Overpeinzingen

Nu begint het leven hier echt

Dat het middagdutje de nachtrust aardig in de weg bleek te zitten, had ik al ingecalculeerd. Buiten dat ik nooit een eerste of enige nacht in een hotelkamer goed doorslaap, had ik daarmee mijn kruit aardig verschoten. Filmpjes kijken en bedenken wat ik nog allemaal moest beantwoorden. Dat maakte dat Klaas vaak verre van bleef.

Buiten was er ook een bus met een Tilburgse ijshockeyclub komen te staan,w at met de nodige `Hollandse vrolijke klanken gepaard ging, die vrolijk binnenstroomden door het open raam . Mijn moeder fluisterde:’Met je ogen dicht rust je ook’, dus bedwong ik de neiging op mijn mobiel te blijven kijken en probeerde droomflarden binnen te takelen. Het duurde toch nog tot rond drieën voor ik overmand werd door vermoeidheid en weggleed in vergetelheid.

Na een verfrissende douche was ik op tijd voor het ontbijt. Jammer dat ik niet kon ruiken hoe het verse brood en de geur van koffie iedereen aan tafel riep. Langzaam druppelden er gasten binnen maar vooralsnog liep er meer personeel rond. Ik volstond met een warm gekookt eitje, een croissant, verse boter, yoghurt en een Pretzel. Een kannetje koffie stond al bij de tafel. Mijn medicijnen had ik los in mijn zak gedaan om met de yoghurt te nemen. Precies genoeg, de Pretzel was erg zout. Ik overwoog een verdwijntruc, altijd een beetje beschaamd als mijn bordje niet leeg is. Ik gooi niet graag eten weg. Dus in een servetje ermee voor ‘jeweetmaarnooit of ‘als-dan/dan-nog’. Weer een kalme reis, met weinig auto’s op de weg tot het middenuur in de buurt van Wenen en nog een goede 75 kilometer aan wegwerkzaamheden voor Budapest. Orban had in de gauwigheid, vlak voor de verkiezingen, nog aardig huisgehouden met zijn vriendjes.

Ik vond de goede weg naar Pécs en weer was het een zonovergoten kalme baan met nauwelijks verkeer, grote gouden koolzaadvelden aan weerskanten, glooiend, heuvelachtig met hier en daar een dorp. Inmiddels bekende Hongaarse wegaanduidingen. Hoog boven mij een prachtige laagvliegende rode wouw met zijn kenmerkende verendek en de gevorkte staart, veel valken en buizerds. Boeiend om te zien en tijd genoeg om waar te nemen in dit ontvolkte gebied.

Aan het eind leidde Agaath haar tomtommetje me een verkeerde kant op en moest ik Nagypeterd invoeren om op de 6 te komen, de enige goede weg naar ons paradijs. Ondanks de omleiding was ik er toch sneller dan gedacht. Het hek was nog dicht maar een toeter en Lief kwam aangesneld om ze open te maken. Eindelijk verenigd. Heerlijk weerzien.

De keuken eindelijk life bewonderen en in die luxe eerst maar bijkletsen met een wijntje erbij en de liflafjes die ik nog had. Kaasblokjes, gehaktballetjes, mini-grissini met roomkaas. Verder kwam ik niet. Door slaap en vermoeidheid overmand, rolde ik het vertrouwde bed in en sliep een gat in de zonnige dag. Nu begint het leven hier echt.

3 gedachten over “Nu begint het leven hier echt

  1. Thuiskomen kan jij op twee plaatsen. Hoe heerlijk is dat!
    Altijd omgeven met mensen die jou graag zien en omgekeerd.
    Kom nu maar tot rust in het land met grote onrust en waar de ‘grote leider’ nu plaats moet ruimen…

    Like

Plaats een reactie