Overpeinzingen

Het was mooi geweest

Lieve schoondochter is uitgeschakeld en nu hebben er twee schatten gedwongen rust . Het betekende dat mijn bezoek aan het festival van de oudste zoon, schoondochter en haar pa uitgebreid werd met twee van de drie rakkertjes. Ik had de hulptroepen ingeschakeld, want dochterlief en haar gezin kwamen ook, even als haar zus, dus helpende handen te over. Dat was nodig omdat de twee kleintjes razendsnel zijn en volop aan het experimenteren gaan, zeker als ze zich niet helemaal op hun gemak voelen zonder het wakend oog van pa of ma. Mijn moeder zou zeggen: ’Ze braaien de boter eruit.’

Toch rekenden het tweetal dan buiten hun oom, die met straffe hand, streng doch rechtvaardig, voldoende kennis had met zijn voetbalteams vol levenslustige jongetjes. Hij wist precies wanneer de teugels gevierd moesten worden of wat aangehaald. Met een gerust hart droeg ik de verantwoordelijkheid over.

Dat betekende wel dat we over het grote terrein konden slenteren langs alle kraampjes en er stond een promo voor Kickboksen en een plek waar je geschminckt kon worden. Dat wilden ze wel, die kleintjes, maar heel lang in de rij staan was er niet bij. Eerst maar eens de inwendige mens verzorgen. We konden zowaar wat stoelen bemachtigen vlak bij de kraampjes met heerlijkheden. Saté met regenboogkroepoek, Gado Gado, spekkoek en pandan, Cendol en een soort kwee lapis in mooie stukjes te kust en te keur.

Ach, tempo doeloe met mijn lief komt boven drijven. Al die heerlijkheden op de spekkoek na heb ik ooit uit mijn kleine Indische kookboekje gehaald, al struikelend maar met een goed resultaat ten leste. Ik kon mijn kennis toetsen op de grote Pasar Malam Besar in de jaren ‘70 in Den Haag. Prachtige tijden waren dat, waarin het Indisch bloed van Lief door ons tot volle glorie werd verheven. We bezochten de toko in Leiden, schaften een wadjan aan en een tjobek en met mijn kleine boekje in de hand ontdekten we allerlei onbekende heerlijkheden uit de Oosterse keuken.

Ik genoot stilletjes van de mensen die elkaar kenden en elkaar omhelsden, op de schouders klopten, in rap Ambonees de wederwaardigheden uitwisselden. Er werd gelachen, gegeten, gedronken en gedanst op de vele verschillende optredens. Dochterlief had een klassieke dans in een moderne jas gezien, die prachtig was. Het werd één groot familiefeest. Met een verbondenheid die er aan ten grondslag ligt en die zo sterk is onderling, welhaast jaloersmakend.

In het midden was een klein vijvertje. Daar zwommen donderkopjes in, die al snel ontdekt werden door de kinderschaar. Met de bekertjes probeerden ze er een paar te scheppen met wat water, goed te bekijken en weer terug te gooien. Mooi experiment maar voor mijn oma-hart en de verantwoordelijkheid voor de jongetjes met de watervlugge beweging, alles behalve geruststellend. Het vijvertje was niet diep en ze zouden hooguit een nat pak oplopen, maar toch.

Rond zeven uur gingen wij in ieder geval naar huis met elkaar. Dochterlief, de mama Ani van de kleine njong, nam hem toch weer mee, dan hadden pa en ma de handen vrij voor de laatste loodjes van de organisatie. Loslaten is altijd moeilijk, in dit geval voor beide partijen, maar het was wijsheid, denk ik zo. Trots was ik op mijn lieverds, die bergen werk hadden verzet om dit festival waar te maken. De premiere was geslaagd en misschien wel de eerste van een lange reeks.

De auto stond vlak bij op het gras voor de ingang. Na doorverwezen te zijn naar de verste parkeerplek, iets wat ik totaal niet had zien zitten met de rakkertjes, reed ik nog een keer langs het landgoed en vond zowaar een prachtig plekje tussen twee bomen op het gras. Hoe kwam ik aan die mazzel. Terug was het helemaal een uitkomst. Dochterlief en schone zoon hielpen met het vastmaken in de zitjes en we konden op weg. Kinderliedjes aan, dromerige schatjes achterin, het was mooi geweest.

Overpeinzingen

Wie weet wat daar uit voortvloeit

Er staat een lange ladder tegen het huis. Op het dak klaren drie mannen een klus. ‘Lekkage’ zei vriendinlief. ‘Nu werd het echt noodzakelijk.’ Na regen komt zonneschijn, nieuw lood en het is van ‘God zegene de greep’, dat het gaat zoals verteld wordt. Een beetje vertrouwen in de mensheid of in ieder geval in deze drie mannen, want het eerste wordt steeds lastiger.

Ik schuif bij vriendin naar binnen. Niet onder de ladder door, dat brengt ongeluk, maar hij is net naast de deur opgesteld. We sluiten elkaar in de armen. Hoe groot is gemis op het moment van elkaar weer ontmoeten. Zo vertrouwd, zo warm.

De bos bloemen wordt in dank afgenomen, bijna beschaamd, omdat je in haar straatje dure Utrechtse parkeergelden neer moet tellen. Geen probleem, schat. Ik ben Amsterdam en Den Haag gewend, en die leggen er nog dunnetjes een schepje bovenop.

Vanaf het begin vallen alle maanden van gemis er tussenuit. Stof tot babbelen is er genoeg, maar ook een luisterend oor voor wederzijdse verdrietigheden en vrolijke noten. Het wegvallen van mensen, hoe daar mee om te gaan, beseffen dat er altijd iets zal blijven wringen van een onbeantwoord ‘Waarom’. Hoe moet je dat verwerken. Vroeger zei men’ Maak van je hart geen moordkuil’, met andere woorden ‘Spreek het uit’. Maar als er geen ruimte voor wordt gemaakt, gaat het schuren en schrijnen. Er valt geen verhaal meer te halen, wat blijft is nog een grotere leegte. Tijd beidt. Straks vallen er antwoorden op hun plek. Daar ben ik van overtuigd.

Het gesprek kabbelt terug naar school, naar haar belevenissen in de groep. De fantastische projecten, die ze doet met onze oude school in gedachten. Ja, dat is waarachtig onderwijs. Geen methodes, zelf aan de slag, snij het op de kinderen toe en bouw ruimte in voor nieuwe groei. Ze gaan ervoor met heel hun hart. Het mijne maakt een sprongetje. Daar ligt de basis voor een nieuwe wereld. Kinderen die leren begrijpen dat het op samenwerken aankomt en delen van kwaliteiten. We zijn het er unaniem over eens dat Pabo’s er meer positief in moeten staan in plaats van mensen af te rekenen op wat niet bij hen past.

Dochterlief komt thuis en vertelt over haar plannen. Zo levenslustig, zo creatief. Af en toe komt er een van de mannen zwaar stappend door het huis naar de keuken om de handen te wassen. We zitten binnen met zicht op de fijne tuin. We zouden heerlijk buiten kunnen zitten, maar er vallen allerlei ondefinieerbare piepkleine deeltjes verleden van het dak naar beneden.

We eten een boterhammetje, ik de mijne met komijnekaas. Wat een heerlijkheid. Al zo lang niet meer gegeten. Het is kennelijk de week van komijn. Ik wimpel het voorstel af om te videobellen op het feest met het oude team. Ben je mal. Ik zit er dan een beetje voor Pierre Snow bij in Verweggistan, want ik kan niet deelnemen aan de gezelligheid en iedereen is druk met elkaar. Mijn tijd komt nog wel, of we doen het dunnetjes over in eigen tijd. Een op een, zoals nu, heeft meerwaarde. Dat is verbinden bij uitstek, een waarachtig ontmoeten.

Ze is bezig met de laatste loodjes voor school, de geschreven rapporten, de overdrachtsformulieren en meer van dat soort zaken. Straks is het klaar maar er is ook ruimte voor een nieuwe actie. Vrijwilligerswerk bij vluchtelingen. Er is een oriëntatie. Je verbindt je niet voor even, er zit wel degelijk een bepaalde voortgang achter. Daar moet je je bewust van zijn. Maar het zijn nieuwe deuren die zich openen. Wie weet wat daar uit voortvloeit.

Overpeinzingen

De stilte die in de straten hangt

Een interessant gesprek op het schoolplein van de kleine krullebol ‘s middags, met drie meisjes die op de BSO blijven. Ze vragen ‘van wie ik ben.’ Ik vertel ze wie ik kom ophalen. Ze willen weten hoe ik heet. Als ik mijn naam zeg, kijken ze elkaar aan en proesten het uit. Er is een ondeugende blik in de ogen van de grootste. Ze vertelt, dat zij Eva en Sarah heten en giebelen daar zo bij, dat duidelijk is dat ze me voor het lapje houden. De kleinste zegt dan: ‘Ik zeg het eerlijk. Ik heet Lois.’ De ander geeft dan ook toe. Als ik vertel dat ik ook een groep had, vragen ze naar de namen van de kinderen. Ik noem er een paar. Ze vinden het gekke namen, als ik naar de namen van de kinderen in hun groep vraag worden een heel andere soort namen genoemd. Inderdaad. Daar zit al verschil in. In pakweg, hooguit tien jaar. Zo snel gaat het dus. Iets om mee te nemen. Verder hoor ik nog dat ik oud vel heb en wat ik zou doen als iemand stout deed. Daar filosoferen we een beetje over. ‘Als jij niet straft, wat doe je dan.’ ‘Dan praat ik met ze.’ Daar moeten zij weer over nadenken. Tijd om ze te laten.

