De dag begint helder. Geen bril meer nodig. Arm duur montuur. Misschien kan ik haar laten ombouwen tot zonnebril. En al die andere eerder aangeschafte brilletjes, waarvan ik het niet over mijn hart kan verkrijgen om ze zomaar weg te gooien. Dat is het nadeel van hechten aan persoonlijke gebruiksvoorwerpen, ook al omdat ze maatgeleverd zijn en het derhalve wel heel toevallig zou zijn als iemand in een kringloopwinkel precies dezelfde oogafwijking zou hebben als ik had. Wat is wijsheid.
In plaats van een dichte kruin van groen boven de daken tegenover het slaapkamerraam zie ik nu dat ze takken dragen en helemaal niet zo dik in het groen staan momenteel en wat ik ook zomaar zie aan de boom hier vlakbij, dat er lentespruiten aan groeien. Bijzondere waarneming.
Over de badkamervloer ga ik het niet hebben. Je kan het natuurlijk als nadeel beschouwen dat je alles weer helder ziet, maar misschien is het qua gezondheid een voordeel. Daar moet in ieder geval een stevig dweiltje over. Wat je allemaal niet mist bij kippigheid.

Alle dagen Valentijn vinden lief en ik en derhalve gaan we vandaag net als al die andere dagen in het jaar iets leuks doen. Om de ogen te testen in het verkeer besluiten we niet ver weg te gaan. De keuze valt op het kleine museum in Vianen, waar een tentoonstelling is over Ina Boudier Bakker, de schrijfster, die in de Voorstraat aldaar heeft gewoond. Men viert in de stad honderd jaar Voorstraat. Ina Boudier Bakker heeft erover geschreven in haar boek ‘Het straatje’.
Het rijden gaat perfect. Wat een verschil in zicht. Truus wordt netjes buiten de stadskern geparkeerd en we wandelen langs jaloersmakende erkerwoningen naar diezelfde straat, want daar ligt het museum aan. Tegenover het huis van de schrijfster in de druilerige regen, dat dan weer wel. Dat was de reden om niet te gaan wandelen, wat we anders zeker ook hadden gedaan. Dit stukje was precies lang genoeg om de coiffure in weerbarstige krul te toveren.
In het museum zaten twee dames achter een tafel om ons te ontvangen. We mochten de jassen in de garderobe hangen, niet meer dan een kast, en ons werd de weg gewezen naar de tentoonstelling. Het is er klein maar knus en alles ademt vroeg twintigste eeuws, dus is het niet moeilijk om in de sfeer te komen. Er zijn vitrinekasten met snuisterijen uit het gezin, schilderijen van haar moeder en Isaac Israëls. Ook hingen er nog drie vlugge schetsen van haar door de schilder gemaakt. Er was een film met Maarten van Rossem over haar tamelijk droeve leven, maar het geluid werd overstemd door de afzuiginstallatie. Er waren nauwelijks mensen, dus konden we, door er vlakbij te staan, toch best wel het een en ander meekrijgen. Bovendien, zo bedacht ik me, valt er op youtube terug te kijken.
Als bonus was er ook een tentoonstelling van de houtskooltekeningen van Sama Shihadi, een Palestijnse, die vooral tegen de heimwee en om troost te bieden haar enorme doeken maakt in groot contrast. De lucht boven de landschappen wordt hagelwit gehouden. In haar kunst zoekt ze verbinding met het land, dat haar grootouders in 1948 moesten verlaten. Saillant detail is het feit dat ze bij haar geboorte een Israelisch paspoort kreeg en daarmee nu een vluchteling in eigen land is. De vluchtelingenstatus is de verbinding tussen haar en het werk van de schrijfster, die in de periode van 1917 tot 1922 de kwestie van de opvang van Hongaarse vluchtelingenkinderen in de Voorstraat beschreef.
Beneden was er een historisch overzicht van de stad ingericht. Opmerkelijk vond ik de aandacht voor de feministe Joke Smit, een Viaanse, die in de jaren zeventig wedijverde voor een vijfurige werkdag en de voordelen daarvan had vastgelegd in een lijst van tien punten en die eveneens een periode in die beroemde Voorstraat heeft gewoond.
Wie de plaquettes volgt komt tenslotte uit bij een fijn restaurant op de hoek. Afsluiten met een wijntje en mijmeringen over de krakend verse kennis van daarnet. De dag druilde door, maar dat kon niet meer deren.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.