Overpeinzingen

En oma’s worden ouder

Afgelopen zondag was het een heerlijke zonnige dag en uitgesproken weer om op de tuin de nodige bergen te verzetten. Helemaal een huzarenstuk, omdat die bergen bestonden uit sprokkelhout en oude compost. De dametjes waren er al eerder en de schone zonen waren in hun kielzog meegekomen. Die waren er voornamelijk voor het afvoeren van al het hout dat er nog bij zou komen. Gelukkig was de stort tot half een geopend. De dochters zouden namelijk alvast beginnen met het snoeien van de wilgen, een knap dozijn, die hun habitat hadden weten te handhaven op alle andere bomen, fruit en sier. Eenvoudigweg omdat ze al wortelen als er een verdwaalde tak van de gevlochten hekjes in moeder aarde steekt.

Tot mijn grote verbazing waren ze allemaal al gesnoeid toen ik twee uur later aankwam. Temidden van de nieuwe berg aan takken stond dochterlief breed lachend met de elektrische zaag op batterijen van de achterbuurman. Dat betekende dat ik me genoeglijk kon voegen naar het maken van handzame takkenbossen, een rustiek werkje waar nauwelijks lichamelijke arbeid aan te pas kwam, dus uitstekend geschikt voor mij.

De filosoof en tante Pollewop waren er ook bij en de filosoof was bezig met een beschermend hekje op kabouterniveau te maken op de ontdekte akelei van zijn overgrootmoeder, de enige van de overgehouden planten, die nog stand gehouden had. Hij sneed er met zijn zakmes scherpe punten aan, zodat niemand het zou wagen om daar ook maar een voet in te zetten. Ik was trots op hem. Op zijn liefde voor de akelei, om zijn concentratie en om zijn beschermend vermogen. Oog voor de natuur, dat hadden deze twee met de paplepel ingegoten gekregen, ook door de reis door Europa in zeven maanden, een leerschool bij uitstek.

De bolderkar werd nog een keer volgegooid en de bundeltjes takkenbossen werden met dankbaarheid ingeladen. Zo handig. Maar tegen de hoeveelheid was bijna niet aan te werken. Goeie genade. De achterbuuf en tevens nog de voorzitter van het complex had van onze snode plannen gehoord om van twee tuinen er een te kiezen, namelijk die van mij, dat zou de tuin van ons alle drie worden en de tuin van dochterlief wordt dan weer vergeven. Één tuin is al werk genoeg. Er zijn snode toekomstplannen en we hebben er alledrie zin in. Eerst deze bergen verzetten en dan gaan opbouwen. De drie jongens van de oudste kwamen met hun vader mee en er werd nog wat met handzagen in het rond gezwaaid voor de laatste vergeten staken.

Als de bezorgdienst vanmorgen de pannenset komt brengen, ergens deze dag tussen tien en achttien uur, een wijds begrip, dan kan ik nog wat slechten daar op de tuin. Anders misschien van de week nog. Er hangt een bevalling in de lucht, maar er zijn nog geen tekenen. We wachten het kalm af. Tot zo lang gaat alles gewoon door. Drie verjaardagen van de kleinkinderen komende week. De oudste wordt alweer 17 jaar. Het is nauwelijks voor te stellen dat zijn geboorte alweer zo lang geleden is. Zijn komst en mijn rit halsoverkop naar Parijs toe, staat nog vers in het geheugen gegrift. Kleintjes worden groot en oma’s worden ouder.

2 gedachten over “En oma’s worden ouder

Geef een reactie op lem2 Reactie annuleren