Op de terugweg van zoon en de drie rakkertjes staat het verkeer vast, dat betekent de alternatieve route en via een korte opfrisbeurt thuis ben ik net op tijd op onze eetafspraak met de leesclub in het Indiase restaurant. Het is mijn lievelingskeuken juist door de harmonie in keukenkruiden en de pittigheid ervan. Het gesprek rolt al vanaf het begin alle kanten op. Soms centraal, soms met elkaar, afhankelijk van de afstand en het gehoor. Voorgerechtjes voor twee, twee maal, voor ieder een klein hapje en daarna kiest ieder een hoofdgerecht. De jongen die ons alles komt brengen heeft een open blik en is zeer gastvrij. De vrouw eveneens.

Het is een gemoedelijk kouten daar. Ik vergeet foto’s te nemen van het heerlijks dat we krijgen opgediend. Er komt een motor in beeld, een Moto Guzzi, een prachtig oud exemplaar uit California. De keuze uit een zwarte of een wit met rode moet nog gemaakt worden. Door het verhaal heen sijpelt puur verlangen. Een droom wordt waar gemaakt. Geen race monster, maar een bejaarde en toch imposante heer met een robuust uiterlijk die langs ‘s Heren wegen tuft. Het is hem gegund. Vrouwlief vindt het maar niets en dat moet weinig uitmaken. Ieder zijn pleziertje, vinden we unaniem.

Als het eten komt vragen we hier en daar wat uitleg. Wat zit er in de roti wat het zo heerlijk maakt. Geheimen worden verklapt. In de roti zit komijn, knoflook en ui. Onthouden. Er is Indiaas bier dat Kingsfisher heet met een plaatje van een ijsvogel. Even napluizen en ja hoor. Waarschijnlijk nog een overblijfsel uit het koloniale tijdperk. We horen de verschillende plannen voor de vakanties, de kinderen komen aan bod, behuizing, werk en de werkdruk en het boek dat we voor de volgende keer aan het lezen zijn, wordt genoemd. De aangever heeft het al uit en een ander is op de helft. De keuze voor ‘Narcis’ van Judith Fanto was ditmaal unaniem en het loont zich. We zijn een mooie groep vinden we. Het is in balans door de samenstelling van drie mannen en drie vrouwen die ieder op eigen wijze een boek beleven en daarmee al filosoferend in de groep het huidige bestaan onder de loep nemen.

De keuze bij het nagerecht was opmerkelijk. Voor de mannen bolletjes ijs met slagroom al dan niet met cake en voor de vrouwen thee of koffie. Als we als laatsten deze knusse stek verlaten en de uitbaters bedanken, nemen we afscheid. Fijne vakantie iedereen en tot na de zomer. Terug naar Agaath wordt er gekuierd om alle mooie momenten te laten bezinken. De avond omlijst het met de stilte die in de straten hangt.

Overpeinzingen

Dubbele pret

Dat je met liefde de regen uit de lucht kunt kijken en elke donkere wolk als een zegen voorbij ziet varen. Voorbij, ja, want uitstorten deden ze zich niet of je moet de drie druppeltjes tellen die aan het eind van de middag vielen. Terwijl in het Oosten van het land het leven werd overspoeld, bleef het bij ons krakend droog. Ik had op die onweersbuien gerekend en was niet naar de tuin gegaan om water te geven. Nu rest me enkel nog een schietgebedje, want ik heb pas morgen tijd. Niets is onberekenbaarder dan het weer. In het centrum viel de hitte van de stad zonder meededogen op de hoofden van het winkelend publiek neer. Tanige mannen, stratenmakers, veegden hun hoofden droog met grote zakdoeken, ‘Veel te warm om te werken.’ Ze knikten. Al zwetend. ‘Maar,’ riep de langste ‘Ik heb het liever zo dan andersom,’ als antwoord op mijn opmerking.

Ik was al tijden niet meer bij het sportcentrum naast het zwembad geweest en dat was te merken. Ik kende het niet meer terug. Een grote bouwput met enorme staketsels, een geraamte van een nieuw te verrijzen gebouw, een vernieuwd sport-en-evenementencomplex met een grondige renovatie van het oude zwembad. Het duurde even voordat ik de huidige ingang had gevonden. De judoles van Dribbel zou daar plaats vinden. Hij was jarig en bij wijze van verrassing ging ik naar de les, dat de laatste van dit schooljaar bleek te zijn, compleet met de slippen-uitreiking. Dat laatste was weer voor mij een verrassing. Wat tof.

Schoonzoon en Dribbel zaten in het snikhete gebouw te schaken in de kantine. Er werd een flesje water voor me gehaald, op de pof trouwens, want je kon er alleen maar met baar geld betalen en dat hadden we geen van beiden bij ons. ‘Dat komt volgende keer wel weer’, zei schoonzoon.

We verhuisden naar de Dojo toen het tijd was. Het was een zaal met dikke matten (tatami) en een spiegelwand. Het grut mocht even vrijuit rennen en tikkertje doen, terwijl de twee mannen de lijsten door namen. Een van de mannen had nog bij de kringloop gewerkt in de jaren ‘80. Hij verkondigde luid tegen ieder die het horen wilde, dat hij mij kende. Bijna veertig jaar geleden kwam hij met een beperking alles binnen sjouwen. ‘Ze was helemaal gek op boeken’, riep hij ’Nu nog?’ Ik beaamde het. ‘Dus nu heb je thuis een bibliotheek’. Ook dat werd bevestigd. Hij was de assistent van de Sen-sei, een taak, die duidelijk zijn ego streelde.

De zaal stroomde vol met publiek. Er mocht gekeken worden. De judoka’s in de dop, een gemêleerd gezelschap, ook qua leeftijd en niveau, leefden zich uit in een wervelend tikspel. Twee kleine zusjes renden uitgelaten mee. De leraar had een rustige stem, gebruikte duidelijke opdrachten en liet ook de dreumesen af en toe oogluikend toe, maar als ze te veel aan het afleiden waren, pakte hij ze op en bracht ze bij de betreffende ouder. Twee aan twee deden de kinderen de oefeningen, waarbij ze steeds moesten afwisselen, aanvaller/verdediger en vice versa. Soms hadden ze meer oog voor de spiegel dan de concentratie op de worp, maar dan werden ze weer met zachte hand teruggeleid tot de orde van de dag.

Toen ik Lief leerde kennen was hij op Judo onder de bezielende leiding van Anton Geesink en had hij de zwarte band net gehaald. Hij had dit geweldig gevonden.

Aan het eind werd hen een voor een de begeerde slip overhandigd. Voor Dribbel betekende het dat hij de groene mocht overslaan en door kon naar de blauwe. Hij blij, wij blij en het leukste cadeau voor een verjaardag natuurlijk. Daar stak oma’s in de haast gekochte aardbeien badhanddoek maar dunnetjes bij af. Maar het echte cadeau komt pas zondag. Dan vieren we zijn feest met de familie. Dubbel jarig, dubbele pret.

Overpeinzingen

Dappere overlevers

Niets moet natuurlijk. Zo is het leven. Het mag allemaal, maar er is toch iets dat ik aan iedereen zou willen doorgeven zonder een tip van de sluier op te lichten. Dat is lastig. De andere kant van de medaille is dat ik het verhaal woord voor woord zou willen vertellen. Niets overslaan. Omdat alles er toe doet. Iedere zin, iedere handeling heeft functie. Het geheel is de som der delen.

Het lijkt cryptisch maar wie ‘Krekel’ leest, het boek van Annet Schaap, zal na afloop, terwijl het verhaal in het hoofd verder gaat en de losse eindjes aan elkaar knoopt, precies hetzelfde ervaren. Vriendinlief zei: ‘Ik wil er nog niet aan beginnen, want ik wil niet dat het uit is.’ Het is precies zoals ze zegt. Zo graag had ik doorgelezen tot in lengte der dagen. Ik wil die wereld van mogelijkheden, van onvoorzien, van waar geluk, van schoonheid. Daar te zijn, hoe zaligmakend. Dat doet het boek.

Lezen dus, een hele grote aanrader. Een handreiking voor het leven als je er oog voor hebt, zo heb ik het ervaren.

Door het dankwoord kom ik erachter dat de auteur tevens auteur is bij het Saga-theater, bij uitstek het rijk der verbeelding. Daar waar sprookjes bewaarheid worden. De Groene heeft haar eens tien vragen gesteld, waarin ze aangeeft, dat ze van de Sprookjes van Grimm, Perrault en Andersen houdt, van Annie M. G. Schmidt en Tonke Dragt, van Paul Biegel en van het boek Momo en de Tijdspaarders van Michael van der Ende, van de boeken van Wim Hofman en het lijkt wel of ik mijn eigen voorkeurslijstje op aan het noemen ben.

Ik leg het weg, maar toch onder handbereik, om nog eens terug te lezen, sommige passages te herlezen en goed door te laten dringen.

Zuslief kwam me gistermiddag in de hitte ophalen. Met heen en weer appen hadden we besloten om naar het wegrestaurant te gaan aan de rand van de stad. Uitzicht over de paarden, een sloot, veel bomen, heerlijke beschutting dus en een verkoelend briesje dat af en toe langs zeilde. Het was fijn om ze weer te zien en om te kunnen bijkletsen. Niet teveel, want één zus ontbreekt en over een week of twee gaan we met z’n vieren een paar dagen naar de provincie Groningen, naar een natuurhuisje aan een meer.

