Overpeinzingen

Gelukkig is mijn kinderhand al gauw gevuld

Er was sprake van een tijdverhaspeling. Dat kwam omdat de woensdag bestond uit twee duidelijk gescheiden delen. In de ochtend het ontbijten en het aanstaande vertrek van nichtlief en eega, dat uitgebreid en hartelijk gebeurde. Rond twaalf uur ging het ‘en route’. Daarna viel alles stil en werkten we in ons eigen tempo de verschillende klusjes af. Twee dagen in één en dat levert een Babylonische verwarring op. Dus werd de donderdag vrijdag. Op die dag gingen we de stofzuiger terug brengen naar de winkel omdat hij na een stief maandje stilzwijgend het loodje had gelegd. Iets dergelijks constateerde de chef van de winkel ook zodat hij in de doos met een schrijven van een blaadje of vier en evenzovele handtekeningen retour werd gezonden naar de fabriek. Daarna de boodschappen voor de komende drie dagen in de wacht gesleept en vandaag brak de zaterdag aan die eigenlijk vrijdag bleek te heten. Vrijdag 5 september. Hoe een mens zich kan verrekenen.

De ingang van de schrijfcursus vandaag was: ‘Schrijf een brief’. Daar moest ik even op broeien maar toen wist ik het wel. De enige aan wie ik zeker een brief te schrijven had. Het slot: ‘Onze levens zijn een eigen pad ingeslagen. Heb ik er verdriet van? Dat weet ik eerlijk gezegd niet. Er viel een last van me af. Ik hoefde niet langer meer op mijn tenen te lopen om de boel bij elkaar te houden. Ik ervoer een grote rust. Mezelf mogen zijn en niet op een voetstuk proberen te komen dat ik nooit zou bereiken omdat het niet mijn voetstuk was. Wel wil ik je bedanken. Voor de henna, voor het schilderen, voor het onbedaarlijke lachen dat we samen konden doen, voor de goede kant van onze gedeelde tijd. Een lieve zoen op je neus’. Ber.

Het voordeel van deze cursus is dat je ongemerkt steeds bij jezelf en je diepste innerlijke zijn uitkomt. Niet omdat het moet en verkrampt voelt door een verplichting, maar gewoon omdat het op een heel natuurlijke manier in werking wordt gezet, waarbij de woorden hun eigen zinnen vinden en vormen, warm geschreven en vol gevoel. Een fijne en zinvolle ervaring.

De boekenbabbel is een maand uitgesteld en daardoor nam ik de gelegenheid te baat om in het boek: ‘Ik heb het de tuin nog niet verteld’ van Pia Pera te beginnen. De titel is een citaat uit het gedicht van Emily Dickinson :’I Haven’t Told My Garden Yet’. Daarin wordt gesuggereerd dat er een dag zal komen dat de tuinman zal ophouden met het onderhouden van de tuin. De tuin weet dat niet. De natuur wordt weer haar enige kracht.

Eigenlijk is het verhaal me op het lijf geschreven. Waar eerst nog volop gesnoeid, gemaaid, gezaagd, geklotterd en gesjouwd kon worden, is alles naar een lager pitje gedraaid, zijn er hulpmiddelen nodig om bepaalde dingen te kunnen blijven doen. Een lichtere grasmaaier, een krukje voor het wieden, maar een met steun voor het opstaan daarna, lange zagen op een stok, stoelen in de buurt om op uit te rusten. Kortom dit boek gaat een groot deel over het leven met de opgelegde beperking van een aandoening of het ouder worden én, niet onbelangrijk, een nieuwe kijk op het groeien en bloeien van alles om je heen. Waar planten sterk genoeg zijn blijven ze tot wasdom komen, de zwakkere minrebroeders vergaan. Zodra de acceptatie daar is en het spijtige gevoel is weggeëbd, dan zijn er nog mogelijkheden te over binnen de beperkingen. Een aanrader dit boek met haar filosofische gedachten.

Druivenjacht was de insteek vandaag. Gewapend met hoedje, bril zonder sterkte en snoeischaar ging ik de confrontatie aan. Sorry bijen, wespen en wantsen, er is ook nog vijg en heel veel druif over. Eens kijken wat ik kan versappen van deze trossen. Een paar flesjes is genoeg. Gelukkig is mijn kinderhand al gauw gevuld.

Overpeinzingen

Hoe verrijkend kan het leven zijn

Het huis is opnieuw stilgevallen. Geen stemmen meer in de bibliotheek, geen gerommel in de keuken als er koffie gehaald wordt in de vroege ochtenduren, geen geroezemoes vanaf het terras. Slechts de Turkse Tortel en de schorre haan van de buurvrouw laten zich horen.

Gisterenochtend startte de dag kalm op. Rond half tien zaten we gepikt en gesteven aan de ontbijttafel. Deze hernieuwde kennismaking, want zo lang als nu waren we niet eerder bij elkaar, voelt voor ons allemaal als heel bijzonder. Bovendien hebben nichtlief en ik nog nooit ons beider verjaardag gevierd en ik kan het iedereen aanraden om dat eens op zo’n intieme manier te doen. Stel dat je met al je geliefde vrienden zo de diepte in kon gaan voor een dag of drie. Wat een rijkdom zou dat geven.

De vermeende Leidse kaas voor ons ‘Leidse glibbers’, ooit hebben we acht jaar daar gewoond, viel goed in de smaak en zij smulden van een verse zelf geplukte vijg. Natuurlijk gaat er een pot vijgenchutney en een kersengelei met hen mee naar huis.

De bedbank in de bibliotheek was al helemaal afgehaald en alles lag keurig opgevouwen op de stoelen. De koffers en tassen stonden ingepakt in de gang. Bij het afscheid wisten we alle vier zeker dat dit in de herhaling zou gaan en als we in Nederland zijn dan heeft Amsterdam natuurlijk evenzo een hoge prioriteit.

We omhelsden elkaar hartelijk. ‘Dag lieverds, tot gauw weer.’ In ieder geval wordt er geappt of geschreven en blijven ze zo op de hoogte van onze Hof-activiteiten. Nichtlief heeft bijzonder veel interesse in de eerbied die Lief aan de dag legt voor de natuur, nu we ook weer met de aanleg van de Voedselhof bezig zijn. Vooralsnog heet het ‘de Steppe’, juist omdat er veel van de kruiden, bloemen en bomen nu terug te vinden zijn in hun eigen oorspronkelijke habitat.

In het eerste jaar dat Lief hier woonde had hij toestemming gegeven aan iemand uit de buurt om er te verbouwen, maar daardoor was er wel een rigoureuze ingreep gedaan op alles wat natuurlijk was. Na dat jaar is het niet meer gebeurd, op de pogingen van buurman na en groeide er alleen nog maar lang duinriet tot aan het achterbos. Fijn voor de reeën, maar voor alles wat er ooit groeide, funest. De kennis van nichtlief die ze opgedaan had in haar werk in de medicinale kruidentuin kwam goed van pas.

We zwaaiden elkaar uit, foto’s geschoten en ook uitgewisseld en in de middag kregen we bericht uit Bratislava. Ze hadden een prachtig uitzicht op de Donau en de omringende sparrenbossen. Ik ben benieuwd hoe ze die stad ervaren. Het is maar vier uur rijden van hier. Dus allicht een optie voor een bezoek van een dag of drie. Binnendoor over Gyor duurde het ruim zes uur, ondervonden ze.

Na logeerpartijen valt de leegte extra binnen. Ik probeerde de stofzuiger nog een keer uit en zowaar hij liep weer, maar met een vreemd geluid. Tien tellen later pruttelde hij opnieuw en zweeg in alle talen. Vandaag met stofzuiger en de garantie terug naar de winkel.

Er was tijd te over voor de voorkomende klusjes. Wasje draaien, beddengoed opruimen in de kasten, bank in de oorspronkelijke staat terugbrengen, was ophangen, achterstallig onderhoud in mijn tekendagboek aanpakken en inhalen. Dat lukte op een weekje na, bijna. De twee schrijfingangen van de logeerdagen verwerken en nog een beetje mijmeren en lummelen en mijmeren en lummelen.

Genieten van al wat langs kwam de afgelopen dagen. Hoe verrijkend kan het leven zijn.

Overpeinzingen

Keurig uitgekiend door de weergoden

Na een goede nachtrust op het logeerbed, altijd weer fijn om te horen, volgen snelle ochtendrituelen en om negen uur zaten we aan een ontbijt. Met de Leidse nagelkaas, die heel wat voeten in de aarde had, voordat onze logee hem had weten te bemachtigen, omdat een van de kaasboeren waar hij nul op rekest haalde, hem verteld had dat het Kanterkaas zou heten en bij de volgende kaas’juwelier’ zoals hij het noemde, hadden ze de Kanterkaas wel. Hoera, met een flink stuk rijker richting huis, waar al ras bleek dat het een traditionele harde Friese kaas uit het Westerkwartier bleek te zijn. Ze is herkenbaar aan de platte afgeronde vorm met scherpe rand aan de onderkant. Altijd mooi als iets een anekdote wordt, stof tot praten voor een volgende keer.

Lief werkte nog wat op het land en nichtlief en ik haalden onze gesprekken op over onze gezamenlijke geschiedenis, hoe ik mijn lief en zij de hare ook alweer had leren kennen. Oma en opa kwamen langs en haar vader en mijn moeder, broer en zus. Hoe zat het ook alweer. Er deden allerlei verhalen in de families de ronde en zaak was om waarheid van onvervalst aandikken te onderscheiden. Zij wist weer wat meer te vertellen over onze Opa zijn arbeidzame leven, had er ergens nog een foto van.

De caravan kwam aan bod, om af en toe te ontsnappen aan het Amsterdamse en natuur te snuiven in de buurt van Zutphen en toen haar Lief weer terugkwam lichtte ik een tipje van de sluier op over het projectonderwijs in het algemeen en het benaderen van kinderen in het bijzonder. In dat soort verhalen verlies ik mezelf in een soort verlangen, nostalgie ook, maar tevens met de hoop dat het op een dag nog eens bewaarheid wordt op heel veel scholen. Ik gun het de kinderen zo.

