Overpeinzingen

Koffers

Vanmorgen om kwart voor vijf liepen Lief en ik samen naar het achterland, waar het begin van de voedselhof is gemaakt. De laatste dag samen, want morgen reis ik af. We hebben de koffie meegenomen en zitten vlak bij de poort om te genieten van de zonsopkomst. Achter het Mecsekgebergte verschijnt een vuurrode zon. Langzaam ontwaakt het land, terwijl de zomertortel zachte krasgeluidjes maakt in het struweel. Een vredig tafereel. We zitten samen ruim een uur te genieten op de meegenomen stoelen en zien de zwaluwen komen, de merel begint aan een ochtendlied, de wielewaal laat zich horen en een grote reiger vliegt statig voorbij. De rode gloed verandert langzaam in goudgele warmte. In de verte blaft een hond. Het is goed zo.

Daarna probeer ik nog wat te slapen, maar de buurvrouw heeft een man op bezoek die het hek schoonkrabt en ondertussen met luide stem praatjes aanknoopt met een aantal voorbijgangers. Goedlachs en overduidelijk in zijn hum. Het hek beslaat de hele voortuin. Het gekakel houdt nog wel even aan. Ik kan er geen woord uit ontcijferen want het blijft acacadabra ondanks mijn lessen. Zo lastig ook, deze taal.

Vandaag pak ik de koffers in. Een boekenkoffer, een hotelkoffertje en een grote koffer voor de kleding, die ik hier weer nauwelijks gedragen heb, maar wat ik iedere keer meesleep voor ‘jekannieweten’. De schilderspullen laat ik hier. In die anderhalve maand komt er niets van, dat weet ik zeker en dan zijn we hier weer een tijd. Het grote doek van oma met kleinkind is af en kan in de kamer worden opgehangen. Dan heeft Lief weer wat nieuws om naar te kijken

Op internet barst de reeks ‘geslaagden’ los. Heel veel kinderen van mijn groep komen langs. In die lieve opgeschoten koppies filter ik het kind uit dat ik onder mijn hoede had. Niets veranderd als je goed kijkt. Ik sluis mijn gedachten naar de groep waar ze inzaten. Zo heerlijk om weer even terug op school te zijn. Te weten dat je eigen waarden in hun rugzak zitten is een groot goed. Het zijn er zoveel en ze zijn me allen even lief.

Zoonlief belt op. Hij is onderweg naar zijn tweelingbroer, die eergisteren onder het mes is geweest en nu met een gerestaureerde voetbalknie aan het revalideren is. Gelukkig zijn zijn schoonmoeder en een zus van mijn schone dochter achter de hand om te helpen. Met de drie rakkertjes in huis is het lastig om mobiel niet over grenzen te gaan. Het gaat vast goed komen. Maandag kan ik er in ieder geval een kijkje nemen.

Zo’n laatste dag is altijd dubbel. Afscheid is nooit leuk maar er staat een weerzien tegenover. En het is voor niet al te lang want eind juli trekken we er samen op uit naar Slowakije. Een week op de camping waar we echt zin in hebben. Ben benieuwd hoe we dat gaan ervaren. We hebben er weliswaar een caravan gehuurd, maar het zal toch even wennen zijn. Vroeger hebben we samen altijd primitief gekampeerd en dit is veel luxer met eigen toilet en douche en er is iemand, die daarna alles weer spic en span zal afleveren. Dat is eens wat anders dan een sheltertje zonder grondzeil. Maar toen waren we nog piep.

De man is nu het hek van de buurvrouw in de verf aan het zetten. Die is nog wel even bezig. Ik stort me op de koffers.

2 gedachten over “Koffers

  1. De ochtendstond had duidelijk goud in de mond. Hier wellicht ook, maar ik ben geen ochtendmens en moet hem dus missen.
    Wat missen betreft, ook jij moet weer missen en mag ook terugzien. Ik begrijp het dubbel gevoel dat nooit echt went, maar wel telkens goed komt.
    Ik wens je een goede reis.

    Geliked door 1 persoon

Reacties zijn gesloten.