijk was het een ouderwetse bruine kroeg, compleet met de lange toog en balken aan het plafond. Alle tafeltjes waren eigenlijk gereserveerd en voor ons was slechts een half uurtje ingeruimd. Geen probleem. We waren moe van alle indrukken en wilden ook graag naar onze kamer. De patatjes waren van goud qua smaak en kleur. De Schnitzel was wel heel erg platgeslagen.

De volgende ochtend waren we bijtijds in de benen. Het ochtendritueel, de boel aan kant, alles controleren en uitchecken. De taxi was er binnen vijf minuten en met ware doodsverachting stortte de chauffeur zich op de drukte in het verkeer dat vooral bij Das Hauptbahnhof ongedurige vormen aan nam. Opstoppingen en afsluitingen zorgde voor langdurige claxon-concerten, de een nog harder en scheller dan de ander, er werden zelfs vuisten geheven voor opengedraaide raampjes en geschreeuwd. Stoïcijns stopte de chauffeur abrupt voor de achteringang en ondanks het gejeremieer nam hij ruim de tijd voor de afrekening en de bagage.

Op het station was het even zoeken. Het is een enorme Bahnhof maar met duidelijke en herkenbare structuur. Informatie over een eventuele vertraging leidde tot een ontkenning en met de heenrit nog in ons achterhoofd konden we opgelucht adem halen. Jottem, in een keer van hier naar Amersfoort. Dat is een feest op zich. Of gaat het op het laatste moment nog fout. We worden naar een ander spoor gedirigeerd, gelukkig direct naast dat van ons en dan blijken de wagons eerste klas helemaal achteraan te zijn en moeten we in snel tempo de kilometerslange trein aflopen, in de voorlaatste stap ik in en ga binnendoor nog naar mijn eigen coupe. Stoel 36 zit aan een raam met een tafeltje in het midden. Eindelijk.

Lief zwaait uit na een warme knuffel. Schone zoon appt ‘Partir c’est mourier un peu’, maar wie had gedacht dat jullie nog eens zoenend afscheid zouden nemen op een treinstation in Berlijn’. Ja romantisch. Daar zit minstens een mooi verhaal, zo niet een boek in. En het is waar. Het is helemaal waar. Wie had dat ooit gedacht. De reis verloopt voorspoedig en er is zowaar al een controle geweest. In mijn coupé zitten mensen zo oud als mijn kinderen en ze zijn, net als ik, allemaal aan het werk op een laptop. Zwijgzaamheid ten top. Het kan anders, hoor ik in de coupé naast de onze. Daar weven de kinderstemmetjes zich met het geruis en gesuis van de wielen op het ritme van kedeng kedeng.

Terugkijkend op deze dagen in Berlijn kan ik niet anders dan constateren, dat we dit soort ondernemingen vaker willen doen. Het is enerverend, dat wel, maar aan de andere kant werkt het enorm inspirerend. Er vormen zich allemaal nieuwe ideeën in het hoofd. Natuurlijk willen we nog meer zien van Berlijn, maar er zijn ook nog zoveel andere steden die we niet kennen. ‘Ben je wel eens in Praag geweest’, vraagt Lief. En stiekem weet ik dan allang waar de volgende stedentrip naar toe zal gaan. Eerst mijn talenknobbel aanspreken.

Overpeinzingen

Daar kom je toch het verst mee

De halte waar we moesten zijn was ook weer bij de zoo, maar kennelijk waren we aan de andere kant uitgestapt en moesten nog zo’n 30 minuten lopen. De omstandigheden, invallende duister, verdwenen zon, ijskoude wind en gladdigheid zorgden voor een dubbele inspanning. Toen we ook nog wat te ver doorgelopen waren en terug moesten sloeg de vermoeidheid in de benen. Terwijl we nog onze lange straat uit moesten lopen naar het hotel, vonden we gelukkig een klein Thai. We mochten bij het raam en het was er heerlijk warm en knus. Huiselijker kon niet. Daar bde alles aan vermoeidheden weg. Achteraf bleken we 9000 stappen te hebben gelopen. Een pittige opgave zonder all te veel zuurstof in de longen.

We zouden vast en zeker slapen als een blok, maar eerst het eerste deel schrijven en dan pas onder zeil. Helaas. De buur naast ons vond kennelijk de sleutels een kwelling, want daar ging hij luidruchtig mee te keer, alsof hij daar alle deuren van de gang voor nodig had. Niet erg in een vroege avond, maar het was kwart over één ‘s nachts en ik was daardoor klaarwakker. ‘Ogen dicht dan rust je ook,’ zei mijn moeder altijd. Na zuchten en draaien maar wel met de ogen dicht maar zonder resultaat besloot ik wat Hongaars door te nemen, totdat ik weer om zou vallen.

De volgende ochtend bedachten we het echt kalmer aan te doen. We hadden de werking van de U-lijn goed bestudeerd en begrepen en konden met de tomtom in de hand moeiteloos voort. Rond twaalf uur stapten we de U-baan in en om kwart over konden we uitstappen op loopafstand van het Holocaust monument. Indrukwekkende omstandigheden zetten de beleving extra op scherp. Het was koud, het was glad op de paadjes tussen de stenen, maar het was vooral de hele sfeer die de beleving zo intens maakte. IJstranen aan de grote grijze blokken gingen met mijn verbeelding op de loop.

Even daarvoor hadden we het stuk besneeuwde muur gezien met een aangrijpende beeldengroep op de kop, helaas achter tralies maar daardoor wel overdekt met maagdelijke sneeuw. Unter den Linden, Brandenburger Tor, het monument, de Reichstag met het aangrenzende enorme park ‘De Tiergarten’ met zijn monumenten voor de Roma en de Sinti, de Homosexuelen en de gevallenen van de muur, die tevergeefs van Oost naar West wilden vluchten, zorgde voor bezinning en overpeinzingen. De zon maakte dat alles met een diepe laag herdenking in kracht werd gegoten. Historische grond onder de voeten geeft toch een extra dimensie aan het geheel. Hier heeft de tijd geschiedenis geschreven, iets waar de mensheid eigenlijk lering uit had moeten trekken. De teleurstelling ten top van dit moment.