In de middag stond Zsolnay op het programma, een staaltje van de Hongaarse porseleincultuur, maar eveneens alles wat te maken had met het rijke culturele en kunstzinnige leven. De statige trappen(!)met de hoeveelheid beelden er langs, met als ondertoon de klassieke piano of fluit van de muziekschool geven het een sfeer waarvan je droomt als je als jong broekie zou willen gaan studeren.

Af en toe moest ik even bijkomen op een muurtje of een bank, maar die waren er gelukkig genoeg. We gingen naar het kleine winkeltje met snuisterijen en een handjevol brocante, waar de prijzen naar Westerse maatstaven waren opgeschroefd, vergeleken bij de vorige keer dat ik er was en naar de Zsolnaywinkel aan de overkant, waar we ons vergaapten aan het aanbod porselein. Soms prachtig, soms foeilelijk, maar dat is te allen tijde een kwestie van smaak. Er stonden ook prachtige kommen bij met een kloeke vorm en blauwe en groene uitwaaierende tinten, dus vroeg ik aan nicht of dat niet iets was om cadeau te geven aan hen, omdat ik hier geen boeken kan kopen en ze er nu een uit de verzameling had gehad, maar we zo graag iets samen wilden geven aan hen samen.

We vroegen aan de verkoopster of we ze even mochten zien, want al het porselein stond achter rode linten of glas. Ze begon ze een voor een te voorschijn te halen en zette ze op een rubber matje neer bij de kassa. Het bleek dat we ze zo beter konden bekijken. Ze hadden alles in zich wat een goede kop nodig had. De keuze was snel gemaakt. Een blauwe en een groene. Zorgvuldig werden ze ingepakt in vloeipapier en een doos, die weer in een papieren tasje werd geschoven. Top.

Langs het tegelhuisje en de metalen vernuftige kunstbrug over de weg weer naar de auto, om thuis nog even uit te rusten, omdat we door hen waren uitgenodigd voor een klassieke Hongaarse maaltijd dichtbij. Lieve bediening, redelijk eten met teveel van alles en thee of koffie toe. Donkere wolken pakten zich samen en de eerste druppels vielen bij het binnenrijden van het dorp. Daarna ging het los. Een en ander keurig uitgekiend door de weergoden.

Overpeinzingen

En dat was het

Om iets over tweeën sloegen er twee deuren van een auto dicht. We liepen naar de deur om te kijken of het onze gasten waren en jawel. Hartelijke omhelzingen. Het is altijd goed om het huis te bezien door de ogen van nieuwkomers die het nog niet kenden. Ze staken een stevige loftrompet af over de grootte, de originele details, de oude meubelen die bij het huis horen en haar cachet geven. In de hof zelf waren ze verbaasd over zoveel natuur. Nichtlief en haar man wonen in hartje Amsterdam. De Hof was een landgoed vonden ze. Wij voelden ons zeer vereerd en ik was plaatsvervangend trots op Lief, die dit alles in zijn eentje heeft opgebouwd door de jaren heen.

Ze hadden taart meegenomen dat het hotel in Pécs voor hen geregeld had. Echt Hongaarse gebak en dat zag er oogverblindend en kleurrijk uit. Foto van de feestvarkentjes en heel lang bijkletsen, want zo vaak zagen we elkaar niet, onder het genot van een kop thee. Wel fijn dat we een stuk jeugd met elkaar gemeen hadden en de anekdotes waren dan ook niet van de lucht. Dubbel jarig is dubbel bijzonder. Daarna wisselden we cadeautjes uit. Leidse kaas, de enige echte, omdat we acht jaar van ons leven in Leiden hadden gewoond, twee prachtige boeken: ‘Moderne Natuur’ van Derek Jarman, waar het ontstaan van de droomtuin van Jardan, nu een bedevaartsoord, in wordt beschreven met de nodige filosofische gedachten erachter en het boek van Jan Brokken: De Weemoed van de Reiziger voor mij, die altijd heen en weer pendelt tussen hier en daar en het verlangen naar beide plekken van haver tot gort kent, daarnaast gaat het ook over de vele kunstenaars die hij kent. Heerlijke ‘passende’ boeken, zo zorgvuldig uitgekozen dat het daarom alleen al heel wat waard is.

Verder nog lekker Amsterdamse koekjes, kaneelbrokken uit de buurt van Zutphen waar de caravan staat en een heerlijke streekcider. Misschien is vruchtencider, bijvoorbeeld van druif en vijg wel het volgende op ons lijstje. Een boek voor Nichtlief, maar vandaag wilde ik met ze naar het Szolnay, om die diepgewortelde culturele sfeer te proeven van Hongarije en waar ze nog een cadeau uit mogen kiezen in het winkeltje.

Dat is voor later op de dag. Na de thee gingen we het land verkennen en heel toevallig had nicht in de kruidentuin gewerkt en wist veel over alles wat er aan wilde plant te bekennen was. Op het menu stond spaghetti met zalm, huisgemaakte basilicumpesto en Caprese met een frisse sauvignon erbij. Ik vermoedde dat ik teveel had gemaakt, maar de mannen sloegen een flinke bres in de spaghettiberg.

Natuurlijk kwamen alle kwalen en kwaaltjes die zoal rond waarden in de familie om de hoek kijken en waar bij een groot deel de kiem toch gelegd was door ons beider Opa en Oma. Het leverde hilarische verhalen op net als de vakantieherinneringen, die we ook samen gemaakt hadden. We tafelden heerlijk lang na en het was donker geworden. De krekels werden voor het eerst weer gehoord en sterren gespot, helemaal toen we de lampen op het terras uitdeden. Rond een uur of tien was de koek op. Morgen weer een dag. Ontbijt rond negenen zodat ieder wakker kan worden in eigen uur. Een bijzondere dag, en dat was het.

Overpeinzingen

Extra feestelijk

Vandaag was ik een ‘duizenddingendoekje’. Feestcommissie met slingers ophangen en pakjes inpakken, banketbakker van hartige taartjes, kapper van Lief zijn lange haren en gewoon feestvarken natuurlijk als moeder van de kinderen, oma, zus en vriendin. Ze kwamen allemaal al langs, digitaal, dat wel, maar toch. Een mens kan er van groeien hoor.

De eerste kaart kwam ook al binnen. Een van een lieve tuinbewoonster die ze maakt en die dochterlief gekocht had bij de kringloop. Een dubbele felicitatie natuurlijk, bovendien kwam er nog een mooie tekening achter op de envelop en binnenin en last but nog least ook nog een boekenlegger van eigen fabrikaat door tante Pollewop.

Alles staat klaar voor de ontvangst van nichtlief en haar man en dat binnen de tijd. Gisteren hebben we de logeerkamer al in orde gemaakt en Lief heeft het hele huis gestofzuigd, maar die nieuwe kleine blauwe kon de druk kennelijk niet, hij sputterde nog wat na en begaf het toen. Misschien oververhit, van de opwinding waarschijnlijk, en anders moeten we terug naar de winkel.

De hartige taartjes zijn goed gelukt. Binnenin het bladerdeeg zit de Vijgenchutney met verkruimelde feta. De chutney bestaat uit: Vijg, suiker, citroen, gember, sambal, peper en zout en ze heeft lang geprutteld, want het was wel 2 kilo bij elkaar, dus vier volle potten. Nicht krijgt er een voor haar verjaardag en nog een pot kersengelei en ik heb een mooi boekje uitgezocht. Lief heeft gezongen en dochterlief gebeld en gezongen. De twee oudste kleinzonen, echte mannen van stavast worden het, hebben me ook geappt. Zo leuk, zo’n kleine verschuiving in de tijd. Tel het maar op Oma!

In de rubriek eetwezen van de Groene Amsterdammer van vorige week schrijft Hiske Versprille over haar passie voor de synthetische geur en smaak van Cherry. Sinds haar zevende, waarbij ze een fles shampoo met de geur ‘Cherry-Kiss’ voor haar verjaardag kreeg. Het is een vermakelijk stuk, waarbij ze weet dat al die fabrieken waar dergelijke producten plus de talrijke snoepvarianten op fruit nog nooit een kers binnen gezien hebben. Ze vertelt hoe ze in Tjechië wilde frambozen plukt en proeft, een ongelooflijke intense stuivende smaak, en uitroept dat het net Frambozendrups zijn, waarop haar dochter zei dat ze haar meer deden denken aan lipgloss met Skittles smaak. En nu wil ze kersen die smaken naar Cherry Kiss. Haha.

Heerlijk en inderdaad, zo worden we genept. Hier in de Hof ben ik zo blij geworden van eigen fruit en aan het experimenteren geslagen. Vooral de laatste dagen, maar dat komt omdat de oogst overdadig groot is. Iedere keer verzin ik er smaken bij, die misschien wel wonderlijk zijn, maar erg lekker. Dat moet Lief dan zeggen, want ik proef het natuurlijk niet meer. Van de chutney proefde ik dat het lekker in balans was qua zoet, zuur, bitter, zout, umami, alleen de gember, een scherpe smaak die ik op die manier waarneem, voerde de boventoon, daar mag dus minder van in. Ik wil ook gaan uitvogelen hoe bijvoorbeeld Ras el Hanout met vijg smaakt. Volgens mij is dat ook heel lekker.

Dat komt later. Nu eerst wachten op de visite. De zon schijnt uitbundig en dat is na twee dagen plensbuien al extra feestelijk.

Overpeinzingen

Wonderlijk hè

Wat een dag gisteren. Morgen komen nicht en haar man op bezoek en dan willen we het toch een beetje spic en span hebben. Ze nemen het mooie weer mee, belooft de weerapp, maar eerst zien en dan geloven, want vandaag is het maar net 20 graden en regenachtig.