Deze ontmoeting was een fijn voorproefje. Er stond een ronde tafel op ons te wachten met drie stoelen erom, precies zo’n plek als wat het wezen moest. We strijken neer en bestellen een lichte lunch en blijven kouten tot even na tweeën, de maanden zonder hen vallen er tussen uit. Alles landt op de juiste plek. Alsof ik niet weg geweest ben. Vriendschap en elkaar lang niet zien hoeft niets uit te maken in het contact als de basis ooit eenmaal gelegd is.

De nieuwe auto van zus is een stoere en rijdt heerlijk. Het is nog een beetje wennen aan alle nieuwe snufjes. Wat zit waar en hoe werkt die binnenboord-machine. Je kunt hem niet over het hoofd zien in zijn jas van vlammend rood en zwart. Flitsend door het leven. Zo zien we het graag.

Thuis op de bank is het goed te doen. Op tijd hebben we alles dicht gedaan. Door de rotan zie ik dat de twee pas aangeschafte salies op het balkon het erg moeilijk hebben, maar ik zal toch tot de avond wachten met water geven, want ze staan pal in de zon. Je zou ze geen stuiver meer geven, zo slap hangt het blad.

Nu, vanuit het slaapkamerraam, staan ze er weer fris bij. Dappere overlevers.

Overpeinzingen

Beloofd is beloofd

Om half drie stond ik bij school te wachten terwijl ik tussen het springende, joelende, gillende watergekletter mijn lieve kleindochter trachtte te ontwaren. Ik ving een glimp op en even later had ze me ook gezien. Zwaaien met een brede glimlach. Oma’s moeten achter het hek blijven.

We kregen ze nat mee naar huis. De juf wilde niet dat ze zich binnen om zouden kleden. Geen probleem, dikke handdoek op het zitje en klaar. Maar de vader naast me, met een fiets in zijn hand, sputterde al zijn gram van zich af. ‘Je gaat je maar binnen omkleden,’ zei hij bars tegen het dochtertje, ‘Zijn ze nu helemaal gek geworden. Ik neem je niet in je zwempak mee op de fiets’. Het dochtertje keek beteuterd. Zij kon er niets aan doen. Hij had rechtstreeks bij de juf moeten foeteren. Even later reed hij, nog na mopperend, met een sip dametje achterop langs de auto. Ze had aan het begin gezegd dat ze al droog was. Hij had ten leste de jurk over het badpak gegooid. Niks aan de hand eigenlijk.

De soep wordt nooit zo heet gegeten als ze wordt opgediend.

Voordat ik naar school reed, had ik watermeloen gehaald bij de super. De keuze, of een ijsje of een watermeloen, was snel gemaakt. We kozen beiden de laatste. Niets zo dorstlessend als een sappige schijf van dat hemelse goedje. Zoonlief kwam stilletjes de deur open doen. De kleine Njong deed zijn middagslaapje. Wij liepen door naar achteren waar een enorm zwembad in de tuin klaar stond. Het badpak was nog aan, dus huppetee, eerst een verfrissende duik en spelen met de grote band. Kaasje voor kleindochter. Tussendoor maakten we de meloenschijven klaar en peuzelden dat op. Ik probeerde wat te bladeren in een tijdschrift, maar al gauw was de kleine uitgeslapen en kwamen zoonlief en hij ook naar beneden. Oma!!!Overladen met kusjes en een bedelende vraag: ‘Mag ik voorrijden’. Of hij even voorin mocht zitten in oma’s auto. Haha. ‘Straks als oma weggaat’, beloofde zoonlief.

Hoera, het laatste boek is ook aangekomen

Zoonlief ging met een schepnetje in de weer om de, voor mij welhaast onzichtbare, algen eruit te scheppen, de kleine kreeg zwembandjes om zijn armpjes en even later lagen er drie telgen in het zwembad. Het buurjongetje kwam ook en daarna moesten er wel af en toe wat regels bij, want hij was een tikje onstuimig en dan is het lastig om je in te houden voor een kleintje. Schoondochter kwam thuis en bleef beneden samen met mij op het kroost passen terwijl zoonlief het eten klaar ging maken. Njong was in de weer met zijn autootjes en zwarte stenen, die hij in de kiepbak stopte en weer leegde in een eindeloos herhalen. Het duiken in het zwembad ging ondertussen door en werd steeds een tikje wilder, zodat kleindochter het voor gezien hield en in een hoekje ging liggen op de band. Zonnen zonder zon.

De bami was heerlijk, de kroepoek het lekkerst en kleine njong die zelf wilde eten, had op een gegeven moment de sliertjes bami op zijn blote bassie, maar was niet minder enthousiast.

Na het eten en een bad keerde de rust weer en kwamen twee schone moppies weerom. Boekjes lezen, vertellen over vroeger, zingen en nog meer boekjes, heerlijk op de bank dicht tegen me aan. Daarna kusjes en knuffies en tot gauw. Fijn om zo dicht bij elkaar te zijn. Volgende keer mag hij ‘voorrijden’. Beloofd is beloofd.

Overpeinzingen

Rust inbouwen in de hectiek is de boodschap

Lief en ik videobellen om de drie dagen en praten elkaar bij. Deze ochtend is het een opgetogen verhaal over de vier reeën die hij rond vier uur vannacht heeft gespot op het achterland dat als voedselhof steeds meer vorm krijgt omdat het struweel groeit als kool, nu ze gevrijwaard zijn van alles wat overwoekert. De tropenhitte verschuift met zijn nachtelijke uren en de koelte van de vroege morgen naar elf uur in de morgen. Pas op de plaats betekent dat dan en rust. Hij is aan de hand van de ouderwetse methode die nog in de bibliotheek lag, zijn Hongaars weer aan het ophalen en daardoor kan hij mij beter uitleggen hoe de naamvallen in elkaar steken en de plaatsbepalingen werken. Het is een leuke dimensie erbij en vult zijn dag. Ook onze Hongaarse appjes over en weer dragen bij. Wie weet, krijg ik het ooit onder de knie.

De verjaardag begon al vroeg. Rond enen. Een tuin of een kamer is altijd te klein bij verjaarsvisite. De badjes voor de kinderen nemen veel plek in. Onze rij achter de tafel zit in de gevarenzone, maar het maakt niet uit, af en toe die verkoelende spetters. De kinderstemmen joelen boven het huis uit als ik aan kom lopen. Ons kleine verjaarsdametje zit bij moeder op de arm en is duidelijk onder de indruk. Met haar vrije hand reddert moeders er nog een aantal zaken bij. ‘Het is zelfbediening’ roept ze. Slim. Er staat een grote fles vol water, komkommer en munt met een flink ijsblok erin. Zoonlief zit met zijn (te warme)ingepakte been onvrijwillig niets te doen. Nog vier weken waarbij hij niet op het been mag staan.

Het bezoek en de familie druppelt binnen en als iedereen er is kunnen de cadeautjes uitgepakt worden, het tulen jurkje met vlinders gaat aan, de taart wordt op een plateau gelegd en de kaarsjes aangestoken. Ze is verlegen onder al die aandacht en ondanks het feit dat pa en ma voor doen hoe of blazen ook al weer gaat, lukt het niet en blaast pa achter haar oor langs het kaarsje van de 2 uit. Hoera en lang zal ze leven in de gloria.

Tante Pollewop zoekt bij tijd en wijle de rust bij ons aan tafel of die van haar moeder als de drie rakkertjes en Dribbel zich uitleven in het badje. Af en toe klinkt er gehuil, maar de schade valt telkens mee. Het water kan nu ook niet meer ijskoud zijn. Dankbaar voor het verkoelende windje af en toe, babbelen we over koetjes en kalfjes en drinken van het verfrissende water. De kleine Njong blijft in de buurt van zoonlief. Dat lijkt vooralsnog het veiligst, al is het kleinste badje voor hem schoongemaakt door zijn vader en de opa van de rakkertjes.

Rond vijven stap ik maar eens op. Lieve knuffels, tot gauw en later, en nog even fijn doorfeesten. Thuis is er de rust. De warmte van de dag blijft broeierig hangen in het trappenhuis, maar binnen in huis is het heerlijk koel. Op tijd alles dichtgedaan.

Krekel van Annet Schaap leest als een tierelier. Het is nu ongemeend spannend. Steeds leg ik het even weg, om er langer van te kunnen genieten. Wat een verhaal. Het sprookje(nee, ik verklap niet welke)blijft er doorheen spelen. Een mooie klassieker is weer aan de kinderliteratuur toegevoegd voor jong en oud. Straks brengt de post het nieuw gekozen boek van de leesclub. ‘Narcis’ van Judith Fanto is het geworden. Als ik de recensies mag geloven is het ook geen boek om weg te leggen.

Vanmiddag haal ik kleindochter uit school en is de oudste aan de beurt voor een bezoek. Rust inbouwen in de hectiek is de boodschap.

Overpeinzingen

Nu al geslaagd

Vandaag is de jongste van onze kleinkinderen jarig. Ze wordt twee. Gelukkig zijn er peuterbadjes voorradig, want het zal er behoorlijk warm zijn in hun achtertuin. Het wordt het betere korte broekenwerk, met het gister gekochte hempje. Bij de drogist waar ik moest zijn vroeg de vrouw achter de kassa, die duidelijk om aanspraak verlegen zat gezien het eindeloze verhaal tegen de vorige klant, of ik het warm had. Net als bij mijn oma parelen er bij inspanning glinsterende zweetdruppeltjes op mijn neus. Bij haar rolden ze er in hoog tempo vanaf. Ze hield dan ook altijd een grote witte zakdoek in de aanslag om ze te wissen. Bij mij blijven ze liggen. Een extra versiering denk ik dan maar. Je moet het ruim zien.