Vlak achter de Brandenburger Tor zat een Italiaans restaurant en het zag er aantrekkelijk, want een tikkeltje studentikoos, uit. Het zou niet gek zijn om hier een vorkje te prikken. Casa di Mama deed haar naam eer aan. De koks uit de keuken hadden goed naar hun moeders geluisterd. Voortreffelijke pastagerechten, vers gemaakt met de juiste basis van Olijfolie, knoflook, peper en zout, afgetopt met wat er aan keuzemogelijkheden waren en de meest heerlijke pizza.s, af te lezen aan het smulgehalte waar de meeste mensen deze heerlijkheden verorberden. Gemoedelijk gepraat, lachsalvo’s en zeer vriendelijk maar ook bedrijvig personeel. Achter de drankenbar stond een jongen met de meest mooie opgekrulde snor ooit en een oorring in zijn linkeroor. Schitterende bruine ogen, als kool. Ik maakte hem een compliment over zijn snor en hij vond mij een honorable person. Een van die piepkleine blije momenten.

Via de Potsdamer Platz zochten we de U-baan op en zo gingen we opnieuw op hotel aan. Met een kleine vergissing in de haltes, maar ook met nuchter wikken en wegen. Daar kom je toch het verst mee.

Overpeinzingen

Dit komen en gaan

Gisteren kwamen we om acht uur aan op ‘Der Hauptbahnhof’ en om twee over reed een taxichauffeur van weinig woorden ons richting de Fasanenstrasse en zette ons midden op straat af voor het hotel. Klasse. Vriendelijke jonge gerant, supermarkt om de hoek en de avond kon beginnen. Maar echt niet voor al te lang. De moeheid sloeg tot in de kleinste vezels toe. Ruim tien uur onderweg geweest was zelfs het vege lijf teveel van het goede. Rond een uur of tien zakten de oogjes onder zeil.

Als een roosje en verkwikt werden we wakker. Dat was wonderlijk voor een eerste nacht in een vreemd bed. Het was de stilte, wisten we allebei. Dit hotel muntte uit in zwijgende muren, geen geluiden van de straat of van de buren, maar een rijk aan geluidloosheid.

Het programma voor deze dag was al gauw gemaakt. Eerst de dierentuin, die op loopafstand was en daarna museum-insel, waar vijf musea op een eiland in de Spree om de aandacht streden. De wandeling naar de Zoo, de oudste in Duitsland, was goed te doen. Het was eigenlijk heel bijzonder. En omdat er sneeuw lag en omdat we dieren zagen, die we nog niet vaak van dichtbij hadden meegemaakt. De tweelingpanda bijvoorbeeld, de neushoorn in vol ornaat, mannetje en vrouwtje, de tapir al neuzend naar voedsel, de grote roofvogels, havik of adelaar, en een giersoort. Natuurlijk zagen we nog veel meer, de nachtdieren, de katachtigen, de apen, waarbij we vooral de bonobo’s er nogal aangedaan uit vonden zien. We zijn altijd aan het zoeken naar aanvaarding omwille van het leerzaam vermogen en de leefbaarheid van deze prachtige leefbare wezens. Dat maakt dierentuinen dubbel. Maar wat een ontzag voelde ik voor de twee oerwezens, mijnheer en mevrouw neushoorn, met hun geschubde vellen. Imposant. Na een twijfelachtige Italiaanse brunch met uitzicht op de bloeiende kornoelje struiken was het tijd voor de volgende ontdekking. Met de metro of de stadslijn lukte niet een twee drie en na wat vijven en zessen en snerpende kou besloot Lief als eerste de verleidelijke taxi’s maar te nemen. Wat een zaligheid voor dat moment.

Bij het eiland waren de wegen afgesloten, dus hij zette ons vrij aan het begin af maar dat was helemaal prima want daar konden we ons vergapen aan de grootheden der aarde. Wat een gebouwen, wat een beelden en wat een weelde. Zoveel architectuur en schoonheid om ons heen. We liepen het ‘Alte National Galerie’ in met beelden uit de oudheid en Rodin en doeken met voornamelijk 19e eeuwse schilderkunst. Oh, alleen het gebouw al was de moeite meer dan waard. Korte rijen om binnen te komen en daarna een wereld van ongekend genot, veel mensen in alle soorten en maten, kunst te over, en banken in overvloed. Dat laatste was meer dan welkom. En om de kunst te bewonderen en om de mensen te observeren en tegelijk uit te rusten of wat belangrijker was, op adem te komen. Scholen die een rondleiding kregen van een jubelende vakdocent. Teeners nog die gniffelend soms wegdoken bij te veel bloot of te langdraderige verhalen. Een nerdie die er als de kippen bij was om met de leerkracht in conclaaf te gaan en zaalwachten die het stel met argusogen op de hielen benaderden.

Mijn grote voorkeur had Max Liebermann en zijn werk, maar de doeken van Manet, Degas, Monet en ook de mindere Goden als Couture, Courbet en Fritz von Uhde vielen op.

Rond vijf uur tolden onze hoofden. We besloten dat genoeg genoeg was en wandelden de rest van de Insel af, on oh’s en ah’s vervallend, om de grandeur die dit Berlijn ten toon spreidde. De dalende zon maakte het spectaculair mooier. Nog even hoofdbrekens over hoe thuis te komen, maar we snapten hoe de Stadsbaan werkte, door een vriendelijke meneer in weer zo’n hokje uitgelegd en vergaapten ons ondertussen aan de grootte van het station. Een wereld op zich, dit komen en gaan.