In ons huis zitten dubbele deuren, een voordeur met twee deuren en daar vlak achter zitten de oude houten deuren ook nog. Dubbele bescherming en echt handig. De grote zijdeuren zijn idem dito hetzelfde. Beide zijn met een trapje te bereiken, een soort bordessen dus. Ik weet nog, toen ik hier voor het eerst kwam, hoeveel indruk dat op mij maakte. Tussen die dubbele deuren, die bijna nooit helemaal opengaan, verschuilen zich wat spinnen en ander addergebroed. En dus ook tegen de zijdeur aan de binnenkant dat graafwespennest. De deuren lekker opengezet en de frisse lucht de gang in laten stromen.

Buiten dreigde het voortdurend te gaan regenen en bij de brunch barste de bui los. De parkeerplaats bij de supermarkt was overstroomd en nog maar aan een kant te gebruiken. We wilden wat theedoeken en handdoeken kopen en wat versiering, maar ik kwam niet verder dan een slingertje Happy Birthday. Nicht is mijn tweelingnicht en morgen zijn we allebei jarig. Bladerdeeg voor een baksel met eigen fruit was de volgende feestelijke aanwinst.

Thuis ging Lief er wat vlierbessen bij plukken in de voedselhof en kwam thuis met een aardig mandje vol. Hij had onderweg kip nog gesignaleerd in de buurt van de Datsja. Ze liep kalm en bedaard hier en daar een wormpje weg te pikken. Ze zag er niet ongelukkig uit, vond hij. Lekker laten scharrelen, ze vind haar kostje en de weg wel.

Vlierbessen rissen is een heidens karwei en levert paarse vingers op. Maar dan heb je ook wat. Ik plukte er nog wat trossen druiven bij en ook die werden afgerist. Zeven en in laten koken met citroen, pectine en 1/4 deel suiker. Er bleef niet heel veel over. De kleine weckpotjes uit de penny waren niet van al te beste kwaliteit. Het dekseltje sluit niet goed af. Dus deze jam gaat het eerst op. Straks zijn de vijgen aan de beurt, maar de vijgen van de boom achter, zijn belaagd door de wantsen, die zich erin graven

Bij het ophangen van de was zag ik ineens de kolibrievlinder vliegen en nectar halen uit elke hibiscusbloem. Toch even proberen een foto te maken al is dat lastig, want die vleugels gaan zo snel op en neer. Van een kleine reeks was er eentje een beetje redelijk gelukt.

Tussen het jammen door ging het als vanouds dwars door de koelkast heen. De leukste manier van koken. Een lekker stoofpotje met alles wat al te lang in de groentenla lag. Aubergine, courgetten, twee oude winterpenen. Ras el Hanout, olie, ui en knoflook, alles in de pan, tomatenblokjes en tomatenpuree erbij, een bouillonblokje en smullen maar.

Van voorlezen kwam in ieder geval niets meer en eigenlijk was ik ook te moe om te schrijven. Vandaar de herhaling van een oude blog, die met humor en vlot geschreven was. Midden in het leven en kinderen als voedingsbron. Met het ouder worden is het allemaal wat bedaarder, geloof ik. Het ligt ook aan het tijdstip. In de hele vroege ochtend schrijft het het lekkerst voor de vuist weg. Hier wordt het vaker in de middag. En soms is er tijd tekort. Wonderlijk hè.

Overpeinzingen

Herhaling is de moeder van de wijsheid

En daarom, een kleine sprong terug in de tijd. Omdat het kan. Het is 30 augustus 2017, dus acht jaar terug. Een verhaaltje over de grote filosoof die toen nog kleine filosoof heette. Gewoon, omdat het zo heerlijk is om ze even te horen of te zien.

Dag Dag heerlijke dag

Gisteren het verzoek om even een uurtje met kleinzoonlief te gaan wandelen terwijl dochter in de stad moest zijn voor een gesprek. Geen probleem omdat ik volkomen vrij was om te gaan en te staan waar ik wilde. Zuslief was ook gevraagd. Meet and greet op een mooie zonovergoten dag onder de Dom. Het had niet mooier gekund. De wereld door de ogen van de lieve kleine rakker die altijd in is om nieuwe wegen te bewandelen, omdat alles, maar dan ook álles interessant en de moeite waard blijkt te zijn in een wereldstad als deze. De stad in haar grootsheid op peuterwereldformaat.

Wandel mee, het wordt een ontdekkingstocht, ik beloof het jullie. De kleine filosoof moet leiden, want ik ben geneigd om teveel over de details heen te zien. Een streep bijvoorbeeld, waarop je door Oma gemaand wordt te lopen op de stoeploze Minrebroederstraat, is bij uitstek geschikt om een been op de straat en een been op de streep te spelen. Bij mij doemt ‘Kinderen voor kinderen’ op uit het niets en het neuriet mee: ‘Met een been op de stoep en een been in de goot, want als je dat niet doet, dan ben je morgen dood…pompom’.

De melodie blijft in mijn hoofd, omdat dood toch altijd nog een beladen, zelden een ‘tussen neus en lippen door’-moment is, maar een uitgebreide verhandeling vereist. Eerst afstervend blad, dode spinnetjes of mieren en dan via de existentie naar het hogere waarom. Gelukkig spotten we de Märklinwinkel. Treinen zitten in het kleine hoofd, net als Brandweerman Sam en Hello Kitty, als de lieveheersbeestjes tweelingknuffels en die kleine rooie jeweetwel-look-a-like-kater Dikkie Dik.

Zijn ogen worden rond, groot en zacht. De handen uitgestrekt om ze te pakken, door het glas heen, aanraken van de weerspiegeling is al voldoende. Binnen is hij niet anders weg te krijgen dan met een ijsje in het vooruitzicht. Oma’s mogen dat. Hij wilde die trein, nee die, nee die en dan toch maar deze, met een echte machinist. Ogen en ruimte te kort in het kleine koppie om alle indrukken te verzamelen en te bewaren tot de bedbewaker ’s avonds zou vragen: ‘En…hoe was het?’ Om dan los te ratelen als de wielen van het treinstel over de rails in een vermeende vaart.

Voort naar de volgende uitdaging, de stad als metropool. Langs de grijze vuilniszakken met een been op de streep en een been op de straat langs huizen met een trappetje. Een trappetje? Daar kan je op klimmen en  even laten zien hoe goed je springen kan. Eerst bemeten en dan weten. Niet de derde tree, maar de tweede. ‘Joehoe, denk je dat ik het durf’, glimmen de ogen. Tuurlijk, een telg van mijn nageslacht durft zeven zeeën te bevaren, Niels Holgerson te zijn op de rug van wilde ganzen, Mathilda te spelen die juffrouw Bulstronk door het luchtruim zwiepert…

Zwaaien met de beide armen, een, twee…en…Hop, als een kind van stavast met beide benen op de grond. Hoe stoer wil je het hebben! Tijdens de lunch zwemmen de lieveheersbeestjes-knuffels borst en buikcrowl en laveren met souplesse tussen de borden en de glazen door, terwijl ‘Branmansam’ zijn auto’s de vrije loop laat en handig de pindakaaskorstjes omzeilt. Volwassenen hebben daar geen tijd voor, die moeten hele broden naar binnen werken met onhandelbare sla en overheerlijke brie. Dat is drie keer zo moeilijk als een borstcrowltje, omdat het bijna niet te doorklieven is en eigenlijk ook niet allemaal in een keer past. Geef mij maar een broodje pindakaas uit het vuistje.

Als dochterlief blij aan komt stappen, gaan we eindelijk zijn beloofde ijsje halen en zit Hakim voor de deur van de ijssalon op de Vismarkt. Hij smeert zijn liefste lach uit over ons gemoed en biedt zijn dichtbundel aan voor vijf euro. Maar dan heb je ook wat. Voor vijf euro-piekies ben je zijn lieverd door God gezonden en gezegend tot in je haarwortels, met een ijsje erbij kan het helemaal niet meer stuk! Daarvoor schenkt hij je zijn onbetaalbare warme tandenloze lach! Hakim de beste straatdichter van Utrecht schept kleine heerlijkheden zijn mond in na deze lofzang en wij vervolgen ons pad.

Als dochter nog een mooie boomstamplank vindt met zuurkool en stampot er op, puzzelen we de snelste weg van thuisbezorgen. Daar heeft ze toch ons voor nodig. Dan nemen we afscheid. De stadskrijger achterop in zijn zitje en moeders aan het trappen. Kusje, handkus, zwaaien, dag. Dag, dag, heerlijke dag!    

Overpeinzingen

We zijn er klaar voor

Dit was niet het jaar van de stokrozen. In de bloementuin zijn ze eigenlijk nauwelijks opgekomen, achter in het bos en een verdwaalde op de citadel geven wel bloemen, maar minder lang en minder uitbundig. Een lieve medeblogger schreef er ook al over. Aan de andere kant bloeien de hibiscussen bijna de tuin uit. Ze vermenigvuldigen zich vrij vlot en Lief heeft er al een aantal kunnen overzetten naar de voedselhof op het achterland.

De weckpotten en de flessen staan in de vaatwasser en worden schoongewassen op 70 graden. Ze zijn straks klaar voor gebruik. Dat is maar goed ook, want de oogst zit er aan te komen.

De vlier heb ik leeggeplukt maar de beste oogst zit veel te hoog. Daar kan ik op die ongelijke grond niet bij. Helaas pindakaas. De vijg begint. Ik heb al 7 rijpe vijgen er tussenuit geplukt. Dus maak ik zo waarschijnlijk een combinatie van vijg/vlierbes/druivenjam. We experimenteren er op los. Kijken wat het lekkerst smaakt. In ieder geval kwam ik een handigheidje tegen om de vlierbessen te ontdoen van hun steeltjes. Je zet een vork aan de voet van het scherm en rist ze zo af. Handig en snel. Vijgen- en druivenchutney is ook heerlijk. Er zijn te weinig vlierbessen omdat uit te kunnen proberen.

