Overpeinzingen

Daar hebben we het maar mee te doen

Al een hele ochtend erop zitten voor mijn gevoel en ook namens de klok, die nu 12.43 aangeeft. Om half acht hadden Lief en ik al gebeld met video en kreeg ik het fantastische nieuws te horen dat de steenhouwer in feite had gewacht tot vriendlief van Lief weer terug in Hongarije zou zijn, want hij wilde het aanrechtblad samen met hem leveren en monteren. Alles was in ieder geval voor een dergelijk moment gereed. Hoera, de vlaggen kunnen uit en volgende week gaat het echt gebeuren. Daarna mag ik het wonder aanschouwen. Eindelijk.

Een van de vorige tuinfeesten met zelfgemaakte hapjes

Daarna in sneltreinvaart de ochtendrituelen en op pad om met Agaath om rond kwart voor tien bij het tuinencomplex te arriveren. Dochterlief liep al te ijsberen. Het verenigingsgbouw zat nog op slot en dochter was er al en al snel druppelden de anderen van de feestcommissie binnen. We waren met z’n zevenen, de rest had zich ziek gemeld. Geen probleem. Het ging om het lustrumfeest en eigenlijk had ik alleen nog maar de tafelkleden in te dienen die ik meegenomen had van vorige feesten. Na deze vergadering geef ik het uit handen. Op de dag van het feest ben ik in Hongarije.

Vandaag is de oudste kleinzoon jarig en tikt hij de zeventien jaren aan. Het brengt me altijd weer terug naar de allereerste keer in een ziekenhuiskamertje van een Frans ziekenhuis, paps was er niet en dochter met telg werd net binnengereden. Mijn eerste kleinzoon. Net als mijn moeder bij mijn eerste bevalling pinkte ik een traantje weg. De cirkel was rond. Dat gevoel werd intens en aandachtig beleefd. Voor de rest moest ik bijkomen van de overhaast vertrokken en snelle rit naar Parijs in de kleine blauwe Prins of had ik toen de Laguna nog. Tijd snelt en haalt de feiten door elkander.

17 Jaar en toe aan een nieuwe fase. Als zijn grootste cadeau een inloting op zijn sportacademie zou zijn, kunnen de vlaggen uit, maar helaas is het nog niet bekend gemaakt. Ik blijf duimen. Alle zinnen staan er op. Er is een tweede scenario, maar minder geliefd.

De nieuwe Groene in de bus met een overpeinzing van Marja Pruis over de reportage die onlangs gemaakt is over de kinderen van de Baghwan, een mensonterend stuk in de letterlijke zin van het woord, waarin ze schrijft over de ‘Overbekende beelden van een goorlap vanuit het perspectief van de kinderen’ en met de vraag ‘hoe het kan, dat moeders toen klaarblijkelijk zo eenvoudig hun moederjas uittrokken.’ Moederjas, een prachtige vondst met een terechte vraag. Wat zijn de omstandigheden dat maakt dat je zo iets doet, verwijdering van kinderen van hun ouders, zonder dat het vraagtekens oproept. Het was vervreemdend om de weerzinwekkende realiteit van toen te zien. Wanneer hou je als moeder op moeder te zijn tot in de ziel van je wezen.

Vandaag vieren we het leven van de oudste, morgen die van jarige tante Pollewop, die dan al zeven wordt en twee dagen later die van de de twee jarige Njong op weg naar drie met de ongeboren telg in het kielzog. Alles op een kluitje. Beter voor mijn afwezigheid in Hongarije. Nu de keuken volgende week vorm krijgt, er een nieuwe thermostaatkraan in de douche komt ter vervanging van een lekkende voorganger, en Lief alles tot in de puntjes verzorgd wil hebben voordat ik kom, heb ik het vertrek definitief op de elfde gezet. Of baby moet op zich laten wachten. Mijn moeder zou hebben gemompeld: ‘Gods wegen zijn ondoorgrondelijk’, en daar hebben we het maar mee te doen.

Plaats een reactie