Ze adviseerde me om maar lekker op de bank te gaan liggen. Ik kwam voor mijn B12 vitaminen, misschien was dat de reden. Gisteren was het broeierig en drukkend. Vandaag is er een strakblauwe lucht en de gierzwaluwen scheren alweer. Zoonlief brengt de koffie, wat een luxe. Er vliegen aalscholvers met hun kenmerkende hese roep naar de plas hier achter. Verkoeling voor op het heetst van de dag. Twee kauwen zitten in de dakgoot boven mijn hoofd en kunnen er ook wat van. Lawaaiig laten ze zich horen en krassen met hun poten over het ijzer. Moeder en kind schat ik in.

Dochterlief heeft gisteren bij de tuin het doorgaande pad vrij gemaakt van wilgentakken en de wilgen tussen ons in gesnoeid. Er is weer zicht. Net als ik de dag er voor had ze te hard gewerkt. Het zit in de genen.

Ander nieuws uit Hongarije. De Pride in Budapest is een doorslaand succes, een protest tegen Orban en tegen de strenge wetgeving die is ingevoerd. De burgemeester van die stad zei: ‘Vrijheid laat zich niet wegdrukken.’ En zo is het maar net. Het land is meer dan zijn leiders gelukkig. Je zou denken dat dit toch wel een duidelijk teken aan de wand is en misschien laat het er zelfs wel een hele andere wind waaien, niet alleen in de stad maar ook in de dorpen.

In de nieuwe Groene staat een heel artikel van Hiske Versprille met als titel: Het geheime Kruid: Komijn. Bij uitstek geschikt om een ‘saaie linzenschotel,op het lelijke af, met haast niks erin: ‘Olie, azijn, een tikkie knoflook, wat peterselie-en nog iets. Dat verrukkelijke aardse’. Dat laatste bleek dus een snuif komijn te zijn. ‘De Romeinen hadden een eigen komijnschuddertje op tafel-een gebruik dat je in Marokko nog steeds ziet’, schrijft ze. Ik gebruik het wel, maar niet als alleskruider. Rooster de zaadjes, is het advies, strooi het op een ei, in kruidenmengsels, gebruik het in grote hoeveelheden voor het Shoarma-effect.

Net zo’n geheim middel als de foelie in mijn moeders kippensoep. Koriander vindt je al dan niet lekker. In haar boek ‘Lekker Vies’ probeert Klaartje Schepers aan de hand van 54 smaken en gerechten antwoord te geven op de vraag waar het verschil in Smaak bij mensen vandaan komt. Veel voorkeuren zijn vastgelegd in cultuur en geheugen. Er kan echter een gen in je DNA zitten, waardoor bij sommige mensen de koriander naar zeepsop smaakt. Weer wat geleerd. Bij mij ontbreekt dat gen, ik vind het heerlijk. Verse koriander mag bij heel veel gerechten.

Op de verjaardag zal de tafel vol staan met Turkse hapjes van Nene, met de heerlijkste kruiden als toevoeging. Daarmee is het feest op deze warme dag nu al geslaagd.

Overpeinzingen

Geen file te zien

Als we binnenkomen in Steck struikelen we bijna over de grote potten met bloeiende salie. Daar is geen tuinmonster tegen bestand. Ik kies er drie, maar buiten kom ik de tuinsalie tegen(de echte), ruil er een in en de andere twee gaan mee naar het balkon. Keuzes, keuzes, keuzes. Er dient ook rekening gehouden te worden met het naar achteren sjouwen. Qua stappen toch altijd goed voor een kilometertje. Na nog een aantal lokkertjes en een zak biologische tuinaarde met compost, reizen we af naar het tuinencomplex. De fiets van dochterlief is de pakezel.

Er is eerst een lekkere lunch met stokbrood, pesto, kruidenkaas, salade en thee. Wat fijn om weer zo gezellig samen te zitten kouten over van alles en nog wat. Maar er moet ook gewerkt worden. Dochterlief heeft maar een beperkte tijd, want tante Pollewop komt om twee uur uit school. Dus pakt zij haar groentenbedjes aan en ik stort me op de border bij het terras, die volledig overwoekerd is door grassen en brandnetels.

De enige die er fier staat is de Hemerocallis met maar liefst negen knoppen en mijn mooie hemelsblauwe heksenbal. De rest gaat er allemaal uit. Of wacht eens, ik ontdek nog nagelkruid en zeepkruid en geef ze de zegen, zei het ingeperkt. Daar tussenin komt de Salie, de Verbena, het longkruid, de tijm, en de rozemarijn. Om ze te kunnen herbergen is het gevecht met de ondergrondse wortels gestart. Ik zit op mijn half hoge krukje, voorovergebogen, niet de meest makkelijke positie, maar als ik een lagere kruk neem kom ik niet meer omhoog.

Er valt weer zon op de clematis nu de hop weg is.

We zwoegen voort tot het tijd is om afscheid te nemen. Ik blijf doorgaan en als ik zoonlief app, waar ik langs zou gaan, blijkt dat maandag beter uitkomt. Dat is fijn. Nu kan ik helemaal los. Als alles zo goed en zo kwaad opgeschoond is, kan de nieuwe aarde erin en de planten. Schop, schep en schepel zijn nodig om de gaten te maken. De stoel voor tussendoor op de plaats rust ook. Zuurstof happen en voort. Rond vieren is de klus geklaard, maar op vrijdagmiddag rond deze tijd zijn de wegen rond Utrecht een bezoeking.

De thee gaat schoon op en geeft kracht voor het laatste staaltje doorzetten. De gesnoeide takken van de wilg gaan in een zak, de grens van de border wordt zichtbaar en als de iep gekortwiekt is gaat dat eveneens in een zak. Tussendoor gebruik ik de vogelapp, omdat ik de lijster meen te horen. Het blijkt een heel koor te zijn: De tjiftjaf, de zanglijster, de zwarte kraai, de zwartkop, de merel, de roodborst, de huiszwaluw, de boompieper, de groenling, de pimpelmees en de huismus.

Vijf uur ben ik met die klus klaar. Om half zeven wordt het pas rustiger op de weg. Moed verzamelen en vooruit. De uitbundige hop en de braam aanpakken aan de zijkant van het atelier, die volledig over het raam naar het dak zijn toegegroeid. Ik vind de hop geweldig, maar ze moet ook begrensd worden, omdat ze last heeft van grootheidswaan. Ze overvleugelt graag en concurreert daarbij met braam. Sorry lieverds, maar we houden het binnen de perken. Hoera, het raam wordt weer zichtbaar en tevens een aangedaan kozijn. De verf heeft het niet doorstaan. Dat is voor later zorg.

Mijn volhouden heeft succes. Op de terugweg zoeven Agaath en ik naar huis. Geen file te zien.

Overpeinzingen

Balans

Op naar station Amersfoort waar vriendinlief zou arriveren rond een uur of 11. Hartelijke omhelzing. Het was alweer te lang geleden. Tijdens het ritje naar onze gastvrouw viel er genoeg uit te wisselen en we moesten ook nog wat bewaren voor straks als we met z’n vieren compleet waren. Zoals elke keer is het een fijn weerzien.

Ooit waren we vier jonge meiden in een rode DAF 33 van of naar school. Dat zorgeloze leven van toen. De wereld aan onze voeten en een heel leven voor ons. Er was toekomstmuziek en elk jaar langer op de kleuterkweek voedde de creativiteit. Na de opleiding en een hoofdakte waaierden we uiteen naar verschillende delen van het land, sommige gingen de grens over naar Duitsland anderen trokken naar een kibboets in Israël. Lief en ik verhuisden naar Leiden. Er was maar mondjesmaat werk te vinden.

We zijn alle vier wat gekrompen. Een van ons heeft een nare spierziekte, iemand loopt wat moeilijker, we horen niet zo goed meer, van sommige is het zicht een stuk minder geworden, maar in dat oude lijf speelt nog steeds die jonge meid. Ze laat zich horen bij herinneringen, lacht onze zorgen weg, zorgt voor nieuwe overpeinzingen. Vriendinnen voor het leven.

We worden goed verzorgd met vlaai en koffie of een potje thee, met een lekkere lunch in dat rijke interieur met in ieder hoekje en gaatje wel bijzonderheden om te bewonderen net als haar kamertje van vroeger. Altijd aan het frutselen of doen. Het is de enige plek waar we heen kunnen. Het ligt centraal en de maisonnette is niet geschikt. De trappen zijn een te groot obstakel.

De wereld trekt in flarden voorbij. Daar vinden we wat van. De een meer dan de ander.We wisselen boektitels uit en geven interessante tips door. We bewonderen de bloemenpracht in en rondom het huis en om vier uur gaat de bel en staat de taxi voor de deur om de minst mobiele van ons op te halen. Dag lieverd, tot later. We zwaaien haar uit met z’n drieën. Het was een mooie dag.

Dat gedeelde moment is iets om gekoesterd te worden. Al die jaren van ervaring, van vallen en opstaan, van afscheid moeten nemen en nieuwe vrienden maken, levenslessen tussen het alledaagse door. We nemen het mee en we hebben het erover.

‘Verwondering neemt nooit vakantie’ schrijft Annemieke Schrijver in haar column. Elke ontmoeting is er goed voor. Ze leert oude gebruiken kennen, als een bioboer vertelt dat hij wacht met water geven omdat de wortels van het gewas dan zelf dieper zullen gaan. Bij een oude boerderij die iedere winter onder water liep heeft de lindeboom, die er staat, een duidelijke functie omdat hij vijfhonderd liter water per dag kan drinken, en ook de walnoot is er niet voor niets, evenals de blauwe verf op de muren van de slaapkamer, die de vliegen verjaagt. Mooie oude natuurkundige wijsheden, eeuwen lang toegepast en geschoeid op ondervinding.