Bij het stofzuigen van de gang en het openen van de dubbele zijdeuren signaleerden we een verlaten graafwespennest. Er zit niets meer in, maar het is een vernuftig geweven geval met grote gaten erin.

Gisteren gingen we op pad voor het vogelbad op voet. Het liefst zo’n klassieker van marmer of gips. Er lag wel een heleboel herfstmateriaal, het meeste kunststof of plastic rimram, maar geen piezeltje vogelbad op voet te ontdekken. Wel de gewone van keramiek voor op de tafel. Misschien moeten we wat brocantes af of die hele grote rommelmarkt in Kaposvár. We hadden wel een prachtig uitzicht over Pécs tegen het Mecsek gebergte aan.

Dochterlief aan de telefoon. Lekker bijgekletst met boeiende verhalen. Ze waren naar het nieuwe museum van migratie in Rotterdam geweest, dat verrezen is op de plek waar eerst de historische havenloods gevestigd was. Ze vonden het alle vier zeer de moeite waard, al duurde het luisteren naar de verhalen bij de koffers voor de kinderen wel wat lang. Ze hadden er een dagje bus en trein van gemaakt. Slim.

Maandag beginnen de scholen weer. De oudste heeft net de week van het gebruiksklaar maken van het lokaal achter de rug. Als ik terugdenk aan die tijd, hadden we daar vaak toch wel de grootste lol in. We wilden alles zo gezellig mogelijk maken, nieuwe tweedehands lappen om het een en ander aan te kleden, de verfkwast kwam er dikwijls aan te pas. Er werd nog wel eens een kringloop bezocht om nieuw materiaal voor de hoeken of het speelhuis op de kop te tikken. Echte porseleinen kopjes of emaille pannen, een ouderwetse telefoon of weegschaal, je kon het zo gek niet verzinnen. Ouders kwamen tussendoor de ‘was’ brengen: Dat wil zeggen ‘Schone lego en duplo, schone Knex, poppenkleertjes, poppen zelfs. Niet zelden was alles waar een steekje aan los zat, weer gerepareerd.

Collega’s waren ook al vaak bezig en tussendoor waren er spectaculaire vakantieverhalen of was er tijd om even samen te lunchen. Er kwamen hagelnieuwe kartonnen frontjes met de namen op de laatjes en bij de jassen nieuwe stickers. Bloemetje op de ronde tafel in de kring, map met de nieuwe lijsten in de aanslag. Niet zelden had je daarna het weekend hard nodig om even bij te komen, maar het ritme had je al te pakken. Weggegleden was de zomer, in alles wat belangrijk leek voor een goed gevuld schooljaar. Op vrijdag sloot je de deur met een zucht. Ziezo, laat de (B)engeltjes nu maar komen. We zijn er klaar voor.

Overpeinzingen

Ga zo door

Het avontuur van gisteren kreeg nog een klein staartje, want toen we op het terras aan de dis zaten, hoorden we plots getok, zo’n langgerekte en daarna kort gekloek. We keken in de richting van het prieel en op de utvar liepen twee kippen van de buurvrouw, de wit/zwarte en de bruine, met een air alsof ze wilden zeggen: ‘Ziezo, we hebben onze leefruimte eigenpotig vergroot en zie ons er maar eens af te krijgen’. Waar kwamen ze vandaan? Buurvrouw kwam er al aanlopen toen Lief haar wilde waarschuwen. Door tegen ze te babbelen leidde ze ze naar achter de varkensschuurtjes en daar konden ze met gemak over het hek naar hun eigen verblijf vliegen.

Een poosje later krabde opnieuw de wit/zwarte het denkbeeldige zand achter het prieeltje. Hij probeerde eerst om over de muur bij het terras te vliegen, maar dat bleek toch te hoog. Via de roosmarijnstruik, een potsierlijk gezicht, liet hij zich weer op de grond zakken en vond de weg tot achter de stalletjes. Een paar tellen later stond de bruine er ineens ook. Minder pienter dan de witte. Ze bleef dan ook een tikje opgewonden achter de struiken zitten. We hebben haar maar gelaten. Ze konden zelf terug. Prima toch. Best gezellig dat gekakel. We spraken af dat we alleen zouden ingrijpen als de buurvrouw er zelf zenuwachtig van werd.

De schrijfcursus bevalt heel goed. Het is niet zomaar iets. Als je ermee aan de slag gaat merk je dat je met regelmaat langs de contouren van het verleden wandelt en plotsklaps de diepte ingaat. Een voorbeeld:

7) Het verhaal van je nagelriemen

Mea culpa, mea culpa, mea maxima culpa. Een getuigenis van mijn spijt en mijn schaamte. Lieve nagelriemen, nooit zijn jullie ook maar een piezeltje onder de aandacht geweest. Misschien wel omdat jullie zelf, zo onopvallend mogelijk, te werk gingen. Nooit liet een van jullie los, nooit heb ik hard op een van de vingers geslagen, met een hamer bijvoorbeeld, zodat het mooi blauw zou groeien onder jullie nagels, waarbij jullie witter zouden afsteken dan gewoonlijk en dus opvallender. 

Nooit heb ik de nagels van mijn handen gelakt, waardoor ik meer aandacht aan jullie zou besteden. Dat hele gemanicuurde pad heb ik links laten liggen. Misschien wel omdat ik echte werkhanden had van jongsaf aan. Er viel vaak veel schoon te schrobben en te boenen na het zoveelste minder smakelijke werkje. Alles wat er aan secreten kon worden afgescheiden, heb ik in de vingers gehad, als er niet meer genoeg tijd was om handschoenen aan te trekken omdat er sprake was van een noodsituatie. Verder hebben die handen bedden verschoond, kussens opgeklopt, haren glad gestreken, wonden verzorgd, maar ook kinderneuzen afgeveegd, geaaid en getroost, verfkwasten opgepakt, potloden geslepen, of kippengrillen schoongepoetst, wc’s uitgesopt, kaas ingepakt, groenten afgewogen, patat gebakken, kippenvlees in zakken gestopt, baar geld geteld. 

En altijd werden jullie daarna schoongeboend met nagelborsteltjes of bij gebrek aan beter met langer insoppen en afspoelen. Ook de tuinaarde uit de tuin, onder het straaltje regenwater uit de regenton, waar bovenop ook zo’n handig nagelborsteltje lag in de tuin van de buren, die aan de mijne grensde. Niet om jullie, lieve nagelriemen, maar eerder om de nagels zelf waar het vuil diep onder gekropen was

Wel hebben we vroeger tijdens het tuinbonen doppen met de tuinboonschillen over de wratjes terzijde van jullie gewreven en daarvan hebben jullie absoluut wat meegekregen, want het was boenen geblazen, omdat we van die vervelende uitstulpsels af wilden. Niet dat het hielp, er kwamen er alleen maar meer vlak rondom jullie. Ik meen me te herinneren dat iemand, eerder mijn vader dan mijn moeder, gezegd zal hebben dat ik jullie terug moest duwen met de bolle kant van een theelepel of met zo’n handig apparaatje dat in zijn manicureset zat. Ik denk dat hij dat ook wel deed. Schone handen op het werk van een brigadier/wachtcommandant. Ik heb zo’n manicureset geprobeerd, maar joh, dat is niets voor mij. Ze verdwenen al snel in een of andere lade om nooit meer tevoorschijn te komen. 

Aan de andere kant bloeien jullie zeer wel in die achteloosheid. Nu moet ik drie keer op blank hout onder de tafel kloppen, want jullie blijven je eenvoudige en bescheiden zelve. Onopvallend, maar geweldig. Of ik het nu heb over nagelriemen van de handen of de tenen. Daar ben ik jullie hoogst dankbaar voor, want denk niet dat ik niet gezien heb waar het toe kan leiden als jullie iets mankeren, of als er teveel aan jullie velletjes gebeten wordt. Een nachtmerrie uit het ziekenhuis. Nee. Dank op mijn blote knietjes, lieve nagelriemen, ga zo door. 

Overpeinzingen

Je weet maar nooit

Maak je nog wel eens wat mee in zo’n dorp vraagt men mij wel eens. Toevallig wil het geval vandaag, terwijl ik op de veranda bij de Datsja zit, dat ik vanuit mijn linker ooghoek wat zie scharrelen bij de buurvrouw in de tuin, links van ons. Dat is opmerkelijk, want de buurvrouw houdt haar kippetjes in de ren en de afgesloten voortuin nadat er ooit een door een vos gegrepen werd. De buren aan de rechterkant hebben hun sokkippen altijd los in de achtertuin, maar die gaan ‘s avonds op stok in hun hok.

Even later hoor ik de buurvrouw en zie de buurman van de overkant. Ze heeft overduidelijk hulp gehaald. Buurman heeft een stok bij zich. Ze jagen er een aantal op, maar dan hoor ik er nog vlakbij een tokken. De buurman komt kijken, port overal met zijn stok in de rommelhaag van ons, maar Niets, Nada, Niente. Geen kippie meer te zien.

Lief was ondertussen even wat te drinken gaan halen en hoorde het relaas in het Hongaars van de buurvrouw. Het achterhekje had per ongeluk open gestaan en ze waren in een oogwenk verdwenen. Ze roken de vrijheid natuurlijk, al konden ze in haar grote voortuin heel best uit de voeten.

Daarna loopt ze ineens in de tuin van buurvrouw links, die geagiteerd, want pottenkijkers op het erf, naar achteren snelt, maar die tuin zit potdicht. Dat hadden wij al gemerkt tijdens de reddingspoging van de moeder van de buuf. Zo konden ze niet ontsnapt zijn.

Ineens loopt ze in ons bos, met stok. ‘Jo Napot‘. In rap Hongaars vertelt ze het hele drama nog een keer. Ik filter woordjes, duur , kippetje, rennen. Verder kom ik niet. ‘We gaan uitkijken hoor’, beloofden we haar. Op die manier vliegt de middag om.