Overpeinzingen

En zo is dat

Ritje naar De Grijze stad. De naam doet wat somber aan maar het is een interessante mix van historische, culturele en geografische factoren die de stad vorm gaven. Berlijn dankt die bijnaam met name aan de historische achtergrond en de grijze combinatie van strijd en veerkracht die ze heeft getoond.

Het had even wat voeten in de aarde eer we op de juiste golflengte zaten met de NS-medewerkster aan wie we moesten vragen wat nu te doen, want onze treinen waren tot dan toe gecanceld. Ze mopperde wat en sputterde nog even dat we een paar uur later zouden zijn, maar kwam toch met een betere oplossing. Een trein naar Amersfoort en vandaar rechtstreeks naar Berlijn. Voor het gemak had ze niet naar de klasse gekeken dus nu hebben we twee stoelen tweede klas, in plaats van de betaalde eerste. In Amersfoort maar weer zo’n hokje opgezocht, met een goedlachse dame en meneer. Zij dachten met ons mee en vroegen ons straks aan de conducteur te melden hoe een en ander in elkaar stak. We moesten wel even anderhalf uur overbruggen. Maar ach, wat is tijd op de eeuwigheid.

Nu zitten we in een verwarmde Hopperiaanse wachtruimte en er is ruimte te over om alvast een stukje te schrijven. Straks in de trein komt er een vervolg. Het werkt minder makkelijk zonder tafeltje, maar dat mag de pet niet kreuken.

—————————————

De trein was wederom gecanceld, We konden wel naar Hengelo en daarna moesten we de trein pakken naar Osnabrück. Wachttijden tussendoor van een half uur tot een uur. Daar eindelijk de trein naar Berlijn. We zijn eerste klas gaan zitten, want daar hadden we voor betaald maar natuurlijk weten we niet of de stoel gereserveerd is ja of nee. Dat merken we wel als er een conducteur langs komt. Er zijn meer mensen die hun zinnen op Berlijn hebben gezet. Alle coupé’s zijn stampvol liggende, hangende en zittende mensen, al dan niet aan het slapen of werken.

Het was dus wel een reis met hindernissen en het schijnt op dit traject vaker voor te komen. Voor een volgende keer incalculeren dus. Nu hopen we dat het hotel ook een restaurantgedeelte heeft, want hier en daar knaagt er honger, ondanks de koek en zopie voor onderweg. Geduld is een schone zaak. In Osnabrück zochten we een klein koffietentje annex wachtruimte op en zodra je de deur open deed stapte je vijftig jaar terug in de tijd. Een rookkamer rechts en een bar annex kiosk links en drie mannen, twee op barkrukken aan het barretje en een bibberende oude man aan een tafeltje, een tikje morsig, met een of andere spierafwijking die de oorzaak leek te zijn van ongecontroleerde bibberaties.

Het voordeel van vandaag was dat de zon de hele reis uitbundig heeft geschenen én we bleven in beweging. Bovendien hadden we volgens onze schone zoon weer een dot aan nieuwe ervaringen opgedaan. En zo is dat.

Overpeinzingen

Om te koesteren

Ineens vond ik mezelf terwijl ik het ietwat stoffige boekenkastje naast het bed aan het opruimen was. Stapeltje Zin tijdschriften, stapeltje Groene Amsterdammers, twee boeken met brieven van van Gogh, de biografie van Vasalis, een aantal Ateliers en de tao van Poeh, de dichtbundels van Menno Wigman en Henny Vrienten, om zo hier en daar eens door te kijken. Een mens verzamelt wat bij elkaar in korte tijd.

Ondertussen laat dochterlief de tips van hun Berlijnse visite en van haarzelf binnenstromen via de App. Van zoonlief krijg ik toch een iets grotere rugzak te leen en een powerbank. Of er in de trein mogelijkheden zijn om op te laden weet ik echt niet. Regeren is vooruitzien en zo zijn we zelfvoorzienend. Hoe laat we ongeveer aankomen wil het hotel weten. Ik schat in om een uur of vijf. Met al deze voorbereidingen sluipen er toch wat kriebels binnen, deels voor het grote onbekende en deels door het afscheid. De zon schijnt bemoedigend en sust het een en ander. ‘Alles sal reg kom.’

In een oude Zin vraagt Stef Bos zich af waarom we niet ruim baan maken voor mensen met passie in plaats van voor mensen met overtuigingen, denk aan politici, ze krijgen te veel ruimte en te veel aandacht. Ze schreeuwen ook het hardst. Richt je oren op het bescheiden gefluister om je heen. De waarom vraag van een kind, een leerkracht die haar pupillen op waarde schat, een bewonderaar van korstmossen, de vogelkenner in je buurt, de oude man die leunend op zijn schoffeltje de tuin bezingt. Hoor hoe de liefde waarmee ze aan het vertellen slaan rechtstreeks binnen komt. Ik denk dat we juist naar die passie, dat vuur verlangen en er over willen lezen en schrijven. Alles wat diep van binnen verguld is van dat wat we bewonderen is zó de moeite waard. Stef schrijft boven aan de column ‘Het sluimerende pessimisme heeft een tegengif nodig’,’ en zo voelt het ook. Laten we social media vullen met de kleine mooie dingen om ons heen, iets om massaal te delen.

