Dribbel had zo zijn eigen ideeën over Jezus, sinds hij op een Christelijke school zit hoort hij nog wel eens het een en ander. Hij maakte gisteren de opmerking dat Jezus eigenlijk wel een beetje de blauwe pet op had. Zijn moeder vroeg waarom. ‘Omdat hij de hele tijd zegt wat iedereen moet doen,’ beklaagde zoonlief zich. ‘Hij zegt de hele tijd, maak de wereld mooier, doe lief’. Vanmorgen belde dochterlief en hij zat ernaast. Dus vroeg ik hem of dat dan niet goed was, als de wereld mooier en liever zou zijn. Maar daar had hij ook wel een antwoord op. ‘Iedereen mag dat toch zelf weten.’ Een ding is zeker. In dat lieve hoofdje draaien de radartjes op volle toeren en hij is om de dooie dood niet bang om een eigen mening te ventileren.
Tuinaarzelingen zijn er voldoende geweest, deze week. Het komt door de kou en de buitjes tussendoor. Geen zin om nat te werken. Het maakt mijn spieren stijf, de motoriek van de vingers wrokkig en mijn lijf vindt het onaangenaam. Je kan je er op kleden, hoor ik fluisteren in mijn brein. Ja hoor, dat weet ik wel, maar met die ouwe dunne huid houdt een mens geen warmte meer vast. Het verdwijnt als de zon door de sneeuw(in een variatie op een thema). Lief ploetert in Verweggistan met eenzelfde probleem, zij het dat de hemel daar een ware zondvloed uitstort over het koude land. Geen eer aan te halen en geen land mee te bezeilen. Het is er trouwens nationale feestdag omdat er een revolutie herdacht wordt van lang geleden. Gelukkig had hij gisteren boodschappen gedaan want niets is open. De schoolkinderen uit Pécs kwamen met hun koffertjes massaal met de bus naar huis om daar de feestelijkheden mee te maken.

Vandaag dus een leesdag invoegen. Dat kan, alles ligt nog open dit weekend. De nieuwe Zin is gekomen en dat betekent een overpeinzing van Stef Bos, die altijd prikkelt tot nieuwe gedachten. Dit keer beschrijft hij hoe een stadsgenoot van zijn oude geboorteplaats overleden is en dat hun verwantschap was dat beiden zich als een vreemde eend in de bijt voelden, toen en toen en daar en daar. Er was een reünie van hun oude school en er was aan Stef gevraagd om iets te zingen. Maar met tweeduizend oud-leerlingen in de hal was er geen beginnen aan om er bovenuit te komen. Waarop deze vriend opmerkte: ‘Stef, maak dat je wegkomt. Dit zijn niet de omstandigheden voor datgene wat je schrijft en zingt.’ Waarop Stef nu bij het overlijden van zijn plaatsgenoot zich voornam, met dit fragment voor ogen, om die stem van de vriend mee op reis door de tijd te nemen, voor als hij ergens zou zijn, waar hij eigenlijk niet zou moeten zijn. Een mooi staaltje van ombuigen is dit. De waarde van deze sporadische ontmoetingen uitvergroten tot een bezinning door daarmee de vriend een waarde voor de eeuwigheid toe te kennen. Dat is nog eens zinvol sterven. En tegelijk het idee voor onszelf, dat we soms onmerkbaar, soms bewust, waarde toevoegen aan anderen en zo meerwaarde geven aan het leven zelf.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.