Met het doek ben ik nog aan het worstelen. Toch weer het gezicht verandert en misschien toch nog niet tevreden. Ze droogt nu op, morgen maar weer eens losjes er overheen. Geduld is een schone zaak.

Francine Oomen heeft weer een nieuw boek geschreven in de serie ‘Hoe overleef ik’, het zijn boeken voor pubers. In een oud interview met haar lees ik dat ze steeds vaker haar strenge innerlijke stem hoorde, die geen ruimte overliet tot lummelen maar haar aanmaande door te gaan. Ze zocht er een tegengeluid bij. Ze noemde het gedrocht in haar hoofd ‘Tang’ en het tegengeluid ‘Kloek’. Het is namelijk een kip, die tegen haar zegt dat ze niet perfect hoeft te zijn, dat 80 % ook goed genoeg is, dat je goed voor jezelf moet zorgen en dat je jezelf niet meer hoeft te bewijzen. Door deze twee tegenpolen in zichzelf te benoemen en er bewust van te zijn is de relatie met haarzelf een stuk beter geworden. Waar de ene maant, verzacht de ander. Altijd goed als je spitsroeden dreigt te gaan lopen.

Ik herken het wel. Er zijn een aantal gewoonten die ik het liefst door wil laten gaan, ook al komen ze soms een beetje in de verdrukking door andere bezigheden. Er zijn echter wel een aantal aanpassingen gedaan. Zo heb ik het tijdstip los gelaten. Schreef ik ooit om vijf uur in de ochtend, dan kan dat nu heel wel in de middag, de avond of toch de volgende dag zijn. Hoe flexibeler in tijd en plaats hoe fijner het leven zich ontrollen kan, zeker als er zeeën van vrijheid en tijd te genieten zijn.

Deze vond ik vanmorgen

Bovendien, de ene dag is het een beschouwing, de volgende dag prietpraat, en weer een andere keer een romantische uitbarsting of een natuurbeschrijving. Alles is mogelijk.

En zo is het goed. Vandaag dan een verhaal over het verdwenen kippetje. Ze is nog niet terecht. Lief heeft achter ook geen koppie boven het maaiveld uit zien steken. Wie weet, krijgt ze honger en dan komen ze vanzelf wel aangerend op een gegeven moment. We vinden het wel triest voor de buuf. We zullen de heilige Antonius maar weer eens aanroepen. Je weet maar nooit.

Overpeinzingen

Een pas op de plaats in de eeuwigheid

Op het gevaar af dat ik alles straks kwijt ben, werk ik nu toch maar even offline. Ik zit in de Datsja. Het is heerlijk weer en de dag kabbelt zoals vaker kalm voort. Wat berichten van zuslief uit Ambon, van zoonlief uit Bali en alvast speculaties over wat er straks allemaal zoal in de buurt van ons vakantiehuis in België aan activiteiten te doen zal zijn. Dochterlief had ChatGPT gepolst en die kwam met hele leuke dingen op de proppen. Tot marshmallows branden aan toe, maar daar waren onze schatjes heus zelf opgekomen. Het schijnt, dat het toch handig kan zijn om je er iets meer in te verdiepen, met name voor dit soort dingen.

De Verwondering met Annemiek Schrijver in de herhaling. Stef Bos is aan de beurt. Hij brengt hiermee een ode aan de traagheid. Hij heeft dat niet alleen vanwege het ouder worden gekozen, maar hij vindt het vooral een goed serum tegen deze tijd waarin alles zo verschrikkelijk snel en haastig moet gaan. Een paar jaar daarvoor had hij met Anita Witzier samengewerkt en privé vertelde ze hem over de begrafenis van haar vader, waarbij ze in de lange stoet achter de kist aanliep en ze zei: ‘Ik keek om en zag niemand meer.’ Stef filosofeert er op door en zegt tegen Annemiek: ‘Als je achter in de rij loopt, dan ben je vrij’. Dat beeld kwam bij Stef binnen als een donderslag bij heldere hemel en hij schreef een nummer als een ‘Ode aan de traagheid’. Mensen vinden vaak dat je de toekomst verliest als je ouder wordt, maar je wint het verleden’ zegt hij. Wat hem bij Anita gebeurde, gebeurt nu bij mij. Wat een prachtige manier om tegen het ouder worden aan te kijken. Je wint het verleden.

Hij las eens een Armeense familiekroniek en op de eerste bladzijde kwam hij deze zin tegen: ‘Als je ouders overleden zijn, wordt je pas echt geboren.’ Hij noemt het: ‘Zo’n door generaties gerijpte zin.’

Toen Stef zijn vader overleed voelde het alsof de cirkel rond was en ging zijn vader rechtstreeks zijn hart in. ‘Als er een hemel is, dan is die in je hart’. Hier moet ik even ademhalen. Want wat Stef met mooie zinnen heeft, die rechtstreeks binnen komen, heb ik ook. En in die paar minuten dat ik hem nu hoor, heeft hij zoveel moois gezegd dat ik even bij moet komen. Het gaat nog verder, maar daar zal ik later naar kijken.

Over traag gesproken. Ik zat vanmorgen onder de vijg en observeerde de vele wespen en zweefvliegen die zich tegoed deden aan al het lekkers waar de boom rijk aan was. Af en toe vielen er twee in elkaar verstrengeld naar beneden, spartelden elkaar op de grond vrij en vlogen weer op. Zo’n koddig gezicht. Daarna keek ik op. Tussen de bomen schitterde af een toe een piezeltje zon. Eerst dacht ik dat er een kolibrivlinder tussenvloog, maar dat was niet zo. Als een wesp of zweefvlieg in de zon vliegt, lichten zijn vleugels al uitwaaierend op, eigenlijk zie je dan vooral de snelheid, de beweging van de vleugels. Een fascinerend gezicht en nog nooit eerder opgemerkt.

Het leven op de Hof hoort bij die ode. Nooit doen we hier iets even snel of overhaast. Bij alles kan je letterlijk en figuurlijk stil staan. Het is een zegen in het gejakker van de huidige tijd. Als ik uit het raam kijk is er enkel groen struweel als uitzicht. Een pas op de plaats in de eeuwigheid.

Overpeinzingen

Al het leven kent een keerzijde

Hé, de kerkklokken beieren zeker tien minuten lang. Het is maandagmiddag 15.00. Of er wordt getrouwd, of er is iemand overleden en dan is het vreemd om in een betrekkelijk klein dorp te wonen, waar je zou verwachten dat iedereen iedereen kent, maar dat is niet zo. Het ligt aan ons. We zijn behoorlijk op onszelf. Misschien wel omdat je hier slechts een piepklein winkeltje hebt, dat op variabele tijden open gaat en die zijn op z’n minst onduidelijk te noemen en er is een postkantoortje, niet meer dan een loket in hetzelfde winkeltje. Een praatje aanknopen is er nauwelijks bij.

Net gingen we boodschappen doen in het stadje, tien minuten verderop. Met ons boodschappenkarretje vol voor vier dagen stonden we te wachten tot de man voor ons zijn betamelijke hoeveelheid op de band had gelegd. Daarna konden wij. Lief was er mee bezig en op een gegeven moment knikte hij naar iemand. Ik keek om. Vaag bekend, dat wel. De man stak een hand uit naar Lief en daarna naar mij en de jonge vrouw evenzo. ‘De buurman van de overkant en zijn dochter’, vertelde Lief toen wij konden inpakken. Een vriendelijk gezicht. Hè verdorie, wat moet je ook alweer zeggen als je iemand tegenkomt. Ja ‘Jo Napot’ en daarna dan. ‘Hogy van’. ‘Hoe gaat het’, blijkt dat te zijn en dan maar hopen dat dat een eenvoudig antwoord kent.

Lastig als taal het middel bij uitstek is en communicatie een van je levensaders. Engels is hier bij de oudere medemens nog niet echt een begrip. Duits alleen bij een enkeling, maar liever niet. Frans valt af. Dan wordt het toch een stuk lastiger. We lachten naar elkaar en ik kon van zijn gezicht de vriendelijkheid aflezen. Dat was alvast een waarneming.

Naar aanleiding van de vier vrouwen uit het boek ‘Het Kwartet’, hadden Lief en ik een leuke discussie over het fenomenologisme, een filosofiestroming ‘die de essentie van ervaringen bestudeert zoals ze zich direct voordoen aan het bewustzijn, los van wetenschappelijke of theoretische aannames’. Als leerkracht leer je zo objectief mogelijk te observeren. Dus geen veronderstellingen, geen aannames, alleen dat wat je ziet gebeuren. De handeling op zich, zonder de gedachte erachter. Moeilijk, maar eenmaal in je vingers, ook weer heel verhelderend.

Met natekenen is er vaak sprake van het feit dat je tekent, zoals je denkt te weten dat het eruit ziet, in plaats van hoe het in werkelijkheid is. Op die manier kan je perspectivisch geweldig de fout ingaan. Maar als je dat bewust doet is het de vrijheid van de kunstenaar om de wereld naar zijn hand te zetten. Bij een realistische tekening niet. Dan wordt het een vergissing.

Als voorbeeld gaf men: De poes in de kamer. Als je in die kamer op een stoel zit en je leest de krant en je zag voordat je begon met lezen de poes in de rechterhoek zitten, maar als je daarna de krant laag houdt en rond kijkt, je de poes in de linkerhoek ziet zitten, dan kan je er niet vanuit gaan dat hij daarheen gelopen is, want je hebt het niet gezien. Het geeft weer een hoop stof tot denken. Wat is wijsheid. Misschien weet ik het aan het eind van het boek.

We hebben de pectine en de suiker gevonden, zelfs een bekend Nederlands merk dat de verhouding 1:4 belooft. Dat is heel veel suiker minder. Ik zal alle lege potten in de vaatwasser zetten en op het volledige program laten draaien. Dan hebben we genoeg voor dat weeshuis.