Een mooie manier om schoonheid te omarmen zijn de programma’s van Close-up. De laatste aflevering die ik in de herhaling zag, was het leven en werk van kunstenaar He Duoling. Je ziet hem als hij bezig is om de boom of een struik in zijn tuin te tekenen, de zoveelste versie ervan. Een van zijn frèle vrouwfiguren staat er tegenover en kijkt peinzend en beschouwend omhoog. Het kan niet anders of onmiddellijk slaat het brein aan het fantaseren over wat ze daar ontwaart, gedachten vullen zich met haar vermeende gedachten. He Duoling schildert niet, hij danst over zijn doek. Zijn brede kwast beroert het canvas bijna lichtvoetig, helemaal als hij zijn waaierpenseel pakt om de laatste lichte toetsen te zetten.

De sfeer op het doek is mystiek en feeëriek, zijn vrouwen haast doorschijnend. Hij laat grote delen wit, iets wat hier in het Westen nauwelijks te doen gebruikelijk is. Het principe van het weglaten van de overbodige hoeveelheid, de franje, de wolligheid waarmee de kracht ontnomen wordt aan het beeld of het verhaal. Zijn manier van inleven, het verplaatsen in de schoonheid van de boom of van een bloem vertelt me veel van de bezinning waarmee hij in het leven staat. Bewust beleven. Om te koesteren.

Overpeinzingen

Elke dag een Valentijn

De schoenlapper had zijn beste beentje voorgezet en de kloffies zo lang als mogelijk op het oprek-apparaat laten zitten. Pas toen we ze kwamen halen, gingen ze eraf. Lief had een schoenmakerij al tijden niet meer van binnen gezien en was verrukt van de nauwelijks veranderde hulpmiddelen. Dat was ik van de vriendelijkheid van deze jonge gestaag doorwerkende schoenmaker. We wensten elkaar een hele fijne dag toe.

Met verbazing hadden we op de heenweg al de drommen pubers voor de patatzaak gezien, maar nu zette de eigenaar zelfs dranghekken neer om het allemaal in goede banen te leiden, want het aantal groeide en groeide. Luid kwakend stonden ze op hun puntzakken patat te wachten. Zou dat elke vrijdag vaste prik zijn?

In mijn puberteit werkte ik bij een automatiek aan het Willem Van Noortplein. Ik was 15 en opstandig. We kregen geen geld, dus ik probeerde zo een zakcentje bij te verdienen. Elke zaterdag de hele dag en doordeweeks na school tot een uur of acht. De oude eigenaar zat op zijn centen, vonden wij. Hij had ook een slagerij aan de automatiek vast en daarnaast nog een drogisterij. De zolder die doorliep boven de winkels was spannend, deels drogisterij-magazijn en deels opslag voor automatiek en slager. Vrienden kwamen langs op woensdagmiddag of op zaterdag en die kregen van mij gratis patat met heel veel mayonaise. Dat mocht niet. Een ons afwegen en de trekker boven de emmer mayo een keer uittrekken was voldoende, naar de mening van de oude. Dus het was met regelmaat lekker druk, maar of er veel geld in het laatje kwam, waag ik te betwijfelen. Aan de andere kant liet hij ons de eerste weken eten wat we wilden, totdat we verzadigd van de vettigheid nauwelijks nog een patatje namen. Slim bedacht.

We moesten de slagerij aan het eind van de dag eveneens schoon maken. Dan begonnen we vrij vroeg in de middag al met spiritus. Daar kon de beste man niet tegen en ging alvast op huis aan, terwijl Jan met de klompen de slagerij alleen verder runde. Op dat soort dagen was het feest in de tent.

Lief en ik besloten te gaan wandelen in het Verdronken Bos. Het zat mee, want toen we uitstapten, was er aan de ene kant een dreigende blauwgrijze donkere lucht en aan de andere kant scheen de zon. Die zon straalde precies boven de vlonder en het spiegelende water, streek de rietpluimen tot goud en zorgde voor prachtige contrasten. Dit was de schoonheid waaruit nog altijd hoop te putten viel. ‘Hoop is waar we naar moeten zoeken,’ vond lief. ‘Laat het geloof maar zitten. Ik geloof in de hoop.’ Het was een van die subtiele zinspelingen waarmee hij altijd weer mijn hart wist te beroeren. Oude zielen zijn grote wijzen.

We stonden met regelmaat stil op die vlonder en ademden de sfeer van de imperfectie, die zo ten grondslag lag aan de schoonheid ervan. De afgekloven geknapte boomstammen spiegelend in het water, bemost en met schimmels. Twee voor de prijs van een, omgetoverd tot een scala van kleuren in die late zonne-noen. Noen is in de Egyptische mythologie tevens de aanduiding voor het Oerwater en nu, hier ter plekke, viel alles wonderbaarlijk samen. Een verstilde wandeling door de schoonheid.

We besloten een hapje te eten met uitzicht op het achterland van dit gebied, het juiste slotaccoord voor een heerlijke middag. Lief trakteerde, omdat tot nu toe elke dag een Valentijn bleek te zijn.

Overpeinzingen

Het summum van leuk

Lief vraagt zich af of zijn dikke parka wel in de koffer past. Maar hij heeft in Hongarije al het nodige aan kleding, dus ik denk dat het niet zo’n probleem is. Nodig is het wel want het is er nog altijd enkele graden onder nul. Pas aan het eind van de maand lopen de temperaturen weer op. Berlijn belooft zelfs nog kouder te worden en hier krijgen we daar een slap aftreksel van. Buienradar blijft handig, ook al zijn we op alles voorbereid. Laagjes, laagjes is het toverwoord.

Gisteren kwam er een boodschap van nicht langs over het wel en wee van de familie. Ze liet via haar zoon vragen of we allemaal nog gezond waren. Deze lieve krasse tante(nicht)is al 97 jaar. Ze ziet er erg broos uit, maar dat is op zo’n leeftijd niet verwonderlijk natuurlijk.

