Overpeinzingen

Vice versa

Zoonlief belde vanmorgen. De kleine wilde oma even vasthouden, dus kwam de mobiel in zijn kleine knuistjes terecht en duizelde de omgeving om hem heen want hij zat op de schommel. In het weekend dat ik wil reizen begint het EK in Duitsland, wist zoonlief. Extra drukte dus. Lieve vriendinnen gaven me de raad met het vliegtuig te gaan als ik tegen het alleen reizen op zag, maar het rijden is het probleem niet. Ik rij altijd alleen en ik rij graag. Duidelijk een dochter van mijn vader. Zoonlief prikte onmiddellijk met zijn vinger in mijn zwakste plek. Hij kent zijn moeder. Hij zoekt nu mee naar een rustig onderkomen, waar ik kan overnachten.

Lief is al aan het maaien geweest en kreeg bezoek van de oude man, niet ouder dan ons trouwens, die soms om wat spulletjes vraagt. We hadden een zak met een oude geluidsinstallatie en wat boxjes. Hij was de koning te rijk en stond erop dat Lief een glaasje wijn met hem dronk. Hij had de fles net open. Dat was dus om negen uur ‘s ochtends. De arme man hult zich de hele dag in nevelen. De overbuurvrouw kwam Lief waarschuwen. Als je daar mee begint, dan wil hij in huis komen en daarna halen ze je boeltje leeg. Lieve buurtcontrole, die hier toch wel fijn is, extra fijn dat we nu ook niet meer zo’n lange periode weg zullen zijn.

Gisteren weer lekker aan het schilderen gegaan. De achtergrond moet nog, maar de dame vordert goed. Rond een uur of vier zaten we op de veranda van de datsja en keken het bos in. We zagen een lichtere vogel dan normaal vliegen en even later nog een. Het bleek al gauw, dat we twee appelvinken in de bomen hadden, buiten alle merels met hun jongen en de lijsters. Ze deden zich druk tegoed aan de vele wilde kersen en pruimen die op de grond waren gevallen.

De rust en de stilte hebben om te observeren. Dat had je me een paar jaar geleden niet moeten voorstellen. Toen was ik altijd in de weer, met maaien, met snoeien, met onkruid wieden maar zelden met zitten om te zitten en kijken om te zien. Nu kan ik dat als de beste. Steeds duidelijker wordt het me, dat het zo spijtig is dat veel van de levende have hier in Nederland sporadischer wordt. Als we in de namiddag onder de hazelnoot zitten en richting het huis kijken, valt vooral de hoeveelheid insecten op die als kleine stofjes of pluisjes in de laatste zon dwarrelen, zoemen en dansen. De dikke zwarte houtbij is terug. Hij zoekt een plekje in de dikke balken. Het zou beter zijn als hij in de houtstapel van de buitenoven zou gaan zitten. Het terras moet echt langer mee en stiekem ondermijnt hij het behoorlijk door het van binnenuit uit te hollen.

De grote kamille tiert welig en waar de klaprozen het bijna af laten weten geeft ze een mooi contrast met de nog immer bloeiende margrieten en korenbloemen. Baby Hagedis kwam ook even aangewandeld en dook daarna fluks het struweel in. De temperaturen lopen weer behoorlijk op, dan wordt het tijd voor een uitgebreid zonnebad. Van de stokrozen hier heb ik er één kunnen redden, die komt wel in bloei. Drie zijn er teveel aangevreten door wants en luis. Achter doen ze het als een tierelier. De cactus, de Opuntia Imbricata, heeft een prachtige felgekleurde bloem. Deze grillige plant staat in het tuintje om de patio heen en is heel bijzonder. In de winter is ze niet om aan te zien maar met frisse scheuten en bloemen is ze prachtig.

Het beddengoed van de logees is gewassen. Dat kan in de plastic hoezen in de kast. Wachten op de volgende lichting. Ik mijmer over wel en geen bezoek. Een ding is duidelijk. Met een groot contrast is het sneller genieten. Wie de drukte heeft ervaren, geniet dubbel van de heerlijke stilte en vice versa.

2 gedachten over “Vice versa

Reacties zijn gesloten.