We zagen de film ‘A New Kind of Wilderness’, van Silje Evensmo Jacobsen. Het gaat over de keuze van de familie Payne, om in de Noorse bossen op een kleine boerderij zelfvoorzienend en vrij en ongebonden hun leven te gaan leven met de vier kinderen. Bij een grote verandering in de samenstelling moeten ze verhuizen. Over natuur, levensvraagstukken, rouwverwerking, onmacht, onverwachte voordelen en liefde. Een prachtige film met een boodschap. Al het leven kent een keerzijde.

Overpeinzingen

Eerst proeven en dan weten

Heerlijk dagje. Mooie berichten uit bijna alle vakantieoorden met veel zon en vrolijke vakantiesnoetjes, maar ook van de inmiddels weer thuisgekomen kinderen die het eigen land nog even toetsen aan al het moois dat het te bieden heeft.

Lief had vanmorgen de kleine blauwe(de stofzuiger) naar het atelier gebracht, dus ik kon aan de slag. Per ongeluk hadden we met het zuigen ook het mierennest van de reuze mieren verstoord en helaas pindakaas, daar moesten ze toch echt weg. ‘Domoren, blijf dan buiten’, foeterde ik van binnen. Net bij de middagpauze ontdekten we dat het spoor dat ze al jaren volgen over het richeltje van het terras ook gestopt was. Een beetje gek toch, we waren er zo aan gewend.

Heerlijk om de boel weer schoon en opgeruimd te hebben. Dat maakt het hoofd leeg en geeft ruimte voor nieuw werk, al staat er ook nog onaf oud. Dat is voor later. Elk hoekje wordt ontdaan van oude spinnenwebben, dode wantsen en stof, zowel binnen als buiten op het terras. Daar stond ook een tafel met een glasplaat erop, maar vorig jaar is die gebarsten. Nu heeft Lief de twee helften verwijderd en komt er een allerschattigst bamboe tafeltje te voorschijn. In ere hersteld.

Zuslief is gisteren naar Ambon gevlogen en vanmorgen goed aangekomen. Dappere onderneming. Ze stuurde een foto van een room with a view en daar was goed op te zien dat de regen er met bakken naar beneden kwam. Ze is er met een missie. Dappere actie.

Als we samen wat aan het drinken zijn, zet de zon onze bosnimf in het volle zonlicht, even wat warmte op die blote schouder. Dat mag ook wel, want in de wind is het frisjes. Ik schrijf nu dan ook op het terras achter het huis. Daar is minder wind.

In het schone atelier kon ik niet wachten om te beginnen. Op een oud doek met onbevredigend tafereel zet ik mijn oude dame met poes op. Ze hoort in de Hongaarse Sjaaltjes-serie thuis. Daar zal ze zich vast happy voelen. Het gaat lekker. De vrouw komt langzaam uit de verf en poes volgt. Morgen weer verder. Wat mis ik het toch als hier de dagen veel te warm zijn. Dan is het niet uit te houden in de Datsja en teken ik alleen in het dagboekje. Daarmee loop ik ook wat dagen achter, maar het vordert weer gestaag. Het inkleuren met viltstift heb ik laten varen. Ik ben toch veel meer een verfmonster. Aquarelletje erop en klaar is tante Betje. Niet van dat benauwde. Graag met Franse slag.

Het sap is eindelijk gelei geworden. Het is heel goed gelukt. Drie potjes en een beetje. Inderdaad, veel suiker zit er nu nog in bij gebrek aan pectine, maar omdat we er maar minimaal gebruik van maken, bijvoorbeeld in de ochtend een crackertje en een theelepel bij een van die goddelijke oosterse sausjes, mag het, vinden wij. Met de pectine hebben we tweederde minder aan suiker nodig. Dat gaan we op de rest uitproberen. Er hangt genoeg om het hele dorp van jam te voorzien. Maar die grossieren ook flink in druiven. In ieder geval de kinderschaar er mee verrassen. En cadeautjes maken in leuke potjes. Zo leuk om weg te geven. Morgen met druiven en vlierbessen aan de slag. Geen idee of het kan, die combinatie. Eerst proeven en dan weten.

Overpeinzingen

Dit zal nog een vlucht nemen

We waren al vroeg op pad, dat wil zeggen voor het middaguur. Naast de supermarkt zat een electronica zaak waar ze ook stofzuigers verkochten en die wilden we aanschaffen, want de oude grote stofzuiger had het na jaren trouwe diens begeven. Stoffie zoog er ondertussen lustig op los in de stofzuigerloze dagen. De discussie over wel of geen stofzak hadden we al gevoerd en het vooronderzoek naar de merken die in de zaak aanwezig waren had al uitgebreid op internet plaats gevonden. Nauwgezet vergeleek Lief ze met elkaar. We kozen een merk, waar de zakken ook van in de winkel verkrijgbaar waren anders moesten we iedere keer weer op stofzuigerzakkenjacht.

Met een glanzende lichtblauwe, een nieuwe blauwe prins, kwamen we thuis. De vrouw die ons hielp sprak vloeiend Engels. Heel fijn.Straks mag hij in werking treden. Het gaat met name om de voorzolder en de hele grote achterzolder.

De druiven waren aan de beurt. Ze moesten uitgedund worden en de verschrompelde trosjes van vorig jaar eruit geknipt. Dit jaar zullen we hem na de oogst weer helemaal terug snoeien. Van de takken die ik er tussenuit haalde hingen toch al redelijke druiventrosjes, die ik apart legde op de tafel. Het blad en de rest ging in een grote rieten mand. Op mijn haar stond een hoedje en de bril had ik op ter bescherming van oog en haar, want er kwam heel wat uitvallen. Het waren zoveel nog niet helemaal rijpe trosjes, dat ik besloot er gelei van te maken. Het was een gokje, ik had geen idee hoeveel gram druiven het waren en ik had er enkele lepels geleisuiker bij gedaan. De boel ingekookt, door een zeef gehaald, suiker erbij en een half uur laten borrelen. In de potjes gedaan en achteraf te weinig suiker gebruikt. Straks opnieuw langer koken met nog wat suiker erbij is een oplossing. We gaan het zien en beleven. Het was wel fijn om zo bezig te zijn. Nu heb ik ook zin in de vlierbessen.

Met het restje Nuoc Mam van gister maakte ik komkommersalade en een simpele rijstnoedelschotel. Die saus is hemels.

In de ochtend was er een verrassing. Er werd buiten ‘Jona Pot’ geroepen, een teken dat er iemand voor het grote hek staat. Het bleek de postbode te zijn en Lief was toevallig in de Hof in de buurt aan het werk en op tijd naar voren gegaan. Ze kwam een pakje brengen. Het bleken de verdwenen sandaaltjes te zijn. Dochterlief en Co hadden het hotel een bericht gestuurd en die hadden vervolgens de boel ingepakt en opgestuurd. Wat heerlijk.

‘Het Kwartet’ speelt zich nog steeds in Oxford af, maar in een stad waar de tweede wereldoorlog een gezicht heeft gekregen door de hospitaalbedden overal, de studenten die opgeroepen werden om al dan niet hun plicht te gaan vervullen en de nevenactiviteiten van de dames naast hun studie filosofie, zoals dekens breien. Het is een wonderlijke hinkstapsprong tussen het luxe oude en het schamele nieuwe. Boeiend is het nu wel en met humor verteld. Het eerste deel was een tikkie moeizaam.

De film ‘Nothing Personal’ die we daarna keken, speelde zich af op het ruige Ierse platteland. De film heeft prachtige shots van het landschap in Connemara en Andalusië. De hoofdrolspelers zijn Lotte Verbeek en Stephen Rea. De regie is in handen van Urszula Antoniak. Ze won er onder andere gouden kalveren mee voor beste film en beste regie. Er wordt weinig in gesproken, maar er viel veel tussen de regels in te lezen. Te zien op NL.Ziet.

De zon schijnt weer. De gelei in de herkansing en de vlier als nieuwe onderneming. De schrijfingangen zijn leuk. Totaal anders, maar ook veelzeggend over de manier waarop je zelf tegen bepaalde dingen aankijkt. Ongemerkt leg je veel van jezelf vast. Dit zal nog een vlucht nemen.

Overpeinzingen

Aan de slag dus

Door het open raam waaien flarden stemmen binnen. Ik versta ze niet. Hongaars is een moeilijke taal en ook al studeer ik iedere dag twee uur, dan blijft het bij woorden herkennen als ik ze lees en nauwelijks een herkenning als ze gesproken worden. Maar de toon en de intonatie zijn overduidelijk. Er wordt gesproken met een klank die onmiskenbaar boos is. Buurvrouw is boos op haar man, die met een hersenbloeding al een paar jaar als een kasplantje voortschuifelt door de tuin en niets meer kan, terwijl de buurvrouw alle hooi op haar brede vork neemt tot en met het maaien van voortuin en tuin, verzorging van de kippen en het hondje en nu dan al langer dan twee weken haar man, die normaliter in een opvanghuis verblijft. Ik sluit het raam, misschien wel uit piëteit of omdat het pijn doet haar zo te horen.

Echte emotie is universeel, al kan het anders geïnterpreteerd worden. Lief zit op mijn bed, waar ik kantoor hou en kijkt door het raam naar het huis van de buren. Hij vertelt, dat hij ze nog heeft zien komen. Hoe blij ze waren om hier hun oude dag te mogen slijten. Het dak werd vernieuwd, er kwam een schuur bij, waar de buurman zijn duiven hield en af en toe kwam er iemand met een mand met een duif erin langs. Hij liep een blokje om met het hondje. Ze knoopten af en toe een praatje aan met Lief. De dagen waren goed, het leven lachte hen toe.

De schuur is scheefgezakt en leunt een beetje tegen het grote huis aan, de schuifelende man, het mottige hondje en het schuurtje zijn het gevolg van de tand des tijds. Lief wordt er verdrietig van en misschien ook wel weemoedig. Zo is het zo onmiskenbaar dat het niet vanzelfsprekend is dat alles bij hetzelfde blijft, integendeel. Hier ligt de deceptie op straat of klinkt door een open raam…

Gisteren regende het pijpenstelen en vannacht ook nog. Vandaag komt er nieuwe regen, maar daarna wordt het weer zonnig, zij het minder warm.

