Overpeinzingen

Maar nu eerst in de benen

Een van de fietsbanden bleek toch zo poreus als een rieten mandje. Schone zoon vond het geen enkel punt om die naar de fietsenmaker in Szigetvar te brengen, een aardige man, was zijn oordeel ondanks het feit dat ze elkaar op generlei wijze verstonden maar met mimiek en gebaar toch voor elkaar speelden om helder te krijgen wat er moest gebeuren. Laat dat maar aan schoonzoon over.

We hadden besloten vandaag een dag in de Hof door te brengen. Er moest nog wat gewerkt worden en de jongens hadden het basketbalveld in het dorp ontdekt. Bovendien kon de oudste de fiets van Lief meenemen, waarop hij een fietstocht hield van 20 kilometer. Niet verkeerd. Via Kispeterd, Rozsafa, Kadtafa en Banfa, dat een einddorp bleek, die uitmondt in de middle of nowhere, en weer terug. Goed gedaan, lieverd.

Gisteren had schoonzoon de bakker in Szigetvar ontdekt en nu wordt er elke morgen ontbeten met hagelwit vers brood, dat op een manier gebakken wordt dat op de baquettes lijkt, niet te versmaden voor een Fransman natuurlijk. Meergranen crackers dienden als aanvulling.

Van gisteren was er nog sla, komkommer, tomaat en koude aardappel over. Daar wilde ik voor de lunch een aardappelsalade van maken met al het overtollige zoals augurkjes, komkommer, ei erin verwerkt met een saus van mayo met ketchup. Bij het voeden van zoveel monden die dubbele hoeveelheden eten, is het flink, maar met liefde, aanvliegen. Dochterlief had het nog nooit zelf gemaakt, terwijl het vroeger echt een van de specialiteiten van mijn moeder was en ik het vast heb doorgezet.

Dochterlief en ik bogen zich over het ontgrassen van de tuin, tussen alle bloeiende Maartse violen en loken en de nog niet ontloken pioenrozen, klaprozen, kamille, korenbloem en fijnstralen was gras en grote wikke een heikele sta-in-de-weg, maar dankbaar om te verwijderen. De dolle kervel mocht voor het grootste gedeelte blijven staan. We kunnen niet wachten tot alles openbarst.

Na gedane arbeid is het zoet rusten met een glas thee. De kleine spring-in-het-veld bast er met zijn buisjes-oren aardig op los. Hij houdt ons aardig bezig, maar sinds de ochtend heeft hij de vogel-app ontdekt en komt hij regelmatig om tijd vragen op zijn telefoon, om te onderzoeken welke vogels er achter in het bos kwinkeleren. Dochterlief gaat de eerste keer mee. Een indrukwekkende lijst aan zangvogels op zijn lijstje is het resultaat. Van nachtegaal tot fazant, van zwartkop tot boerenzwaluw. Al spellend leest hij ze voor. Goed zo jongen.

De middag kabbelde voorbij, terwijl dochterlief en ik fijne en lange gesprekken voeren. Ik laat haar het boek zien dat ik vol moet schrijven en waarvan de vragen duidelijk van deze tijd zijn. ‘Beschrijf je eigen kamer van vroeger’. Haha, we hadden geen eigen kamer, we hadden een eigen bed en dat was het wel zo’n beetje. Zo zijn er meer van die hedendaagse uitspattingen waarvan vroeger geen sprake van was. Het schrijven met de hand gaat twee keer zo langzaam, omdat het ook nog leesbaar moet zijn. Op een toetsenbord typ ik drie keer zo snel voor de vuist weg.

Na de tuin was het opnieuw tijd om de maaltijd voor te bereiden. Het voordeel van mijn manier van koken zijn de weeshuis-hoeveelheden. Dat kwam nu goed van pas, maar mijn 500 gram spaghetti met mijn vermaarde stoofsaus ging erin als koek en alles was aan het eind schoon op. Als aanvulling werden er nog een paar sneden brood aangerukt. Iets om aan te wennen al dat eten. Als toetje waren er geroosterde marshmallows. Alleen het fikkie was al een feest op zich. Daarvoor moesten ze eerst de takken eeken met de oude aardappelmesjes. Ze slepen ze mooi blank met een puntje. Toen ik vroeg wat het leukst was, werd dat vooral genoemd.

Daarna ging alles douchen en konden wij onder uitzakken. Straks gaan we naar het slot in Siklós, het is heerlijk weer en het wordt vast genieten daar bovenop de trans met uitzicht over de hele streek. Maar nu eerst in de benen.