Een prachtig begin van de dag. Heerlijk zonnig optimisme en de garantie op een mooie wandeling. De dag ervoor had ik gelezen over de Plantage van Willem III dat ik niet kende en lief ook niet. Het ligt in de buurt van Elst en is een gebied met de schraalgraslanden en boomgroepen en struweel, dat voornamelijk bevolkt wordt door Galloway-runderen en Konikspaarden.
Het bleek om een gebied te gaan, waarbij de ingang niet was waar de tomtom ons heen bracht. Daar slechts een woonhuis, beschermd gebied en geen parkeermogelijkheid. Iets terug voor de brug was wel een parkeergedeelte en de officiële ingang van het park. ‘Zoekt en gij zult vinden’. Het was weliswaar spitsroeden lopen tussen de vele vijgen op de grond maar het cadeau wat daarvoor in de plaats kwam was wonderschoon. Natuurlijk speelde het weer daar een belangrijke rol bij. Stralende blauwe lucht en een al verwarmende zon. Weinig wandelaars en mooie paden. Het mooiste cadeau, want al zo lang niet meer gezien, was de grote populatie huppelende konijntjes die dankbaar van de bramenbosjes her en der gebruik maakten en soms parmantig rechtop de oren spitsten.
We wandelden door de grote groep paarden heen en gaven ze volop de ruimte, de Galloway’s waren duidelijk passanten gewend, want toen er al een stelletje gepasseerd was en wij er ook aankwamen stapten ze bedaard over het pad heen om zich bij de rest van de kudde te voegen en verder te grazen. Ze keurden ons geen blik waardig.
Het lopen ging voor het eerst sinds weken weer helemaal op en top. In ons kabbelende tempo, zonder raspende ademhaling en met dat mooie zicht, dat kleur al zoveel meer diepte gaf. Wel kan ik nu niet wachten tot het andere oog aan de beurt is, want dan moet de nieuwe lens alles in het juiste perspectief plaatsen.

We wandelden tot we weer bij de doorgaande autoweg aankwamen en staken over om te zien of er een weggetje te vinden was naar de uiterwaarden van de Nederrijn die er in het zonlicht aanlokkelijk glinsterend bij lag. Het bleek echter dat de toegang daartoe juist aan de andere kant lag, een smal klompenpaadje, een trap naar beneden en een bank om uit te rusten. Daar zag ik een enorm konijn, dacht ik. Maar waarschijnlijk was het toch een haas, zoals lief opperde. Met het zicht op de rivier was het goed uitrusten. Daarna langs hetzelfde klompenpad weer verder met vrij uitzicht op de uiterwaarden. Het pad kronkelde omhoog en een hek bracht ons weer terug naar de ingang van de parkeerplaats. Mooi werk.
We probeerden daarna een restaurantje te vinden om even gezellig te zitten maar buiten de molen en een pannenkoekenhuisje met geblokte rood-witte gordijnen was er niets. Doordat we telkens afsloegen reden we de dijk op en kwamen tenslotte uit bij Wijk bij Duurstede. Daar wist ik wel wat gezellige tenten. We vonden een klein rond tafeltje voor twee aan het raam achterin de zaak en genoten van alles wat ons werd voorgezet. Wat een prachtige dag. Toch nog zo’n vier kilometer gewandeld in totaal, veel mooie beelden op het netvlies en het prachtigste lenteweer wat je maar kon bedenken. Een uitgelezen dag.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.