Er vliegen twee grote aalscholvers over. Ze maken een kabaal alsof er iets achter hen aan dreigt te komen, Maar vooralsnog blijft het luchtruim leeg. Gisteren zat er tussen de mussen nog een verdwaalde gast te poedelen in de waterbakjes(de oude hondenbakken van weleer). Het was de Putter en je zag ‘m denken ‘Ik ben er niet, ik val niet op’, maar tussen al dat bruin en zandkleurig leven zijn rood en geel de kleuren die onmiddellijk het oog trekken.
Gisteren gingen we pas tegen een uur of twee op weg om het meertje te zoeken dat we de dag ervoor op de kaart gevonden hadden. Het bleek toch het Kisto Strand te zijn. Een mooi klein meer tussen de bomen, los van het grote Orfü met veel wandelruimte en ligplaatsen. Zo op het oog vooral bevolkt met Hongaren, gezinnen met kinderen, Opa’s en Oma’s en karrevrachten aan tassen, banden en schepjes mee, maar door de ruime opzet voldoende spreiding. Er werd entree geheven. Het liep al tegen drieën na het warmste uur van de dag, dus er stond een rij mensen te wachten voor de kassa. In de ochtenden zal het veel rustiger zijn. Er was ook een restaurant, dat én via de weg én via het omheinde meer te bereiken was. Daar dronken we een o.o biertje en sloegen de wespen gaande die in grote getale op de zoetigheid afkwamen. Een kind aan een andere tafel raakte volledig in paniek door die gonzende aandacht en zette het op een krijsen, waarop de hele familie naar binnen trok om daar te eten.

Ik redde ondertussen een van de beestjes van een wisse verdrinkingsdood door het met een tandenstoker-verpakking uit het bier te vissen. Een grotere wesp vloog er zoemend omheen. Paniek? Het kroop in ieder geval naar het druipende suikerbommetje toe en bleef er even bij. Ze vlogen samen op.
We zagen op de kaart dat er nog een strand 6 km verderop was, maar dat was aan het voor ons te drukke Orfü-meer zelf. Vermaak met waterfietsen en surfplanken trekken nu eenmaal veel liefhebbers. We houden het bij het kleine meer(wat Kisto letterlijk betekent).
Daarna reden we dwars door het Mecsek gebergte compleet met wat niet mis te verstane haarspeldbochten naar beneden richting Pécs. Onderweg prachtige panorama’s maar nergens een plek om even een foto te nemen.
Boodschappen bij die andere Duitse keten, een drukte van jewelste en pas om kwart over zes thuis, maar met een left-over van de dag ervoor konden we toch nog redelijk vroeg aan de VPRO-avond beginnen en inderdaad, zoals het deel dat ik al gezien had, zeer de moeite waard. Niet zo zeer om de diepgang van de interviewster, want die ontbrak een beetje tot nu toe, maar om de rustige en heldere uitleg door de gast zelf van een van de moeilijkste onderwerpen van dit moment. Naast een fragment uit de Iraanse film ‘Mitra’ zagen we ook een documentaire over mannen die in het kamp Sobibor een opstand hadden gepleegd, waarbij zeker 450 mensen aan een wisse dood ontkomen waren. Intrigerend om te zien hoe zo’n trauma nog die woede kan losmaken.
Lief was vanmorgen zijn telefoon verloren ergens op die grote vlakte van het voedselbos. Met Heilige Antonius en zijn eigen intuïtie heeft hij hem weer teruggevonden. Inderdaad een speld in een hooiberg.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.