Ik zit op de veranda. Het zindert. Het is 30 graden met af en toe een briesje ter verkoeling. Soms valt de 6 helemaal stil en dan klinken er alleen de vogels. Een heel rijtje nu. Met een paar zeldzame gasten. De gebruikelijke: Nachtegaal, wielewaal, Syrische bonte specht, merel, zwartkop en de groenling maar ook de fitis voor het eerst, de buidelmees eveneens en de grauwe vliegenvanger. Onder de thee luisteren we naar de geluiden die bij deze vogels horen. We leren steeds meer soorten kennen.
Uit de kriek vallen een voor een de harde groene vruchten. Met een plof komen ze op de grond terecht. Ze mogen blijven liggen voor de egel en de vogels, die er zich te goed aan doen.
Het doek waar ik aan bezig ben, had ik gisteren een tikkeltje te stevig aangezet en het leek alsof de vrouw een pruik was opgezet. Vandaag heb ik haar op de kop gezet en ben met flink wat water te werk gegaan. Daarna subtiel en met beleid aangepakt. Lief vindt het nu al geslaagd, maar het is nog niet af.

Lief heeft in het nieuwe stuk van wat ooit een voedselbos moet worden, de gaten gemaakt voor de twee olijfbomen en brengt ze er nu een voor een heen. Het is leemgrond en zwaar om te bewerken. Het kost wat liters inspanning, maar dan heb je ook wat. Het werk vordert langzaam maar gestaag. Het doet hem denken aan vroeger, toen hij dit bos aan het aanleggen was. Ook stukje bij beetje structuur erin bouwen. Geen haast hebben en volledig kalm te werk gaan is het devies. Letterlijk bergen met de handen verzetten. Het is een beste work-out. Er zit geen grammetje vet teveel meer aan.
Morgen gaan we richtig Kaposvar. Er moet gekeken worden naar een goede watertank, we doen er de boodschappen en gaan naar het museum, dat nu toch wel inmiddels verbouwd zal zijn. Twee jaar geleden waren er twee zalen dicht en stonden alle beelden ingepakt op de gangen tussen het werkmateriaal. Verder is het een heerlijke stad om doorheen te slenteren en een terras te pakken.
Tot mijn grote vreugde zei iemand in een blog die hier is gaan wonen, dat het Hongaars bij haar de ene keer het idee oproept dat ze het al aardig onder de knie krijgt en anderzijds de wanhoop geeft van ‘Ik leer het nooit’. Op de een of andere manier bracht dat mij troost. Ik ben nu bijna een jaar lang onafgebroken bezig geweest. Met leren. Ik ken heel veel woorden, zinnen ook en begin nu pas te wennen aan de snelheid waarmee gesproken wordt, een enkel keertje kan ik er chocola van maken als ze het tempo aanpassen. Maar tjonge jonge. Wat een taal.
Het klepperen van de ooievaar hoor je overal luid en duidelijk. De vraag rees: Waarom kleppert hij eigenlijk. Er zijn een aantal redenen voor. Ten eerste kan een ooievaar niet roepen of zingen, daar mist hij de spieren voor. Dus met klepperen begroet hij de ander, maar hij gebruikt het ook als territoriumwaarschuwing of als er gevaar dreigt, maar ook om een vrouwtje het hof te maken.
Weer wat bijgeleerd, want dat hij die spieren niet had voor enig ander geluid wisten we allebei niet. Intussen zit de nachtegaal nu vlak boven mijn hoofd en probeert mij te imponeren met zijn wonderschone zang. Het is een van die herinneringen, waar geen foto bij hoort (je ziet ze bijna nooit) maar die onlosmakelijk bij deze sfeervolle plek hoort. Een reden om er elk jaar reikhalzend naar uit te kijken.
Geen vogelzang mooier dan die van de nachtegaal.
Ik heb veel bewondering hoor dat jij Hongaars leert! Denk niet dat ik nog een nieuwe taal in mijn brein krijg 😞.
Spreekt je lief vlot Hongaars?
LikeGeliked door 1 persoon
Hij spreekt het goed, kan zich duidelijk verstaanbaar maken. Hongaars is verwant aan fins en lijkt nergens op. Dus germaanse klanken zijn er niet als houvast. 🙃😍
LikeLike
Mee genoten van jouw lief tafereeltje.
LikeGeliked door 1 persoon