Overpeinzingen

Niemand had het mooier kunnen zeggen

De dag begon grijs. Alsof het weer zich aanpaste aan ons gemoed, nu we voor een moeilijke opgave stonden. Afscheid nemen. De familie die het deksel zou sluiten, een definitief tot ziens, tot ergens, tot ooit. Vasalis schreef het al en haar woorden vatten in een zin samen wat het gemis inhoudt. ‘Niet het snijden doet zo’n pijn, maar het afgesneden zijn’.

Ik werd opgehaald door de oudste dochter en haar gezin. Een kleine geste, die dankbaar werd aanvaard. Achter in een auto mag je mijmeren, de wegen bezien waar ooit gefietst werd, waar de voetstappen lagen, waar het volwassen leven zich afspeelde. Het kinderhuis waar gewerkt werd, de school van de kinderen, de supermarkt, het oude huis, het nieuwe huis, waar de tuin er net zo rommelig en levendig bij stond, met woelmuis en al, maar die toch die verlaten indruk maakte. Alles om die ene persoon gaat door, het leven stopt niet, maar wij blijven hangen in het ogenblik. Er is een leven van voor en van na, voorgoed.

Het verdriet zit hoog en blijft steeds tot net op het randje steken. De stem, die al niet goed is door die almaar durende verkoudheid, nog meer gesmoord door de brok in je keel. Ik ben bij de familie, maar niet de directe familie, want Lief is er niet om dat duidelijk te maken. Als vrouw van klopt het, maar zo alleen moet het omstandig uitgelegd. En wie bent U. Voor mij vallen de jaren van vroeger en nu samen. Mijn band ligt én in dat verleden én in het nu. Ik verschuil me samen met het kleinkind dat ook niets met de buitenkant van het condoleren heeft achter de rij kinderen. Onze ogen seinen: ‘We zijn er wel, maar zijn er niet’. Een enkeling ontsnapt aan de rij en dan moeten we er toch aan geloven.

Schoonzus staat er in de kleding van de bruiloft van twee jaar geleden, maar ze heeft de sjaal om. Zijn sjaal. Niet helemaal smetvrij, vond ze, maar ach, het is de zijne, dus is hij er bij. Stemmen gonzen, er wordt herkend en begroet, uitgewisseld en het onverwachtse van het hele gebeuren uit zich in verbaasde blikken en hoofden die schudden. ‘Hoe is het mogelijk, zo plotseling’. We lopen achter de kist aan naar binnen en gaan in de ruime aula op de gereserveerde banken zitten. De kleinkinderen zetten hun opa in het licht met de kaarsen, er is lieflijke muziek. Dan zijn er tussendoor aandoenlijke verhalen. Tranen bedwingen door naar de fotoreportage te kijken. Foto’s door heel het leven heen. In Utrecht en hier. Tegen enen valt er een zonnestraal door het bovenlicht naar binnen en zet de foto’s op de kist in het licht. Hij was een warmteaanbidder en hield van de zon.

Die zon begeleidde ook onze weg naar het veld op de enorme begraafplaats waar de laatste rustplaats zou zijn, al ben ik van mening dat we daar alleen een stofmantel achterlaten. We rusten niet, we gaan over in een nieuwe energie, een nieuwe dimensie. Met die gedachte speelde de zon ook uitbundig. Iemand trok een jas uit.

Daarna volgden er overvloedig veel hapjes, geheel in zijn geest. Een natje, een droogje, lekker eten, hij had het niet anders gewild. Bij het afscheid en het leggen van een bloem op de kist zei de allerjongste telg: ‘Fijne dood, opa’. Niemand had het mooier kunnen zeggen.

14 gedachten over “Niemand had het mooier kunnen zeggen

      1. ja die doet ook hier zijn best
        mijn gedachten zijn bij m’n jongste broer , die morgen 68 had geworden 😦
        is en blijft moeilijk

        ik ga uitwaaien op de fiets

        Geliked door 1 persoon

  1. En nu komt voor zijn vrouw een grote eenzaamheid na al die jaren samen…. ’s Avonds in de zetel zonder hem, maaltijden aan tafel alleen, eenzaam opstaan en wachten….op…..??
    Het leven gaat door, zonder hem….

    Geliked door 1 persoon

    1. En…Dit is de tweede keer. 15 jaar bij elkaar en nu weer alles alleen moeten doen, geen zorg om jou, geen lieve kleine dingen, een leeg bed😢🙃😘heel zwaar❤️

      Like

  2. .
    O, wat kan de dood eenvoudig zijn.
    Vraag dat maar aan een kind.

    “Fijne dood, opa.’

    En grote mensen maar in woorden wroeten
    om toch maar droevig over te komen.

    Terwijl zo’n kind zelfs niets hoeft te zeggen.

    .

    Wanneer ik morgen doodga,
    vertel dan aan de bomen
    hoeveel ik van je hield.
    Vertel het aan de wind,
    die in de bomen klimt
    of uit de takken valt,
    hoeveel ik van je hield.
    Vertel het aan een kind
    dat jong genoeg is om het te begrijpen.
    Vertel het aan een dier,
    misschien alleen door het aan te kijken.
    Vertel het aan de huizen van steen,
    vertel het aan de stad
    hoe lief ik je had.
    Maar zeg het aan geen mens,
    ze zouden je niet geloven.

    ….

    Hans Andreus
    .

    PS.
    Ah, zo mooi neergeschreven.
    Daar wil ik ook wel eens een keer voor doodgaan.

    Geliked door 1 persoon

Reacties zijn gesloten.