Hoera, we hebben Hop met bellen. Dat wil zeggen: We hadden hop met bellen. Die mooie eigenwijze plant was in de den gekropen en Jozef had zonder te kijken de boom al vrijgemaakt. Voor volgend jaar mag deze prachtige hop gewoon de boom in, letterlijk dan en niet figuurlijk, natuurlijk.

Vandaag is er een feestje in de familie en schitteren we door afwezigheid, maar in gedachten zijn we erbij. Zoonlief beloofde te videobellen. Dat is het mooie van deze tijd. Afstanden zijn met gemak te overbruggen. Veraf is ineens dichtbij. Gelukkig maar.
In de kunstbrief van See All This staat een schrijven over een opmerkelijke vrouw. Isabella Ducrot, die zich zelf ‘een oude dame uit Napels’ noemt en kunstenaar is. Ze is pas na haar vijftigste begonnen om haar fascinatie voor alledaagse voorwerpen, haar grote liefde voor textiel en haar gevoel voor schoonheid om te zetten in grote mixed-media werken. Ze stralen fragiliteit en zachtheid uit maar ze zijn oersterk. Ze is nu 94 jaar oud en nog altijd aan het scheppen. In deze fase van het leven kun je niet meer liegen. Je kunt niet anders dan dingen zeggen die waar zijn… Laat de waarheid eruit snikken. Er is geen morgen, er is geen morgen.’ Wat een mooie omschrijving van haar ouderdom. Van de laatste zin zou ik willen maken: ‘En er is altijd de hoop op een nieuwe morgen.’ Anders klinkt het zo eindig.
Ze is ervan overtuigd dat het leven voor veel vrouwen pas echt begint na hun zestigste. ‘-Het moment dat we vrij worden-‘. Dat laatste is achterhaald. Tegenwoordig ligt het aan de keuzes die je maakt, of je al dan niet tijd hebt om je aan iets te wijden. Na je pensioen, merken we hier, is er een veel grotere vrijheid. Maar die komt eigenlijk wel erg laat. Dan is het zaak om ruim voor die mijlpaal met een goede planning toch het nodige te kunnen doen.
Toen mijn moeder alleen nog de tweeling had rondlopen, besloot ze dat ze voor het grootste gedeelte klaar was met de opvoeding en kon ze aan haar zelfontplooiing beginnen. Ze had naast het drukke huishouden altijd al veel gelezen, maar na haar vijftigste waren de gespreksgroepen in de parochie aan de beurt. Ze zette zich in voor de oecumene en zaken als vrouwen op het altaar en struinde tweedehands boekenwinkels af op zoek naar nog meer voeding. Daarnaast werkte ze als vrijwilliger bij de telefonische hulpdienst en ging ze langs de eenzame oudjes in de wijk. Het kerkkoor en de clubjes van het vrouwengilde en de katholieke huisvrouw heeft ze altijd wel aangehouden naast alle drukke bezigheden .
In principe maakte mijn vader hetzelfde door. Zijn grote hobby, sportmasseur, had hij uitgebreid naar een opleidingsinstituut voor fysiotherapie en daar gaf hij enthousiast les aan de jonge studenten. Dat was na een vervroegd pensioen en dat heeft gelukkig nog een aantal jaren geduurd tot een hersenbloeding een einde maakte aan deze opleving. Heel spijtig en wat wisten we toen nog weinig van de aard van die aandoening en wat het teweeg bracht.
Dat betekende voor mijn moeder eveneens het terugdraaien van de activiteiten, al probeerde ze de gespreksgroepen er wel in te houden, want dat was dé voeding voor haar geestelijk leven samen met haar leesuurtjes. Mijn moeder kon verdwijnen in haar boeken en dat bleek een zegen toen er steeds minder mogelijk werd. Een weg vinden om boven jezelf uit te kunnen stijgen. Of je nu kunst maakt of je verliest in een boek. Beiden zorgen voor persoonlijke groei. Iets om te koesteren, net als de bellen aan de hop.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.