Nesjomme was er nog niet in de thuisbios, jammer, jammer en bij de filmhuizen vonden we ook niet direct een film die ons nog aansprak. Maar de zon schijnt dus ligt er een wandelingetje in het verschiet, dat is ook voldoende. Wel eerst mijn kloffies ophalen, die naar ik hoop, nergens meer pijnpunten opleveren. We keken gisteren de film Nr 24, ook een film over de oorlog, maar in dit geval over de Noorse verzetsheld Gunnar Sønsteby, die de bezetting door de Duitsers niet kon verkroppen en in het verzet ging. Prachtige beelden streelden ons oog. Die heerlijke Noorse natuur. Het was een mooie vervanging. Nesjomme zal later alsnog te verkrijgen zijn. Wat in het vat zit, verzuurt niet.

‘Nabijheid heelt onze ziel’ schrijft Annemiek Schrijver in haar column. Ze haalt twee Poolse mannen aan die een ruit komen zetten en aan haar vragen of ze er bezwaar tegen heeft als ze samen in het Pools communiceren. Ze is onder de indruk van hun beleefdheid en de mannen op hun beurt weer van haar vriendelijkheid. In de bus heeft ze ook contact met deze en gene. Een gewezen kerstboom ligt op haar pad en de achteloosheid van het wegsmijten raakt haar. Over nabijheid zegt ze: Terwijl de lente nog moet komen, liggen de vruchten al voor het oprapen, tenminste als je er oog voor en lol in hebt.

Ik stel Lief voor in plaats van de film naar Het verdronken land te gaan. Een vorm van nabijheid die je wel eerst even op moet zoeken. Het is voor mijn huidige stemming de entourage die zal koesteren en wiegen. De komende fijne dagen, maar ook het naderende afscheid zorgen voor een omslag. Het is niet erg, want alles wat er daarna komt zal ook fijn zijn om te ondervinden en beleven. Voor beiden op een andere plek, maar het wonderlijke is dat de nabijheid van de Hof in mijn hart zit en omgekeerd geldt dat voor Lief even zeer.

Als ik hier door de natuur loop, loop ik altijd ook daar, zie de kleine prunussen in hun onschuldige kringetje op hun dunne kousebenen(Vasalis) hun lentekleed uitrollen, de rode Acer, de twee ritselende berken. Ik zal Lief manen om de klaprozenzaden uit te strooien en zelf neem ik alles aan zaad mee naar de tuin, waar gesnoeid moet worden en gezaaid. Immers, wie zaait zal oogsten. Hier en daar, beiden nabijheid. Het heeft met afstand niets te maken. Hé, dat zingt Bløf ook in het nummer Omarm me. ‘Hoe ver je gaat heeft met afstand niets te maken. Hoogstens met de tijd…’

Precies en die tijd beidt. Onze tijd komt straks weer. Er zijn heerlijke reizen en ontmoetingen in het vooruitzicht. Mijn lieve Tweelingnicht appte dat zij en haar man graag langs willen komen eind augustus om ons te bezoeken en om er twee weken te gaan fietsen. Fantastisch. Het logeerbed staat klaar. Én er valt een feest te vieren, want we zijn dan alle twee jarig, het summum van leuk.

Overpeinzingen

Dit graantje pikken we graag nog mee

Wat te doen met drie of vier dagen Harira in het vooruitzicht. Dan breng je er natuurlijk een creatieve variatie in aan zodat het niet een tegen heug en meug nuttigen wordt. Omdat het bijna zo dik was als een mooie saus kwam ik met spinazie lasagnebladen en een rulle vega gehakt met ui heel ver. Parmezaan erover, mozzarella en ziedaar. Een heerlijk hapje dat niets meer weg had van zijn oudste broer. Uit de losse pols en het creatieve brein.

Er zijn wat problemen met het verschijnen van mijn site op de reader van WordPress. Ik heb alles goed bekeken maar kom er nog niet uit waar het fout gaat. Kalmte zal U redden en geduld nog veel meer.

Gisteren ben ik voor het eerst sinds heel lang weer bij een schoenmaker naar binnen gestapt. Wat een mooi en nobel beroep is dat toch. Mijn kloffies knelden na een jaar inlopen nog steeds bij mijn kleine teentjes en aangezien we er in Berlijn vermoedelijk een wandelmarathon van maken, is een beetje ruimte in de schoen aanzienlijk prettiger. Vrijdag klaar à raison de 9 euro. Die paar centen hadden me al heel wat leed kunnen besparen, maar nu zal het helemaal een deugd zijn. Lijden stut die dankbaarheid.

Zoonlief belde en hij kwam even aanwippen om Lief gedag te zeggen, nu hij straks weer een paar maanden hier niet is. Met de kleine njong natuurlijk, die zich, zoals altijd opperbest vermaakte met de autootjes in het rieten mandje en met zijn pluchen bal. Tweebenig vooralsnog, maar dat kan ook niet anders met zo’n voetbalvader. De buurman stak zijn hoofd nog even om de voordeur toen hij ons op de galerij afscheid hoorde nemen en verbolgen maakte hij gewag van het feit dat er gisterenavond iemand op zijn invalideplek had geparkeerd. Ik moest gelijk denken aan die straat in de Schildersbuurt in Den Haag, waar maar liefst 48 invalideplaatsen zijn vergeven. Lief en ik hadden al tegen elkaar gezegd dat er een zeer meelevende ambtenaar in den Haag aan het werk was, want zouden er echt 48 invaliden in een straat wonen? Ik vermoed dat, als je zielig genoeg kan doen, het al bijna in de pocket is. Of ben ik nu te slecht van vertrouwen. Vervelend was het wel voor de buurman, want op zijn klacht kwam de politie niet in actie. Ten einde raad heeft hij toen maar het kenteken door gegeven.

