Uitpuffen. Wie kent het verschijnsel niet. Als er een paar drukke dagen zijn geweest of een vroege volle ochtendagenda, een dag vol emoties of een drukke dromennacht dan volgt er bij mij steevast een moment dat ik even uit moet puffen, bijkomen, bijtanken, noem het maar. Een pas op de plaats in ieder geval. ‘Nu even helemaal niets ja!’ hoorde ik laatst bij de een of andere reclame. Dat dus. Geen sores, geen vraagstukken, geen adviezen, niets van dat alles, o ja en ook geen bezoek. Het lijf kan het niet aan of de geest niet of beiden hebben er eventjes problemen mee. Nooit lang hoor, het duurt nooit lang, maar deze winter is er zo een dat er maar moeilijk bij te tanken valt en de motor van de geest heeft nu eenmaal voeding nodig.
Dat moment is nu. Opladen middels lanterfanten, een betere remedie is er niet. Schakel vooral ook het brein uit, want als dat blijft malen, val je binnen de kortste keren van de regen in de drup. Ergo, eerst schrijf ik me leeg, dan zet ik de televisie aan met een niemendalletje en dan ga ik ontspannen, een heerlijke hutspot brouwen met snufjes nieuwe energie erin en stukgeslagen uren. Kan ook zijn dat er nog een tukkie volgt.
Wat benijd ik mijn vader die vroeger direct na het eten zijn volle maag de ruimte gaf en breeduit in zijn seniorenstoel, die toen nog gewoon Pa’s stoel heette, met de benen hoog en zijn mond open luid snurkend, grommend, snuivend in slaap viel, zomaar op een klaarlichte dag, ongeacht wie er om hem heen darde.
Dat lukt me niet. Zodra de ogen dicht zijn, zijn er beelden. Ze bewegen, of komen oppoppen en verdwijnen weer in dat rozerode licht achter die dichte schellen. Soms helder een duidelijk, soms vaag en onherkenbaar. Overdag zeker, maar vaak ook ‘s nachts of in een ochtendslaapje rond een uur of zes. Ze blijven bij dat laatste veelal op het netvlies staan en zijn dan woordelijk te herhalen. Met dank aan het oefenen van het fenomeen ‘dromen opschrijven’.
Vanmorgen moest ik een ets vervangen waarvan het glas gebroken was. Ik was de etsmap vergeten en wist niet meer welke ets het moest zijn. Ik zocht en zocht en iemand vertelde me dat er een klok opstond. O ja nu wist ik het weer. En daar trok de klok voorbij aan mijn geestesoog en had de vorm van een Mariakaakje of Brusselse kermis, zo’n rechthoek met een geschulpte rand.
Dat was de droom en zo werd ik wakker. Maar die barst was echt en deze ochtend zouden Lief en ik naar Nieuwpoort afreizen om het gebroken glas in de ets te vervangen voor een nieuwe. De klok in de droom stond voor het tijdstip waarop het moest gebeuren, want dat was betrekkelijk vroeg en de angst om me te verslapen deed mee. Nee, het was geen ets met een klok. Integendeel.

In het nevelige grijs reed Truus ons naar Nieuwpoort, waar de expositie was. Vriendinlief had samen met onze leermeester en een goede etsvriend er hard aan gewerkt om de historische ruimte van het oude raadhuis in te richten. Etsen, linosnedes, keramiek van om en nabij elf kunstenaars. Geen sinecure. Maar ze hadden alles een sfeervolle en prachtige plek gegeven. Lief hielp me het glas te verwisselen, want ik ben een ei met lijsten, heb het geduld niet. Hij ontdekte ook waardoor het kwam. Met vier klemmetjes stond alles te strak gespannen en omdat het glas dun was, knapte het snel. Nu hangt het weer met drie stuks en helemaal heel. Een mooi gezicht. De mensen, die er waren, blij, wij blij en de harmonie hersteld.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.