Overpeinzingen

In de herkansing

Ik wilde vanmorgen niet wakker worden. Tot op het laatst bleef ik beelden van de droom terughalen, die ik daarvoor ontvangen had. Zo’n heerlijke droom. Met een jongen, met een aandoening in het autistisch spectrum, op stap in een taxi, die eruit zag als een Lada of een Daf 33, volledig afgeplakt met bruin tape en waar alleen voor de bestuurder een klein vierkantje was uitgespaard. ‘Niets zeggen’ fluisterde hij bij het instappen. ‘Dat heb ik weer’, dacht ik daar aan de Viesstraat bij het Vredenburg, toen hij op me afreed om me in te laten stappen en volledig gefocused op de weg al doorreed, terwijl ik maar half ingestapt was en het portier nog geopend. Haastig trok ik het dicht. Pff. Dwars door de straatjes van de Oude Stad in een kalm vaartje, Oudwijk, Witte Vrouwen, langs de Vecht, die er gemoedelijk tussen door kabbelde. Soms stopten we bij huizen en dan troonde hij me mee naar binnen. Er was ergens een praatgroep waar een meisje aan het woord was, zich onbegrepen voelde en overhaast vertrok, waarop hij haar achterna ging en zij even later met een betraand gezicht weer met hem terugkwam.

Door naar de volgende post, een groot herenhuis met twee stoelen ervoor. Ik ging er op een zitten. Twee grote mannen zaten naast me en ik vroeg of ik niet op hun plek zat. ‘Welnee, blijf maar zitten’ zei de man met een Indonesisch uiterlijk. Daarna kwam mijn taxichauffeur voorrijden met een fiets, ik pakte de bagagedrager aan de achterkant vast en sprong soepeltjes achterop, om vlak daarna weer in de auto te zitten. Twee kleine kinderen waren ineens door het vierkantje te zien, verblind door de felle koplampen, als konijntjes verschrikt in het licht starend. Merkwaardig waardig en kalm bleef mijn bestuurder en ik was ondersteboven van zijn visie en aanpak en besloot hem veel meer te geven dan dit uurtje rondrijden zou hebben gekost. Maar het draaide niet om geld, zei hij en dat begreep ik maar al te goed. Met een intens vredig gevoel werd ik wakker. Een goed begin is het halve werk.

Het schilderen stagneert een beetje en dan zoek je onbewust naar andere invullingen. Ook had ik mijn fineliners uit het stof gehaald en een van de schetsboekjes. De eerste pennenstreken mislukten, maar het werd een vreemde vogel, die een snoer met vlaggetjes in zijn snavel hield. ‘Je moet zelf de slingers ophangen’, schreef ik erboven. Tegelijkertijd was er het lumineuze idee om het tekendagboek eens alleen met fineliners uit te gaan voeren, met als onderwerp dergelijke oneliners. Een soort ‘life in lines’.

Tijd om het knikkebollende hoofd na de boodschappen af te leiden. De dagen beginnen hier erg vroeg. Een cake bakken was een goede optie. Tot mijn schrik was ik de gewone routine ervan vergeten en ik had het meel, de boter en de suiker, de hele santekraam, bij elkaar gekieperd. Daarna de eieren erbij. Het zal niet verbazen dat de structuur in de verste verte niet leek op het oude vertrouwde zalvende deeg van vroeger. Het was wel egaal, dus toch maar bakken. In mijn hoofd was ook de hitte van de oven achter een van de vergeetdeuren gaan zitten en ik ging af op een van de vele recepten. 175 graden en 55 minuten. Niet dat ik me dat kon herinneren.

Typisch een gevalletje van stug doorgaan ook al zoemt het daarboven van de vraagtekens. De cake was na 55 minuten nog niet gaar, na tien minuten langer nog niet. Lief vond haar wel heerlijk. Ik ga straks gewoon voor de bloem met het bakpoeder en hou de juiste volgorde bij het mengen aan. Want een ding is zeker. Ze gaat in de herkansing.

4 gedachten over “In de herkansing

  1. Dromen die je bij het wakker worden wil vasthouden, ik herken het. Dan blijf ik liggen en herbeleef keer op keer datzelfde verhaal. Zalig.
    Mooie tekening met de fineliners. Ik werkte er vroeger ook graag mee, wel minder kunstig😉

    Geliked door 1 persoon

Plaats een reactie