In de laatste biografie-club bespraken we filmtips. Een van die tips was de documentaire ‘Nesjomme’ een film van Sandra Beerends, een aanrader volgens drie van de vijf dames. Ik had hem nog niet langs zien komen, maar achteraf gezien stond hij al wel met een aankondiging in de groene Amsterdammer van 30 januari op de achterflap. Altijd alles helemaal lezen dus, tot de achterkant aan toe. Leerpuntje. Hij draait morgen om kwart over twaalf nog in de Slachtstraat. Dat is iets of wat te vroeg voor mooi, maar tot mijn grote vreugde zag ik ook dat ik de film in de thuisbioscoop kan huren. Gaan we doen. Stukken eenvoudiger.

Het is een film die een fictief persoon in brieven aan haar broer Max in Indië vertelt over haar leven, haar misjpooche en haar stad Amsterdam aan de hand van talloze zwart/witte archieffilms vanaf 1918. Nesjomme is Jiddisch voor Ziel, Gevoel, betrokkenheid. Wat ik op de trailer heb gezien is al indrukwekkend. Dit graantje pikken we graag nog mee.

Overpeinzingen

Het één ontlokt het ander

Berlijn komt dichterbij. We speuren wat rond op internet om te kijken wat we niet moeten missen. We bestuderen de beroemde gebouwen maar ook de mindere Goden, niet zelden kleine juweeltjes, zoals de Art4 Berlin galerie of de Arminius Markthalle. Beetje los van de geijkte bezienswaardigheden zou leuk zijn. Vooralsnog geeft de buienradar twee dagen volop zon en een dag half bewolkt. Donderdag nemen we afscheid van elkaar en reist Lief met de nachttrein naar Budapest en ik terug naar hier. Dat zal wennen zijn. Twee weken later wordt goede ‘ouwe’ witte Truus ingewisseld voor zwarte Agaath. We zijn benieuwd. Dan nog een maand voor de kinderen en de te lezen boeken en dan mag ik opnieuw en route.

Naar de treinreis ben ik ook benieuwd. In de jaren zeventig gingen we regelmatig met de NBBS op vakantie, studenten-treinreizen door heel Europa en verbleven onder de meest primitieve omstandigheden in het buitenland. Nu reizen we eersteklas en hebben een hotel op de Kurfürsterdamm. Vermaken doen we ons sowieso allebei, waar en hoe de omstandigheden ook zijn. Dat is wel fijn om van elkaar te weten. Op die manier wordt elk uitje een feestje.

Er is een hoogwerker bezig in de straat. Hij is iets aan het doen op het dak. Wat precies is niet duidelijk en nu komt hij onze richting uit. Wat staat ons te wachten. Aan het begin van de straat stopt een politieauto met een auto erachter en ze stappen op de bestuurder af. Ongewone ontwikkelingen op een groezelige doordeweekse dag. De agenten zijn lang in gesprek, de andere auto blijkt een invalidekarretje te zijn, zo’n koekblikje, die niet op de rijweg mag. Daar zal het dan wel om draaien. Zo vult het verhaal zich vanzelf in.

Lief gaat vanmiddag naar zijn vriend en ik wil nog eens kijken bij een kringloop of ik er een iets grotere rugtas op de kop kan tikken. Ik wil geen overtollige ballast in de trein, dus zeker geen koffer. Het hoeft ook niet, want we zijn maar vier dagen onderweg.

Gisteren had ik opnieuw het hoofd in de henna. De souplesse van de handeling is een beetje aan het wegebben, merk ik, want bij het föhnen piepte er nog steeds grijs doorheen. Een afspraak met de natuurkapper was gauw gemaakt. Ik legde het probleem voor en ze kwam onmiddellijk met een oplossing. Over twee weken ga ik voor een dubbele plantenkleuring. Het mag wat kosten. Daarna zal de tijd moeten uitmaken of het resultaat beter is.

De zussen gaan het weekend op pad. Ik zou eerst meegaan, maar dan ook weer vroeg terug willen, om uitgerust te zijn voor de lange reis maandag. ‘Verstandig zijn en nee zeggen’, bedacht ik met pijn in het hart. Dat dan weer wel. Het is altijd gezellig om met ons vieren op stap te gaan. Wijsheid boven de wens. Een leerpuntje blijft het.

Straks ga ik de docu bekijken over de Chinese kunstenaar He Duoling, die leeft en werkt in de stad Chengdu en prachtige schilderijen maakt in sfeervolle grijstinten. Een doorschijnende indruk maken ze. Hij vindt inspiratie in de filosofische stroming van het Taoïsme. Het leert ons dat elke activiteit een vorm van meditatie is als het gedaan wordt met de juiste intentie. Lief is van nature een Taoïst en ik kan uit ervaring zeggen dat dat zeer heilzaam kan werken naast de frivole onrust die regelmatig mij ten deel valt, maar waar ik ook een bron van inspiratie in kan vinden. Het één ontlokt het ander.

Overpeinzingen

Lanterfanten is rijkdom

Vannacht werd ik wakker met één zin in mijn hoofd. ‘De machtsmannetjes zijn aan bod en ze zijn alleszins van plan om de wereld te verbouwen.’ Daarna kwamen Elly en Rikkert en hun Maarten langs met het lied over de dikke pad Plutonius op zijn paddestoel en ik wenste dat we het als een naargeestig sprookje mochten beschouwen of een met goede afloop omdat Plutonius Maarten nog doorverwijst naar Merlijn. Zo gaan hersenschimmen te werk als het bijna volle maan is. Gelukkig viel ik na half acht opnieuw in slaap en dat zorgde voor een gat in de dag.

Gisteren bedacht ik een dagje ‘Dwars door de koelkast’ en heb de groentela leeggemaakt. Goed voor tomaatjes, verdroogde champignons, een aangedane te oude courgette en wortelrasp. Samen met de uien en knoflook, de koriander en de Ras el Hanout, twee bouillonblokjes, kleine krieltjes in de schil en tomatenfrito, goed voor een grote pan soep met een Midden-Oosten tintje. Kwark als topping en brood en klaar was het weer.

