Toen ik van de week op zoek ging naar wat paneeltjes voor kleinzoon, zag ik vanuit mijn ooghoek op zolder, waar zoonlief woont met onze lieve schone dochter, een kwijnende plant. Sinds jaar en dag kan ik er niet goed tegen. Dat zielige half vergane, troosteloze en treurende groen, dat ergens in een hoekje staat te verpieteren. Ik vroeg aan haar of ik mocht proberen de plant op te kalefateren. Dat was prima, maar ze dacht dat er weinig leven meer in zou zitten.
Lief ging met haar mee naar boven om de ongelukkige op te halen. Ik had die eerste keer allang gezien dat er nog genoeg leven in zat. Het is een kwestie van geloof. Als je maar vertrouwen hebt in de plant zelf, komt het echt goed. De snoeischaar deed het betere werk. Eerst alle dode bladeren er uitgeknipt. Vervolgens de plant flink laten laven aan fris helder water, zodat alle potgrond verzadigd was en een mooie grotere om-pot gezocht. Vervolgens een plekje gevonden in de buurt van haar grote broer: Het geldboompje, die tot het plafond reikt. Planten gedijen op gezelschap.

Nu schudt ze haar bladeren en staat verschrikkelijk mooi te wezen deze Calathea Warscewiczi. Een plant met een dergelijke mooie naam moet wel heel bijzonder zijn. Ze komt uit het Amazonegebied en is van oorsprong een schaduwplant. We gaan haar eens lekker vertroetelen.
Ik vond ons, want Lief hielp mee bij het opkalefateren, net een paar van die straatmadelieven op zoek naar zielige planten. Ik weet dat ze bestaan en de straat afspeuren op zoek naar dit soort afgedankte kneusjes en eigenlijk is het eervol werk, waar je na verloop van tijd de vruchten van kan plukken. Er bestaan zelfs plantenasiels. Hier worden ze mee naar toegenomen, gezond gemaakt, waarna ze meegenomen kunnen worden door een nieuwe eigenaar. Die is blij, de plant is blij en de verzorger is blij. Tel uit je winst. Dat zouden ze met die andere asiels ook moeten doen.
Het is niet eens zo’n gek idee om ze mee te nemen. Het enige waar ik bang voor ben is dat je een of andere plantenziekte mee de kamer in sleept, waardoor de goede planten ook kunnen worden aangetast. Spint of luis zijn absoluut ongewenst, hoe gek ik ook op de natuur ben. Ineens krijg ik ondraaglijk veel zin in de Hortus. Daar is de atmosfeer in de tropische kas zo heerlijk aards, zwaar en vochtig. Niet om er lang in te verblijven trouwens, maar eventjes, om de sfeer te proeven. De kas hier in Utrecht is dicht en de Botanische tuinen gaan pas 1 maart weer open. De oude hortus is gelukkig wel toegankelijk en toch ook niet te versmaden. Zo dienen de ideeën zich aan.
Gisteren bezocht ik nog een kringloop maar vond geen pasta-machine en geen plantentafeltje. Wel een heleboel andere leuke voorwerpen, waar ik op dat moment geen behoefte aan had. Het hele voorval met de plant heeft me ook weer aan het denken gezet omtrent ons koopgedrag. Consuminderen is een loffelijk streven. Minder snel weggooien en minder snel kopen zou kunnen helpen verduurzamen op kleine schaal. Ik ben voor. Op alle gebieden eigenlijk. Want al is het gras bij de buurman altijd groener, die van jou redt het ook. Zuinigheid met vlijt overwint altijd.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.