We hebben in de loop der tijd allemaal van die kleinnoden in onze rugzakken gestopt. Soms moeten ze wat opgepoetst, soms dienen ze uitgepeld te worden om zichtbaar te zijn, maar zelden verliezen ze hun waarde. Er komt een deken van mildheid over te liggen, een verschuivende grondtoon, als ze doorverteld worden aan een jongere generatie. Het is afhankelijk van dat glas, dat altijd half leeg is of altijd half vol, hoe je het hebt ervaren en hoe het doorgegeven wordt. Daarom zijn die rugzakken zo verschillend. De een is zwaar en schuurt, een ander is net zo vol, maar veel luchtiger. Toch matchen ze als ze samen komen. Door ruimte te geven en tegenwicht te bieden. Als vanzelf zorgt het voor balans.

Overpeinzingen

Geen sinecure

Vlak bij de tuin realiseerde ik me dat we bij het ernaast gelegen tuincentrum hadden afgesproken. Ik gaf dochterlief een belletje dat ik in aantocht was, toen het me begon te dagen dat we de hele actie gisteren hadden verschoven naar de vrijdag. Als het hoofd overloopt, loopt de agenda evenzeer in de soep.

Op mijn dooie akkertje wandelde ik naar achter. Het was broeierig warm. Ook nu probeerde ik de vogelapp uit en tot mijn verbazing waren er veel soorten aanwezig: De tjiftjaf, de merel, de pimpelmees, de winterkoning, de groenling, de zwartkop en de vink, de kauw en de kokmeeuw. Wat leuk zeg. Met mijn tinnitus-oren hoor ik de helft niet. Dit soort hulpmiddelen zijn toch wel een uitkomst.

Ik besloot een bed te ontgrassen. Dat was behapbaar en in twee uur goed te doen. Thermoskan koffie in de aanslag, tafel en stoel in de schaduw en gaan. Er kwam toch nog best wat zeepkruid onderuit en de de Hemerocallis stond vol in knop. De lupine, het nagelkruid en de verbena waren verdwenen. Helaas pindakaas.

Het was kennelijk vlinderdag vandaag. De gehakkelde aurelia ging er eens uitgebreid voor zitten en ook de atalanta liet zich bewonderen. Later bij het teruglopen kwam ik nog een boomblauwtje tegen. Dat is zo’n lief nietig mooi vlindertje, met zijn witte buitenkleedje en zijn hemelsblauwe kleur van binnen. Het fladderde vrolijk van bloem naar bloem.

Toen ik op het eind de fruitbomen inspecteerde omdat ze allen wat aangedaan waren, ontwaarde ik twee peren, genoeg appeltjes, pruimen en kersen. Zo groot is het fruit nog nooit geweest. Ben benieuwd of ze het gaan redden tot ze rijp zijn.

Rond tweeën ging ik richting Buurten, dat in de oude cereolfabriek is gevestigd. Behalve een restaurant is het ook een bibliotheek en een cultuurcentrum. Tante Pollewop had haar laatste turnles van dit schooljaar en het was kijkdag. Dochter en de kinderen waren in de bieb werd door geappt. Maar dochterlief was door de gang gelopen en wist dat ik er was, want ze had me al geroken. Haha. Dat komt door de Patchouli. Dat is zo’n kenmerkende geur. Vroeger op school herkenden de kinderen daar ook mijn aanwezigheid aan. Grappig.

We moesten naar de eerste verdieping waar tante Pollewop zich om kon kleden en daarna door naar de tweede. Even een nostalgische view van dochterlief en haar zus op ballet, hier was evenzo sprake van een knotje en een glitterend turnpakje met een broekje erover. Er waren gelukkig banken en ik had mijn makkelijke sandalen aangetrokken, want van de vorige keer wist ik dat de schoenen uit moesten. Dat was nu zo geregeld.

De turnleidster was een pittige tante. Opgestoken haren, duidelijke korte opdrachten en strakke oefeningen. De meisjes waren volkomen in hun hummetje. Zelfs een van hen, die er veel moeite mee had. Anders dan vroeger toen ik zo’n meisje was, werd er nu volop hulp geboden en aangemoedigd.

Om het heugelijke feit te vieren gingen de Filosoof, tante Pollewop dochterlief en ik naar het restaurant om met een tosti voor de kinderen en een lekker drankje voor ons, deze laatste turnles uit te luiden. Ik koos voor een alcoholvrije Verdejo, die heerlijk was. Ik ben vergeten te vragen naar het merk. We namen afscheid en we zien elkaar vrijdag, nu wel op de tuin. Vandaag is er een gezellige dag met de kleuterkweek-vriendinnen. Twee keer per jaar spreken we ruim van te voren af. Altijd goed voor een dag met veel stof tot praten. We moeten per slot van rekening een half jaar overbruggen en dat is geen sinecure.

Overpeinzingen

Schoonheid tot over alle grenzen

Twee pannen met spaghetti gemaakt. Een zonder korrels, brokjes, frutsels en wat nog meer als obstakels voor kleine rakkertjes zullen dienen en een bak mét voor pa en ma. Dit alles omdat zoonlief me had verzekerd dat het anders niet gegeten werd. Dus alle groenten glad gepureerd. Twee bakjes en op pad. Rond twee uur kwam ik aan.

Een van de rakkers was bij Nene gebleven, maar twee waren evenzo vrolijk goed voor drie. De oudste van de twee had de bokkenpruik op. Ik vermoedde dat hij ook bij zijn oma had willen blijven. Daar zijn nog twee voetballende broers, die ze met het grootste gemak op sleeptouw nemen. Als je dan met zuslief mee moet naar huis, kan dat een domper zijn. Het duurde even en ik moest alles op alles zetten om het tij te keren, maar dan heb je ook wat. Hij werd een kusjesmonster en ik werd er mee overladen, allemaal op mijn rug, haha.

We hebben het hele arsenaal aan kinderliedjes gezongen, Annie M.G. kwam voorbij, waarbij ik hier en daar wel even een tekst moest ophalen, want zo vaak zing ik ze nou ook niet meer. Alles zong mee, voor zover ze het liedje kenden, zoonlief incluis op een volstrekt andere toonhoogte, maar dat mocht de pet niet kreuken. Daarna gleden kussens van de bank en werd ineens de vloer lava. Alle energie kwam eruit. Ik vertelde dat dat spelletje vroeger apenkooien heette en moest denken aan de groep in het speelllokaal en het gesjouw met banken en klimrekken om het lokaal apenkooienproof te maken. Altijd succes en spierballen verzekerd. De vloer is lava kwam pas op het laatst erin.

Lieve schoondochter was ook aan het apenkooien en sjouwde in haar eentje een bed naar beneden. Ik mocht maar een beetje bijspringen, toen ze de draai om de bocht bij de trap niet makkelijk kon maken. Het was eigenlijk veel te zwaar om in je eentje te doen, maar ze wilde mij niet belasten en zoonlief kon niet uit de voeten. Nood breekt wetten. Ik ken het wel, had vroeger waarschijnlijk hetzelfde gedaan, maar toen we allen moe maar voldaan aan de spaghetti zaten, kwam ze net terug van de masseur en stond haar witte gezichtje op ‘even-helemaal-niks-meer’, met al die ballen die ze hoog te houden had.

Kinderen zijn het betere rek-en strekwerk. Er kan geen sportschool tegenop. Tegen vijven schepte ik de borden op en was verbaasd over de eetlust van de twee. Samen met de komkommer ging het als een speer naar binnen. Verborgen groenten werken best, dan kan je er in stoppen wat je wilt. Behalve mais, want dan moet je gaan zeven. Iets wat ik aan den lijve had ondervonden.

Nog meer kusjes als afscheid en de belofte om er zondag weer te zijn, want dan was de kleine meid jarig en wordt ze al weer twee. De weg terug was opmerkelijk rustig. Geen files zowaar en al helemaal niet op de kruip-door, sluip-door route. Dat alles misschien door de poppenkast in Den Haag, waar het halve land voor is stil gelegd.

De stokroos bloeit in Nagypeterd. Ik mocht er mee wakker worden door een appje van Lief. Het leven begint daar nog steeds via het tropenrooster heel vroeg in de ochtend. Gisteren bij het uitstappen ontdekte ik een kleine, dappere, verdwaalde viool tegen de stoeprand aan tussen de tegels.

Vandaag vliegen de gierzwaluwen extra laag en vlak voor het raam. Het is alweer te lang geleden dat ze op een 25 juni voorgoed haar ogen sloot. Maar elk jaar is de herinnering er. Frêle, scherend, gierend met hun hoog en schril geluid en teer. Schoonheid tot over alle grenzen.

Overpeinzingen

Missie geslaagd

Oude tuinbroek, oud shirt, sokken over de pijpen, oude schoenen…Klaar voor de rimboe. Gewapend met een fles water en een weckpot vol nootjes stapte ik de deur uit en prompt vielen er dikke druppels op mijn hoofd. Agaath stond verder weg. Omdat het regen was waar met gemak tussendoor te lopen viel kwam ik vrij droog bij de auto aan. Toch dochterlief even polsen, wat wijsheid was. De lucht betrok nog meer en ook mijn helder verstand. Aflasten maar, geen zin om in drijfnat struweel te werken. Maar er is niets veranderlijker dan het weer. Twee straten verder was er een stralend zonnetje aan een blauwe hemel. Bij het huis van dochterlief hakten we de knoop door. Kom, we zijn niet van suiker. Gaan!

