Overpeinzingen

Zolang de anderen het niet doen

Peinzend staan mijn twee vrouwtjes voor het raam. ‘Zal het nu eindelijk lente worden,’ hoor ik ze denken. Vandaag tikt de temperatuur 14 graden aan en dat is aanmerkelijk hoger, dan de afgelopen dagen. De mussen in de druif op het geïmproviseerde prieel malen niet om die aandacht. Ze pikken hier en daar een insect op en ook de uitgedroogde druifjes van vorig jaar zijn nog steeds in trek.

Iemand tipte op Blue Sky ‘Restaurant Misverstand’. De naam prikkelt mijn fantasie. Ergens vaag dacht ik nog aan Loenatik, die meesterlijke serie van de VPRO uit de jaren negentig, maar dat sloeg de plank aardig mis. Het bleek over acht mensen te gaan die allen lijden aan de aandoening: Jong dementie. Onder begeleiding van een Chef en een sous-chef en een case-manager gaan ze aan het werk in het restaurant. De Chef kijkt goed naar de verschillende kwaliteiten en de mogelijkheden van ieder. Op deze manier willen de mensen laten zien wat er nog wel kan na die verschrikkelijke diagnose. Het is met name het proces, dat zo’n jong dement iemand meemaakt als hij met de hiaten in zijn geheugen wordt geconfronteerd, dat binnenkomt bij mij. Daarbij is er berusting, maar ook veel humor en vooral het idee ‘Samen staan we sterk’.

Langzaam ben ik hier aan het landen. Met een wandelingetje door de tuin gisteren in de kou, scheen een en ander troosteloos, omdat er zo op het oog nog geen enkel teken van leven was te zien, op de fruitbomen en de forsythia na, dan. Lief heeft enorm zijn best gedaan om alles in orde te krijgen. De paden van het kruipende groen bijvoorbeeld bevrijden en de grond onder het prieel. Daarvoor gaat hij op de knieën. Zwaar maar dankbaar door het resultaat. Vandaag met een paar graden meer en een zonnetje, loop ik er weer alleen door en vind overal kleine sprekende aankondigingen van die mooie lente.

Lieke Marsman beschrijft in haar boek ‘Op een andere planeet kunnen ze me redden’: ‘Als ik geen uitgezaaide kanker had, dan zou ik nu toch zeker een nieuw leven beginnen’. In een gedicht beschrijft ze dat ze een heel nieuwe wereld binnen laat, nadat ze in een nieuw land een winkel was begonnen en haar luiken had geopend. Hier stroomt met het licht mee iedere morgen zo’n andere wereld binnen. Anders dan in Nieuwegein. Het oogt anders en als je het venster opent ruikt het anders(geloof ik). Er moeten meer werelden zijn, denkt Lieke. De wereld van macht bijvoorbeeld, of die van oorlog of die van rijkdom. Ze heeft ze allemaal nog nooit gevoeld of gezien. Als ik nu door de social media scrol wordt ik geconfronteerd met zo’n wereld, slechts door een venster, maar ik zie het allemaal wel. Briesende staatshoofden, brullende beschietingen, drommen ontheemde mensen en ze brullen steeds harder en ze briesen steeds luider, als kemphanen in hun te krappe toernooiveldjes. Herman van Veen zong: Als ik kon toveren kwam alles voor elkaar, als ik kon toveren was niemand de sigaar. Ik zou zo graag met een verdwijngum aan de slag gaan, om die lelijke gedachtenwolkjes weg te gummen boven al die hoofden van de Brullers, de Briesers, de Ongenuanceerden.

Zolang dat niet gebeuren kan, verdwijn ik in deze Hof van tijd en eeuwigheid, in mijn boeken en in mijn verhalen. Want nieuwe werelden kan je zelf maken, zolang de anderen het niet doen.