Een wonderlijke droom over varen met een soort ponton in de Singel naar de Oude gracht in Utrecht, dat midden op de Neude een soort van haven blijkt te hebben. Of is het Vredenburg ineens een grote plas. Ik laveer behendig tussen allerlei andere boten door en een van de kleinzonen neemt de benen. Het gaat nog net allemaal op het nippertje goed.
Ziezo, Agaath wordt bewaard voor ons, maar eerst moet Truus nog even door de wasstraat. Zo kan ik haar niet inleveren. Er kleeft altijd nog zand van de heuvels in Hongarije rond haar benzinedop en in alle kieren, die er maar zijn.

Ondertussen zit ik op een eiland bij de Schotse kust en voer een strijd met alle natuurkrachten die er maar vertegenwoordigd zijn en ik krijg voor een deel te maken met een onwillige bevolking, die een broeierige sfeer oproept. Alles bij elkaar is het een staaltje van hoe je je in een boek verliezen kan. Het kost moeite om het weg te leggen, dit ‘Ik ben een Eiland’ van Tamsin Calidas. Ze schrijft in een prachtige taal zoals: ‘Er is een prachtige sluier van stilte die tussen de handgeschreven woorden zweeft’ als ze een verstuurde brief en de witregels beschrijft. Natuurlijk komt een en ander ook op credits van de vertaler Hans Kloos.
Ik zoek wat meer informatie van de schrijfster op en het blijkt dat ze nu al 17 jaar op het eiland woont. Één met de natuur en dat ze met haar hond elke morgen de verbinding aangaat met de zee en de opkomende zon, hoe koud het ook is. Ze is zo puur als ze uit het boek te voorschijn komt en heeft heel wat doorstaan. Wat een boek, wat een beleving. Je kan niet anders dan meegaan met haar en alles ondergaan in dezelfde puurheid. Inderdaad overlevingsdrang, veerkracht en zelfontdekking en de natuur tot in haar diepste vezels.
Terwijl die gedachten overdrijven staar ik naar buiten en zie een man, aarzelend, op de hoek staan. Hij schokschoudert wat, kijkt uit, kijkt achterom, kijkt opzij en schokschoudert weer. Ik denk aan de oproep om verdwaalde mensen met alzheimer te herkennen. Maar dan komen er twee vrouwen onder het afdak van het huis er tegenover en lopen op hem toe. Ze babbelen wat. De ene vrouw slaat een arm om de andere. Dan begint de man ferm naar het begin van de straat te lopen en de twee vrouwen stappen het tuinpad op, links van hen. Het zijn vast en zeker Jehovagetuige, want even later staan ze voor de volgende deur met hun blaadjes in de handen. De man loopt naar een van de andere deuren. Het is een fenomeen dat ik in de jaren tachtig voor het laatst heb gezien. Een voet tussen de deur, de vraag ‘Mag ik U vertellen’. Het antwoord steevast: ‘Nee, dat mag U niet’, of daaromtrent. Ik dacht dat het allang in de ban was gedaan.
Het is weer grijs. Wat jammer. Zonlicht en blauwe lucht schudden de energie wakker, je krijgt zin om van alles te gaan ondernemen. Grijze lucht is inderdaad die dikke deken waaronder je weg kunt kruipen, weliswaar wel met een goed boek, maar toch. Lief verdwijnt in zijn filmpjes over de kosmos en de ruimte en komt er met glinsterende ogen weer achter vandaan om dan een stuk in zijn boek ‘In het Water’ van Alok Jha te lezen. Boek en kosmos met elkaar verbonden. Geen overbodige luxe in een tijd dat natuurmonumenten oproept om vooral de strijd aan te binden met de vervuiling van het water dat ons allen in gevaar dreigt te brengen.
Gisteren had ik weer een hopeloos gevalletje van ‘Vergissen’, we zouden met elkaar van de leesclub naar de Jodenverraadsters gaan in Pantalone. 6 April werd uiteindelijk de gekozen datum. Maar in dat weekend reis ik af naar Hongarije. Sufkippie. Betaald en wel. Dus wie nog een kaartje wil. Er is er een over.
Helemaal niet raar dat je over scheepvaart en een haven in Utrecht droomt Berna. Kijk maar https://erfgoed.utrecht.nl/verhalen/schepen-van-de-waterstraat
Knuffie!
LikeGeliked door 1 persoon
Haha
Dankjewel Emmy
Zo zie je maar❤️
LikeGeliked door 1 persoon