Al met al was het weer een goed gevulde dag gisteren en liep ik rond zevenen ‘s avonds naar Agaath om moe weer huiswaarts te keren. Het was erg gezellig geweest, een tikkie rommelig maar dat kan ook haast niet anders met die lange lijzen, onze zeventienjarig en zijn al even grote vrienden, al kletsen, grollen en grappen, en met kleintjes er tussendoor giebelend. Ze hadden de voorkamer bezet. Eens waren ze de olijke moppies van weleer. De tijd vliegt, dat wordt vooral op zulke dagen duidelijk.
Het waren ook geen cadeautjes meer, maar geld voor een mooie nieuwe fiets. Met helm die ooit van tante Pollewop was geweest als symbool voor dat alles. Haha. Maar het duurde pas tot rond half zes, voor hij het kon ontvangen. Toen waren we min of meer allemaal compleet. Ze hanteren doorgaans een variabele marge voor het vieren van een feest. Dan kan het gebeuren dat de taartjes naast de soep met brood worden gegeten. Ik had de hapjes van de boekenbabbel over beide dochters verdeeld. Beter. Dan zit ik er niet meer mee. Naast lief was er ook wat leed bij schone dochter haar zus en dat bracht lichte onrust, maar de kinderen hadden er geen weet van.
Vandaag dus tante Pollewop. Met zon en een nieuw aangelegde stadstuin, dat gaat helemaal goed komen. In de zon kan je nog wel buiten zitten. Het is de vraag of alle vriendinnen en vrienden van dochterlief en schone zoon ook komen want dan heeft het kleine grut de overhand, al worden die natuurlijk ook steeds groter. Ze wordt zeven en alles in haar kielzog ook ongeveer. Het zal er krioelen. Net als in de groep betekent dat het verstand op nul, dan glijdt alles van je af. Gegil, gelach, gekakel, tussen al het speelgoed en daar tussenin feestvreugde, kleine brandjes blussen, hoogtepunten aansnijden, en er tussendoor familieaangelegenheden en wederwaardigheden uitwisselen, zoals het op verjaardagen pleegt te gaan. Iedereen kent elkaar al heel lang. We zijn met elkaar opgegroeid, kan je stellen, verjaardagsgewijs.
De volkstuin met z’n drieën is een tikje aan regels gebonden, lees ik in het antwoord op de brief die dochterlief over ons voorstel van mijn tuin met drieën te nemen, heeft gekregen. Dat snap ik wel in verband met de administratie, maar toch. Het lijkt mij dat dochterlief gewoon haar tuin dit jaar nog aanhoudt. Dan komt het vanzelf goed. In het artikel ‘Art Room’ in de Kunstbrief van See All This, dat ‘De aarde lacht in bloemen’ heet, staat een citaat van de Engelse dichter Alfred Austin (1835-1913): ‘Wie met zijn handen in de aarde werkt, werkt ook aan zijn ziel’ en dat is iets wat iedereen kan beamen die met hart en ziel in de tuin aan het werk is. Gisteren op het piepkleine balkonnetje van dochterlief met de groene vingers staan alweer de nodige kwekelingen, evenals in de vensterbanken. Ze is meesterlijk met het houden van planten, waaronder orchideeën in het bijzonder, maar ook al de balkonplanten op dat piepkleine balkonnetje tieren welig.

Lief stuurt een foto van een gevonden handmolentje tussen de spullen. Het komt me niet direct bekend voor, maar als ik naar het model kijk zou het een notenmolentje kunnen zijn. Handig. Ben benieuwd wat hij nog meer opgeduikeld heeft. Een en al verrassingen, zoals een zolder placht te zijn.