Onze oriënterende wandeling door het centrum van Debrecen zit erop. Met de vermoeide onderdanen languit zit/lig ik nu te schrijven.
We zorgden voor negenen in de eetzaal te zijn, waar het ontbijt tot tien uur geserveerd zou worden. Een verkapt buffet, omdat je een gang moest maken langs de ontbijtmogelijkheden. Ze waren niet, als de rest van het hotel, onovertroffen. Integendeel, een huis-tuin-en-keuken buffet. Een hardgekookt ei, die zijn hoedanigheid groenachtige eer aandeed, en twee koude spiegeleitjes. De meneer die er rond liep, was ook al niet de vrolijkste. Hij mompelde wat en begon in de andere vleugels vast de tafellakens te verschonen. Wij zaten stilletjes in het grootste gedeelte van de zaal op het koninklijke pluche, blauw met goud, terwijl de Hongaarse Hitparade via de luidsprekers binnen bleef stromen. Morgen wat eerder aanschuiven, was het goede voornemen.
Daarna begonnen we met de mogelijkheden uit te spitten. Er was genoeg te doen. Het is maandag en ook hier waren de musea dicht. Die konden we voor morgen bewaren. Alles leek aardig in de buurt te liggen. Ook wilden we ‘sightseeing Debrecen’ op eigen houtje ondernemen, door in de twee tramlijnen te stappen, de een naar Egyetem en de ander naar Nagyallomas, goed meelezen op de trambordjes et voila, een gratis rondritje langs de bezienswaardigheden van de stad, zodat je de volgende keer weet, waar je uit moet stappen. De proefondervindelijke wijze dus!
Maar eerst Kalvin Tér en haar prachtige gebouwen bezichtigen. Van binnen of van buiten, dat lag aan de uitdagendheid ervan. Onderweg vielen er prachtige oude deuren in een dunne brons-of koperachtige laag, te bewonderen. Stuk voor stuk juweeltjes. Een beetje jugendstil, een beetje barok, voor elk wat wils. De grandeur van de gebouwen bleek bij nader beschouwen wat sleets aan te doen, door verlaten bouwsels, afgekalkte cherubijnen, een stuk balkon, dat ontbrak en de bijbehorende ingegooide ramen.
Wat zou het jammer zijn als die klassieke Hongaarse stijl hier en daar vervangen zou worden, door de stijl van een reeds aanwezige aangebouwde vleugel. Strak, beton, zonder opsmuk, zonder tierelantijnen, een grijs Sovjet-imago. Poets die Cherubijnen op, zet een laag koperpoets op die deuren, krab de druiventrossen schoon, stel de guirlandes in ere! Doe iets om letterlijk en figuurlijk het verleden opnieuw glans te geven. Redden wat er te redden valt. Nu kan het nog.

We komen langs mijn favoriete verzorgingsproducten winkel. Ook hier? Dat wist ik niet. Snel naar binnen want mijn vloeibare make-up is aan haar laatste opleving bezig. Even verderop zien we steeds meer binnenhofjes met leuke piepkleine winkeltjes en restaurants. Een van die laatste ziet er heel verleidelijk uit. Grote oleanders, grote parasols die beschermen tegen plotseling opkomende buien en aangenaam rustig. Daar gaan we lunchen. Een Italiaans restaurant met een voortreffelijke Halasleves op de kaart. Soep met verse kreeft en verse mossel in schaal, doekjes voor de vingers, geroosterde brood erbij en een fles water en een Hongaarse droge witte Tokaj wijn. Lief trakteert. Hoe kom ik aan die mazzel. Een mooi begin van onze ontdekkingsreis in dit deel van het land.
Onderweg wordt iemand, die op een bankje ligt te slapen, zonder pardon door twee ordehandhavers met barse stem van zijn plekje verjaagd. Een vrouwtje zit bij de fontein haar lege flesjes te vullen met bronwater en is met een lapje haar bril aan het poetsen. Daarna gaat ze uitrusten op een bankje, haar hele leven in haar boodschappenkarretje. De dienders zien haar over het hoofd. Iets verderop staat een oude man, wat wankel op de benen, bedachtzaam een richting op te turen om vervolgens onvast naar de straat achter ons te lopen. Het is net half een ‘s middags. Ook hier duiken diverse mensen de vuilnisbakken in op zoek naar blikjes. Klein leed in een notendop.
Appje van zoonlief. We hadden een wespennest op het balkon in een hoekje onder de planten. Dat is me twee weken geleden niet opgevallen. Twee weken geleden. Niet te geloven. Toen was ik nog daar. Intussen heb ik een wereld aan belevenissen opgedaan. Zo snel kan het gaan dus.
Als er weinig ontbijt is dan kun je je in ieder Kaffehaz tegoed doen aan taartjes. Die waren destijds heerlijk en niet duur maar wel zoet
LikeGeliked door 1 persoon
Er zijn hier ontzettend veel eettentjes, ik denk dat jij, net als Jozef, Debrecen haast niet meer terugkent. Jozef was er plusminus 15 jaar geleden voor het laatst. ❤️
LikeGeliked door 1 persoon
Voor het laatst was ik er in 2018. En natuurlijk veranderen dingen maar toen was er ook al een McDonald’s etc.
LikeGeliked door 1 persoon
Ohhh je bent er ‘pas’ nog geweest dus. Dan ken je deze mooie stad zoals ie nu is❤️
LikeGeliked door 1 persoon