Zo sprokkelde ik enkele werkzame uren bij elkaar, want de anderen bracht ik lanterfantend door op de bank, misschien toch wat aangedaan door de emoties van gisteren of niet helemaal fit. Kou werkt daar zeker aan mee. Een ijzige wind, maakt alles ijzig, zelfs je dromen. Gelukkig is er een herhaling van Close-Up, een docu over het leven van Steve McCurry de fotograaf van de beroemde foto van het Afghaanse meisje met de prachtige groene ogen. Het verhaalt van zijn tochten, de drang om vast te leggen en hoe hij de oorlogsfotografie ingerold is. Zijn manier van foto’s maken is daarnaast die van het gewone leven, maar de onderwerpen worden zo mooi uitgelicht, dat het weer bijzonder wordt. Een vrouw uit de Dominicaanse Republiek, die met haar tandenloze bekkie onderuitgezakt op een stoel zit met een been achteloos op een autobumper wordt ineens bijzonder. Hij is de tegenhang van al het onheil in de wereld. Hij is gedreven en heeft een grote liefde voor de veelkleurigheid en gevoel voor de schoonheid van de mens. Hij maakte tochten door India, Afghanistan, Mongolië en de Dominicaanse republiek

Ik kijk ook nog een deel van de docu over Marion Bloem terug, de schrijfster, dichter en schilder van ‘Een gewoon Indisch Meisje’ en weduwe van Ivan Wolffers die in 1922 overleed. Als ze vertelt over hoe ze haar man schildert, iets wat vanaf het begin lukte zonder poseren, omdat hij volledig in haar leeft en is, spreekt ze over die vrijheid, die dat oplevert, omdat je zonder te denken bezig kan zijn. Niet met je hoofd, maar volledig met je hart en je handen.

Dat was een van de belangrijkste vormen van een manier van leven die we de kinderen op school ook wilden leren. Werken met hoofd, hart en handen in de juiste balans. Net zo goed gevoel en handelen van daaruit toelaten, omdat dat even bepalend kan zijn als denken erover. Ze bloeiden op bij de mogelijkheden om daarmee aan de slag te gaan. Experiment, helemaal los gaan met vorm en kleur, geen regels daarover, maar doen. Regelrecht, vanuit het hart. Het maakt niet uit of iemand dat mooi vindt, ja of nee. Als het jou raakt is het goed. Die weg was ik een beetje kwijt. Straks in mijn atelier ga ik de draad weer oppakken.

Heerlijke docu en de moeite waard om terug te zien en tegelijk de prachtige herinneringen omarmen. Tegelijk een mooie tegenhang voor die Machtsmannetjes. Lanterfanten is rijkdom.

Overpeinzingen

Om zoiets moois vaker te doen

Gisterenmorgen onder het schrijven klopte zoonlief op de slaapkamerdeur. ‘Mam, kan je me om kwart voor twaalf wegbrengen naar S, ik mag zijn auto twee maanden lenen want hij gaat naar Amerika’. Ik moest er even over nadenken want rond twee uur had ik afgesproken met mijn schatjes en het betekende dat ik de ochtendrituelen versneld moest afhandelen, iets waar ik niet heel erg van hou. Even later kwam hij terug voor het antwoord. Ik had allang over mijn hart gestreken en me voorbereid op iets sneller schrijven, douchen enzovoort. ‘Wat lief dat je hem brengt’, zei mijn Lief.

Om kwart voor twaalf stond ik in mijn oude daagse kloffie klaar en konden we vertrekken. Ik zou me later omkleden, had ik bedacht. We reden naar Utrecht, daarna richting Hilversum. ‘Waar woont die jongen dan tegenwoordig,’ vroeg ik aan hem. ‘Hij is op een golfparcour’. Van onze lieve vriend kon je alles verwachten. Via Baarn reden we ineens naar de Lage Vuursche en hij liet me een weggetje inslaan waar het wemelde van de wandelaars en fietsers. Bij een groot parkeerterrein met een enorme hoeveelheid auto’s middenin het bos merkte ik op dat er wel een festival of iets dergelijks zou zijn. Zoveel mensen op de been. Het golfparcours lag vast ergens achter de bossen aan de meest linker kant. We reden stapvoets. ‘Stop hier maar even’, sommeerde hij ‘dan parkeer ik de auto.’ Maar uitstappen was nog niet bij me opgekomen, want ik wilde boodschappen gaan doen en dan als een haas naar huis om op tijd te zijn voor de kinderen. Ik stopte en keek om me heen en ineens ontwaarde ik het gezicht van dochterlief door het rechter raampje. ‘Huh’.

Totaal in de bonen stapte ik uit en daar kwam de rest van de kinderschaar aangelopen op een zoon na. Het was alsof ik twee scenario’s ineen zag schuiven en het duurde even eer ik begreep dat ‘S’ niet meer in de plannen voor zou komen. Hoe is het mogelijk. ‘Help mijn kloffie en help mijn haar’ en meer van dergelijke opmerkingen. Ze moesten er hartelijk om lachen. Lief had ook al in het complot gezeten. De verrassing, lunchen met elkaar en een fijne wandeling, maar bovenal de tijd om kalm te kunnen babbelen, iets wat doorgaans met de gezinnen er omheen niet goed mogelijk was. Gelukkig ging bij het restaurant de zaal beneden open en hadden we een fijne plek om te lunchen. Wat een mooie omgeving en wat een leuke tent.

