Overpeinzingen

‘Born to be wild‘

Het boek ‘Een Haas in Huis’ is een kleinood om te zien. Chloe Dalton heeft het geschreven, Nico Groen heeft het met zorgvuldigheid vertaald en de illustraties zijn van Denise Nestor. De tekeningen bevinden zich niet alleen in het boek zelf maar ook worden hazen en haasjes, in allerlei standen getekend, tussen de kaften gevormd door alle de bladzijden tesamen. Prometheus is de uitgever. Het geeft een mooi en liefdevol beeld van de kleine pulsterling in het bijzonder en de meningen, parabels en feiten over wilde hazen in het algemeen. Haas kruipt diep weg in je hart, vervult je met verlangen naar zachte velletjes, niet om te strelen, maar om zorgvuldig te observeren. Zo is lezen vooral genieten.

Ineens drong, bij een stuk over de Engelse jacht op hazen van vroeger en zelfs nu nog, een sepia beeld van lang geleden zich op. Ik was bijna 15 en werkte een blauwe maandag bij een poelier. Rond de Kerst zou ik meehelpen, omdat dat vooral de drukste dagen van het jaar waren. Onschuldig en altijd met een groot hart voor gewonde en aangelopen dieren, stapte ik de werkplaats in. Het plafond van de ruimte achter de winkel hing vol met hazen en konijnen, onmiskenbaar dood, het koppie triest naar beneden, aan de achterpootjes opgehangen. Bij het zien van deze deerniswekkende diertjes in hun zachte vachtjes bleef ik aan de grond genageld staan. Werd dit mijn werkplek? Mijn leven lang heb ik nooit meer konijn of haas gegeten, terwijl kip of kalkoen natuurlijk net zo erg en net zo dood waren. Maar die waren al geplukt en lagen als bout in de winkel. We zijn als mens sterk in het ogen sluiten voor het leed dat we niet willen weten.

Later hadden Lief en ik een konijn in huis, die vrij rond mocht lopen, Ladjoe heette, een verbastering van het Indonesische Laju wat snel vooruit betekende, die met regelmaat aan de elektrische bedrading knaagde en verder knabbelde op alles waar maar op te knabbelen viel. Nu zou ik het niet snel meer doen. Een konijn, cavia, hamster, rat of woestijnrat als huisdier.

De zon schijnt uitbundig en buiten is de lente voelbaar. De viooltjes en de eerste narcissen kijken er in ieder geval halsreikend naar uit. Zoonlief is met de auto naar zijn werk. Dat is maar goed ook, anders was ik toch spontaan afgezakt naar de volkstuin. En daar had ik dan toch aan de slag gegaan, terwijl mijn lijf nog steeds vertelt dat dat een minder goed idee zou zijn. Dus rommel ik wat in huis, was een vaatje en schuier het balkon in tussenpozen schoon. Want de lente klopt aan de poort en dat is moeilijk te weerstaan.

Ik luister naar een uitzending van Onze Taal, waarin Nico Dijkshoorn vertelt hoe de klapekster aan zijn naam komt. Het blijkt dat hij met zijn vleugels kan klappen. ‘En verder is het een sociale vogel die het allemaal niet zoveel kan schelen. Hij heeft een spijkerjack aan, een sigaret in zijn mondhoek en luistert naar Born to be Wild’.

Plaats een reactie