Overpeinzingen

Daar gaan we dankbaar gebruik van maken

Enkele dagen geleden schreef ik over de brievenbus op de begraafplaats. Het was een passage uit het boek De Weemoed van de Reiziger van de schrijver Jan Brokken. Ik vond het een tof idee. Het verhaal ging aan het eind van het hoofdstuk nog verder. Het bleek namelijk te gaan over het graf van de Andalusische dichter Antonio Machado in Collioure, France. Het graf trok veel bezoekers, die allemaal iets achterlieten, een brief, een gedicht, woorden van bewondering, een vraag om voorspoed, foto’s, zakjes Andalusische aarde, noem maar op. De burgemeester wilde hier paal en perk aanstellen omdat het hele kerkhof bezaaid lag met deze parafernalia als er een flinke wind had gewaaid. Dus verzon hij het lumineuze idee van een brievenbus. Een keer per week trok de postbode naar de begraafplaats en eens in de maand werd de brievenbus geleegd door een vrijwilliger van de Stichting Vrienden van Antonio Machado. Het bewijs, dat zijn grootste wens, ‘Dat zijn woorden bleven voortleven’ een feit was.

Gisteren werden we overvallen door een enorme stortbui. Het had weliswaar wat gerommeld, maar toch bleef de zon schijnen. Er was boven duidelijk een gevecht gaande om het recht van de sterkste, want terwijl de regen met bakken tegelijk naar beneden kwam, bleef de zon stug volhouden, bijna tot aan de laatste snik. ‘Eigenzinnig en niet bang’, om met Annie M.G. Schmidt te spreken. En wonderlijk, geen regenboog te bekennen tegen die dieppaarse dreigende lucht.

De hagedissen op het terras hebben een leven als een luis op een zeer hoofd. De overrijpe vijgen vallen bij bosjes als pap uit de bomen en alles wat vleugels heeft en zoemt komt zich tegoed doen aan dat heerlijke goedje. Om beurten sneaken hun grote vijanden naar dat luilekkerland en snaaien snel met hun tongetjes een dikke wesp of vlieg weg. De vlinders, die ook dol zijn op dat heerlijke zoete goedje, worden door de wespen verjaagd. Een atalanta ging daarom maar eens overmoedig met de vleugels plat op het beton doodstil liggen. Een baken van rust. Had ze zich groot gemaakt en zo de wesp afgeschrikt. In ieder geval lieten ze haar toen wel met rust.

In de potten waarin de kantige look zo uitzonderlijk lang en uitbundig hadden gebloeid, zijn nu nieuwe asters gezet, prachtig violet van kleur, haar paarse zusjes staan al volop in bloei en trekken vooral de bijen aan. De look verhuisde naar de tuin. Vriendlief had opgemerkt dat je door Duitsland en Oostenrijk rijdt met een redelijk schone ruit om vervolgens binnen een mum van tijd in Hongarije onder de insectenspetters(helaas)te zitten. Hier is veel wilde en ongerepte natuur en relatief weinig verkeer, al neemt dat wel enorm toe de laatste jaren.

Dochterlief belde gisteren lang en uitvoerig. Zo gezellig altijd op zondagochtend. Het hele stel nog in pyjama met een slaaphoofd, maar uitgelaten en vrolijk. Ze heeft af en toe last van wat echte vrouwen perikelen. Dus daar waren de overbekende vragen. ‘Had jij dat nou ook?’ of ‘Hoe ging dat bij jou?’. Dat had ik ook graag van mijn moeder willen weten, die in mijn ogen vrij soepeltjes door dit soort processen heen rolde. Maar ik was 38 jaar toen ze overleed en was argeloos en zorgeloos en er totaal niet mee bezig van wat er eventueel nog zou kunnen komen. Dus waren er ook geen vragen in die richting. Er waren zes broers boven me en die zaten nergens mee. ‘Het kan verkeren zei Bredero’ en zo werd ik wijs door de ervaring. Wat fijn dat ik nu mijn lieve schatten het een en ander in kan fluisteren. Daar gaan we dankbaar gebruik van maken.