Gisteren maakte ik springrolls met rijstevelletjes uit Nederland en om ze te dippen maakte ik een Vietnamese dipsaus erbij met vissaus, rijstewijn, suiker. Van alles twee eetlepels. Dat roer je door elkaar tot de suiker is opgelost, dan gaat er nog een chilipeper door en het sap van een halve limoen. Bij gebrek aan chilipeper heb ik een half theelepeltje sambal badjak er door gedaan, wat ook heerlijk is.

We hebben zitten smullen. De uitjes en de groente voor de vulling van de springrolls had ik licht aangebakken, maar helemaal rauw is lekkerder. Al doende leert men.

Het schrijven voor vandaag is gedaan en ik heb me aangemeld voor de cursus van een jaar. 365 dagen schrijven, niet zoals ik altijd al doe, maar met een nieuwe focus. Het was een genot om los te gaan op die drie ontvangen schrijfingangen. Ze noemt het expres geen schrijfopdrachten. Er wordt een woord of zin gegeven en de ontvanger gaat er mee aan de haal. Zoiets als ‘alles wat ter tafel komt’. De eerste twee cursusdagen zijn al binnen.

Het is ook de hoogste tijd dat de boeken weer worden opengeslagen want die blijven angstvallig dicht. Zoveel tijd heb ik niet meer. Aan de slag dus.

Overpeinzingen

Precies datgene wat je nodig hebt

Niet leven vanuit angst maar vanuit vertrouwen, las ik vandaag. Dat zinnetje blijft me achtervolgen alsof het roept om uitgediept te worden.

Eerst heb ik vandaag de tweede opdracht van de schrijfcoach bekeken en uitgevoerd. Het werkt bevrijdend op de een of andere manier. Het zijn losse flarden. Het doet me een beetje denken aan het jaar dat ik herstellende was van een flinke dip en waar ik uit kon klimmen met behulp van een psycholoog en The Artist Way, het boek van Julia Cameron. Niet vanuit de een of andere cursus of iets dergelijks, maar gewoon. Op eigen houtje, in eigen tijd en eigen uur. De bedoeling was om iedere ochtend drie bladzijden te schrijven. In mijn geval werd dat typen, want als mijn vingers over de toetsen kunnen dansen komen de verhalen vanzelf.

Ik beschreef het begin van zo’n dag. Het straatorkest dat al om zeven uur begon met drilboor en de klank van ijzer op ijzer van de werkmannen aan de overkant, de dunne kinderstemmetjes en het bassen van de ouders tussendoor als men schoolwaarts ging, de klok van de buurman die nooit op het hele uur slaat, zeven keer, de krakende trap van de zolder als zoonlief naar beneden ging.

Voor je neus wegschrijven was het advies, niet nadenken, doen. Een ander moment was het op stap gaan met je fototoestel en alles vast leggen waar je normaal niet snel naar zou kijken. Alleen met jezelf een keer per week de natuur in of naar een museum, de bibliotheek of een kleine kroeg. Het toestel noemde ik mijn ‘oog voor kunst’-oog. Het hielp. Ik had er echt baat bij. En met de begeleidende gesprekken van de psycholoog was ik met een half jaartje gelouterd en kon aan de terugkeer in het dagelijkse bestaan beginnen.

Als je het nou hebt over leven uit vertrouwen dan werd dat in die periode toch echt wel bewerkstelligd door het schrijven iedere dag, de uitstapjes en de gesprekken. Zodanig zelfs dat ik stellig kon vermelden klaar te zijn met de wekelijkse sessies. De angst voor het terugkeren was nog niet helemaal weg, daar zat nog een grillig staartje, maar door het toenemen van het vertrouwen werd ook dat laatste restje glad gestreken. ‘We zijn er weer’, was mijn gedachte. Eenmaal op mijn vertrouwde stoel, met al die lieve koppies om mij heen, zeilde de energie als vanouds naar binnen. En gaan!

Eigenlijk weet ik nu bijna al dat ik de uitdaging met de schrijfcoach aan ga. Om met mijn moeder te spreken: ‘Baat het niet, dan schaadt het niet’ en ‘Daar kan je je geen buil aan vallen’.

Leren vertrouwen op jezelf opent deuren van de dingen waarvan je dacht dat je ze nooit meer zou doen, stappen te zetten, die je allang overboord gegooid had. Ik reis met het grootste gemak, duik een hotel in alsof het de gewoonste zaak van de wereld is en onderneem acties, waar ik vroeger over geaarzeld zou hebben. De broer van Lief kwam met een mooi voorbeeld van het onmogelijke mogelijk maken. Hij is 78 en dacht dat hij nauwelijks nog trappen kon lopen, tot ze ergens een kamer hadden geboekt in een hotel boven op de heuvel, waar alleen een lange trap naar toe leidde. De eerste dag ging moeizaam met het nodige gesputter, maar iedere volgende dag ging het makkelijker. Geen kwestie van niet kunnen, maar een kwestie van spieren trainen. Bijna alles is mogelijk als je er vanuit gaat dat je het kunt. Vertrouwen hebben in jezelf en wat je aan kan is dan precies datgene wat je nodig hebt.

Overpeinzingen

Een beetje geluk kunnen we allemaal wel gebruiken

Er is een schrijfcoach, waar ik misschien interesse in heb. Ze komt iedere dag met een zo breed mogelijk te interpreteren opdracht. Omdat ik al zo lang schrijf wilde ik zeker weten of deze vorm voor mij interessant zou zijn. Ze beloofde me drie voorbeelden te sturen. De eerste kwam vandaag binnen. Ik zal het niet publiekelijk maken, want dan schiet ik misschien onder haar duiven, maar ik heb al vaag de indruk dat het weleens een hele boeiende inspiratiebron zou kunnen zijn.

Vanmorgen had ik het op de heupen. Een keer in de zoveel tijd is dat alleen maar gunstig voor het huis, want dan moet voor een groot deel de onderste steen boven. Buiten is het pittig warm dus een uitgelezen moment om binnen onze dikke muren aan de slag te gaan. Spinnen en spinnetjes nemen de wijk als ik met mijn grote ragebol, nou ja, eigenlijk een stoffer, alles aan web van de muren veeg. De ramen van binnen en van buiten in de gang moeten eraan geloven evenals de vensterbanken, die weer spic en span blinken. De planten, Yucca’s, een Calanchoe, Aloe’s en de rode Geraniums krijgen een liefdevolle verzorging, dood blad en bloem eruit en een woordje ter bemoediging.

Lief heeft Stoffie aan het werk gezet in de drie kamers beneden en is zelf met een kleine kruimeldief boven de spinnenwebben en stofraggen aan het wegzuigen. Heel fijn om dat samen te kunnen doen.

Het is nationale feestdag in Hongarije. Alle winkels zijn dicht. Gisteren wilden we Agaath door de wasstraat halen, maar de enige die er is, naast het pompstation, was in reparatie. Helaas, pindakaas. Nu rijdt ze rond in haar stoffige zwarte kleedje.

Gisteren het gesprek met Ugur Ümit Üngör afgekeken. Het leek meer op een college en dat kwam min of meer door de vragen die gesteld werden. Voor mij had het meer diepgang mogen hebben wat betreft de persoon Ugur.

En opnieuw heeft een bericht uit de inner circle ons opgeschrikt. Iemand die een beroerte heeft gekregen. Hij woont niet meer hier maar een halve wereld verder. Nog te jong. Beelden van vroeger, herinneringen en gedachten blijven zweven, voortdurend is er een moment om even bij stil te staan. Ik zou alles willen weten, elke minuut. Juist bij dergelijke gebeurtenissen. Hier zou je op bezoek gegaan zijn om in te schatten hoe of wat. We kunnen alleen maar duimen dat een aantal functies snel weer terugkomen. Onmachtig.

Dochterlief kwam ineens met iets heel anders aan, dat weleens een serieuze optie zou kunnen worden, maar we moeten er nog goed op voort borduren. Alhoewel, de voordelen van haar plannetje in ons hoofd zijn alleen maar groter worden. Ze had nog een verrassing. De Vergeten Sandalen worden opgestuurd door het hotel. Daar had ik zelf geen seconde aan gedacht, maar het was het eerste wat zij en schone zoon wilden regelen. Wat lief weer. Ze zijn al op de post. Superblij mee, want ze lopen als een tierelier.

O ja, en de Hosta bloeit

Gisteren kwamen er foto’s binnen uit Frankrijk van Dune de Pilat aan de Cote d’Argent. Het is het hoogste duin van de wereld. Het strekt zich uit over 616 meter van oost naar west en over 2,9 kilometer van noord naar zuid. Indrukwekkend mooi, duin én dochter trouwens.

Zoonlief is vanuit het regenachtige Ambon naar Bali gegaan. Nog twee weekjes en dan zijn ze weer thuis. In Normandië worden prachtige grote schelpen gevonden. De rakkertjes zijn er maar druk mee. Ze zijn ideaal om ze te beschilderen en ze dan als zwerfschelpen of geluksschelpen ergens neer te leggen voor een toevallige vinder. Een beetje geluk kunnen we allemaal wel gebruiken.

Overpeinzingen

Een speld in een hooiberg

Er vliegen twee grote aalscholvers over. Ze maken een kabaal alsof er iets achter hen aan dreigt te komen, Maar vooralsnog blijft het luchtruim leeg. Gisteren zat er tussen de mussen nog een verdwaalde gast te poedelen in de waterbakjes(de oude hondenbakken van weleer). Het was de Putter en je zag ‘m denken ‘Ik ben er niet, ik val niet op’, maar tussen al dat bruin en zandkleurig leven zijn rood en geel de kleuren die onmiddellijk het oog trekken.

