Overpeinzingen

Wie weet

Bij het snuffelen in wat memorabilia kom ik ineens mijn eerste missaaltje tegen dat ik ter ere van de eerste communie had ontvangen. Het blauwe smoezelige boekje is door de beschermende DCfix laag, een soort plakfolie, wat verfomfaaid, maar verder nog helemaal in tact. Voorin staat met potlood mijn naam en ouderlijk adres geschreven en daaronder staat bijna onleesbaar, het laatste woord met balpoint overgetrokken; ‘Ter herinnering aan de Eerste H. Communie’ met een zonnetje eronder met een kruis erin. O nee, dat is natuurlijk de monstrans. De H. Staat voor Heilig. Op de een of andere manier ontroert het me. Misschien vond ik het, omdat ik vannacht tijdens een droom in een huis woonde tegenover een majestueuze kerk.

Het staat vol met prentjes want daar bleven we zoet bij tijdens de lange missen. Als je iets uitgebreid kon bestuderen, verveelde het minder. Bij de gebeden en de H. Kruisweg was het afgelopen met die verluchtiging. Dat was het serieuze werk waar wat interactie werd verwacht. Erg positief was het allemaal niet. In de achtste statie zeiden we: ‘Lieve Jezus ook tot mij hebt U dit gezegd. Het spijt me dat ik zo vaak verkeerd heb gedaan. In de toekomst zal ik U niet meer bedroeven. Amen.’ Het boekje is van 1956 en we deden de eerste communie in de tweede klas van de lagere school, dat was in 1958.

Wat ik ook terugvind, is het zakje met de zorgpoppetjes voor onder mijn kussen. Dat heb ik ooit van de middelste dochterlief gehad en heeft in al die jaren de zorgen van me overgenomen en dan ligt er nog iets hilarisch. De twee lidmaatschapskaarten van de Stichting Nederlandse Jeugdherberg Centrale, de NJHC. Met zo’n kaart mocht je overnachten in een jeugdherberg. Als we mijn pa niet hadden beloofd lid te worden, hadden mijn Lief en ik nooit samen op vakantie naar Denemarken en Zweden gemogen. Er staan zelfs stempels van Flensburg in terwijl we daar nooit geslapen hebben. Die waren we speciaal gaan halen. We hebben zes weken lang gekampeerd in een klein legertentje, terwijl we van stek naar stek trokken. Mijn moeder zat in het complot. Van iedere jeugdherberg in de buurt stuurden we een kaart naar Pa en Moe om de schone schijn op te houden.

Mijn gebreide poppenbroekje uit de tweede klas ligt er achter en de omslag met kruissteken. Handwerkles tweede klas van de strenge handwerknon. Ze heeft het breisel wel honderd keer uitgetrokken en ik heb twee jaar over het broekje gedaan. Wat was ik blij toen ik er eindelijk het witte elastiek door kon halen. Een broekje van katoen, bloed, zweet en tranen.

Het dromenboek erachter laat mijn snel neergepende dromen zien: Over een VWO-er en haar Oma. Ze wonen allebei achter elkaar op de Lekdijk. In de voorste woning woont Oma, een keurig gekapte vrouw. Ze vertelt hoe ze vroeger de grote manden gebruikte, die ze, toen ze ze niet meer nodig had, had ingegraven. Ze had ze weer opgegraven en omdat ze van mais waren, waren ze in prima conditie. Met een klein beetje olie erover werden ze prachtig goudgeel. Ze liet het ook gelijk maar zien en inderdaad: Prachtige goudgele manden die met een beetje olie nog veel zonniger werden.’

Herinneringen verweven met de opgedane indrukken van het dagelijkse leven. De droom dateert uit 2008. Toen waren Lief en ik nog niet bij elkaar. Op het terras van de Hof staan wel twee van dergelijke grote manden, maar dan van wilgenteen. Misschien moet ik de buitenkant ook oppoetsen met olie om de zon in huis te halen. Wie weet.

2 gedachten over “Wie weet

  1. In de toekomst zal ik niet meer bedroeven en zoveel andere spijtbetuigingen, terwijl we zo’n brave kinderen waren😞.
    Wat jij je vader hebt voor’gelogen’, hebben wij hier ook gedaan, en dat terwijl we amper vier maand voor onze trouwdatum gingen. Wat was de tijd toch hypocriet.

    Geliked door 1 persoon

Reacties zijn gesloten.