Overpeinzingen

Voer voor schrijven, zo’n weekend

Eergisteren(donderdag) stond ik om een uur of twee spic en span klaar om te vertrekken. Zoonlief hielp de bagage de auto in. Bij elkaar was dat wat proviand voor de avond en een koffer. De bagage van dochterlief lag er al in. Dan naar Utrecht om de andere dochter op te halen. Alles kon ruimschoots in Agaath, die kalm verder zoeft en ons vroeger dan wenselijk al tot aan de school bracht, waar de oudste nog een vergadering zou hebben tot half vier.

Onderweg was er voldoende gelegenheid voor de dametjes om te ontladen. Even de week van zich af praten helpt daarbij, zeker als er een luisterend oor aanwezig is. De weg via Lelystad is een beetje eentonig, maar de zon lichtte op en van de snelweg af wordt het leuker als je langs rustieke wegen rijdt, hier en daar een tractor als tegenligger.

Vooraan de weg die naar de Tiny House zou leiden stond een grote Linde met een ooievaarsnest erin en de ooievaren op het nest klepperden een warm welkom. Dwars door de griendvelden reden we, zon op de goudgele aren, met nog meer ooievaarsnesten, zover als je kijken kon. Onze host legde uit dat het heel goed ging met de populatie, die een aantal jaar gelden bijna uitgestorven waren, maar er nu in tweetallen op talrijke nesten lustig op los kwetterden.

De grootste verrassing was bij het binnentreden en dan niet alleen de perfecte indeling op het kleine oppervlak, maar minstens zo verheugd was de welkomst-borrelplank met lekkere kaasjes, druiven, appelstroop en wijn, en fornacinni in twee soorten. Daar had mijn lieve schone zoon voor gezorgd. Hij had een bestelling geplaatst bij de host en die was zo lief geweest om er voor te zorgen. Dat was nog eens thuiskomen. Daarna hadden we geen honger meer en schoven de voorbereide maaltijd van dochterlief door naar de volgende dag.

In de ochtend hadden we opnieuw een stralende dag in het vooruitzicht. We hadden het plan om naar het Planetarium in Franeker te gaan, waar Eise Eisinga zijn ongelooflijke knappe zonnestelsel in zeven jaar had nagebouwd in de 18e eeuw, dat tot op de dag van vandaag nog steeds werkte. Alles met de hand van hout gemaakt en eigenhandig berekend. Het interactieve museum dat toegang bood tot het planetarium kent leuke weetjes en interessante feiten. In het planetarium zelf werd om het uur een uitleg gegeven door een van de medewerkers met leuke details en grappige eigentijdse uitleg. Eise en zijn vrouw sliepen in de bedstee in de woonkamer waar het planetarium was opgebouwd. Grappige uitleg over de lade onder de bedstee, waar in die tijd de pasgeboren kinderen in kwamen te liggen en waar het spreekwoord ‘Het ondergeschoven kindje’ vandaan komt.

Verzadigd van zoveel schoonheid, want dat is het werkelijk, zaten we daarna in de ouderwetse koffiebranderij ernaast met een thee en iets lekkers, oranjekoek voor een van ons, om deze Friese lekkernij te proberen.

Daarna was er tijd voor onze grote gemeenschappelijke hobby: ‘Kringloopjes pakken’. Niet om heel veel mee te nemen, want goed gesproken hadden we niet veel nodig, maar om de krenten uit de pak te zoeken. Er is veel verschil tussen de winkels. De tweede was een soort brocante en daar vond dochterlief een prachtige botervloot met wat het meest leek op Blue Danube. In een andere weer wat DDR taartbordjes, en in de laatste een mooi zwart fluwelen jasje, Hippie-jasje, vonden de meiden.

Zo vloog de dag voorbij. De avond bewaar ik voor later. Voer voor schrijven, zo’n weekend.

5 gedachten over “Voer voor schrijven, zo’n weekend

Geef een reactie op omabaard Reactie annuleren