En zo wandelden we een half uurtje later over het pad naast de sloot, waar twee jonge meerkoeten schril piepend door hun ouders van de kant gelokt werden, richting oerwoud. Het viel allemaal reuze mee. Alles was op het eerste gezicht gras, brandnetel of nog hoger gras, maar bij nader onderzoek bleken heel wat planten het toch te hebben overleefd. Drie hosta’s en de schoenlapper bijvoorbeeld, vier mini zonnebloemen, de lavendel en de Hebe, de hortensia, de rozen, de lisse, de lievevrouwebedstro, de geraniums. Dochterlief maakte in hoog tempo het een en ander vrij van de ballast.

Ik wilde de structuur terug en begon met maaien in mijn eigen tempo. Dat betekende maaien/zitten/maaien/zitten. Zo snel als dat lukt. De plaats voor de nieuwe composthoop hadden we ook al bepaald, maar ik aarzel nog altijd of het slim is. Na een korte studie composteren daarnet lees ik de richtlijnen en die verschillen van mijn aanpak. Laagjes groen en bruin afval, het liefst kleiner geknipt, regelmatig omwoelen en dus niet achter elkaar al het overtollige onkruid in bossen erop gooien zoals tot nu toe gebeurde.

Dat betekent dat ik de oude compostberg, hoop is het juiste woord niet, af ga graven en in zakken mee ga nemen naar de groenafval-container op de gemeentewerf. Daar zal ik woensdag aan beginnen. Vandaag de basis. In het record tempo van dochterlief zijn er aan het eind van de ochtend nog eens drie overvolle kruiwagens opgegaan. Deze tuin vereist sluwe slimmigheid. Het is een bijzonder aangename constatering dat de dochters op precies dezelfde snelle en grondige manier te werk gaan net zoals ik het vroeger zelf ook deed. Een zekere verbetenheid ligt eraan ten grondslag. Bikkelen tot het klaar is. Bijzonder om dat waar te nemen. Tussendoor houden we pauze met water en een handvol noten en aan het eind kunnen we voldaan neerkijken op de gedane arbeid. Hard gewerkt, bergen verzet.

Resultaat twee gemaaide tuinen, drie onkruidvrije bedden en voldoende gesprekstof tussendoor. Het is een meerwaarde dat we telkens even kunnen sparren, wikken en wegen, de plantenapp erbij om te kijken of we het goed hebben gezien. Zo is de phlox is in ieder geval gered van het overheersende leverkruid.

Volgende keer ruimen, de keer erop de wilgen aan het doorgaande pad snoeien. Alle keren een afgebakende taak, dan blijft het behapbaar en overzichtelijk. Voor nu is de missie geslaagd.

Overpeinzingen

Traag maar gestaag

De wind trok met regelmaat aan het open raam, onrustig, razend, rammelend. Terwijl het al verder waaiend onder de deur door een hoge zangerige toon gaf. Iets om wakker van te worden. Dat gebeurde ook. Vastbesloten om slaap in te halen trok ik het raam dicht en viel de stilte in. Ogen sluiten en pas rond vijven weer open. Zo was het goed. De avond er voor had ik, met een hele nacht hanenwaken, al vroeg het bed opgezocht. Te moe om ‘om het even wat’ nog te volgen.

Regen tegen het raam. Na al die droge dagen een welkome afwisseling, maar dochterlief en ik zouden vandaag wel naar de tuin gaan. De temperatuur is prima. Rond de twintig graden en bewolkt. Nu duimen dat we het tegen die tijd droog houden. We willen een andere plek voor de composthoop bedenken. Dat zal niet al te makkelijk zijn. Ik weet eigenlijk niet meer of ik er een riek heb staan, want dat is een uitstekend middel om de berg leeg te scheppen. Misschien toch maar afvoeren naar de gemeentelijke biobak. In ieder geval ruimte scheppen, de tuin ophogen en meer bloeiende vaste planten erin. Er is werk aan de winkel.

Gisteren was er al een omslag van het weer. Het begon voor het eerst te druppelen, toen ik met Agaath en twee bakjes soep in een tas met een vers gebakken Turks brood richting zoonlief ging. Alleen thuis dus alle tijd voor een goed gesprek. Het sfeertje als vanouds, diepe genegenheid. Het gesprek kabbelde vrijuit over de paden van het leven met bergen en dalen, obstakels en heerlijkheden, over kinderen en groter groeien, over verschillen en overeenkomsten. Het is fijn om ervaring te delen en om dat in die vertrouwde sfeer te mogen doen. Vroeger zei mijn moeder altijd: ‘Maak van je hart geen moordkuil.’ Met andere woorden maak je hoofd leeg. Zijn knie deed al veel minder pijn. Het ergste was achter de rug, vanaf hier kan hij weer omhoog kijken.

Soep, kringloop en balkonbloeiers

De Harira viel in goede smaak en er was nog voldoende voor de avond, want de drie rakkertjes en zijn vrouw kwamen pas de volgende avond terug. Tegen vieren namen we met een warme omhelzing afscheid. Dinsdag zal ik met een pan vol spaghetti opnieuw er heen gaan.

Lief videobelt straks. Ik kijk er naar uit. Het gemis is er, maar de leegte wordt hier met genoeg reuring opgevuld, toch is het fijn om even tegen hem aan te leunen en omgekeerd, want in de Hoff is het alleen-zijn in de natuur de afleiding. Er is meer dan genoeg te doen, maar toch.

De Nomade is ondertussen uitgelezen. Het is de opvolger van de Camino. Ik kreeg het gevoel een format te zien, dat in haar vorige boek ook gebruikt was. Het kostte moeite me te verplaatsen in de beschreven locatie. Onbekend gebied uiteraard. Het plot warrig en toch voorspelbaar. Nu door met Krekel, waar ik ineens een sprookje doorheen zie schemeren. Nee, ik verklap niet welke. Dat zou de spanning wegnemen.

Na zoonlief ben ik de kringloop binnengewipt. Doelloos een beetje struinen tussen de kleding, de uitgestalde waar en de meubeltjes en resoluut langs de boeken gelopen. Bewust, want eerst moet de stapel ‘nog te lezen’ slinken. En dat doet het. Traag maar gestaag.

Overpeinzingen

Tijd om wat verloren slaap te sprokkelen

Het wil vannacht maar niet lukken. Er kloppen allerlei wereldproblemen aan mijn deur en vragen om mijn aandacht. Maar ze zijn onheilspellend en veel te omvangrijk om te bevatten. Rond vieren, negen over om precies te zijn, snavelt de merel zijn ochtendtrillers het zwerk in. Het is een troostrijk geluid, een geluid van alle tijden.

Het leidt me naar de nachtdiensten op KNO in het oude gebouw van het Academisch ziekenhuis in Leiden eind jaren zeventig. Tegen die tijd zat ik bij het open raam mijn rapport te schrijven. De mooie en minder mooie kanten van zo’n nacht, waarin altijd van alles gebeuren kon. Dat vroege uur alleen in het kantoortje was even een rustpunt in de hectiek. De merel en zijn ochtendzang brachten er balans in en nu weer.

Zoonlief had gisteren de auto nodig en dat zorgde ervoor dat er een mooie gelegenheid geschapen was om in alle rust alles op een rijtje te zetten. Vanaf mijn thuiskomst tot nu had ik me mee laten voeren door de waan van de dag. Zo’n moment van bezinning was zeer wenselijk.

Mijn immobiele kind was vandaag alleen, want de rakkertjes en zijn vrouw waren naar de andere oma, dus leek het hem gezellig als ik kwam eten. Ik beloofde hem om alvast in het voren een soep te maken, want dat was een wens. Omdat er een enorme hoeveelheid cherry-tomaten lag, koos ik voor harira met zelfgemaakte tomatenpulp. De rest was allemaal in huis. Ik hou van koken. Dit paste geheel en al in het programma van mij-tijd.

Het was heerlijk koel binnen, terwijl buiten de dertig graden werd aangetikt. Ik had het idee dat de voorspelde smog wel meeviel. Er stond nog altijd een windje. Af en toe wierp ik een blik op de televisie, waar de Amsterdammers hun asfaltfeest aan het vieren waren ter ere van het 750 jarig bestaan. Onze piepjonge hoofdstad deed qua grootte allesbehalve onder voor oude vestingen als Nijmegen en Utrecht. Het was een vrolijke bedoening ondanks de hitte. Iedereen wilde de kans grijpen om over de snelweg te lopen en geschiedenis te schrijven. Sommige luitjes liepen onder een kleurrijke paraplu. Helemaal geen gek idee. Met deze hitte en de ongenadige zonnestralen is er veel te zeggen voor een baldakijn boven je hoofd.

De tomaten waren aan het pruttelen, de vaat was gedaan en de was opgehangen. Tijd om het nieuwe boek te bekijken wat we met de biografie-club hebben uitgekozen. ‘Het Kwartet’ van Claire Mac Cumhaill & Rachael Wiseman met de ondertitel: Hoe vier vrouwen de filosofie opnieuw tot leven wekten.

‘Het Kwartet is een prachtige groepsbiografie van vier briljante vrouwen die niet alleen ideeën met elkaar deelden maar ook huizen, sofa’s, schoenen en zelfs geliefden. In de wanorde van de oorlog en van de jaren daarna schiepen de vriendinnen een manier van ethisch denken die ons vandaag de dag nog steeds veel heeft te bieden.‘ staat er op de achterflap. Het lijkt me een onderwerp dat voor nu ook heel heilzaam kan zijn.

