Ik had er niet eerder van gehoord, maar maandag gaan de kinderen lopen voor Mind. Die organisatie strijdt voor een samenleving die investeert in de psychische gezondheid en alles doet om onnodig psychisch leed te voorkomen. De actie heet de Mind Bleu Monday Run en ze lopen als Valkie voor een Valkie tien kilometer. Hoe trots kunnen we zijn op deze kanjers.
Lief heeft gisteren de tocht ondernomen naar de informatiebalie van de NS, zijn hele reis naar Budapest, onze gezamenlijke reis naar Berlijn en voor mij de reis terug naar Utrecht laten uitstippelen en de stoelen besproken. Zijn nachttrein naar Budapest kende helaas alleen maar ligplaatsen, maar dat is geen punt want hij kan overal in slaap vallen. Het hotel staat aan de Kurfürsterdamm, historischer kan bijna niet. Er is belangrijke geschiedenis geschreven. Maar eerst reizen we maandag af naar Texel. Daar hoop ik vurig op helderheid om ons brein te verlichten nu de dagen al tijden in dichte nevelen zijn gehuld. Als ik de buienradar bekijk zie ik ongeveer wat ik hier ook zie, niets vooral.
Nu Lief op pad was, had ik in de middag alle kans om drie kringlopen in de buurt te bezoeken en bij een ervan vond ik twee mooie wollen truien in nieuwstaat. Altijd fijn als die dan ook maar vijf euro per stuk moesten opbrengen. Ik hoorde mijn wijze zus zeggen dat de kleur te flets is voor onze teint, maar een sjaal om je nek in de juiste kleuren doet wonderen.

In het appartement dat we gehuurd hebben, is geen televisie. De juiste omstandigheden om een grote slag te slaan met lezen in de biografie van Betje. Er valt niet te bezwijken voor een goede film of iets dergelijks. Lief en ik, ik en Lief, de natuur en de stilte, het lijkt ons meer dan voldoende. De eigengereide Betje volgt een fragment van Virginia Woolf avant la lettre: ‘Doe altijd waar je zin in hebt. Dan is er tenminste één mens gelukkig.’ Ik moet daar aan denken als ik dit citaat in de column van Marja Pruis en haar overpeinzingen lees. Het komt uit haar agenda van dit jaar, dat het thema ‘Geluk’ draagt. Marja besluit met de woorden: ‘Ik heb liever dat de ander gelukkig is. Niet omdat ik zo’n goed mens ben, onzelfzuchtig, lief. Ik vind het gewoon rustiger.’ En daar is natuurlijk geen speld tussen te krijgen. Het leven van Betje is allesbehalve rustig. Ze wast vooral de ZooZoo’s de oren, de stijve geloofsgemeenschap in Nederland en ploegt met haar verzen er doorheen als een olifant door de porseleinkast. Daarmee oogst ze de grootste bewondering van mijn kant. Ga er maar eens aan staan in dat witte-mannen-tijdperk, waarbij vrouwen nagenoeg moesten schitteren door afwezigheid.
Tijdens het opruimen kwam ik het boek van Paul Haenen en Mirja de Vries tegen met de titel ‘Knuffels’. Er staan allerlei verhalen in over geliefde knuffels die van alles hebben meegemaakt. De tweede wereldoorlog bijvoorbeeld, of de watersnoodramp, Er werd om gepest, er werd mee gelachen of ze werden gebruikt als troost in bange dagen, uren, momenten. Er zijn aandoenlijke foto’s bij van letterlijk platgeknuffelde knuffels. Mijn gedachten zijn bij beer, die hopelijk met mijn mechanische looppopje nog steeds ergens in de schuur te vinden is. Mijn verhaal is net zo gruwelijk als die uit het boek in de meeste gevallen. Beer moest dienen als bliksemafleider voor de bende van de Zwarte Hand die, met mijn levendige fantasie, regelrecht uit mijn Pietje Bell was gestapt en rondwaarden in de Amandelstraat en vooral op ons kleine kamertje met de twee stapelbedden met veel kwaad in de zin. Arme beer. Rolde daarom spontaan zijn hoofd van zijn lijf op een kwade dag? Ik mag blijven gissen.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.