Overpeinzingen

En wat nu niet komt, komt morgen

De laatste loodjes voor deze week. Zoonlief heeft drie kastjes besteld, die het internet signaal voor zwakke plekken geleiden, zodat je overal dezelfde sterkte hebt. Dat was één van de waslijst van deze week. Dan moet de handmaaier nog worden aangeschaft, halen we vacuum, dus langer houdbaar, belegen kaas, zoeken de laatste verf die ik nog mis in het atelier in Verweggistan, brengen de accu’s van de grasmaaier op de tuin naar dochterlief, halen het laatste medicijn op bij de apotheek en kopen een cadeau voor de kleine Cucu, die officieel zondag jarig is, maar dat op de 28e pas echt viert. Er worden nog twee verjaardagen dunnetjes gevierd, een met een brunch en een met een etentje, er is nog een bijeenkomst van de leesclub, waarbij we de ‘De moeders van Mahipar’ van Forugh Karimi bespreken. Daarna volgt een inpak-dag en dan de reis.

Gisteren hebben we ook de verjaardag van de inmiddels groter wordende tante Pollewop gevierd met toeters en bellen. De hele familie kwam langs en dat was een buitenkansje, want zo kon ik ze nog allemaal knuffelen en even bijkletsen. De vriendinnen van dochterlief waren er ook, met al hun kleine en grote grut. Lief was verbaasd over het organisatievermogen van dochter en schoonzoon, die steeds weer opnieuw de wisselingen geruisloos lieten verlopen. Koffie/thee met taart, soep met brood en liflafjes, drankjes met knabbelaars, en voor de tweede lichting opnieuw soep met brood etcetera.

Hier zijn we echter niet anders gewend. Verjaardagen van de kinderen nu of vroeger waren uitgebreid en druk, met veel mensen, monden die gevoed moesten worden, geroezemoes, gelach, kruipende, lachende, ondernemende, huilende kleintjes, spelende grotere vriendjes, nichten, neven, die meestal zo snel als mogelijk zich aan een wakend oog onttrokken en ouders die zich het vuur uit de sloffen liepen. Er is een kentering in het gemak waarmee alles zich voltrekt.

Achteraf kregen we de credits van deze ouders van nu, die zich afvroegen hoe we het toch allemaal gedaan hadden met vier kleine kinderen en een nakomer en die hun bewondering niet onder stoelen of banken staken…Maar lieve schatten, daar groei je vanzelf in. Op een gegeven moment weet je niet beter. Tijdens dit soort feesten is het huis altijd te klein, te warm, te druk maar eveneens is het kneiter gezellig. En het wordt allemaal groot.

De jarige job, ondertussen versiert met de gouden slingers van een cadeautje, glom aan alle kanten en was tot in de kleinste vezels helemaal jarig. Een geslaagde dag dus. De telefoon lag nog in de auto, foto’s kwamen gelukkig van zoonlief die er nog een paar schoot op het laatst. Over de tafel was een groot bruin vel geplakt waar naar hartelust op getekend mocht worden, stiften in de aanslag. Daar werd grif gebruik van gemaakt. Iedereen zoet. De voorkamer werd automatisch kinderdomein.

Om half zes vóór de tweede lichting soep reden we op huis aan. ‘Even ontprikkelen‘ zoals schoondochter het zo mooi noemde. Maar vreemd genoeg rollen de decibellen bij zo’n feest langs me af, terwijl het lawaai in een winkelcentrum me altijd bespringt. Dat heeft te maken met de schoolperiode, denk ik. Toen ik na jaren weer eens in de groep bezig was, had ik de eerste week ook ontzettend veel last van het lawaai, maar al doende veranderde dat in functioneel geluid en paste het in de bezigheden.

Zo krijgt alles een plek. Lief komt met het tweede kopje koffie. We gaan er vroeg uit om al het lijstje in een gestaag maar rustig tempo af te werken. En wat nu niet komt, komt morgen.