Overpeinzingen

Al is deze ook niet te versmaden/

O de Goden zij met ons. Wat voorspeld was kwam uit. Het had die nacht drie graden gevroren en er was een waarschuwing voor gladheid, maar er scheen ook een vrolijke winterzon. We hadden ons de avond ervoor al voorgenomen om om tien uur te vertrekken. Perfecte tijd, bleek. Alle gladdigheid was verdwenen, er waren strak blauwe luchten en een lage felle zon. Zonnebril in de aanslag en gaan. Koffer voor het hotel als laatste ingepakt. WC’s nog even gepoetst, wastafels meegenomen en keuken. Daarna alles ingeladen en en route. Heerlijk. Wat een wonderschoon weer en wat boften we met al dat geluk. Dag lief huis, dag tuin, dag opbergschuur en atelier, in variatie op een thema.

Tja, arme Lief, want als ik het stuur eenmaal vast heb is loslaten toch een dingetje. WC-stop tussendoor in een vrachtwagenchauffeur-minded toiletje en door. Roll on. Muziek al naar gelang door Spotify op mijn verzoek ten gehore gebracht om er bij tijd en wijle de spirit in te houden door heerlijk mee te zingen. Alles van vroeger, soul, blues, blue grass met de onvolprezen Loudon wainwright , Portugese fado met Cesaria Evora, en Stromae niet te vergeten plus de jaren zeventig mix. Het zorgde voor veel gezelligheid.

In Oostenrijk prachtige zonsondergang met besneeuwde bergtoppen ervoor, adembenemende gekleurde strepen oranje, rood, roze, slierten grijsblauw, kabbelende wolken als beken en golven donkergrijs waar de sneeuw in de lucht zat, de weg aangenaam droog en veelal bijna leeg. Hoe wil je het hebben. Wat een bof.

De laatste twee uur in het donker duurden eigenlijk het langst. Het was duister, concentratie op de strepen, hier en daar een voorganger, af en toe verblind door groot licht dragende achteropkomers en muziek. Ons knusse wereldje ter grootte van een postzegel te midden van het allesomvattende duister. Er lag nog een klein wegenlabyrint in het verschiet bij het zoeken naar de juiste weg van het dorp, maar na wat slingerende bochten zaten we op de goede weg en reden zo, kippie-eitje, het parkeerterrein van het hotel op. Een prachtige Gaststube, zoals het hoort. Geraniums in bakken voor de ramen, sneeuw in de struiken en helder verlichte ruitjesramen.

De ontvangst was door een joviale eigenaar, die al grappend en grollend, een beetje Bart Chabotterig en zeer sympathiek, ons door het papierwerk naar de sleutel begeleidde. Het restaurant was tot negen uur open. Feestje!

Even bijkomen op de kamer en dan afzakken naar het beloofde restaurant. Vriendelijke eigenaar, die met iedereen een praatje maakte en tevens bij allen de juiste snaar wist te raken en een al even goedlachse dochter die de bestellingen afhandelde. De vrouwen in de keuken zorgden voor een prima Beiers maal.

Gouden rendieren in de vensterbanken, zilveren ballen voor de ramen, kerst had hier haar intrede al gedaan. Op de muren blije welkome spreuken, mooi opgesierd met krullerige letters. We hebben ons gasthuis wel gevonden denk ik. Prachtige kamer, heerlijk bed.

De eerste afspraken staan alweer in de agenda. In de app fijne berichten. De filosoof heeft er vandaag 6 in het doel geschoten na een doeldroge periode en zijn ego is weer tot grote hoogte opgekrikt, tante Pollewop had haar eerste zwemles, extra kusjes van onze benjamina en het hele gezin en een logeerpartij van de kleine Njong bij dochterlief. Het familieleven dient zich aan.

Morgen weer een dagje en dan ons eigen bed, al is deze ook niet te versmaden.