Vanmorgen vroeg werd de stilte sereen doorbroken door een merel en ik werd er zo gelukkig van. Nu begint het echt, dacht ik. Alles wat nieuw leven geeft na een lange sluimerende periode steekt de kopjes reikhalzend uit naar warmte, of schudt de veren op en fluit een lied van verwachting. Ondanks of dankzij de regen. Is het, anders dan de vorige dagen, vandaag eerder een mals lentebuitje? Het lijkt erop. Wat een heerlijke manier van wakker worden. Ik trek de dekens nog eens op, blijf liggen in de warmte van het dekbed en luister en geniet.
Gisteren ging ik met een tas vol geladen op Amersfoort aan en werd enthousiast begroet door de parmantige spring-in-‘t-veld met haar vader. De broers lagen buiten te rollebollen om de overtollige energie alvast een beetje uit te laten razen. Dat was maar goed ook. Ze hadden er meer dan genoeg van.

Drie borden waarop gesneden mocht worden met de kindvriendelijke messen. Het zachte spul eerst. Champignons om mee te beginnen, dan de paprika, de tomaat (moeilijkheidsgraadje) en het raspen van de kaas. Gelukkig had zoonlief drie raspjes. Van het deeg maakte ik rondjes van bord-grootte. Tomatenpulp in een bakje en met de bolle kant van de lepel verspreiden over de pizza. Alles erop strooien en klaar was het grote werk. Stoom buiten afblazen en even een klein moment van rust, zoonlief ruimde de vaatwasser in en ik kwam aan mijn kop thee toe.
Ondertussen ging de eerste pizza de kleine oven in. Handen wassen, en allemaal een stukje. Het ging er in als koek. Eigen brouwsel smaakt altijd beter. De andere twee werden ook met smaak verorberd en leek het zo of aten ze meer dan gewoonlijk. Van het laatste restje deeg had ik een kleinere gemaakt en bij gebrek aan een deegroller geprobeerd om het met een glazen potje dunner uit te rollen, maar de bodem was toch te dik en niet gaar. Helaas, pindakaas, dan alleen de randjes eten.
Daar ging de deur open en kwam schone dochter binnen. Binnen een mum van tijd was de aanrecht weer leeg en de boel al behoorlijk opgeruimd. Van de restanten groenten zou een pasta gemaakt worden. De rakkertjes speelden ondertussen de vloer is lava, of juist niet, dat werd niet helemaal duidelijk en deden een spelletje “stokjes gooien’ in een bakje.
Het was tegen vijven toen ik moe maar voldaan de deur uitging. ‘Wel toeteren Oma’. Tuurlijk. De oudste vond dat ik een Lamborghini had. ‘Bijna lieverd, ze heeft er naast gelegen’ en met een grote grijns en een stevige toeter reed ik weg. ‘Dag lieve schatten.’ Binnendoor om de files te omzeilen.
De winterkampeerders hadden een plan voor vandaag. Eerst een museum en dan gezellig een Libanees etentje op de camping. Daar zeg ik geen nee tegen. Vandaag reis ik dus af naar het Brabantse. Straks videobelt Lief en zal hij vertellen hoe het gisteren is verlopen in Boedapest en met het keukens kijken. Heel benieuwd wat vriendlief en hij gevonden hebben en tegelijkertijd horen hoe het is op de Hoff. Vol verwachting klopt het hart.