Lief videobelde. Het blijft heerlijk om hem even te kunnen zien. De bloembolletjes doen hun best en steken al voorzichtig wat puntjes op. De nachten zijn nog koud, straks barst misschien wel die oude winterkorst open en regent het lente met alle bollen van vorig jaar. Morgen gaan zijn vriend en hij twee muurtjes breken en dan is de keuken gereed voor het grote werk.
Daarna een app van zoonlief. ‘Wie gaat er mee wandelen’. Er zijn wat aarzelingen maar dan werden er knopen doorgehakt en tegen de middag met bijna allemaal zaten we aan een tafel buiten in het zonnetje en met de nodige wind bij het Soesterdal. Een grote speelplek voor de kinderen, die er ook in overvloed waren. Zand, water, gras met voldoende ruimte om te voetballen, een pomp, schommels, kleine glijbaan, en nog veel meer leuke toestellen. Het gevolg, zoals we constateerden, om zo op te gaan in het spel dat ze er niet aan dachten om elkaar dwars te zitten. Dan is een speeltuin wat het moet zijn.
Wij kletsen gezellig, de jongens trappen een balletje, de grote jongens genieten ook met acrobatische toeren en tussendoor schaken ze online. Beide zitten op een ‘schaakschool’. Kon niet anders met een vader die er gek op is. Ze konden het al als kleintje. Hetzelfde gold natuurlijk voor de voetbal. Dribbel moet een andere naam, want hij is zo ontzettend groot en wijs geworden. Hij ‘speelde’ vooral bij het draairing, waar drie kinderen op kunnen en elkaar in evenwicht houden als het ding ronddraait. Hij is daar niet om te spelen, maar om de gang van zaken te regelen. Iedereen om de beurt. Dan smelt je toch. Daarna dollen alle kinderen met hem en rent hij zich een hoedje in het rond. Alle kinderen van de oudste dochter zijn drie-talig en spreken vloeiend Frans, Engels en Nederlands en de middelste heeft daar ook Spaans bij geleerd.

Onverwachts bezoek. Nou ja, niet helemaal, want ze woont hier vlakbij. Zuslief die hemelsbreed eigenlijk ook op dezelfde weg woont, is komen lopen vanuit haar appartement. Heel gezellig. Sommige kinderen had ze al heel lang niet meer gezien. ‘Ze heet Oma L ’, zegt zoonlief tegen de kleine Njong, die braaf een knuffie geeft. We kletsen gezellig en ze vertelt dat er naast deze plek huizen gebouwd gaan worden. Dus niet midden in het bos, wat men online aangeeft, maar op braakliggend terrein tegen het bos aan. Er is een grote diversiteit aan mensen, maar vooral ook veel wielrenners. Dat is een soort haat/liefde verhouding omdat ze zo snel gaan en weinig meekrijgen van het natuurschoon om hen heen. Tenminste zo lijkt het. Doorgaans moet je hals over kop naar de zijkant manoeuvreren om de renners ruim baan te geven, anders word je ondergeschoffeld.
De Pals ligt er tegenover. Daar heb ik goede herinneringen aan. Dansje met Herman bij een after party, maar zo verlegen daardoor, dat ik hem niet aan dorst te kijken, wandeling met vriendinlief langs de tentoongestelde kunst dwars door het bos heen en een wandeling met de zussen, waarbij ik ontdekte dat te heuvelachtig eigenlijk niet meer ging.(ook een soort mijlpaal). Op dat moment heb ik bedacht, dat ik de wandeling met de zussen eigenlijk niet meer kon doen. Ken uw mogelijkheden. Dit oord is een fantastische plek, want onze gesprekken gingen automatisch de diepte in.