Er zeilde een luchtballon voorbij die precies de ondergaande zon ving. Terug naar de keuken. De Harira krijgt vorm met Ras el Hanout, de uien, de tomatenpulp, de gedroogde kruiden, de kikkererwten en de bouillon. De hoeveelheden zijn zoals gewoonlijk geschikt voor een weeshuis.

De merel fluit nog altijd. Tijd om wat verloren slaap te sprokkelen

Overpeinzingen

Met gouden randjes

Het werd niet alleen een wandeling door dat prachtige bosrijke gebied, maar met het ophalen van de herinneringen en het aanroeren van waarachtige gevoelsonderwerpen ook een wandeling door het verleden. Direct al bij binnenkomst was er een opmerking die duidelijk maakte hoezeer ik haar gemist had, hoe goed we het samen hadden en hebben als duopartner en als vriendin. Een van die olijke noten, die door ons hele gesprek heen geborduurd zitten en zo heerlijk eigen voelt. Ons kent ons. Jawel, echte zielsverwantschap.

Ze had een route uitgestippeld die ik aankon, maar eerst was er koffie met enorme schuimkraag, die we langzaam genietend oplepelden, net als de verhalen om de te lange tijd van gemis te overbruggen.

We kuierden en soms stonden we even stil, om op adem te kunnen komen als er sprake was van een hochie. Ze ving me op toen de schoen bleef steken achter een omhoog staand randje van een stoeptegel. Zo hadden we elkaar jaren opgevangen bij elk schurend randje van het bestaan. We haalden herinneringen op aan de projecten die we samen hadden bedacht, maar konden ook even stil blijven luisteren naar de vogels om ons heen en ze vertelde dat bosbaden zo heerlijk was, het Japanse Shinrin-Yoku waarbij je jezelf onderdompelt in de natuur, een bijzondere meditatievorm waarbij je stilstaat bij de specifieke geuren van het bos, de kleuren, de frisse buitenlucht, het ritselen van de blaadjes, het fluiten van de vogels.

Heel herkenbaar en iets wat Lief en ik in Hongarije dagelijks doen, Lief zelfs nog intenser dan ik, omdat hij soms in moet grijpen in weelderige groei. Het herinnerde me aan een wandeling die ik ooit maakte met een kennis, waarbij we afgesproken hadden niet te praten. Het heeft net zo’n effect, want je beleeft de aanwezigheid van de natuur intenser.

Bij het boscafé streken we neer en na een poosje kwam een vriendelijke vrouw de bestelling op nemen. Het personeel bestond voor een groot gedeelte uit mensen met een beperking. Enthousiast in hun verantwoordelijkheid en vrolijk. We zaten op het terras vlak bij de ingang naar het buffet en een van de vrouwen keek ons iedere keer als ze langskwam stralend aan en vroeg of we het naar ons zin hadden, of het smaakte en meer van dergelijke opbeurende opmerkingen.

Nu konden we nog verder de diepte in, want als er iets is wat troost vermag zijn dat de uitgesproken momenten. Samen, op het terras, te midden van anderen en toch heel intiem, wij tweeën.

Terug waren er in mijn beleving nog meer hochies, maar het kon ook komen omdat de zon ongenadig en rechtstandig de straat bescheen zonder ook maar een schaduw te trekken. Kuieren, even pas op de plaats en weer een stukje kuieren.

We dronken nog een kop thee, manlief kwam erbij en samen vertelden ze wat een geweldige keuze het was geweest om de randstad te verlaten voor deze plek, temidden van die heerlijke bos en hei waar naar hartelust gefietst en gewandeld kon worden.

Rond een uur of twee stapte ik op met een hartelijke omhelzing en een belofte voor de herhaling. Nog geen files, dus waagde ik de snelweg, waardoor ik aan tijd won en even bij zoonlief aanwipte, die een gigantisch zwembad in zijn tuin had staan. De kleine Njong, inmiddels bijna klein af, sliep de slaap der onwetenden. Zijn zus en moeder zaten beneden onder het overdekte terras te knutselen, te werken en bij te komen van school. Het was een wisselen van de wacht, want even later kon ik met zoonlief een aantal zaken doornemen. Zo heerlijk om ze weer te zien.

Het slaapje duurde lang, dus ik beloofde volgende week nog eens langs te komen maar langer, om samen met elkaar bijvoorbeeld een hapje te eten. Prompt belde zoonlief toen ik naar huis reed, dat de kleine me nog even wilde zien, voordat ze alle vier het zwembad in zouden springen. Even wachten tot ik op de bank zat, maar daar werd ik dan ook bedolven onder telefoonkusjes en met een grote grijns. Heerlijk. Zo’n dag dus…Met gouden randjes.

Overpeinzingen

Je eigen stille veste

Het was me het dagje wel. Bij zoonlief trof ik eerst volmaakte rust. De kleinste lag nog lekker te slapen en schoondochter was samen met de middelste de oudste van school aan het halen. We hadden ruim de tijd om bij te praten en zijn oorlogswonden uitgebreid te bestuderen. Hij is er inmiddels van overtuigd dat voetbal oorlog is, later dan, als alle spieren en banden niet meer zo soepel willen regenereren. De pijn viel hem tegen, hij had er lichter over gedacht. Het was fijn even zo samen te zijn.

Toen de twee rakkertjes binnen kwamen waaide er een hele andere wind door de kamer. De oudste was verongelijkt van school gekomen en wilde even helemaal niets. Het was nee in alle toonaarden.

Het was voor het eerst dat ik steeds tegen mijn beperkingen aan liep. Niet snel even iets kunnen pakken, niet bukken, niet achter ze aanrennen waar dat soms wel nodig was. Het is een handicap en als paps dan ook nog immobiel op de bank zit en hoogstens alleen kan strompelen met krukken, zie ze dan maar eens in bedwang te houden. Niet te doen. Ik dacht aan mijn eigen vijf en het feit dat je ogen, oren en handen te kort kwam om ze in het gareel te krijgen, maar conform de tijd waren ze op nog vollere sterkte aanwezig. Het stond me nog helder voor de geest. Zijn lieve schatje holde van hot naar her.

Het enige wat te doen viel was te sussen en af en toe een hartig woordje te spreken met deze of gene, want de oortjes stonden verkeerd en daar hielp geen lieve vader of moedertje aan. Alleen als er getroost moest worden, omdat er ergens een miniem wondje was opgelopen ter grootte van een speldenprik, was ik in beeld. Hè gelukkig en de toverkusjes op de ‘wond’ hielpen ook nog steeds.

Moeders mocht in haar eentje op pad. Even de vrijheid in, want het was allemaal wel pittig natuurlijk. Ze ging voor een parasolvoet maar kwam met heel veel andere dingetjes weer terug. Kringloopje gepakt. Haha.

Zoonlief en ik hadden het rijk alleen met de drie rakkertjes. De kleine meid was inmiddels ook wakker geworden en wilde in eerste instantie helemaal niets weten van die digitale oma. Maar de komende weken gaan ze me wat vaker zien en dan loopt het wel weer los, is de ervaring. Ik stond op het punt om spaghetti te gaan maken, toen moeders weer thuiskwam. Maar ze zou op poffertjes trakteren, want dat hadden ze al heel lang niet gegeten. De oudste ging minutieus aan het stofzuigen en de jongste ontdekte een manier om heel handig speelgoed op te zuigen en op tafel te leggen. Ze schaterde iedere keer als het lukte. Het was een koddig gezicht. Met moeders lekkernij werden het drie zoete schatjes, van binnen en van buiten. Als de katjes muizen dan mauwen ze niet

De weg naar huis was druk. Mijn kruip door-sluip door weggetjes doen het nog altijd prima. Thuis in alle rust op de bank even bijkomen om kalm de dag nog eens te overpeinzen. Dat is het fijne van op bezoek gaan. Je kan altijd terug naar je eigen stille veste.

Overpeinzingen

Het geeft lucht

We moesten in Oud-Zuid zijn en de lieverd naast me had een half leven juist daar op school gewerkt. Ik zwaaide prompt te vroeg een straat in, maar daar was mijn reddende engel in nood, want anders dan de tomtom aangaf leidde ze me door de wirwar van straatjes recht naar een mooie parkeerplek en konden we wandelen naar een stukje verderop.

Iedereen had de dikke ‘Greet Hofmans’ meegesjouwd. Het duurde even voor ook de laatste van ons groepje er was, zij had een bus gemist. Onder het genot van liters thee en kletskoppen namen we de schrijver van het boek Han van Bree en zijn onderwerp onder de loep. We waren het unaniem eens over het feit dat het boek wel een tikkeltje dunner had gekund en dat er erg veel namen in stonden, maar over het algemeen waren we toch wel gunstig gestemd omtrent de grondigheid van de schrijver, alle foto’s die in het boek stonden en die zorgden voor het verlevendigen van de details.

Nergens maar dan ook nergens was deze vrouw uit geweest op eigen gewin en had ze als een orakel altijd een positieve aanmoediging gegeven. Een van ons vertelde dat iemand in haar omgeving had gezegd, dat er in elk leven eigenlijk een ‘Greet Hofmans’ zou moeten zijn. Je wilt allemaal wel bevestiging en aanmoediging krijgen. De mensen uit haar omgeving, haar rol in het paleis, de conferenties die daar uit voort vloeiden werden uitgebreid besproken. Verbazingwekkend bekende namen zaten onder de deelnemers, maar dat kon ook aan het spirituele klimaat liggen van dat moment met, onder andere, de opkomst van de parapsychologen. Haar eigen wensen zouden naadloos passen als kritische noot op het huidige beleid. Ze was erg humaan in die zin. Onze vage negatieve ideeën over deze vrouw hadden we allen bijgesteld, ongeacht of je het eens was met de door haar ‘opgedragen’ rol.

