Overpeinzingen

We zullen zien waar het schip strandt

Vannacht was er een complete wolkbreuk waar we de avond ervoor al een klein staaltje hadden gezien. Tante Pollewop en ik waren het liefst binnen terwijl de rest de bliksemflitsen en de daverende donderklappen met grote interesse tegemoet keken. Ieder zijn meug.

Er zou een klein marktje zijn in de boomgaard en die was, bleek later toen het droog was, naar het overdekte terras te zijn verhuisd. Ook de maaltijd, die doorgaans op woensdag en op zaterdag kon worden afgenomen, werd daar uitgedeeld. Tikkie chaotisch allemaal maar het had ook wel weer wat.

Ondanks de regen sliepen we redelijk goed in die kleine kajuit. Wat een verschil met dit ogenblik. We waren om een uur naar Debrecen vertrokken, na een beladen afscheid, altijd iets wat moeilijk is, voor dochter en mij zeker, en kwamen daar rond vijf uur in de namiddag aan bij het hotel. Dat bleek een luxe te zijn, die we in lang niet zo hadden mogen smaken. Aan de rand van het autoluwe centrum van de stad, royale kamer en een even zo royaal bed. Alles was ruim en later bij het zoeken naar een supermarkt voor de hoognodige slaapmutsjes bleek de stad zelf ook alles behalve benepen opgezet.

Weidse pleinen met fonteinen en enorme bouwwerken die getuigden van een lange historie, een tram die er met drie lijnen doorheen denderde bij tijd en wijle. Terrasjes onder schaduwrijke bomen. Het ademde in een woord ‘Grandeur’ en wij zaten er midden in. Tegenover het hotel is een groot park. Morgen gaan we de boel uitgebreid verkennen. De polaroids van ons zessen, en die van tante Pollewop en ik en de filosoof en ik liggen hier vlak bij me, als aanwezige herinneringen van het voorbije vermaak en het aangenaam verpozen. Warme gevoelens maken ze los. Die zijn niet meer weg te nemen.

De eigenaren van de camping, Bernadette en Arnold, waren in hun nopjes van mijn geschetste versie van het varken Trudy, onvolprezen boegbeeld van het geheel. We namen hartelijk afscheid. Daarna kwam de man van de gehuurde caravan en inspecteerde de boel. Prima in orde en hij zou ze later meenemen, als hij klaar was met een volgende camper.

We reden voor het laatst de hobbeldebobbelweg af en daarna door een groot deel van het heerlijke bergachtige Slowaakse landschap. Onderweg een automaat als benzinepomp, maar in vlot Engels de gebruiksaanwijzing gekregen, dus een eitje. Met volle tank waren we in no time de grens over en kon de weg vervolgd worden. Een grote snelweg, recht naar Debrecen centrum toe. Hoe mooi kan je het hebben.

Nou ja, wat ik zei: Ongekende luxe en ook weer heerlijk na de klein caravan, of misschien wel extra daardoor zo ervaren. Na een opfrisdouche op pad om een winkel te zoeken en het halve centrum doorgestapt. Heerlijke temperatuur, mensen in zondagsmodus, fietsende en steppende mensen over de autovrije straten, terrasjes vol genieters, pleinen met toeristen, hier en daar fotosessies houdend voor een imponerend gebouw, die er in grote getale aanwezig waren. Daarna een terrasje vlak bij het hotel om met Nachos en een lafenisje de aankomst en dit nieuwe avontuur te vieren.

We zullen zien waar het schip strandt.

7 gedachten over “We zullen zien waar het schip strandt

  1. Afscheid nemen van dochter en co is niet gemakkelijk, maar jullie hebben nog heerlijke dagen voor de boeg, volgens ik hier begrijp.
    Geluk in een kleine caravan en nu grandeur in een luxekamer. Klinkt goed!

    Geliked door 1 persoon

      1. Heerlijk vooruitzicht en dan weer met volle teugen genieten en wel altijd ergens het besef hebben dat het van goud is om ze in de buurt te hebben❤️

        Geliked door 1 persoon

Reacties zijn gesloten.