We hebben heerlijk geluncht in de wat rumoerige ruimte. Toen ik met de vragen op de proppen kwam die die ochtend over moeders en kinderen door mijn gedachten hadden gespookt, mijmerden we over vroeger. De rommel viel reuze mee, de aanpak als er visite kwam, was precies als de mijne bij twee van hen en bij een dochterlief in het geheel niet. Daar was het altijd zo dat elke visite er kon binnenvallen. Vroeger hadden ze het niet als chaos ervaren. Daarna stipten we het gesprek met mijn oudste broer aan en dat mijn Opa schrijnwerker was en een goeie ook. Nu bleek dat dochter-en-zoonlief dat ook hadden willen doen. Wat gaaf. Het bloed kruipt dan kennelijk toch waar het niet gaan kan. Zo kabbelde het voort, lief en leed en vragen. De inhoud van zo’n gesprek is waardevol en waarschijnlijk doen we dat als mensheid misschien wel te weinig. Het was mooi om te merken dat ik een en ander juist had ingeschat.

Daarna met de wandeling, eerst over de brede paden en later over een bospad, werd er in mijn ‘Zen’ tempo gelopen. ‘Kalmpjes aan dan breekt het lijntje niet’. Wat fijn om dit met elkaar te kunnen doen en om te genieten van alle schoonheid om ons heen. De jongste liet ons af en toe stilstaan om naar de vogels te luisteren, ik attendeerde op de paarse gloed van een paar kalende sparretjes, tussen de bomen een fluwelen laag mos, kleine groene sterretjes en ten leste een bank van Frank, wat op het plaatje van de rugleuning stond te lezen. Uitpuffen en rondkijken. Wat een heerlijke verrassing. We namen afscheid met warme knuffels en met het vaste voornemen om zoiets moois vaker te doen.

Overpeinzingen

Benieuwd naar het antwoord

Ik lees in de nieuwe Groene van deze week een stuk van Thor Rydin over de sociologe Jolande Withuis. Ze zou het wel even anders aanpakken dan haar moeder. Het is het thema van haar boek Moeder, Antimoeder. Er is een gemene deler: Vaderverering.

In het interview van Marjon Bolwijn met Willy van Hout-klauwer, een van de honderdjarigen in de Volkskrant, deelt ze iets wat mij onmiddellijk aanspreekt. ‘Ik had meer tijd aan de kinderen kunnen besteden en minder moeten poetsen.’ In zekere zin een bevestiging van wat ik mijn hele leven al heb nageleefd. Ik vond de tijd die in al dat poetswerk ging zitten, iets wat lang de geldende norm is geweest, onzin, zonde-tijd en ondankbaar werk. Als je iets net had opgeruimd en je draaide je om, dan was het dankzij de kinderen binnen de kortste keren weer bal. Mijn weerzin bloeide voornamelijk op in mijn jeugd. Mijn moeder was veelal bezig met wassen, strijken en kon alleen maar lezen in de verloren uurtjes tussendoor. Nooit omgekeerd. Ik kon temidden van de rommel ineens mezelf terugvinden in een mooie passage in een boek, terwijl de boel de boel bleef. Eerst lezen, eerst leuke dingen doen met de kinderen, eerst verdieping zoeken en dan pas sloven.

Nu, zonder kleintjes om me heen, zie ik de waarde van een opgeruimd huis veel beter, maar dat komt voornamelijk omdat alles zo blijft liggen zoals ik het achterlaat. Geen verbouwingen meer terwijl je je omdraait.

Als ik het over moest doen, zou het weer zo gaan, realiseerde ik me. In die zin was ik wel een wonderlijke combinatie, want in mijn werk als verpleegkundige was ik vrij nauwgezet en liet ik alles keurig achter voor degeen die na mij dienst had. Waarschijnlijk hechtte ik thuis meer belang aan het experiment en het ervaren op zich. Hetzelfde zie ik bij mijn kinderen gebeuren, bij de een wat meer dan bij de ander. Er zijn er ook een paar die evenwicht hebben gevonden in beide kanten van het verhaal. Zij passen en-en toe. Daar kijk ik met bewondering naar.

In Het spiegelpaleis geeft Thor Rydin een inkijkje van de verschillen tussen Jolande en haar moeder. Waar de moeder gaat werken voor de Waarheid en zich aansluit bij de CPN en in dat milieu in Amsterdam haar man tegenkomt, is er in 1950 geen werk meer voor haar en valt ze terug in de rol van traditionele huisvrouw, al blijft ze wel actief. In de wereld van de klassenstrijd zijn gevoelens futiel en zelfingenomen. Jolande, de dochter, betaalt de prijs met een ontwikkelde schaamte voor haar gevoelsleven. Pas als ze ‘van haar communistische geloof valt’ komt alles in een ander licht te staan. Voor de moeder betekende emotie de knechting, voor Jolande representeert het juist de bevrijding. Daarbij gold het leven van haar vader oneindig veel interessanter dan het geploeter van haar moeder. Dat de tijdsgeest een belangrijke vinger in de pap heeft, zorgt ervoor dat de moeder terugkruipt in de aloude rol van huisvrouw en de vader, de kostwinner bij uitstek, veel meer vrijheid heeft gekregen. Daarbij komt nog dat het zoeken naar andere wegen dan die van je moeder een ongeschreven regel is en blijft.

Hoe kijken de kinderen van de honderdjarige Willy tegen hun altijd poetsende moeder aan, vraag ik me af en hoe kijken mijn kinderen tegen de chaos van vroeger aan. Ik kan het vanmiddag vragen, want ze hebben iets georganiseerd voor mij, alleen de kinderen, begreep ik. Ik wacht af al heb ik net wel even gebeld wat ik het beste aan kan trekken. Je weet het maar nooit. Stiekem denk ik dat wij toch een andere band hebben dan de beide moeders waar ik net over gelezen heb. En voor nu ben ik benieuwd naar het antwoord.