De terugweg verliep tot Utrecht soepeltjes, daarna moesten we vooral file ontwijken, wat wel glorieus lukte op het laatste stukje na.

Tijd voor de tweede boekenclub met het boek van Lieke Marsman: ‘Op een andere planeet kunnen ze me redden’. We reden met vieren vanaf de carpool naar het kleine dorp midden tussen de weilanden. Het was een warm weerzien midden tussen de dahlia’s en de bloeiende lavendelstruiken. Buiten moest er eerst grondig bijgekletst worden. We moesten toch wachten op de laatste die een half uurtje later zou komen. Thee en koffie, madeleines of chocoladekoekjes met later een uitgebreide borreltafel om de inwendige mens te versterken en toen we compleet waren, het boek van Lieke Marsman.

Stof tot praten genoeg en een onderwerp waar je sowieso de diepte mee inging, namelijk het thema Leven en Dood en haar gedachten daarover. Er kwam van alles voorbij, wat niet anders kan als ieder na gaat denken over eigen leven, eigen lijden en de dood. Wat betekent het voor je partner, de kinderen, de omgeving, hoe het te verwerken. Niemand weet wat er in je hoofd gebeurt bij zo’n zwaard van Damocles boven je hoofd, als hoop en troost zich voedt met allerlei nieuwe gedachten, die je daarvoor nooit hebt gehad. In het geval van Lieke over God en genade, kwantummechanica en christelijke denkers.

Hoe staan we daar zelf in.Denken we na over het moment dat er afscheid genomen moet worden en hoe willen we dat dan. Vragen waar lang over door te bomen valt. Er zijn zoveel wensen, als er mensen zijn. Als je voor de kleine kring kiest, benadeel je dan iemand of niet of vier je de dood groot en is dat dan een meerwaarde en zo ja, voor wie. Stof te over om nog lang over door te denken. Naar mijn gevoel is een ding zeker. Maak het bespreekbaar. Het geeft lucht.

Overpeinzingen

Dus is een opfrisbeurt gewenst

Wat is het toch altijd fijn als je je kan laten vertroetelen. Een ligstoel met massage terwijl je haar door zachte handen wordt gespoeld met heerlijk lauwwarm water. Daarna een kop thee met een brownie met een paar stukjes gember erop, terwijl de natuurlijke kleurtjes als poeder door elkaar worden gemengd en aangelengd met water. Ingekwast en dan anderhalf uur volmaakt op jezelf aangewezen mogen zijn terwijl het haar in een zilverkap gaat. Kostbare mij-tijd.

Anderhalf uur om weg te dromen, verhalen te lezen in glossy’s die je nooit koopt. Het tekendagboek met fineliner bij te werken en ver weg te reizen in je hoofd. Dat voelt goed. De kleuring wordt gecontroleerd en tien minuten later mag het worden uitgespoeld. De Koreaanse stagiaire krijgt die opdracht mee. Opnieuw een hele fijne, grondige, maar zachte aanpak met het uitspoelen van de kleur. Er wordt behoedzaam een crème in gemasseerd en daarna föhnt ze het droog.

We hebben een klein gesprek. Ze leert Nederlands met Duo-Lingo en ik zeg dat ik Hongaars aan het doen ben. Dan vertelt ze enthousiast dat ze in het najaar naar Budapest zal gaan. Het schept een band. Ik wissel op haar vraag wat Hongaarse woorden uit. Ze vindt Nederlands net zo moeilijk als ik Hongaars. We keren terug naar de haarperikelen. De kleur zit er prachtig in en de krullen veren op. Ik maak een nieuwe afspraak met haar, terwijl er iemand meekijkt en volgende keer knipt en kleurt ze mij. Spannend voor haar, maar ik heb er wel vertrouwen in.

Onderweg naar de parkeergarage, die ik tot mijn vreugde heb ontdekt, elf minuten lopen en driekwart minder duur dan op straat parkeren, loop ik door het Grifpark en langs de geveltuinen van de huizen in de wijk. Prachtige bloeiende planten staan er. Een gele abutilon, een prachtige volle struik met talloze gele bellen, en een plant die hot lips wordt genoemd maar van oorsprong een salvia is. Iets verderop bloeit een enorme hydrangea. In het griftpark loop ik langs de bloementuin vol kleur en waarschijnlijk ook geur, want ik zie de lathyrus. Wat een cadeau.

Ik was 7,20 kwijt voor tweeëneenhalf uur parkeren in de binnenstad. Eindelijk een makkelijk te bereiken garage voor weinig. Thuis had schone dochter alle voorbereidingen voor het eten getroffen en was dochterlief er met Dribbel, een klein beetje voor de niet-vierende jarige en een klein beetje voor mij. Haha. Dribbel was op schoolreisje geweest naar Oud-Valkeveen en was eigenlijk bijna aan het eind van zijn latijn.

Zij bleven niet eten, maar andere dochterlief kwam met het hele gezin. Knellende armpjes van tante Pollewop en de filosoof om me heen. Zo fijn om weer samen te zijn. Er werden cadeau’s uitgewisseld en we konden aanschuiven. Een luxe dat ik niets hoefde te doen. Er was heerlijk gekookt en vooral de pasta met rode saus ging er bij de kinderen in als koek. Al met al toch een verjaarsfeest.

Daarna met de benen op de bank in rust alles nog eens overpeinzen. De reis, de overgang van daar naar hier, het verschil en de bulk ellende op het nieuws. Lief stuurt een foto van de rode kersen en de frambozen in de Hof die er dus al stonden. Geen probleem, met de extra struiken staan er zo meer. De ruimte is er. Straks naar de bioclub en eerst eens speuren naar wat ik over Greet Hofmans heb opgeschreven in mijn blogs. Het is al wat weggezakt dus is een opfrisbeurt gewenst.

Overpeinzingen

Dat dan weer wel

We staan voor het raam in het oude huis en kijken uit op de achtertuin beneden ons. De deur staat open. Het is een heerlijke zomerse dag en de zon laat zich van haar beste kant zien. In de vensterbank staan drie bronzen musjes dicht bij elkaar. Tegen het blauwe zwerk scheren ranke snelle gierzwaluwen en we luisteren naar hun hoge schrille gieren. Ze kijkt ze na als een groepje al dartelend voorbij scheert. ‘Hier hou ik zo van,’ zegt ze en daarmee zet zich dit moment voor altijd vast in mijn hoofd. Het is bijna de dag waarop het afscheid komen zou.

Er staat een kleine bronzen mus uit de vensterbank voor het oude enorme computerscherm op de werkkamer hier. Met het beeld in mijn hoofd dat erbij hoort en al die andere mooie momenten samen waarin we stukje bij beetje afscheid namen van elkaar, en voor haar, van de natuur om zich heen, vormen ze haarfijn en scherp de herinnering. Voor eeuwig. Bram Vermeulen zong het zo mooi. ‘En als ik dood ben, huil maar niet. Ik ben niet echt dood moet je weten. ‘T is maar een lichaam dat ik achterliet. Dood ben ik pas, als jij me bent vergeten.’

Gisteren liep ik door de supermarkt en genoot alleen al van het zien van al die vertrouwde producten en tegelijkertijd viel de enorme verscheidenheid me op. Wat een luxe. Pastasauzen in alle smaken. Ze staan er rijen dik, twee schappen vol. Keuze te over. ‘Keuzestress’ zou Lief zeggen. Ik zoek naar het vertrouwde van daar en hier. Het maakt niets uit, omdat de meest basale simpele variant er bij beiden is en garant staat voor een even lekkere saus als de meest ingenieuze. Waarom men voor een steeds groter wordende verscheidenheid kiest, blijft verwonderlijk. Het maakt de keuze niet makkelijker als je er gevoelig voor bent.

Vandaag is zoonlief jarig en dat brengt me altijd weer terug in de tijd, bij het moment, dat we, alledrie werkzaam in de onderbouw, de directeur zouden gaan vertellen dat we toevallig tegelijk zwanger waren en ook nog rond dezelfde tijd zouden bevallen. De hele onderbouw in een keer uit het zicht verdwenen. Hilarisch en schokkend tegelijk. Het baarde ons ook zorgen. Wie zou dat stokje van ons overnemen en waren dat dan ook Jenaplanners. De zorgen voor de directeur waren groter, want die moest het gaan regelen. Qua bevalling kwam de tweeling van vriendinlief een maand te vroeg, een dag voor zoonlief zijn opwachting maakte, en twee maanden later was de derde bevalling een feit.

Het is goed gekomen. Ik keerde na twee jaar terug naar dezelfde groep en moest wel slikken toen ik merkte dat er in essentie toch nog veel veranderd was, maar van lieverlee viel het terug te draaien of te verbeteren.

De koffers zijn uitgepakt, de boeken staan op hun plek, het stof is van Agaath gewassen en vanmiddag is mijn haardos aan de beurt. In de vroege avond komt er een kleine delegatie familie op bezoek. Schone dochter maakt een hapje klaar en in bescheiden mate vieren we zoonlief zijn jubileum. De tijd vliegt net zo snel als de zwaluwen scheren.

Lief heeft een mooie mindset gemaakt doordat voor- en achterland vloeiend in elkaar op aan het gaan zijn en het één geheel aan het worden is. Voorheen was er altijd een scherpe scheidslijn. Hij zal de voortgang middels foto’s tonen, zo kan ik er toch van meegenieten. Het is fijn en een mooi vooruitzicht, dat het ‘straks’ een grote Hof zal zijn. Een kwestie van de lange adem. Dat dan weer wel.