Overpeinzingen

Bliksemsnelle voetjes over de galerij

Gisteren heb ik de hele middag met rode konen de reis gevolgd van de hoofdpersoon in het boek ‘Waak over haar‘ en ik heb moeite om het weg te leggen. Altijd een goed teken. Vandaag was er geen ruimte om veel te lezen. Onze lieve Njong was er een dagje. Mams moest naar de allerlaatste beurs voordat het zwangerschapsverlof in gaat. Geen probleem, tussen alle wonderlijke roller coasters van de laatste tijd door is het bijna even pas op de plaats.

We begonnen met stofzuigen. Daar was ik nog niet aan toegekomen. Dat zou hij wel even doen, vond ie. Met de ingekorte stang schoof hij met een ernstige blik de zuigmond over het kleed en het laminaat. Een en ander, bijvoorbeeld het goede helpen, moest wel een aantal keer bevestigd worden. Ik deed de bank, en hij nog even de keuken. We zijn een goed stel, wij twee.

Hij had de houten trein meegenomen en wat autootjes, alsof er nog niet genoeg waren en de kleine diertjes van school kwamen te voorschijn. Die vond hij minder interessant. De keramieken koekjestrommel uit Trojan zat gelukkig nog vol met doormidden gebroken crackertjes. ‘Mag ik die pakken, oma’, tuurlijk jongen. Behoedzaam tilden twee kleine handjes het deksel eraf en het ging er even behoedzaam weer op. ‘Goed zo lieverd.’ Het aloude programa werd afgedraaid.

Verven stond bovenaan. Waterverf erbij, kwasten, de achterkant van een oud los doek en het tekenboek. Een voor mama, de regenboog natuurlijk, in dit geval uitgevoerd in prachtig nachtblauw en donkerrood en bruin, als daar die pot goud niet te vinden zou zijn. En een tekening voor papa, waarbij hij zeker wist dat die geen roze wilde in zijn schilderijen. Haha. Volgens mij heeft zoonlief daar geen echte problemen mee. Ik schreef er keurig op voor wie het was, met datum.

‘Zal ik wentelteefjes bakken?’ ‘Nee Oma.’ ‘Dino-pannenkoekjes dan?’ ‘Jaaaaa’, een langgerekte blijde kreet met de bedelende vraag of hij weer mocht kloppen. Tuurlijk. Extra handen waren altijd een zegen. Het was mijn klontjestovenaar. Met het grappige stampertje voor opgeklopte melk bromtolde hij verschillende keren op en neer, stopte, keek nauwkeurig naar het witte goedje en klopte nog een keer, om dan te juichen dat ze allemaal verdwenen waren.

Hij mocht de volle kleine pollepel in de hete pan doen, die ik vast hield. Bij zoiets kom je argusogen te kort, zoveel om op te letten, én op de pan, én op de lepel, én op het erin gieten, én op zijn dribbelbeentjes op de stoel. We hadden fantastische dino’s dit keer, dat moet gezegd. Om ze ogen te geven hadden we de zak rozijntjes opengeknipt. Zoonlief kwam er ook gauw een paar wegsnoepen net als Lief.

Na het eten waren we allebei wat moe en eerst werd er voorgelezen uit ‘De Fantastische Bus‘, waarbij vooral met de zieke Timo werd meegeleefd en dan graag een filmpje. Hij koos Peppa Pig, grappige dieren met neuzen aan de zijkant van de wonderlijke hoofdjes. Klassiek Egypte op moderne wijze in de verbeelding verwerkt. Hij was moe en kwam dicht tegen me aan schuieren. Zo’n heerlijk waak/slaap momentje. Toen we net wilden gaan wandelen kwam Mams er al weer aan met zijn grote zus. Ze hadden spekkoek meegebracht en natuurlijk was er een pot lekkere warme thee bij.

Ondertussen leerde ik zijn zus breien en verviel hij in een halstarrig nee, op alles wat er werd gevraagd. Ik wilde de moderne methode aanleren die ik net onder de knie had, maar de andere oma, had het aloude: Insteken, Omslaan, Doorhalen en Af laten glijden, aangeleerd, dus borduurden we toch maar op die voet verder. Wol mee, pennen 7 mee en de boodschap om vooral ook op Youtube te kijken. Wie weet.

In een vaartje naar huis, want de nieuwe auto zou worden gebracht. Kus, kus, dag, dag, en bliksemsnelle voetjes over de galerij.

6 gedachten over “Bliksemsnelle voetjes over de galerij

  1. ‘Waak over haar’

    en toen dacht ik aan zaliger Joost die het nog groter zag.
    En zich geroepen voelde:

    ‘Wakend over God’ .

    Wie of wat hij, met kleine letter,
    ook was,
    ik mis hem in gedachten.

    En zoals een Madeleintje
    geurt zijn beeld
    bij het lezen van een woord.

    Ik herken hem:
    “Voor alles altijd bang geweest”…
    Maar ook in de zwalpende liefde:

    Lief

    Mijn lief, wees alsjeblieft
    heel lief voor mij, nu God
    mij denkelijk heeft uitgewist.
    Mijn lief, blijf alsjeblieft
    heel dicht bij mij. Misschien
    word ik door God gemist.

    Mijn lief, vertrouw ook
    nu op mij. Ik ben niet weg,
    God ademt mij. Mijn lief,
    wees alsjeblieft heel lief
    voor mij. Misschien heeft God
    Zich in mijn dood vergist.

    .

    .

    Like

Reacties zijn gesloten.