Gisteren gingen we pas tegen een uur of twee op weg om het meertje te zoeken dat we de dag ervoor op de kaart gevonden hadden. Het bleek toch het Kisto Strand te zijn. Een mooi klein meer tussen de bomen, los van het grote Orfü met veel wandelruimte en ligplaatsen. Zo op het oog vooral bevolkt met Hongaren, gezinnen met kinderen, Opa’s en Oma’s en karrevrachten aan tassen, banden en schepjes mee, maar door de ruime opzet voldoende spreiding. Er werd entree geheven. Het liep al tegen drieën na het warmste uur van de dag, dus er stond een rij mensen te wachten voor de kassa. In de ochtenden zal het veel rustiger zijn. Er was ook een restaurant, dat én via de weg én via het omheinde meer te bereiken was. Daar dronken we een o.o biertje en sloegen de wespen gaande die in grote getale op de zoetigheid afkwamen. Een kind aan een andere tafel raakte volledig in paniek door die gonzende aandacht en zette het op een krijsen, waarop de hele familie naar binnen trok om daar te eten.

Ik redde ondertussen een van de beestjes van een wisse verdrinkingsdood door het met een tandenstoker-verpakking uit het bier te vissen. Een grotere wesp vloog er zoemend omheen. Paniek? Het kroop in ieder geval naar het druipende suikerbommetje toe en bleef er even bij. Ze vlogen samen op.

We zagen op de kaart dat er nog een strand 6 km verderop was, maar dat was aan het voor ons te drukke Orfü-meer zelf. Vermaak met waterfietsen en surfplanken trekken nu eenmaal veel liefhebbers. We houden het bij het kleine meer(wat Kisto letterlijk betekent).

Daarna reden we dwars door het Mecsek gebergte compleet met wat niet mis te verstane haarspeldbochten naar beneden richting Pécs. Onderweg prachtige panorama’s maar nergens een plek om even een foto te nemen.

Boodschappen bij die andere Duitse keten, een drukte van jewelste en pas om kwart over zes thuis, maar met een left-over van de dag ervoor konden we toch nog redelijk vroeg aan de VPRO-avond beginnen en inderdaad, zoals het deel dat ik al gezien had, zeer de moeite waard. Niet zo zeer om de diepgang van de interviewster, want die ontbrak een beetje tot nu toe, maar om de rustige en heldere uitleg door de gast zelf van een van de moeilijkste onderwerpen van dit moment. Naast een fragment uit de Iraanse film ‘Mitra’ zagen we ook een documentaire over mannen die in het kamp Sobibor een opstand hadden gepleegd, waarbij zeker 450 mensen aan een wisse dood ontkomen waren. Intrigerend om te zien hoe zo’n trauma nog die woede kan losmaken.

Lief was vanmorgen zijn telefoon verloren ergens op die grote vlakte van het voedselbos. Met Heilige Antonius en zijn eigen intuïtie heeft hij hem weer teruggevonden. Inderdaad een speld in een hooiberg.

Overpeinzingen

Ook dat is geen probleem

Vanmorgen heb ik het begin tot en met het eerste filmfragment teruggekeken van Zomergasten. Wat een aangename ‘gast’ zat er dit keer tegenover Griet op de Beeck. Het was de Historicus en Hoogleraar Holocaust- en Genocidestudies Ugur Ümit Ügör. Hij zat daar om te vertellen over zijn vak, over de diverse ontwikkelingen in de wereld en over de definitie van Genocide, de VPRO geeft aan met behulp van Ugur zelf waarom het van belang is te kijken:

Zoals Üngör zelf zegt: ‘We gaan samen afdalen in zware materie. Maar we gaan er ook samen weer uit omhoogkomen.’ Zijn avond gaat over genocides en oorlogsmisdaden, maar ook over veerkracht en hoop. En over het belang van blijven vertellen.  

Het eerste deel van de lange avond was erg boeiend en in alles komt hij de belofte na. Vanavond beginnen we samen opnieuw eraan, want ik geloof dat zijn relaas veel van de onrust die er leeft om kan zetten in een blik die op de toekomst gericht zal zijn, niet met het gevoel onder het zwaard van Damocles te leven, maar met het ontluikende gevoel van hoop.

Om te beginnen is er alvast om mij heen het gefladder van de koningspage, de boodschapper van Geluk, Schoonheid en Vrijheid. Een uitspraak van Ugur indachtig: ‘Waar de wetenschap eindigt, heb je kunst nodig om uit te beelden hoe zoiets in zijn werk is gegaan.’ Een rake formulering, die hout snijdt. Hij laat zijn studenten ook fragmenten van speelfilms zien, die de waarheid benaderen, om er voor te zorgen dat het inlevingsvermogen groter wordt. Op die manier beklijft het beter. Schoonheid in de natuur als tegenhang helpt ook daarbij en de goede berichten van mijn kinderen, waar dan ook, eveneens

Er komen beelden door van Ambon waar zoonlief en de schoonfamilie gisteren het afscheid vierden van hun familie daar met weemoedige samenzang, zelfs de kleintjes doen mee. Wat een warm en gelukkig beeld. Op dit ogenblik zijn ze alweer op Bali, als het goed is.

Uit Normandië komen heerlijke beelden van de drie rakkertjes, die op en top genieten van zand, water en schelpen in het zachte ochtendlicht. Een welkome afleiding na alle schrik van de afgelopen dagen.

Het druivenprieel vordert al met opschonen van de oude takken en hier en daar wat snoeien om licht door te laten. Het is een heerlijke plek en zomers verrassend koel. In het algemeen zal het vanaf nu zo tussen de 25 en de 30 graden blijven. Dat is een wereld van verschil en dan kan ik weer meer buiten zijn, maar vooral is het dan ook uit te houden in het atelier. Hoera. Aan de schilder dus, deze week.

Vanmiddag gaan we kijken naar het natuurmeer dat we hebben ontdekt en voor Lief is het een herontdekken, want hij was het glad vergeten, omdat zwemmen al zo lang geen optie is geweest.

Ik heb op mijn manier geprobeerd om wat feng shui(met een knipoog) het terras in te blazen. De druivenuitlopers wat omhoog, de kuka(vuilnisbak) uit zicht en een kleedje op de tafel. Over twee weken komen nichtlief en haar man. We kunnen eigenlijk niet wachten. Echt zin in, temeer, omdat we toen we samen jong waren met z’n vieren regelmatig contact hadden. We pakken gewoon de draad weer op. Dat kunnen wij. En we breien er iets moois van. Ook dat is geen probleem.

Overpeinzingen

Het geeft een mens lucht

Een bericht van een lieve vriend over wat hem overkwam op de laatste dag van de vakantie, laat me afreizen naar een vakantie in Portugal met de hele familie in de herfstvakantie van 2017. Het was vrij relaxed allemaal. Door een meevallertje hadden we een uitgesproken luxe huis ter beschikking, omdat het eerder gereserveerde exemplaar onder water stond of iets dergelijks. We hadden allemaal een ruime kamer met douche of daaromtrent, er was een speelkamer voor de kinderen, een zwembad in de tuin en van de hoek van de straat liep je zo de duinen in naar dat goudgele strand, compleet met rijtjes uitstaande parasolletjes, wachtend op de eerste bezoekers van die dag.

Het was een vakantie om helemaal tot rust te komen en toch. Op de wandelingen die ik alleen maakte, een lange langs het strand en een naar een buurtdorp over de weg ging het moeizamer dan ik gewend was. ‘Die stomme COPD drukt weer eens een stempel,’ foeterde ik in mezelf. En dat zorgde ervoor dat ik uit louter opstandigheid nog een tandje bijzette.

Vliegen ging goed, thuiskomen en werk ging goed. Helaas was er een school bij waar ik een dag in de week moest invallen en volledig niet op mijn plek zat. Én in de verkeerde groep én met getraumatiseerde kinderen door steeds weer nieuwe leerkrachten, die niet in een lokaal zaten, maar in de haastig aangepaste gymzaal. Hoe het ook zij, ik kreeg ze niet in de vingers. Dat laatste figuurlijkerwijs gesproken. Dat zorgde toch voor de nodige stress wegens onmachtige gevoelens die het opriep.

In diezelfde tijd deed ik op de vroege zondagmorgen een teken-en-schildercursus in Haarlem. Een van die ochtenden in December was het te glad om met de auto te gaan. Met mijn zware verfspullen moest ik de trein in, op een dag dat we met zussen en nichten eveneens een ontmoeting hadden afgesproken, gelukkig ook in Haarlem maar op een tijdstip dat vlak op het einde van de cursus zou zijn. Ik moest haasten, het begon te sneeuwen en de tas werd steeds zwaarder, lucht was er sowieso te weinig en toen moesten we in het restaurant ook nog een hoge trap op naar de eerste verdieping. Gevalletje Pech met een hoofdletter.

Tel daar de drukte van een Sint en Kerst op school bij op en je hebt een uitmuntend scenario om op de eerste dag van de vakantie ziek, zwak en misselijk te zijn. De oorzaak, de werkelijke oorzaak lag heel ergens anders, maar daar kwamen we pas twee weken later achter.

Vriendlief zal ook menig keer terugdenken aan alles voordat gebeurde waarmee hij me aan het terugdenken had gezet. Ik wilde eigenlijk schrijven over De Grote Niet Zo Vriendelijke Reus, Roald Dahl, een artikel van een Groene uit 2023 of iets over het feit of je verandert in de loop der jaren of niet, naar aanleiding van een artikel van Marja Pruis.

Maar dit moest ik eerst kwijt want het bleef maar spoken en als ik het opschrijf, krijgt het hele verhaal tegelijk een plekje. Het deed me wel denken aan een boek van Marga Minco: De Val, waarin ze beschrijft hoe de enscenering, waarin dingen gebeuren, in elkaar grijpt tot het moment daar is en ontkomen aan bijvoorbeeld die val onmogelijk blijkt te zijn. Het is helaas allemaal al geschreven, anders was er nu een nieuw boek, want dat voel ik borrelen. Een blog is ook prima. Het geeft een mens lucht.