Een lieve vriendin is met een nichtje naar Japan afgereisd. De beelden stromen binnen via Polarsteps en ze maken iets bij mij wakker, dat alweer een tijdje aan het sluimeren was. Misschien omdat Lief niet in de buurt is of omdat de hectiek van de laatste weken groot is omdat het leven zelf de keuze bepaalt en wij alleen maar hebben aan te schuiven.
Ik zie de tempels die ze bezoekt, ik zie de zorg waarmee de planten in de tempeltuin zijn ingepakt om ze te beschermen tegen de koude en tot wat voor een kunststukjes de stro is omgebogen. Ik kijk op hun borden mee en zie voedsel dat het eten tot het grootste genot maakt, omdat er liefde, zorg en schoonheid in mee is geweven. Ik zie een bewuste manier van omgaan met alles waar wij mensen mee te maken hebben. En de tijd speelt mee en heeft een grote rol daarin. Teveel mensen op een klein oppervlak, maar niemand stoot tegen iemand, iedereen respecteert elkaars ruimte, ieder heeft achting voor een ander. Wat een verschil met ons haastige leven hier. De beelden roepen verlangen op. Dat zou ik willen. Zo’n wereld. Waar iedereen attent is en om elkaar geeft. Waar ‘rijkdom’ liefde is.

Lief heeft het ook en vooral voor de natuur in de Hoff. Het geeft zo’n warm en fijn gevoel als je hem hoort praten over zijn werk, over het feit dat hij de boom vertelt waarom een tak eraf moet, of een van de vele wantsen niet doodmept maar over het land naar het achterland kruid. Ik leer het daar. Door te zitten en te kijken. Naar nietige grootse zaken, naar alles wat vliegt. Ik zie vleugels van insecten schitteren in het zonlicht, doorschijnende kunstwerkjes, de koddige verrichtingen van de Europese groene hagedis die rent, abrupt stopt, de kop omhoog gooit, ‘m intrekt, verder rent. Waar je vroeger achteloos overheen keek, zijn nu de kleine juweeltjes geworden.
Het is de verwondering die al tijdens mijn schoolleven in dertig jaar zoveel mogelijk werd doorgegeven aan de kinderen in de groep. Een wandelende tak danst, zien jullie dat, oh kijk, de vissenkom maakt een regenboog met het zonnetje dat door de ramen schijnt en slakken kunnen tekenen, weten jullie dat. Dus glijden ze even later over het zwarte vel papier en tekenen in slijm hun wondere wereld. Ze kijken naar de pootjes en het zachte velletje van een dood gevonden molletje om hem daarna een mooie begrafenis te geven. Stralende toetjes, glunderende ogen, voelgrage vingertjes en veel van hen zullen het later, als het leven in rust is, ze op kunnen diepen.
Nog iets heuglijks. De boeken zijn binnen en wat zijn ze mooi. Van beide de proloog gelezen en nu kan ik niet kiezen. Waarmee te beginnen naast de dertig dagelijkse bladzijden van Jac.P.Thijsse, die een wonderlijke mengeling van een Europeaan en een Japanner in zich blijkt te hebben, als je hem zo leest.
Bij het beeldbellen was er eveneens een goed bericht. De accu’s en de opladers zijn terecht. Ze lagen verstopt in een la van een kast in de schuur, waarvan Lief de hele kast naar de schuur wilde transporteren. Maar daar heb ik een stokje voor gestoken. De kast blijft nu in de keuken. Mét de la en zonder de batterijen van de bosmaaier en de oplader. Haha. Zo heeft het kennelijk moeten zijn. Zo komt alles op z’n pootjes terecht.